Collegebesluiten (actieve informatieplicht) 25 februari 2025 - 17 maart 2025
Tekst van het document
Collegebesluiten actief naar de raad gestuurd tussen 25 februari 2025 - 17 maart 2025 Document
Collegebesluit Lokale Aanpak Isolatie Zandvoort
Titel
Collegebesluit Lokale Aanpak Isolatie Zandvoort
Besluit B&W
25-02-2025
Document
Collegebesluit Opdracht Onderzoek financiële gevolgen van uittreding uit GBKZ
Titel
Collegebesluit Opdracht Onderzoek financiële gevolgen van uittreding uit GBKZ
Besluit B&W
25-02-2025
Document
Collegebesluit Indexering prijsklassen woningbouwcategorieën en prijsgrens opkoopbescherming
Titel
Collegebesluit Indexering prijsklassen woningbouwcategorieën en prijsgrens opkoopbescherming 2025
Besluit B&W
04-03-2025
Document
Collegebesluit Onderzoek 213a Spaarnelanden meten is weten
Titel
Collegebesluit Onderzoek 213a Spaarnelanden meten is weten
Besluit B&W
04-03-2025
Document
Collegebesluit Addendum nieuwe werkwijze Perceel 2
Titel
Collegebesluit Addendum nieuwe werkwijze Perceel 2
Besluit B&W
11-03-2025
Document
Collegebesluit Brief Spaarne Gasthuis omtrent besluitvorming locatie
Titel
Collegebesluit Brief Spaarne Gasthuis omtrent besluitvorming locatie
Besluit B&W
14-03-2025
Collegebesluit
Onderwerp Lokale Aanpak Isolatie - Zandvoort Nummer 2025/195205 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 5.2. Energie Afdeling ECDW Auteur Cornelissen, A. Telefoonnummer 14 023 Email acornelissen@haarlem.nl De gemeente Zandvoort start begin 2025 met de uitvoering van de Lokale Aanpak Kernboodschap Isolatie (LAI). Deze aanpak is gericht op het verbeteren van de energieprestaties van grondgebonden Zandvoortse woningen. Ruim 800 Zandvoortse huishoudens worden aangeschreven om gebruik te maken van een subsidieregeling. Met deze regeling krijgen zij subsidie op isolatiemaatregelen. De isolatieaanpak wordt namens de gemeente uitgevoerd door Winst uit je Woning (Samen Inkopen BV). De subsidieregeling wordt volledig gefinancierd door de Specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie (SpUk LAI).
Behandelvoorstel voor de raad
Het college wordt gevraagd de subsidieregeling vast te stellen en Winst uit je woning, middels een mandaatbesluit, het mandaat te geven de regeling namens de gemeente uit te voeren. Winst uit je woning gaat namens de gemeente subsidieaanvragen beoordelen en toekennen. Dit gebeurt in afstemming met het projectteam van de gemeente. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.
Relevante eerdere besluiten
Actualisatie Beleidsplan en uitvoeringsplan Duurzaam Zandvoort (gemeenteraad 20-06-2023)
Besluit college d.d. 25 februari 2025
1. De subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Zandvoort vast te stellen. 2. Mandaat te verlenen voor het uitvoeren van de subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Zandvoort, aan de operationeel directeur van Samen inkopen BV (‘Winst uit je woning’). de secretaris,
Kenmerk: 2025/195205
de burgemeester,
1/4
1. Aanleiding Met de toekenning van de Specifieke Uitkering lokale aanpak isolatie (SpUk LAI) hebben we als gemeente de mogelijkheid gekregen om gericht te investeren in de verbetering van de energieefficiëntie van woningen, met bijzondere aandacht voor huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering van deze regeling is ervoor gekozen om samen te werken met Winst uit je woning. Dit is een bedrijf met kennis en ervaring in soortgelijke projecten bij andere gemeenten. 2. Beoogd resultaat De SpUk LAI stelt gemeente Zandvoort in staat om huishoudens te ondersteunen bij isolatiemaatregelen zoals dak-, vloer- en spouwmuurisolatie. Door de subsidieregeling vast te stellen en een uitvoerende partij te mandateren, kunnen we de uitvoering snel en doelgericht starten. Met deze regeling kunnen uiteindelijk ruim 250 woningen in Zandvoort ondersteund worden bij hun isolatieopgave. 3. Onderbouwing voorstel 1. De subsidieregeling draagt bij aan de Zandvoortse duurzaamheidsdoelstellingen In het beleidsplan duurzaamheid van Zandvoort staat dat de gemeente een natuur inclusief isolatieprogramma voor particuliere woningen opzet en aanbiedt. Dat doen we door middel van deze subsidieregeling en de mandatering van WUJW. 2.
De subsidieregeling richt zich op huishoudens met (een risico op) energiearmoede De subsidieregeling is beschikbaar voor alle eigenaar-bewoners van een woning met een slechte energieprestatie én een WOZ-waarde onder de gemiddelde WOZ-waarde van de gemeente Zandvoort. Daarmee richt de regeling zich op huishoudens waar een hogere kans is op energiearmoede. Ruim 800 huishoudens vallen binnen deze criteria. Zandvoortpashouders met een eigen woning ontvangen daarnaast een hoger subsidiebedrag. Door het aanbrengen van isolatiemaatregelen besparen deze huishoudens op hun energierekening. 3. De regeling wordt volledig gefinancierd met gelden vanuit het Rijk De eerste tranche van de SpUk Lokale Aanpak Isolatie bedraagt €349.270 en wordt volledig ingezet voor deze regeling. De tweede tranche van de SpUk Lokale Aanpak Isolatie bedraagt €641.841. Van dit budget is €400.000 gereserveerd voor de subsidieregeling Isolatie voor Zandvoortse vve's. Ook bij deze subsidieregeling gaat het om woningen met een waarde onder de gemiddelde Zandvoortse WOZ-waarde. De overige €241.841 zetten we flexibel in, waarmee we de subsidiepot van beide projecten waar nodig kunnen aanvullen. Er wordt hierbij gewerkt met een derdengelden rekening.
Kenmerk: 2025/195205
2/4
4. Mandaat verlenen aan een externe partij bevordert de efficiëntie van de uitvoering Winst uit je Woning heeft ruime ervaring met de uitvoering van de Lokale Aanpak Isolatie in andere gemeenten. Daarmee heeft zij haar aanpak geoptimaliseerd. Door het mandaat voor de Lokale Aanpak Isolatie Zandvoort bij Winst uit je Woning te leggen wordt daarom de efficiëntie van de uitvoering bevorderd. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 1. Aan de SpUk LAI zitten resultaatverplichtingen vast Om de subsidie te kunnen verantwoorden, moet de gemeente Zandvoort binnen de komende vijf jaar verduurzamingsmaatregelen hebben uitgevoerd bij 197 woningen. Hieronder vallen ook de woningen die binnen vve's met de Subsidie Isolatie Zandvoortse vve's geholpen zijn. 2. Beperkingen door bescherming van bedreigde soorten Vanwege de bescherming van bedreigde diersoorten kunnen bepaalde maatregelen, zoals spouwmuurisolatie, dakisolatie aan de buitenzijde en kozijnvervanging, pas worden uitgevoerd zodra er een (pre-) Soortenmanagementplan (SMP) van kracht is.
4.2 Kanttekeningen 1.Capaciteit VTH. Tijdens een vooroverleg heeft de afdeling VTH aangegeven dat een grote hoeveelheid aanvragen de beschikbare capaciteit onder druk kan zetten en mogelijk vertraging veroorzaakt. Daarom is afgesproken om meerdere evaluatiemomenten in het proces op te nemen, zodat tijdig kan worden ingegrepen indien nodig. 2. Beheersmaatregelen bij calamiteiten Winst uit je woning geeft de subsidiegelden in beheer aan de onafhankelijke Stichting Tussenrekening, die verantwoordelijk is voor de financiële administratie en de bijbehorende betalingen. De stichting houdt toezicht op de gemeentelijke subsidiegelden en zorgt ervoor dat deze niet kunnen worden aangesproken bij calamiteiten, zoals een eventueel faillissement. 5. Consequenties en uitvoering 1. Na besluitvorming door het college wordt de regeling bekendgemaakt. 2. De openstelling van de subsidieregeling wordt actief via diverse kanalen gecommuniceerd via bewonersbrieven, advertenties in de Zandvoortse Courant en de gemeentelijke website. 3. De regeling wordt uitgevoerd door Winst uit je Woning. 4. Rapportage over de uitvoering van de regeling vindt plaats via de P&C cyclus.
Kenmerk: 2025/195205
3/4
6. Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2.
Subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Zandvoort Mandaatbesluit subsidieregeling lokale aanpak isolatie Zandvoort
Kenmerk: 2025/195205
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Opdracht Onderzoek financiële gevolgen van uittreding uit Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (GBKZ) Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad
Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 25 februari 2025
2025/184110 Bluijs, G.J. 7.1. Lokale belastingen & heffingen CC Moolen, J. van der 14 023 jvandermoolen@haarlem.nl Het college heeft op 26 november 2024 besloten het voornemen te hebben per 31 december 2026 uit de gemeenschappelijke regeling GBKZ te treden en toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling Cocensus per 1 januari 2027. De gemeente Zandvoort heeft aan de centrumgemeente Bloemendaal gevraagd om de voorbereidingen hiervoor in gang te zetten. De opdracht om de financiële gevolgen van deze uittreding in kaart te brengen wordt in de bijgevoegde notitie geformuleerd. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. Dit besluit heeft financiële gevolgen. In de gemeenschappelijke regeling GBKZ (artikel 11 lid 4 t/m 7) is opgenomen dat de financiële gevolgen van uittreding voor rekening van de uittredende gemeente komt. • Voornemen uit te treden uit Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (GBKZ) en toe te treden tot Cocensus, collegebesluit van 26 november 2024 (2024/1997502) Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De bijgevoegde Opdracht Onderzoek financiële gevolgen van uittreding Zandvoort uit GBKZ vast te stellen. de secretaris,
Kenmerk: 2025/184110
de burgemeester,
1/3
1. Aanleiding In de gemeenschappelijke regeling GBKZ (artikel 11 lid 4 t/m 7) is opgenomen dat de financiële gevolgen van uittreding voor rekening van de uittredende gemeente komt. Voorafgaand aan die uittreding wordt door de deelnemende gemeenten gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige over de vast te stellen financiële gevolgen. Het advies van deze deskundige is voor de gemeenten bindend. De kosten van het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente. 2. Beoogd resultaat Met het vaststellen van de opdracht door de deelnemende gemeenten van GBKZ wordt een heldere uitvraag aan het in te huren onderzoeksbureau geformuleerd. 3. Onderbouwing voorstel Samen met GBKZ c.q. de gemeente Bloemendaal als centrumgemeente moet overeenstemming bereikt worden over de wijze waarop GBKZ haar kosten kan terugbrengen en over de bijdrage die daarvoor door Zandvoort betaald moet worden. Daartoe dient een berekening van een extern onderzoeksbureau als onderlegger. Behalve berekening van de bedragen waar het om gaat dient ook bij de gemeenten te worden nagegaan wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van het beperken en compenseren van de kosten. De volgende vragen dienen door het onderzoeksbureau te worden beantwoord: 1.
In welke omvang kunnen de kosten van GBKZ worden gereduceerd door het wegvallen van het takenpakket voor Zandvoort en welke kosten blijven over om te worden gecompenseerd; 2. Advies over de termijn waarover de compensatie strekt en of er sprake kan zijn van een afbouw gedurende de termijn. En zo ja, welke mate van afbouwen er voor de verschillende soorten kosten reëel zijn; 3. Advies over de kosten in 2025 en 2026 voor GBKZ voor het bijdragen aan het uittredingsproces; 4. Advies over de wel of niet te verwachten effecten op de kosten van GBKZ voor de andere deelnemende gemeenten; 5. Advies de gewenste omvang en inrichting van de GBKZ zonder Zandvoort en de daarbij behorende kosten.
De bevindingen op basis van het onderzoek zijn overeenkomstig artikel 11 lid 6 van de GR GBKZ bindend voor de deelnemende gemeenten.
Kenmerk: 2025/184110
2/3
Overeenkomstig de gemeenschappelijke regeling GBKZ (artikel 11 lid 4 t/m 7) komen de financiële gevolgen van uittreding voor rekening van de uittredende gemeente. Voorafgaand aan die uittreding wordt door de deelnemende gemeenten gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige over de vast te stellen financiële gevolgen. Op grond van Gemeentewet Hoofdstuk X (artikel 160-169) is het college bevoegd deze opdracht vast te stellen. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Kanttekeningen Tegelijk met het onderzoek inzake de uittreding van Zandvoort loopt een evaluatie naar de vier centrumregelingen tussen Heemstede en Bloemendaal, waaronder ook de GBKZ. De evaluatie staat in principe los van deze opdracht. Indien naar aanleiding van deze evaluatie besloten wordt de belastingen elders te beleggen dan bij GBKZ heeft dit mogelijk gevolgen voor dit project. Mocht de uitkomst van de brede evaluatie leiden tot het volledig opheffen van de GBKZ, kan een nieuw verrekening van de kosten gaan gelden, wat financiële gevolgen kan hebben voor alle drie de gemeenten. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën De kosten van het extern onderzoeksbureau worden geraamd op circa € 30.000. Deze kosten worden gedragen door de uittredende gemeente en worden meegenomen in de Voorjaarsnota 2025.
5.2 Juridisch Op grond van Gemeentewet Hoofdstuk X De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders (artikel 160-169) is het college bevoegd deze opdracht vast te stellen. 5.3 Planning Doorlooptijd van start tot rapportage van het onderzoek wordt voorzien op ongeveer 8-10 weken. Vaststellen opdracht Onderzoek (dit voorstel) Verstrekken opdracht Uitvoeren opdracht Eindrapportage
Q1 2025 Q1 2025 Q1-Q2 2025 Q2 2025
6. Bijlagen Bijlage 1. Opdracht Onderzoek financiële gevolgen van uittreding Zandvoort uit GBKZ Bijlage 2. Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid 2018
Kenmerk: 2025/184110
3/3
Collegebesluit
Onderwerp Indexering prijsklassen woningbouwcategorieën en prijsgrens opkoopbescherming 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten
Besluit college d.d. 4 maart 2025
2025/231198 Bluijs, G.J. 4.1. Wonen en ruimtegebruik ECDW Tichelaar, T. ttichelaar@haarlem.nl Voor nieuwbouwprojecten stuurt de gemeente op realisatie van verschillende woningbouwcategorieën op basis van onder andere prijsklassen. De prijsklassen worden jaarlijks geïndexeerd conform de rijksregelgeving en de prijsstijgingen (gebaseerd op de gemiddelde CAO-loonontwikkeling). Daarnaast heeft de gemeenteraad in de Huisvestingsverordening regels vastgesteld voor opkoopbescherming. Onderdeel van deze regels is dat de prijsgrens voor opkoopbescherming elk jaar per 1 januari wordt geïndexeerd. Via dit besluit stelt het college de prijsniveaus vast zoals deze gelden met prijspeil 1/1/2025. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. -
Nota Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment (Gemeenteraad 21 maart 2023). - Collegebesluit ‘Actualisatie prijsklassen woningbouwcategorieën en indexering prijsgrens opkoopbescherming 2024’ (Collegevergadering 20 februari 2024). - Nota Spelregels en instrumenten voor realisatie sociale huur en betaalbare huur en koop (Gemeenteraad 22 september 2020). - Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019 t/m 2025 (Gemeenteraad 23 april 2019). - Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022 (Gemeenteraad 21 december 2021 en Gemeenteraad 27 september 2022 (Publicatie Overheid.nl) Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De tabel met prijsklassen van de woningbouwcategorieën en de prijsgrens opkoopbescherming, beide prijspeil 1/1/2025, vast te stellen. de secretaris,
Kenmerk: 2025/231198
de burgemeester,
1/4
1. Aanleiding Bij de ontwikkeling van woningbouwprojecten geeft de gemeente kaders aan ontwikkelende partijen mee. Eén van de kaders is het gewenste woningbouwprogramma, waaronder de beoogde aantallen/percentages woningen die in een bepaalde categorie ontwikkeld moeten worden. De gemeenteraad heeft de geactualiseerde spelregels (nota ‘Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment’) hiervoor op 21 maart 2023 vastgesteld. In nota actualisatie spelregels is ook opgenomen, dat het college de geïndexeerde woningbouwcategorieën via een collegebesluit jaarlijks vaststelt. Daarnaast heeft de gemeenteraad in de Huisvestingsverordening regels opgenomen voor opkoopbescherming. Onderdeel van deze regels is dat de prijsgrens voor opkoopbescherming elk jaar per 1 januari wordt geïndexeerd. Het college stelt de nieuwe prijsgrens voor opkoopbescherming op basis van artikel 3.4.2 in de Huisvestingsverordening vast. 2. Beoogd resultaat Met dit besluit wordt helderheid gegeven aan ontwikkelende partijen over de actuele prijsniveaus van de gewenste woningbouwcategorieën voor de nieuwbouw in Zandvoort. Ook wordt helderheid gegeven aan eigenaren welk deel van de woningvoorraad valt onder opkoopbescherming. 3. Onderbouwing voorstel 1. Dit besluit voldoet aan de doelstellingen en afspraken in de nota ‘‘Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment’.
In de nota ‘Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment’ is de indexeringsgrondslag opgenomen voor de diverse woningbouwcategorieën. Voor sociale huur worden de prijsklassen door het Rijk vastgesteld aan de hand van de regels voor huurtoeslag en huurregulering. Voor de categorie betaalbare huur wordt aangesloten bij de hiervoor aangenomen Wet Betaalbare Huur. Voor de categorieën middeldure huur, betaalbare koop en middeldure koop is vastgesteld dat deze, aansluitend aan het Rijksbeleid voor indexatie in de vrije sector, worden geïndexeerd met 4,1%1 Tabel prijsklassen woningbouwcategorieën Woningbouwcategorie Prijspeil per 1/1/2024 Prijspeil per 1/1/2025 Sociale huur < kwaliteitskortingsgrens < € 454,47 < € 477,20 e Sociale huur < 1 aftoppingsgrens < € 650,43 < € 682,96 e Sociale huur< 2 aftoppingsgrens < € 697,07 < € 731,93 Sociale huur< liberalisatiegrens < € 879,66 < € 900,07 Huur vrije sector betaalbaar € 879,66 - € 1.123,13 € 900,07 - € 1.184,832 1
De wet bepaalt dat de toegestane huurverhoging in de vrije sector gelijk aan de laagste inflatie of caoloonontwikkeling 6,7%. Daardoor is de maximaal toegestane huurverhoging vanaf 1 januari 2025 (3,1% inflatie + 1%=) 4,1% in de vrije sector. 2
Nb: dit bedrag (gekoppeld aan 186 WWS punten) wordt van Rijkswege geïndexeerd per 1/1/25.
Kenmerk: 2025/231198
2/4
Huur vrije sector middelduur Koop betaalbaar Koop middelduur
€ 1.123,13 - € 1.510,82 < € 321.961 € 321.961 - € 476.415
€ 1.184,83 - € 1.572,76 < € 335.161 € 335.161 - € 495.948
2. Het besluit sluit aan bij de Wet Betaalbare huur. Hierin wordt o.a. een maximum prijs bepaald voor woningen met een WWS (Woonwaarderingsstelsel) score van 186 punten. De prijsgrens voor ‘betaalbare huur’ sluit hier op aan. Sinds de invoering van deze wet wordt aangesloten bij het dan geldende bedrag voor woningen met een score tot 186 punten in het WWS-stelsel. 3. Het besluit geeft uitvoering aan artikel 3.4.2. ‘Prijsgrens opkoopbescherming’ in de Huisvestingsverordening. In bovengenoemd artikel in de Huisvestingsverordening is opgenomen, dat de prijsgrens opkoopbescherming elk jaar per 1 januari wordt geïndexeerd conform de Rijksregelgeving en de prijsstijgingen (gebaseerd op de ConsumentenPrijsindex/CPI) en dat het college hiertoe bevoegd is. De toepassing van de indexering leidt tot de volgende prijsgrens per 1/1/2025: Opkoopbescherming Prijsgrens opkoopbescherming
pp 1/1/2024 € 476.415
pp 1/1/2025 € 495.948
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Ontwikkelingen op de bouw- en woningmarkt staan onder druk. De bouwkostenontwikkeling en de rentestijgingen maken dat de haalbaarheid van plannen onder druk staan sinds 2022. Inmiddels is de situatie gewijzigd; de ECB heeft sinds medio 2024 verlagingen doorgevoerd. In 2024 is weer iets van herstel zichtbaar. Geholpen door een weer dalende rente en gestegen lonen, is er sprake van stijgende woningprijzen. De gevreesde bouwdip – vooral veroorzaakt door een hoge rente en stijgende kosten – is in Zandvoort vooralsnog niet terug te zien in de cijfers. De nabije toekomst blijft enigszins onzeker door structurele knelpunten in de verdere groei van de woningbouw, zoals netcongestie en stikstof. 4.2 Kanttekeningen N.v.t. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Het besluit heeft geen financiële consequenties.
Kenmerk: 2025/231198
3/4
5.2 Communicatie Het besluit wordt in voorkomende gevallen via de samenwerking door de procesmanagers met ontwikkelende partijen gecommuniceerd. De communicatie met betrekking tot de prijsgrens opkoopbescherming 2025 gaat via de website van de gemeente Zandvoort en de website van OD IJmond. 6. Bijlagen -
Kenmerk: 2025/231198
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Onderzoek 213a "Spaarnelanden: meten is weten" Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/132151 Bluijs, G.J. 6.2. Gemeentelijk bestuur CC Odekerken, W en Starreveld, D. 023-5114526 wodekerken@haarlem.nl en dstarreveld@haarlem.nl Het college van de gemeente Zandvoort voert, conform artikel 213a van de Gemeentewet, periodiek onderzoeken uit naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van haar gevoerde beleid. Door het college van Zandvoort is besloten om het onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van Spaarnelanden, naar aanleiding van een motie aangenomen door de Haarlemse Gemeenteraad, op te nemen als 213a onderzoek. Dit is vastgesteld in de in de Programmabegroting 2023-2027. Onderzoeksbureau Royal Haskoning DHV heeft twee rapporten opgeleverd: rapport doelmatig- en doeltreffendheidsonderzoek Spaarnelanden (bijlage 1) en het bijhorende ambtelijk rapport (bijlage 5) De belangrijkste conclusies uit de rapporten zijn: Algemene bevindingen: Er is onvoldoende basis om te sturen op de kosten en de kwaliteit van Spaarnelanden. Dit komt hoofdzakelijk door het ontbreken van tarieven en/of kostenkengetallen per taak. Kostenprestaties: De structuur waarin kosten per taakveld en taak zijn vastgelegd is onvoldoende. Hierdoor is het niet mogelijk om op objectieve wijze een kostenanalyse uit te voeren. Duurzaamheidsprestaties: Spaarnelanden zet belangrijke stappen richting meer circulariteit.
Daarnaast wordt CO₂ reductie gerealiseerd door minder restafval (en dus minder verbranding) en het verduurzamen van het wagenpark. Tot slot presteert Spaarnelanden goed op het gebied van Social Return; Spaarnelanden scoort hoger dan de norm. Het college is van mening dat dat Spaarnelanden ondanks de nodige verbeteringen t.a.v. transparantie in financiële gegevens, voor een belangrijk deel voldoet aan de verwachtingen die men van een uitvoeringsorganisatie mag hebben.
Kenmerk: 2025/132151
1/4
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt dit besluit ter actieve informatie naar de gemeenteraad en de Rekenkamer (conform de 213a verordening).
Relevante eerdere besluiten
Niet van toepassing
Besluit college d.d. 4 maart 2025
Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De eindrapportage van het onderzoek Spaarnelanden vast te stellen. 2. De bestuurlijke reactie op het rapport vast te stellen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Het college van de gemeente Zandvoort voert, conform artikel 213a van de Gemeentewet, periodiek onderzoeken uit naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van haar gevoerde beleid. In de begroting 2023-2027 is opgenomen dat er een onderzoek wordt uitgevoerd naar Spaarnelanden. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn: Algemene bevindingen: Er is onvoldoende basis om te sturen op de kosten en de kwaliteit van Spaarnelanden. Dit komt hoofdzakelijk door het ontbreken van tarieven en/of kostenkengetallen per taak. Kostenprestaties: De structuur waarin kosten per taakveld en taak zijn vastgelegd is onvoldoende. Hierdoor is het niet mogelijk om op objectieve wijze een kostenanalyse uit te voeren. Duurzaamheidsprestaties: Spaarnelanden zet belangrijke stappen richting meer circulariteit. Daarnaast wordt CO₂ reductie gerealiseerd door minder restafval (en dus minder verbranding) en het verduurzamen van het wagenpark. Naar aanleiding van het onderzoek worden er vijf concrete aanbevelingen gedaan: 1. Werk zo snel mogelijk toe naar concrete KPI’s 2. Verbeter de transparantie in financiële gegevens (tarievenblad). 3. Stel een taskforce aan die zorgdraagt voor meer integratie met unit Zandvoort en meer overzicht in de financiële huishouding van Zandvoort 4. Zorg voor meer capaciteit bij Spaarnelanden op strategische opgaven. 5.
Overweeg een grotere focus op reductie restafval en een gedeeltelijke vrijstelling voor fossiel aangedreven inzamelvoertuigen van Spaarnelanden
Kenmerk: 2025/132151
2/4
Het college heeft kennisgenomen van het onderzoeksrapport van Royal Haskoning DHV. Het onderzoeksrapport stelt dat het inzicht ontbreek om een gedetailleerde analyse en objectieve vergelijking met andere uitvoeringsorganisaties uit te voeren. Het college volgt het onderzoeksbureau in deze conclusie en kan derhalve (ook) geen uitspraak doen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van Spaarnelanden. Mede daarom zal het college bij het oppakken van de door te voeren verbeteringen voorrang geven aan de verbetering van de transparantie in financiële gegevens. Het college heeft op basis van de diverse conclusies en/of aanbevelingen een reactie (bijlage 2) opgesteld, die zij ter kennisname toestuurt aan de Raadscommissie. Daarnaast hebben ook de directie (bijlage 3) en Spaarnelanden (bijlage 4) een reactie gegeven. 2. Beoogd resultaat De raad is door middel van de Programmabegroting 2023 - 2027 geïnformeerd over het voornemen een 213a onderzoek Gemeentewet te verrichten naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van Spaarnelanden. Door middel van het vaststellen van deze rapportage wordt hier invulling aan gegeven. Het onderzoeksrapport wordt door het college vastgesteld. Op basis van de aanbevelingen zullen verbeteracties worden doorgevoerd.
Deze acties zullen een impuls zijn voor het continu inzicht krijgen en houden in de doelmatig- en doeltreffendheid van Spaarnelanden en het verbeteren daarvan. Daarnaast zal ook de samenwerking tussen Spaarnelanden en beide gemeenten aangepast worden op basis van de aanbevelingen. 3. Onderbouwing voorstel 1. Met dit onderzoek wordt aan een verplichting uit de Programmabegroting 2023-2027 voldaan. Jaarlijks wordt in de Programmabegroting een tweetal onderwerpen vastgesteld waarnaar een onderzoek ex 213a Gemeentewet wordt uitgevoerd. In de Programmabegroting 2023-2027 is opgenomen dat de doelmatigheid en doeltreffendheid geanalyseerd wordt. 2 Reactie college: aanbevelingen worden gewogen Naast het verkrijgen van inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van Spaarnelanden, is dit type onderzoek gericht op leren en verbeteren. Het onderzoek doet een aantal concrete aanbevelingen. Het college heeft kennisgenomen van deze aanbevelingen en heeft haar reactie hierop als separate bijlage bij dit collegebesluit gevoegd. Duurzaamheid Eén van de aanbevelingen is gericht op duurzaamheid, dit naar aanleiding van de onderzoeksopdracht waarin verzocht werd om inzicht te geven in hoeverre de door de opdrachtgever gestelde eisen op het gebied van social return on investment en duurzaamheidscriteria in de bedrijfsvoering impact hebben op de kosten en opbrengsten van Spaarnelanden.
Geadviseerd wordt om de focus te verleggen van de elektrificatie van het wagenpark naar de reductie van restafval. Het college geeft in de collegereactie aan dat er naast de inzet op het
Kenmerk: 2025/132151
3/4
verminderen van de hoeveelheid restafval, ook blijvend gefocust wordt op het elektrificeren van het wagenpark van Spaarnelanden als dit binnen de grenzen van maatschappelijk aanvaardbare kosten realiseerbaar blijkt te zijn. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Niet van toepassing 4.2 Kanttekeningen Het onderzoeksbureau heeft geen gedetailleerd inzicht kunnen bieden in de in de efficiency en doelmatigheid van Spaarnelanden ten opzichte van vergelijkbare organisaties. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Op dit moment is nog niet duidelijk wat de financiële consequenties van de verbeteracties zullen zijn. 5.2 Communicatie De rapporten en de daarin opgenomen aanbevelingen hebben alleen betrekking op de interne bedrijfsvoering en de bestuurlijke keuzes. Dit betekent dat de communicatie zich ook vooral zal richten op de betrokken medewerkers van zowel Spaarnelanden als de gemeentelijke organisatie. 5.3 Participatie Niet van toepassing 5.4 Juridisch Niet van toepassing 5.5 Planning De raad zal op de gebruikelijke manier op de hoogte gehouden worden van de voortgang via de P&C documenten. 6. • • • •
Bijlagen Bijlage 1: Rapport Doeltreffend- en Doelmatigheidsonderzoek Spaarnelanden Bijlage 2: Collegereactie Bijlage 3: Directiereactie Bijlage 4: Reactie van Spaarnelanden
•
Bijlage 5: Ambtelijk rapport behorende bij Doeltreffend- en Doelmatigheidsonderzoek Spaarnelanden
Kenmerk: 2025/132151
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Addendum nieuwe werkwijze Perceel 2 Nummer 2025/262082 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 2.2 Voorzieningen Jeugd Afdeling JOS Auteur Dijkman, E. Telefoonnummer 06-48527490 Email edijkman@haarlem.nl Per 1 januari 2024 hebben de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Kernboodschap Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort zorg ingekocht voor enkelvoudige zorg, perceel 2. De enkelvoudige jeugdhulp in perceel 2 omvat ambulante begeleiding, jeugd-GGZ (diagnostiek, basis- en specialistische hulp) en dyslexiezorg. Dit betreft ongeveer 6% van de uitgaven aan jeugdhulp en 25% van de jeugdige cliënten. Elke aanbieder in perceel 2 moet diensten verlenen binnen de grenzen van een budgetplafond. Gemeenten en zorgaanbieders in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond hebben afspraken gemaakt om de werkwijze in perceel 2 van de jeugdhulp efficiënter en effectiever te maken. Dit omvat drie nieuwe samenwerkingsafspraken, die worden vastgelegd in een addendum op de Overeenkomst van Opdracht. - Flexibilisering behandelduur, waarbij de eerste en tweede verlenging kunnen worden afgegeven door de coördinerend behandelaar en niet meer langs een verwijzer hoeven. - Inzet aanvullende behandelaren, waarbij andere behandelaren op inhoudelijke gronden kunnen worden geconsulteerd en dit kan worden gedeclareerd binnen het bestaande budget van de geconsulteerde behandelaar.
- Voortzetting zorg bij meervoudige casussen, waarbij de behandeling in perceel 2 kan worden voortgezet, wanneer de zorg meervoudig wordt, zonder een directe overdracht naar perceel 1, tenzij noodzakelijk. Het mandaat voor de coördinerend behandelaar om de behandelduur zelfstandig te verlengen vermindert administratieve lasten en zorgt voor een verantwoorde inzet van jeugdhulp. Door behandelaren aanvullend te vergoeden binnen hun eigen budgetplafond, wordt de beschikbare capaciteit efficiënter verdeeld binnen de financiële kaders. En het continueren van jeugdhulp in perceel 2 bij meervoudige problematiek voorkomt zorgonderbrekingen en wachttijden,
Kenmerk: 2025/262082
1/9
optimaliseert de behandelcapaciteit en versterkt de samenwerking in de uitvoering. De nieuwe werkwijze is in goed overleg opgesteld met aanbieders uit perceel 2. Samen is gewerkt aan de uitwerking, de (administratieve) werkwijze en het addendum. Met deze werkwijze wordt tegemoetgekomen aan het verzoek van de raad om de samenwerking en zorg in perceel 2 te verbeteren waar mogelijk.
Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten
Het gaat om een proef, die op 1 januari 2025 van start is gegaan, het duurt een jaar en wordt in september 2025 geëvalueerd. On op basis van deze evaluatie wordt voor 31 november 2025 besloten of en zo ja op welke wijze een vervolg wordt gegeven aan de afspraken die zijn gemaakt in dit addendum. Monitoring en samenwerking met aanbieders is ingericht om de impact op wachttijden, behandelduur en zorgcapaciteit te kunnen volgen. Het college stuurt dit besluit ter kennisname naar de raad. • • • •
• • • •
(2021/327598) Raadsstuk-Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond in raadsvergadering van 14-09-2021 (2021/539390) Collegebesluit-Pre-selectiedocument regionale verwerving jeugdhulp in B&W-vergadering van 04-10-2021 (2021/596533) Raadsstuk-Addendum bij de Regiovisie Jeugdhulp ZuidKennemerland en IJmond in de raadscommissie van 01-02-2022 (2021/743129) Collegebesluit-(Voorlopige) selectie van Gegadigden aanbesteding jeugdhulp 2022 e.v. (GEHEIMHOUDING) in raadscommissie van 01-02-2021 (2022/937877) Collegebesluit-Inkoopprocedure voor de verwerving van de jeugdhulp 2022 in B&W-vergadering van 12-07-2022 (2024/107614) Collegebesluit-Overbruggingsovereenkomst verwerving jeugdhulp perceel 2 enkelvoudige jeugdhulp, medisch kinderdagverblijf, forensische jeugdhulp en crisisdienst in B&W-vergadering van 06-02-2024 (2024/1266291) Raadsinformatiebrief herverdeling budget perceel 2 in B&Wvergadering van 16-07-2024 Onderwerp (2024/1264369) Raadsinformatiebrief-Knelpunten en maatregelen jeugdhulp in Zandvoort in B&W-vergadering 16-07-2024
Kenmerk: 2025/262082
2/9
Besluit College d.d. 11 maart 2025
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, een ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, besluit: 1. Het addendum op de overeenkomst enkelvoudige jeugdhulp, waarin afspraken zijn gemaakt over het aanpassen van de werkwijze in perceel 2 bij de lopende overeenkomsten met aanbieders van jeugdhulp in perceel 2, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 aan te gaan. 2. Het college van de gemeente Velsen, vertegenwoordigd door wethouder Jeugd en Jeugdzorg, mandaat te verlenen om namens het college van de gemeente Zandvoort het addendum (D-140403) per gecontracteerde aanbieder van Jeugdhulp voor perceel 2 aan te gaan. 3. De heer G. Nijemanting, wethouder Jeugd en Jeugdzorg van de gemeente Velsen, volmacht te verlenen om het addendum (D-140403) per gecontracteerde aanbieder van Jeugdhulp voor perceel 2 te ondertekenen. de secretaris,
Kenmerk: 2025/262082
de burgemeester,
3/9
1. Aanleiding De enkelvoudige jeugdhulp in perceel 2 omvat ambulante begeleiding, jeugd-GGZ (diagnostiek, basisen specialistische hulp) en dyslexiezorg. Dit betreft ongeveer 6% van de uitgaven aan jeugdhulp en 25% van de jeugdige cliënten. Elke aanbieder moet diensten verlenen binnen de grenzen van een budgetplafond. Strategisch partnerschap De gemeenten en de zorgaanbieders in perceel 2 werken toe naar een strategisch partnerschap om een zo goed en efficiënt mogelijk regionaal stelsel voor de jeugdhulp in perceel 2 te realiseren. In de Overeenkomst van Opdracht (het contract met de aanbieders in perceel 2) zijn de gemaakte afspraken in 2024 vastgelegd en er is afgesproken dat de partijen waar nodig gezamenlijk aanvullende afspraken maken, die bij addendum aan de overeenkomst worden toegevoegd. Het addendum met aanvullende afspraken voor perceel 2 Sinds de start van de aanbesteding perceel 2 in januari 2024 zijn er van verschillende aanbieders, (ouders van) cliënten en de toegang signalen gekomen dat de afspraken gemaakt in de inkoop negatieve gevolgen voor de werkwijze in perceel 2 hadden. Het AEF rapport uit 2024 bevestigde deze signalen. In gesprek met de aanbieders is gekeken hoe perceel 2 efficiënter en effectiever georganiseerd kon worden. De gewijzigde werkwijze is hiervan het resultaat.
Tijdens de gesprekken werd benadrukt dat inspanningen nodig zijn om wachtlijsten te verkorten en de zorg binnen de beschikbare budgetten te leveren. Tegelijkertijd is het essentieel dat aanbieders binnen perceel 2 optimaal gebruik kunnen maken van de eerder afgesproken werkwijze om hieraan bij te dragen. Zowel de aanbieders als de gemeenten hebben zich gecommitteerd om hier gezamenlijk aan te werken. In de afgelopen maanden is daarom gesproken over een proef met verschillende drie maatregelen, waaronder: •
het aanpassen van de werkwijze rond behandelduur;
•
het inzetten van aanvullende behandelaren via de coördinerend behandelaar (de professional die de verwijzing heeft ontvangen);
•
het indien nodig voortzetten van behandeling binnen perceel 2, wanneer een casus complexer wordt.
Belangrijke uitgangspunten, zoals eerder uitgewerkt in de regiovisie en de daaropvolgende verwervingsstrategie jeugdhulp, blijven van kracht. Via een addendum bij de overeenkomsten worden deze afspraken vastgelegd. Hiervoor is een besluit van de colleges van de zorgregio’s Zuid Kennemerland en IJmond nodig. De afwijkende afspraken zijn gemaakt voor de duur van één jaar. Gedurende het jaar zal de afwijkende werkwijze worden
Kenmerk: 2025/262082
4/9
geëvalueerd en zal door de jeugdregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland worden gekeken of zij de afwijkende afspraken voor een lagere periode willen vastleggen. De nieuwe werkwijze wordt in september 2025 geëvalueerd en op basis van deze evaluatie wordt voor 31 november 2025 besloten of en zo ja op welke wijze een vervolg wordt gegeven aan de afspraken die zijn gemaakt in dit addendum. De evaluatie is nodig om de effecten van de veranderingen op zaken als duur van de zorgtrajecten, het aantal zorgtrajecten per aanbieder en de samenwerking tussen perceel 1 en 2 te monitoren en samen te duiden. De aanbieders in perceel 2 zullen zelf ook rapporteren aan de gemeente over het effect van de wijzigingen. 2. Besluitpunten college burgemeester Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, een ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, besluit: 1. Het addendum op de overeenkomst enkelvoudige jeugdhulp, waarin afspraken zijn gemaakt over het aanpassen van de werkwijze in perceel 2 bij de lopende overeenkomsten met aanbieders van jeugdhulp in perceel 2, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 aan te gaan. 2. Het college van de gemeente Velsen, vertegenwoordigd door wethouder Jeugd en Jeugdzorg, mandaat te verlenen om namens het college van de gemeente Zandvoort het addendum (D-140403) per gecontracteerde aanbieder van Jeugdhulp voor perceel 2 aan te gaan. 3.
De heer G. Nijemanting, wethouder Jeugd en Jeugdzorg van de gemeente Velsen, volmacht te verlenen om het addendum (D-140403) per gecontracteerde aanbieder van Jeugdhulp voor perceel 2 te ondertekenen. 3. Beoogd resultaat Het addendum met afspraken over de wijzigingen in werkwijze biedt een juridische basis waarmee de gewenste aanpak effectief wordt gerealiseerd. De vernieuwde afspraken in het addendum zorgen ervoor dat regionale budgetten voor perceel 2 efficiënter en effectiever kunnen worden ingezet. Het mandaat voor de coördinerend behandelaar om de behandelduur zelfstandig te verlengen vermindert administratieve lasten en zorgt voor een verantwoorde inzet van jeugdhulp. Door behandelaren aanvullend te vergoeden binnen hun eigen budgetplafond, wordt de beschikbare capaciteit efficiënter verdeeld binnen de financiële kaders. En het continueren van jeugdhulp in perceel 2 bij meervoudige problematiek voorkomt zorgonderbrekingen en wachttijden, optimaliseert de behandelcapaciteit en versterkt de samenwerking in de uitvoering. Door de aanvullende afspraken tussen gemeenten en de zorgaanbieders in perceel 2 vast te leggen, borg je dat afspraken in de Overeenkomst van Opdracht blijven aansluiten bij de actuele praktijk en eventuele geschillen over de uitvoering van de overeenkomst worden voorkomen.
Kenmerk: 2025/262082
5/9
4. Onderbouwing voorstel 4.1. Het mandaat voor de coördinerend behandelaar om de behandelduur voor de producten Basis Jeugd-GGZ en Specialistische Jeugd-GGZ zelfstandig te verlengen, draagt bij aan administratieve lastenverlichting en verantwoorde inzet van jeugdhulp. Door de eerste en tweede verlenging door de coördinerend behandelaar te laten beoordelen, zonder extra goedkeuring van de wettelijk verwijzer, wordt de administratieve last voor zowel zorgaanbieders als verwijzers verminderd. De aanvraag verloopt via het berichtenverkeer, zodat de gestroomlijnde procedure behouden blijft, tijd wordt bespaard en langdurige trajecten door gemeenten gemonitord kunnen worden. De werkwijze sluit aan bij de bestaande afspraken, wat zorgt voor continuïteit en voorspelbaarheid voor behandelaars en gemeenten. Het streven is om tijdig passende jeugdhulp te bieden aan alle kinderen die dit nodig hebben, wat betekent dat behandelaren cliënten niet onnodig lang vasthouden. Daarom willen de gemeenten de behandelduur blijven monitoren om te voorkomen dat de gemiddelde zorgduur onnodig toeneemt. Hiervoor zijn aanvullende afspraken gemaakt die een verantwoorde verlenging waarborgen. Bij een tweede verlenging van het traject wordt een zelfassessment door de behandelaar toegevoegd aan het dossier, waarin wordt onderbouwd waarom verlenging noodzakelijk is.
Wanneer een traject na de tweede verlenging nog steeds niet kan worden afgerond, vindt een intensieve toetsing plaats door het CJG. De wijze waarop dit wordt uitgevoerd, ontwikkelen de zorgaanbieders en het CJG gezamenlijk. Verder hebben de samenwerkende gemeenten aandacht voor het creëren van alternatieven, zoals laagdrempelige begeleiding na afloop van een traject, om een verantwoorde uitstroom te faciliteren. 4.2. Door aanvullend behandelaren uit te betalen ten lasten van hun eigen budgetplafond, wordt de beschikbare capaciteit beter verdeeld binnen de bestaande financiële kaders. Momenteel kan een behandelaar samenwerken met anderen via onderaannemerschap, maar alleen de coördinerend behandelaar, die de verwijzing heeft ontvangen, mag declareren. Andere declaraties worden afgekeurd, waardoor onderaannemers door de coördinerend behandelaar betaald worden en hun kosten ten laste van diens budgetplafond komen. Dit is ooit ontstaan om grip te houden op de kosten, maar hierdoor bereiken bepaalde behandelaars sneller hun plafond, vooral wanneer zij vaker specialisten moeten inschakelen omdat ze een specifieke doelgroep bedienen. Dit leidt tot een scheve verdeling van de beschikbare zorgcapaciteit binnen perceel 2.
De nieuwe werkwijze voorkomt dat bepaalde behandelaars sneller hun budgetplafond bereiken door de inzet van extra specialisten, doordat aanvullende behandelaren worden uitbetaald ten laste van hun eigen budget. Daarbij geldt dat de basisbehandelduur van kracht blijft, binnen deze tijd kunnen aanvullende behandelaren worden ingezet die een contract hebben met de gemeenten. Er is
Kenmerk: 2025/262082
6/9
afgesproken dat de declaraties van de aanvullende behandelaren via specifieke berichtverkeercodes worden verwerkt, zodat in de data de werkwijze kan worden gevolgd. Deze aanpak verlaagt de drempel om specialisten te consulteren en draagt bij aan een flexibelere en kwalitatief betere jeugdhulpverlening, terwijl gemeenten zicht behouden op cliëntstromen en facturatie. Dit inzicht blijft essentieel voor contractmanagement voor sturing en monitoring. 4.3. Het continueren van jeugdhulp in perceel 2 bij meervoudige problematiek voorkomt zorgonderbrekingen en wachttijden, benut behandelcapaciteit beter en verbetert de samenwerking in de uitvoering. In de huidige werkwijze ontstaan knelpunten wanneer enkelvoudige zorg meervoudig wordt. Dit leidt tot zorgonderbrekingen en wachttijden bij de overgang van perceel 2 naar perceel 1, omdat er aanzienlijke wachtlijsten zijn bij aanbieders in perceel 1. Vanaf 2025 biedt de nieuwe werkwijze hiervoor een oplossing. Wanneer hulp enkelvoudig start en tijdens het traject meervoudig wordt, mag de aanbieder binnen perceel 2 de jeugdhulp voortzetten, mits dit verantwoord is. Is voortzetting binnen perceel 2 niet verantwoord, dan kan de jeugdhulp tijdelijk worden gecontinueerd in afwachting van zorg in perceel 1.
In dergelijke gevallen wordt een CJG-medewerker gekoppeld om gezinnen in deze overgangsfase extra te begeleiden gezien de verwijzing via hen loopt. Deze aanpak voorkomt zorgdiscontinuïteit bij de overgang van perceel 2 naar perceel 1. Een plotselinge behandelingsstop kan schadelijk zijn voor jeugdigen, en door deze werkwijze wordt continu monitoring gewaarborgd, ook bij complexe casussen met veiligheidsrisico’s. Jeugdigen hoeven niet onnodig lang te wachten op zorg en worden niet onnodig door de zorgstructuur geschoven. Daarnaast krijgen behandelaren in perceel 2 de regie en de mogelijkheid om andere gecontracteerde behandelaren in te schakelen, wat de flexibiliteit vergroot en onnodige doorverwijzingen voorkomt. Dit draagt bij aan een efficiënter gebruik van de beschikbare behandelcapaciteit. Uitgangspunt hierbij is dat de startende behandelaar de regiebehandelaar blijft. Tot slot wordt de samenwerking tussen perceel 2-behandelaars en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) versterkt. Door CJG-medewerkers als aanspreekpunt in te zetten, blijft kennis en expertise behouden, wat de kwaliteit van de zorgverlening verbetert. 5. Risico’s en kanttekeningen 5.1. Bij onvoldoende sturing krijgen kinderen niet tijdig de juiste jeugdhulp. Het doel is om tijdig passende jeugdhulp te bieden aan alle kinderen die dit nodig hebben.
Omdat het jeugdhulpbudget niet toereikend is, is het van groot belang om jeugdhulp verantwoord in te
Kenmerk: 2025/262082
7/9
zetten. De wijzigingen in de afspraken zijn zo ingericht dat gemeenten adequaat kunnen blijven sturen en monitoren, waarbij de instroom en uitstroom van cliënten, wachtlijsten en behandelduur bewaakt blijven, zonder extra administratieve lasten. In samenspraak met zorgaanbieders wordt de data geanalyseerd en geduid, zodat bijsturing mogelijk is. Door gemeenten de mogelijkheid te geven om beter te monitoren en bij te sturen, wordt het risico op oplopende wachtlijsten, langdurige behandeltrajecten en inefficiënte inzet van middelen verkleind. Daarnaast wordt het risico op extra administratieve lasten beperkt, zodat meer tijd en middelen kunnen worden besteed aan daadwerkelijke hulpverlening. Tot slot helpt de samenwerking met zorgaanbieders om tijdig in te grijpen bij knelpunten, waardoor de kwaliteit en beschikbaarheid van jeugdhulp beter gewaarborgd blijven. 5.2. Het verlagen van de drempel en extra inzet van behandelaren kan leiden tot een sneller uitgeput budget. De extra inzet van behandelaren wordt vergoed binnen het budgetplafond van de gecontracteerde aanbieder in perceel 2. Vanwege de wachtlijsten in perceel 1 kan de voortzetting van jeugdhulp bij meervoudige problematiek ertoe leiden dat het budget in perceel 2 sneller uitgeput raakt.
In het addendum is echter vastgelegd dat de gemeente als uitgangspunt hanteert dat de vastgestelde maximale bestedingsruimte per aanbieder gedurende het contractjaar niet wordt verhoogd, ook niet in het kader van de pilot. 5.3. Het aanpassen van de contractuele afspraken raakt de aanbestedingsregels Aanbieders die zich niet hebben ingeschreven, kunnen zich benadeeld voelen en de maatregelen aanvechten. Echter, het risico op bezwaar wordt als laag ingeschat. De maatregelen worden toegepast binnen een beperkte proefperiode. Mocht blijken dat er aanzienlijke bezwaren zijn die de huidige contracten in gevaar brengen, dan is het beëindigen van de proef als uiterste optie mogelijk. 6. Consequenties en uitvoering 6.1 Financiën Zowel de aanbieders als de gemeenten dragen de eigen kosten die zij maken binnen de samenwerking op grond van de overeenkomst. De kosten die de aanbieders voor zorg worden maken, vallen binnen de bestaande budgetplafonds. De budgetplafonds zijn leidend voor de aanbieders. Er zijn hierom geen extra financiële consequenties verbonden aan dit besluit. 6.2 Communicatie Het collegebesluit is openbaar. Naast de contract- en accountgesprekken zijn de betrokken stakeholders per brief geïnformeerd over de uitvoering hiervan. Er is een FAQ samengesteld, de uitvoeringsafspraken zijn vastgelegd, en de administratieve processen zijn via stroomschema’s verspreid.
Kenmerk: 2025/262082
8/9
6.3 Juridisch Een addendum is nodig om aanvullende samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en aanbieders vast te leggen. Zonder deze afspraken bestaat het risico op onduidelijkheid over de gezamenlijke dienstverlening en verantwoordelijkheden bij de uitvoering van de overeenkomst. Door de aanvullende afspraken in perceel 2 vast te leggen, wordt geborgd dat de Overeenkomst van Opdracht blijft aansluiten bij de actuele praktijk en eventuele geschillen over de uitvoering worden voorkomen. 6.4 Planning Na vaststelling van het addendum door de colleges van de gemeenten in de jeugdregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland, en mits alle colleges hetzelfde besluiten, volgt de ondertekening door de gemeenten en aanbieders in perceel 2. Evaluatie van de regeling vindt plaats in september 2025, zodat uiterlijk november 2025 wordt besloten over continuering van de nieuwe werkwijze. 7. Bijlagen Bijlage 1: Het addendum op de overeenkomst met afspraken over de aanpassingen werkwijze perceel 2 Bijlage 2: Volmacht
Kenmerk: 2025/262082
9/9
Collegebesluit
Onderwerp Brief Spaarne Gasthuis omtrent besluitvorming locatie Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 14 maart 2025
2025/325981 Carree, L. 1.3. Sociale basis MO Christiaans, M. mchristiaans@haarlem.nl Op woensdag 26 februari 2025 waren verschillende partijen, op uitnodiging van het Spaarne Gasthuis, aanwezig op een stakeholdersbijeenkomst die ging over de locatiekeuze van het ziekenhuis. Op dezelfde dag is er een technische sessie geweest voor de gemeenteraad van Zandvoort waarbij de voorzitter van de RvB toelichting gaf. Toch blijft het voor ons als gemeente onduidelijk waarop het besluit over de locatie voor concentratie gebaseerd is voor het Spaarne Gasthuis. Het college vindt het erg belangrijk dat niet alleen wordt gekeken naar efficiency voordeel maar dat ook aspecten als sociale toegankelijkheid en de toegankelijkheid van acute zorg (bovenregionaal) voor alle inwoners van de regio worden meegewogen. Het college verzoekt het Spaarne Gasthuis om in hun besluitvormingsproces een stap in te bouwen waarin wij als gemeenten de mogelijkheid krijgen om een zienswijze bij aan te dragen op het concept besluit. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad n.v.t. Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. In te stemmen met het versturen van de brief (bijlage 1) de secretatis,
Kenmerk: 2025/325981
de burgemeester
1/2
1. Inleiding Afgelopen maanden wordt er in verschillende gremia door het college gesproken over de locatie keuze waar het Spaarne Gasthuis voorstaat. Op woensdag 26 februari 2025 waren verschillende partijen, op uitnodiging van het Spaarne Gasthuis, aanwezig op een stakeholdersbijeenkomst die ging over de locatiekeuze van het ziekenhuis. Op dezelfde dag is er een technische sessie geweest voor de gemeenteraad van Zandvoort waarbij de voorzitter van de Raad van Bestuur toelichting gaf. 2. Besluitpunten college Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. In te stemmen met het versturen van de brief (bijlage 1) 3. Beoogd resultaat Met deze brief wordt gereageerd naar aanleiding van twee sessies op 26 februari jl., namelijk het ketenoverleg van het Spaarne Gasthuis en de technische sessie van de gemeenteraad van Zandvoort. Beide overleggen gingen over de keuze van locaties voor het verlenen van zorg door het Spaarne Gasthuis. Het college verzoekt het Spaarne Gasthuis om in hun besluitvormingsproces een stap in te bouwen waarin wij als gemeenten de mogelijkheid krijgen om een zienswijze bij aan te dragen op het concept besluit. 4. Argumenten Het blijft voor het college onduidelijk waarop het besluit over de locatie voor concentratie gebaseerd is.
Het college vindt het erg belangrijk dat niet alleen wordt gekeken naar efficiency voordeel maar dat ook aspecten als sociale toegankelijkheid en de toegankelijkheid van acute zorg (bovenregionaal) voor alle inwoners van de regio worden meegewogen. 5. Bijlagen 1. Collegebrief besluitvorming locatie gemeente Zandvoort
Kenmerk: 2025/325981
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
2/2