CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Nota Parkeernormen Zandvoort 2025

Gemeenteraad 14 oktober 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Nota Parkeernormen 202518.672 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

7 alinea's met “ontwerp”: 583 592 1767 1769 1771 1772 1777

vrijstelling parkeereis voor 11-40 parkeerplaatsen toeristische functies en € 15.000,(alleen in centrum) verblijfsaccommodaties in >40 parkeerplaatsen Zandvoort € 50.000,(alleen in centrum) 3. motivering zwaarwegend Met de initiatiefnemer worden maatwerkafspraken belang gemaakt over de afdracht. Tabel 5: Afdracht per parkeerplaats bij een (gedeeltelijke) vrijstelling op de parkeereis 10

Bij ontwikkelingen waarbij de op te lossen parkeereis meer dan 10 parkeerplaatsen bedraagt wordt de afdracht gebaseerd op de bijbehorende staffel. Bij een ontwikkeling waarbij 12 parkeerplaatsen worden opgelost, bedraagt de afdracht zodoende 12 x €15.000 = €150.000 in totaal (en niet 10 x €5.000 + 2 x €15.000 = €80.000). Op deze manier worden initiatiefnemers maximaal uitgedaagd om de parkeereis zoveel mogelijk op eigen terrein op te lossen. Onttrekkingen van de ‘Reserve investeringen parkeren’ De gelden uit de ‘Reserve investeringen parkeren’ kunnen enkel aan vooraf gedefinieerde zaken worden uitgegeven. Daarom kunnen met de gelden uit de ‘Reserve investeringen parkeren’ enkel maatregelen worden gefinancierd die bijdragen aan ”mobiliteit in het algemeen en parkeren in het bijzonder”. Zo kan het geld bijvoorbeeld gebruikt worden voor: • maatregelen die direct bijdragen aan het stimuleren van het gebruik van de fiets, het openbaar vervoer en deelmobiliteit, zoals een communicatiecampagne; • het realiseren of uitbreiden van fietsenstallingen; • het beheer en onderhoud van parkeervoorzieningen in Zandvoort; • uitbreiding van de parkeercapaciteit in Zandvoort, inclusief bijdragen aan de onrendabele top van een nieuwe parkeervoorziening; • uitbreiding van parkeerplaatsen buiten Zandvoort, inclusief cofinanciering van een P+Rvoorziening buiten de gemeente; 10

Bedragen zijn prijspeil 2025, jaarlijks te indexeren conform de Consumentenprijsindex (CPI).

20

• maatregelen die zijn gedefinieerd in het GVVP van Zandvoort. De gemeente Zandvoort is dus niet verplicht om met een afdracht sowieso extra parkeerplaatsen voor auto’s te realiseren. Met deze gelden kan de gemeente ook mobiliteitsvoorzieningen realiseren en onderhouden. De gemeente is in algemene zin wel verantwoordelijk om te zorgen voor een goede parkeersituatie, en een goede ruimtelijke ordening, in Zandvoort. De gemeenteraad besluit over de gelden die uit de ‘Reserve investeringen parkeren’ worden onttrokken.

21

5.

Parkeernormen fiets De gemeente Zandvoort wil het gebruik van de fiets stimuleren en de kwaliteit van de openbare ruimte verbeteren. Nieuwbouwplannen en transformatieprojecten moeten daarom rekening houden met het stallen of parkeren van de fiets (en brom- en snorfietsen). De aanvrager van een omgevingsvergunning moet daarom ook de fietsparkeerbehoefte inzichtelijk maken. Het is noodzakelijk dat alle fietsparkeerplaatsen op eigen terrein worden opgelost, waarbij voor vaste gebruikers de voorzieningen afgesloten en overdekt moeten zijn. Voor bezoekers dienen de fietsparkeerplaatsen vrij toegankelijk te worden aangeboden.

5.1 Fietsparkeernormen woonfuncties Conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Artikel 4.171 – 4.173) is het bij nieuwbouwwoningen verplicht een afsluitbare bergruimte te realiseren om fietsen of scootmobielen op te bergen voor bewoners. Het voorzien in stallingsruimte voor de fiets van bewoners is hiermee gewaarborgd in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het Besluit bouwwerken leefomgeving biedt ruimte voor gelijkwaardige oplossingen, zoals een gezamenlijke fietsenstalling in plaats van de voorgeschreven individuele fietsenberging. De gemeente Zandvoort geeft bij appartementencomplexen de mogelijkheid om een collectieve fietsenstalling te realiseren in plaats van individuele fietsenbergingen. Gelijkwaardig alternatief voor eis Besluit bouwwerken leefomgeving Voor het realiseren van een gemeenschappelijke fietsenberging bij appartementen, als gelijkwaardig alternatief voor de eis uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, dient voor bewoners per appartement rekening te worden gehouden met het aantal fietsparkeerplaatsen zoals weergegeven in tabel 6. Volgens de toelichting op het Besluit bouwwerken leefomgeving is de individuele berging ook bedoeld voor andere zaken.

Bij de keuze voor een gezamenlijke fietsenberging is het daarom daarnaast verplicht om bij woningen vanaf 50 m² gbo (gebruiksvloeroppervlakte) een individuele berging van minimaal 2,7 m² in of bij de woning te realiseren. omvang appartement <50 m² gbo 50-75 m² gbo 75-100 m² gbo 100-125 m² gbo >125 m² gbo

aantal fietsparkeerplaatsen 2,0 2,7 3,4 4,1 4,8

individuele berging geen 2,7 m² 2,7 m² 2,7 m² 2,7 m²

Tabel 6: Benodigd aantal fietsplekken per woning voor bewoners bij een collectieve fietsenstalling

22

Fietsparkeernormen voor bezoekers van bewoners De invulling van fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers van bewoners is verschillend voor grondgebonden woningen en appartementen. Bij grondgebonden woningen is het uitgangspunt dat bezoekers hun fiets zonder hinder voor het overige verkeer (voetgangers) nabij de woning kunnen parkeren, bijvoorbeeld in de tuin of tegen de voorgevel. Bij appartementen parkeren meerdere bezoekers op een kleiner oppervlak, waardoor fietsparkeervoorzieningen als nietjes of rekken op eigen terrein gewenst zijn. Hiervoor geldt: • voor de eerste 20 appartementen een fietsparkeernorm voor bezoekers van 0,5 fietsparkeerplaats per woning; • vanaf appartement 21 en verder een fietsparkeernorm van 0,25 fietsparkeerplaats per woning. Aandachtspunt bij de vormgeving van de fietsparkeerplaatsen voor bezoekers is dat het voor bewoners aantrekkelijker blijft om in een eigen, afgesloten of bewaakte fietsparkeervoorziening te parkeren.

5.2 Fietsparkeernormen niet-woonfuncties Voor niet-woonfuncties is geen verplichting ten aanzien van het realiseren van bergingen of fietsparkeervoorzieningen opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor het bepalen van de behoefte aan fietsparkeervoorzieningen voor deze ontwikkelingen worden de meest recente CROW-fietsparkeerkencijfers (Fietsparkeerkencijfers 2025) gehanteerd. Met deze fietsparkeerkencijfers berekent een initiatiefnemer de te verwachten behoefte aan fietsparkeren binnen het plangebied. Indien CROW nieuwe fietsparkeerkencijfers publiceert, gelden deze kencijfers als basis voor de fietsparkeernormen. CROW gaat uit van een bandbreedte voor fietsparkeerkencijfers. Het fietsgebruik in de gemeente Zandvoort blijft iets achter op het gemiddelde fietsgebruik in de rest van Nederland (zie bijlage A). Omdat Zandvoort een groei van het fietsgebruik in de gemeente wil stimuleren, wordt verwacht dat het fietsgebruik in de toekomst dichter aansluit bij het gemiddelde fietsgebruik in vergelijkbare gemeenten. Daarom wordt het gemiddelde in de bandbreedte van de fietsparkeerkencijfers aangehouden als fietsparkeernorm. De fietsparkeernormen voor niet-woonfuncties zijn opgenomen in bijlage C. Meer fietsparkeerplaatsen realiseren is altijd mogelijk.

Maatwerkfunctie Een maatwerkfunctie is een functie waarvoor in deze Nota Parkeernormen 2025 geen passende fietsparkeernorm is opgenomen. In dat geval dient de initiatiefnemer te onderbouwen wat wel een passende fietsparkeernorm is. Daarbij is belangrijk dat wordt gewaarborgd dat de fietsparkeerbehoefte van de ontwikkeling voor een langere periode (ten minste de komende 10 jaar) overeenkomt met de parkeerbehoefte die met deze maatwerk- fietsparkeernorm wordt bepaald. Bij het opstellen van de onderbouwing kan de initiatiefnemer bijvoorbeeld gebruik maken van zijn reeds eerder opgestelde business- of ondernemingsplan. Bij het opstellen van deze plannen is immers aandacht besteed aan de specifieke bezoekersdoelgroep, de formule, de verwachte bezoekersaantallen en het verzorgingsgebied. De onderbouwing van de afwijkende fietsparkeerbehoefte wordt ter toetsing voorgelegd aan de gemeente.

23

6.

Toepassingskader fietsparkeren De rekenmethodiek voor het bepalen van de fietsparkeereis is vergelijkbaar met de rekenmethodiek voor het bepalen van de autoparkeereis zoals toegelicht in hoofdstuk 4. In dit hoofdstuk wordt kort toegelicht hoe de fietsparkeereis wordt bepaald en hoe deze opgelost dient te worden. Voor de oplossing van de fietsparkeereis gelden andere voorwaarden dan bij autoparkeren.

6.1 Berekening fietsparkeereis De fietsparkeernormen worden gebruikt om de fietsparkeereis per te ontwikkelen functie te berekenen. Hiervoor wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd met de fietsparkeernorm. Wanneer meerdere, zelfstandig functionerende functies binnen een ontwikkeling worden gerealiseerd (bijvoorbeeld een woongebouw met commerciële plint), wordt de fietsparkeereis van de gehele ontwikkeling bepaald door de fietsparkeerbehoefte van de losse functies bij elkaar op te tellen. Voor niet-zelfstandig functionerende functies geldt de fietsparkeernorm van de hoofdfunctie. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij een kantine van een sportcomplex, deze kantine hoeft niet als bar of restaurant te worden beschouwd. Dubbelgebruik en aanwezigheidspercentages De normatieve fietsparkeereis (fietsparkeernorm x functieomvang) houdt geen rekening met het feit dat de aanwezigheid door de week heen per doelgroep verschilt. Zo zijn kantoormedewerkers vooral op werkdagen overdag aanwezig terwijl horecabezoekers vooral ’s-avonds en in het weekend aanwezig zijn. Dezelfde fietsparkeerplaats kan daardoor door meerdere doelgroepen worden gebruikt. Door dubbelgebruik toe te passen wordt de spaarzame ruimte optimaal ingezet. Door na het bepalen van de fietsparkeernorm rekening te houden met dubbelgebruik hoeven er per saldo minder fietsparkeerplaatsen gerealiseerd te worden.

Voorwaarde is wel dat de initiatiefnemer binnen het plan vastlegt dat de voor dubbelgebruik meegerekende fietsparkeercapaciteit voor alle gebruikers van het plan toegankelijk is en dat dit (juridisch) geborgd is. Voor bewoners dient altijd een eigen, aparte fietsenstalling gerealiseerd te worden waardoor dubbelgebruik voor bewonersplaatsen niet mogelijk is. Voor de overige functies gelden dezelfde aanwezigheidspercentages als bij autoparkeren (zie tabel 2). Regeling ‘oud’ voor ‘nieuw’ Bij de berekening van het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen mag rekening worden gehouden met de fietsparkeereis van de bestaande situatie. Dit betekent dat in het geval van sloop/nieuwbouw, verbouw en/of functiewijziging ook de fietsparkeereis van de feitelijke bestaande, te vervallen functies wordt bepaald op basis van de fietsparkeernormen in deze nota. Deze fietsparkeereis mag vervolgens worden afgetrokken van de fietsparkeereis van de nieuwbouw. Zodoende dat alleen het verschil aan fietsparkeerplaatsen moet worden gerealiseerd. Bij dit zogeheten salderen gelden de volgende regels: • Er wordt rekening gehouden met de aanwezigheidspercentages. De fietsparkeereis van bijvoorbeeld een kantoor kan immers niet zonder meer worden afgetrokken van de fietsparkeereis van een appartementencomplex, omdat deze functies op verschillende momenten functioneren.

• Wanneer rekening wordt gehouden met bestaande, te vervallen functies moet ook rekening worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van fietsparkeercapaciteit op eigen terrein. 24

• Indien als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling een deel van de bestaande openbare fietsparkeercapaciteit komt te vervallen, moeten deze openbaar toegankelijke fietsparkeerplaatsen worden gecompenseerd. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij de realisatie van een inritconstructie of een andere maatregel ter bevordering van de ontsluiting van het bouwplan. • Uitgangspunt bij salderen is dat wordt uitgegaan van de fietsparkeereis van het meest recente legale gebruik, tenzij het pand langer dan vijf jaar leeg staat. Afronding aantal parkeerplaatsen De berekende fietsparkeereis wordt tussentijds niet afgerond. Pas bij het bepalen van de fietsparkeeroplossing ten behoeve van het indienen van de aanvraag, wordt het aantal fietsparkeerplaatsen naar boven afgerond op hele fietsparkeerplaatsen. Alleen dan is er zekerheid dat altijd aan de volledige fietsparkeernorm wordt voldaan. Het afgeronde totale aantal fietsparkeerplaatsen dat benodigd is conform de Nota Parkeernormen is de fietsparkeereis. De fietsparkeereis dient in de basis volledig op eigen terrein te worden opgelost, waarbij de fietsparkeerplaatsen voor bezoekers voor hen toegankelijk moeten zijn.

6.2 Oplossen fietsparkeereis Na de berekening van de fietsparkeereis wordt deze geconfronteerd met het geplande fietsparkeeraanbod. Wanneer het geplande fietsparkeeraanbod groter dan of gelijk is aan de fietsparkeereis, kan de vergunning voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit worden verleend. Wanneer dit niet het geval is, wordt gekeken of het bouwplan zodanig kan worden aangepast dat het geplande parkeeraanbod voldoende is. Als dit niet mogelijk of wenselijk is, kan worden overwogen om af te wijken van het uitgangspunt dat er voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied moet worden gerealiseerd. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de bijbehorende voorwaarden. Acceptabele loopafstanden Fietsparkeerplaatsen moeten in de buurt van de functie gelegen zijn (uitgangspunt is op eigen terrein), dit voorkomt wildstallen. Per functie is de afstand die men bereid is te lopen van de functie tot de stalling verschillend. De acceptatie van die loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres en de kwaliteit van de aangeboden stallingsmogelijkheid. De acceptabele loopafstanden voor fietsparkeerplaatsen bij nietwoonfuncties (met uitzondering van bezoek aan bewoners) staan in tabel 7 op de volgende pagina. Voor bewoners geldt dat de fietsparkeerplaatsen inpandig op eigen terrein opgelost dienen te worden.

Uitgangspunt voor de acceptabele loopafstanden zijn de richtlijnen zoals deze zijn opgenomen in de meest recente CROW-publicatie. De gemeente gebruikt deze maximaal acceptabele loopafstanden voor het toetsen van de parkeeroplossing behorende bij een nieuwe functie. Daarnaast dient het stallen van fietsen dichter bij de functie gelegen te zijn dan de bijbehorende autoparkeerplaatsen. Dit geldt voor zowel fietsparkeerplekken op eigen terrein als in de openbare ruimte.

25

hoofdfunctie wonen (bewoners) wonen (bezoekers) supermarkt stadscentrum/winkelgebied onderwijs horeca zorgvoorzieningen bioscoop/theater sportlocaties werkfuncties

maximale loopafstand n.v.t. (op eigen terrein) 50 meter 50 meter 200 meter 100 meter 100 meter 50 meter 100 meter 100 meter 100 meter

Tabel 7: Acceptabele loopafstanden fietsparkeervoorzieningen

Kwaliteitsrichtlijnen fietsparkeervoorzieningen Om goed te kunnen functioneren moeten fietsparkeervoorzieningen aan kwaliteitsrichtlijnen voldoen. De richtlijnen op het gebied van toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid zijn weergegeven in bijlage D. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.171 – 4.173), CROW-publicatie 741 (Leidraad fietsparkeren, 2023) en Fietsparkeur11. In de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsparkeren is speciale aandacht voor fietsen met afwijkende maten. Ook brom- en snorfietsen, fatbikes, speedpedelecs, driewielers, bakfietsen en dergelijke moeten op een goede manier kunnen worden geparkeerd. Hiervoor moet in de voorziening zogeheten vrije ruimte worden gereserveerd. Dit zijn gemarkeerde vakken waar fietsen met afwijkende maten geparkeerd kan worden. In tabel 8 is een overzicht opgenomen van het aandeel fietsparkeerplaatsen dat geschikt dient te zijn voor 1) buitenmodel fietsen en 2) fietsen met een sterk afwijkende maat. Deze begrippen worden als volgt gedefinieerd: • buitenmodelfietsen: geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-ophart afstand minimaal 500 mm); • sterk afwijkende maat: geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 1.000 mm breed).

In totaal dient dus 25% van de fietsparkeerplaatsen geschikt te zijn voor fietsen met afwijkende maten. type fietsparkeerplaats buitenmodel fietsen sterk afwijkende maat

aandeel 20% 5%

Tabel 8: Aandeel fietsplekken dat geschikt moet zijn voor fietsen met afwijkende maten De gemeente hanteert richtlijnen voor de kwaliteit en goede inpassing van fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein. De richtlijnen zorgen ervoor dat de fietsparkeerplaatsen ook daadwerkelijk gebruikt worden.

11

Zie www.fietsparkeur.nl; Fietsparkeur is het keurmerk voor fietsparkeervoorzieningen.

26

Voor het ontwerp van fietsparkeervoorzieningen gelden de volgende richtlijnen: • de fiets staat op de best mogelijke locatie; • een eenvoudig toegankelijke voorziening voor alle doelgroepen; • passende, kwalitatieve fietsparkeervoorzieningen voor iedereen; • een aantrekkelijke en sociaal veilige fietsparkeervoorziening. In bijlage D staat toegelicht hoe deze richtlijnen kunnen worden ingevuld. Naast de elektrische auto is ook het aantal elektrische fietsen of elektrische brom- en snorfietsen de afgelopen jaren sterk gestegen. Het is van belang om in een fietsparkeervoorziening voor vaste gebruikers laadinfrastructuur aan te brengen zodat fietsers een accu kunnen opladen.

6.3 Afwijkingsmogelijkheden Afwijkingsmogelijkheid 1: transformaties In sommige gevallen is het niet mogelijk om de volledige fietsparkeereis op eigen terrein op te lossen. Dit speelt met name bij transformaties. De initiatiefnemer kan in dat geval aan de gemeente voorstellen om gebruik te maken van de openbare ruimte. Daarbij geldt de voorwaarde dat er een passende fietsparkeeroplossing is of dat de gemeente zicht heeft op een passende fietsparkeeroplossing, waarbij wat een passende oplossing is door de gemeente wordt bepaald. Er zijn hierbij twee mogelijkheden: • Op loopafstand liggen (bestaande) fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte. Om te bepalen of er restcapaciteit is, laat de initiatiefnemer voor eigen rekening een onderzoek uitvoeren door een gespecialiseerd en onafhankelijk bureau. De initiatiefnemer stemt voorafgaand aan het onderzoek met de gemeente af over de wijze van onderzoeken. • De gemeente ziet de mogelijkheid om op loopafstand nieuwe fietsparkeerplaatsen te realiseren of de capaciteit van een bestaande fietsparkeervoorziening uit te breiden. De kosten voor deze plaatsen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Afwijkingsmogelijkheid 2: Motivering zwaarwegend belang Wanneer de fietsparkeereis niet volledig opgelost kan worden, kan een beroep worden gedaan op een zwaarwegend belang.

Dit is mogelijk wanneer andere belangen zwaarder wegen dan het verkeers-/parkeerkundige belang, bijvoorbeeld wanneer grote maatschappelijke, economische of volkshuisvestelijke voordelen worden verwacht met het realiseren van de ontwikkeling. De initiatiefnemer moet de aanvraag voor een omgevingsvergunning in dat geval voorzien van een onderbouwing van de noodzaak om het plan doorgang te verlenen. Daarnaast moet de initiatiefnemer inzichtelijk maken wat de verkeers-/parkeerkundige gevolgen zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat de kans op wildstallen in de directe omgeving toeneemt maar dat er op iets grotere afstand wel voldoende fietsparkeerruimte is. Omdat het in dit geval gaat om een afwijking van het beleid, beoordeelt de gemeenteraad of de ruimtelijke ontwikkeling doorgang kan vinden. De gemeenteraad maakt in dat geval een afweging tussen het belang van deze ontwikkeling en de gevolgen die de ontwikkeling heeft. Indien de gemeenteraad akkoord gaat met de motivering zwaarwegend belang neemt de gemeente Zandvoort tegen een financiële vergoeding de verplichting over om voldoende fietsparkeergelegenheid aan te bieden.

27

7.

Stappenplan toetsing parkeren 7.1 Stappenplan parkeren Bij een aanvraag toetst de gemeente Zandvoort deze aan het stappenplan parkeren. Een aanvraag dient alle onderdelen van het stappenplan te doorlopen. De stappen zijn samengevat in figuur 2 op de volgende pagina. 1. Hoeveel parkeerplaatsen zijn er nodig voor het plan. De bepaling van het aantal parkeerplaatsen vindt plaats aan de hand van de parkeernormen auto en fiets in deze nota. 2. Bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen mag rekening worden gehouden met de parkeereis van de bestaande situatie (zie paragraaf 4.1 en 6.1). Dit betekent dat in het geval van sloop/nieuwbouw, verbouw en/of functiewijziging ook de parkeereis van de bestaande, te vervallen, functies wordt bepaald op basis van de parkeernormen in deze nota. Deze parkeereis mag vervolgens worden afgetrokken van de parkeereis van de nieuwbouw. Voor de berekening hiervan wordt uitgegaan van de bij de gemeente laatst bekende, legale feitelijke situatie van het pand. De berekening van het aantal parkeerplaatsen vindt op dezelfde wijze plaats als bij stap 1. 3. Gaan er door het plan al bestaande parkeerplaatsen (al dan niet op eigen terrein) verloren? Zo ja, dan dienen deze op eigen terrein te worden gecompenseerd.

Dit geldt ook voor parkeerplaatsen in de openbare ruimte die verloren gaan ten gevolge van de realisatie van bijvoorbeeld een inritconstructie. 4. Het aantal benodigde parkeerplaatsen (uitkomst stap 1) min de eventueel huidige parkeereis van de bestaande situatie (uitkomst stap 2) plus het aantal parkeerplaatsen dat verloren gaat (uitkomst stap 3), geeft aan hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn voor het plan. 5. Worden er voldoende parkeerplaatsen aangelegd op eigen terrein? Zo ja, dan is het niet nodig het Stappenplan verder te volgen en kan de aanvraag worden ingediend (zie paragraaf 7.2). 6. Zo nee, dan dient te worden nagegaan of het mogelijk is om het plan dusdanig aan te passen, dat alsnog aan de parkeernorm kan worden voldaan. Als dit niet tot de mogelijkheden behoort, dient te worden gemotiveerd waarom dit niet mogelijk is. 7. Als het niet mogelijk is om met aanpassingen aan het plan aan de parkeernorm te voldoen, dient te worden nagegaan of er sprake is van bijzondere omstandigheden (de afwijkingsmogelijkheden als bedoeld in paragraaf 4.3 en 6.3). 8. Als geen gebruik gemaakt kan worden van de afwijkingsmogelijkheden, zal het bouwplan geen doorgang kunnen vinden.

28

Figuur 2: Stappenplan toetsing parkeren (auto- en fietsparkeren)

7.2 Benodigde gegevens voor aanvraag omgevingsvergunning Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwen en gebruik (Wabo) overlegt de initiatiefnemer ten minste: • de ontwikkeling; • een berekening van de parkeereis voor auto´s en fietsen, inclusief een bijbehorende onderbouwing die ingaat op de gehanteerde uitgangspunten in de berekeningen; • het ontwerp van de parkeeroplossing voor auto´s en fietsen, inclusief maatvoering en toegankelijkheid (openbaar/niet-openbaar); • de wijze waarop in de benodigde parkeerplaatsen zal worden voldaan (het toepassen van dubbelgebruik, de toegankelijkheid van parkeervoorzieningen op eigen terrein); • bij het toepassen van afwijkingsmogelijkheden: een onderbouwing aan de hand van uitgevoerde onderzoeken, overeenkomsten/contracten en dergelijke; • de wijze waarop invulling wordt gegeven aan duurzaamheid (bijdrage aan doelgroepen, elektrisch laden en laden en lossen).

7.3 Toetsing aanvraag en vastleggen van afspraken De gemeente Zandvoort zal de onderbouwing van de initiatiefnemer en diens aangedragen parkeeroplossing toetsen. Het is aan de initiatiefnemer een geschikte onderbouwing aan te leveren en de benodigde onderzoeken uit te (laten) voeren. Uiteindelijk is het aan de gemeente Zandvoort om te beoordelen of het parkeren goed en duurzaam wordt opgelost. Het vastleggen van parkeerafspraken voor ontwikkelingen in de omgevingsvergunning geeft de gemeente de mogelijkheid om nadien te kunnen contoleren of de parkeeroplossingen worden gebruikt zoals ze zijn afgesproken. Dit betekent dat er handhavend kan worden opgetreden. Het vastleggen van de afspraken gebeurt ook om geen onduidelijkheid te laten bestaan over situaties die zich in de toekomst kunnen voordoen. Bij afspraken kan worden gedacht aan: • Het vastleggen dat, indien bij de berekening van het benodigde parkeeraanbod is uitgegaan van dubbelgebruik, de parkeerplaatsen door alle gebruikers van het pand te gebruiken zijn. • Het vastleggen dat parkeergelegenheid bij woningen op eigen terrein niet mag worden opgeheven. Op deze manier wordt voorkomen dat door het toevoegen van bebouwing op eigen terrein de parkeerplaatsen op eigen terrein verdwijnen. • Het vastleggen van mogelijke consequenties voor de gebruikers van het pand.

Een van de consequenties kan zijn dat bij een ruimtelijke ontwikkeling de gebruikers nu en in de toekomst niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Dit geldt ook voor locaties waar (nog) geen parkeerregulering geldt. De adressen worden tevens opgenomen in de Beleidsregels Adressenlijst maximum aantal parkeervergunningen Zandvoort. • Voorwaardelijke verplichtingen om bijzondere gebruikersbepalingen vast te leggen, bijvoorbeeld dat een bepaald gebruik slechts is toegestaan als aan een bepaalde voorwaarde wordt voldaan. • Stellen van nadere eisen. De bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is beperkt tot eisen die aansluiten bij in het omgevingsplan zelf reeds gestelde regels aangaande het betreffende onderwerp of onderdeel. Er kan bijvoorbeeld worden bepaald dat niet alle parkeerplaatsen direct worden gerealiseerd, maar dat binnen de planontwikkeling ruimte wordt gereserveerd die –indien nodig– alsnog als parkeerruimte kan worden ingericht. Deze ruimte kan in eerste instantie bijvoorbeeld als groenvoorziening worden ingericht. 30

8.

Juridisch kader 8.1 Juridische grondslag De juridische verankering van de parkeernorm is geborgd in de bestemmingsplannen van de gemeente Zandvoort waarin in de planregels een verwijzing naar de Nota Parkeernormen 2012 of diens opvolger staat. Dit is van rechtswege onderdeel van het nu geldende Omgevingsplan. Daarin is als regel opgenomen dat een omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Onder voldoende parkeergelegenheid wordt verstaan dat wordt voorzien in de aanleg en/ of instandhouding van parkeergelegenheid, zoals op grond van artikel 4:81 Awb is vastgelegd in de gemeentelijke Nota Parkeernormen en rechtsopvolgende beleidsregels inzake het parkeren zoals die gelden tijdens het indienen van de omgevingsvergunning. Deze Nota Parkeernormen 2025 vervangt de Nota Parkeernormen 2021 en is daarmee de juridisch rechtsopvolger. De toetsing aan de parkeernormen vindt plaats bij een aanvraag Omgevingsvergunning in het geval van nieuwbouw, verbouw (uitbreiding) of functiewijziging. In de Omgevingsvergunning wordt vastgelegd wat de parkeereis is en hoe daar invulling aan wordt gegeven. In de bestemmingsplannen van vóór 2012 is geen verwijzing naar de Nota Parkeernormen 2012 of diens opvolger opgenomen.

In deze bestemmingsplannen (onder andere Midden Boulevard, Noord Boulevard en Nieuw Noord) is specifieke parkeernormering opgenomen onder verwijzing naar CROW (ASVV 2004 of CROW-publicatie 182). Wanneer deze bestemmingsplannen worden herzien (bij de vaststelling van het nieuwe Omgevingsplan) zal de verwijzing naar de Nota Parkeernormen 2025 of diens opvolger ook voor deze gebieden gaan gelden. Tot die tijd kan het college een afwijkend besluit nemen als de oude parkeernormen leiden tot omstandigheden die niet in verhouding staan tot het doel van de parkeernormen (voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein).

8.2 Overgangsregeling bestaande initiatieven Voor bouwinitiatieven is een overgangsregeling van toepassing. Deze houdt in dat bouwinitiatieven die op het moment van publicatie van deze Nota Parkeernormen 2025 bij de gemeente bekend zijn, nog maximaal één jaar na publicatiedatum van deze nota een vergunningsverzoek kunnen indienen op basis van de oude gemeentelijke parkeernormen. Met bekende bouwinitiatieven wordt bedoeld initiatieven waarvoor de aanvraag omgevingsvergunning is ingediend en initiatieven waarvoor tussen de gemeente en initiatiefnemers schriftelijke afspraken of schriftelijke overeenkomsten zijn gemaakt waarin parkeernormen zijn vastgelegd over ruimtelijke ontwikkelingen.

31

Bijlagen Bijlage A

Achtergrond bij parkeernormering

Bijlage B

Lijst met parkeernormen auto

Bijlage C

Lijst met parkeernormen fiets

Bijlage D

Kwaliteitsrichtlijnen stallingen fiets en scooter

32

Bijlage A - Achtergrond bij parkeernormering In deze bijlage is de achtergrond bij het opstellen van de parkeernormen opgenomen. Stedelijkheidsgraad De stedelijkheid van een gemeente is van invloed op het autobezit en autogebruik in die gemeente. De mate van stedelijkheid wordt uitgedrukt in de ‘omgevingsadressendichtheid’, het aantal adressen per vierkante kilometer. CBS onderscheidt hierin vijf klassen, zoals weergegeven in onderstaande tabel. In 2024 kent de gemeente Zandvoort een gemiddelde dichtheid van 1.839 adressen per vierkante kilometer12. De gemeente valt daarmee in de categorie ‘sterk stedelijk’. Binnen de gemeente Zandvoort zijn er echter verschillen in stedelijkheidsgraad, zo ligt deze in de het centrum hoger dan in de woonwijken of in Bentveld. Om recht te doen aan deze verschillen wordt rekening gehouden met een gebiedsindeling waarin drie verschillende gebieden onderscheiden worden (zie figuur 1). stedelijkheidsgraad zeer sterk stedelijk sterk stedelijk matig stedelijk weinig stedelijk niet stedelijk

omgevingsadressendichtheid meer dan 2.500 per km² 1.500-2.500 per km² 1.000-1.500 per km² 500-1.000 per km² minder dan 500 per km²

Tabel B.1: Stedelijkheidsgraden

Autogebruik en fietsgebruik Als onderbouwing voor de hoogte van de parkeernorm is een analyse uitgevoerd naar het autobezit en auto- en fietsgebruik binnen de gemeente Zandvoort. Voor niet-woonfuncties is het gebruik van vervoersmiddelen leidend voor het aantal benodigde auto- en fietsparkeerplaatsen bij de functie. Het gebruik geeft namelijk inzicht of de auto of juist de fiets bij de bestemming geparkeerd moet worden. Het auto- en fietsgebruik is geanalyseerd op basis van ODiN-data13. Aan de hand van ODiN data is per vervoerswijze het aandeel verplaatsingen op alle verplaatsingen inzichtelijk gemaakt. In figuur B.1 op de volgende pagina is het aandeel autoverplaatsingen weergegeven.

12

Bron: StatLine – Gebieden in Nederland 2024 (CBS.nl) ODiN is het Verplaatsingsonderzoek Onderweg in Nederland, waarin het verplaatsingsgedrag van de Nederlandse bevolking is beschreven naar plaats van herkomst en bestemming, tijdstip waarop het vervoer plaatsvindt, gebruikte vervoermiddelen en reismotieven voor de verplaatsingen. Daarnaast is aandacht geschonken aan de achtergrondvariabelen voor een bepaald verplaatsingspatroon en de keuze van een vervoermiddel. 13

33

Aandeel autoverplaatsingen in Zandvoort en andere sterk stedelijke gemeenten

sterk stedelijke gemeenten

49%

Zandvoort

51%

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Figuur B.1: Aandeel autoverplaatsingen (bron: ODiN) Uit figuur B.1 blijkt dat het autogebruik in Zandvoort goed aansluit bij het autogebruik van een sterk stedelijke gemeente. 51% van het totale aantal verplaatsingen in Zandvoort wordt uitgevoerd met de auto. Voor alle sterk stedelijke gemeentes gecombineerd is het aandeel verplaatsingen dat wordt uitgevoerd met de auto 49%. Het gemiddelde fietsgebruik in de gemeente Zandvoort is ook vergeleken met het gemiddelde fietsgebruik in andere sterk stedelijk gemeenten. Deze vergelijking is weergegeven in figuur B.2.

Aandeel fietsverplaatsingen in Zandvoort en andere sterk stedelijke gemeenten

sterk stedelijke gemeenten

31%

Zandvoort

26%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

50%

Figuur B.2: Aandeel fietsverplaatsingen (bron: ODiN) Uit figuur B.2 blijkt dat het aandeel fietsverplaatsingen in Zandvoort iets achterblijft vergeleken met het gemiddelde fietsgebruik in andere sterk stedelijke gemeenten.

34

Analyse autobezit per woningtype in Zandvoort Als onderbouwing voor de hoogte van de parkeernorm voor woonfuncties is op basis van data een analyse gemaakt van het autobezit in Zandvoort. Aanpak Goudappel heeft de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar parkeernormen in Nederland in relatie tot het autobezit. Om dit verder te onderzoeken heeft Goudappel de beschikking over nietopenbare microdata op basis van CBS-gegevens over autobezit, die gekoppeld zijn aan woningtypen. Zo kan voor heel Nederland op gemeente-, wijk- en buurtniveau het autobezit gericht geanalyseerd worden. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden naar autobezit per categorie zoals: • eigendomssituatie (koop, particuliere huur en sociale huur); • woningtype (vrijstaand huis, twee-onder-een-kap, rijwoning en appartement); • leeftijd (0-30 jaar, 30-65 jaar en 65+ jaar); • oppervlakte (tot 50 m², 50-75 m², 75-100 m², 100-125 m² en groter dan 125 m² gbo). Deze categorieën kunnen ook ‘gestapeld’ worden en zo inzichtelijk maken wat het autobezit is onder bijvoorbeeld kleine sociale huurappartementen (tot 50 m2 gbo) in buurt X in gemeente Y (bij voldoende waarnemingen). De analyse naar autobezit zorgt zodoende voor een cijfermatige onderbouwing om parkeernormen op te stellen die aansluiten bij het autobezit in een gemeente.

Inhoud van de data De analyse is gebaseerd op niet-openbare microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aangevuld met onderzoeksgegevens van Goudappel. De data gaan over autobezit, woningvoorraad, type woningen, eigendomssituatie en inkomen. Voor de duidelijkheid wordt vermeld dat CBS-microdata altijd binnen de volledig afgesloten netwerkomgeving van het CBS blijft, en alleen resultaten van bewerkingen/statistische gegevens die niet naar personen te herleiden is, worden geëxporteerd. En om in deze gegevens de laatste mogelijke vorm van onthullingsgevaar naar huishoudens te voorkomen, zijn alle gegevens die betrekking hebben op minder dan tien huishoudens verwijderd. Ook zijn de aantallen huishoudens afgerond op vijftallen en het gemiddelde aantal auto’s per huishouden is afgerond op twee decimalen. De gebruikte indeling van gemeente, wijk en buurt is conform de CBS-indeling van 2023. De stedelijkheidsgraad (omgevingsadressendichtheid) van gemeenten, wijken en buurten komt uit ‘Kerncijfers wijken en buurten 2023’. De in de analyse gebruikte gegevens betreffende woningvoorraad, eigendomssituatie en RDW-gegevens hebben betrekking op het jaar 2022. Het ‘bezit’/gebruik van een leaseauto heeft betrekking op het jaar 2022 en is ook inbegrepen in de data. Grijze en buitenlandse kentekens Er zijn auto’s die niet onder de autobezitcijfers van het CBS vallen.

Dit zijn voornamelijk auto’s met een buitenlands kenteken en bedrijfswagens. Voor laatstgenoemde geldt dat deze kentekens meestal beginnen met een B of V. Uit ervaringscijfers van Goudappel blijkt dat het aandeel grijze en buitenlandse kentekens circa 8% is. Deze 8% is daarom opgeteld bij de autobezitcijfers van het CBS. Tevens is de data op één decimaal naar boven afgerond om rekening te houden met verschillen tussen individuele woningen en toekomstige ontwikkelingen.

35

Autobezit per type woning Wanneer naar de data wordt gekeken, blijkt dat het autobezit tussen buurten verschilt. Om recht te doen aan deze verschillen is op buurtniveau onderscheid gemaakt naar de drie gedefinieerde zones (centrum, rest bebouwde kom en Bentveld). Het autobezit per zone is steeds een gewogen gemiddelde van de buurten die onder deze zones vallen. Om tot slot de cijfers van het autobezit te vertalen naar een parkeernorm is gekeken naar logica in de reeksen, zowel tussen de type woningen, de oppervlakte van woningen als tussen de zones.

36

Bijlage B - Lijst met parkeernormen (auto) De parkeernormen voor woonfuncties zijn gebaseerd op daadwerkelijk autobezit en zijn opgenomen in paragraaf 3.2. De parkeernormen voor niet-woonfuncties zijn gebaseerd op de meest recente CROWparkeerkencijfers (publicatie 744). Daarbij geldt, conform de adressendichtheid van Zandvoort, de stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk’ als uitgangspunt (zie ook bijlage A). Aangezien het autogebruik in Zandvoort vergelijkbaar is met het autogebruik in gemeenten met eenzelfde stedelijkheidsgraad (zie ook bijlage A), wordt het gemiddelde van de bandbreedte als minimum parkeernorm gehanteerd. De parkeernormen zijn uitgedrukt in aantal parkeerplaatsen per eenheid functie. Bij iedere functie is de eenheid weergegeven. Bij eenheid staat de afkorting ‘pp’ voor parkeerplaats. De afkorting ‘bvo’ staat voor het bruto-vloeroppervlak. Het bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlak van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw inclusief gevels, bouwmuren, ramen et cetera. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bvo. Zie NEN 2580 voor verdere informatie. De parkeernormen bestaan uit een aandeel voor vaste gebruikers (werknemers) en een aandeel voor bezoekers. Dit bezoekersdeel is uitgedrukt in een percentage van de parkeernorm. Functies met een verwijzing hebben onder de tabel een aanvullende toelichting staan.

37

werkfuncties

aandeel

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

1,15

1,65

2,55

5%

pp per 100 m² bvo

1,55

2,25

3,55

20%

pp per 100 m² bvo

1,35

2,15

2,35

5%

pp per 100 m² bvo

0,65

0,95

1,05

5%

pp per 100 m² bvo

1,05

1,55

1,95

5%

pp per 100 m² bvo

4,00

7,50

n.v.t.

99%

pp per 100 m² bvo

winkelfuncties

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

bouwmarkt

maatwerk

2,25

2,45

87%

pp per 100 m² bvo

tuincentrum

maatwerk

2,55

2,85

89%

pp per 100 m² bvo

groencentrum (1)

maatwerk

2,55

2,85

89%

pp per 100 m² bvo

kantoren (zonder baliefunctie) commerciële dienstverlening (kantoren met baliefunctie) (4)

bezoekers

eenheid

bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) (5) bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) (6) bedrijfsverzamelgebouw evenementenhal/beursgebouw/ congresgebouw

bruin- en witgoedzaken

aandeel bezoekers

eenheid

3,65

7,35

9,25

92%

pp per 100 m² bvo

woonwarenhuis (zeer groot)

maatwerk

4,75

5,15

95%

pp per 100 m² bvo

kringloopwinkel

maatwerk

1,65

2,25

89%

pp per 100 m² bvo

1,15

1,65

1,95

91%

pp per 100 m² bvo

meubelboulevard/woonboulevard

maatwerk

2,25

maatwerk

93%

pp per 100 m² bvo

winkelboulevard

maatwerk

3,95

maatwerk

94%

pp per 100 m² bvo

outletcentrum

maatwerk

9,60

10,40

94%

pp per 100 m² bvo

maatwerk

3,70

maatwerk

72%

pp per 100 m² bvo

buurtsupermarkt

1,90

3,40

maatwerk

89%

pp per 100 m² bvo

fullservice supermarkt (2)

3,30

5,15

maatwerk

93%

pp per 100 m² bvo

grote supermarkt (XL)

5,90

7,70

maatwerk

84%

pp per 100 m² bvo

maatwerk

5,90

maatwerk

80%

pp per 100 m² bvo

maatwerk

6,40

maatwerk

80%

pp per 100 m² bvo

0,20

0,20

maatwerk

85%

pp per 100 m² bvo

woonwarenhuis/woonwinkel

buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum

groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen) groothandel algemeen weekmarkt (3)

38

cultuur en ontspanning

aandeel

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

bowlingcentrum

1,60

2,80

2,80

89%

pp per baan

biljart-/snookercentrum

0,85

1,35

1,75

87%

pp per tafel

fitnessstudio/sportschool

1,40

4,70

6,50

87%

pp per 100 m² bvo

fitnesscentrum

1,70

6,20

7,40

90%

pp per 100 m² bvo

dansstudio

1,50

5,40

7,40

93%

pp per 100 m² bvo

maatwerk

95,60

118,30

98%

pp per 18 holes

maatwerk

50,70

56,20

93%

pp per centrum

sporthal

1,45

2,65

3,45

96%

pp per 100 m² bvo

sportzaal (9)

1,05

2,65

3,55

94%

pp per 100 m² bvo

sportveld (10)

20,0

20,00

20,00

95%

pp per ha netto terrein

stadion

0,12

0,12

maatwerk

99%

pp per zitplaats

1,05

1,65

2,05

98%

pp per 100 m² bvo

kunstijsbaan (400 meter)

maatwerk

2,35

2,75

98%

pp per 100 m² bvo

ski- en snowboardhal

maatwerk

2,35

maatwerk

98%

pp per 100 m² bvo

2,90

4,40

5,10

97%

pp per 100 m² bvo

3,50

5,30

6,10

98%

pp per 100 m² bvo

3,70

5,50

6,40

98%

pp per 100 m² bvo

tennishal

0,30

0,50

0,50

87%

pp per 100 m² bvo

padelhal

0,35

0,65

0,65

87%

pp per 100 m² bvo

golfbaan (18 holes) (7) golfoefencentrum (pitch and putt) (8)

kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)

indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot

squashhal

bezoekers

eenheid

1,60

2,70

3,20

84%

pp per 100 m² bvo

zwembad overdekt (11)

maatwerk

11,50

13,30

97%

pp per 100 m² bassin

zwembad openlucht (11)

maatwerk

12,90

15,80

99%

pp per 100 m² bassin

zwemparadijs (12)

maatwerk

4,00

4,00

99%

pp per 100 m² bvo

maatwerk

9,30

10,30

99%

pp per 100 m² bvo

sauna, hammam

2,50

6,60

7,30

99%

pp per 100 m² bvo

bibliotheek

0,45

1,05

1,35

97%

pp per 100 m² bvo

museum

0,40

0,95

maatwerk

95%

pp per 100 m² bvo

bioscoop (13)

3,20

11,00

13,70

94%

pp per 100 m² bvo

filmtheater/filmhuis

2,60

7,70

9,90

97%

pp per 100 m² bvo

theater/schouwburg

7,10

9,80

12,00

87%

pp per 100 m² bvo

Musicaltheater

2,90

3,90

5,10

86%

pp per 100 m² bvo

Casino

5,70

6,50

8,00

86%

pp per 100 m² bvo

Volkstuin

maatwerk

1,35

1,45

100%

pp per 10 tuinen

attractie- en pretpark

maatwerk

8,00

8,00

99%

pp per ha netto terrein

Dierenpark

8,00

8,00

8,00

99%

pp per ha netto terrein

Jachthaven

0,60

0,60

0,60

nb

pp per ligplaats

wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)

manege (paardenhouderij)

maatwerk

maatwerk

0,40

90%

pp per box

kinderboerderij (stadsboerderij)

2,90

4,40

5,10

97%

pp per boerderij

plantentuin (botanische tuin)

maatwerk

10,50

13,50

99%

pp per tuin

39

gezondheidszorg en (sociale)

aandeel

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

huisartsenpraktijk (-centrum)

2,05

2,95

3,25

57%

pp per behandelkamer

fysiotherapiepraktijk (-centrum)

1,25

1,75

1,95

57%

pp per behandelkamer

consultatiebureau

1,25

1,85

2,15

50%

pp per behandelkamer

gezondheidscentrum

1,55

2,15

2,45

55%

pp per behandelkamer

consultatiebureau voor ouderen

1,30

1,90

2,20

38%

pp per behandelkamer

tandartsenpraktijk (-centrum)

1,55

2,35

2,65

47%

pp per behandelkamer

apotheek

2,25

3,15

maatwerk

45%

pp per apotheek

ziekenhuis

1,40

1,70

2,00

29%

pp per 100 m² bvo

crematorium

maatwerk

30,10

30,10

99%

begraafplaats

maatwerk

31,60

31,60

97%

penitentiaire inrichting

1,65

3,25

3,65

37%

pp per 10 cellen

religiegebouw

0,15

0,15

maatwerk

nb

pp per zitplaats

verpleeg/verzorgingstehuis (14)

0,60

0,60

maatwerk

60%

pp per wooneenheid

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

kinderdagverblijf (crèche) (15)

0,90

1,20

1,50

0%

pp per 100 m² bvo

basisonderwijs (16)

0,75

0,75

0,75

48%

pp per lokaal

middelbare school

3,30

4,30

4,90

11%

pp per 100 leerlingen

ROC

4,20

5,20

5,90

7%

pp per 100 leerlingen

HBO

8,30

9,50

10,90

72%

pp per 100 studenten

universiteit

11,70

14,70

16,80

48%

pp per 100 studenten

4,00

6,00

10,50

95%

pp per 10 studenten

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

voorzieningen

onderwijs

avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs (17)

toeristische functies en verblijfsaccommodaties

bezoek

aandeel bezoek

aandeel bezoek

eenheid

pp per gelijktijdige plechtigheid pp per gelijktijdige plechtigheid

eenheid

eenheid

bungalowpark (huisjescomplex)

maatwerk

1,60

2,10

91%

pp per bungalow

camping (kampeerterrein) (18)

maatwerk

maatwerk

1,20

90%

pp per standplaats

hotel (19)

3,20

6,80

9,00

73%

pp per 10 kamers

discotheek

6,10

18,40

20,80

99%

pp per 100 m² bvo

café/bar/cafetaria

5,00

6,00

maatwerk

90%

pp per 100 m² bvo

5,00

6,00

8,00

80%

pp per 100 m² bvo

restaurant (inclusief fastfoodrestaurant)

1)

tuin- en groencentrum: wanneer in de buitenruimte producten worden verkocht (verkoopruimte) dient deze ruimte te worden meegenomen bij de omvang van de functie.

2)

fullservice-supermarkt: vloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 wvo.

3)

weekmarkt (bij klein wijk-, buurt- en dorpscentrum: Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. 1 m1 kraam = 6 m2 bvo (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder).

4)

commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie): hier worden ook functies als een makelaar, hypotheekverstrekker, kapper of zonnebankstudie onder beschouwd.

5)

bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, een garagebedrijf, een laboratorium of werkplaatsen. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 25-35 m2 bvo. De parkeernorm is exclusief vrachtwagen parkeren en andere bedrijfsgerelateerde voertuigen.

6)

bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bedrijven zoals een loods, opslag of transportbedrijf. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 30-50 m2 bvo. De parkeernorm is exclusief vrachtwagen parkeren.

7)

golfbaan (18 holes): een 18-holes golfbaan is gemiddeld 60 – 70 ha groot.

8)

golfoefencentrum (pitch and putt): uitgaande van een omvang van circa 6 ha.

40

9)

sporthal en sportzaal: let op bij grotere aantallen bezoekers zijn de kencijfers te laag.

10) sportveld: normen zijn exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten. Van deze functie kunnen alleen globale normen worden opgenomen. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. 11) zwembad overdekt & openlucht: bij combinatie zwembad overdekt en openlucht berekenen via verhouding bassin overdekt en openlucht aan de hand van normen overdekt per 100 m2 bassin en normen openlucht per 100 m2 bassin. 12) zwemparadijs: een zwemparadijs is vaak onderdeel van een andere voorziening, zoals een vakantiepark. Van deze functie kunnen alleen globale normen worden opgenomen. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. 13) bioscoop: 1 zitplaats is circa 3 m2 bvo. Bij bioscopen moet voor parkeren rekening worden gehouden met een eventuele overlap tussen twee voorstellingen (+ 40%). Gegeven kengetallen betreffen de drukste voorstelling op de drukste dag van de drukste maand. 14) verpleeg- en verzorgingstehuis: normen zijn inclusief parkeren voor personeel. 15) K&R kinderdagverblijven: exclusief Kiss & Ride. Berekening Kiss & Ride parkeerplaatsen = aantal kinderen x % kinderen dat met de auto wordt gebracht x 0,2. (indicatief: 50% - 80% wordt met de auto gebracht) 16) K&R basisschool: exclusief Kiss & Ride.

Berekening Kiss & Ride parkeerplaatsen = aantal kinderen x % kinderen dat met de auto wordt gebracht x 0,3 (indicatief: 20% – 60% wordt met de auto gebracht). 17) Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs: bezoekers zijn studenten en overig is personeel. 18) camping: exclusief 10% voor gasten van bezoekers. 19) hotel: de CROW-parkeerkencijfers voor hotels zijn gebaseerd op het hotel-classificatiesysteem (vijf sterrencategorieën), deze indeling is echter sinds enkele jaren op Europees niveau geschrapt. In de parkeernormen wordt daarom geen onderscheid gemaakt naar deze classificatie, maar geldt voor hotels één parkeernorm gebaseerd op het CROW-parkeerkencijfer voor een 4 sterren hotel. Dit is het meest voorkomende hoteltype in Zandvoort.

41

Bijlage C. Lijst met parkeernormen (fiets) De parkeernormen voor woonfuncties zijn opgenomen in paragraaf 5.1. De parkeernormen voor niet-woonfuncties zijn gebaseerd op de meest recente CROWfietsparkeerkencijfers uit de publicatie ‘Fietsparkeerkencijfers 2025’. Daarbij wordt het gemiddelde van de bandbreedte als minimum parkeernorm gehanteerd. De parkeernormen zijn uitgedrukt in aantal parkeerplaatsen per eenheid functie. Bij iedere functie is de eenheid weergegeven. Bij eenheid staat de afkorting ‘fpp’ voor een fietsparkeerplaats / stallingsplaats. De afkorting ‘bvo’ staat voor het bruto-vloeroppervlak. Het bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlak van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw inclusief gevels, bouwmuren, ramen et cetera. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bvo. Voor winkels is het bruto-vloeroppervlak gemiddeld 1,25 maal het winkelvloeroppervlak. Zie NEN 2580 voor verdere informatie. De parkeernormen bestaan uit een aandeel voor vaste gebruikers (werknemers) en een aandeel voor bezoekers. Dit bezoekersdeel is uitgedrukt in een percentage van de parkeernorm.

42

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

1,7

1,1

0,8

aandeel bezoekers 5%

3,0

1,4

1,1

20%

fpp per 100 m² bvo

1,4

0,9

0,9

5%

fpp per 100 m² bvo

0,6

0,4

0,3

5%

fpp per 100 m² bvo

1,2

0,8

0,7

5%

fpp per 100 m² bvo

1,0

1,0

1,5

99%

fpp per 100 m² bvo

winkelfuncties

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

bouwmarkt

maatwerk

0,4

0,3

aandeel bezoekers 87%

tuincentrum

maatwerk

0,4

0,3

89%

fpp per 100 m² bvo

groencentrum

maatwerk

0,4

0,3

89%

fpp per 100 m² bvo

0,4

0,3

0,3

92%

fpp per 100 m² bvo

woonwarenhuis (zeer groot)

maatwerk

0,3

0,3

95%

fpp per 100 m² bvo

kringloopwinkel

maatwerk

1,6

1,3

89%

fpp per 100 m² bvo

werkfuncties kantoren (zonder baliefunctie) commerciële dienstverlening (kantoren met baliefunctie) bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) bedrijfsverzamelgebouw evenementenhal/beursgebouw/ congresgebouw

bruin- en witgoedzaken

woonwarenhuis/woonwinkel

eenheid fpp per 100 m² bvo

eenheid fpp per 100 m² bvo

0,4

0,3

0,3

91%

fpp per 100 m² bvo

meubelboulevard/woonboulevard

maatwerk

0,4

maatwerk

93%

fpp per 100 m² bvo

winkelboulevard

maatwerk

0,4

maatwerk

94%

fpp per 100 m² bvo

outletcentrum buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum buurtsupermarkt

maatwerk

0,4

0,2

94%

fpp per 100 m² bvo

3,4

3,0

maatwerk

72%

fpp per 100 m² bvo

3,7

2,1

maatwerk

89%

fpp per 100 m² bvo

fullservice supermarkt

5,4

3,5

maatwerk

93%

fpp per 100 m² bvo

grote supermarkt (XL) groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen) groothandel algemeen

5,4

3,5

maatwerk

84%

fpp per 100 m² bvo

maatwerk

1,4

maatwerk

80%

fpp per 100 m² bvo

maatwerk

1,4

maatwerk

80%

fpp per 100 m² bvo

3,6

3,0

maatwerk

85%

fpp per 100 m² bvo

weekmarkt

43

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

bowlingcentrum

4,5

2,6

2,5

aandeel bezoekers 89%

biljart-/snookercentrum

2,5

1,6

1,2

87%

fpp per tafel

fitnessstudio/sportschool

5,9

3,0

2,0

87%

fpp per 100 m² bvo

fitnesscentrum

5,9

3,0

2,0

90%

fpp per 100 m² bvo

cultuur en ontspanning

dansstudio

eenheid fpp per baan

5,9

3,0

2,0

93%

fpp per 100 m² bvo

golfbaan (18 holes)

maatwerk

17,5

17,5

98%

fpp per 18 holes

golfoefencentrum (pitch and putt)

maatwerk

17,5

17,5

93%

fpp per centrum

5,5

3,0

2,5

96%

fpp per 100 m² bvo

sporthal sportzaal

6,7

2,7

2,1

94%

fpp per 100 m² bvo

sportveld

57,5

57,5

57,5

95%

fpp per ha netto terrein

stadion kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter) kunstijsbaan (400 meter)

0,2

0,2

maatwerk

99%

fpp per zitplaats

3,1

2,1

1,8

98%

fpp per 100 m² bvo

maatwerk

3,4

3,1

98%

fpp per 100 m² bvo

maatwerk

3,5

maatwerk

98%

fpp per 100 m² bvo

1,5

1,0

0,6

97%

fpp per 100 m² bvo

1,5

1,0

0,6

98%

fpp per 100 m² bvo

1,5

1,0

0,6

98%

fpp per 100 m² bvo

ski- en snowboardhal indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot tennishal

0,8

0,5

0,5

87%

fpp per 100 m² bvo

padelhal

1,6

1,0

1,0

87%

fpp per 100 m² bvo

squashhal

5,1

3,0

2,5

84%

fpp per 100 m² bvo

zwembad overdekt

maatwerk

20,0

12,5

97%

fpp per 100 m² bassin

zwembad openlucht

maatwerk

28,0

20,5

99%

fpp per 100 m² bassin

zwemparadijs wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum) sauna, hammam

maatwerk

9,5

9,5

99%

fpp per 100 m² bvo

maatwerk

4,0

4,0

99%

fpp per 100 m² bvo

5,5

4,0

4,0

99%

fpp per 100 m² bvo

bibliotheek

4,0

3,3

2,6

97%

fpp per 100 m² bvo

museum

1,7

0,9

maatwerk

95%

fpp per 100 m² bvo

bioscoop

9,0

3,5

1,7

94%

fpp per 100 m² bvo

filmtheater/filmhuis

9,0

3,5

1,7

97%

fpp per 100 m² bvo

theater/schouwburg

26,0

17,5

12,0

87%

fpp per 100 m² bvo

Musicaltheater

26,0

17,5

12,0

86%

fpp per 100 m² bvo

Casino

2,0

1,7

1,7

86%

fpp per 100 m² bvo

Volkstuin

maatwerk

1,8

1,6

100%

fpp per 10 tuinen

attractie- en pretpark

maatwerk

10,8

10,8

99%

fpp per ha netto terrein

Dierenpark

10,8

10,8

10,8

99%

fpp per ha netto terrein

Jachthaven

0,2

0,2

0,2

nb

fpp per ligplaats

manege (paardenhouderij)

maatwerk

maatwerk

0,6

90%

fpp per box

kinderboerderij (stadsboerderij)

12,5

12,5

12,5

97%

fpp per boerderij

plantentuin (botanische tuin)

maatwerk

14,1

11,0

99%

fpp per tuin

44

gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen huisartsenpraktijk (-centrum)

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

1,4

1,1

0,5

aandeel bezoek 57%

fysiotherapiepraktijk (-centrum)

1,4

1,1

0,5

57%

fpp per behandelkamer

consultatiebureau

1,4

1,1

0,5

50%

fpp per behandelkamer

gezondheidscentrum

1,4

1,1

0,5

55%

fpp per behandelkamer

consultatiebureau voor ouderen

1,4

1,1

0,5

38%

fpp per behandelkamer

tandartsenpraktijk (-centrum)

2,7

2,4

1,9

47%

fpp per behandelkamer

apotheek

7,0

7,0

maatwerk

45%

fpp per apotheek

ziekenhuis

1,1

1,0

0,8

29%

crematorium

maatwerk

6,5

6,5

99%

begraafplaats

maatwerk

6,5

6,5

97%

penitentiaire inrichting

0,5

0,5

0,5

37%

fpp per 100 m² bvo fpp per gelijktijdige plechtigheid fpp per gelijktijdige plechtigheid fpp per 10 cellen

religiegebouw

0,4

0,4

maatwerk

nb

fpp per zitplaats

verpleeg/verzorgingstehuis

0,6

0,8

0,8

60%

fpp per wooneenheid

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

eenheid fpp per behandelkamer

kinderdagverblijf (crèche)

1,0

0,8

0,8

aandeel bezoek 0%

basisonderwijs

11,5

11,5

11,5

48%

fpp per lokaal

middelbare school

80,0

80,0

80,0

11%

fpp per 100 leerlingen

ROC

48,0

48,0

48,0

7%

fpp per 100 leerlingen

HBO

64,0

64,0

64,0

72%

fpp per 100 studenten

universiteit

64,0

64,0

64,0

48%

fpp per 100 studenten

avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

3,8

3,8

3,8

95%

fpp per 10 studenten

centrum

rest bebouwde kom

Bentveld

maatwerk

0,2

0,2

aandeel bezoek 91%

onderwijs

toeristische functies verblijfsaccommodaties bungalowpark (huisjescomplex) camping (kampeerterrein)

en

eenheid fpp per 100 m² bvo

eenheid fpp per bungalow

maatwerk

maatwerk

0,2

90%

fpp per standplaats

hotel

2,0

2,0

2,0

73%

fpp per 10 kamers

discotheek

12,5

10,0

5,5

99%

fpp per 100 m² bvo

café/bar/cafetaria restaurant (inclusief fastfoodrestaurant)

11,5

11,5

maatwerk

90%

fpp per 100 m² bvo

11,5

6,5

maatwerk

80%

fpp per 100 m² bvo

45

Bijlage D. Kwaliteitsrichtlijnen stallingen fiets en scooter Het gebruik van een stalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen en de stabiliteit van de fiets in de aangeboden voorzieningen beïnvloeden het gebruik, evenals de (on)mogelijkheid om fietsen met afwijkende afmetingen te stallen. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 741), het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (artikel 4.171 – 4.173) en Fietsparkeur gaan uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitsrichtlijnen voor het ontwerpen van een stalling opgenomen. De fiets staat op de best mogelijke locatie Om actieve mobiliteit te stimuleren moet de fiets de eerste vervoerskeuze zijn die gebruikers tegenkomen bij vertrek en moet de fiets ten opzichte van andere vervoersmiddelen op de beste plek staan bij aankomst. In de situatie dat de fietsparkeervoorziening niet direct bij de entree geplaatst kan worden, is de voorziening eenvoudig vindbaar en bereikbaar voor alle gebruikers. Dit kan worden bereikt door fietsparkeervoorzieningen dichter bij de entree van de functie te plaatsen dan parkeervoorzieningen voor andere voertuigen.

Het is belangrijk dat de fietsparkeervoorziening op een logische locatie ligt ten opzichte van de aanrijroute(s) voor fietsers. Dat betekent ook dat fietsers zo min mogelijk moeten omlopen om van en naar de fietsparkeervoorziening te komen. Met name bij bezoekersfuncties draagt een goede zichtbaarheid en herkenbaarheid van de voorziening bij aan het gebruik. Ook kan met duidelijke bewegwijzering op de loop- en fietsroutes van en naar de voorziening het gebruik worden gestimuleerd. Een eenvoudig toegankelijke voorziening voor alle doelgroepen Fietsparkeervoorzieningen zijn voor alle mogelijke gebruikers zeer eenvoudig en veilig toegankelijk. Fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers en voor bakfietsen of aangepaste fietsen (voor mindervaliden) zijn altijd op maaiveldniveau. Ook voor vaste gebruikers zijn fietsparkeervoorzieningen in principe op maaiveldniveau, zeker als de specifieke doelgroep anders geen of weinig gebruik zal maken van de voorziening (bijvoorbeeld ouderen). Waar het overbruggen van een hoogteverschil met een fiets onvermijdelijk is, is het belangrijk dat dit zo comfortabel mogelijk wordt ingericht. In de praktijk is het overbruggen van een hoogteverschil altijd oncomfortabel met de fiets. Daarom is het belangrijk dat een eventuele hellingbaan of fietstrap voldoende breed is en niet te steil.

Bij een fietstrap zijn fietsgoten met de juiste afmetingen aanwezig, eventueel voorzien van elektrische ondersteuning om het gebruik van de fietstrap te vereenvoudigen. Leidraad fietsparkeren van CROW bevat uitgebreide informatie over maatvoering en ontwerprichtlijnen voor fietsparkeervoorzieningen. Een ander aandachtspunt voor ontwerp is het aantal deuren, de draairichting en het type deur dat wordt toegepast bij afgesloten fietsparkeervoorzieningen. Deuren zorgen namelijk voor een drempel en vertragen het stallingsproces. Deze vertraging kan worden verminderd door zo min mogelijk deuren toe te passen, deuren met de juiste draairichting te plaatsen of gebruik te maken van een automatische toegangsdeur. Deuren zijn met name een aandachtspunt onder- en bovenaan een fietstrap of hellingbaan. 46

Verder is het voor een veilige toegang van belang dat bij alle fietsparkeervoorzieningen een veilige plek is om op- en af te kunnen stappen. De belangrijkste richtlijnen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn: 1. Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en). 2. De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming. 3. De afstand van de stalling tot de hoofd-/ neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd mag maximaal circa 75 meter zijn. 4. De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etcetera). 5. Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden. 6. Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast.

Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden. Voor de hellingspercentages wordt verwezen naar CROW Leidraad fietsparkeren 2023. 7. Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer. Passende, kwalitatieve fietsparkeervoorzieningen voor iedereen De fietsparkeervoorziening is passend bij de doelgroepen die gebruik maken van de fietsparkeervoorziening en het type fiets dat deze doelgroep gebruikt. Dat betekent in de eerste plaats dat de fietsparkeervoorzieningen voldoen aan het kwaliteitsniveau gesteld door Fietsparkeur. Ook is het type fietsparkeervoorziening afgestemd op de doelgroep en worden indien nodig meerdere soorten voorzieningen toegepast. Zodat bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met voldoende, passende voorzieningen voor buitenmodelfietsen. Bij het ontwerpen van een fietsparkeervoorziening is het belangrijk om twee vragen te stellen: wie gaat hier mogelijk zijn/haar fiets stallen en is het realistisch dat zij met genoegen gebruik gaan maken van deze fietsparkeervoorziening. Voor ouderen, kinderen en gebruikers van zware fietsen is een etagerek bijvoorbeeld geen optie.

En bij gezinnen, scholen en winkels is de kans groot dat er plek nodig is voor fietsen met krat voorop of een bakfiets. Daar moeten passende voorzieningen voor worden gerealiseerd. Indien bij gezamenlijke fietsparkeervoorzieningen voor bewoners etagerekken worden toegepast, is het wenselijk om de plekken te nummeren en te koppelen aan een woning. Zo worden de gunstige plekken onderin eerlijk verdeeld. Hierbij is per woning tenminste één van de plekken onderin beschikbaar. Naast de etagerekken dient er ook ruimte te zijn voor fietsen met afwijkende maten. In sommige situaties zijn aanvullende voorzieningen nodig om fietsgebruik goed te faciliteren, zoals stroompunten of kluisjes voor het opladen van accu’s van elektrische fietsen (en scooters) in een gemeenschappelijke fietsparkeervoorziening. Bij zakelijke functies neemt de aanwezigheid van omkleedmogelijkheid en/of douches een drempel weg voor werknemers om met de fiets van en naar werk te gaan. Een ander belangrijk aandachtspunt bij het ontwerp van de fietsparkeervoorziening is de verwachte parkeerduur van de doelgroep. Met name voor kortparkeerders (< 60 minuten) mag de actie van de fiets in het rek plaatsen hooguit enkele seconden in beslag nemen, voordat zij het 47

hinderlijk vinden. Voor veel bezoekers is bovenin een etagerek parkeren dus geen (aantrekkelijke) optie. Op de website van Stichting Fietsparkeur staat de laatste versie van het normstellende document met geschikte systemen. Deze website bevat een keuzewijzer waarmee de juiste fietsparkeervoorziening geselecteerd kan worden voor een specifieke situatie en doelgroep. De belangrijkste richtlijnen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn: 1. De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. 2. Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling. 3. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden. 4. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren. 5. Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van Fietsparkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15947614/1