CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Verwervingsstrategie hulp bij het huishouden

Raadscommissie 9 juni 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Verwervingsstrategie hulp bij het huishouden (ter bespreking)4.907 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hulp bij het huishouden

Verwervingsstrategie

31 maart 2021 Maatschappelijke ondersteuning

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING

3

2.

STAND VAN ZAKEN

4

2.1

Vorige verwerving

4

2.2

Huidige inrichting hulp bij het huishouden

4

2.3

Inhoudelijke opgave

5

2.4

Financiële opgave

6

3.

4.

5.

6.

UITGANGSPUNTEN

7

3.1.1

Werken vanuit het perspectief van de inwoner

7

3.1.2

Benutten van de kracht van het dorp

7

3.1.3

Samenhangende aanpak zonder schotten

7

3.1.4

Samenwerken met alle betrokkenen, met respect voor ieders rol en belang 8

3.1.5

Organiseren van doelmatige inzet van ondersteuning en kostenbewustzijn 8

KANTELEN VAN DE HULP BIJ HET HUISHOUDEN

9

4.1

Algemene voorziening

9

4.2

Maatwerkvoorziening

10

VERWERVINGSSTRATEGIE

11

5.1

Doelstellingen voor de nieuwe verwerving

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.2

Procedure – Openbare aanbesteding

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.3

Bekostiging

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.4

Planning van de verwerving

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

5.5

Beoogde contractduur

11

RISICO’S EN MAATREGELEN

14

2

1.

INLEIDING Met deze verwervingsstrategie Hulp bij het huishouden geeft de gemeente Zandvoort (hierna te noemen: ‘de gemeente’) invulling aan de doelen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Gemeenten zijn er via de Wmo verantwoordelijk voor dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen (zelfredzaam zijn) en kunnen deelnemen aan het dagelijkse leven (participeren). Dat kunnen zij doen door de interesses en talenten en het sociaal netwerk van inwoners te versterken of door het bieden van ondersteuning via voorzieningen vanuit de Wmo. Het kan daarbij gaan om algemene voorzieningen of maatwerkvoorzieningen. Het beroep op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden stijgt de laatste jaren sterk. Enerzijds door de invoering van het Abonnementstarief Wmo, anderzijds doordat inwoners steeds langer zelfstandig thuis blijven wonen. Ouderen en mensen met geestelijke gezondheidsproblematiek of andere hulpvragen kunnen steeds later terecht in een beschermde woonomgeving, een verpleeghuis of een andere instelling. Dit levert een stevige financiële opgave op, omdat het aantal inwoners wat een beroep doet op de hulp bij het huishouden stijgt, terwijl het beschikbare budget achterblijft.

Met een zestal zorgaanbieders is, eind 2020, in beeld gebracht welke maatregelen genomen kunnen worden om de kosten van de hulp bij het huishouden beheersbaar te houden en op welke wijze de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden getransformeerd kan worden naar een toekomstbestendige voorziening. De uitkomsten van de samenwerking met deze aanbieders zijn meegenomen bij het opstellen van deze verwervingsstrategie. Samen met de aanbieders is geprobeerd antwoord te geven op de vraag: hoe kunnen we in de toekomst alle inwoners blijven ondersteunen binnen het beschikbare budget? De komende jaren is een nieuwe impuls nodig is binnen het sociaal domein. Niet alleen vanwege de stijgende kosten, maar ook om passende ondersteuning te kunnen blijven bieden aan inwoners die dat echt nodig hebben. De nieuwe verwerving van de hulp bij het huishouden is een kans om te komen tot een transformatie van de bestaande maatwerkvoorziening. Bovendien kan een nieuwe verwerving gebruikt worden om de knelpunten voor de aanbieders van hulp bij het huishouden weg te nemen. De afspraken in het huidige contract komen maar beperkt tegemoet aan de landelijke ontwikkelingen en nieuwe financiële omstandigheden (zoals CAO-wijzigingen en de Algemene maatregel van Bestuur Reële prijs Wmo).

Deze verwerving kan niet los worden gezien van andere ontwikkelingen in het sociaal domein, zoals de verwerving van de voorzieningen Begeleiding en het Sociaal Wijkteam en het beleid op het gebied van armoede, schulden, werk en inkomen. Gezamenlijk dragen al deze voorzieningen er aan bij dat inwoners zolang mogelijk zelfstandig mee kunnen blijven doen. In deze verwervingsstrategie wordt de procedure om te komen tot nieuwe overeenkomsten toegelicht. Met deze verwervingsstrategie wordt verder invulling gegeven aan een transformatie van het sociaal domein en normalisatie van de ondersteuning.

3

2.

STAND VAN ZAKEN 2.1 Vorige verwerving In 2017 hebben de gemeenten in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond voor maatwerk- en individuele voorzieningen op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet gezamenlijk aanbesteed. Bij deze aanbesteding (contract per 1 januari 2018) is voor alle percelen gekozen voor dezelfde contractvorm. Er is gekozen voor een ‘open-house’ procedure waarbij alle aanbieders, die voldeden aan de (kwaliteits)eisen en bereid waren de vastgestelde producten te leveren met bijbehorende tarieven, een raamovereenkomst hebben getekend. Na de gunning per 1 januari 2018 is er tussentijds geen gelegenheid geboden voor andere aanbieders om in te stromen. Figuur 1: Perceelindeling aanbesteding 2018. In het ‘donkerblauw’ zijn de Wmo percelen weergegeven.

Opdrachtgever: Regio’s IJmond en Zuid-Kennemerland

Perceel 1 Ambulante Jeugdhulp Aantal aanbieders 48 Contractvorm Open House Bekostiging PxQ

Perceel 2 Dyslexiezorg Aantal aanbieders 8 Contractvorm Open House Bekostiging PxQ

Perceel 3 Jeugdhulp met verblijf Aantal aanbieders 17 Contractvorm Open House Bekostiging PxQ

Perceel 4 Hoogspecialistisch jeugdhulp Aantal aanbieders 13 Contractvorm Open House Bekostiging PxQ

Perceel 5 Gezinsbegeleiding Jongvolwassenen Aantal aanbieders 29 Contractvorm Open House Bekostiging PxQ

Perceel 6 Wmo 2015 Aantal aanbieders 53 Contractvorm Open House Bekostiging PxQ

De Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn ingekocht via de percelen 5 en 6. Voor de hulp bij het huishouden zijn overeenkomsten gesloten met vijftien partijen (op dit moment zijn er nog dertien partijen als aanbieder actief). De driejarige overeenkomsten zijn per 1 januari 2021 met één jaar verlengd tot en met 31 december 2021. De overeenkomsten bieden de mogelijkheid om deze nogmaals met één jaar te verlengen.

2.2 Huidige inrichting hulp bij het huishouden Hulp bij het huishouden wordt georganiseerd via een maatwerkvoorziening. Er zijn drie vormen van hulp bij het huishouden (figuur 2).

4

Figuur 2: Indeling hulp bij het huishouden

Verreweg de meeste inwoners maken gebruik van de eenvoudige vorm van hulp bij het huishouden (tabel 1). Tabel 1: Cliënten per maatwerkvoorziening peildatum 31 december 2020

Vorm Hulp bij het huishouden Hulp bij het huishouden met begeleiding Hulp bij het huishouden met intensieve begeleiding

Aantal 430 46 14

Percentage 88% 9% 3%

2.3 Inhoudelijke opgave Hulp bij het huishouden is voor veel inwoners het eerste moment waarop zij in aanraking komen met de ondersteuning die vanuit de Wmo wordt geboden. De Hulp is vervolgens iemand die geregeld over de vloer komt en daarmee inzicht krijgt in hoe het met iemand gaat en of er wellicht andere ondersteuning nodig is. Dat maakt aanbieders van hulp bij het huishouden belangrijke partners. Partners die zich mede verantwoordelijk voelen voor de opgave om inwoners de ondersteuning te bieden die zij nodig hebben, binnen de daarvoor beschikbare financiële kaders. Inwoners vinden het belangrijk dat een Hulp op tijd komt, goed schoonmaakt (grondig, snel, zelfstandig) en ruimte heeft om flexibel te reageren op de vraag van de inwoner. Een ‘schoon huis’ is niet voor iedereen hetzelfde en alleen samen met de inwoner is te bepalen wat een Hulp daarin kan betekenen. Ook is het belangrijk dat zo vaak mogelijk dezelfde Hulp komt waarmee ook ruimte is om een praatje te maken. De combinatie van schoonmaken, sociale sensitiviteit en signalering vraagt om duurzame relaties tussen Hulpen en inwoners. Goede afspraken tussen de inwoner en de Hulp zijn daarom belangrijk. Hulpen moeten in staat zijn om aan te sluiten bij de leefwereld van de inwoner en een signaleringsfunctie vervullen. De Hulp moet daarom weten waar hij of zij met signalen terecht kan.

Dit betekent dat gezocht wordt naar aanbieders die bereid zijn mee te denken en te leren om de praktijk steeds verder te verbeteren. Het vraagt een verrijking en verdieping van de relatie tussen de gemeente en zorgaanbieders. Aanbieders en de gemeente gaan als strategisch partners met elkaar om. Er wordt gezocht naar aanbieders die bereid zijn verder te kijken dan hun eigen belangen en samen met de gemeente, de partners in het dorp en met inwoners willen blijven leren en experimenteren, zo mogelijk over stelselgrenzen heen.

5

2.4 Financiële opgave Naast een inhoudelijke opgave ligt er ook een financiële opgave. Vanaf 2017 heeft Zandvoort te maken met stijgende kosten voor hulp bij het huishouden. Deze stijging heeft de volgende oorzaken: • Nieuwe loonschaal HV en CAO-stijging; • Stijgend aantal Cliënten (vanaf 2018), door o.a. langer zelfstandig thuiswonen; • AMvB reële kostprijs Wmo en de invoering van de arbeidstoeslag (vanaf 2019); • Abonnementstarief eigen bijdrage Wmo (vanaf 2019). Het aantal gebruikers van hulp bij het huishouden blijft stijgen en er zijn vaker inwoners met een complexe(re) hulpvraag. Daarnaast stijgen de kosten per inwoner. Daardoor ontstaat een financieel knelpunt. Aandachtspunt hierbij is dat door de eerdere bezuinigingen, bij het Rijk en bij gemeenten, de meeste aanbieders die hulp bij het huishouden leveren weinig financiële reserves hebben. Tekorten worden vaak gedekt met inkomsten uit andere financieringsstromen, zoals de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. Er ligt dus ook een financiële opgave in de transformatieopgave: hoe kunnen we in de toekomst alle inwoners blijven ondersteunen binnen het beschikbare budget? Deze ondersteuning is zo ‘licht als kan, en zo intensief als nodig’.

6

3.

UITGANGSPUNTEN Het uitgangspunt is dat iedereen kan meedoen en kan blijven meedoen, ook als iemand ouder is of ondersteuning nodig heeft. Om zo lang mogelijk op een prettige manier thuis te kunnen blijven wonen en mee te doen is een schoon huis van belang. Een schoon huis is onderdeel van de basis die op orde moet zijn om ruimte te voelen voor het ondernemen van activiteiten en het onderhouden van sociale contacten. De gemeente, aanbieders en andere partners organiseren in partnerschap passende en betaalbare ondersteuning voor alle inwoners die dat nodig hebben. Er wordt daarbij zoveel mogelijk preventief gewerkt, de ondersteuning is gericht op zo ‘normaal mogelijk’ meedoen. Om dit te bereiken worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Werken vanuit het perspectief van de inwoner • Benutten van de kracht van het dorp • Samenhangende aanpak zonder schotten en kolommen • Samenwerken met alle betrokkenen, met respect voor ieders rol en belang • Organiseren van doelmatige inzet van ondersteuning en kostenbewustzijn Deze uitgangspunten zijn ook tijdens de uitvoering van de ondersteuning leidend: de vertaling ervan in de praktijk kan per inwoner verschillen. De uitgangspunten vormen het kader voor de Zorg in Natura die door de gemeente wordt gecontracteerd. Het blijft ook mogelijk om hulp bij het huishouden via een persoonsgebonden budget te verzilveren.

Onderstaand worden de uitgangspunten kort toegelicht. 3.1.1 Werken vanuit het perspectief van de inwoner Inwoners hoeven niet onnodig vaak hun verhaal te vertellen en ontvangen zoveel mogelijk ondersteuning van een vaste en vertrouwde medewerker. Samen met de Hulp zorgen zij er ervoor dat ze wonen in een schoon en leefbaar huis. Als de situatie van de inwoner wijzigt is het eenvoudig om de ondersteuning daarop aan te passen. Daarbij wordt zoveel mogelijk voorkomen dat er uitgebreide aanvragen gedaan moeten worden of dat de situatie opnieuw uitgebreid onderzocht wordt. 3.1.2 Benutten van de kracht van het dorp De kracht van ondersteuning op maat zit in het benutten van het aanwezige potentieel van bewonersinitiatieven, vrijwilligers, zelforganisaties en andere collectieven. Het is belangrijk dat inwoners naar elkaar omkijken en waar nodig elkaar helpen. Dat kan ook gaan om onderdelen van de huishoudelijke werkzaamheden. Er wordt zoveel mogelijk ingezet op het benutten van de aanwezige informele ondersteuningsmogelijkheden. Een belangrijke rol daarin is weggelegd voor het sociaal wijkteam en de (junior) casemanagers Wmo. 3.1.3 Samenhangende aanpak zonder schotten Veel vragen voor hulp bij het huishouden zijn enkelvoudig.

Soms is er sprake van andere problematiek en spelen er problemen op het gebied van schulden, veiligheid of hebben inwoners problemen bij het vinden van een zinvolle daginvulling. Dan is ondersteuning vanuit meerdere wetten en gemeentelijke afdelingen nodig om de Inwoner passend te ondersteunen. Als dat nodig is dan heeft de inwoner daarbij geen last van deze ‘schotten’.

7

3.1.4 Samenwerken met alle betrokkenen, met respect voor ieders rol en belang Om inwoners goed te ondersteunen is goede samenwerking noodzakelijk. Dat geldt zowel voor gemeentelijke afdelingen zoals veiligheid, participatie, armoede en maatschappelijke ondersteuning als voor partijen in het veld. 3.1.5 Organiseren van doelmatige inzet van ondersteuning en kostenbewustzijn De kosten voor de hulp bij het huishouden zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. Dat komt omdat er meer inwoners een beroep doen op de hulp bij het huishouden. Als gevolg van de invoering van het abonnementstarief is de hulp bij het huishouden laagdrempeliger beschikbaar geworden, zeker voor inwoners met een hoger inkomen. Op dit moment wordt de hulp bij het huishouden georganiseerd als een maatwerkvoorziening. Bij iedere inwoner met een ondersteuningsvraag voor de hulp bij het huishouden wordt een maatwerkvoorziening ingezet. Dat terwijl de Wet ook mogelijkheden biedt om gebruik te maken van algemene voorzieningen. Door zowel maatwerkvoorzieningen als algemene voorzieningen in te zetten krijgt de gemeente meer mogelijkheden om te sturen op het volume van de ondersteuning, terwijl zoveel mogelijk inwoners gebruik kunnen maken van de hulp bij het huishouden.

8

4.

KANTELEN VAN DE HULP BIJ HET HUISHOUDEN Om de hulp bij het huishouden toekomstbestendig te organiseren en te transformeren wordt een deel van de bestaande maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden ‘gekanteld’ naar een algemene voorziening (net als eerder de Dagbesteding en wordt voorgesteld bij de Ambulante Begeleiding). Voordelen van een algemene voorziening zijn dat hulp bij het huishouden voor inwoners beschikbaar is zonder uitgebreid onderzoek (vergelijkbaar met de huidige toegangssystematiek waarbij telefonisch een indicatie wordt gesteld). Dat de administratieve lasten beperkt kunnen worden en inwoners worden gestimuleerd om zelfstandig een bijdrage te leveren aan het huishouden. Door in de algemene voorziening te werken met standaardpakketten met een vaststaand aantal uren per week heeft de gemeente meer grip op de omvang van de hulp bij het huishouden. Voor inwoners die te maken hebben met complexe problematiek of waar sprake is van een grote ondersteuningsvraag, bijvoorbeeld als gevolg van vervuiling of een ernstige beperking, is een maatwerkvoorziening beschikbaar (figuur 3). Via een onderzoek, uitgevoerd door een casemanager Wmo van de gemeente, wordt de ondersteuningsvraag vastgesteld en wordt een indicatie, voor een maatwerkvoorziening, op basis van uren afgegeven. Figuur 3: Inrichting nieuwe systematiek

Hierna wordt beschreven voor welke groep inwoners de algemene- en maatwerkvoorziening beschikbaar zijn.

4.1 Algemene voorziening Doelgroep:

9

Inwoners die een enkelvoudige ondersteuningsvraag hebben op het gebied van het huishouden, die geen problemen hebben met de regie over het voeren van het huishouden en waar geen sprake is van complexe problematiek. Via standaardpakketten, met een vaststaand tarief per periode, kan ondersteuning in worden gezet. Voor de ondersteuning via een algemene voorziening wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht via het Abonnementstarief Wmo. Als afwegingskader om te bepalen of een inwoner gebruik kan maken van de algemene voorziening of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is wordt gebruik gemaakt van het Normenkader hulp bij het huishouden. Tabel 2: Algemene voorziening

Algemene voorziening Pakket A

Pakket B Pakket C1

Resultaat Schoon en leefbaar huis, waarbij er sprake is van eigen mogelijkheden van cliënten. Cliënten zijn nog in staat een deel van de huishoudelijke taken zelf uit te voeren. Schoon en leefbaar huis, waarbij uitgegaan wordt van ondersteuning bij alle huishoudelijke taken. Schoon en leefbaar huis, waarbij uitgegaan wordt van ondersteuning bij alle huishoudelijke taken, inclusief de wasverzorging.

4.2 Maatwerkvoorziening Doelgroep: Inwoners die passender geholpen kunnen worden via een maatwerkvoorziening. Bijvoorbeeld omdat ze te maken hebben met een grote ondersteuningsvraag als gevolg vervuiling. Of situaties waarbij er sprake is van regieverlies of complexe problematiek (bijvoorbeeld dementie of verslavingsproblematiek). Via de maatwerkvoorziening wordt op basis van het Normenkader hulp bij het huishouden, na onderzoek van een casemanager Wmo een beschikking afgegeven op basis van uren. Voor de ondersteuning via een maatwerkvoorziening wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht via het Abonnementstarief Wmo. Tabel 3: Maatwerkvoorziening

Maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden

Hulp bij het huishouden met regieondersteuning

Hulp bij het huishouden voor complexe situaties

Omschrijving Huishoudelijke werkzaamheden gericht op de resultaten: schoon en leefbaar huis, wasverzorging, het kunnen beschikken over benodigdheden om te voorzien in primaire levensbehoeften en maaltijdverzorging inclusief het verzorgen van eventueel aanwezige kinderen. Huishoudelijke werkzaamheden gericht op de resultaten: schoon en leefbaar huis, wasverzorging, het kunnen beschikken over benodigdheden om te voorzien in primaire levensbehoeften en maaltijdverzorging inclusief de organisatie van het huishouden en hulp bij een ontregeld huishouden. Huishoudelijke werkzaamheden gericht op de resultaten: schoon en leefbaar huis, wasverzorging, het kunnen beschikken over benodigdheden om te voorzien in primaire levensbehoeften en maaltijdverzorging inclusief de organisatie van het huishouden en hulp bij een ontregeld huishouden. Doel hierbij is vooral het stabiliseren van de situatie en voorkomen dat inwoners overlast naar andere inwoners geven of ‘afglijden’. Bijvoorbeeld in het geval van verslavingsproblematiek.

1

In de overeenkomsten wordt de mogelijkheid opgenomen om deze te vervangen voor een algemene voorziening specifiek gericht op ‘wassen en strijken’.

10

5.

VERWERVINGSSTRATEGIE 5.1 Doelstellingen voor de nieuwe verwerving Voor de verwerving zijn de volgende doelstellingen opgesteld. De verwerving: • moet resulteren in het contracteren van een voldoende, kwalitatief toereikend en passend aanbod voor huidige en toekomstige inwoners; • moet resulteren in het contracteren van voldoende kwalitatieve aanbieders; • moet randvoorwaarden bieden om tijdens de uitvoering wijzigingen als gevolg van beleid of jurisprudentie uit te voeren; • moet invulling geven aan de behoefte van en benodigde ruimte voor partners om te werken aan een toekomstbestendige vorm van hulp bij het huishouden; • moet zekerheden bieden voor zowel de gemeente als voor de aanbieders, op het gebied van kwaliteit, continuïteit en financiële bestendigheid; • is gericht op een strategisch partnerschap, samenwerking en gelijkwaardigheid; • zorgt er voor dat de administratieve lasten gereduceerd worden.

Zowel tijdens de verwerving als tijdens de uitvoering van de overeenkomst; • biedt zoveel mogelijk continuïteit van ondersteuning, met ruimte voor nieuwe afspraken over kwaliteit, resultaatmeting, deskundigheid en transformatie van de ondersteuning; • biedt bij de start ruimte voor nieuwe toetreders; dat geeft nieuwe prikkels aan zittende partijen en creëert kansen voor innovatie van de dienstverlening; • past binnen de financiële doelstellingen en kaders van de gemeente en biedt een reële prijs aan zorgaanbieders; • biedt keuzevrijheid aan inwoners, inclusief de mogelijkheid om op culturele, religieuze, levensbeschouwelijke of andere overwegingen voor specifieke aanbieders te kiezen.

5.2 Procedure Voor de nieuwe verwerving wordt, net als nu, een raamovereenkomst gesloten met zorgaanbieders die de noodzakelijke ondersteuning kunnen leveren. In de raamovereenkomst worden afspraken vastgelegd over de kwaliteit en prijs van de dienstverlening en over de transformatie van de hulp bij het huishouden. Er worden geen volumeafspraken gemaakt, een overeenkomst is geen garantie dat aanbieders ook daadwerkelijk ondersteuning gaan bieden. De keuze voor een specifieke aanbieder is een keuze van de inwoner. Voor het contracteren van ondersteuning kan de gemeente kiezen voor drie ‘marktinstrumenten’ (zie bijlage 1 voor een nadere uitwerking2 en de voor- en nadelen per procedure): • Aanbesteden: de voorziening wordt als overheidsopdracht in de markt gezet. • Subsidie: de voorziening wordt gesubsidieerd. • Open house: de voorziening wordt ingericht op grond van een open toelatingsprocedure voor alle geïnteresseerde aanbieders. Er is uitvoerig gesproken over de opties om de hulp bij het huishouden te contracteren. Voornamelijk vanwege de wens om intensiever samen te werken met een kleinere groep zorgaanbieders (pleit voor aanbesteden) en de wens om maximale continuïteit te bieden aan inwoners (pleit voor open house). Omdat de gemeente voor een forse inhoudelijke en financiële opgave staat wordt geadviseerd om een aanbesteding te starten.

Bij het aanbesteden van de hulp bij het huishouden is 2

Handreiking aanbesteden Wmo 2015 en Jeugdwet, Pianoo, januari 2018, https://www.pianoo.nl/sites/default/files/documents/documents/handreiking-aanbesteden-wmo2015-jeugdwet-tgjanuari2018.pdf

11

een verlicht aanbestedingsregime van toepassing. De hulp bij het huishouden valt namelijk onder de categorie Sociale en andere specifieke diensten (sas-procedure). Het verlichte regime betekent dat voor deze diensten een vereenvoudigde procedure mag worden gebruikt. Dit betekent in de praktijk dat (in tegenstelling tot de normale Europese aanbestedingsprocedure) zolang aan de (weinige) wettelijke vereisten wordt voldaan, de gemeente de vrijheid heeft om de procedure naar eigen inzicht in te richten. Hoe de procedure precies ingericht wordt is onderdeel van de definitieve inkoopdocumenten. Via een sas-procedure kan een beperkt aantal aanbieders worden geselecteerd waarmee invulling wordt gegeven aan de inhoudelijke en financiële opgaven. Bovendien geeft het de mogelijkheid om te sturen op kwaliteit. Een risico is dat inwoners ‘over moeten stappen’ naar een andere aanbieder omdat de huidige aanbieder in de nieuwe situatie geen overeenkomst heeft.

5.3 Bekostiging Voor de maatwerkvoorzieningen wordt een productiegerichte bekostiging (P*Q) gehanteerd. Binnen de huidige overeenkomsten hanteert de gemeente ook een P*Q als financieringsvorm. Vanuit deze ervaring is P*Q, voor de hulp bij het huishouden, een duidelijke wijze van financieren gebleken. Deze wijze van financieren past binnen de juridische kaders. Er wordt voor gekozen om voor de maatwerkvoorziening P*Q te blijven hanteren. Voor de algemene voorziening stellen we pakketten samen waarvan de bekostiging ook wordt opgebouwd vanuit P*Q. Waarbij het gaat om een financiering met een vast bedrag per periode. Binnen deze pakketten is het resultaat van de ondersteuning leidend. Om te komen tot reële tarieven die recht doen aan de kwaliteit van de ondersteuning laat de gemeente voorafgaand aan deze verwerving onafhankelijk onderzoek verrichten naar reële kostprijzen en tarieven. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een uitgebreide set aan parameters, zoals gemiddelde productiviteit, vigerende Cao’s, inschalingen en periodieken, vakantiedagen en onregelmatigheidstoeslagen, reiskosten, kosten voor opleiding, kwaliteit en innovatie, overhead en risico’s. Voor de monitoring op de budgetten kunnen budgetplafonds per aanbieder worden ingericht. Deze budgetplafonds dienen vooral om de uitgaven te monitoren.

Er worden afspraken gemaakt met aanbieders om het ontstaan van wachttijden zoveel mogelijk te voorkomen. Kostprijsonderzoek en opbouw tarieven Om te komen tot reële tarieven die recht doen aan de kwaliteit van de ondersteuning zal voorafgaand aan deze aanbesteding onafhankelijk onderzoek worden verricht naar reële kostprijzen en tarieven. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een uitgebreide set aan parameters, zoals gemiddelde productiviteit, vigerende Cao’s, inschalingen en periodieken, vakantiedagen en onregelmatigheidstoeslagen, kosten voor opleiding, reiskosten, kwaliteit en innovatie, overhead en risico’s. Hoekstra, Homans &Menting (HHM) te Enschede zal onafhankelijk advies uitbrengen over een reëel tarief voor de hulp bij het huishouden en hoe dit tarief geïndexeerd kan worden. Hiermee wordt invulling gegeven aan de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijs Wmo.

5.4 Planning van de verwerving Voor de verwerving wordt de onderstaande planning gehanteerd. Deze planning wordt verder uitgewerkt in de inkoopdocumenten en is afhankelijk van de invulling van de sas-procedure.

12

Tabel 4: Planning verwerving hulp bij het huishouden

Actie Uitvoering kostprijsonderzoek Publicatie Voorlopig gunnen Definitief gunnen

Datum 1 april tot en met 15 juni 2021 Eind juni Oktober/november Uiterlijk 1 december

5.5 Beoogde contractduur De gemeente wil meerjarige afspraken maken om zowel inwoners als aanbieders voldoende zekerheid te bieden. Daarbij gaat het om de juiste balans tussen flexibel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen enerzijds en zekerheid voor aanbieders anderzijds. Zodat het voor aanbieders loont om te investeren in de vernieuwing die bijdraagt aan de ondersteuning van inwoners. De overeenkomst wordt afgesloten voor een periode van drie (3) jaar. De inwerkingtreding van de overeenkomst is voorzien met ingang van 1 januari 2022 met een looptijd tot en met 31 december 2024. Hierbij is sprake van tweemaal een optie tot eenzijdige verlenging door de gemeente van steeds één jaar. Dit betekent dat sprake is van een maximale looptijd van vijf jaar. Voor deze periode is gekozen met het oog op de aanzienlijke inspanning die door aanbieders en de gemeente geleverd moet worden. Door de looptijd is er voor aanbieders voldoende tijd om (verder) te transformeren en te innoveren en om inhoud te geven aan een duurzame samenwerking met de gemeente.

13

6.

RISICO’S EN MAATREGELEN Risico Inhoud Het is mogelijk dat huidige aanbieders zich niet inschrijven voor een nieuwe overeenkomst

Beheersmaatregel

• De gemeente heeft in de huidige overeenkomsten uitgangspunten opgenomen indien aanbieders geen nieuwe overeenkomst krijgen. Deze zorgen voor continuïteit van ondersteuning met één jaar. • Ondersteuning wordt geleverd tot er een warme overdracht heeft plaatsgevonden.

Eventuele budgetplafonds leiden er mogelijk toe dat er wachtlijsten ontstaan.

• Tijdens de verwerving wordt verder uitgewerkt wat er nodig is om zo veel mogelijk wachtlijsten te voorkomen.

Controle op kwaliteit van aanbieders is soms lastig.

• In de aanbestedingsdocumenten worden eisen gesteld aan de kwaliteit van de aanbieders. Tijdens de overeenkomst zal gemonitord worden op uitvoering van de opdracht. Hiervoor zal zowel het cliëntervaringonderzoek als een “periodieke ”steekproef gebruikt worden.

Projectmatig Onrust bij inwoners over de veranderingen in het aanbiedersveld. Financieel Het werken met eventuele budgetplafonds kan leiden tot discussie met aanbieders over de hoogte van het budgetplafond.

• Inwoners en cliëntraden worden tijdig meegenomen en geïnformeerd over mogelijke veranderingen. • De gemeente zorgt ervoor dat het tarief reëel is. • De gemeente zorgt ervoor dat de budgetplafonds zijn gebaseerd op cijfers van de betreffende aanbieder uit het verleden, maar aansluiten op eventuele krimp- of groeibewegingen.

Beleidstechnisch Beleidswijzigingen op gemeente- en rijksniveau • De gemeente maakt wendbare en houdbare kunnen de uitvoering van de opdracht afspraken met de aanbieders om de hulp bij hinderen. het huishouden uit te voeren. •

14

Bijlage 1 UITWERKING MARKTINSTRUMENTEN Aanbesteden Bij het aanbesteden van de hulp bij het huishouden is een verlicht aanbestedingsregime van toepassing. De hulp bij het huishouden valt namelijk onder de categorie Sociale en andere specifieke diensten. Het verlichte regime betekent dat voor deze diensten een vereenvoudigde procedure mag worden gebruikt. Dit betekent in de praktijk dat (in tegenstelling tot de normale Europese aanbestedingsprocedure) zolang aan de (weinige) wettelijke vereisten wordt voldaan, de gemeente de vrijheid heeft om de procedure naar eigen inzicht in te richten. Bij het hanteren van het marktinstrument ‘aanbesteden’ is het mogelijk om weinig of juist veel aanbieders te selecteren en te contracteren. Ook kunnen onderhandelingsmogelijkheden worden opgenomen in de procedure. Subsidie Door middel van een subsidie kan de gemeente éénzijdig een bedrag ter beschikking stellen aan een aanbieder om invulling te geven aan de gevraagde voorzieningen. Als de subsidieregeling eenmaal van kracht is, moet de gemeente iedere subsidieaanvrager die aan de voorwaarden voldoet toelaten tot de regeling. Het is daarbij wel mogelijk om in een subsidietender selectiecriteria op te nemen of om bijvoorbeeld een rangschikking in volgorde aan te brengen of aan te geven dat aanvragen worden behandeld totdat het beschikbare budget op is.

Deze procedure lijkt op een aanbestedingsprocedure, maar er kunnen geen afdwingbare afspraken gemaakt worden. Belangrijke nadelen zijn dat er weinig sprake kan zijn van sturing en/of zeggenschap en er is sprake van een grote administratieve beheerlast. Bij een subsidie kan geen leveringsplicht worden afgedwongen. Als dat wel gebeurt dan zou de subsidie alsnog kwalificeren als een overheidsopdracht en zal deze overheidsopdracht moeten worden aanbesteed. Open House Model Opdrachten kunnen ook in de markt gezet worden op basis van de ‘open house’-constructie. Deze opdrachten worden niet gekwalificeerd als een overheidsopdracht waar de Aanbestedingswet 2012 op van toepassing is. Het kenmerkende verschil tussen aanbesteden en Open House is dat het bij Open House niet is toegestaan het aantal deelnemers aan een raamovereenkomst te beperken door de opdracht in concurrentie in de markt te zetten. Alle aanbieders die voldoen, en akkoord gaan met de, aan de deelname gestelde voorwaarden en kwaliteitseisen mogen deelnemen aan de raamovereenkomst. De gemeente maakt verder geen selectie onder de aanbieders, er is geen sprake van exclusiviteit. Het is de inwoner die de keuze maakt voor een bepaalde aanbieder. De inwoner heeft de mogelijkheid zelf zorgaanbieders in te schatten en te vergelijken.

Op het moment dat de gemeente een keuze maakt (of wil maken) tussen gecontracteerde aanbieders of de keuze door inwoner voor een aanbieder beïnvloedt (of wil beïnvloeden) dan is de ‘open house’-constructie niet langer rechtmatig en zal deze opdracht moeten worden aanbesteed. Aanbesteden versus ‘open house’-constructie Hieronder worden de belangrijkste voor- en nadelen van aanbesteden en een ‘open house’constructie op een rij gezet. Het instrument subsidie is niet verder uitgewerkt omdat dit de sturingsmogelijkheden beperkt en daarom geen optie is. Belangrijkste voordelen van aanbesteden (ten opzichte van een ‘open house’-constructie): • Selectie ‘aan de poort’, waardoor aanbieders vooraf gedwongen worden te concurreren op kwaliteit. • Het aantal te contracteren aanbieders kan gemaximeerd worden. Hierdoor is het mogelijk om een strategisch partnerschap te ontwikkelen.

15

•

•

Een intensievere samenwerking met een selecte groep zorgaanbieders is mogelijk. De kans dat raamovereenkomsten gesloten worden met zorgaanbieders die weinig tot geen kans hebben op opdrachten, is namelijk kleiner. Dit draagt bij aan overzichtelijk en effectief contractmanagement. Aanbieders worden bij inschrijving al gedwongen om na te denken over hoe ze gedurende de contractperiode de ondersteuning gaan verlenen en innoveren en op basis daarvan geselecteerd.

Belangrijkste nadelen van aanbesteden (ten opzichte van een ‘open house’-constructie): • Weinig mogelijkheden om contracten tussentijds te wijzigen. • Keuze voor partijen die geen raamovereenkomst gegund krijgen is alleen mogelijk op basis van een PGB. • Het inschrijven op een aanbesteding kan tot meer werk voor de markt aan de voorkant. Belangrijkste voordelen van een ‘open house’-constructie (ten opzichte van aanbesteden): • Maximale keuzevrijheid voor inwoners. • Lagere administratieve last voor zorgaanbieders om een overeenkomst te sluiten. • Open House lijkt het meest op de wijze waarop de huidige contracten tot stand zijn gekomen, zowel de zorgaanbieders als de gemeente zijn bekend met deze wijze van contracteren, waardoor de continuïteit wordt bevorderd. Belangrijkste nadelen van een ‘open house’-constructie (ten opzichte van aanbesteden): • Het gedurende de looptijd van de raamovereenkomst voeren van een dialoog met een select aantal partijen is niet mogelijk. Dit, omdat alle partijen gelijk behandeld dienen te worden. • Zorgaanbieders hebben minder zekerheid op opdrachten en zijn daardoor voorzichtiger met investeren (immers, hoe meer aanbieders hoe dunner de spoeling). • Versnippering van het zorglandschap.

• Meer administratieve last gedurende de looptijd van de raamovereenkomst (het voeren van contractmanagement op de raamovereenkomsten met zorgaanbieders die geen zorg verlenen). • Het is niet mogelijk om het aantal aanbieders te beperken.

16

Dit is een uitgave van gemeente Zandvoort, 31 maart 2021 ________________________________ Postbus 2 2040 AA Zandvoort Tel. 14 023 zandvoort.nl 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10116284/1