Bijlage 7 - Onderzoek Zandhagedis Zuidlaan 51
Tekst van het document
Zandhagedis onderzoek aan de Zuidlaan 51 te Bentveld Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming
1
Colofon
Status:
Definitief
Project:
BE/2021/116
Datum:
31 mei 2021 (update 6 augustus 2021)
Samensteller(s):
ing. G. Fairhurst
Collegiale toets:
ir. ing. K.J. Rebergen
Opdrachtgever:
LODEWIJCK GROEP. Beechavenue 139 1119 RB Schiphol-Rijk Contactpersoon:
dhr. K. Ellenbroek
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. © Blom Ecologie B.V./ Lodewijck Groep Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
2
Inhoud
1 Inleiding ......................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel
4
1.2 Plangebied
4
1.3 Werkzaamheden
6
1.4 Te verwachten soorten en functies
6
1.5 Kader Wet natuurbescherming
6
2 Methode .......................................................................................................................................... 7 2.1 Ecologie zandhagedis
7
2.2 Theoretisch kader
7
2.3 Praktische uitvoering
8
2.4 Inventarisaties
8
3 Resultaten ....................................................................................................................................... 9 3.1 Zandhagedis
9
3.2 Overige soorten
9
4 Conclusie ...................................................................................................................................... 10 4.1 Conclusie
10
4.2 Vervolgstap(pen)
10
5 Bronnen ......................................................................................................................................... 11
3
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel Aan de Zuidlaan 51 te Bentveld bevindt zich een manege genaamd Stal de Naaldenhof. Op het perceel zijn paardenpaddocks, paardenstallen/schuren en een stuk bos aanwezig. De initiatiefnemer is voornemens hier vijf vrijstaande woningen te realiseren. Gezien de beoogde ontwikkeling mogelijk leidt tot aantasting van beschermde natuurwaarden is door Blom Ecologie B.V oriënterend onderzoek uitgevoerd naar de potentie van de planlocatie. Uit de quickscan is gebleken dat essentiële onderdelen van het leefgebied van de zandhagedis op de planlocatie afwezig zijn. In het vervolgtraject zijn door belangengroepen bezwaarschriften tegen de ontwikkeling ingediend die deels gebaseerd zijn op de mogelijke aanwezigheid van de zandhagedis. Om juridische zekerheid te verkrijgen over de aan dan wel afwezigheid van de zandhagedis is nader onderzoek geadviseerd. Dit onderzoek betreft de percelen Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 te Bentveld. Lodewijck Groep heeft Blom Ecologie B.V. verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen voor locatie Zuidlaan 51 beschreven. Onderzoeksdoel In dit aanvullende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen centraal gesteld: •
Is de zandhagedis aanwezig in het plangebied?
•
Op welke wijze maakt de zandhagedis gebruik van het plangebied (rust- en zonplaatsen/foerageergebied/migratieroute?
•
Hebben de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de zandhagedis en/of de functionaliteit van het leefgebied?
1.2
Plangebied De planlocatie is gelegen aan Zuidlaan 51 te Bentveld. Het bevindt zich buiten de bebouwde kom en grenst aan het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Op het perceel aan Zuidlaan 51 is Stal de Naaldenhoef gevestigd. Het terrein wordt dan ook gekenmerkt door paardenstallen, paddocks, schuren en overige terreininrichting behorend bij het gebruikstype. De paardenstallen zijn opgetrokken uit steense muren met golfplaten daken en zijn verstevigd met metalen onderdelen. Tevens zijn er schuren aanwezig die bestaan uit houten muren die zijn verstevigd met houten draagbalken. De overige terreininrichting betreft een bosachtig gebied en paardenpaddocks met houten hekken. In de paardenpaddocks bevindt zich zand. Daarnaast is het overgrote deel van de planlocatie (behalve het bosgebied) verhard met klinkers.
4
Figuur 1.1
De planlocatie (rood omkaderd) aan de Zuidlaan 51 te Bentveld. Het gebied aangrenzend aan de noordzijde van de planlocatie binnen de kaders van de rode stippellijn is tijdens hetzelfde onderzoek onderzocht.
Figuur 1.2
Impressie van de planlocatie.
5
1.3
Werkzaamheden De beoogde ingreep betreft het saneren van alle opstallen, verwijderen van de overige terreininrichting en de (plaatselijke) kap van bomen ten behoeve van de realisatie van 5 vrijstaande woningen. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: •
saneren schuren en opstallen: sloop- en graafwerkzaamheden en afvoer materiaal;
•
kappen en rooien van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout;
•
verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen;
•
egaliseren van terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport;
•
realisatie woningen: algemene bouwwerkzaamheden;
•
revitalisatie terrein; aanleg verharding en groen.
1.4 Te verwachten soorten en functies Uit het oriënterend onderzoek (Vos, 2019) is gebleken dat de planlocatie zeer beperkt geschikt is als functioneel leefgebied van de zandhagedis. Echter de organisaties achter de bezwaarschriften was van mening dat de afwisselende structuren van zand (paddocks), vegetatie en schuilmogelijkheden de planlocatie mogelijk geschikt is als zon- en rustplaats, voortplantingsplaats en foerageergebied. In de periode 2015-2021 zijn circa 150 m ten westen en ten noorden verschillende waarnemingen bekend van de zandhagedis (NDFF 2011-2021). Er zijn geen waarnemingen bekend binnen de planlocatie. Echter om de aan- of afwezigheid van de zandhagedis volledig uit te sluiten is voorliggend onderzoek uitgevoerd.
1.5
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen
en
nationaal
beschermde
soorten,
uiteen
in
drie
verschillende
beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de zandhagedis valt onder de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3) kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art 3.5 lid 2 en 4 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
6
2 Methode 2.1
Ecologie zandhagedis De zandhagedis is de grootste hagedissensoort van Nederland en komt voornamelijk voor in heide- en duingebieden (figuur 2.1). De zandhagedis is een solitair levende soort die sterk verbonden is aan zon- en warmte plaatsen. De soort gebruikt deze zonplaatsen om op te warmen en zo voldoende ‘energie’ te krijgen om te foerageren en voort te planten. De soort geeft de voorkeur aan zandige, droge en open locaties met een afwisselende vegetatiestructuur. Dergelijke biotopen bieden voldoende voedsel, zonplaatsen met in de directe omgeving voldoende dekking (BIJ12 kennisdocument zandhagedis, 2017).
Figuur 2.1
2.2
De zandhagedis (man) (bron: © J. Herder).
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de zandhagedis geldt het BIJ12 Kennisdocument (2017) en NGB soorten inventarisatieprotocol (2017) als richtlijn. De richtlijnen worden met enige regelmaat door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. Voor dit onderzoek zijn de richtlijnen van het NGB aangehouden. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifiek onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie B.V. Voor de zandhagedis geldt dat de optimale periode voor het vaststellen van aanwezigheid van de soort en de functie van gebied valt in de periode medio april t/m eind mei. Hier dienen dan twee gerichte veldbezoeken plaats te vinden, waarbij minimaal 1 week zit tussen de bezoeken. Indien er in de periode juli t/m september wordt geïnventariseerd dienen er meer veldbezoeken (ca. 3) plaats te vinden.
7
De onderzoeken dienen plaats te vinden onder gunstige metrologische omstandigheden als zonnige tot halfbewolkte dagen met een temperatuur tussen de 12 en 20 graden Celsius en een windkracht van minder dan 5 Bft. Hierbij is het optimale tijdstip in de ochtend voor 12:00 uur.
2.3
Praktische uitvoering Binnen de kaders van het Soorteninventarisatieprotocol (NGB) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek
het
aantal
onderzoekers,
en
dergelijke,
worden
door
de
diverse
onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie B.V. reactief onderzoek uitgevoerd. Dit type onderzoek houdt vast aan looproutes (transecten) waarbij de potentie van het onderzoeksgebied (hooglaag) leidend is. De transecten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de zandhagedis. Uiteindelijk is dit onderzoek middels lijntransecten zigzaggend met de schaduw op de rug van de onderzoeker doorlopen. Volledigheidshalve is ook de directe omgeving van de planlocatie onderzocht naar de aan- of afwezigheid van zandhagedis.
2.4
Inventarisaties Veldbezoeken De planlocatie is 2x bezocht door medewerkers van Blom Ecologie B.V. (tabel 2.2). Tijdens deze bezoeken is de planlocatie en de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid van de zandhagedis. Tijdens het onderzoek is met name gelet op zonnende en wegschietende individuen, alsmede vervellingen en andere sporen die wijze op de aanwezigheid van de zandhagedis. Tevens is gelet op (mogelijk) de gebruikte structuren door zandhagedis voor het bepalen van het functioneel leefgebied. Tabel 2.2
Veldbezoeken
op
de
planlocatie.
De
weersomstandigheden
voldeden
aan
minimumcriteria zoals opgenomen in de Kennisdocumenten zandhagedis (2017). Veldbezoek
Aantal
Datum
Zon ▼ ▲
Tijd
Weersomstandigheden
pers.
8
Zandhagedis 1
1
10-05-2021
05.54
09:00-11:00
1/8, droog, 0 Bft, 15˚C
Zandhagedis 2
1
28-05-2019
05.30
09:00-11.10
0/8, droog, 0 Bft, 13˚C
de
3 Resultaten 3.1
Zandhagedis Tijdens de onderzoekrondes is de zandhagedis niet aangetroffen. Zowel op de planlocatie als in het omliggend bosgebied met open plaatsen zijn geen zonnende of wegschietende individuen aangetroffen. De geschikte gebieden ten zuiden en westen waren vanaf de planlocatie niet toegankelijk en zijn derhalve niet meegenomen in het onderzoek.
3.2
Overige soorten Naast de te onderzoeken soort waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken overige soorten als vogels, zoogdieren en insecten waargenomen. De volgende soorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: rode eekhoorn, bont zandoogje, oranjetipje, klein koolwitje en vogels als boerenzwaluw, bompieper, gierzwaluw, kauw, koolmees, pimpelmees, roodborst, stormmeeuw, winterkoning, zilvermeeuw en zanglijster. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende soorten.
9
4 Conclusie 4.1
Conclusie In de periode mei 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de zandhagedis op de planlocatie en het omliggend gebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het BIJ12 Kennisdocument zandhagedis (2017). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de zandhagedis niet voorkomt op de planlocatie. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de planlocatie geen onderdeel uitmaakt van het functioneel leefgebied van de soort. Met de beoogde werkzaamheden zullen er geen verblijfplaatsen en geen leefgebied van zandhagedis worden weggenomen. Daarnaast is er geen sprake van verstoring of verwonden/doden van individuen. Derhalve is er geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2.
4.2
Vervolgstap(pen) Er vindt geen overtreding plaats van verbodsbepaling Wnb, art. 3.8. Voor de uitvoering van de beoogde ontwikkelingen is ontheffing van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk t.a.v. de zandhagedis.
10
5 Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument zandhagedis, Lacerta agilis. BIJ12, Utrecht NGB, 2017. Soorteninventarisatieprotocollen. Netwerk Groene Bureaus, Odijk Vos, A.E, 2019. Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 te Bentveld. Blom Ecologie B.V., Waardenburg.
Gebruikte websites www.arcgis.nl www.ndff.nl www.ravon.nl
11
12