Collegebesluiten 24 september - 21 oktober 2024
Tekst van het document
Collegebesluiten 24 september - 21 oktober 2024 Document
Collegebesluit Aangaan convenant Regiodeal MRA West Beter in Balans
Titel
Collegebesluit Aangaan convenant Regiodeal MRA West Beter in Balans
Besluit B&W
24-09-2024
Document
Collegebesluit Opzeggen deelnemersovereenkomst Verpact
Titel
Collegebesluit Opzeggen deelnemersovereenkomst Verpact
Besluit B&W
01-10-2024
Document
Collegebesluit Voornemen uittreden uit de gemeenschappelijke regeling GBKZ
Titel
Collegebesluit Voornemen uittreden uit de gemeenschappelijke regeling GBKZ
Besluit B&W
24-09-2024
Document
Uitkomst haalbaarheidsstudie oostelijke ontsluiting Zandvoort (Verlengde Herman Heijermansweg)
Titel
Collegebesluit Uitkomst haalbaarheidsstudie oostelijke ontsluiting Zandvoort (Verlengde Herman Heijermansweg)
Besluit B&W
08-10-2024
Document
Collegebesluit Vestigen voorlopig voorkeursrecht percelen Badhuisplein Zandvoort
Titel
Collegebesluit Vestigen voorlopig voorkeursrecht percelen Badhuisplein Zandvoort
Besluit B&W
11-10-2024
Document
Collegebesluit Marap GBKZ 2024
Titel
Collegebesluit Managementrapportage (Marap) GBKZ 2024
Besluit B&W
15-10-2024
Collegebesluit
Onderwerp Aangaan convenant Regiodeal MRA West Beter in Balans Nummer 2024/1692699 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 4.3. Leefomgeving Afdeling PG Auteur Schouten, E. Telefoonnummer 06-31749519 Email eschouten@haarlem.nl Eerder dit jaar heeft het Rijk de propositie Regio Deal MRA West Beter in balans Kernboodschap geselecteerd voor een Regio Deal in de vijfde tranche. Het Rijk heeft daar maximaal € 20 miljoen voor gereserveerd. In het convenant zijn de afspraken tussen de betrokken gemeenten - Zandvoort, Haarlem, Haarlemmermeer, Beverwijk en Velsen - en andere partijen op hoofdlijnen vastgelegd voor de looptijd van de Regio Deal, vier jaar. In de propositie, en ook in het Convenant, staat het verbeteren van de leefbaarheid in de regio centraal.
Behandelvoorstel voor de raad
Nadat het convenant eind oktober 2024 door alle partijen en de minister van BZK is ondertekend, wordt deze gepubliceerd in de Staatscourant en kunnen de regiopartijen aan de slag met de uitvoering. Daartoe wordt een uitvoeringsagenda 2025-2028 opgesteld. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de raadscommissie.
Relevante eerdere besluiten
- Onderwerp: indienen eerste voorstel regiodeal "MRA West Beter in Balans" (2023/1750251)
Besluit college d.d. 24 september 2024
Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Het convenant Regio Deal MRA West Beter in balans aan te gaan 2. Wethouder Lars Carree te machtigen om het convenant namens de gemeente Zandvoort te ondertekenen de secretaris,
Kenmerk: 2024/1692699
de burgemeester,
1/4
1. Inleiding Medio februari heeft het Ministerie van BZK laten weten dat het voorstel ‘MRA West beter in balans’ is geselecteerd voor een Regio Deal in de vijfde tranche en dat het Rijk daar maximaal € 20 miljoen voor beschikbaar stelt. Via verschillende media is hierover gepubliceerd. Vervolgens zijn de raadsleden geïnformeerd tijdens de Radenbijeenkomst van Zuid-Kennemerland van 5 juni jl. Doel van de Regio Deal is de leefbaarheid in de regio te verbeteren en dat doet Zandvoort samen met Haarlem, Haarlemmermeer, Beverwijk en Velsen en tal van andere organisaties, waaronder de GGD, Hoogheemraadschap van Rijnland, Recreatieschap Spaarnwoude, Nationaal Park ZuidKennemerland, het RIVM en Ymere. Het hoofddoel is de gezondheid én sociale binding in onze regio te verbeteren en tegelijkertijd de natuurwaarden te versterken. De uitvoering richt zich op de volgende drie inhoudelijke doelen: 1. Inrichten van een groene, gezonde leefomgeving. 2. Stimuleren van een actieve en gezonde leefstijl. 3. Versterken sociale cohesie en bewustwording ten aanzien van gezondheid & groen & natuur. Daarnaast zijn er twee overkoepelende thema's: a. Nieuwe vormen van duurzame gebiedsfinanciering. b. Leren en ontwikkelen. De afgelopen periode heeft Zandvoort samen met de regiopartners en het Rijk gewerkt aan het Convenant Regio Deal MRA West Beter in Balans.
In dit convenant liggen de afspraken tussen Regio en Rijk op hoofdlijnen vast voor de looptijd van de Regio Deal, vier jaar. Na ondertekening maken de betrokken gemeenten en regionale partners aanspraak op de bijdrage van het Rijk en kan worden gestart met de uitvoering. 2. Besluitpunten college Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het convenant Regio Deal MRA West Beter in balans aan te gaan 2. Wethouder Lars Carree te machtigen om het convenant namens de gemeente Zandvoort te ondertekenen
Kenmerk: 2024/1692699
2/4
3. Beoogd resultaat Het Rijk stelt middelen beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners te verhogen op juist die plekken die een impuls kunnen gebruiken. Onderzoek wijst uit dat in het westelijk deel van de MRA een groot verschil is in brede welvaart tussen de verschillende wijken. In de meest kwetsbare wijken is sprake van een stapeling van problemen. Zo zijn de inkomens laag en blijft de gezondheid van veel inwoners achter bij het landelijk gemiddelde. De Rijk-regio-samenwerking en extra middelen uit de Regio Deal kunnen bijdragen aan het verbeteren van de brede welvaart aan de westkant van de MRA. Voor de gemeente Zandvoort ligt de focus op het verbeteren van de leefbaarheid van de (versteende) wijk Nieuw-Noord. Daarnaast richt de samenwerking binnen de Regio Deal zich op ontmoeting voor en tussen jong en oud. Juist voor Zandvoort als kleine gemeente, met een groot aantal bezoekers per jaar, hebben de maatregelen een grote regionale betekenis. 4. Argumenten 1. Dit besluit is de beste manier om het beoogd resultaat te bereiken Gemeenten en partners werken voor vijf zogenoemde ‘cases for change’ het Convenant uit gericht op de drie hierboven genoemde doelen. Een ‘case for change’ bestaat uit een of meer kwetsbare wijken binnen een gemeente, de standsrand en het buitengebied. Elke case wordt aangestuurd door de desbetreffende gemeente.
Die gemeente zorgt ervoor dat niet alleen de eigen projecten en ingrepen deel uitmaken van ‘case for change’, maar ook die van de partners. Daarnaast zijn er twee zogeheten “Cross over thema’s”. Dit zijn overkoepelende thema’s die voor alle betrokken partijen relevant zijn. 2. Het besluit past in het ingezet beleid De doelstellingen en inhoudelijke doelen vallen binnen het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Bij de uitwerking van de ‘case for change’ zal elk van de voorgenomen maatregelen en ingrepen worden getoetst of deze bijdragen aan die doelen, en aan de relevantie voor de regio. Met de Regio Deal willen Rijk en regiopartners een bijdrage leveren aan de Brede welvaart. Kern van de Regio Deal is Gezondheid - Groen - Samen (sociale cohesie); dat zijn de centrale thema’s. 3. Financiën Van de € 20 miljoen die het Rijk beschikbaar stelt is € 1,5 miljoen beschikbaar voor de ‘case for change’ Zandvoort (inclusief de partijen die deelnemen aan de ‘case for change’ Zandvoort). Uit de bestaande begroting hebben Zandvoort en de partners middelen beschikbaar om daar minimaal hetzelfde bedrag bij te leggen. Zo kunnen we samen meer mogelijk maken! Het aangaan van het convenant heeft geen financiële consequenties. De inzet van de bijdrage van het Rijk wordt volgend jaar verwerkt in de begroting 2025.
Kenmerk: 2024/1692699
3/4
4. Communicatie Direct na vaststelling van het convenant wordt daarover gecommuniceerd door Rijk en gemeenten en andere partijen. 5. Participatie en inspraak De Regio Deal wordt uitgewerkt conform het Zandvoortse participatie- en inspraakbeleid, waarbij wordt aangesloten op informatie uit eventuele eerdere participatie. Nieuwe voorstellen worden samen met inwoners vormgegeven. 5. Risico’s en kanttekeningen 1. Niet alle kwetsbare wijken komen aan bod De extra middelen van het Rijk helpen bij het verbeteren van de Brede welvaart, maar zijn in omvang begrensd. Op dit moment ligt het zoekgebied met name in de wijk Nieuw-Noord. 2. Beschikbare middelen en capaciteit vragen om een duidelijke scopeafbakening Niet alles wat noodzakelijk en gewenst is om de Brede welvaart de verbeteren is mogelijk. Soms omdat daar geen geld voor is, maar ook omdat het niet mogelijk is om alles binnen drie, hooguit vier, jaar uit te voeren. Dat vraagt erom dat goed wordt gekeken naar wat het meest bijdraagt aan de drie inhoudelijke doelen, en dat wordt getoetst op uitvoerbaarheid. Regionaal wordt de vinger aan de pols gehouden dat de bijdrage van het Rijk tijdig en goed wordt ingezet. Net als bij andere afspraken met het Rijk zullen middelen die niet tijdig of voor het afgesproken doel worden uitgegeven moeten worden terugbetaald aan het Rijk. 6.
Uitvoering Het convenant wordt eind oktober door de portefeuillehouder ondertekend. Samen met bewoners, partners, Rijk en andere betrokkenen wordt een programma- en uitvoeringsplan met concrete maatregelen en ingrepen opgesteld, passend binnen de beleidskaders en financiën van de gemeenten. 7. Bijlagen Geen
Kenmerk: 2024/1692699
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Opzeggen deelnemersovereenkomst Verpact Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 1 oktober 2024
2024/1690955 Hendriks, M. 5.1. Milieu BBOR Velthoven, J. van 0639290051 jvanvelthoven@haarlem.nl Begin 2024 heeft de VNG de Ketenovereenkomst Verpakkingen met Verpact opgezegd. Een uitvloeisel van deze overeenkomst is de Deelnemersovereenkomst die de gemeente Zandvoort heeft afgesloten met Verpact. In navolging van het opzeggen van de ketenovereenkomst door de VNG, zegt de gemeente de deelnemersovereenkomst op. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. 2020250909 Samenwerkingsovereenkomst aangaan Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De Deelnemersovereenkomst behorende bij de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020 – 2029 op te zeggen de secretaris,
Kenmerk: 2024/1690955
de burgemeester,
1/3
1. Inleiding In 2019 hebben de VNG en Verpact (voorheen Stichting Afvalfonds Verpakkingen) afspraken gemaakt over de invulling van de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV), zoals de kostenvergoeding voor gemeenten voor de inzameling van verpakkingsafval. Er is geconstateerd dat een aantal afspraken uit de overeenkomst achterblijft bij de verwachting. Zo stijgt bijvoorbeeld de afkeur van PMD voor verwerking en worden acceptatievoorwaarden steeds strenger. Dat heeft geresulteerd in een motie van de gemeente Losser (e.a.), die tijdens de algemene ledenvergadering (ALV) van de VNG van 1 december 2023 is aangenomen. In de motie roept de ALV het bestuur op om samen met de NVRD (Nederlandse Vereniging van Reinigingsdiensten) met Verpact in gesprek te gaan om te komen tot nieuwe gedragen afspraken. Om uitvoering te geven aan deze motie moest het VNG-bestuur voor 1 mei bij Verpact aangeven de Ketenovereenkomst Verpakkingen niet te willen verlengen per 1 januari 2025. Daartoe heeft het bestuur op 24 april jl. besloten. De overeenkomst zal daarmee in zijn huidige vorm eindigen per 31 december 2024. Elke gemeente in Nederland heeft echter ook een individuele deelnemersovereenkomst met Verpact (voorheen Afvalfonds Verpakkingen/Nedvang) gesloten, voortvloeiend uit de Ketenovereenkomst.
Hierin liggen de keuzes die het ketenmodel biedt per gemeente vastgelegd, bijvoorbeeld op het gebied van verslaglegging richting Verpact. 2. Besluitpunten college Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De Deelnemersovereenkomst behorende bij de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2022 – 2029 op te zeggen 3. Beoogd resultaat De gemeente zegt de Deelnemersovereenkomst met Verpact op. Hiermee wordt een collectief signaal afgegeven aan Verpact. Het uiteindelijke resultaat is een verbeterde overeenkomst tussen de VNG en Verpact. 4. Argumenten 1. Juridische grondslag ontbreekt Met het opzeggen van de Ketenovereenkomst, vervalt de juridische grondslag voor de individuele Deelnemersovereenkomst. Het is verstandig om zekerheidshalve deze wel expliciet te beëindigen. Door het niet verlengen van de Ketenovereenkomst, is er geen grondslag meer voor de vergoedingen. Het niet opzeggen van de Deelnemersovereenkomst is geen garantie dat Zandvoort in
Kenmerk: 2024/1690955
2/3
2025 alsnog een vergoeding krijgt. Deze wordt namelijk jaarlijks vastgesteld. De verantwoordelijke werkgroep komt niet meer bij elkaar nu de Ketenovereenkomst is opgezegd. De verwachting is dat er een overbrugging komt tot een nieuwe ketenovereenkomst in werking treedt. De individuele overeenkomst kan gemeenten nog wel verbinden aan de bijbehorende rapportageverplichtingen aan Verpact. Door het opzeggen van deze deelnemersovereenkomst, wordt de gemeente expliciet ontheven van deze administratieve verplichting. 2. Solidariteit De Deelnemersovereenkomst wordt door een groot deel van de gemeenten opgezegd. Het opzeggen van de Deelnemersovereenkomst is niet noodzakelijk, maar geeft een duidelijk signaal aan Verpact dat de huidige manier van samenwerken niet voldoet. Doordat een groot deel van de gemeenten de overeenkomst opzegt wordt ook het mandaat van de onderhandelaars die namens de VNG optreden versterkt. Andere gemeenten, waaronder Amsterdam en de Haarlemmermeer, hebben eenzelfde voorstel ter besluitvorming voorliggen of reeds positief besloten. 5. Risico’s en kanttekeningen Gezien bovenstaande en het feit dat er geen juridische grondslag (de Ketenovereenkomst) is om de Deelnemersovereenkomst in stand te houden, lijken de risico’s om de Deelnemersovereenkomst op te zeggen beperkt.
Dit neemt niet weg dat met het opzeggen van de Ketenovereenkomst door de VNG, de grondslag voor het uitkeren van de PMD vergoeding ontbreekt. Dit heeft tot risico dat de gemeente € 75.000 minder inkomsten heeft. De verwachting was dat gedurende dit jaar een nieuwe overeenkomst met Verpact zou worden gesloten. Gezien de recente aanstelling van een onafhankelijk voorzitter van de onderhandelingen, is het onwaarschijnlijk dat de nieuwe overeenkomst voor 1 januari 2025 kan worden ondertekend. Als het niet lukt om de afspraken per 1 januari te laten ingaan, zal in het overleg met het ministerie van I en W en Verpact een overgangsperiode (overbrugging) moeten worden afgesproken. 6. Uitvoering Bij akkoord, wordt bijgevoegde opzeggingsbrief ondertekend door de burgemeester en aan Verpact verzonden. 7. Bijlagen Concept opzeggingsbrief
Kenmerk: 2024/1690955
3/3
Collegebesluit
Onderwerp Voornemen uittreden uit de gemeenschappelijke regeling GBKZ Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2024/1734918 Bluijs, G.J. 7.1 Lokale belastingen en heffingen CC Moolen, J. van der 023-5114863 jvandermoolen@haarlem.nl Samen met de deelnemende gemeenten (Bloemendaal en Heemstede) van de gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (GBKZ) is opdracht gegeven de toekomstbestendigheid van de GBKZ te onderzoeken. Het onderzoek is uitgevoerd door ANG en heeft geleid tot een rapport waarin een analyse is gemaakt van de kosten, kwetsbaarheid, kwaliteit en governance. In het rapport is de aanbeveling gedaan om de variant 2 en 4 (toetreding tot Cocensus). Zowel Bloemendaal als Heemstede willen dit op dit moment niet verder onderzoeken. Zandvoort ziet voordelen op basis van prijs-kwaliteitverhouding, een verdere harmonisatie van de werkprocessen belastingen en heffingen met gemeente Haarlem en ontzorgd worden door een grote gespecialiseerde uitvoeringsorganisatie.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad, zodat de raad geïnformeerd is over het rapport Toekomstbestendigheid GBKZ en de vervolgstappen. Bestuursopdracht onderzoek samenwerking belastingen (2021/383083 d.d. 27 juli 2021), Raadsinformatiebrief Bestuursopdracht onderzoek samenwerking gemeentelijke belastingen d.d. 22 juli 2021, Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid 2018 (2018/765580) in de raad van 18 december 2018, Gemeenschappelijke regeling ambtelijke samenwerking Zandvoort-Haarlem (Z2017-001508) in de raad van 26 juni 2017. Opdracht onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (GBKZ) (2024/453091 d.d. 26 maart 2024)
Relevante eerdere besluiten
Kenmerk: 2024/1734918
1/6
Besluit College d.d. 24 september 2024
Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De adviezen uit het rapport “Toekomstbestendigheid GBKZ” van ANG over te nemen; a. Variant 2 te onderzoeken; b. Ter opvolging van het advies een “offerte” aan de gemeenschappelijke regeling Cocensus op te vragen; c. Verzoek aan GBKZ een berekening te laten opstellen t.a.v. de kosten van de uittreding (volgens de gemeenschappelijke regeling GBKZ via een extern bureau); d. Bij het bespreken van de voorwaarden van de betaling van deze kosten de mogelijkheid te betrekken waarbij Bloemendaal en Heemstede alsnog besluiten tot opheffing van GBKZ te betrekken; e. De gevolgen voor de Haarlemse organisatie in beeld brengen. 2. Vooruitlopend hierop het voornemen te hebben per 31 december 2026 uit de gemeenschappelijke regeling GBKZ te treden en toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling Cocensus per 1 januari 2027 onder voorbehoud van: a. Een positieve business case Cocensus; b. De toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten van GBKZ; c. toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten van Cocensus om toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling Cocensus. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding De heffing en inning van gemeentelijke belastingen en heffingen en de uitvoering van de Wet onroerende zaken wordt voor Zandvoort uitgevoerd door GBKZ (Gemeentelijke belastingen Kennemerland Zuid). Na het uittreden van gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude uit GBKZ in 2019 is de omvang van deze samenwerking geslonken en is door de deelnemende gemeenten besloten te onderzoeken hoe de schaalgrootte vergroot kon worden. Diverse pogingen hebben niet geleid tot het uitbreiden of aanpassen van de gemeenschappelijke regeling. Bij de deelnemende gemeenten was behoefte aan een heroriëntatie. Daarom hebben de deelnemende gemeenten van GBKZ in maart 2024 besloten om de toekomstbestendigheid van GBKZ te laten onderzoeken waarbij
Kenmerk: 2023/680827
2/6
verschillende varianten met elkaar worden vergeleken. Het onderzoek is afgerond en heeft geleid tot een rapport met conclusies en aanbevelingen. 2. Besluitpunten college 1. De adviezen uit het rapport “Toekomstbestendigheid GBKZ” van ANG over te nemen; a. Variant 2 te onderzoeken; b. Ter opvolging van het advies een “offerte” aan de gemeenschappelijke regeling Cocensus op te vragen; c. Verzoek aan GBKZ een berekening te laten opstellen t.a.v. de kosten van de uittreding (volgens de gemeenschappelijke regeling GBKZ via een extern bureau); d. Bij het bespreken van de voorwaarden van de betaling van deze kosten de mogelijkheid te betrekken waarbij Bloemendaal en Heemstede alsnog besluiten tot opheffing van GBKZ te betrekken; e. De gevolgen voor de Haarlemse organisatie in beeld brengen. 2. Vooruitlopend hierop het voornemen te hebben per 31 december 2026 uit de gemeenschappelijke regeling GBKZ te treden en toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling Cocensus per 1 januari 2027 onder voorbehoud van: a. Een positieve business case Cocensus; b. De toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten van GBKZ; c. toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten van Cocensus om toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling Cocensus. 3.
Beoogd resultaat Door te besluiten de adviezen uit het onderzoeksrapport “Toekomstbestendigheid GBKZ” op te volgen, kunnen de gevolgen van het eventueel uittreden uit GBKZ en toetreden tot Cocensus in beeld worden gebracht. Naast de financiële gevolgen moeten ook eventuele gevolgen voor bijvoorbeeld het uitvoeringsbeleid, de basisregistraties en de organisatie van de gemeente Haarlem in beeld gebracht te worden. Eindresultaat dient toereikend te zijn om een definitief besluit te nemen over uittreding GBKZ en toetreding tot Cocensus. Het besluit het voornemen tot uittreden te hebben wordt genomen om te voldoen aan de 2 jaar opzegtermijn. 4. Argumenten Na het uittreden van gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude is de omvang van het samenwerkingsverband geslonken en is het niet gelukt om nieuwe kandidaat(en) tot het verband te laten toe treden. De schaalgrootte van GBKZ is hiermee klein geworden. Dit zet de continuïteit van de processen onder druk en het leidt tot stijgende uitvoeringskosten. In belangrijke mate komt hiermee de prijs/kwaliteitsverhouding onder druk te staan. In maart 2024 hebben de deelnemende gemeenten samen besloten om de toekomstbestendigheid van GBKZ te laten onderzoeken waarbij verschillende varianten met elkaar zijn vergeleken. Het onderzoek is afgerond en heeft geleid tot een rapport met conclusies en aanbevelingen.
Kenmerk: 2023/680827
3/6
Er zijn 5 varianten in beeld gebracht. Variant 1 is het voortzetten van de huidige situatie, deze vormt het referentiepunt voor de andere varianten. Bij variant 2 wordt GBKZ voortgezet door Bloemendaal en Heemstede. Variant 3 betreft een samenwerking gemeentebelastingen Bollenstreek (centrumregeling). Variant 4 betreft alle drie de gemeenten sluiten aan bij Cocensus en bij variant 5 sluiten alle drie de gemeenten aan bij BSGR (openbaar lichaam). In het rapport wordt aanbevolen variant 2 en 4 verder te onderzoeken. 1. De adviezen uit het rapport “Toekomstbestendigheid GBKZ” van ANG over te nemen Uit het onderzoek blijkt dat GBKZ wel toekomstbestendig is, maar dat de kosten op basis van object en inwoner voor GBKZ beduidend hoger zijn dan voor de andere onderzochte belastingorganisaties en dat de organisatie kwetsbaarder is dan de grotere organisaties. De aanbeveling uit het onderzoek is om varianten 2 en 4 verder te onderzoeken. Zowel Bloemendaal als Heemstede hebben naar aanleiding van het rapport aangegeven op dit moment geen verder onderzoek te willen plegen. Hiermee vervalt variant 4 (alle drie de gemeenten aansluiten bij Cocensus). Zandvoort heeft zorgpunten ten aanzien van de kwetsbaarheid, kosten en kwaliteit en wil hierin verbeteren.
Daarom wordt voorgesteld de aanbeveling uit het rapport op te volgen en variant 2, waarbij Zandvoort uit de gemeenschappelijke regeling GBKZ treedt en toetreedt tot Cocensus verder uit te werken. Op basis van het rapport “Toekomstbestendigheid GBKZ” verwachten wij dat uit de business case zal blijken dat het inbesteden van de diensten bij Cocensus voordeliger is. Wij zien dit als een voordeel, omdat dit onder andere ook doorwerkt in de woonlastendruk. Het heeft namelijk positieve gevolgen voor de berekening van de tarieven voor rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Uit het rapport blijkt ook dat de digitale dienstverlening ruimer is bij grotere uitvoeringsorganisaties zoals Cocensus. Dit weegt op tegen de fysiek nabijheid van Bloemendaal. Ook voor wat betreft kwetsbaarheid worden voordelen gezien. Cocensus is een organisatie die gespecialiseerd is in het belastingvak en die voor meerdere gemeenten de taken op het gebied van WOZ en belastingen uitvoert. Door de grotere schaal van werken, zijn alle functies minimaal dubbel bezet en is de continuïteit van de organisatie gewaarborgd. Daarnaast kan toetreden tot Cocensus efficiencyvoordelen opleveren vanwege harmonisatie met Haarlem. Voor Haarlem worden deze werkzaamheden grotendeels uitgevoerd door Cocensus.
Op dit moment zijn ruim 10 afdelingen namelijk in meer of mindere mate betrokken bij het belastingproces en vindt er regie en controle op de taken en bevoegdheden van twee gemeenschappelijke regelingen plaats in plaats van één gemeenschappelijke regeling. In de gemeenschappelijke regeling GBKZ is het volgende opgenomen:
Kenmerk: 2023/680827
4/6
•
•
De financiële gevolgen van uittreding komen voor rekening van de uittredende gemeente. Onder deze gevolgen wordt in ieder geval verstaan het ontstaan van wachtgeldverplichtingen en de toename van de kosten als bedoeld in artikel 9, eerste lid van deze regeling. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen van uittreding als bedoeld in lid 4, wordt voorafgaande aan die uittreding door de deelnemende gemeenten gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor de gemeenten bindend. De kosten van het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.
Volgens deze artikelen uit de GR GBKZ zijn de kosten voor de uittredende gemeente. Gezien het gelopen gezamenlijk traject met Bloemendaal en Heemstede de afgelopen jaren vinden wij het logisch bij de voorwaarden voor betaling van deze kosten de situatie te bespreken waarbij Bloemendaal en Heemstede alsnog besluiten tot opheffing van GBKZ. 2. het voornemen te hebben per 31 december 2026 uit de gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (GBKZ) In de gemeenschappelijke regeling GBKZ is over uittreding onder andere het volgende opgenomen: • Uittreding vindt niet eerder plaats dan per 31 december van enig jaar, met inachtneming van een termijn van aanzegging aan de andere gemeenten van ten minste twee jaar. Hoewel uit de business case zal moeten blijken of Zandvoort uit de gemeenschappelijke regeling GBKZ zal treden, is gekozen om te besluiten het voornemen te hebben uit te treden, zodat 1 januari 2027 haalbaar is. Voor de business case dienen diverse zaken te worden uitgezocht, waarbij ook externen partijen betrokken zijn. Hierdoor is het niet zeker dat er een besluit kan worden genomen eind van het jaar. Voor het definitief toetreden en uittreden dienen uiteindelijk ook de betrokken gemeenteraden toestemming te verlenen. 5.
Risico’s en kanttekeningen Algemeen financieel risico Bij wijzigingen in samenwerkingsverbanden dient rekening gehouden te worden met uittredingskosten, toetredingskosten en transitiekosten. GBKZ Dit besluit kan voor de medewerkers van GBKZ een periode van onzekerheid betekenen. Daarom is het belangrijk tijdig duidelijkheid te kunnen geven.
Kenmerk: 2023/680827
5/6
Cocensus Gezien de samenwerking met gemeente Haarlem is er eerder overleg geweest met Cocensus. Cocensus heeft aangegeven dat er bereidbaarheid is Zandvoort op te nemen in de gemeenschappelijke regeling. Omdat het gaat om een gedeeltelijke overgang van taken die uitgevoerd worden door GBKZ (alleen Zandvoort), gaat Cocensus bij een definitief toetreden van Zandvoort vanwege de extra werkzaamheden waarschijnlijk vacatures openstellen, waar medewerkers van GBKZ op kunnen solliciteren. 6. Uitvoering De raad, de deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling GBKZ, gemeente Haarlem en Cocensus worden geïnformeerd. Zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling wordt een deskundige ingeschakeld door de deelnemende gemeenten van GBKZ om de financiële gevolgen van de uittreding te bepalen. De kosten hiervan zijn voor Zandvoort. Daarnaast worden de gevolgen in beeld gebracht voor de overstap naar Cocensus. Vervolgens worden de uitkomsten meegenomen bij de definitieve besluitvorming door het college en raad. Conform artikel 1 van de Wgr hebben de colleges de bevoegdheid tot het wijzigen van een bestaande gemeenschappelijke regeling. Bij het treffen van een regeling tussen colleges hebben raden het recht een zienswijze naar voren te brengen bij een ontwerpregeling.
Voordat de colleges een besluit nemen over het daadwerkelijk wijzigen van de regeling, vragen zij hiervoor toestemming van de gemeenteraden. Als alle gemeenteraden toestemming hebben gegeven voor wijziging van de regelingen, nemen de colleges een voorlopig besluit om de regelingen te wijzigen en dienen de regelingen gepubliceerd te worden. 7. Bijlagen Bijlage 1 Rapport Onderzoek toekomstbestendigheid GBKZ door ANG Bijlage 2 Collegebesluit Bloemendaal: Resultaten onderzoek naar de toekomstbestendigheid GBKZ Bijlage 3 Collegebesluit Heemstede: Resultaten onderzoek naar de toekomstbestendigheid GBKZ Bijlage 4 Brief aan Bloemendaal (kopie aan GBKZ) Bijlage 5 Brief aan Heemstede Bijlage 6 Brief aan Cocensus
Kenmerk: 2023/680827
6/6
Collegebesluit
Onderwerp Uitkomst haalbaarheidsstudie oostelijke ontsluiting Zandvoort (Verlengde Herman Heijermansweg) Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2024/1588364 Hendriks, M. 4.3. Leefomgeving BBOR Halteren, P. van 06 42635717 pvanhalteren@haarlem.nl Ingenieursbureau RHDHV heeft voor de gemeente een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van een nieuwe oostelijke ontsluiting van Zandvoort, voorheen Herman Heijermansweg genoemd. De haalbaarheid van een dergelijke nieuwe ontsluiting is op de volgende aspecten onderzocht: • Natuur, stikstof, kabels en leidingen, water en ecologie, • Impact op de verkeersstromen binnen Zandvoort, • Inpassing, schetsontwerp en globale kostenraming, • Stakeholdersanalyse in beperkte vorm. De uitkomst is dat een nieuwe oostelijke ontsluiting niet haalbaar is. Met name de gevolgen van stikstof van een nieuwe weg door Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura2000 is dusdanig dat hiervoor geen (Europese) toestemming voor verleend zal worden. Ook is gebleken dat voor het optimale wegtracé een deel van het terrein van het Kostverlorenpark en Kennemer Golf & Countryclub benut moet worden wat niet haalbaar lijkt te zijn.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. De raad /commissie is bij aanvang van de start van deze haalbaarheidsstudie geïnformeerd. De uitkomst van deze studie is belangrijk voor het afronden van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP) en het vervolg van de verkeersmaatregelen in Zandvoort. De onhaalbaarheid van een nieuwe oostelijke ontsluiting betekent dat de optimalisatie van de bereikbaarheid van Zandvoort (Nieuw-) Noord op een andere wijze ingevuld zal moeten worden.
Relevante eerdere besluiten
.
Kenmerk: 2024/1588364
1/4
Besluit college d.d. 8 oktober 2024
Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Kennis te nemen van de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek oostelijke ontsluiting Zandvoort (zie bijlage 1), 2. In te stemmen met de uitwerking van het GVVP 2025 – 2040, zonder de onderzochte mogelijkheid van een Verlengde Herman Heijermansweg. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding In het coalitieakkoord en de omgevingsvisie Zandvoort is de ambitie neergelegd om aan de oostkant van Zandvoort een nieuwe ontsluitingsweg (de Verlengde Herman Heijermansweg) te realiseren. Hierdoor zou het op andere plekken (Kostverlorenstraat) in Zandvoort rustiger, veiliger en schoner worden. Tevens verbetert hiermee de ontsluiting en bereikbaarheid voor de nieuwe woningbouw, met name die in Nieuw Noord. Om de haalbaarheid van een dergelijke ambitie te onderzoeken is afgelopen periode een opdracht gegeven aan een ingenieursbureau (RHDHV). Dit bureau heeft de haalbaarheid van een dergelijke nieuwe ontsluiting op de volgende aspecten onderzocht: • • • •
Natuur, stikstof en ecologie, Impact op de verkeersstromen binnen Zandvoort, Inpassing, schetsontwerp en globale kostenraming, Stakeholdersanalyse in beperkte vorm.
Deze vier onderdelen zijn op hoofdlijnen uitgewerkt, voldoende om invulling te geven aan de opzet van een globaal haalbaarheidsonderzoek. Het onderzoek heeft voldoende informatie opgeleverd om de conclusie op te baseren dat een nieuwe oostelijke ontsluiting van Zandvoort de komende jaren niet haalbaar is. Alleen als er op Europees niveau heel veel wijzigt, met betrekking tot de stikstofregelgeving, zou de aanleg van nieuwe weginfrastructuur door bestaand (gelabeld) natuurgebied mogelijk kunnen worden. 2. Besluitpunten college Besluit: 1. Kennis te nemen van de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek Oostelijke ontsluiting Zandvoort (zie bijlage 1), 2. In te stemmen met de uitwerking van het GVVP 2025 – 2040, zonder de onderzochte mogelijkheid van een Verlengde Herman Heijermansweg.
Kenmerk: 2024/1588364
2/4
3. Beoogd resultaat Het beoogde resultaat van dit besluit biedt duidelijkheid voor het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP). Hiermee kan het GVVP de komende maanden afgerond worden, waarbij het uitgangspunt is dat er geen nieuwe oostelijke ontsluitingsweg komt om de bereikbaarheid van Zandvoort (Nieuw) Noord te verbeteren. Deze gewenste verbetering moet dus gezocht worden in aanpassingen van de bestaande infrastructuur. Zo wordt dit opgenomen in de nog op te stellen uitvoeringsagenda behorende bij het GVVP en waarmee de komende jaren aan de slag wordt gegaan. 4. Argumenten Een nieuwe oostelijke ontsluitingsweg zou volgens het haalbaarheidsonderzoek de verkeersdruk in Zandvoort verminderen. Er is een ontwerp mogelijk dat goed inpasbaar is, met een ongelijkvloerse spoorkruising en een aansluiting op de bestaande wegenstructuur in Nieuw-Noord. Maar de beperkingen vanwege bestaande wet- en regelgeving op het gebied van natuurbescherming zijn groot. Niet alleen stikstof is een belemmering, ook de natuurwaarden in dit gebied en de positie van de stakeholders aan het toekomstige tracé zouden een snelle realisatie in de weg staan. Het tracéonderzoek heeft uitgewezen dat de ligging, zoals nu wordt voorgesteld, het optimaalst is.
Andere routes die bestudeerd zijn leiden tot een veel langere en duurdere weg, geen logische aantakking in Nieuw-Noord en veel meer doorsnijding van de gevoelige natuur. Groot nadeel van het nu gekozen tracé is de noodzaak om grondgebied van het Kostverlorenpark en de Golfbaan te gebruiken. In de gesprekken met deze stakeholders werd duidelijk dat zij niet aan dit project zullen meewerken. Daarnaast zijn de investeringskosten hoog en voor de toekomst onzeker gezien de periode dat het zou duren om een dergelijke weg aan te leggen. Ook zijn niet alle mogelijke kostendragers in de huidige raming opgenomen waardoor de totale investeringskosten nog hoger uit zouden kunnen vallen. Participatie en inspraak Er is gesproken met de voor deze fase relevante stakeholders, waarbij duidelijk is dat er een aantal voorstanders is, maar zeker ook tegenstanders van een dergelijke ontsluiting. Voor deze fase is dit voldoende geweest om hier een beeld van te krijgen. Als nadere uitwerking aan de orde zou zijn, dan zou uiteraard met alle belanghebbenden gesproken gaan worden. De stakeholders waar nu mee is gesproken worden rechtstreeks over dit besluit geïnformeerd en krijgen de eindrapportage digitaal toegezonden. 5. Risico’s en kanttekeningen Er lijken geen mogelijkheden, binnen afzienbare tijd, om de stikstofproblematiek op te lossen.
De gemeente kan hier weinig in organiseren, dit zijn vraagstukken op provinciaal, nationaal en Europees niveau. Het optimisme dat nog weleens in het nieuws komt dat het wel mee valt met de stikstofproblematiek wordt voor dit project niet gedeeld. Juist doordat de natuur gelabeld is (Natura2000, Natuur Netwerk Nederland) geeft aan dat verstoring hiervan niet mogelijk is zonder
Kenmerk: 2024/1588364
3/4
aanzienlijke compensatie in de directe omgeving van Zandvoort is de conclusie van het onderzoeksbureau RHDHV. Deze compensatie is niet in de noodzakelijke directe omgeving te vinden. Mocht er de komende jaren hierin wel stappen gemaakt worden dan is dat een mogelijke aanleiding om nogmaals de haalbaarheid op dit punt onder de loep te nemen. Los daarvan blijft dan de discussie met de partijen die over hun grondgebied een eventuele nieuwe weg krijgen. 6. Uitvoering Gezien de uitkomsten van dit haalbaarheidsonderzoek komt dit project niet verder tot nadere uitwerking en realisatie. Communicatie Omdat in eerdere beleidsstukken, zoals de omgevingsvisie Zandvoort, al een (globale) opname van een dergelijke ontsluiting was opgenomen en nu blijkt dat deze niet mogelijk is, wordt hierover vanuit de gemeente actief gecommuniceerd via een nieuwsbericht op de gemeentesite. 7. Bijlagen Bijlage 1: Rapport Oostelijke Ontsluiting Zandvoort definitief 27 augustus 2024.
Kenmerk: 2024/1588364
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Vestigen voorlopig voorkeursrecht percelen Badhuisplein Zandvoort Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2024/1880682 J.J. de Kloet 4.1 Wonen en ruimtegebruik PCM ten Berge, F 0235115734 ftenberge@haarlem.nl Om te voorkomen dat de gronden direct worden verkocht aan een andere partij, en zodoende regie te houden op de gewenste en beoogde herontwikkeling van het Badhuisplein, wordt voorgesteld om op de percelen die zijn gelegen binnen dit gebied, voor zover deze niet in eigendom zijn van de gemeente, het voorlopig voorkeursrecht te vestigen. Dit voorkeursrecht moet binnen 3 maanden door de gemeenteraad worden bekrachtigd.
Behandelvoorstel voor de raad
Zie bijlage
Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 11 oktober 2024
Vaststelling stedenbouwkundige visie (2021-619534, 21 december 2021) Het college van burgemeester en wethouders Besluit: - Ingevolge het bepaalde in artikel 9.1 lid 2 Omgevingswet, de gronden gelegen aan het Badhuisplein te Zandvoort, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende kadastrale tekening en perceelslijst (de onroerende zaak met locatie Badhuisplein 7/7A te Zandvoort, waarop de vestiging van het voorkeursrecht betrekking heeft, kadastraal bekend is als gemeente Zanvoort, sectie C, nummer(s) 6401, 6486, 6487, 6712 en 67214), voorlopig aan te wijzen als gronden waarop het voorkeursrecht van toepassing is; - Aan de gemeenteraad voor te stellen om, in aansluiting op deze voorlopige aanwijzing, ingevolge artikel 9.1 lid 1 onder c. Omgevingswet, de hiervoor onder 1. bedoelde gronden aan te wijzen als gronden waarop het voorkeursrecht van toepassing is;
Kenmerk: 2024/188068
1/7
-
Indien in het kader van de hoorplicht, ingevolge artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb), door belanghebbenden geen zienswijzen worden ingediend tegen het raadsvoorstel, dit voorstel ongewijzigd ter besluitvorming aan de raad voor te leggen.
de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding De gemeenteraad van Zandvoort heeft in december 2021 de ideeën (visie) voor de transformatie van het Badhuisplein vastgesteld. Het Badhuisplein is een centrale plek in het dorp. Het is ook de overgang van het centrum van het dorp, via de Kerkstraat, naar de boulevard. Het is belangrijk dat het Badhuisplein niet alleen goed is voor het toerisme in Zandvoort, maar ook voor het leven in en de economie van het dorp zelf. Daarom wil de gemeente deze plek mooier maken met nieuwe gebouwen, ruimte voor winkels en horeca, en een afwisselende inrichting van het plein zelf. Ook levert dit extra woningen op, binnen de eisen van het Woningbouwprogramma Zandvoort 2019-2025. De gronden in het gebied zijn in eigendom bij verschillende eigenaren. De gemeente is eigenaar van de openbare ruimte (het Badhuisplein) en van de gronden die zijn gelegen aan de noordkant van het plein. De grond aan de zuidkant van het plein is in eigendom van een projectontwikkelaar. Holland Casino is eigenaar van de grond waarop het casino is gevestigd. Aangezien Holland Casino recent te kennen heeft gegeven de vestiging in Zandvoort vanaf februari 2025 te sluiten, is het wenselijk om voor deze gronden een nieuwe stedenbouwkundige visie te ontwikkelen.
Door het sluiten van het casino ontstaat er wellicht een mogelijkheid om deze locatie op een andere manier, bijvoorbeeld in de vorm van de realisatie van extra woningen, bij de herontwikkeling van het Badhuisplein te betrekken. Om te voorkomen dat, voordat er door de gemeente voor deze gronden een nieuwe stedenbouwkundige visie is vastgesteld, de gronden in handen komen van een ontwikkelaar en/of een speculant, wordt het (voorlopig) voorkeursrecht gevestigd. Dit voorkeursrecht zorgt ervoor dat de gemeente een voorkeurspositie heeft op het moment dat de grond (en/of zakelijke rechten) wordt(en) verkocht. De grond moet dan eerst aan de gemeente worden aangeboden. De gemeente beoordeelt dan of zij van dit aanbod gebruik wenst te maken.
Kenmerk: 2024/
2/7
Om zoveel mogelijk regie te houden op de gewenste toekomstige ontwikkeling van het gebied, is besloten om het voorkeursrecht niet alleen te vestigen op de gronden die in eigendom zijn van Holland Casino maar ook op de overige gronden in het gebied waarvan de gemeente zelf nog geen eigenaar is. Dit betekent dat ook de gronden van de projectontwikkelaar in het vestigen van het (voorlopig) voorkeursrecht zijn betrokken. 2. Besluitpunten college 1. Ingevolge het bepaalde in artikel 9.1 lid 2 Omgevingswet, de gronden gelegen aan het Badhuisplein te Zandvoort, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende kadastrale tekening en perceelslijst (de onroerende zaak met locatie Badhuisplein 7/7A te Zandvoort, waarop de vestiging van het voorkeursrecht betrekking heeft, kadastraal bekend is als gemeente Zanvoort, sectie C, nummer(s) 6401, 6486, 6487, 6712 en 67214), voorlopig aan te wijzen als gronden waarop het voorkeursrecht van toepassing is; 2. Aan de gemeenteraad voor te stellen om, in aansluiting op deze voorlopige aanwijzing, ingevolge artikel 9.1 lid 1 onder c. Omgevingswet, de hiervoor onder 1. bedoelde gronden aan te wijzen als gronden waarop het voorkeursrecht van toepassing is;
3. Indien in het kader van de hoorplicht, ingevolge artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb), door belanghebbenden geen zienswijzen worden ingediend tegen het raadsvoorstel, dit voorstel ongewijzigd ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. 3. Beoogd resultaat Om de gewenste/beoogde herontwikkeling van het Badhuisplein, onder regie van de gemeente te kunnen realiseren, en het gebied de benodigde kwaliteitsimpuls te geven, wil de gemeente, als één van de eigenaren en/of beperkt gerechtigden zijn eigendommen en/of zakelijke rechten te koop aanbiedt, de mogelijkheid hebben om deze percelen en/of zakelijke rechten te verwerven. De bedoeling is dat de beoogde/gewenste herontwikkeling, bij voorkeur in samenwerking met de huidige eigenaren, voor zover zij hiertoe zelf in staat en bereid zijn, wordt gerealiseerd. Mocht dit niet lukken dan behoudt de gemeente, middels de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, in ieder geval de regie over de herontwikkeling. Door de vestiging van het voorkeursrecht wordt prijsopdrijving voorkomen en wordt voorkomen dat door versnipperd grondeigendom, de haalbaarheid van de herontwikkeling van het gebied onder druk komt te staan.
4. Argumenten
Kenmerk: 2024/
3/7
4.1 Snelle voorbescherming door het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht Voorgesteld wordt om op grond van artikel 9.1 lid 2 Omgevingswet een voorlopig voorkeursrecht te vestigen. Dit is de snelste manier om een situatie van ‘voorbescherming’ te realiseren. Dit voorlopige voorkeursrecht vervalt van rechtswege drie maanden na de dagtekening van het besluit, tenzij voor dat tijdstip een raadsbesluit tot aanwijzing (op grond van artikel 9.1 lid 1 onder c Omgevingswet) in werking treedt. 4.2 Bekrachtiging voorlopig voorkeursrecht door de gemeenteraad Het vestigen van het voorkeursrecht door de gemeenteraad heeft de volgende voordelen: Vergroten regierol gemeente Door het vestigen van het voorkeursrecht behoudt en vergroot de gemeente de regie over de gewenste herontwikkeling van het gebied. Het voorkeursrecht is één van de instrumenten waarvan de gemeente in (de uitoefening van haar) grondbeleid, gebruik kan maken. Een actieve rol van de gemeente is onder meer mogelijk als de zij grip heeft op de verwerving en uitgifte van de grond. Door het vestigen van het voorkeursrecht, is de eigenaar verplicht om bij een voorgenomen verkoop van de grond, deze eerst aan de gemeente aan te bieden. Alleen als de gemeente geen gebruik maakt van deze mogelijkheid tot aankoop, kan de eigenaar de grond aan een derde verkopen (“vervreemden”).
Daarmee kan de gemeente haar regierol bij de herontwikkeling van het Badhuisplein vastleggen en behouden voor de toekomst. Voorkomen van prijsopdrijving Het vestigen van het voorkeursrecht voorkomt prijsopdrijvende effecten als gevolg van eventuele strategische aankopen door marktpartijen. Prijsopdrijving kan nadelige gevolgen hebben voor het kostenverhaal c.q. de uitvoerbaarheid van het plan. 4.3 Indienen zienswijzen belanghebbenden Belanghebbenden kunnen tegen de vestiging van het voorkeursrecht door de raad zienswijzen indienen. Deze belangenafweging komt pas aan de orde bij de (definitieve) aanwijzing door de raad. In deze belangenafweging kunnen de eventuele, zeer specifieke, op de individuele situatie van de eigenaar toegespitste belangen, door de raad worden meegewogen. Om deze belangen kenbaar te maken worden de eigenaren, en eventuele andere belanghebbenden, in de gelegenheid gesteld om, ingevolge artikel 4:8 Awb, een zienswijze in te dienen tegen het raadsvoorstel. De afweging van het algemeen belang, dat is gediend met de herontwikkeling van het gebied, zal in het algemeen echter zwaarder wegen dan het individuele belang van de betrokken eigenaren.
Kenmerk: 2024/
4/7
Bij de beoordeling van de zienswijzen weegt mee dat de wetgever bij de totstandkoming van de Wet voorkeursrecht gemeente (“Wvg”/oud), die sinds 1 januari 2024 is opgegaan in de Omgevingswet, al rekening heeft gehouden met de belangen van eigenaren en beperkt gerechtigden. Immers, er is sprake van een uitgebreide rechtsbescherming en bestaande rechtsverhoudingen worden bij de vestiging van het voorkeursrecht voldoende gerespecteerd. Voorts geldt dat de gerechtigden een reële (marktconforme) prijs zullen ontvangen als de gronden uiteindelijk aan de gemeente worden verkocht. 5. Risico’s en kanttekeningen Aan het vestigen van het (voorlopig) voorkeursrecht is ook een aantal risico’s verbonden: 5.1 Het voorlopige voorkeursrecht wordt niet tijdig door de raad bekrachtigd Om de aanwijzing en daarmee de aanbiedingsplicht voor de betrokken eigenaar te laten voortduren, is het noodzakelijk dat de raad tijdig het voorlopige voorkeursrecht bekrachtigd. Zoals aangeven moet dit gebeuren binnen 3 maanden na de inwerkingtreding van het collegebesluit. Gebeurt dit niet, of niet tijdig, dan kan gedurende 2 jaar geen nieuw voorkeursrecht worden gevestigd tenzij het voorlopig voorkeursrecht niet (tijdig) is ingeschreven in de openbare registers. In dat geval is het namelijk niet in werking getreden en zou het opnieuw gevestigd kunnen worden.
Om ervoor te zorgen dat het raadsbesluit tijdig wordt genomen, is er draaiboek met een planning opgesteld. Drie maanden lijkt een ruime periode, maar daarbinnen zit de termijn voor het indienen van zienswijzen van 4 weken. Als er zienswijzen worden ingediend, is ook een extra collegebesluit nodig. Als het draaiboek met de daarin opgenomen planning, strikt wordt toegepast, is het risico dat de raad niet tijdig een besluit neemt gering. De raad moet bij de vestiging van het (definitieve) voorkeursrecht natuurlijk een eigen (politiek/bestuurlijke) afweging maken. 5.2 Ruime planologische gebruiksmogelijkheden Het vestigen van het voorkeursrecht op basis van een planologisch voornemen is slechts mogelijk als aan de locatie in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan. Op grond van het geldende omgevingsplan (“Middenboulevard 2009”) zijn op deze locatie al ruime bouw-en gebruiksmogelijkheden, waaronder wonen, toegestaan zodat de functie in beginsel niet afwijkt van het huidige gebruik.
Bij de parlementaire behandeling van de Wvg is echter tot uitdrukking gebracht dat de voorkeursregeling niet zo beperkt behoeft te worden opgevat dat deze alleen zou kunnen worden toegepast wanneer sprake is van een bestemming voor wezenlijk andere
Kenmerk: 2024/
5/7
gebruiksvormen. Ook wanneer de nieuwe bestemming voorziet in een vergelijkbaar, maar bijvoorbeeld intensiever gebruik dan het bestaande, zal van een afwijkend gebruik kunnen worden gesproken. Dit is ook neergelegd in vaste rechtspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dit geval kunnen door middel van de andere toegedachte functie in de voorkeursrechtbeschikking de bouwmogelijkheden op de locatie worden aangepast en/of de gebruiksmogelijkheden juist worden ingeperkt zodat alleen nog wonen mogelijk is. Er wordt niet tijdig een omgevingsvisie of programma vastgesteld of het omgevingsplan treedt te laat in werking Het besluit van de raad tot aanwijzing vervalt van rechtswege na drie jaar, tenzij daarvoor een omgevingsvisie of een programma is vastgesteld of een omgevingsplan in werking is getreden. Ook in dat geval kan gedurende 2 jaar geen nieuw voorkeursrecht worden gevestigd. Als tijdig een omgevingsvisie of een programma is vastgesteld of een omgevingsplan in werking is getreden, blijft het voorkeursrecht van rechtswege gelden tot uiterlijk drie jaar na vaststelling van de omgevingsvisie of een programma respectievelijk vijf jaar na inwerkingtreding van het omgevingsplan.
Financiële gevolgen Wanneer één van de eigenaren tot verkoop van de gronden (en/of zakelijke rechten) wil overgaan, zullen deze gronden (en/of zakelijke rechten) eerst aan de gemeente te koop moeten worden aangeboden. Op dat moment ontstaan, als de gemeente besluit om tot aankoop over te gaan, pas financiële gevolgen. In voorbereiding hierop, kunnen de aan te wijzen percelen worden getaxeerd en kan een concept grondexploitatie worden uitgewerkt om de financiële haalbaarheid van de gewenste toekomstige planologische situatie inzichtelijk te maken. Voor het vestigen van het voorkeursrecht is dit echter niet verplicht. 6. Uitvoering Na het collegebesluit wordt aan de eigenaren een bekendmaking gestuurd. Hiermee worden de eigenaren geïnformeerd over: - de voorlopige aanwijzing door het College en de betekenis daarvan; - de mogelijkheid voor belanghebbenden om hiertegen bezwaar te maken; - de ter visielegging van het raadsvoorstel tot aanwijzing van de gronden;
Kenmerk: 2024/
6/7
-
de mogelijkheid voor belanghebbenden om hiertegen een zienswijze in te dienen.
Daarnaast wordt het besluit tot voorlopige aanwijzing gepubliceerd in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website waarbij kennis wordt gegeven van de tervisielegging van het collegebesluit (met bijlagen). De (voorlopige) aanwijzing treedt in werking nadat het is ingeschreven in de openbare registers. Dit moet gebeuren binnen 4 dagen nadat het vestigen van het (voorlopig) voorkeursrecht bekend is gemaakt. Binnen 3 maanden na het collegebesluit moet het voorlopige voorkeursrecht door de gemeenteraad worden bekrachtigd. Om ervoor te zorgen dat dit tijdig gebeurt, dient de raad hierover op uiterlijk 16 december 2024 een besluit te nemen. 7. Bijlagen -
Kadastrale tekening en perceelslijst Raadsvoorstel
Kenmerk: 2024/
7/7
Collegebesluit
Onderwerp Marap GBKZ 2024 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 15 oktober 2024
2024/1863806 Bluijs, G.J. 7.1. Lokale belastingen & heffingen CC Moolen, J. van der 14 023 jvandermoolen@haarlem.nl In de Marap (managementrapportage) van Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (GBKZ) wordt gerapporteerd over de periode januari t/m juni 2024. In de Marap staat de cijfermatige informatie over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de opgedragen belastingtaken volgens het Bedrijfsplan GBKZ 2024. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland-Zuid 2018 (laatst gewijzigd 4 juni 2024, 2024/970502), Bedrijfsplan GBKZ 2024 (2023/2117485 van 23 januari 2024). Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Kennis te nemen van de Marap GBKZ 2024. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding Zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland-Zuid rapporteert GBKZ over de uitvoering van het bedrijfsplan over de periode januari t/m juni uiterlijk in september. De stuurgroep heeft de Marap op 26 september 2024 vastgesteld. In deze Marap wordt per onderwerp ingegaan in hoeverre de gestelde doelen in het bedrijfsplan gehaald zijn.
Kenmerk: 2024/1863806
1/2
2. Besluitpunten college 1. Kennis te nemen van de Marap GBKZ 2024. 3. Beoogd resultaat Het college van B&W en de raad te informeren over de uitvoering van het Bedrijfsplan GBKZ 2024. 4. Argumenten In de Marap staat de informatie over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de opgedragen belastingtaken zoals opgenomen in het Bedrijfsplan GBKZ 2024. Afwijkingen ten opzichte van de begroting worden in de Decemberrapportage opgenomen. 5. Risico’s en kanttekeningen WOZ bezwaren Er is een sterke afname van het aantal WOZ bezwaren t.o.v. het landelijke piekjaar 2023. De inschatting is dat de daling voor een groot deel het gevolg is van de maatregelen van de landelijke overheid om de vergoeding aan de No-cure-no-pay (NCNP) bureaus meer in overeenstemming te brengen met de daarvoor gepleegde inspanningen en om de vergoeding voortaan uit te keren aan de inwoner (i.p.v. aan het NCNP bureau). Hiermee is de prikkel voor de NCNP bureaus om hun diensten om niet aan te bieden kleiner geworden. Inmiddels ligt er echter een gerechtelijke uitspraak die een verhogend effect heeft op de vergoeding. Onzeker is daarom of de ingezette daling permanent zal zijn. Financiële gevolgen Door extra kosten voor onder andere ICT (taxatiepakket, verplichte wijzigingen vanuit de waarderingskamer, robotisering parkeren) dient rekening gehouden te worden met € 55.000 overschrijding.
Daarnaast is er een risico dat het personeelsbudget overschreden gaat worden (pm). 6. Uitvoering Op de Marap GBKZ 2024 volgt het jaarverslag inclusief jaarrekening van GBKZ. 7. Bijlagen Bijlage 1. Marap GBKZ 2024
Kenmerk: 2024/1863806
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
2/2