Bijlage B - Was-wordt tabel bij wijzigingsverordening (gewijzigd 21 september 2022)
Tekst van het document
Was/ wordt tabel bij wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Zandvoort 2022 Huidige tekst artikel 1:3 Indienen aanvraag De aanvraag wordt niet in behandeling genomen als niet is voldaan aan het bepaalde in de geldende legesverordening.
Nieuwe tekst artikel 1:3
Huidige tekst artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten c. opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of d. wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; e. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en f. beperkingen niet zijn of worden nagekomen; g. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; h. indien de houder dit verzoekt.
Nieuwe tekst artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt.
Huidige tekst artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
Nieuwe tekst artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats, of in een voor publiek toegankelijk gebouw of vaartuig deel te nemen aan een samenscholing, of in groepsverband dan wel afzonderlijk onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren. 2. Het is verboden door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden op een openbare plaats. 3. Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor
vervallen
1
3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 4. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid gestelde verbod. 6. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Huidige tekst artikel 2:1a
Nieuwe tekst artikel 2:1a Verbod op het voorhanden hebben van onbemande luchtvaartuigen Artikel 2:1a Verbod op het voorhanden hebben van onbemande luchtvaartuigen
-
1. In dit artikel wordt verstaan onder onbemand luchtvaartuig: elk luchtvaartuig waarmee vluchten worden uitgevoerd of dat is ontworpen om vluchten autonoom of op afstand bestuurd uit te voeren zonder piloot aan boord. 2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid gebieden aanwijzen waar het verboden is om een onbemande luchtvaartuig voorhanden te hebben. 3. Het is verboden om een onbemande luchtvaartuigen voorhanden te hebben in een door de burgemeester aangewezen gebied. 4. Het verbod in het derde lid is niet van toepassing op de Koninklijke Marechaussee, de politie, andere overheidsdiensten die met hulpverlening zijn belast en onbemande luchtvaartuigen die zijn uitgezonderd van de aanwijzing 2
Tijdelijke gebieden en Beperkingen door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waardoor voorschriften en beperkingen gelden voor civiele luchtvaartuigen in de aangewezen gebieden. Huidige tekst artikel 2:10, vierde lid Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan Van gebruik van een openbare plaats anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan waarvoor het verbod van lid 1 niet geldt, dient uiterlijk 5 werkdagen voor aanvang van dat gebruik bij het bevoegd bestuursorgaan een kennisgeving te worden gedaan.
Nieuwe tekst artikel 2:10, vierde lid Voorwerpen op, aan of boven de weg Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer minder dan 1.20 m wordt vrij gelaten op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg.
Huidige tekst in de artikelen 2:24, eerste lid, onder d, 2:33a, 2:48, tweede lid onder a, 2:48, tweede lid onder b, 3:7, eerste lid onderdeel i onder 1 Drank- en Horecawet
Nieuwe tekst in de artikelen 2:24, eerste lid, onder d, 2:33a, 2:48, tweede lid onder a, 2:48, tweede lid onder b, 3:7, eerste lid onderdeel i onder 1 Alcoholwet
Huidige tekst artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken vertonen van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod van lid 2 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Nieuwe tekst artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. vervallen 3. vervallen
Huidige tekst artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, 2. zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
Nieuwe tekst artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 3
3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.
2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.
Huidige tekst artikel 2:34a
Nieuwe tekst artikel 2:34a
-
Artikel 2:34a Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 Alcoholwet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
Huidige tekst artikel 2:49a Verboden gebruik lachgas Het is verboden op een openbare plaats, op openbaar water of in voor publiek openstaande gebouwen lachgas of daarop gelijkende waar met een ballon of enig ander hulpmiddel te gebruiken, toe te dienen, of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Nieuwe tekst artikel 2:49a Verboden gebruik lachgas 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Huidige tekst artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar kleding
Nieuwe tekst artikel 2:50a
vervallen
4
en goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken vertonen - of daarmee sterke gelijkenis hebben - van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Huidige tekst artikel 2:78, derde en vierde lid Verblijfsontzegging -
Nieuwe tekst artikel 2:78, derde en vierde lid Verblijfsontzegging 3. De burgemeester kan het verbod als bedoeld in het eerste lid beperken, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is 4. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.
Huidige tekst artikel 2:79, eerste lid Woonoverlast Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Nieuwe tekst artikel 2:79, eerste lid Woonoverlast Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
5
Huidige tekst artikel 4:3, eerste en tweede lid Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is per deelgebied toegestaan maximaal 3 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste vijf dagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 5 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
Nieuwe tekst artikel 4:3, eerste en tweede lid Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is per deelgebied toegestaan maximaal 3 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste 15 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 5 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste 15 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
Huidige tekst artikel 4:6, derde lid Overige geluidhinder Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.
Nieuwe tekst artikel 4:6, derde lid Overige geluidhinder Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening en op evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening.
Huidige tekst artikel 4:9b
Nieuwe tekst artikel 4:9b Verspreiden van reclamemateriaal Artikel 4:9b Verspreiden van reclamemateriaal
-
1. Het is verboden op of aan de weg voorwerpen, reclamemonsters of ander materiaal voor reclamedoeleinden onder het publiek te verspreiden of te doen verspreiden. 2. Het verbod in het eerste lid geldt alleen in het door het college aangewezen gebied. 3. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 4. Het college is bevoegd nadere regels te stellen aan het verspreiden van reclamemateriaal.
6
Huidige tekst artikel 4:17 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Nieuwe tekst artikel 4:17 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Huidige tekst in artikel 5:17, tweede lid onder a en artikel 5:22, tweede lid onder a Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet
Nieuwe tekst in artikel 5:17, tweede lid onder a en artikel 5:22, tweede lid onder a Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet
Huidige tekst artikel 5:34, tweede lid Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke mits geen b. afvalstoffen worden verbrand; c. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; d. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert en geen afvalstoffen worden verbrand.
Nieuwe tekst artikel 5:34 tweede lid Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke mits geen afvalstoffen worden verbrand; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert en geen afvalstoffen worden verbrand.
Huidige tekst artikel 5:49 Aanwijzing van het naaktstrand Het strand tussen kilometerpaal 68 en kilometerpaal 71 is aangewezen als plaats voor ongeklede openbare recreatie als bedoeld in artikel 430a van het Wetboek van strafrecht.
Nieuwe tekst artikel 5:49 Aanwijzing van het naaktstrand Het strand tussen kilometerpaal 68 en kilometerpaal 70 is aangewezen als plaats voor ongeklede openbare recreatie als bedoeld in artikel 430a van het Wetboek van strafrecht.
7
Huidige tekst artikel 5:51b -
Nieuwe tekst artikel 5:51b Noordvoort Artikel 5:51b Noordvoort 1. In aanvulling op het in deze verordening in de artikelen 2:10, 2:57, 5:33, 5:34, 5:42 en 5:44 gestelde, is het op het strand tussen rijksstrandpaal 70 en de gemeentegrens met Noordwijk, en op of in de parallel met dat strandgedeelte gelegen strook zee met een breedte van 20 m (zijnde de vooroever) verboden: a. voor de eigenaar of houder van een hond, die hond te laten verblijven of te laten lopen zonder dat die hond aangelijnd is; b. te recreëren anders dan lopend of staand; c. te zwemmen; d. te varen of een andere vorm van watersport uit te oefenen; e. te graven; f. met een voertuig harder te rijden dan stapvoets, dan wel de snelheid die strikt noodzakelijk is ter voorkoming van het in het zand vastlopen van het voertuig; g. met een rij- of trekdier harder te gaan dan stapvoets; h. activiteiten uit te voeren met metaaldetectieapparatuur; i. mechanische strandreiniging uit te voeren; j. met een zeilvoertuig te rijden of zo een voertuig op het strand te hebben; k. vuur voor koken, bakken en braden aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3.
De in het eerste lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op voertuigen, vaartuigen en dieren, die worden gebruikt door de gemeente, de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijk Nederlandse Redding Maatschappij of anderszins voor openbare
8
dienst bestemde voertuigen, vaartuigen en dieren.
Huidige tekst artikel 6:2, eerste lid Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening is belast / zijn belast; a. de personen werkzaam bij de gemeente Haarlem die zich functioneel met het houden van toezicht en handhaving bezighouden; b. de milieu-inspecteurs van Milieudienst IJmond (alsmede de inspecteurs van de regionale uitvoeringsdienst); c. de buitengewoon opsporingsambtenaren van de PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland; d. de buitengewoon opsporingsambtenaren van Waternet; e. de politie.
Nieuwe tekst artikel 6:2, eerste lid Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening is belast / zijn belast; a. de personen werkzaam bij de gemeente Haarlem die zich functioneel met het houden van toezicht en handhaving bezighouden; b. de milieu-inspecteurs van Milieudienst IJmond (alsmede de inspecteurs van de regionale uitvoeringsdienst); c. de buitengewoon opsporingsambtenaren van de PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland; d. de buitengewoon opsporingsambtenaren van Waternet; e. de politie; f. buitengewoonopsporingsambtenaren in dienst van Staatsbosbeheer voor wat betreft artikel 5:51b van deze verordening; en de artikelen 2:10, 2:57, 5:33, 5:34, 5:42 en 5:44 van deze verordening voorzover het gebied het strand tussen rijksstrandpaal 70 en de gemeentegrens met Noordwijk en de parallel met dat strandgedeelte gelegen strook zee met een breedte van 20 m betreft.
9