Bijlage 7 Collegebrief Advies van de Adviesraad nieuwe Verordening Wmo 2024
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort T.a.v. de heer J. van Burk
Ons kenmerk Datum Afdeling Contact Telefoon E-mail Bijlage(n)
MO/2024/939164 11 juni 2024 Maatschappelijke Ondersteuning B.E. Robbe 06-18350752 brobbe@haarlem.nl Uw advies
Onderwerp: Reactie op uw advies over de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2024 Geachte heer Van Burk, Op 10 april 2024 heeft u het college van B&W van de gemeente Zandvoort (hierna: college) een advies gestuurd over de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2024. Hartelijk dank voor uw reactie. In uw advies aan het college deelt u de zorgen en wensen met betrekking tot wmo-ondersteuning, die u hebben bereikt vanuit het dorp. Wij zijn het met u eens dat de door u aangedragen punten aandacht verdienen. Met deze brief geven wij een reactie op de door u aangedragen adviezen. Wij geven onderstaand eerst uw reactie cursief weer, gevolgd door het antwoord van het college. Uw advies is als bijlage bij deze brief gevoegd. 1. De behandelingstermijn voor een aanvraag duurt te lang. Als burgers om maatschappelijke ondersteuning vragen is dat over het algemeen omdat zij deze op korte termijn nodig hebben. De adviesraad krijgt signalen dat de beslistermijn op een aanvraag, vanaf het moment dat het verzoek kenbaar is gemaakt, soms meer dan 3 maanden duurt. In de verordening -art. 2.3, 2.4 en 2.5 -staat dat het onderzoek binnen 6 weken moet zijn gestart. De adviesraad adviseert om deze artikelen aan te passen en ervoor te zorgen dat het onderzoek en de beslissing daarop binnen 6 weken moeten zijn afgerond.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (hierna WMO) stelt dat ook acute zorg kan worden verleend nog voor het onderzoek is afgelopen. De adviesraad adviseert om deze mogelijkheid ook in de verordening op te nemen. Antwoord college: Onderzoek afronden binnen zes weken Overeenkomstig de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo 2015) staat er in artikel 2.3 lid 1 van de conceptverordening: “Naar aanleiding van een melding voert het college binnen zes weken, overeenkomstig artikel 2.3.2 lid 2 van de wet, een onderzoek uit naar de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. “
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postbus 2, 2040 AA Zandvoort
Kenmerk: MO/2024/939164 Telefoonnummer: 14 023 | www.zandvoort.nl
1/5
Het onderzoek wordt binnen 6 weken gestart, maar tevens binnen 6 weken afgerond, overeenkomstig de Wmo 2015. Daarmee is uw suggestie al opgenomen in de conceptverordening. Beslissing binnen zes weken? Indien in de verordening wordt opgenomen dat er binnen zes weken moet zijn beslist over een maatwerkvoorziening, zou dat een afwijking van de Wmo 2015 inhouden. In de Wmo 2015 staat immers dat het onderzoek van het college zes weken mag duren en dat het college daarna twee weken de tijd heeft om te beslissen. Vanaf de melding heeft het college derhalve acht weken de tijd om tot een besluit te komen. De gemeenteraad, die de verordening dient vast te stellen, kan niet iets anders bepalen over een door de formele wetgever rechtstreeks aan het college toegekende bevoegdheid. Bovendien schrijft artikel 122 van de Gemeentewet voor: “De bepalingen van gemeentelijke verordeningen in wier onderwerp door een wet, een algemene maatregel van bestuur of een provinciale verordening wordt voorzien, zijn van rechtswege vervallen.” Dat betekent dat als we opnemen in de verordening dat er binnen zes weken moet zijn beslist over een maatwerkvoorziening, die bepaling in de verordening van rechtswege vervalt. Wij zijn het met u eens dat het belangrijk is dat meldingen binnen de wettelijke termijn van acht weken worden afgehandeld.
De gemiddelde afhandelingstijd van maatwerkvoorziening was in 2023 35 dagen. Dat is binnen de wettelijke gestelde termijn. We zullen zeker aandacht houden voor dit punt. Acute ondersteuning De Wmo 2015 geeft in artikel 2.3.3 rechtstreeks aan het college de opdracht om in spoedeisende gevallen onverwijld na een melding te beslissen over het bieden van ondersteuning. De formele wetgever kent met artikel 2.3.3 aan het college rechtstreekse een eigen bevoegdheid toe, dit heet attributie. De gemeenteraad kan over die rechtstreeks toegekende bevoegdheid van het college staatsrechtelijk niks vinden en daarom ook niet iets (anders) opnemen in de verordening. Een cliënt kan in spoedeisende situaties op grond van artikel 2.3.3 van de Wmo 2015 direct na de melding, lopende het onderzoek, tijdelijk maatwerk krijgen. Kortom de wet voorziet hier al in. Met aanbieders hebben we dan ook afgesproken dat in geval van spoed de ondersteuning start binnen twee werkdagen. 2. Aanvullende zorg voor oudere bewoners van de gemeente Zandvoort. De adviesraad wil aandacht vragen voor een groeiende groep inwoners, de ouderen, in de gemeente Zandvoort. De adviesraad adviseert u om juist voor deze groep een pakket zorgvoorziening te treffen voor de laatste levensjaren. Vooral in de laatste levensjaren kan er behoefte zijn aan toenemende (wisselende) zorg.
Antwoord college: Het college erkent het belang van passende ondersteuning voor inwoners in hun laatste levensfase. Een standaard pakket met voorzieningen voor de oudere doelgroep schiet het doel van de Wmo 2015 voorbij, immers vraagt de Wmo 2015 elke situatie als uniek te behandelen. Vaak gaat het bij de oudere doelgroep om de vraag naar voorzieningen die zien op zorg in plaats van op ondersteuning, en daarom buiten de verantwoording van de gemeente liggen. De maatschappelijke ondersteuning Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: MO/2024/939164 Telefoonnummer: 14 023 | www.zandvoort.nl
2/5
die de gemeente biedt vanuit de Wmo 2015 is voor een groot deel al zodanig ingericht dat het aansluit bij de behoefte aan toenemende (wisselende) ondersteuning. Er is bijvoorbeeld in de sociale basis aandacht voor het langer zelfstandig blijven wonen voor inwoners, met voorzieningen waar ouderen gebruik van kunnen maken. Verder kan de inzet van huishoudelijke ondersteuning bij inwoners door de aanbieder worden aangepast als de situatie van de inwoner daar om vraagt en is er ook de mogelijkheid met spoedhulp voor bijvoorbeeld terminale cliënten. Hiernaast ondersteunt de gemeente de activiteiten van de Hospice en onderzoekt gezamenlijk met hen de mogelijkheden voor nieuwe huisvesting op dit onderwerp. 3. Een meerjarige toezegging voor chronisch zieken zonder vooruitzicht op herstel. Daarnaast is er een groep bewoners die chronisch ziek is waarbij er geen vooruitzicht is op herstel. Deze groep moet nu iedere 2 jaar opnieuw het recht op indicatie aantonen. De adviesraad adviseert om de meerjarige toezegging uit te breiden voor deze groep. Antwoord college: Bij gebruik van de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning en bij verstrekking van de maatwerkvoorzieningen huishoudelijke ondersteuning, woonvoorzieningen, hulpmiddelen en rolstoelen wordt in principe geen einddatum gehanteerd omdat de ondersteuning langdurig noodzakelijk is.
Vanuit Samen Zandvoort is een groot deel van de ondersteuning als algemene voorziening beschikbaar, daarbij geldt geen einddatum. Daar zijn wij voorstander van een meerjarige toegankelijkheid voor inwoners. Alleen als verwacht wordt dat de situatie van een cliënt kan verbeteren of als de maatwerkvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt er in een beschikking voor de voorziening een einddatum opgenomen. 4. Inbreng eigen plan. Soms is er behoefte aan specifieke ondersteuning of zijn door aanvrager creatieve, gelijkwaardige en adequate voorziening(en) bedacht. De WMO biedt de mogelijkheid tot het indienen van een eigen plan. De adviesraad adviseert om de verordening uit te breiden met de mogelijkheid om een eigen plan in te dienen en deze te kunnen honoreren. Antwoord college: In dit geval staat de mogelijkheid voor een cliënt om een persoonlijk plan te overhandigen aan het college al in de wet. De wetgever geeft in artikel 2.3.2 lid 2 van de Wmo 2015 rechtstreeks aan het college de opdracht om in elk onderzoek de cliënt de mogelijkheid te geven een persoonlijk plan te overhandigen aan het college. In het geval een persoonlijk plan wordt overhandigt aan het college, wordt in lid 5 van artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 rechtstreeks aan het college de opdracht gegeven dit persoonlijk plan te betrekken in het onderzoek.
Het is dan niet aan de gemeenteraad om daarover iets (anders) op te nemen in de verordening.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: MO/2024/939164 Telefoonnummer: 14 023 | www.zandvoort.nl
3/5
5. Bestrijden misbruik van de maatschappelijke ondersteuning door aanvrager of leverancier. Wij begrijpen dat niet altijd terecht ondersteuning wordt verkregen of dat toegezegde ondersteuning niet geleverd kan worden en deze ondersteuning wel is betaald. De adviesraad adviseert om in de verordening artikelen op te nemen ter bestrijding van misbruik etc. met terugvorderingsmogelijkheden. Antwoord college: Ten opzichte van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023 worden in hoofdstuk 7 en 8 meer mogelijkheden en inspanningsverplichtingen voor het college opgenomen om misbruik van de voorzieningen vroeg te signaleren en aan te pakken. 6. Kwaliteit van geleverde zorg. Het is bekend dat de gemeente de levering van zorg uitbesteed aan (markt) partijen. Echter in de praktijk wordt volgens onze informatie niet altijd adequaat geleverd. Dus ondanks toegezegde zorg moet een aanvrager alsnog lang wachten voordat de zorg geleverd wordt. Natuurlijk worden in de verordening bepalingen opgenomen om kaders te stellen aan ondersteuningsverzoeken. Hoe denkt het gemeentebestuur de regie te houden op de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ontwikkeling/Verordening MO en tevens de kwaliteit van de uitvoering te blijven borgen? Antwoord college: De Wmo 2015 legt in artikel 3.1 verantwoordelijkheden bij aanbieders neer.
Zo dient de aanbieder zorg te dragen dat een voorziening van goede kwaliteit is. Veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht, afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en de ander hulp die een cliënt eventueel ontvangt, te verstrekken in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiend uit de professionele standaard. Daarnaast dient een aanbieder op grond van de wet een meldcode, een calamiteitenprotocol en een klachtenregeling vast te stellen. De toezichthouder die het college op grond van 6.1 van de Wmo 2015 dient aan te wijzen, zal op naleving van de wettelijke verplichtingen moeten toezien. De verordening schrijft voor dat het college daarnaast het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s periodiek en steekproefsgewijs dient te onderzoeken, met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en de doelmatigheid daarvan. Ook signalen van verschillende organisaties kunnen aanleiding geven voor toezicht en handhaving.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: MO/2024/939164 Telefoonnummer: 14 023 | www.zandvoort.nl
4/5
7. Het valt de adviesraad op dat niet consequent gesproken wordt over de inwoners van de gemeente Zandvoort dan wel over inwoners van Zandvoort en Bentveld. Antwoord college: In de conceptverordening zoals voorgelegd aan de adviesraad wordt in art. 1.2 lid 1 sub a, art. 3.6 lid 1, art. 4.12 lid 1 sub f, art, 4.13 lid 1, art. 4.14 lid 1, art. 5.1 lid 6,7,8 en in art. 9.1 het volgende aangepast: voor het woord ‘Zandvoort’ wordt het woord ‘gemeente’ gezet. In art. 1.4 lid 1 en in art. 3.3 lid 1 wordt het volgende aangepast: ‘Zandvoorters’ wordt vervangen door ‘inwoners van de gemeente Zandvoort”.
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
C. van Eijk
D. Moolenburgh
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Kenmerk: MO/2024/939164 Telefoonnummer: 14 023 | www.zandvoort.nl
5/5