Collegebesluiten 17 september - 13 oktober 2025
Tekst van het document
Collegebesluiten actief naar de raad gestuurd tussen 17 september en 13 oktober 2025 Document
Collegebesluit Evaluatie en verlenging overeenkomsten gespecialiseerde jeugdhulp (perceel 1)
Titel
Collegebesluit Evaluatie en verlenging overeenkomsten gespecialiseerde jeugdhulp (perceel 1)
Besluit B&W
23-09-2025
Document
Collegebesluit Opvang asielzoekers- uitvoering opgave Spreidingswet
Titel
Collegebesluit Opvang asielzoekers uitvoering opgave Spreidingswet
Besluit B&W
01-10-2025
Document
Collegebesluit Ter inzage leggen ontwerpwijziging omgevingsplan deelgebied Zandvoort Centrum
Titel
Collegebesluit Ter inzage leggen ontwerpwijziging omgevingsplan deelgebied Zandvoort Centrum
Besluit B&W
07-10-2025
Collegebesluit
Onderwerp Evaluatie en verlenging overeenkomsten gespecialiseerde jeugdhulp (perceel 1) Nummer 2025/656164 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 2.2. Voorzieningen jeugd Afdeling JOS Auteur Termorshuizen, S. Telefoonnummer 06 18610859 Email stermorshuizen@haarlem.nl Kernboodschap De contracten voor specialistische jeugdhulp in perceel 1 zijn geëvalueerd. Uit deze evaluatie, uitgevoerd door KPMG, zijn knelpunten en oplossingsrichtingen naar voren gekomen. Voorgesteld wordt om de contracten met de consortia in perceel 1 te verlengen met 3 jaar, waarna er op basis van de evaluatie verder gewerkt kan worden aan verbeteringen in de jeugdhulp in Zuid-Kennemerland en IJmond. Behandelvoorstel voor Het college stuurt het collegebesluit ter actieve informatie naar de raad. de raad Hiermee voldoet het college aan een toezegging van wethouder Carree om de raad te informeren over de evaluatie van de gespecialiseerde jeugdhulp in perceel 1. Relevante eerdere besluiten
-
-
-
-
Opinienota- Verwervingsstrategie jeugdhulp vanaf 2022 (2021/46735) in gemeenteraad van 10-03-2021 Raadsstuk-Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond (2021/327598) in gemeenteraad van 28-09-2021 en op raadsnet geplaatst op 29-09-2021 Collegebesluit- Definitieve verwervingstrategie jeugdhulp vanaf 2022 (2021/46909) in B&W-vergadering van 28-09-2021 en op raadsnet geplaatst op 29-09-2021 Collegebesluit- Pre-selectiedocument regionale verwerving jeugdhulp (2021/539390) in B&W-vergadering van 12-10-2021 Raadsstuk-Addendum bij de Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond (2021/596533) in gemeenteraad van 15-02-2022 Collegebesluit-Inkoopprocedure voor de verwerving van de jeugdhulp (2022/937877) in B&W-vergadering van 12-07-2022 en op raadsnet geplaatst op 15-07-2022 Collegebesluit- Samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp ZuidKennemerland en IJmond (2024/1653362) in B&W-vergadering van 22-102024 en op raadsnet geplaatst op 22-10-2024 Collegebesluit- Addendum innovatiefonds Regionale Jeugdhulp’ (2024/2079258) in B&W vergadering van 17-12-2024 en geplaatst op raadsnet op 19-12-2024.
Kenmerk: 2025/656164
1/7
Besluit college d.d. 23 september 2025
Raadsinformatiebrief- Innovatiebudget Jeugdhulp (maart 2025) (2025/404668) in B&W-vergadering van 15-04-2025 en op raadsnet geplaatst op 15-04-2025 Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. In te stemmen met de verlenging van de Overeenkomst van Opdracht meervoudige specialistische jeugdhulp met de gecontracteerde consortia voor specialistische jeugdhulp in perceel 1 voor de duur van 3 jaar. 2. Wethouder L. Carree te machtigen om namens het college de contractverlenging te ondertekenen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Sinds 2023 hebben de zeven gemeenten in de jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond (ZKIJ) een nieuwe inrichting van het jeugddomein geïmplementeerd. Er zijn twee percelen ingekocht: perceel 1 waarbinnen de specialistische jeugdhulp voor meervoudige hulpvragen wordt uitgevoerd en perceel 2 waarbinnen specialistische jeugdhulp voor enkelvoudige hulpvragen wordt uitgevoerd. In perceel 1 zijn vier consortia (samenwerkingsverbanden van aanbieders) gecontracteerd en deze worden bekostigd met een lumpsum. De contractperiode is drie jaar met twee keer een verlengingsoptie van drie jaar. In het derde jaar en in het zesde jaar vindt een evaluatie plaats op de prestaties van de gecontracteerde strategische partners, zoals vastgesteld in Artikel 2, lid 1 van de Samenwerkingsovereenkomst. De evaluatie van de eerste periode is inmiddels afgerond en voorgesteld wordt om de overeenkomsten binnen perceel 1 te verlengen. 2. Beoogd resultaat Hoewel er belangrijke stappen zijn gezet, is het transformatieproces nog niet voltooid. Gezien de complexiteit van het stelsel, de diversiteit aan betrokken partijen en de omvang van de opgave, kunnen niet alle verbeterpunten op korte termijn worden gerealiseerd. Het betreft een lerend systeem, waarin ruimte is voor reflectie, bijstelling en gezamenlijke ontwikkeling.
Aan de hand van het Programmaplan Jeugdhulp ZKIJ wordt er gewerkt aan een realistische en gefaseerde aanpak van de opgaves binnen de jeugdhulp ZKIJ. Zo ontstaat er een route naar een sterker, consistenter en toekomstbesteding jeugdhulpstelsel in ZKIJ. Dit kunnen de gemeenten niet alleen. Hierom wordt voorgesteld om de huidige samenwerking met de consortia voort te zetten voor tenminste 3 jaar en de leer- en verbeterpunten uit het onderzoek van KPMG gezamenlijk uit te voeren aan de hand van een programmaplan Jeugdhulp ZKIJ.
Kenmerk: 2025/656164
2/7
Ook kunnen de jeugdigen voor de duur van de verlenging van de contracten in ieder geval gebruik blijven maken van de huidige voorzieningen. 3. Onderbouwing voorstel Evaluatie overeenkomsten perceel 1 Het bureau KPMG is door de jeugdhulpregio’s ZKIJ gevraagd een evaluatieonderzoek naar het functioneren van de consortia uit te voeren, ter voorbereiding op de verlenging van de overeenkomsten voor specialistische jeugdhulp voor meervoudige hulpvragen (perceel 1) in 2026. Het onderzoek dient als onderbouwing voor het nemen van een besluit over eventuele voortzetting van de huidige overeenkomsten. De evaluatie was gericht op het functioneren van de consortia binnen de regio ZKIJ. De prestaties van de consortia kunnen echter niet los gezien worden van het functioneren van het gehele stelsel in de regio. Betrokken partijen zijn onder andere de gemeenten, Centrum Jeugd en Gezin (CJG) en andere ketenpartners. Ieder heeft zijn eigen rol en verantwoordelijkheid in het stelsel. Wijze van evaluatie De evaluatie is uitgevoerd aan de hand van deskresearch, diepte-interviews en bijeenkomsten met vertegenwoordigers van gemeenten, consortia en ketenpartners zoals het CJG en het onderwijs. Het deskresearch bestond uit het verzamelen van basisinformatie uit openbare bronnen en een gerichte data-uitvraag bij de consortia en gemeenten.
Hierbij zijn onder andere aanbestedingsstukken, visiedocumenten, financiële jaarverslagen en overige relevante informatie opgevraagd. Ook het AEF rapport, adviezen van de lokale participatieraden en landelijke rapporten van Rijksoverheid, Jeugdautoriteit en de deskundigencommissie Hervormingsagenda zijn als bron gebruikt. Er zijn interviews gehouden met relevante partijen waaronder vertegenwoordigers consortia, CJG en de directeur van een gecertifieerde instelling. Aan het einde van het onderzoek zijn de resultaten besproken en gevalideerd met de betrokken partijen. Daarbij is hetgeen wat opgehaald is naast de landelijke ontwikkelingen gelegd. Ook is er gekeken naar gezamenlijke leer- en verbeterpunten. Voor de volledigheid is het rapport van KPMG als bijlage toegevoegd. De afgelopen jaren is de vraag naar jeugdhulp toegenomen. Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals prestatiedruk, complexe scheidingen en mentale druk op jongeren spelen hierin een belangrijke rol. Tegelijkertijd is er een groeiend tekort aan professionals, waardoor hulp niet altijd tijdig of op de juiste plek beschikbaar is. De stijgende druk op het systeem vraagt om een gezamenlijke inspanning met betrokken professionals om de jeugdhulp toekomstbestendig in te richten.
Met de nadruk op preventie, het versterken van gezinnen en hun netwerk en de gezamenlijke verantwoordelijkheid, zodat we jongeren en hun ouders duurzaam kunnen ondersteunen bij het opgroeien. Waarbij ook oog is voor de Hervormingsagenda Jeugd en de Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg.
Kenmerk: 2025/656164
3/7
Jeugdhulpstel ZKIJ Met het nieuwe stelsel is de gewenste en geadviseerde beweging in de regio in gang gezet. Het model en inrichting sluiten goed aan bij de landelijke context waarin de jeugdzorg zich op dit moment bevindt. Tegelijkertijd zijn er enkele uitgangspunten te herzien en dient er tijd en aandacht besteed te worden aan het nog steviger neerzetten van het stelsel met de partners nu en voor in de toekomst. Ontwikkelingen in cijfers in ZKIJ De gemeenten hebben een regionaal dashboard ontwikkeld en valideren continu de onderliggende data samen met de consortia. Voor het meten van wachttijden hanteren de gemeenten de definitie van de periode tussen het moment van toewijzing van zorg (toewijzingsbericht) en de daadwerkelijke start van de zorg (startbericht) binnen het berichtenverkeer. Op het moment dat de startberichten niet tijdig worden verstuurd kan er een vertekend beeld ontstaan van de wachttijd. De wachttijden verschillen sterk per consortium en per zorgproduct. Voor een aantal zorgproducten is de wachttijd in de jeugdhulpregio (te) lang. Ook in andere regio’s en op landelijk niveau zijn de wachttijden (te) lang. Er wordt aan triage gedaan. Dit betekent dat, waar nodig, de hulpvraag wordt beoordeeld door zorgprofessionals die op basis van hun expertise en criteria de mate van urgentie bepalen. Indien nodig wordt gekeken of snellere routes mogelijk zijn.
Er wordt onder andere gewerkt met overbruggingszorg en wachtlijstbeheer. In een aantal gevallen blijkt dat de ondersteuning/hulp Product
regio ZKIJ
Zandvoort
2024
2025
2024
2025
GGZ specialistisch
271
333
14
13
Behandeling individueel
64
93
0
3
Begeleiding ambulant
52
76
0
1
Dyslexie
62
46
1
2
GGZ basis
107
45
4
1
Behandeling groep
30
20
0
3
Begeleiding groep
4
18
0
0
Verblijfstype 1
6
10
0
1
Pleegzorg
6
9
1
1
Kinderen uit de knel
3
1
1
0
Verblijfstype 2
0
1
0
0
Vervoer
3
1
0
0
op andere manieren geboden wordt (onder andere via het eigen netwerk), soms neemt de ondersteuningsvraag in de tussentijd af. Tabel 1: aantal cliënten op de wachtlijst op de wachtlijst 2024 en 2025, voor regio ZKIJ en Zandvoort (meetmoment juni 2025)
Kenmerk: 2025/656164
4/7
Geen aanmeldstop Er is geen sprake van een aanmeldstop bij de consortia. De eenmalige tegemoetkoming implementatiekosten is door alle consortia gebruikt om kinderen op de wachtlijst te helpen. In totaal zijn hiermee ongeveer 250 kinderen geholpen. Zowel de landelijke cijfers als de cijfers uit onze jeugdhulpregio ZKIJ onderstrepen de noodzaak tot transformatie: de druk op het systeem neemt toe, terwijl de beschikbare capaciteit onder druk staat. De combinatie van de toenemende vraag, beperkte middelen, en maatschappelijke veranderingen vraagt om een koerswijziging richting preventie, samenwerking en structurele hervormingen — precies waar de gemeenten uit ZKIJ op inzetten. Advies en aanbevelingen KPMG Met de invoering van het nieuwe stelsel is de gewenste en geadviseerde beweging in de regio in gang gezet. Het model en inrichting sluiten goed aan bij de landelijke context waarin de jeugdzorg zich op dit moment bevindt. Tegelijk zijn er enkele uitgangspunten, zoals bepalingen in het contract dat elk consortium een volledig zorgaanbod moeten organiseren, te herzien om zo beter aan te sluiten bij de beschikbare budgetten en gevraagd aanbod in de regio. Daarnaast dient er tijd en aandacht besteed te worden aan het nog steviger neerzetten van het stelsel met de partners nu en voor in de toekomst.
In het kort zijn de aanbevelingen uit het rapport als volgt: - De invoering van de lumpsumbekostiging is in lijn met landelijke ontwikkelingen en beleidsdoelen. In de praktijd wordt deze bekostigingsvorm nog onvoldoende taakgericht benut. - De Regiovisie Jeugdhulp IJmond en Zuid-Kennemerland wordt breed gedragen. Er is behoefte aan duidelijkere sturingsafspraken, heldere taakafbakening en verantwoordingslijnen. Aanscherping van de Regiovisie is hierom van belang. - De samenwerking tussen gemeenten en consortia is in ontwikkeling. Er is een beweging zichtbaar van een klassieke opdrachtgever-opdrachtnemer relatie naar een meer strategisch partnerschap. - De huidige contracten laten op dit moment ruimte voor interpretatie, wat heeft geleid tot onduidelijkheid over verwachtingen en taken, met als gevolg knelpunten in de uitvoering. De basis van het nieuwe stelsel is gelegd en sluit aan bij de landelijke hervormingsagenda Jeugd. De aanbeveling is om verder uitwerking te geven aan: 1. De afbakening van taken en verantwoordelijkheden. 2. De inrichting van de bekostigingsstructuur die aansluit bij taakgerichte ambities, inclusief complexe casuïstiek. 3. De verbetering van sturingsinformatie en governance, met aandacht voor een duidelijke verdeling van rollen en mandaten.
Kenmerk: 2025/656164
5/7
Wat is reeds in gang gezet? De evaluatie laat zien dat het Jeugdhulpstel in de jeugdhulpregio's ZKIJ volop in ontwikkeling is en er wordt gewerkt aan een koerswijziging aan de hand van een regionaal programmaplan Jeugdhulp ZKIJ. De leer- en verbeteren punten uit de evaluatie zijn opgenomen in een uitvoerend programmaplan. Het programmaplan bestaat uit verschillende programmalijnen met bijbehorende opgaves; 1. Een robuuste regionale jeugdhulporganisatie met een gedeelde bestuursstructuur, passende governance en legitimiteit; 2. De kwaliteit van de bedrijfsvoeringsonderdelen en dienstverlening verbeteren, om beter te kunnen sturen op de korte- en langetermijneffecten van de ingezette koers op Jeugd; 3. Een dynamische Strategische Samenwerkingsagenda Jeugd 2025-2027, met gedeeld eigenaarschap van gemeenten en samenwerkingspartners om daarmee tot gedragen en werkzame oplossingen te komen voor knelpunten in de gehele Jeugdhulp keten. Het programmaplan biedt de regio een gestructureerde aanpak, prioritering in de verschillende deelopdrachten en daarmee een verdere ontwikkeling van ons jeugdhulpstelsel. Daarbij zijn ook de budgetverantwoordelijkheid en het mandaat ten aanzien van de gestelde doelen en bijbehorende rollen vastgelegd. 4.
Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Gemeenten zijn op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdhulp en bepalen/ stellen het beleid hierop vast. In de regio ZKIJ werken gemeenten voor de Jeugdzorg, na het doorlopen van een aanbesteding, samen met verschillende jeugdhulpaanbieders en vier consortia. Met elkaar staan we aan de lat voor een dekkend en samenhangend zorglandschap. Met de invoering van het nieuwe stelsel is de gewenste en geadviseerde beweging binnen de regio in gang gezet. Tegelijkertijd zijn er enkele uitgangspunten die vanuit de evaluatie moeten worden herzien en dient er tijd en aandacht aan besteed te worden aan het nog steviger neerzetten van het stelsel met de partners nu en voor in de toekomst. Indien de contracten niet worden verlengd kan er geen beweging komen in het huidige stelsel en kan de problematiek oplopen. Om dit risico te beheersen zijn er in 2024 en 2025 maatregelen genomen en is er een start gemaakt met een regionaal Programmaplan Jeugdhulp ZKIJ. De uitgangspunten die vanuit de evaluatie worden herzien zijn een onderdeel van het Programmaplan Jeugdhulp ZKIJ.
Kenmerk: 2025/656164
6/7
4.2 Kanttekeningen Alternatieven Het alternatief is om de overeenkomsten niet te verlengen. Door het niet verlengen van de overeenkomsten zijn gemeenten niet in staat om een dekkend en samenhangend zorglandschap te waarborgen. Daarnaast betekent dit dat de regio ZKIJ geen robuuste jeugdhulp regio is. Ten slotte zal er een nieuwe aanbestedingstraject moeten worden uitgevoerd, wat niet haalbaar is voor het aflopen van deze contractperiode. Financiën De wijze van de lumpsumfinanciering is in de huidige meerjarenbegroting opgenomen. Het verlengen van de contracten heeft geen financiële impact. Zowel de individuele consortia als de gemeenten dragen de eigen kosten die zij maken binnen de samenwerking op grond van de verlenging van de Overeenkomst van Opdracht. Participatie Naast de uitvoerende samenwerkingspartners (zoals CJG, consortia en onderwijs) zijn ook de participatieraden uit de IJmond en Zuid-Kennemerland bevraagd naar hun bevindingen. Op 4 juni 2025 is het bureau KPMG in gesprek gegaan met een afvaardiging van de participatieraden. Dit om zo de verbeterpunten en leerpunten bij elkaar te brengen en de samenwerking en dienstverlening aan de jeugdigen en gezinnen te versterken. 5.
Consequenties en uitvoering Na vaststelling van de verlenging van de overeenkomsten in de colleges van de gemeenten in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond, volgt de ondertekening door de gemeenten en de consortia. 6. Bijlagen Bijlage 1 - Rapport Evaluatie Lumpsumovereenkomst ZKIJ
Kenmerk: 2025/656164
7/7
Collegebesluit
Onderwerp Opvang asielzoekers: uitvoering opgave Spreidingswet Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/684381 Bluijs, G.J. 2.3. Opvang, wonen en herstel MO Buisman, S./ Esselink, H. sbuisman@haarlem.nl De “Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen” (hierna: spreidingswet) werd per 1 februari 2024 van kracht. Op 20 december 2024 stelde de Minister van asiel en migratie het verdeelbesluit Noord-Holland 2024 vast waarin Zandvoort werd opgedragen 94 asielopvangplekken mogelijk te maken. Besloten wordt om de opgave van Zandvoort op tijdelijke basis in te vullen door middel van het continueren van de 50 opvangplekken die al langere tijd door het COA worden gebruikt in het Hotel NH Zandvoort. Dit aantal kan worden aangevuld met 44 opvangplekken die met de gemeente Velsen per periode van 6 maanden worden uitgeruild voor de huisvesting van gemiddeld 4,4 statushouders in Zandvoort. Op deze wijze kan Zandvoort op korte termijn voldoen aan de wettelijke opgave. Afhankelijk van de landelijke politieke ontwikkelingen na de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025 zal worden beoordeeld of er op meer structurele basis opvangplekken in Zandvoort gerealiseerd moeten worden.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt het besluit ter actieve informatie naar de raad.
Relevante eerdere besluiten
De raad is eerder geïnformeerd middels de informatienota ‘Uitvoering Spreidingswet en alternatieve locatie voor Oekraïense ontheemden’ d.d. 1 juli 2025
Kenmerk: 2025/684381
1/6
Besluit college d.d. 30 september 2025
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Over te gaan tot een uitruil met de gemeente Velsen voor het opvangen van 44 asielzoekers in ruil voor de huisvesting van 4,4 statushouders per half jaar tot een nieuw verdeelbesluit van kracht is. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding De Spreidingswet werd per 1 februari 2024 van kracht. Krachtens deze wet droeg de Minister van asiel en migratie in het Verdeelbesluit Noord-Holland van 20 december 2024 (bijlage 1) aan de gemeente Zandvoort op om 94 asielopvangplekken mogelijk te maken. Het kabinet Schoof dat op 2 juli 2024 aantrad nam in het regeerakkoord het voornemen op om de Spreidingswet zo spoedig mogelijk in te trekken. Eerder leidde in het voorjaar van 2023 een voorstel tot het aanwijzen van een gedeelte van het overloopterrein P-de Zuid voor het realiseren van duurzame opvangplekken voor asielzoekers in Zandvoort, tot maatschappelijke weerstand waarna de gemeenteraad besloot dit voorstel niet te steunen en het college opdracht te geven tot het afwachten van de landelijke wetgeving. Nadat de spreidingswet daadwerkelijk van kracht geworden was maar het kabinet Schoof al spoedig daarna het voornemen tot intrekking bekend maakte, besloot het college tot temporisering van de voorbereidingen om uitvoering te geven aan de wettelijke opgave. Na de val van het kabinet Schoof is de kans dat de spreidingswet op afzienbare termijn door de wetgever wordt ingetrokken, sterk afgenomen. Niettegenstaande de recent aangenomen motie in de Tweede Kamer om de Spreidingswet alsnog in te trekken is het college van mening dat nu alsnog uitvoering moet worden gegeven aan de wettelijke opgave.
Daarbij wordt wel rekening gehouden met het feit dat er op 29 oktober 2025 Tweede Kamerverkiezingen plaatsvinden waarbij asiel en migratie opnieuw een belangrijk thema zullen vormen. Bij de vorming van een nieuw kabinet na de verkiezingen kan opnieuw sprake zijn van nieuw nationaal beleid op dit thema. Het college ziet onder meer om die reden aanleiding om vooralsnog op tijdelijke basis in de opgave van de spreidingswet te voorzien. Na de vorming van een nieuw kabinet kan alsnog worden overwogen voorstellen tot meer structurele oplossingen voor te bereiden. 2. Beoogd resultaat Uitvoering geven aan de wettelijke opgave voortvloeiend uit de Spreidingswet, om nog 44 opvangplekken middels uitruil met de gemeente Velsen mogelijk te maken, naast de 50 opvangplekken in het NH hotel.
Kenmerk: 2025/684381
2/6
3. Onderbouwing voorstel Tijdelijke opvang Hotel NH Zandvoort Gedurende enkele jaren wordt al door het COA gebruik gemaakt van kamers in Hotel NH aan de Burgemeester van Alphenstraat voor de opvang van statushouders die nog geen passende woonruimte aangeboden is en om die reden aangewezen blijven op opvang door het COA. In overleg met het COA en Hotel NH Zandvoort is afgesproken dat voor 50 personen opvang aan statushouders kan worden gecontinueerd tot mei 2026 met de mogelijkheid tot verdere verlenging. Tijdelijke uitruil met gemeente Velsen Met de gemeente Velsen is een uitruil overeengekomen. Gemeente Velsen biedt zo spoedig mogelijk noopvang aan 44 asielzoekers die meetellen voor de taakstelling gemeente Zandvoort op het cruiseschip Ocean Majesty tot 1 juli 2026 met de intentie tot verlenging tot en met 31 december 2026. Het schip ligt in het Noordzeekanaal in de gemeente Velsen. Als tegenprestatie zal Zandvoort zo spoedig mogelijk maar in ieder geval voor 1 juli 2026 aan 5 statushouders huisvesting bieden die meetellen voor de taakstelling van de gemeente Velsen. De uitruil geschiedt met gesloten beurzen: beide gemeenten brengen geen kosten over en weer in rekening, ongeacht mogelijke kosten die voortvloeien uit de uitruil. Beide gemeenten dragen dus ieder zelf de risico’s die voortvloeien uit de uitruil.
Indien statushouders in Zandvoort bijvoorbeeld een beroep gaan doen op voorzieningen vanuit de Participatiewet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning of Jeugdwet, zal Zandvoort deze kosten niet in rekening brengen bij de gemeente Velsen. Ook omgekeerd kan Velsen geen kosten in rekening brengen bij Zandvoort voor de opvang van 44 asielzoekers in Velsen die meetellen voor de taakstelling van Zandvoort. Beide gemeenten spreken tenslotte de intentie uit om waar mogelijk ook vanaf 1 januari 2027 een uitruil overeen te komen op vergelijkbare gronden als voorliggend. Tweejaarlijks verdeelbesluit, halfjaarlijkse taakstelling huisvesting statushouders De spreidingswet kent een cyclus waarbij om de 2 jaren een nieuw verdeelbesluit door de minister van asiel en migratie wordt vastgesteld. Het eerste verdeelbesluit werd voor 1 januari 2025 genomen zodat het eerstvolgende verdeelbesluit voor 1 januari 2027 genomen moet worden. Voor Zandvoort bedraagt het aantal opvangplekken vanaf juli 2025 dus 94 personen; voor Velsen omvat de taakstelling 400 personen. Afhankelijk van de instroom van asielzoekers kan het nieuwe verdeelbesluit per 1 januari 2027 zowel naar boven als naar beneden variëren. De taakstelling huisvesting statushouders gebaseerd op de Huisvestingswet, kent een cyclus van 6 maanden.
Elk halfjaar wordt voor iedere gemeente een nieuwe taakstelling bepaald waarmee het saldo van het voorgaande halfjaar steeds wordt verrekend. De taakstelling voor het tweede halfjaar 2025 bedraagt voor Zandvoort 13 personen waarbij het saldo van 13 over het eerste halfjaar 2025 wordt opgeteld tot een totaal van 26 personen. Voor Velsen bedraagt de taakstelling voor het tweede halfjaar 50 personen waarbij het saldo van 42 wordt opgeteld tot een totaal van 92 personen.
Kenmerk: 2025/684381
3/6
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 4.1.1 Achterstand in taakstelling huisvesting statushouders Het jaar 2024 werd voor Zandvoort afgesloten met een saldo van -1 waar het gaat om de taakstelling huisvesting statushouders. Maar in 2025 is er sprake geweest van een minimaal resultaat; op een bruto taakstelling voor het eerste halfjaar van 15 personen werd slechts 1 persoon voor 1 juli 2025 in Zandvoort huisvesting geboden. Het resultaat van netto 13 personen wordt opgeteld bij de nieuwe taakstelling voor het tweede halfjaar 2025 van nog eens 13 personen. Voor Zandvoort moeten er dus voor 1 januari 2026 nog 26 statushouders passende huisvesting worden geboden in Zandvoort. De uitruil met gemeente Velsen doet hier nog eens 5 personen bij waarmee de opgave verder wordt vergroot. Er bestaat een risico dat niet tijdig voldaan kan worden aan de taakstelling huisvesting statushouders in Zandvoort. 4.1.2 Wijzigend rijksbeleid Eind oktober 2025 staan Tweede Kamerverkiezingen gepland. Hierna zal een nieuw kabinet worden gevormd. De uitslag van de verkiezingen en de daarop volgende formatie kunnen grote invloed hebben op de toekomst van het asiel- en migratiebeleid in Nederland. De mogelijkheid bestaat dat er ingrijpende wijzigingen worden voorbereid op zowel de wettelijke taakstelling huisvesting statushouders, als de spreidingswet.
Om die reden wordt in voorgesteld om tijdelijke uitvoering te geven aan de beide wettelijke taakstellingen in afwachting van de landelijke ontwikkelingen. 4.1.3 Beperkt maatschappelijk draagvlak in Zandvoort De opvang van asielzoekers kan evenals de huisvesting van statushouders niet rekenen op een groot maatschappelijk draagvlak in Zandvoort. De raad heeft eerder besloten tot het verwijderen van de prioriteit bij toewijzing van passende sociale huurwoningen aan statushouders in Zandvoort. De wettelijke taakstellingen krachtens de Huisvestingswet respectievelijk de Spreidingswet zijn niettemin ook voor Zandvoort realiteit. De risico’s om niet aan deze opgaven van de wetgever te voldoen acht het college te groot, naast de politieke opvatting dat het lokaal bestuur naar vermogen loyaal uitvoering dient te geven aan opdrachten van de wetgever in onze democratische rechtsstaat. De opvang van 50 statushouders in Hotel NH Zandvoort is al langere tijd gaande. Continuering van deze opvang zal net als de afgelopen periode naar verwachting geen bezwaren opleveren.
Kenmerk: 2025/684381
4/6
4.1.4 Hogere overheden stemmen niet in met de uitvoering en uitruil Er bestaat nog geen zekerheid dat hogere overheden (Commissaris der Koning en Ministerie) instemmen met de voorliggende uitvoering van de wettelijke opgaven. De invulling van de taakstelling krachtens de spreidingswet wordt hier op tijdelijke basis voorgesteld waarbij de wet juist streeft naar duurzame opvangvoorzieningen. Met het oog op de landelijk politieke situatie in combinatie met het gegeven van een nieuw verdeelbesluit voor 1 januari 2027 zijn wij van oordeel dat de voorliggende tijdelijke grondslag van de opvangvoorziening verantwoord is. Indien er in 2026 meer duidelijkheid ontstaat over het toekomstig asiel- en migratiebeleid kan alsnog worden besloten tot een meer structurele opvang in Zandvoort. 4.2 Kanttekeningen 4.2.1 Contract cruiseschip heeft beperkte looptijd De uitruil met de gemeente Velsen is bedoeld voor de periode tot en met 31 december 2026. Per die datum zal er sprake moeten zijn van een nieuw verdeelbesluit op grond van de spreidingswet. Het contract voor het cruiseschip Ocean Majesty kent een looptijd tot 1 juli 2026 met de mogelijkheid tot verlenging tot en met 31 december 2026. Voorgesteld wordt uit te gaan van de verlengde termijn tot en met 31 december 2026.
In het geval de opvang op het cruiseschip onverhoopt toch per 1 juli 2026 moet eindigen, wordt in samenspraak met het COA en de gemeente Velsen een oplossing gezocht voor de opvang vanaf 1 juli 2026. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Geen directe kosten voor gemeente Zandvoort Het bieden van opvang in Zandvoort heeft geen directe financiële gevolgen voor de gemeente Zandvoort. De opvang in hotelkamers in Hotel NH Zandvoort wordt betaald door het COA. De uitruil met de gemeente Velsen vindt plaats met gesloten beurzen. 5.2 Communicatie De communicatie naar inwoners van Zandvoort, raadsleden en media, wordt nauwgezet afgestemd met de gemeente Velsen. Het is zaak dat beide gemeenten en belanghebbenden in beide gemeenten gelijktijdig worden geïnformeerd over voorliggende voorstellen. Voor Zandvoort geldt dat openbaarmaking zal plaatsvinden met publicatie van voorliggend collegevoorstel.
Kenmerk: 2025/684381
5/6
5.3 Juridisch Er is geen sprake van directe juridische consequenties voor het continueren van de opvang in Hotel NH Zandvoort respectievelijk de uitruil met gemeente Velsen. Vanzelfsprekend worden de afspraken met gemeente Velsen ordentelijk vastgelegd. Met het COA en de provincie Noord-Holland worden de administratieve gevolgen van de uitruil geregeld. 5.4 Planning Het doel is om op zo kort mogelijke termijn te komen tot uitvoering van de voorstellen. Dit betreft met name de uitvoering van de uitruil tussen Zandvoort en Velsen. Velsen heeft zich bereid verklaard op korte termijn over te gaan tot de opvang van 44 extra asielzoekers op hert cruiseschip Ocean Majesty in Velsen; Zandvoort spant zich in om op zo kort mogelijke termijn maar in ieder geval voor 1 juli 2026 aan 5 statushouders passende huisvesting te bieden die meetellen voor de taakstelling van Velsen. 6. Bijlagen 1. Verdeelbesluit d.d. 20 december 2024
Kenmerk: 2025/684381
6/6
Collegebesluit
Onderwerp Ter inzage leggen ontwerpwijziging omgevingsplan deelgebied Zandvoort Centrum Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/651111 Kloet, J. de 4.1. Wonen en ruimtegebruik OMB Fennema, E.E. 14023 efennema@haarlem.nl Met de inwerkintreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten over een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om de inhoud van het tijdelijke deel om te zetten naar regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan. De gemeente Zandvoort voert dit gefaseerd uit. Dit betreft de eerste wijziging van het nieuwe deel van het omgevingsplan, genaamd deelgebied Zandvoort - Centrum. Deze wijziging van het omgevingsplan heeft betrekking op de ruimtelijke regels (voor bouwen en gebruik van gronden) voor het deelgebied Zandvoort – Centrum. Daarnaast zijn voor geheel Zandvoort de erfgoedverordening (gedeeltelijk), de geactualiseerde archeologieregels en de bruidsschat in de ontwerpwijziging verwerkt. De ontwerpwijziging van het omgevingsplan is nu gereed om ter inzage te worden gelegd voor het geven van zienswijzen.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad.
Relevante eerdere besluiten
Startnotitie 'Omgevingsplan Zandvoort' vastgesteld door de raad op 23 november 2021 (2021/513039).
Besluit college d.d. 7 oktober 2025
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De ontwerpwijziging van het omgevingsplan deelgebied Zandvoort - Centrum ter inzage te leggen voor het geven van zienswijzen. de secretaris,
Kenmerk: 2025/651111
de burgemeester,
1/7
1. Aanleiding Met de inwerkintreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten over een omgevingsplan voor de gehele gemeente van rechtswege. Het omgevingsplan van rechtswege is een samenvoeging van de regels uit bestemmingsplannen, de erfgoedverordening (gedeeltelijk) en rijksregels voor activiteiten (de bruidsschat)1. Het omgevingsplan van rechtswege voldoet nog niet aan alle vereisten van de Omgevingswet en heeft een tijdelijk karakter. Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om de inhoud van het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar regels in het nieuwe deel. Met het oog op deze omzetting is door de gemeenteraad de startnotitie ‘omgevingsplan Zandvoort’ vastgesteld. In de startnotitie is een aanpak opgenomen om het omgevingsplan gefaseerd te wijzigen naar het nieuwe deel. De regels uit het tijdelijk omgevingsplan, de onherroepelijke omgevingsvergunningen verleend in afwijking van het omgevingsplan, de regels over de fysieke leefomgeving uit lokale verordeningen en de bruidsschat worden integraal vastgelegd in het nieuwe omgevingsplan. Dit vormt de in hoofdzaak beleidsneutrale basis van het nieuwe omgevingsplan. Voor u ligt de eerste wijziging van het nieuwe deel van het omgevingsplan, genaamd deelgebied Zandvoort - Centrum.
Deze wijziging van het omgevingsplan heeft betrekking op de ruimtelijke regels (voor bouwen en gebruik van gronden) voor de plangebieden van de voormalige bestemmingsplannen Centrum en Louis Davidscarré. Daarnaast zijn voor heel Zandvoort de Erfgoedverordening (gedeeltelijk), de geactualiseerde archeologieregels en de bruidsschat in de ontwerpwijziging verwerkt.
Deelgebied Zandvoort - Centrum 1
De volledige opsomming is te vinden in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet.
Kenmerk: 2025/651111
2/7
2. Beoogd resultaat Een wijziging van het omgevingsplan, dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet met ruimtelijke regels voor deelgebied Zandvoort – Centrum en met regels uit de erfgoedverordening (gedeeltelijk), bruidsschat en geactualiseerde archeologieregels voor heel Zandvoort.
3. Onderbouwing voorstel 1.
De wijziging draagt bij aan verplichte omzetting regels tijdelijk deel naar het nieuwe deel omgevingsplan Gemeenten krijgen tot eind 2031 de tijd de onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te zetten naar regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dit betreft de eerste wijziging van het nieuwe deel van het omgevingsplan. Hierna volgen de deelgebieden Woongebied, Natuuren recreatiegebieden, Circuit, Bedrijventerrein en Strand. Zandvoort heeft daarnaast nog diverse verordeningen die in het omgevingsplan moeten worden verwerkt. Deze kunnen beleidsneutraal meegenomen worden bij de lopende procedures voor de deelgebieden of indien sprake is van beleidswijzigingen een separate procedure doorlopen. 2.
De structuur en indeling van de regels vormen de basis voor het nieuwe deel omgevingsplan Met deze eerste wijziging van het omgevingsplan is een geheel nieuwe structuur en indeling van de regels gemaakt. De structuur is zo opgezet dat andere deelgebieden makkelijk kunnen aansluiten. De structuur vormt daarmee de basis van het nieuwe omgevingsplan. Alle nieuwe wijzigingen worden in deze structuur ingepast. Bij de indeling is ervoor gekozen de regels zoveel mogelijk in logische thema's onder te brengen in niet te grote hoofdstukken. Dit zorgt voor overzicht en maakt de regels beter vindbaar. Ook de verwerking van wijzigingen in de regels is met de gekozen structuur eenvoudiger. Dit geldt temeer indien gelijktijdig meerdere wijzigingsprocedures worden doorlopen (zie voor parallel wijzigen ook risico’s onder 4.1). 3.
Aanpassing ruimtelijke regels is noodzakelijk Bij de wijziging van de ruimtelijke regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan is het uitgangspunt gehanteerd dat bestaande rechten zoveel mogelijk worden geëerbiedigd. De regels geheel beleidsneutraal overnemen is echter niet mogelijk. Hieronder zijn de belangrijkste wijzigingen vermeld. Harmonisatie ruimtelijke regels Als gevolg van harmonisatie van de voormalige bestemmingsplanregels, zijn ondergeschikte wijzigingen doorgevoerd in de regels en de begripsbepalingen.
Kenmerk: 2025/651111
3/7
Meeste afwijkingsregels uit voormalige bestemmingsplannen vervallen Een belangrijke wijziging ten opzichte van het tijdelijk deel van het omgevingsplan heeft betrekking op de binnenplanse omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan. Onder de Omgevingswet heeft een systeemwijziging plaatsgevonden. De voormalige bestemmingsplannen in het tijdelijk deel bevatten regels om binnenplans te kunnen afwijken van het desbetreffende bestemmingsplan. Er is hierbij sprake van beoordelingsvrijheid door het bevoegd gezag (BenW). Onder de Omgevingswet is dit veranderd. Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het nieuwe deel van het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Wanneer de vergunning op grond van deze beoordelingsregels niet kan worden geweigerd, moet de vergunning worden verleend. Dat volgt uit artikel 8.0a Besluit kwaliteit leefomgeving. Het betreft daarmee een limitatief-imperatief beoordelingskader. Sommige afwijkingsregels zijn overbodig geworden, omdat ze omgezet zijn in een vergunning. Deze afwijkingsregels komen niet meer terug. De meeste afwijkingsregels bevatten 'open normen', die op grond van jurisprudentie zouden moeten worden uitgewerkt in aanvullende beleidsregels.
Vanwege het ontbreken van specifieke beleidsregels is ervoor gekozen deze afwijkingsregels niet op te nemen in het omgevingsplan2. De meeste binnenplanse afwijkingsregels zijn om die redenen komen te vervallen. Hiervoor moet voortaan een buitenplanse afwijkingsprocedure (bopa) worden doorlopen, met een reguliere doorlooptijd van 8 (+6) weken. Deze termijn geldt ook voor vergunningsplichtige (bouw)activiteiten die wel voldoen aan het omgevingsplan. Cultureel erfgoed: omgeving monument Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels, waarmee in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden ter behoud van cultureel erfgoed. Dit geldt onder meer voor de bescherming van de omgeving een monument. Dit is nieuw ten opzichte van de Wet ruimtelijke ordening. De omgeving van monumenten en beeldbepalende panden wordt in Zandvoort al beschermd door de samenhang van de consoliderende bouw- , gebruiks- en sloopregels. Ter bescherming van monumenten is een regel toegevoegd, zodat de Adviescommissie omgevingskwaliteit de invloed van de omgevingsactiviteit op de omgeving van het monument bij haar advies kan betrekken. Bedrijven functiemenging In de bestemmingsplannen werd voor toegestane bedrijvigheid verwezen naar de bedrijvenlijst die gebaseerd was op het model van de VNG. De bedrijvenlijst bevat een opsomming van bedrijfscategorieën en de gewenste afstanden tot woningen.
De VNG heeft in aanloop naar de Omgevingswet besloten de bedrijvenlijst niet meer te actualiseren. Ook heeft zij als inspiratie een 2
Gezien de open normen is het veelal niet zinvol beleidsregels op te stellen gezien het casuïstische karakter van een voorgenomen (bouw)activiteit.
Kenmerk: 2025/651111
4/7
nieuwe systematiek opgesteld waarbij niet meer met een bedrijvenlijst wordt gewerkt. In het centrum zijn reeds enkele bedrijfjes gevestigd. Sommige bedrijven kunnen zonder problemen naast een woning worden gevestigd. In het omgevingsplan is een dergelijk bedrijf gedefinieerd als een ‘bedrijf geschikt voor functiemenging’. Voor een dergelijk bedrijf is een aantal criteria opgesteld waaraan voldaan moet worden. Werken met een bedrijvenlijst om te bepalen of een bedrijf zich mag vestigen in een gemengd gebied, is in beginsel niet meer nodig. Niettemin is het raadzaam om een herhaling van discussies te voorkomen of een bepaald bedrijf zich al dan niet mag vestigen. Aan het omgevingsplan is een lijst toegevoegd met bedrijven die in ieder geval geschikt zijn voor functiemenging. Voor deze bedrijven hoeft dus niet telkens opnieuw de afweging te worden gemaakt of voldaan wordt aan de criteria. Het is denkbaar dat met nieuwe bedrijfsvormen de lijst de komende jaren zal worden uitgebreid. Correcties op tijdelijk omgevingsplan voor enkele locaties Enkele onjuistheden en onvolkomenheden uit de regels van het huidige bestemmingsplan Centrum en Louis Davidscarré zijn met deze wijziging gerepareerd. Ook is een reparatie verricht naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State inzake een perceel aan de Van Ostadestraat.
Daarnaast zijn enkele onherroepelijke omgevingsvergunningen (bopa’s) verwerkt in de wijziging. Regels bruidsschat en de verordeningen zijn beleidsneutraal overgenomen Voor de regels uit de bruidsschat, de erfgoedverordening en de geactualiseerde archeologieregels is het efficiënter om deze meteen voor heel Zandvoort te verwerken in plaats van per deelgebied. De erfgoedverordening is gedeeltelijk overgenomen en de bruidsschat is ondergeschikt gewijzigd. De regels voldoen aan een evenwichtige toedeling van functie aan locaties Een vereiste bij de omzetting van de regels uit het tijdelijk deel naar het nieuwe deel is, dat de regels zijn gesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit wordt ook wel afgekort als ETFAL. Dit is een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wet ruimtelijke ordening, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. De ruimtelijke regels in deze wijziging zijn conserverend van aard en maken geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Deze regels zijn destijds door de raad bij vaststelling van de bestemmingsplannen in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening geacht. De regels in het omgevingsplan voldoen aan de instructieregels van het Rijk. De instructieregels van de provincie zijn niet van toepassing.
Hiermee kan geconcludeerd worden dat met deze wijziging voldaan is aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, eerste lid Ow). De motivering dat is voldaan aan ETFAL is opgenomen in de Goflo in bijlage 2.
Kenmerk: 2025/651111
5/7
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Beperkingen Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en parallel wijzigen omgevingsplan Gemeenten kunnen nog altijd niet gelijktijdig meerdere planwijzigingen publiceren op het DSO. Dit is technisch (nog?) niet mogelijk. Gemeenten kunnen op dit moment maar één wijziging tegelijk doen via de STOP-TPOD standaard. Dit betekent dat de procedure voor deelgebied Zandvoort - Centrum eerst afgerond moet worden, voordat gestart kan worden met het volgende deelgebied. Dit heeft gevolgen voor de planning van de overige deelgebieden en voor de opgave om de inhoud van het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar regels in het nieuwe deel voor eind 2031.
5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Niet van toepassing. 5.2 Communicatie • Er wordt voorafgaand aan de terinzagelegging een kennisgeving geplaatst in het Gemeenteblad; • De ontwerpwijziging wordt op Omgevingsloket/Regels op de kaart beschikbaar gesteld
5.3 Participatie De wijziging van deelgebied Zandvoort – Centrum en de bruidsschat zijn overwegend beleidsneutraal van karakter. In de startnotitie is daarom besloten te participeren door in de voorbereidingsfase de burgers en ondernemers te informeren over hoe het omgevingsplan centrum en de bruidsschat worden geactualiseerd. Een kennisgeving van het voornemen is gepubliceerd in het Gemeenteblad en in de Zandvoortse Courant. Er zal gebruik worden gemaakt van de gemeentelijke website en de ondernemersvereniging Zandvoort zal vóór de terinzagelegging van het ontwerp worden geïnformeerd. 5.4 Juridisch Het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan is op grond van artikel 2.4 Omgevingswet een bevoegdheid van de raad. Het college is belast met de voorbereiding van beslissingen van de raad op grond van artikel 160 lid 1 onder b Gemeentewet. Het ter inzage leggen van de ontwerpwijziging en het vrijgeven daarvan voor het indienen van zienswijzen is onderdeel van de voorbereiding.
Kenmerk: 2025/651111
6/7
5.5 Planning De planning per fase voor het omgevingsplan Zandvoort – Centrum is globaal als volgt:
Fase
Product
Bevoegdheid Planning
Voorbereidingsfase
Startnotitie Zandvoort – Centrum / bruidsschat Ontwerpwijziging omgevingsplan deelgebied Zandvoort - Centrum Ontwerpwijziging omgevingsplan deelgebied Zandvoort - Centrum
Raad
Gereed
B&W
7 oktober 2025
B&W
10 okt – 21 nov 2025
Wijzigen Omgevingsplan Zandvoort- Raad Centrum Omgevingsplan deelgebied Zandvoort - Centrum
17 februari 2026
Ontwerp vrijgeven Terinzageligging ontwerp Vaststelling raad Inwerkingtreding
Q1 2026
6. Bijlagen 1. Ontwerpwijziging regels en toelichting (pdf (op verzoek) en https://rx-base.nl/viewer/cc4cd20a3332-4bf6-944a-56c1391bf88f/decision) 2. Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (Goflo)
Kenmerk: 2025/651111
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
7/7