CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluiten 14 oktober - 10 november 2025

Raadscommissie 2 december 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Overzichten7.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegebesluiten actief naar de raad gestuurd tussen 14 oktober en 10 november 2025 Document

Collegebesluit Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer 2026-2031

Titel

Collegebesluit Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer 2026-2031

Besluit B&W

21-10-2025

Document

Collegebesluit Benoeming lid Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort

Titel

Collegebesluit Benoeming lid Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort

Besluit B&W

21-10-2025

Document

Collegebesluit Marap GBKZ 2025

Titel

Collegebesluit Marap GBKZ 2025

Besluit B&W

28-10-2025

Document

Collegebesluit Regionaal Koersplan Huiselijk geweld en kindermishandeling 2025 - 2028

Titel

Collegebesluit Regionaal Koersplan Huiselijk geweld en kindermishandeling 2025 - 2028

Besluit B&W

04-11-2025

Document

Collegebesluit Vrijgave voor inspraak concept Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026-2030

Titel

Collegebesluit Vrijgave voor inspraak concept Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026-2030

Besluit B&W

04-11-2025

Collegebesluit

Onderwerp Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer 2026-2031 Nummer 2025/719017 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 1.1 Onderwijs Afdeling JOS Auteur Tweel, R. van der Telefoonnummer 06 – 1495 4711 Email rvandertweel@haarlem.nl Kernboodschap Maandag 29 september 2025 is Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) gevoerd over het door de regionale schoolbesturen van het Voortgezet Onderwijs (VO) aan de gemeenten Haarlem, Velsen, Bloemendaal, Heemstede, Zandvoort en Haarlemmermeer voorgelegde beleidsrijke Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer 2026-2031 (RPO). In het voor de besluitvorming verplichte OOGO hebben de aanwezige wethouders hun instemming gegeven met het concept-RPO, dat daarna de status definitief heeft gekregen en nu voorligt ter vaststelling. Een RPO wordt iedere vijf jaar door de besturen van het VO opgesteld. Aanvankelijk kozen de besturen voor een beleidsarm RPO, waarin alleen aan de noodzakelijke formaliteiten werd voldaan. Op verzoek van de regiogemeenten is alsnog een beleidsrijk RPO opgesteld.

Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten

In het traject naar dit beleidsrijke RPO is door de genoemde gemeenten een aantal aandachtspunten ingebracht, met de schoolbesturen zijn deze vertaald naar verschillende acties die de komende jaren worden ingezet en uitgevoerd. Het college stuurt dit besluit ter informatie naar de gemeenteraad. 2024/1859134: Concept Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen ZuidKennemerland en Haarlemmermeer 2025-2030

Kenmerk: 2025/719017

1/6

Besluit college d.d. 21 oktober 2025

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. In te stemmen met het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen ZuidKennemerland en Haarlemmermeer 2026-2031. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding In de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) is voor schoolbesturen VO de verplichting opgenomen een Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) op te stellen, steeds voor een periode van vijf jaar. Doelstelling hiervan is in de regio te komen tot een goede afstemming tussen de vraag naar en aanbod van het voortgezet onderwijs. Wanneer het RPO volgens de wettelijke voorschriften en procesgang tot stand is gekomen, zorgt de minister van OCW voor de rijksbekostiging van de voorzieningen. De benodigde onderwijshuisvesting is en blijft een verantwoordelijkheid van de gemeenten. Een RPO heeft betrekking op de VO-scholen in een aaneengesloten grondgebied van één of meer aangrenzende gemeenten. In de regio Zuid- Kennemerland, Velsen en Haarlemmermeer zijn alle VOscholen, c.q. schoolbesturen, deelnemer van het voorliggende RPO. Deze regio bestaat uit zes aan elkaar grenzende gemeenten, te weten Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemstede, Velsen en Zandvoort. In deze RPO-regio besturen negen schoolbesturen voor voortgezet onderwijs 25 VO-scholen in 42 vestigingen voor circa 27.000 leerlingen. In 2024 is een beleidsarm RPO opgesteld voor de periode 1 augustus 2025 tot 1 augustus 2030. Dit moest voor 1 november 2024 gereed en aan de minister worden aangeboden, noodzakelijk om de licenties voor vbo-profielen te verlengen.

Omdat de regiogemeenten kenbaar maakten alsnog een beleidsrijk RPO te wensen is een nieuw traject gestart. De gemeenten meenden gezamenlijk dat thema’s als kansengelijkheid, een pluriforme voorzieningenstructuur en multifunctionele- en inclusieve scholen gezamenlijke aandacht en overleg behoeven en een plaats in het RPO moeten hebben. Met het nu voorliggende RPO 2026-2031 komt het RPO 2025-2030 te vervallen. Om het RPO vast te kunnen stellen is het verplicht Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) te voeren. Dit is, in aanwezigheid van de verantwoordelijke wethouders van de betrokken gemeenten, succesvol gedaan op 29 september jl.

Kenmerk: 2025/719017

2/6

2. Beoogd resultaat Instemming met het RPO 2026 – 2031 maakt dat het huidige onderwijsaanbod voortgezet onderwijs in de regio Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer de komende periode gewaarborgd blijft. Op die wijze blijft sprake van een breed en pluriform onderwijsaanbod voortgezet onderwijs. Het instemmen met het RPO betekent ook dat het bestaande aantal VMBO-licenties in de regio opnieuw afgegeven wordt, waardoor sprake is van hetzelfde aanbod VMBO-onderwijs in de regio. Met het vaststellen van het beleidsrijk RPO wordt het overleg tussen de schoolbesturen VO en de regiogemeenten versterkt, door het benoemen van thema’s en het maken van afspraken daarover. Jaarlijks wordt de voortgang en ontwikkelingen m.b.t. de gemeentelijke aandachtspunten in het RPO met de besturen besproken. Het RPO heeft geen gevolgen voor het actuele Zandvoortse Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, de daarin opgenomen investeringen hoeven door het RPO niet worden aangepast 3. Onderbouwing voorstel Gemeentelijke aandachtspunten In juli 2024 hebben de besturen een voorstel voor een beleidsarm RPO aan de gemeenten voorgelegd, met het verzoek daarmee in te stemmen. Dit RPO moest (na aflopen van het toen bestaande RPO) voor 1 november 2024 aangeboden worden aan het ministerie, om de bestaande licenties voor het VMBO onderwijs te kunnen verlengen.

In het OOGO dat in september 2024 is gevoerd hebben de gemeente laten weten akkoord te kunnen gaan, op voorwaarde dat alsnog een beleidsrijk RPO opgesteld moest gaan worden. De gemeenten menen dat ontwikkelingen m.b.t. onderwijs en opgroeiende jongeren gezamenlijke beleidsuitgangspunten behoeven, daarvan was in het bestaande RPO geen sprake. Door de gemeente is een aantal aandachtspunten ingebracht, de besturen is gevraagd hier een visie in te ontwikkelen en (met daaruit volgende actiepunten) in het RPO op te nemen. De gemeenten vroegen aandacht voor de volgende thema’s: •

•

Segregatie/kansengelijkheid/uitstel schoolkeuze: door een visie te ontwikkelen over brede scholengemeenschappen (i.t.t. categorale scholen) waar leerlingen met verschillende schooladviezen samen naar school gaan, waardoor ontmoeting eerder en langer plaatsvindt en het eenvoudiger is om van onderwijsrichting te wisselen zonder van school te moeten; Pluriformiteit voorzieningenstructuur: door te streven naar een complementair onderwijskundig netwerk van VO scholen, waarin alle leerlingen, gegeven zijn/haar mogelijkheden, ambities en kansen, een plek krijgen (i.t.t. solitaire voorzieningen met een eigen aanbod op basis van eigen uitgangspunten);

Kenmerk: 2025/719017

3/6

•

•

Inclusieve scholen: door het mogelijk te maken dat jongeren, met en zonder ondersteuningsbehoeften, vaker samen leren, op scholen dicht bij huis, waarin het onderwijs liefst zo is ingericht dat alle leerlingen welkom zijn en erbij horen, op de school die ze zelf kiezen; Multifunctionele scholen: door te streven naar het combineren van functies en aandacht te hebben voor de multifunctionaliteit van schoolgebouwen, met een brede functie binnen een wijk of buurt, in een compacte stad waar weinig ruimte is voor strikt solitaire maatschappelijke voorzieningen.

Gezamenlijk overleg Vanaf februari 2025 is op verschillende momenten constructief overleg gevoerd tussen de besturen en de wethouders van de regiogemeenten. Dit heeft geresulteerd in een door alle besturen gedeelde visie op en geformuleerde uitgangspunten voor het onderwijsaanbod voortgezet onderwijs, aangevuld met een aantal afspraken ten aanzien de onderwijsvoorzieningen waarmee de besturen voor de komende RPO periode aan de slag gaan. In hoofdstuk 5 van het RPO (vanaf blz. 69) is dit terug te lezen. De 10 gezamenlijke uitgangspunten (RPO blz. 75) leggen vast dat voor alle leerlingen, ongeacht leerniveau of achtergrond, zoveel mogelijk bij elkaar, de juiste plek wordt nagestreefd. Mocht later blijken dat dit toch niet de juiste plek is geweest wordt samen opnieuw bepaald waar dat wel het geval is. Ook is er aandacht voor de capaciteit van de VO schoolgebouwen. De geformuleerde visie en uitgangspunten leiden tot een aantal concrete actiepunten: • er worden ontmoetingen georganiseerd tussen leerlingen van verschillende achtergrond, scholen en niveaus; • een voorlichtingscampagne over de druk rondom de schoolkeuze VO in relatie tot het welzijn van kinderen wordt ontwikkeld; • onderzocht wordt in hoeverre het creëren van ‘garantieplekken’ door middel van clustering van scholen bijdraagt aan het stroomlijnen van op- en afstroom van leerlingen; • capaciteitsafspraken m.b.t.

de schoolgebouwen VO worden ontwikkeld en geëvalueerd. OOGO Definitieve vaststelling en indiening van het RPO bij de minister van OCW kan pas plaatsvinden na het voeren van Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met de betrokken gemeenten. Dit gezamenlijk OOGO van de gemeenten en schoolbesturen heeft 29 september jl. plaatsgevonden. Alle aanwezige wethouders hebben ingestemd met het RPO. Draagvlak gemeenten en schoolbesturen Het RPO is, na meermaals constructief overleg met de betrokken wethouders, door de gezamenlijke schoolbesturen VO in de regio Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer opgesteld en ter instemming voorgelegd aan de betrokken gemeenten in deze regio. De gemeenten in de regio hebben unaniem

Kenmerk: 2025/719017

4/6

ingestemd met het voorliggende RPO waardoor er sprake is van schoolbestuurlijk en gemeentelijk draagvlak voor de voorzieningenstructuur voortgezet onderwijs in deze regio. 4. Risico’s en kanttekeningen n.v.t. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën In het RPO 2026 – 2031 is geen planvorming met betrekking tot het VO-onderwijsaanbod opgenomen. Dat betekent dat het actuele Integraal Huisvestingsplan Onderwijs onveranderd blijft, er door het RPO geen extra investeringen voor de gemeente m.b.t. onderwijshuisvesting geraamd moeten worden. 5.2 Communicatie n.v.t. 5.3 Participatie In de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 is beschreven hoe het traject naar een RPO moet worden ingezet. Onderdeel daarvan is de verplichting in overleg te treden met (naast de schoolbesturen en de gemeente) overige betrokkenen. In hoofdstuk 6 van het RPO is het resultaat van dit gevoerde overleg in detail terug te lezen. Het RPO is voorgelegd aan het regionale MBO (zie H 6.3, blz. 87 van het RPO). ROC Nova College kan zich vinden in de uitgangspunten en de daaruit volgende actiepunten en ziet mogelijkheid tot samenwerking op een aantal punten. Deze samenwerking wordt de komende periode verder verkent. Ook is het RPO voorgelegd aan vertegenwoordiging van het bedrijfsleven (6.4, blz. 88), in de vorm van de Sterk Techniekonderwijs (STO)-regio IJmond en de STO-regio Haarlemmermeer/Bollenstreek Noord.

Ook zij herkennen zich in de ontwikkelingen zoals beschreven in het RPO. Bij voorkeur was een grotere afvaardiging bereikt, dat is door de besturen geprobeerd, maar op niets uitgelopen. Een volgende keer zal wederom contact worden gezocht met organisaties als MKB Nederland en VNONCW. De provincie Noord-Holland (6.5, blz. 88) geeft als reactie geen aanleiding te zien voor nader overleg, dit omdat er OOGO gevoerd is. Ook met het basisonderwijs (6.6, blz. 89) is overleg gevoerd. Dit is geen wettelijke vereiste, maar de gezamenlijke beweging die wordt ingezet kan alleen succesvol uitpakken als ook het PO direct betrokken wordt. De PO besturen herkennen de vraagstukken en uitdagingen zoals in het RPO

Kenmerk: 2025/719017

5/6

geformuleerd. Afgesproken is de samenwerking verder vorm te gaan geven en het overleg te versterken

5.4 Juridisch Op grond van art. 4.19 lid 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 stellen de schoolbesturen voor hun regio een regionaal plan onderwijsvoorzieningen vast, dat een gezamenlijk gedragen visie bevat op het onderwijs in de regio. In lid 4 van hetzelfde artikel staat omschreven aan welke organisaties het concept-RPO moet worden voorgelegd: overige VO scholen in de regio; de provincie; het bevoegd gezag van het aanwezige MBO; en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Lid 5 stelt dat de deelnemende schoolbesturen over het concept een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) voeren, met het college van de gemeente(n) die in het gebied liggen waar het RPO betrekking op heeft. 5.5 Planning Het besluit van het college tot instemming met het RPO wordt aan de schoolbesturen bekend gemaakt. Het RPO wordt door de besturen aangeboden aan de minister van OCW. Met ingang van 2026 worden de verantwoordelijke wethouders jaarlijks uitgenodigd om te overleggen over de voortgang van en ontwikkelingen rond de thema’s in het RPO, die gezamenlijk zijn opgenomen n.a.v. de gemeentelijke aandachtspunten en gemaakte afspraken die in hoofdstuk 5 van het RPO vastgelegd zijn. Dit overleg vindt plaats tegelijkertijd met het laatste voorzieningenoverleg voor de zomervakantie.

De gemeente zal voor die overleggen steeds bepalen of de inbreng van de overige betrokkenen (zie 5.3 hierboven: participatie) op dat moment gewenst is. 6. Bijlagen Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer 2026-2031

Kenmerk: 2025/719017

6/6

Collegebesluit

Onderwerp Benoeming één lid voor lidmaatschap Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort Nummer

2025/708513

Portefeuillehouder

Bluijs, G.J.

Programma/beleidsveld Afdeling

1.3 Sociale basis MO

Auteur

Tienhoven, I.A.M. van

Telefoonnummer Email Kernboodschap

06-28520648 ivtienhoven@haarlem.nl Het college benoemt één nieuw lid voor de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort. Met de benoeming van het nieuwe lid is er een verscheidenheid van kennis en ervaring. Dit leidt tot een functionerende Adviesraad met negen leden. De Adviesraad is dan nog op zoek naar nog één nieuw lid om op volle sterkte te zijn om te adviseren op de diverse thema’s in het Sociale Domein. In het kader van actieve informatieplicht stuurt het college het besluit naar de gemeenteraad

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten

n.v.t

Besluit College d.d. 21 oktober 2025

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Met ingang van 1 november 2025 de heer Robbert de Vries te benoemen voor de rol van lid van de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort voor een periode van vier jaar en met een mogelijke verlenging van nog vier jaar de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding De Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort heeft tot taak het college van Burgemeester en Wethouders (on)gevraagd te informeren en te adviseren over alle zaken met betrekking tot het Sociaal Domein. Wegens twee vacatures in de Adviesraad (Verordening Adviesraad sociaal domein Gemeente Zandvoort | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) is het mogelijk om een nieuw lid te benoemen.

1/2

2. Besluitpunten college Het college benoemt met ingang van 1 november 2025 de heer Robbert de Vries voor de rol van lid van de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort voor een periode van vier jaar en met een mogelijke verlenging van nog vier jaar

3. Beoogd resultaat Een goed functionerende Adviesraad met een behoud van een verscheidenheid aan kennis en ervaring. Het college benoemt één lid voor zijn eerste termijn Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort. Met de komst van het nieuwe lid heeft de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort dan weer negen leden en is nog op zoek naar een tiende lid om op sterkte te zijn om te adviseren over de thema’s die spelen binnen het brede sociale domein.

4. Argumenten 1. Het besluit past in het ingezet beleid. De Adviesraad is de gemeentelijke adviesraad voor het brede sociaal domein en sluit aan bij de programma’s 1. Maatschappelijke Participatie, 2. Ondersteuning en Zorg, 3. Werk, Inkomen en Schulden. 2. Het college benoemt één lid voor zijn eerste termijn Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort. Met de komst van het nieuwe lid heeft de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort dan weer negen leden en is op zoek naar een tiende lid om op sterkte te zijn om te adviseren over de thema’s die spelen binnen het brede sociale domein.

5. Risico’s en kanttekeningen Niet van toepassing.

6. Uitvoering Schriftelijk bericht. Betrokkene ontvangt schriftelijk bericht.

7. Bijlagen 1. Uittreksel van het cv van R. de Vries. Het is een uittreksel om de persoonlijke levenssfeer van de heer R. de Vries te beschermen.

2/2

Collegebesluit

Onderwerp Marap GBKZ 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de raad

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. …… (wordt ingevuld door BC)

2025/717360 Bluijs, G.J. 7.1. Lokale belastingen & heffingen CC Moolen, J. van der jvandermoolen@haarlem.nl In deze managementrapportage (Marap) rapporteert Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (GBKZ) over de voortgang van de uitvoering van de belastingtaken in de periode januari t/m juni 2025. De rapportage is gebaseerd op het Bedrijfsplan GBKZ 2025 en bevat cijfermatige en inhoudelijke informatie over de voortgang van de werkzaamheden. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad, zodat de raad geïnformeerd is over de uitvoering van de belastingzaken door de gemeenschappelijke regeling GBKZ. −

Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland-Zuid 2018 (2024/970502, laatst gewijzigd 4 juni 2024) − Bedrijfsplan GBKZ 2025 (2024/2231622, collegebesluit van 23 januari 2024). Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Kennis te nemen van de Marap GBKZ 2025

de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Conform de afspraken in de gemeenschappelijke regeling rapporteert GBKZ jaarlijks over de voortgang van het bedrijfsplan. De rapportage over de eerste helft van 2025 is op 25 september 2025 vastgesteld door de stuurgroep. In deze Marap wordt per onderwerp aangegeven in hoeverre de doelen uit het bedrijfsplan zijn behaald.

Kenmerk: 2025/717360

1/3

2. Beoogd resultaat Het college van B&W en de raad informeren over de voortgang van de uitvoering van het Bedrijfsplan GBKZ 2025. 3. Onderbouwing voorstel De Marap bevat informatie over de uitvoering van de belastingtaken zoals opgenomen in het Bedrijfsplan GBKZ 2025. De afwijkingen ten opzichte van de begroting worden opgenomen in de decemberrapportage. Ontwikkelingen WOZ-waarde bepaling De WOZ-waarde wordt aan de hand van primaire en secundaire objectkenmerken bepaald. In een pilot worden woningeigenaren actief betrokken bij de waardebepaling van hun woning door zelf aan te geven hoe hun woning ervoor staat. Dit draagt bij aan een transparantere WOZ-waardering en zorgt ervoor dat de WOZ-waarde beter aansluit bij de werkelijkheid. Een geselecteerde groep woningeigenaren ontvangt een uitnodiging om de secundaire kenmerken van hun woningen online te beoordelen. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Kanttekeningen De Marap rapporteert over de eerste 6 maanden van 2025. In deze eerste 6 maanden zijn nog niet alle belastingsoorten opgelegd (bijvoorbeeld toeristen-, forensen-, reclame- en precariobelasting). 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Er wordt een budgetoverschrijding van in totaal € 135.000 verwacht binnen GBKZ, specifiek op de onderdelen ICT en inhuur van personeel.

Deze overschrijding wordt veroorzaakt door onder andere: • Extra kosten voor SAP-applicaties en de implementatie van een AI-module voor de afhandeling van bezwaren; • Een verplichte systeemwijziging vanuit de Waarderingskamer; • Een langere periode van externe inhuur als gevolg van personele wisselingen. Van deze overschrijding komt naar verwachting circa 35% ten laste van de gemeente Zandvoort. In de eerste helft van 2025 is het aantal naheffingsaanslagen parkeren gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2024. Deze toename leidt tot extra uitvoeringskosten, bijvoorbeeld voor verwerking en afhandeling en tegelijkertijd nemen ook de invorderingsopbrengsten toe. Daarnaast blijken de kosten voor kwijtschelding lager dan geraamd.

Kenmerk: 2025/717360

2/3

De financiële gevolgen worden verwerkt in de decemberrapportage 2025: - € 50.000 (ICT en inhuur GBKZ) - € 50.000 (naheffingsaanslagen parkeren inclusief invorderingskosten) - -/- € 190.000 (voordeel, invorderingopbrengsten) - -/- € 35.000 (voordeel, kwijtscheldingen) - € 50.000 (nadeel OZB opbrengsten) Totaal komt dit uit op €75.000 voordeel. 5.2 Planning Op de Marap GBKZ volgt het jaarverslag inclusief jaarrekening van GBKZ. 6. Bijlagen Bijlage 1 Marap GBKZ 2025

Kenmerk: 2025/717360

3/3

Collegebesluit

Onderwerp Veilig en verbonden, regionaal Koersplan Huiselijk geweld en kindermishandeling 2025 - 2028 Nummer 2025/660484 Portefeuillehouder Carree, L., Bluijs, G.J., Programma/beleidsveld 2.2. Voorzieningen jeugd, 2.3 Opvang, wonen en herstel Afdeling JOS, MO Auteur Sluijs, A. van der en I. van Neerbos Telefoonnummer Email avandersluijs@haarlem.nl, ineerbos@haarlem.nl Kernboodschap

Huiselijk geweld is de meest voorkomende vorm van geweld in Nederland en vormt een groot maatschappelijk probleem met een enorme impact, zowel persoonlijk als maatschappelijk, op korte en langere termijn. De gemeenten in de regio zien mogelijkheden om de aanpak van huiselijk geweld te verbeteren. Hulpverleners werken vaak in estafette in plaats van samen. Dit leidt tot versnippering, dubbel werk en vertraging. Huishoudens moeten hun verhaal steeds opnieuw vertellen en de hulp mist samenhang. Zowel huishoudens als professionals voelen zich onvoldoende gezien en gehoord. Het landelijke programma Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming heeft als doel het verbeteren van de hulp aan alle betrokkenen bij huiselijk geweld, door effectievere, efficiëntere en systeemgerichte samenwerking binnen een netwerk. De ministeries van VWS, J&V en de VNG zijn opdrachtgevers. Alle gemeenten en regio’s zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. In samenwerking met alle gemeenten van de veiligheidsregio Kennemerland (met uitzondering van Uitgeest) en de lokale en regionale kernpartners heeft Zandvoort het regionaal Koersplan Veilig en Verbonden Huiselijk geweld en kindermishandeling 2025-2028 opgesteld. Dit plan geeft invulling aan het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. De ambitie is dat alle inwoners van jong tot oud en ongeacht de gezinssituatie, een veilige thuissituatie hebben.

De speerpunten uit het Toekomstscenario zijn vertaald in de volgende ontwikkelopgaven in het regionale Koersplan: Bewustwording en signalering van huiselijk geweld; Lokale teams en hun rol in de aanpak van huiselijk geweld; Samenwerking en Vakmanschap bij huiselijk geweld. De ontwikkelopgaven worden uitgevoerd met de Actieagenda 2025-2026 (en daarna 2027-2028).

Kenmerk: 2025/660484

1/5

Een belangrijk speerpunt van het regionale Koersplan is de implementatie van casusregie. Hiervoor is de basisnotitie casus- en proces regie opgesteld. De implementatie krijgt de komende jaren vorm, in Zandvoort gebeurt dat met Sociaal Wijkteam Samen Zandvoort, het CJG en andere betrokken partners. Behandelvoorstel voor de raad

1. Het college stuurt het collegebesluit ter actieve informatie naar de raad.

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 4 november 2025

nvt Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Veilig en verbonden, regionaal Koersplan Huiselijk geweld en kindermishandeling 2025-2028 vast te stellen. 2. De Actieagenda voor 2025-2026 vast te stellen. 3. De Basisnotitie casus- en procesregie vast te stellen. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Huiselijk geweld komt voor in alle lagen van de samenleving. Het is de meest voorkomende vorm van geweld in Nederland en vormt een groot maatschappelijk probleem met een enorme impact, zowel persoonlijk als maatschappelijk, op korte en langere termijn. Het bevorderen van veiligheid in gezinnen en huishoudens is een integraal onderdeel van de Wmo en de Jeugdwet en daarmee een wettelijke taak voor elke gemeente. Landelijke programma’s jagen daarbij de regionale en lokale (beleids)ontwikkelingen aan. Het huidige landelijke programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (hierna: Toekomstscenario) dient ter verbetering van de aanpak van onveiligheid in huishoudens met en zonder minderjarige kinderen (0-100 jaar). De ministeries van VWS en J&V en de VNG zijn opdrachtgever van het Toekomstscenario. Alle gemeenten cq. jeugdhulpregio’s hebben de opdracht om invulling te geven aan dit programma. In mei 2024 hebben de gemeenten binnen de Veiligheidsregio Kennemerland1 opdracht gegeven voor de doorontwikkeling van de aanpak van huiselijk geweld in samenwerking met partners. Veilig en Verbonden, regionaal Koersplan aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2025-2028 (bijlage 1) geeft invulling aan de regionale aanpak Huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: huiselijk geweld) en aan het landelijk programma Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming.

1

Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort. Deze gemeenten werken ook samen binnen 2 jeugdzorgregio’s; Haarlemmermeer en Zuid-Kennemerland/ IJmond

Kenmerk: 2025/660484

2/5

Tegelijk met het regionale Koersplan wordt de Actieagenda 2025-2026 (bijlage 2) en de Basisnotitie casusregie (bijlage 3) aangeboden aan het college. Met de Actieagenda worden de uit te voeren acties in 2025-2026 meer concreet gemaakt en voorzien van een planning. De basisnotitie casusregie vormt de basis voor heldere afspraken rondom samenwerking bij HGKM, één van de speerpunten van het regionale Koersplan. Deze stukken worden naar de individuele colleges gebracht voor lokale verankering en waar nodig lokale uitwerking. Bijlage 4 bevat vragen van de Adviesraad en de beantwoording hiervan vanuit de gemeente.

2. Besluitpunten college 1. Veilig en verbonden, regionaal Koersplan Huiselijk geweld en kindermishandeling 20252028 vast te stellen. 2. De Actieagenda regionaal Koersplan HGKM 2025-2026 vast te stellen. 3. De Basisnotitie casus- en procesregie vast te stellen. Beoogd resultaat Gemeenten en lokale en regionale partners werken doelgericht samen aan de ambitie dat inwoners, van 0 tot 100+ jaar, in een veilige thuissituatie leven. Indien sprake is van onveiligheid, wordt dit na signalering samen met de inwoner aangepakt. De inwoner staat centraal als expert van zijn of haar eigen behoeften en (on)mogelijkheden, en behoudt de regie over het proces, daar waar dat passend en haalbaar is. Elk huishouden krijgt één vast aanspreekpunt gedurende het gehele ondersteuningstraject. De aanpak is integraal en systeemgericht, waarbij de betrokken professionals samenwerken als één netwerk en gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen. Het traject wordt afgerond zodra duurzame veiligheid is gerealiseerd en geborgd

3. Onderbouwing voorstel 3.1 Het regionale Koersplan Veilig en verbonden vormt de regionale basis voor verbetering van de aanpak van huiselijk geweld Om de aanpak van huiselijk geweld effectief te maken, is nauwe samenwerking en commitment binnen de regio noodzakelijk. Temeer omdat meerdere regionaal werkende partners betrokken zijn, zoals Veilig Thuis, de Blijf Groep, politie, Zorg- en Veiligheidshuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instellingen. Zij werken samen met de lokale teams in alle gemeenten. Duidelijke regionale afspraken en uitgangspunten zorgen ervoor dat alle partijen dezelfde koers varen, waarbij de lokale uitvoering kan verschillen. Het verbeteren van de aanpak van HGKM en de samenwerking tussen partijen daarin is nodig om inzet en samenwerking te bevorderen en goede resultaten te behalen. Dit vraagt meerjarige inzet van alle partijen. 3.2 In De Actieagenda 2025-2026 staan de concrete acties die worden uitgevoerd Met de Actieagenda worden de uit te voeren acties in 2025-2026 meer concreet gemaakt en voorzien van een planning. Door de samenwerking van gemeenten met regionale en lokale partners wordt gewerkt vanuit gedeelde ambitie en verantwoordelijkheid, volgens de leidende principes van het regionale Koersplan.

Kenmerk: 2025/660484

3/5

3.3 De basisnotitie casusregie is een belangrijk fundament om samenwerking bij casuïstiek met HGKM te verbeteren De basisnotitie bevat de omschrijving van wat verstaan wordt onder casusregie en hoe rollen en verantwoordelijkheden tussen de betrokken partijen verdeeld zijn. Dit is het startpunt voor de implementatie van afspraken en uitvoering van casusregie; een noodzakelijke randvoorwaarde voor verbetering van de samenwerking bij HGKM. De regionale uitgangspunten uit de basisnotitie sluiten aan op het TKS. 3.4 Het besluit past binnen ingezet beleid Het regionale Koersplan, de Actieagenda en de basisnotitie casus-en procesregie dragen bij aan de realisatie van de wettelijke taken van de gemeente in de aanpak van huiselijk geweld. En sluiten aan op de ontwikkelingen rond ‘stevige lokale teams’, Hervormingsagenda Jeugd, en het Programmaplan Jeugd (ZKIJ). De verbinding met de aanpak ‘Femicide staat nooit op zichzelf’ wordt gemaakt.

4. Risico’s en kanttekeningen Risico’s Diverse factoren kunnen de uitvoering van het regionale Koersplan HGKM bemoeilijken of vertragen zoals een tekort aan personele inzet en schotten tussen de domeinen. Hoewel het oplossen van deze brede maatschappelijke problemen grotendeels buiten het bereik van het regionale Koersplan valt, worden deze risico’s waar mogelijk geadresseerd en geagendeerd. Er is nog incidenteel regionaal ontwikkelbudget beschikbaar voor 2025-2026 (€1.133.000). Duurzame inbedding van de ontwikkelingen moet binnen bestaande middelen worden gerealiseerd; dit is een risico voor het realiseren van de resultaten.

5. Consequenties en uitvoering 5.1 Communicatie De uitvoering van het Koersplan HGKM vraagt om gerichte communicatie die niet alleen informerend van aard is, maar ook aanzet tot ander gedrag. Hiertoe wordt een regionaal communicatieplan opgesteld, dat op onderdelen lokaal kan worden ingevuld. 5.2 Participatie Het regionale Koersplan is opgesteld in samenwerking met de kernpartners en is binnen de gemeenten intern afgestemd. De Adviesraad van Zandvoort heeft schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van een conceptversie. Aan de hand hiervan is het Koersplan HGKM op een aantal punten aangescherpt (zie bijlage 4) 5.3 Juridisch Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is een landelijk programma. De ministeries van VWS en, J&V en de VNG zijn opdrachtgever. Alle gemeenten cq. jeugdhulp-/ veiligheidsregio’s hebben de opdracht om invulling te geven aan dit programma. De individuele colleges stellen daartoe het regionale Koersplan en bijbehorende stukken vast.

Kenmerk: 2025/660484

4/5

6. Uitvoering Uitvoering vindt plaats op verschillende niveaus. • Het regionale Koersplan wordt uitgevoerd middels de Actieagenda 2025-2026. De planning van de acties wordt met de kernpartners uitgewerkt; • Medio 2026 wordt de Actieagenda 2027-2028 opgesteld • De implementatie van casusregie wordt uitgevoerd als onderdeel van de Actieagenda. • Op bestuurlijk niveau vindt sturing en monitoring plaats vanuit het bestuurlijk ambassadeursteam2, minimaal drie keer per jaar. • Op ambtelijk niveau worden uitvoering en ontwikkeling maandelijks besproken en gevolgd.

7. Bijlagen 1. Veilig en verbonden, regionaal Koersplan Huiselijk geweld en kindermishandeling 2025-2028 2. De Actieagenda voor 2025-2026 3. De Basisnotitie casus- en procesregie 4. Beantwoording vragen Adviesraad Zandvoort

22

Bestuurders van Veilig Thuis, Blijf Groep, Gecertificeerde instellingen, Raad voor de Kinderbescherming, lokale teams, wethouder van Velsen, Haarlemmermeer en Haarlem.

Kenmerk: 2025/660484

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Vrijgave voor inspraak: concept Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/733953 Bluijs, G.J. 4.1. Wonen en ruimtegebruik ECDW Batema, R en Tichelaar, T. rbatema@haarlem.nl en ttichelaar@haarlem.nl De huidige woonvisie ‘Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019 t/m 2025’ loopt eind 2025 af. Het Volkshuisvestingsprogramma 2026 tot en met 2030 gaat de huidige woonvisie vervangen. Het Volkshuisvestingsprogramma geeft richting aan ontwikkelende partijen en verbindt concrete activiteiten aan de gemeentelijke ambities op het gebied van wonen. Het Volkshuisvestingsprogramma heeft een looptijd van vijf jaar, maar stuurt op ambities voor de komende tien jaar. Het Volkshuisvestingsprogramma biedt de grondslag voor het maken van nieuwe prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersvertegenwoordiging, en (voor de onderdelen vanuit het Woonzorgprogramma Zandvoort 2025-2030) met de zorg- en welzijnsorganisaties. Met het Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort maakt de gemeente in nauwe samenwerking met betrokken partijen werk van goed wonen voor een breed scala aan doelgroepen in vitale en veerkrachtige wijken in de gemeente Zandvoort. Speerpunten zijn onder andere het toevoegen van minimaal 630 woningen tot en met 2030, waarvan 30% sociaal en 35% voor middeninkomens (middenhuur en betaalbare koop).

Het programma zet ook meer in op de verdichting van de gemeente via versoepeling van de regels rondom het bouwkundig en kadastraal splitsen van woningen en de mogelijkheden van hospitaverhuur. Ook het bestrijden van leegstand wordt een belangrijk doel. Het bouwprogramma gaat zich meer richten op passend aanbod voor ouderen (Woonzorgprogramma Zandvoort 2025-2030), terwijl we via nieuwbouw ook jongerenwoningen gaan toevoegen. Jongeren en senioren zijn de belangrijkste groepen waar we ons op richten. Via goede seniorenwoningen jagen we de doorstroming aan waardoor onze eengezinswoningen, waarvan Zandvoort er veel heeft, leegkomen voor (jonge) gezinnen. Voor al deze thema’s is een goede samenwerking met de regiogemeenten, de provincie en alle lokale samenwerkingspartners erg belangrijk.

Kenmerk: 2025/733953

1/8

Het concept Volkshuisvestingsprogramma is mede tot stand gekomen met input vanuit de gemeenteraad, op basis van de bespreking van de ‘Aangepaste Uitgangspuntennotitie’ (2025/624153). Er is input opgehaald bij diverse betrokken partijen en bewoners. Ook is afgestemd en voorgesorteerd op actuele ontwikkelingen op rijksniveau, de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Dit concept Volkshuisvestingsprogramma sorteert voor op de invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting, waarbij volkshuisvesting een doel onder de Omgevingswet wordt, met het Volkshuisvestingsprogramma als verplicht programma onder de Omgevingswet.

Behandelvoorstel voor de raad

Relevante eerdere besluiten

Besluit college d.d. 4 november 2025

Met dit besluit wordt het concept Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030, ‘Werk maken van goed wonen’, vrijgegeven voor inspraak voor de periode 4 november tot en met 16 december 2025. Het college stuurt het besluit ter actieve informatie naar de raad. Het college vindt het belangrijk de gemeenteraad te informeren over de voortgang op het dossier van het Volkshuisvestingsprogramma en hen op de hoogte te stellen van het feit dat het conceptprogramma nu ter inspraak gelegd wordt. • Aangepaste uitgangspuntennotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 (2025/624153) in gemeenteraad 14 oktober 2025. • Uitgangspuntennotitie volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 (2025/434892) in commissievergadering 27 mei 2025. • Startnotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 (2025/166032) in collegevergadering 1 april 2025. • Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019 t/m 2025 (2019/180616) in gemeenteraad 23 april 2019. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het concept Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 voorlopig vast te stellen en voor zes weken ter inzage te leggen voor het in kunnen dienen van zienswijzen. de secretaris,

Kenmerk: 2025/733953

de burgemeester,

2/8

1. Aanleiding De huidige woonvisie loopt dit jaar af. Het concept Volkshuisvestingsprogramma 2026 tot en met 2030 met als titel ‘Werken aan goed wonen’ (bijlage 1) actualiseert de thema’s van de woonvisie en scherpt ze waar nodig aan. De thema’s zijn: beschikbaarheid en betaalbaarheid, aandachtsgroepen, duurzaamheid, leefbaarheid en samenwerking. Daarnaast is het Woonzorgprogramma Zandvoort 2025-2030 een integraal onderdeel van het Volkshuisvestingsprogramma. In de startnotitie, die op 1 april 2025 is vastgesteld, is het proces van de totstandkoming van het Volkshuisvestingsprogramma 2026 tot en met 2030 weergegeven. Afgelopen maanden is input opgehaald bij stakeholders en bewoners in de gemeente (bijlage 2) en bij de gemeenteraad aan de hand van een uitgangspuntennotitie. Daarnaast zijn nadere analyses gemaakt op basis van (recente) onderzoeken en relevante ontwikkelingen (bijlage 3 en 4). De totstandkoming van het concept Volkshuisvestingsprogramma (VHP) loopt vooruit op de vaststelling en inwerkingtreding van de Wet versterking regie volkshuisvesting. Op dit moment zijn gemeenten nog verplicht om elke vijf jaar een nieuwe woonvisie vast te stellen op basis van de Woningwet. Dit verandert met het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. Wanneer de wet in werking treedt, wordt volkshuisvesting een doel onder de Omgevingswet.

Het Volkshuisvestingsprogramma wordt een verplicht programma onder de Omgevingswet. Het programma vervangt daarmee de woonvisie. In het concept Volkshuisvestingsprogramma worden dezelfde thema's behandeld als in de woonvisie, aangevuld met de vereisten zoals die in de conceptwetgeving zijn opgenomen voor een volkshuisvestingsprogramma. Dat betekent bijvoorbeeld dat het aantal doelgroepen is uitgebreid en dat explicieter naar uitvoering is gekeken. 2. Beoogd resultaat Het Volkshuisvestingsprogramma bepaalt waar de gemeente de komende vijf jaar (met een doorkijk van nog eens vijf jaar) op inzet op het gebied van woonbeleid en de te behalen resultaten. Op basis van het Volkshuisvestingsprogramma worden afspraken gemaakt met partijen, worden kaders aan initiatiefnemers meegegeven en worden ondersteunende activiteiten door de gemeente ontwikkeld. Met het vrijgeven van het concept Volkshuisvestingsprogramma voor inspraak, krijgen betrokken partijen en de inwoners van de gemeente Zandvoort de mogelijkheid om op deze voornemens te reageren. 3. Onderbouwing voorstel 1. Het besluit draagt bij aan bestaand beleid. Het concept Volkshuisvestingsprogramma geeft uitvoering aan programma begroting 4.1. Wonen en ruimtegebruik.

Het concept Volkshuisvestingsprogramma zorgt er ook voor dat de genoemde ambities uit het coalitieprogramma worden bestendigd, zoals het toevoegen van woningen van goede kwaliteit voor diverse doelgroepen en extra inspanning op de realisatie van sociale huurwoningen. De activiteiten van de huidige woonvisie die nog actueel zijn,

Kenmerk: 2025/733953

3/8

worden opnieuw opgenomen en aangevuld met nieuwe ambities, activiteiten en wettelijke vereisten. 2. Het concept Volkshuisvestingsprogramma sluit aan op de Omgevingsvisie Zandvoort De ‘Omgevingsvisie Zandvoort 2040 365 dagen aantrekkelijk’ agendeert en geeft richting aan de integrale opgaven, waaronder het versterken van een aantrekkelijke woon- en werkgemeente voor iedereen. De Omgevingsvisie kent vele strategische keuzen, waarvan er meerdere terugkomen in dit concept Volkshuisvestingsprogramma. Daarbij ligt de focus in het bijzonder op het bijdragen aan keuzen 3.3 Samenleving: sociale samenhang en ontmoeting, 3.4 Ruimte: aantrekkelijk en leefbaar dorp en 3.5 Duurzaamheid: groen en toekomstbestendig. 3. Het concept Volkshuisvestingsprogramma formuleert de speerpunten van het beleid voor de komende vijf jaar (met een doorkijk naar 2035). 1. Koers houden op het toevoegen van nieuwbouw. De doelstelling is minimaal 930 zelfstandige woningen in 2040. De nadruk ligt op het uitvoeren en verruimen van de bestaande plancapaciteit. 2. Vasthouden aan realisatie van minimaal 30% sociale huur. 3. Meer nadruk op het versterken van het middensegment (het betaalbare segment van 35%, bestaande uit middenhuur en betaalbare koop). 4.

Samen met betrokken partners voorzien in passend aanbod voor ouderen (Woonzorgprogramma Zandvoort 2025-2030) dat tevens voorzien in de realisatie van collectieve woonvormen en gemeenschapsvorming. 5. Meer jongerenwoningen en in het bijzonder meer seniorenwoningen bouwen om doorstroming te bevorderen. 6. Slimmer gebruik maken van de bestaande woningvoorraad (onder andere door het versoepelen van bouwkundig splitsen, kadastraal splitsen en hospitaverhuur). 7. Leegstand effectiever bestrijden. 8. Ondersteunen huurders en woningzoekenden met betere informatievoorziening. 9. Energietransitie steeds meer van beleid naar uitvoering brengen met extra aandacht voor het bestrijden van energiearmoede. 10. Beleid uitvoeren samen met de regio, de provincie Noord-Holland en de Rijksoverheid. Deze speerpunten en overige doelstellingen worden nader uitgewerkt in vier inhoudelijke hoofdstukken. 4. Het concept Volkshuisvestingsprogramma formuleert een realistische doelstelling voor de groei van de woningvoorraad en de beschikbaarheid voor verschillende (inkomens)groepen. Op basis van de geraamde woningbouwbehoefte voor de komende jaren en de beschikbare plancapaciteit is de doelstelling voor de komende jaren vastgesteld voor de gewenste groei van de woningvoorraad.

De doelstelling is 930 nieuwe woningen in 2040, conform huidige plancapaciteit en een verruiming daarvan in de loop de jaren, gebaseerd op de Kansenkaart. Het college houdt daarbinnen vast aan de realisatie van 30% sociale huur en legt meer nadruk op het versterken van

Kenmerk: 2025/733953

4/8

het middensegment (35% totaal van huur en koop). Er wordt meer ingezet op collectief wonen en gemeenschapsvorming voor senioren, bijvoorbeeld middels de bouw van knarrenhoven of gelijksoortige woningen. Door slimmer gebruik van de bestaande voorraad wil het college, zonder dat de kaders voor regelgeving voor de bestaande voorraad drastisch worden gewijzigd, meer woningaanbod creëren voor woningzoekenden in het algemeen door bouwkundig en kadastraal splitsen te vergemakkelijken, en in het bijzonder voor specifieke doelgroepen door (beperkte) kamergewijze verhuur en door het stimuleren van hospitaverhuur en doorstroming. 5. Het concept Volkshuisvestingsprogramma benoemt de ambitie en de inzet op de realisatie voor de huisvestingsopgave voor ouderen en aandachtsgroepen. In mei 2025 heeft de gemeenteraad het Woonzorgprogramma Zandvoort 2025-2030 vastgesteld, waarin met name de opgave voor ouderenhuisvesting is opgenomen. Het actieprogramma maakt inhoudelijk onderdeel uit van het volkshuisvestingsprogramma. De onderdelen die betrekking hebben op de huisvestingsopgave zijn integraal overgenomen in het conceptprogramma. De opgave voor de ‘Wonen Eerst' doelgroep is nader uitgewerkt. Een aantal (wettelijke) aandachtsgroepen, waarvoor de opgave en inzet nog niet is vastgesteld in het actieprogramma, zijn nader uitgewerkt in dit hoofdstuk.

Dit betreft de opgave en inzet voor jongeren, statushouders, woonwagenbewoners en arbeidsmigranten. 6. Het concept Volkshuisvestingsprogramma benoemt de opgave en inzet voor het verbeteren van de woningkwaliteit en leefbaarheid in wijken. De gemeente vindt het belangrijk dat mensen een goede woning hebben in een leefbare en veilige woonomgeving. Ook een gezond binnenklimaat in de bestaande bouw vraagt extra aandacht. Activiteiten zijn gericht ter versterking van kwetsbare wijken door gebiedsgerichte samenwerking voort te zetten met partners in de dorpen. We willen daarnaast ook starten met pilots waarbij maatregelen worden ingezet om kwetsbare complexen te verbeteren, waaronder andere manieren van toewijzen. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 1. Wet versterking regie volkshuisvesting is nog niet vastgesteld. De realisatie van de ambities in het op te stellen Volkshuisvestingsprogramma wordt beïnvloed door het op handen zijnde wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. Op moment van vaststellen is de wet versterking regie volkshuisvesting nog niet vastgesteld door de Eerste Kamer. De Tweede Kamer heeft de wet vastgesteld inclusief een aantal amendementen en moties waarvan de uitvoerbaarheid niet is getoetst. Dit heeft onder andere invloed op hoe de doelgroep statushouders gehuisvest kan en mag worden.

Er kunnen tijdens de looptijd van het Volkshuisvestingsprogramma meer wijzigingen plaatsvinden op rijksniveau die invloed hebben op de uitvoerbaarheid van het programma. Het is nog niet duidelijk of/hoe de Eerste Kamer met de wet om zal gaan, mede in

Kenmerk: 2025/733953

5/8

relatie tot verkiezingen en de vorming van een nieuw kabinet. Het is daarmee onzeker of en wanneer de wet inwerking treedt, inclusief de overgangsperiode. Alhoewel verwacht wordt dat ook bij een nieuw kabinet de hoofdlijnen van de wet overeind blijven staan, kan het zijn dat wijzigingen bij besluitvorming er mogelijk toe leiden dat er nog een aanpassing of addendum nodig is om formeel ook volledig te voldoen aan de eisen vanuit de wet versterking regie en de Omgevingswet. Mocht de wet niet worden vastgesteld, dan zal het Volkshuisvestingsprogramma de nieuwe woonvisie worden. 2. Provinciaal Volkshuisvestingsprogramma is nog niet aanwezig. De gemeente Zandvoort loopt vooruit op de invoering van de wet versterking regie volkshuisvesting. Het regionaal Volkshuisvestingprogramma wordt de komende periode ook opgestart en zal naar verwachting eind 2026 gereed zijn. Dit is de vervanger van het regionaal Woonakkoord. De verwachting is dat de thema’s van het regionaal Volkshuisvestingsprogramma op de Zandvoortse Volkshuisvestingsprogramma aansluiten aangezien deze worden voorgeschreven in de wet versterken regie volkshuisvesting.

Inhoudelijk continueren we in het concept Volkshuisvestingsprogramma ook veel vanuit het huidig Woonakkoord, het provinciaal woonbeleid, de afspraken van de Woondeal MRA en andere regionale afspraken zoals het regionaal programma wonen en zorg en het Pact voor uitstroom, waardoor we ook inhoudelijk geen belangrijke afwijkingen verwachten die van invloed zijn op het Volkshuisvestingsprogramma van Zandvoort. De provincie Noord-Holland wacht de invoering van de wet versterking regie volkshuisvesting af, voordat ze een provinciaal Volkshuisvestingsprogramma opstelt. Ook daar zal afstemming plaatsvinden en is hier ook de verwachting dat de thema's op hoofdlijnen overeenkomen met die van de gemeente Zandvoort. Verder is de provincie bezig met een besluit over de (grootte van) woningmarktregio, dat gevolg heeft voor afstemming en mogelijk afspraken over aandachtsgroepen in de regio. 4.2 Kanttekeningen 1. Het concept Volkshuisvestingsprogramma is van een andere aard dan de andere onderdelen van de Omgevingsvisie. De Omgevingswet vraagt om een concreet programma als uitwerking van de Omgevingsvisie. De Wet versterking regie volkshuisvesting voorziet in een aantal verplichte onderwerpen mét een visie die net wat breder zijn dan de scope vanuit de Omgevingsvisie. In het concept Volkshuisvestingsprogramma is een aantal programmaonderdelen mét bijbehorende visie opgenomen.

Dit is uitgebreider dan de scope van onze Omgevingsvisie, maar in lijn met de verplichting van de Wet versterking regie volkshuisvesting. De verplichte onderdelen zijn daarnaast in lijn met de onderdelen die ook in landelijke en provinciale Volkshuisvestingsprogramma’s worden opgenomen. Dit is in overeenstemming met de thema’s van de nationale en lokale prestatieafspraken.

Kenmerk: 2025/733953

6/8

2. Realisatie van het Volkshuisvestingsprogramma is afhankelijk van de samenwerking met partners. De gemeente is zelf geen eigenaar, initiatiefnemer of ontwikkelaar van woningen, maar formuleert wel een aantal ambities. Om de ambities te realiseren, worden een veelheid aan instrumenten ingezet op het gebied van stimuleren, faciliteren, kennisdelen, regelgeving en financiële ondersteuning. De mogelijkheden en reikwijdte van de inzet van het instrumentarium is beperkt. Uitvoering van het Volkshuisvestingsprogramma is afhankelijk van de inzet van onder andere woningcorporaties, marktpartijen, zorgaanbieders en bewoners in de gemeente en regio. Het gaat hierbij om het nemen van initiatieven, het inzetten van budgetten en capaciteit en het delen van risico’s. Onze samenwerkingspartners hebben onder andere te maken met lastige financiële haalbaarheid van (woningbouw)projecten, veranderende (markt)omstandigheden en (wijzigingen in) landelijke regelgeving. Het is belangrijk om juist in deze omstandigheden goed te blijven samenwerken om de geformuleerde doelstellingen te behalen. Een goede basis van samenwerking zorgt ervoor dat de gemeente met de betrokken partners bij toekomstige dilemma’s en moeilijkheden met elkaar in gesprek blijven en elkaar helpen daar waar het nodig zal zijn. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Dit besluit heeft geen directe financiële consequenties.

5.2 Communicatie Op diverse manieren is er over het nieuw op te stellen Volkshuisvestingsprogramma gecommuniceerd. Online is er de gemeentelijke webpagina opgesteld met een korte uitleg wat het Volkshuisvestingsprogramma is en welke stappen genomen worden. Er is daarnaast via sociale media kenbaar gemaakt dat er een nieuw Volkshuisvestingsprogramma gemaakt wordt. Ook wordt er een nieuws- en persbericht aan besteed. Daarnaast is er qua participatie een onderzoek uitgezet bij het Inwonerspanel Zandvoort en zijn er stakeholdersessies georganiseerd. Zo is respectievelijk input opgehaald bij inwoners en betrokken partijen. In de verschillende stappen richting vaststelling wordt actief gecommuniceerd naar partijen die betrokken waren bij de stakeholdersessies. 5.3 Participatie Met dit besluit wordt het concept Volkshuisvestingsprogramma vrijgegeven voor inspraak. De organisaties die aanwezig waren bij de stakeholdersbijeenkomst zullen rechtstreeks worden uitgenodigd te reageren op het concept Volkshuisvestingsprogramma. Er wordt daarnaast voorafgaand aan de terinzagelegging een kennisgeving geplaatst op www.overheid.nl en een nieuwsbericht op de Zandvoortse website.

Na de formele inspraakronde van zes weken worden de reacties verwerkt in een nota van beantwoording en zal het concept Volkshuisvestingsprogramma, met mogelijke aanpassingen op basis van de inspraak, in februari 2026 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

Kenmerk: 2025/733953

7/8

5.4 Juridisch Zoals bij paragraaf ‘Aanleiding’ is toegelicht, loopt de totstandkoming van het concept Volkshuisvestingsprogramma vooruit op de vaststelling en inwerkingtreding van de wet versterking regie volkshuisvesting. Met de inwerkingtreding van de wet zal het Volkshuisvestingsprogramma onder de Omgevingswet vallen. Het college is dan bevoegd het programma vast te stellen met een zienswijze van de raad. Daar de wet nog niet is ingevoerd, zal het Volkshuisvestingsprogramma worden vastgesteld door de gemeenteraad, conform de huidige wetgeving. Daarnaast is het reeds eerder vastgesteld ‘Woonzorgprogramma Zandvoort 2025-2030’ een integraal onderdeel van het Volkshuisvestingsprogramma, conform het wetsvoorstel versterking regie Volkshuisvesting. 5.5 Planning Na de formele inspraakronde van zes weken (4 november t/m 16 december 2025) worden de reacties verwerkt en zal het aangepaste concept Volkshuisvestingsprogramma in februari 2026 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Na vaststelling zal het programma breed verspreid worden en formeel gepubliceerd. Er wordt vervolgens vanaf februari 2026 uitvoering gegeven aan de activiteiten uit de uitvoeringsagenda van het Volkshuisvestingsprogramma. Op basis van het Volkshuisvestingsprogramma wordt gestart met het maken van (meerjarige) (prestatie)afspraken met de corporaties voor de periode 2027 tot en met 2030. 6.

Bijlagen 1. Concept Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 2. Rapportage 'De Zandvoortse woningmarkt. Welke keuzes zouden inwoners maken?' 3. De woningbehoefte in de MRA en Noord-Holland Noord, provincie Noord-Holland, maart 2025 (RIGO Research en Advies) 4. Factsheet Wonen in Zandvoort 2023

Kenmerk: 2025/733953

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16211986/1