Collegebesluiten 15 april - 12 mei 2025
Tekst van het document
Collegebesluiten actief naar de raad gestuurd tussen 15 april en 12 mei 2025 Document
Collegebesluit Uitbreiding camperplaatsen Zandvoort 2025
Titel
Collegebesluit Uitbreiding camperplaatsen Zandvoort 2025
Besluit B&W
15-04-2025
Document
Collegebesluit Uitvoeringsplan WSP 2025 Zuid-Kennemerland en IJmond
Titel
Collegebesluit Uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening (WSP) 2025 Zuid Kennemerland en IJmond
Besluit B&W
15-04-2025
Document
Collegebesluit Verbeteringen voor kinderen in het Zandvoortse minimabeleid
Titel
Collegebesluit Verbeteringen voor kinderen in het Zandvoortse minimabeleid
Besluit B&W
06-05-2025
Document
Collegebesluit Ontwerp-Jaarverslag 2024 VRK Zandvoort
Titel
Collegebesluit Ontwerp-Jaarverslag 2024 VRK Zandvoort
Besluit B&W
06-05-2025
Collegebesluit
Onderwerp Uitbreiding camperplaatsen Zandvoort 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/409668 Bluijs, G.J. 4.2. Economie, Toerisme en cultuur BBOR en ECDW M. de Vries en M. en van Houdt 06-46215194 mdevries@haarlem.nl en mvanhoudt@haarlem.nl De markt voor camperaars is de laatste jaren sterk gegroeid, een doelgroep die goed past in het avontuurlijke profiel van Zandvoort met relatief hoge bestedingen en een jaarrond karakter. De toeristische visie, de bijhorende actieagenda en het coalitieprogramma ‘Voor Zandvoort’ voorzien in mogelijke oplossingen voor overnachtingslocaties voor campers. Bovendien is er de wens helder te communiceren over kampeer- en parkeermogelijkheden, ook voor camperaars. Zandvoort heeft met slechts 14 plaatsen een relatief klein aanbod voor camperaars dat leidt tot veel fout geparkeerde campers en daarmee veel handhaving. Het toevoegen van extra plaatsen kan huidige knelpunten oplossen en het kwalitatief aanbod van Zandvoort als toeristische bestemming verbeteren.
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten
De uitbreiding van het aantal camperplaatsen op de huidige locatie van de Boulevard Barnaart heeft de voorkeur, met name vanwege het behoud van de flexibiliteit op de twee alternatieve locaties voor toekomstige plannen. Er kan op de Boulevard Barnaart sprake zijn van een publieke exploitatie en er zijn weinig aanpassingen nodig. Hierdoor kan op relatief korte termijn beter worden voldaan aan de verhoogde vraag naar camperplaatsen. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht ter kennisname naar de gemeenteraad. Toeristische Visie Zandvoort, vastgesteld op 26 maart 2024.
Kenmerk: 2025/409668
1/6
Besluit College d.d. 15 april 2025
Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. In te stemmen met de uitbreiding van het aantal camperplaatsen op de Boulevard Barnaart met 16 plaatsen bij de huidige 14 plaatsen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding De markt voor camperaars is de laatste jaren sterk gegroeid, waardoor ook verwacht kan worden dat het aantal camperovernachtingen sterk is gestegen. In de toeristische visie zet Zandvoort in op jaarrond aanbod en voorzieningen, en in de actieagenda en het coalitieakkoord wordt onderzoek naar het faciliteren van camperaars concreet benoemd. Het faciliteren van campers als bijzondere accommodatie past bij de profilering van Zandvoort als avontuurlijke en jaarrond bestemming. Camperaars reizen het liefst buiten het hoogseizoen en helpen met de spreiding van de bezoekers door het jaar heen. Het past tevens goed bij de doelgroep waarvoor Zandvoort speciale aantrekkingskracht heeft (55+), maar campers winnen ook aan populariteit bij de jongere doelgroep, waar Zandvoort zich op richt in de toeristische visie. Camperaars helpen ook bovengemiddeld in de promotie van camperbestemmingen door hun ervaringen veelal te delen op social media en ondernemen ook vaak extra activiteiten op de bestemming, zoals surfen. Zandvoort zet in op kwalitatief hoogwaardiger toerisme, met meer bestedingen en langere verblijfsduur. Hoe verhouden economisch gezien de camperplaatsen zich tot parkeerplaatsen? De luxetrend in het toerisme heeft zich ook uitgebreid naar de campermarkt. Het beeld dat kampeerders weinig uitgeven op de bestemming geldt niet meer voor camperaars.
Ze geven met gemiddeld 67 euro per dag meer uit dan het de gemiddelde verblijfstoerist (46 euro per dag). Het faciliteren van campers zorgt dus ook voor meer spin-offs voor de omgeving. Zandvoort heeft op dit moment voorzieningen voor 14 campers op de Boulevard Barnaart waar maximaal 3 dagen overnacht mag worden. De huidige camperplaatsen op de boulevard komen de uitstraling niet ten goede, rond de camperplaatsen staan veel campers fout geparkeerd en er is veel handhaving benodigd om dit te managen. Met het uitbreiden van het aantal camperplaatsen wordt verwacht dat die problemen worden verminderd.
Kenmerk: 2025/409668
2/6
2. Besluitpunten college In te stemmen met de uitbreiding van het aantal camperplaatsen op de Boulevard Barnaart met 16 plaatsen bij de huidige 14 plaatsen. 3. Beoogd resultaat Het reguleren en faciliteren van de groei van het aantal camperplaatsen als meer kwalitatief hoogwaardige product in Zandvoort, met locatiekeuze op basis van een juiste afweging van factoren als zoals eigendom, uitstraling, voorzieningen, flexibiliteit en invloed op omgeving. Het moet beter tegemoet komen aan de vraag, daarmee Zandvoort doorontwikkelen als jaarrond kustplaats, en zorgen voor betere veiligheid en handhaafbaarheid. 4. Argumenten 1. Het uitbreiden van het aantal camperplaatsen sluit aan bij de doelstellingen van de toeristische visie (2024) De toeristische visie en het coalitieakkoord voorzien in meer inzicht in mogelijke oplossingen voor overnachtinglocaties voor campers en duidelijkheid voor de camperaars via heldere communicatie over kampeer- en parkeermogelijkheden. Het voorstel komt tegemoet aan de doelstelling van de toeristische visie om meer kwalitatief hoogwaardig toerisme te trekken. Camperaars hebben hogere bestedingen en zitten ook vaak in de doelgroep van meer avontuurlijke/sportieve toeristen, passend bij de kernwaarden van Zandvoort. Het zijn ook vaak jongeren, een van de toeristische doelgroepen voor Zandvoort in de toeristische visie.
Daarnaast zorgen camperaars voor meer jaarrond toerisme, aangezien ze vooral buiten het hoogseizoen reizen. Dit voorstel zorgt voor verbetering in de huidige knelpunten, namelijk het tekort aan camperplaatsen. Het beperkte aanbod van 14 camperplaatsen leidt tot overlast van verkeerd geparkeerde campers en daarmee veel handhavingscapaciteit. De afname van het aantal parkeerplaatsen, door het omzetten van parkeerplaatsen naar camperplaatsen, kan elders ruimschoots worden gecompenseerd op P Noord en het circuit.
Kenmerk: 2025/409668
3/6
2. De Boulevard Barnaart is de meest geschikte locatie voor de uitbreiding van het aantal camperplaatsen De uitbreiding van het aantal camperplaatsen op de huidige locatie van de Boulevard Barnaart heeft de voorkeur, met name vanwege het behoud van de flexibiliteit. Op relatief korte termijn kan beter worden voldaan aan de verhoogde vraag naar camperplaatsen. Het toevoegen van publieke camperplaatsen sluit aanbod voor camperaars vanuit de markt niet uit. 5. Risico’s en kanttekeningen 1. Laag financieel risico De benodigde aanpassingen hebben relatief lage kosten en daarmee is het financiële risico laag, zeker gezien de verwachte relatief hoge opbrengsten ten opzichte van regulier parkeren. De terugverdientijd van de investering is kort. Met de toekomstige herinrichting van de Boulevard Barnaart zijn de camperplaatsen hoogstwaarschijnlijk van tijdelijke aard. 2. Relatief weinig impact op de omgeving Elke ruimtelijk ingreep heeft impact op de omgeving. Maar met de uitbreiding van het aantal camperplaatsen op de Boulevard Barnaart is dit minimaal, omdat er weinig andere functies zijn naast infrastructuur en ook de aard van de nieuwe activiteit niet heel erg verschilt van de huidige activiteit (camperplaats vs. regulier parkeren). Er zal wel sprake zijn van meer verblijfsrecreatie. 6.
Financiering Volgens de omgevingswet moet de gemeente de gemeentelijke plankosten verhalen op de initiatiefnemers of op het eigen beheer. In het geval van eigen exploitatie, zoals dat nu ook gebeurt, kunnen de volgende inkomsten worden verwacht met een zelfde bezettingsgraad: Huidige inkomsten
14 plaatsen
€
92.099,00
Per jaar
Nieuwe inkomsten
30 plaatsen
€
197.355,00
Per jaar
De parkeerinkomsten van de 52 reguliere parkeerplaatsen die als gevolg van dit besluit verdwijnen worden gecompenseerd door de extra inkomsten die worden gegenereerd door de camperplaatsen. In de zomer gelden op de camperplaatsen hogere dagtarieven. De reguliere parkeerplaatsen die hiervoor verdwijnen hebben door het jaar heen een lagere bezetting, dus kan de ruimte efficiënter worden benut.
Kenmerk: 2025/409668
4/6
Het voorgestelde besluit, het toevoegen van 16 camperplaatsen, kost eenmalig € 17.187. Hierbij wordt de inrit 52 meter naar voren verplaatst. Er is budget gereserveerd vanuit de toeristische visie. Dit wordt dus al in het eerste jaar terugverdiend. Er worden daarbij nauwelijks extra vaste kosten voor beheer en handhaving verwacht, omdat ze leunen op al bestaande faciliteiten die dus kunnen worden uitgebreid. 7. Communicatie/participatie Er is gesproken met drie belangstellende exploitanten uit de markt, om inzicht te verkrijgen in het private business model van camperplaatsen en de ervaringen die ze hebben met het exploiteren van camperplaatsen. Ook is gesproken met de Nederlandse Kampeerauto Club over het belang van camperplaatsen voor Zandvoort en de aandachtspunten voor camperplaatsen per locatie. Verdere uitbreiding van het aantal camperplaatsen door private partijen wordt niet uitgesloten, maar verdienen voor een korte termijnoplossing niet de voorkeur in dit besluit. Tot slot wordt de vereniging van strandhuiseigenaren geïnformeerd, aangezien zij ook gebruik maken van de 52 reguliere parkeerplaatsen die verdwijnen. De strandhuisjes-vergunninghouders hebben overigens de mogelijkheid om van alle parkeerplaatsen aan de gehele Boulevard Barnaart gebruik te maken. 8.
Uitvoering Verwacht wordt dat de realisatie in mei of juni 2025, nog voor het hoogseizoen gerealiseerd kan zijn. 9. Bijlagen 1. Bijlage Situatieschets.
Kenmerk: 2025/409668
5/6
Nieuwe situatie na Uitbreiding
Huidige situatie
Kenmerk: 2025/409668
6/6
Collegebesluit
Onderwerp Vaststellen uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening (WSP) 2025 Zuid-Kennemerland en IJmond Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/351635 Bluijs, G.J. 3.1. Werk WI Marina Robert 0646215390 mrobert@haarlem.nl De Wet ‘structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen’ (SUWI) vraagt van elke arbeidsmarktregio om met goede werkgeversdienstverlening meer mensen duurzaam aan het werk te helpen. Deze opdracht krijgt vorm via werkgeversservicepunten (WSP’s), die werken in opdracht van gemeenten en UWV. Kerntaken van het WSP zijn het matchen tussen werkgevers en werkzoekenden en het adviseren van werkgevers bij het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Op deze manier draagt de werkgeversdienstverlening bij aan een duurzame arbeidsmarktpositie voor kwetsbare mensen. Op 19 maart 2025 heeft het Regionaal Beraad Arbeidsmarkt (RBA) ingestemd met het uitvoeringsplan van WSP Zuid-Kennemerland IJmond 2025. Dit uitvoeringsplan ligt nu voor ter vaststelling door het college.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de gemeenteraad.
Relevante eerdere besluiten
• • • •
Uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening (WSP) 2024 Zuid-Kennemerland en IJmond (2024/546098) vastgesteld in het college van 16 april 2024 Uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening (WSP) 2023 Zuid-Kennemerland en IJmond (2023/213871) vastgesteld in het college van 14 maart 2023 Uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening 2022 Zandvoort (2022/89322) vastgesteld in het college van 22 februari 2022 Uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening 2021 (2021/264062) vastgesteld in het college van 15 juni 2021
Kenmerk: 2025/351635
1/5
Besluit college d.d. 15 april 2025
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening (WSP) 2025 ZuidKennemerland en IJmond vast te stellen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding De krapte op de arbeidsmarkt is structureel en leidt ertoe dat steeds meer werkgevers kampen met een personeelstekort. Door o.a. de vergrijzing en de klimaat- en energietransitie ontstaan in sommige beroepsgroepen overschotten en in andere juist tekorten. Bovendien veranderen technologische en economische ontwikkelingen de werksoorten en behoeften in de arbeidsmarkt. De kwalitatieve en kwantitatieve mismatch is dus groot en ondanks de krapte heeft een kwetsbare groep mensen geen vaste plek op de arbeidsmarkt. Deze mensen hebben extra hulp nodig. Elke arbeidsmarktregio in Nederland heeft vanuit de Wet ‘structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen’ (SUWI) de opdracht om door middel van goede werkgeversdienstverlening in de regio meer mensen duurzaam aan werk te helpen. Deze opdracht krijgt vorm via werkgeversservicepunten (WSP’s). In deze regio is dat het Werkgeversservicepunt Zuid-Kennemerland en IJmond (WSP ZKIJ). Het WSP werkt in opdracht van regiogemeenten en UWV en stelt jaarlijks een gezamenlijk uitvoeringsplan voor de werkgeversdienstverlening op (verplicht vanuit de wet SUWI).
In het uitvoeringsplan zijn afspraken vastgelegd over organisatie en proces, de inhoud van de werkgeversdienstverlening, zoals de inzet van instrumenten en voorzieningen, beoogde resultaten, de aansluiting tussen werkgevers- en werkzoekendendienstverlening, scholing en de begroting voor het komende jaar. Het uitvoeringsplan (in bijlage 1) is gebaseerd op het arbeidsmarktbeleid van gemeenten en UWV in de context van landelijke en regionale ontwikkelingen. In bijlage 2 van dit collegebesluit wordt ook de stand van zaken gedeeld rond de ontwikkelingen in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond. Het WSP is als regionale uitvoeringsorganisatie goed aangesloten op de ontwikkelingen in de arbeidsmarktregio. In 2025 wordt er verder gebouwd aan de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Het Werkcentrum ZKIJ dat in 2024 van start is gegaan wordt dit jaar doorontwikkeld. Het Werkcentrum is dé plek waar werkenden, werkzoekenden en werkgevers terecht kunnen met vragen over werken, leren, loopbaan en personeel. Hoewel de werkgeversdienstverlening van het WSP op termijn onderdeel zal worden van het Werkcentrum, is het WSP op dit moment nog niet volledig geïntegreerd. In 2025 wordt deze integratie met alle betrokken partners uitgewerkt. Ook het uitvoeringsplan WSP wordt geïntegreerd.
Vanaf 2026 zal er een gezamenlijk uitvoeringsplan worden opgesteld voor de regionale werkzoekenden- en
Kenmerk: 2025/351635
2/5
werkgeversdienstverlening in het Werkcentrum. Dit wordt in de loop van 2026 vastgelegd in een wijziging van de wet SUWI. Gezamenlijke instemming van het uitvoeringsplan gebeurt in het Regionaal Beraad Arbeidsmarkt (RBA) door de wethouders van de regiogemeenten en de rayonmanager van UWV. Goedkeuring en formele vaststelling van het regionale uitvoeringsplan verloopt voor gemeenten via de colleges en voor UWV via de rayonmanagers. Het uitvoeringsplan werkgeversdienstverlening voor 2025 heeft de instemming van het RBA en wordt nu voorgelegd aan het college voor vaststelling. 2. Beoogd resultaat Het uitvoeringsplan WSP ZKIJ 2025 is het handvat voor gemeenten en UWV om vanuit bestuurlijke en beleidsmatige keuzes richting te geven aan de werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond. Met deze gezamenlijke opdracht dragen gemeenten en UWV bij aan een geharmoniseerde werkgeversdienstverlening zodat meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk worden geholpen en gehouden. 3. Onderbouwing voorstel 1. Met het vaststellen van het uitvoeringsplan van de werkgeversdienstverlening in het WSP voldoen gemeenten en UWV aan de wet SUWI.
Volgens het besluit SUWI dienen de colleges van burgemeester en wethouders in de arbeidsmarktregio en het UWV jaarlijks één gezamenlijk uitvoeringsplan vast te stellen voor de uitvoering van de werkgeversdienstverlening in het WSP. Met het uitvoeringsplan krijgt een gedeelde regionale visie en een heldere rolverdeling vorm in één gezamenlijke opdracht. Deze opdracht biedt extra structuur voor besluitvorming, monitoring en (bij)sturing op resultaten. Hierdoor kan snel worden gestuurd op actuele ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt met een focus op mensen voor wie het vinden van werk niet vanzelfsprekend is. 2. Het uitvoeringsplan WSP ZKIJ 2025 voldoet aan de doelstelling van de samenwerkingspartners. In het uitvoeringsplan WSP ZKIJ 2025 staan afspraken over de inzet van instrumenten en voorzieningen, zoals het stimuleren van inclusief werkgeverschap onder andere door advies over verschillende instrumenten en subsidies en over jobcarving. Daarnaast bevat het uitvoeringsplan afspraken over de beoogde resultaten, zoals het aantal plaatsingen van werkzoekenden uit verschillende doelgroepen, zoals mensen met een WW-, Wajong- of WIA-uitkering, mensen met een Participatiewet-uitkering en mensen die vallen onder de banenafspraak. In het uitvoeringsplan staan ook afspraken over de organisatie, het proces en de begroting. 3.
Het uitvoeringsplan WSP ZKIJ 2025 heeft de goedkeuring van het Regionaal Beraad Arbeidsmarkt (RBA). Voordat het uitvoeringsplan wordt voorgelegd aan de colleges van de regiogemeenten en rayonmanager UWV voor vaststelling dient het RBA hiermee in te stemmen. Op 19 maart 2025 is het
Kenmerk: 2025/351635
3/5
RBA akkoord gegaan met het uitvoeringsplan WSP 2025. Dit laat zien dat het uitvoeringsplan past binnen bestuurlijke en beleidsmatige keuzes in 2025 en er regionaal draagvlak bestaat voor de manier waarop het WSP ZKIJ invulling geeft aan de werkgeversdienstverlening in de regio. 4. De begroting WSP 2025 is te realiseren binnen de gemeentelijke financiële kaders. De financiële middelen die in het uitvoeringsplan WSP ZKIJ 2025 vanuit de gemeente Zandvoort zijn opgenomen, maken zoals voorgaande jaren deel uit van de begroting van Spaarne Werkt. De begroting van Spaarne Werkt voor 2025 is door de Gemeenschappelijke Regeling aangenomen, na positieve zienswijze van de gemeenteraad op 27 juni 2024. Daarmee is het aandeel binnen WSP voor Zandvoort reeds in de begroting van Zandvoort opgenomen.
4. Risico’s en kanttekeningen Zie aanleiding. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën De kosten voor implementatie van het uitvoeringsplan 2025 worden gedekt vanuit het budget UWV en via de afspraken die gemeenten hebben gemaakt met Spaarne Werkt en IJmond Werkt. Daarnaast ontvangt het WSP incidentele regionale middelen, waar tijdelijke functies uit worden bekostigd. 5.2 Communicatie Na vaststelling door het college worden het uitvoeringsplan en de stand van zaken in de arbeidsmarktregio ter kennisname aan de commissie Samenleving gestuurd. Overige communicatie verloopt via de diverse regionale overleggen binnen de arbeidsmarktregio ZKIJ. 5.3 Participatie Eens per jaar wordt de landelijke werkgeverstevredenheidsmonitor uitgevoerd. Deze laatste toets geeft een objectiever beeld van de kwaliteit van de dienstverlening op landelijk en ook op regionaal niveau. Dit is ook input voor herijking en/of aanpassing van de dienstverlening. 5.4 Juridisch Op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI, Artikel 2.6) is het college verplicht om jaarlijks voor het regionale werkgeversservicepunt (WSP) een uitvoeringsplan voor de werkgeversdienstverlening vast te stellen. Hierin zijn afspraken vastgelegd over werkgeversdienstverlening, zoals de inzet van instrumenten en voorzieningen, beoogde resultaten,
Kenmerk: 2025/351635
4/5
aansluiting tussen werkgevers- en werkzoekendendienstverlening, scholing en de begroting voor het komende jaar. 5.5 Planning Goedkeuring en vaststelling van het regionale uitvoeringsplan verloopt voor gemeenten via de colleges en voor UWV via de rayonmanager. Het uitvoeringsplan wordt gedurende het jaar geëvalueerd in diverse regionale ambtelijke en bestuurlijke overleggen. Vanaf 2026 zal er een gezamenlijk uitvoeringsplan worden opgesteld voor de regionale werkzoekenden- en werkgeversdienstverlening in het Werkcentrum.
6. Bijlagen Bijlage 1: Uitvoeringsplan werkgeversservicepunt (WSP) 2025 Zuid-Kennemerland en IJmond. Bijlage 2: Stand van zaken ontwikkelingen in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland & IJmond.
Kenmerk: 2025/351635
5/5
Collegebesluit
Onderwerp Verbeteringen voor kinderen in het Zandvoortse minimabeleid Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/394809 Bluijs, G.J. 3.2. Inkomen SMSR Lemhadi, J. 06-18610583 jlemhadi@haarlem.nl Het college voert verbeteringen door in het minimabeleid specifiek voor kinderen. Per 1 augustus 2025 verhoogt Zandvoort de bedragen van de schoolkostenregeling en de regeling voor huiswerkbegeleiding en bijles. De daarbij horende beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen wordt aangepast en gesplitst in twee afzonderlijke beleidsregels. Ook stelt het college voor de inkomensgrens van Jeugdfonds Sport & Cultuur in 2025 te verhogen van 130% naar 150% zodat meer kinderen van dit aanbod gebruik kunnen maken. Omdat de gemeenteraad budgettaire bevoegdheid heeft, is dit voorstel opgenomen in de Voorjaarsnota 2025.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de gemeenteraad.
Relevante eerdere besluiten
Geactualiseerde Integrale Beleidsvisie Armoede en Schulden 2025-2028 (2024/1653174), raadsbesluit 21 januari 2025. 213a onderzoek evaluatie minimabeleid (2024/1101725) commissie van 12 september 2024.
Besluit college d.d. 6 mei 2025
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het Besluit tot wijziging beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen vast te stellen. 2. De beleidsregel Huiswerkbegeleiding en bijles vast te stellen; de secretaris,
Kenmerk: 2025/394809
de burgemeester,
1/7
1. Aanleiding Bij de behandeling van de geactualiseerde Integrale Beleidsvisie Armoede en Schulden 2025-2028 in de raadscommissie van 8 januari 2025 is toegezegd om de mogelijkheden te onderzoeken om de inkomensgrens te verhogen voor de toegang tot het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Haarlem is vanaf 1 januari 2025 een pilot gestart voor de duur van twee jaar. Het college stelt voor om hierbij aan te sluiten door gedurende 2025 in Zandvoort de inkomensgrens voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur te verhogen van 130% naar 150% van de toepasselijke bijstandsnorm. Het Jeugdfonds heeft aangegeven structureel middelen tekort te komen door het hoge bereik in Zandvoort. Omdat de gemeenteraad budgettaire bevoegdheid heeft, is dit voorstel opgenomen in de Voorjaarsnota 2025. Hiermee wordt de toezegging in de raadscommissie van 8 januari 2025 afgedaan. Daarnaast is gesproken over het gelijktrekken van de verruiming van regelingen voor kinderen met buurgemeente Haarlem. Het college verruimt per 1 augustus 2025 de schoolkostenregeling en de regeling voor huiswerkbegeleiding en bijles. De daarbij horende beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen wordt aangepast en gesplitst.
Belangrijkste aanpassingen in minimaregelingen voor kinderen Verhoging en indexatie schoolkostenregeling In de beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen wordt de tegemoetkoming schoolkosten met ingang van het schooljaar 2025-2026 met 25% verhoogd en vervolgens worden de bedragen vanaf het schooljaar 2026-2027 jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de indexering van het gemeentelijke budget voor het minimabeleid. Het basisbedrag voor het Kinderkeuzebudget wordt in de beleidsregel op minimaal € 50 per kind per jaar gesteld. Hiermee kan dit Kinderkeuzebudget ook flexibel naar boven worden bijgesteld tot maximaal € 200, indien budgettair haalbaar. In 2024 is het Kinderkeuzebudget eenmalig verhoogd naar € 100 op basis van een memo. Door dit op te nemen in de beleidsregel wordt het een mogelijkheid waarvan gebruik kan worden gemaakt. Voor een volledig overzicht van de wijzigingen wordt verwezen naar de was-wordt-tabel (bijlage 2b). Deze tabel geeft schematisch de doorgevoerde wijzigingen weer. Verhoging en indexatie tegemoetkoming huiswerkbegeleiding en bijles De tegemoetkoming voor Huiswerkbegeleiding en bijles wordt met ingang van het schooljaar 20252026 met 25% verhoogd en vanaf het schooljaar 2026-2027 jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de indexering van het gemeentelijke budget voor het minimabeleid.
Ouders kunnen vanaf het nieuwe schooljaar de tegemoetkoming voor huiswerkbegeleiding nu ook inzetten voor examentraining van hun kinderen.
Kenmerk: 2025/394809
2/7
Splitsing beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen De bestaande gecombineerde beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen wordt gesplitst in twee afzonderlijke beleidsregels: één voor de schoolkostenregeling en één voor huiswerkbegeleiding en bijles. Het splitsen van deze beleidsregel verduidelijkt de regelingen en komt de leesbaarheid ten goede. Verhoging inkomensgrens Jeugdfonds Sport & Cultuur Het college stelt voor om in lijn met de afspraken in Haarlem gedurende een periode van een jaar als pilot de inkomensgrens voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur te verhogen van 130% naar 150% van de toepasselijke bijstandsnorm. Deze verhoging geeft meer kinderen de kans om deel te nemen aan sport- en cultuuractiviteiten. Sport en cultuur dragen bij aan het welzijn, de gezondheid en de sociale ontwikkeling van kinderen. 2. Beoogd resultaat Het verruimen van de regelingen draagt bij aan de beleidsdoelstelling van het college en de raad om kinderen kansrijk te laten opgroeien. 3. Onderbouwing voorstel 3.1 De verruiming van de regelingen geeft invulling aan de beleidsvisie Armoede en Schulden In de geactualiseerde integrale beleidsvisie Armoede en Schulden 2025-2028 is een van de accenten: Het geven van extra aandacht voor gezinnen met een laag inkomen zodat kinderen opgroeien zonder geldzorgen.
Het verhogen van de tegemoetkoming voor schoolkosten en huiswerkbegeleiding en het verhogen van de inkomensgrens van Jeugdfonds Sport & Cultuur geeft invulling aan dit accent. Alle accenten uit de beleidsvisie zijn opgenomen in de BIEO: Beleidsvisie In Een Oogopslag (zie bijlage 4). 3.2 Indexering bedragen tegemoetkomingen voor schoolkosten en huiswerkbegeleiding De bedragen voor de tegemoetkomingen schoolkosten en huiswerkbegeleiding zijn de afgelopen jaren niet geïndexeerd. De inflatie was jarenlang gering, maar is echter de afgelopen vijf jaar flink opgelopen. De bedragen worden nu in één stap flink verhoogd en daarna jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de jaarlijkse indexering van het gemeentelijke budget voor het minimabeleid. De verhoging van de bedragen wordt kostenneutraal doorgevoerd door financiering uit het budget van de Fashioncheque. De Fashioncheque die aan kinderen met een ZandvoortPas wordt toegekend, had het afgelopen jaar een waarde van € 75. Door deze te verlagen naar € 40 kunnen de tegemoetkomingen schoolkosten en huiswerkbegeleiding worden verruimd en blijft de Fashioncheque voor een lager bedrag voor kinderen toch beschikbaar. Het verhogen van de tegemoetkomingen voor schoolkosten en huiswerkbegeleiding met 25% en het daarna jaarlijks indexeren draagt bij aan gelijke kansen voor kinderen. De regelingen worden toegekend vanuit het minimabudget.
Kenmerk: 2025/394809
3/7
Het Kinderkeuzebudget van € 50 per kind maakt al jaren deel uit van de tegemoetkoming schoolkosten. Nu in de beleidsregel is opgenomen dat dit budget op minimaal € 50 staat, geeft dit ruimte om dit bedrag ook naar boven bij te stellen. 3.3 De splitsing van de beleidsregels zorgt voor een betere aansluiting bij de praktijk De splitsing van de beleidsregels is noodzakelijk omdat het gaat om twee aparte regelingen met allebei eigen doelstellingen en criteria, waardoor deze niet te bundelen zijn. Het combineren van deze regelingen in één beleidsregel schept verwarring, zowel voor de uitvoering als voor de inwoner. Door ze te scheiden ontstaat er meer duidelijkheid en worden beide regelingen doelgerichter en duidelijker. 3.4 Verhogen subsidie Jeugdfonds Sport & Cultuur verhoogt het bereik van kinderen Jeugdfonds Sport & Cultuur heeft een hoog bereik in Zandvoort. In 2024 zijn 193 aanvragen toegekend (162 voor sport en 31 voor cultuur) door het Jeugdfonds Sport & Cultuur aan Zandvoortse kinderen uit gezinnen met een inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. In totaal wonen er ongeveer 395 kinderen van 4 tot 18 jaar in die gezinnen. Het Jeugdfonds heeft hiermee in 2024 ruim € 17.000 meer uitgegeven dan de gemeentelijke subsidie. Dit is gefinancierd uit andere middelen, zoals donaties. Deze ruimte heeft het Jeugdfonds niet structureel.
Het Jeugdfonds heeft aangegeven dat de Haarlemse pilot verruimd kan worden naar Zandvoort. Voor de pilot met een inkomensgrens tot 150% van de toepasselijke bijstandsnorm heeft het Jeugdfonds Sport & Cultuur ook aanvullende subsidie nodig. In Zandvoort groeien ongeveer 78 kinderen1 van 4 tot 18 jaar op in gezinnen met een inkomen tussen de 130% en 150%. Het gemiddelde bedrag dat per kind wordt uitgegeven is € 394. Voor het bereiken van de doelgroep 130-150% in 2025 wordt voorgesteld bij de Voorjaarsnota € 8.000 toe te voegen aan het budget. Hiermee kunnen 20 extra kinderen deelnemen. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur hanteert bij de pilot in Haarlem de zorgtoeslag2 als toetsingsinstrument. Het inkomen sluit daarmee min of meer aan bij de inkomensgrens van 150%. Bij de verhoging van de inkomensgrens voor het minimabeleid per 1 januari 2025 van 120% naar 130% in Zandvoort, is ook de structurele financiering voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur verhoogd. Hiermee is voorzien in de financiering voor de doelgroep tussen 120-130%. In de Voorjaarsnota is het voorstel opgenomen om voor de toename van het bereik in totaal € 25.000 (€ 17.000 + € 8.000) voor 2025 beschikbaar te stellen voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het college monitort het daadwerkelijke bereik van de kinderen.
1
213a-onderzoek - Evaluatierapport minimabeleid
2
Pilot JFSC in Haarlem
Kenmerk: 2025/394809
4/7
4. Risico's en kanttekeningen 4.1 Risico's De regelingen in het minimabeleid zijn wettelijk bepaalde openeinderegelingen. Hoger bereik en breder gebruik van de minimaregelingen kan op termijn leiden tot verhoging van het structureel beschikbare budget. 4.2 Kanttekeningen De voorgestelde incidentele verhoging van de inkomensgrens voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur heeft financiële consequenties die niet binnen het budget van 2025 kunnen worden opgevangen. Daarom is het noodzakelijk dat de gemeenteraad instemt met de voorgestelde incidentele verhoging bij de behandeling van de Voorjaarsnota. Als de gemeenteraad instemt met de incidentele verhoging voor 2025, wordt bij de Najaarsnota voorgesteld om middelen beschikbaar te stellen voor het mogelijk voortzetten van de pilot in 2026. Hiermee zou de Zandvoortse pilot gelijk lopen met de tweejarige pilot in Haarlem. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën De verhoging van de tegemoetkomingen en het flexibel maken van het Kinderkeuzebudget worden gefinancierd uit het bestaande minimabudget. Hierbij wordt de hoogte van de Fashioncheque verlaagd ten opzichte van voorgaande jaren. Zo blijft voor 2025 voldoende budget beschikbaar om de verruiming van de regelingen op te vangen. Op langere termijn kan een hoger bereik of uitgebreider gebruik van de regelingen leiden tot hogere kosten.
De jaarlijkse indexering van de bedragen is in lijn met de indexering van het gemeentelijke minimabudget, waardoor de financiële impact beheersbaar blijft. Het flexibele deel van het Kinderkeuzebudget wordt ingezet wanneer er voldoende ruimte is binnen het budget. Het college stelt voor het budget voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur met € 25.000 te verhogen: € 17.000 voor het bestaande tekort en € 8.000 voor de nieuwe doelgroep 130-150%. Deze kosten worden bij de Voorjaarsnota ter integrale afweging aan de gemeenteraad voorgelegd. 5.2 Communicatie In communicatie en op de website van de gemeente Zandvoort wordt de informatie aangepast. In samenwerking met het Jeugdfonds Sport & Cultuur worden Pluspunt en de partners in het dorp geïnformeerd. Na vaststelling van de beleidsregels worden deze bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad op overheid.nl. De vastgestelde Beleidsregel wordt vervolgens gepubliceerd in de lokale regelingenbank op www.overheid.nl.
Kenmerk: 2025/394809
5/7
5.3 Participatie De Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort ondersteunt dat de aanpassingen in het beleid bijdragen aan de doelstelling om kinderen kansrijk te laten opgroeien (zie bijlage 5). Ze waarderen drie specifieke veranderingen: 1. De indexering van bedragen voor schoolkosten en huiswerkbegeleiding wordt positief ontvangen, maar men betreurt de bijna halvering van de Fashioncheque als compensatie; 2. De invoering van een minimum Kinderkeuzebudget wordt als goede ontwikkeling gezien, evenals de flexibele inzet en mogelijke verhoging naar €200 indien budgettair haalbaar; 3. De uitbreiding van de Haarlemse pilot naar Zandvoort, waarbij de inkomensgrens voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur op 150% komt, wordt toegejuicht. De Adviesraad vindt de aangevraagde verhoging van € 25.000 voor dit fonds gerechtvaardigd. 5.4 Juridisch De beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen en de beleidsregel Huiswerkbegeleiding en bijles zijn beide gebaseerd op artikel 35, eerste lid van de Participatiewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 35 van de Participatiewet geeft gemeenten de bevoegdheid om bijstand gericht op doelgroepen te verstrekken voor de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen. Artikel 4:81 Awb regelt de bevoegdheid van bestuursorganen om beleidsregels vast te stellen.
Door beide regelingen te scheiden wordt meer recht gedaan aan de specifieke aard van elk van de regelingen, terwijl de wettelijke grondslag voor beide gelijk blijft. De wijzigingen in de beleidsregel passen binnen het wettelijk kader en de gemeentelijke beleidsvrijheid. Tegen het besluit tot vaststelling van beleidsregels staat geen bezwaar of beroep open. Individuele besluiten op basis van deze beleidsregel staan wel open voor bezwaar en beroep. Geheimhouding Geheimhouding is hier niet van toepassing. 5.5 Planning Besluitvorming door de gemeenteraad over verhoging van de inkomensgrens Jeugdfonds Sport & Cultuur vindt plaats bij de Voorjaarsnota in juni en juli 2025. Bij positief besluit gaat de wijziging per direct in. De wijzigingen in de beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen gaan in per 1 augustus 2025, aansluitend bij de start van het schooljaar 2025-2026.
Kenmerk: 2025/394809
6/7
6. Bijlagen Bijlage 1a Besluit tot wijziging beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Bijlage 1b Was-wordt-tabel bij wijziging beleidsregel Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Bijlage 2 Beleidsregel Huiswerkbegeleiding en bijles Bijlage 3 Beleidsvisie In Een Oogopslag (BIEO) Bijlage 4 Reactie Adviesraad
Kenmerk: 2025/394809
7/7
Collegebesluit
Onderwerp Ontwerp-Jaarverslag 2024 VRK Zandvoort Nummer 2025/457778 Portefeuillehouder Moolenburgh, D. Programma/beleidsveld 6.3 Openbare orde en veiligheid Afdeling VH Auteur Joke Korsaan Telefoonnummer 023-5113117 Email jkorsaan@haarlem.nl Kernboodschap De Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) heeft het ontwerp-jaarverslag 2024 aan de raden van de deelnemende gemeenten ter kennisname gestuurd. De gemeenteraad van Zandvoort wordt in de gelegenheid gesteld haar zienswijze op de aanvulling van de algemene reserve in verband met het nadelige rekeningresultaat van in totaal € 471.000 (aandeel Zandvoort hierin is € 15.000) kenbaar te maken via de zienswijze op een wijziging van de programmabegroting 2025. Het Algemeen Bestuur van de VRK zal op 9 juli 2025 de stukken vaststellen. Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten
Het college stuurt dit besluit ter kennisname naar de gemeenteraad.
Besluit College d.d. 6 mei 2025
Het college van burgemeester en wethouders
Programmabegroting VRK 2024-2027 (raadsbesluit 20-06-2023) Gemeenschappelijke Regeling VRK (raadsbesluit 23 april 2024)
Besluit: 1. Kennis te nemen van het ontwerp-jaarverslag 2024 van de VRK; 2. Kennis te nemen van het nadelig jaarrekeningresultaat van in totaal € 543.000 en het voorstel van de VRK om de algemene reserve incidenteel aan te vullen met een bijdrage vanuit de gemeenten van € 471.000 (aandeel Zandvoort € 15.000) zodat de algemene reserve weer 70% van alle risico’s dekt. De VRK onze zienswijze hierop te geven via een begrotingswijziging 2025 die onderdeel uitmaakt van het raadsvoorstel “Programmabegroting 2026-2029 en programmabegroting 2025”(2025/457851) de secretaris,
Kenmerk: 2025/457778
de burgemeester,
1/4
1. Inleiding De Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) is een gemeenschappelijke regeling waarbinnen 9 deelnemende gemeenten hun veiligheids- en gezondheidszorg hebben georganiseerd. Ieder jaar rapporteert de VRK over de exploitatie van haar organisatie in het jaarverslag.
Nieuwe gemeenschappelijke regeling Begin 2025 is de nieuwe Gemeenschappelijke regeling VRK in werking getreden. In de nieuwe Gemeenschappelijke regeling is de termijn om de programmabegroting vast te stellen verlengd naar 15 september om de raden meer tijd te geven. Maar de termijn waarop het Algemeen Bestuur het jaarverslag moet vaststellen blijft 9 juli. Voor de gemeenteraden is het van belang dat zij tijdig over het ontwerpjaarverslag kunnen beschikken, zodat deze informatie kan worden betrokken bij de zienswijze op de programmabegroting. Vandaar dat in de nieuwe Gemeenschappelijke regeling (artikel 45) is geregeld dat niet langer separaat een zienswijze op het jaarverslag wordt gevraagd. Echter in de Gemeenschappelijke regeling is in artikel 45 wel geregeld dat de zienswijzeprocedure van toepassing is op elk besluit dat van invloed is op de omvang van de inwonerbijdrage van de gemeenten. Bij de jaarrekening 2024 is dat nu het geval, er wordt achteraf om een extra bijdrage gevraagd om de reservepositie op het voorgeschreven niveau te brengen. De VRK vraagt een zienswijze op de begrotingswijziging 2025 waarin de extra bijdrage van in totaal € 471.000 zal worden verwerkt. Voor deze zienswijze wordt verwezen naar het raadsstuk “ Programmabegroting 2026-2029 en programmabegroting 2025” (2025/457851).
Het Algemeen Bestuur van de VRK zal op 9 juli 2025 het jaarverslag 2024 vaststellen. 2. Voorstel Het college van burgemeester en wethouders stelt voor: 1. Kennis te nemen van het ontwerp-jaarverslag 2024 van de VRK; 2. Kennis te nemen van het nadelig jaarrekeningresultaat van in totaal € 543.000 en het voorstel van de VRK om de algemene reserve incidenteel aan te vullen met een bijdrage vanuit de gemeenten van € 471.000 (aandeel Zandvoort € 15.000) zodat de algemene reserve weer 70% van alle risico’s dekt. De VRK onze zienswijze hierop te geven via een begrotingswijziging 2025 die onderdeel uitmaakt van het raadsvoorstel “Programmabegroting 2026-2029 en programmabegroting 2025” (2025/457851) 3. Beoogd resultaat De gemeenteraad van Zandvoort heeft kennisgenomen van het ontwerp jaarverslag 2024 van de VRK en geeft ter behandeling in het Algemeen Bestuur van de VRK haar zienswijze op de aanvulling van de algemene reserve in verband met het nadelige rekeningresultaat via het raadsvoorstel zienswijze “Programmabegroting 2026-2029 en programmabegroting 2025” (2025/ 457851)
Kenmerk: 2025/457778
2/4
4. Argumenten De jaarrekening 2024 sluit met een nadelig resultaat van € 543.000. Ten opzichte van het geprognosticeerde begrotingssaldo van € 723.000 voordelig een negatieve afwijking van € 1.266.000. Het nadeel is vrijwel gelijk aan het bij de 2e Bestuursrapportage 2024 door de VRK gerapporteerde nadeel van € 523.000. In het jaarverslag worden de diverse voor- en nadelige afwijkingen ten opzichte van de begroting per programma toegelicht. Van het nadeel van € 523.000 heeft een bedrag van € 379.000 zonder verdere bijsturing een structureel karakter. Dit nadeel van € 379.000 bestaat grotendeels uit overschrijdingen op de tuberculosebestrijding, de brandweer en de jeugdgezondheidszorg. De structurele doorwerking van tuberculosebestrijding (€ 57.000) is opgenomen als ontwikkeling in de programmabegroting 2026-2029 waarvoor een hogere inwonerbijdrage wordt gevraagd. De structurele overschrijding bij de Brandweer heeft met name betrekking op extra onderhoudslasten rondom de kazernes waar een afzonderlijk bestuurlijk traject voor is afgesproken. Er vindt een verdiepingsonderzoek plaats naar capaciteit, taken en financiën van de JGZ-taak dat nadere kaders moet geven waarbinnen de JGZ taken structureel kunnen plaatsvinden. De in de jaarrekening opgenomen risicoparagraaf is mede met het oog op het opstellen van de programmabegroting 2026 geactualiseerd.
Risico’s zijn herijkt en gekwantificeerd. De risico’s zijn gekwantificeerd op een bedrag van € 4,6 miljoen. Dat maakt dat er, met een afgesproken ratio van 0,7 een weerstandscapaciteit van afgerond € 3,2 miljoen nodig is. Rekening houdende met een in de begroting opgenomen post onvoorzien van € 50.000 is een reserve benodigd van € 3.140 mln. De huidige algemene reserve ultimo 2024 bedraagt, na aftrek van het nadelig resultaat 2024 van € 543.000, nog € 2,669 mln. Dat betekent dat om aan de minimale reserve van € 3.140 mln te voldoen een aanvulling van € 471.000 benodigd is. Voor Zandvoort gaat het om een bedrag van € 15.000. Controleverklaring Bij de jaarrekening 2024 is door de accountant een goedkeurende controleverklaring afgegeven op de getrouwheid. De rechtmatigheid is door het dagelijks bestuur van de VRK zelf gecontroleerd en verantwoord in de rechtmatigheidsverantwoording welke onderdeel is van de jaarrekening 2024. De accountant heeft geconstateerd dat de door het dagelijks bestuur afgegeven rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft van de rechtmatigheid van het door haar gevoerde financieel beheer.
5. Risico’s en kanttekeningen Geconstateerd is dat een deel van het tekort 2024 € 379.000, een structurele doorwerking heeft naar latere jaren. Ook de accountant heeft dit in zijn verklaring benoemd. Om te voorkomen dat in 2025 dezelfde nadelen ontstaan is het noodzakelijk dat de VRK op korte termijn met concrete voorstellen komt met betrekking tot de hogere onderhoudslasten van de kazernes en de hogere kosten op de JGZ-taak. Afhankelijk van de besluitvorming over toekenning van extra middelen voor de tuberculosebestrijding van € 57.000 in het kader van de Programmabegroting 2026-2029 betekent dit dat in 2025 en volgende jaren maximaal € 379.000 door bijsturing binnen de bestaande middelen
Kenmerk: 2025/457778
3/4
zal moeten worden gedekt. Mocht dit niet lukken dan dient de VRK hier tijdig over te rapporteren en daarbij aan te geven welke prestaties zonder toekenning van extra middelen niet meer kunnen worden geleverd. 6. Uitvoering Nvt. 7. Bijlagen -1. Brief aan gemeenteraden en colleges met verzoek om zienswijze d.d. 22-4-2025 -2. Ontwerp Jaarverslag 2024
Kenmerk: 2025/457778
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
4/4