CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo beantwoording technische vragen fractie CDA

Raadscommissie 9 maart 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: RIB - Evaluatierapport F1 - 20221.568 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Beantwoording vragen CDA inzake F1 impact studie

Aan

Gemeenteraad Zandvoort

Datum

8 maart 2023

Onderwerp

Beantwoording CDA vragen inzake F1 impact studie

De CDA fractie heeft het verzoek gedaan om de raadsinformatiebrief over de evaluatie Formule 1 2022 te agenderen om meer duidelijkheid te krijgen over de economische effecten (spin-off) voor de Zandvoortse economie. Vraagstelling Geconcludeerd wordt door de CDA fractie dat de volgende informatie in het impact onderzoek betrekking heeft op Zandvoort: • overnachtingbesteding in Zandvoort € 4,0 miljoen • DPG bestedingen in Zandvoort € 10,7 miljoen (MRA 21,5) • de F1 zorgt voor additionele bestedingen in Zandvoort ad € 25 miljoen (MRA 61,3) • de toegevoegde waarde die F1 in Zandvoort heeft gecreëerd is € 6,6 miljoen (MRA 28,0) CDA geeft aan dat zij niet uit het rapport op kunnen maken wat die additionele bestedingen ad € 25 miljoen betekenen voor de Zandvoortse economie. Evenmin is het hen duidelijk hoe de onderzoekers komen tot een toegevoegde waarde van € 6,6 miljoen en wat dat concreet betekent. Daarnaast wordt bevraagd hoeveel van die additionele bestedingen binnen de organisatie van DGP lees “binnen de hekken van het circuit” worden besteed en wat er daadwerkelijk in de rest van Zandvoort wordt besteed. Ook concludeert de CDA fractie dat uit de cijfers blijkt dat de MRA in belangrijke mate profiteert van het evenement. Zij vragen welke mate de MRA bijdraagt aan de door de gemeente gemaakte kosten en of dat enigszins in verhouding is.

Beantwoording Voor de beantwoording van deze vragen is Breda University gevraagd als auteur van de Impact Studie. De studie maakt gebruikt van de WESP-methode, een methode die ook bij andere landelijke grootschalige sportevenementen gebruikt wordt en een vereiste is van het ministerie van VWS om in aanmerking te komen voor ondersteuning. Additionele bestedingen Voor het bepalen van de economische impact van het evenement worden de geldstromen van de DGP bezoekers en de geldstromen van de DGP organisatie meegenomen. Er wordt bepaald welk deel

1/4

van deze geldstromen additioneel zijn (deze geldstromen zouden er niet zijn als het evenement niet zou hebben plaatsgevonden). Hiervoor worden de DGP bezoekers gevraagd of, als de DGP er niet was geweest, ze vandaag ook in Zandvoort zouden zijn geweest. Eenieder die 'nee' antwoordt op deze vraag wordt gezien als additioneel. De DGP organisatie heeft Breda University inzicht gegeven in de uitgaven van het evenement. Hierbij wordt verondersteld dat alle uitgaven van de DGP organisatie additioneel zijn. Ook wordt er vanuit gegaan dat de organisatie geen inkomsten had gehad als het evenement niet had plaatsgevonden en dus ook deze uitgaven niet had kunnen doen. De uitgaven van de DGP organisatie zijn uitgesplitst naar economische sector en impactgebied (Zandvoort - MRA - Nederland - buitenland). Bij dit laatste is het van belang waar de toeleverancier gevestigd is. De DGP bezoekers geven geld uit aan overnachting, ticket, eten/drinken, vervoer, retail, entertainment en een rest categorie 'overig'. Een deel van dit geld slaat neer in Zandvoort, in de (overige) MRA gemeenten, in (de rest van) Nederland of vloeit weg naar het buitenland. Bijvoorbeeld: geld dat aan F1 merchandise uitgegeven wordt, vloeit nagenoeg geheel terug naar buitenlandse teams. Geld dat in Zandvoort op het circuit of in het dorp aan eten/drinken wordt uitgegeven, blijft in Zandvoort.

Een splitsing van de additionele bestedingen ‘binnen en buiten de hekken van het circuit’ is niet apart uitgevraagd in het onderzoek. Voor de additionele bezoekersbestedingen, totaal 14 miljoen, valt een verdeling te maken. Uitgaande dat bezoekers voornamelijk horeca en merchandise op het circuit afnemen en andere bestedingen zoals overnachtingen, vervoer en entertainment buiten het circuit doen kan de 14 miljoen uitgesplitst worden in ongeveer 7,6 miljoen additionele bezoekersbestedingen op het circuit op basis van de inkomsten van de organisatie en het restant 6,4 miljoen in Zandvoort. Dit staat los van de additionele organisatiebestedingen. Om te zien wat die additionele bezoekersbestedingen en organisatie bestedingen nu voor directe en indirecte impact hebben op de regio, gebruikt Breda University een zogenaamde Input Output model. Een Input Output model laat zien in welke mate bestedingen binnen een of meerdere sectoren van de economie leiden tot productie, toegevoegde waarde en werkgelegenheid in dezelfde of andere sectoren. Dit is afhankelijk van de relaties binnen de lokale economie. Met behulp van CBS data over de economische structuur in de MRA kan dit model gemaakt worden. Voordat de additionele bezoekersbestedingen en organisatie bestedingen ingevoerd kunnen worden in het input output model dienen er een aantal correcties door gevoerd te worden.

De drie belangrijkste correcties: •

Om dubbeltelling te voorkomen wordt geld dat bezoekers uitgeven aan tickets niet meegenomen: we gaan er namelijk van uit dat de inkomsten die de organisatie middels

2/4

•

•

tickets krijgt, direct aan het evenement uitgegeven worden (en omdat we de uitgaven van de organisatie meenemen zou er anders sprake zijn van dubbeltelling). De inkomsten die de organisatie op het circuit ontvangt uit eten en drinken (= 7 miljoen) halen we af van de bezoekersbestedingen aan eten en drinken. Op deze manier nemen we dus alleen bezoekersuitgaven die buiten het circuit gedaan zijn mee. Dit betekent ook dat de toegevoegde waarde en werkgelegenheidscijfers uit het Input Output model betrekking hebben op de economische productie buiten de hekken van het circuit. Bezoekersuitgaven waarvan we zeker weten dat deze niet in de regio landen (dus F1 merchandise) nemen we niet mee in het bepalen van de toegevoegde waarde (en dus de economische impact).

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid Bestedingen van bezoekers en organisatie vertellen slechts een deel van het verhaal. Voor een realistisch beeld van de economische impact dient er ook naar de toegevoegde waarde en bijbehorende werkgelegenheid te kijken. Toegevoegde waarde en werkgelegenheid zijn de twee meest relevante indicatoren voor het meten van economische impact: •

De toegevoegde waarde van een onderneming, sector of economie betreft de omzet verminderd met aankopen. Voor een restaurant, waar bijvoorbeeld een bezoeker van de DGP komt eten, is de toegevoegde waarde gelijk aan het geld ontvangen van de klant minus betalingen aan toeleveranciers, bijvoorbeeld de slager. Voor de slager is de toegevoegde waarde gelijk aan de ontvangsten van het restaurant minus de betalingen aan haar toeleveranciers, bijvoorbeeld agrarische bedrijven. Toegevoegde waarde is een zeer belangrijke impact omdat dit toont wat het restaurant en de slager bijdragen aan de economie. De toegevoegde waarde komt uiteindelijk voor een deel terecht bij het personeel (in de vorm van inkomen), een deel gaat naar de belasting en de verschaffers van (vreemd) vermogen en een deel betreft de winst voor de eigenaren.

•

De impact op werkgelegenheid maakt duidelijk welke werkgelegenheid in Zandvoort en de MRA samenhangt met de DGP. Dit wordt berekend in FTE (full time employment). De economische impact wordt dus niet uitgedrukt in additionele bestedingen, maar in de toegevoegde waarde en werkgelegenheid.

•

Voor Zandvoort was de toegevoegde waarde buiten de hekken van het circuit in totaal 6,6 miljoen euro. Zoals in het rapport uitgewerkt wordt dit voornamelijk in de sectoren horeca en zakelijke dienstverlening geproduceerd (zie tabel 6.12 op pag. 69 en tabel 6.14 op pag. 72 van de rapportage). De werkgelegenheid die met de bestedingen samenhangt is 127 banen in Zandvoort.

3/4

Daarbij moet rekening gehouden worden met de volgende zaken: •

•

Een economische impact analyse is altijd een schatting die zo goed mogelijk uitgevoerd wordt met de daarvoor beschikbare data. Breda University beseft dat er meerdere geldstromen zijn die niet in beeld zijn, maar die wel degelijk bijdragen aan de economische impact van het evenement. Denk bijvoorbeeld aan sponsor activaties (sponsors voor diners/borrels/feesten bij horeca). Daarnaast zijn er bezoekers die niet het circuit bezoeken, maar wel het dorp bezoeken en daar bestedingen doen. Omdat de omvang van deze bezoekersgroep onbekend is, kunnen deze uitgaven vooralsnog niet worden meegenomen. Een evenement kent meerdere soorten impacts. Naast economische impact kent een event sociale impact (maar ook ecologische, ruimtelijke, media en dergelijke). Het onderzoek van Breda University geeft ook inzicht in de sociale impact en laat zien dat de DGP leidt tot gevoelens van trots (op het dorp en de gemeenschap), blijdschap, een memorabele dag, het brengt mensen bij elkaar en bewoners zijn van mening dat het Zandvoort op de (internationale) kaart zet.

Uitgaven Metropoolregio Amsterdam Breda University heeft geen onderzoek gedaan naar de kosten die de gemeenten binnen de MRA maken voor het evenement. Denk hierbij aan de ambtelijke inzet ten aanzien van bijvoorbeeld het mobiliteitsplan. De MRA draagt niet bij aan de gemaakte kosten van de gemeente Zandvoort. Ook verrekenen de gemeenten in de MRA en de gemeente Zandvoort onderling niet de gemaakte inzet of kosten. Conclusie Hierboven is een uiteenzetting gegeven van de methode om tot additionele bestedingen en toegevoegde waarde te komen. De additionele bestedingen van 25 miljoen in Zandvoort, zijn bestedingen van organisatie en bezoekers die niet besteed zouden zijn als het evenement niet plaats had gevonden. Het gaat hier dus om uitgaven van de organisatie om het evenement te organiseren en uitgaven van bezoekers (tickethouders) om naar het evenement toe te gaan en te beleven. De toegevoegde waarde is feitelijk het verschil tussen omzet en inkoopkosten. De toegevoegde waarde drukt de essentie van produceren uit, namelijk het toevoegen van waarde aan een goed. In geval van Zandvoort (buiten de hekken van het circuit) is dit 6,6 miljoen, waarvan het grootste deel van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid die daarmee samenhangt wordt geproduceerd in de horeca. Ook in de sectoren zakelijke dienstverlening, bouwnijverheid en kunst & cultuur zijn substantiële impacts te zien.

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12488182/1