CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Briefrapport bouwhistorie Watertoren

Raadscommissie 10 mei 2022, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Ontwerpbesluit wijziging aanwijsbesluit monument Watertoren2.120 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Watertoren CV Nicolaas Maesstraat 50 1071 RB Amsterdam Noordwijk, 21 oktober 2020 Kenmerk Contactpersoon E-mail

: 19111660/BKR/rap1 : dhr. B. Kroon KRMT, RVGME : bkroon@idds.nl

Betreft

: Beschouwing bouwhistorie en bouwtechnische staat Watertoren Zandvoort

Geachte heer, Bijgaand treft u onze briefrapportage van de beschouwing aan. De beschouwing betreft een afweging op basis van bouwkundige staat en bouwcultuurhistorische waarde met gebruik making van de restauratie ladder. De beschouwing is uitgevoerd door een technische bouwkundige (dhr. B. Kroon) en door een bouwhistoricus (dhr. M.C. van Dam, ingeschreven in het kwaliteitsregister van de bond voor bouwhistorici) op basis van de restauratieladder. Beide, werkzaam bij IDDS, hebben meer dan 15 jaar ervaring met bouw- en cultuurhistorisch onderzoek. IDDS is een landelijk opererende onderzoeks- adviesbureau bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het bedrijf bestaat uit 70 professionals verdeelt over 9 verschillende kennisgebieden: Milieu, Archeologie en Bouwhistorie, Explosieven, Ecologie, Water, Cultuurtechniek, Asbest, Bouw- en Sloopmanagement en Infra. De kracht van IDDS is het samenspel van specialistische kennis.

Aanleiding en doel beschouwing In Zandvoort bevindt zich aan de Thorbeckestraat 27 een watertoren. De watertoren heeft sinds jaren de originele gebruiksfunctie verloren. Sinds jaren wordt de watertoren niet meer functioneel gebruikt. Ten behoeve van het behoud van dit markante gebouw is een nieuwe functionele bestemming van dit gebouw wenselijk, met dien verstande dat de nieuwe bestemming er toe bijdraagt dat de bouwkundige en bouwhistorische staat wordt geborgd naar de toekomst toe. U heeft aangegeven dat u voornemens bent de toren een woonbestemming te willen geven. Dit betekent concreet dat in de toren woonappartementen zijn beoogd. Ten behoeve van deze beoogde transformatie zullen bouwkundige ingrepen plaats moeten vinden. Aangezien de watertoren een gemeentelijk monument betreft, is door IDDS een bouwhistorische verkenning met waardenstelling uitgevoerd. Voor nadere informatie wordt verwezen naar deze rapportage met als kenmerk 65440920, 21 oktober 2020. Daarnaast is door BDA Advies een onderzoeksrapport opgesteld met betrekking tot de bouwtechnische staat. Hieruit is gebleken dat de gevels in een slechte conditie verkeren. Voor nadere informatie wordt verwezen naar deze rapportage met als kenmerk 20-G-0026 d.d. 17 april 2020.

IDDS is gevraagd om op basis van beide onderzoekrapportages, met gebruikmaking van de restauratieladder, inzichtelijk te maken welke bouwkundige ingreep het meest passend is met betrekking tot het gevelmetselwerk, zijnde het exterieur. Wij zijn er vanuit gegaan dat de inpandige planvoornemens geen significante wijzigingen (lees: ingrepen) betekenen voor de bouwhistorische staat van de watertoren.

Bouwhistorische verkenning - gevelmetselwerk Op basis van de bouwhistorische verkenning blijkt het gevelmetselwerk een positieve monumentale waarde te hebben. De bouwtechnische staat, gebruikers-, ontwerpbelangen of financiële aspecten zijn niet van invloed op deze waardering. De waardering is opgesteld op basis van de criteria zoals beschreven in de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek (2009) en Een toekomst voor watertorens (2013). Volgens deze richtlijn worden drie waarden onderscheiden: -

Hoge monumentale waarde wordt toegekend aan onderdelen die van fundamenteel belang zijn voor de betekenis van het object. Vanuit bouw- en cultuurhistorisch oogpunt zal gestreefd moeten worden naar volledig behoud van deze onderdelen. Aanpassingen kunnen alleen doorgevoerd worden wanneer de waarde niet wordt aangetast of wanneer deze door de aanpassing worden versterkt. Ingrepen in hoog gewaardeerde elementen moeten met zorg uitgevoerd worden, waarbij de architectuur van het object leidend en maatgevend is.

-

Positieve waarde moet worden gezien als basiswaarde en wordt toegekend aan onderdelen die van belang zijn voor het object. Vanuit bouw- en cultuurhistorisch oogpunt zal gestreefd moeten worden naar zoveel mogelijk behoud van deze objecten. Aanpassing kunnen doorgevoerd worden wanneer de monumentale waarde van het geheel niet wordt aangetast.

-

Indifferente waarde wordt toegekend aan onderdelen die van weinig tot geen belang zijn voor het object. Elementen die indifferent gewaardeerd worden kunnen zonder voorbehoud gewijzigd of zelfs gesloopt worden.

Bouwtechnische staat - gevelmetselwerk Uit het uitgevoerde onderzoek naar de bouwtechnische staat van het gevelmetselwerk blijkt dat de buitenschil uit constructief oogpunt van slechte kwaliteit is. Het metselwerk is op verschillende plekken gescheurd waardoor het verband op de hoeken verloren is gegaan. De constructieve samenhang van het metselwerk is door de scheurvorming onvoldoende en moet rigoureus worden hersteld. De scheurvorming in het metselwerk wordt veroorzaakt door buigtrekspanningen in het gevelmetselwerk als gevolg van thermische dimensionele vormverandering. Plaatselijk, aan de bovenzijde in de gevels, zijn de scheuren vrijwel zeker ontstaan door roestende doken /wapening waarmee de betonnen hekwerken zijn bevestigd. Daarnaast is het gemetselde binnenblad op 11,00 m1 + Peil plaatselijk ca. 5mm naar buiten gedrukt.

201018690/BKR/rap1 Pagina 2 van 6

Daarnaast zijn veel bakstenen gescheurd en vertonen schilfer- en/of erosieschade als gevolg van weers-, zout- en vorstinvloeden. Naar schatting heeft tenminste 15% van de bakstenen schilfer- en/of erosieschade. Verder bevindt zich op de noordgevel witte zoutuitslag. Door zware regenbelasting is het voegwerk grotendeels uitgespoeld, en verkeerd deze in een slechte conditie.

Restauratieladder Behoud en versterken van monumentale waarden staat in elke restauratie en onderhouds/herstelproject voorop. De Restauratieladder is een instrument om de monumentale waarden beter te waarborgen. Deze ladder biedt een leidraad die helpt bij het maken van keuzes bij ingrepen. Om te bepalen welke ingreep met betrekking tot het herstellen van het gevelmetselwerk het meest passend blijkt, is deze leidraad toegepast. De Restauratieladder is gebaseerd op het Charter van Venetië, het internationale handvest voor het behoud en restauratie van monumenten en stads- en dorpsgezichten. De Restauratieladder onderscheidt drie ingreepniveaus (laddertreden) van restaureren, aflopend in voorkeur. Behoud van de oorspronkelijke onderdelen staat altijd voorop. De keuze bij elke ingreep hangt af van de monumentale waarde van een onderdeel, de gebruikerswensen, functionele,- en esthetische wensen/eisen en technische mogelijkheden en staat.

Afbeelding: restauratieladder

Laddertrede 1: Conserveren Conserveren heeft altijd de voorkeur. De bestaande situatie blijft dan zoveel mogelijk intact. Eventuele ingrepen dienen alleen om het verval te stoppen of verdere aantastingen te voorkomen, zoals reinigen of het aanbrengen van beschermende middelen. Laddertrede 2: Reparatie Als conserveren alleen niet meer volstaat, kunnen beschadigde onderdelen worden gerepareerd. Hierbij geld dat niet meer materiaal wordt vervangen of toegevoegd dan strikt nodig is. Voorbeelden van reparaties zijn het repareren van beschadigde stenen of het plaatselijk vernieuwen van voegwerk. Laddertrede 3: Vernieuwen Bij onderdelen die ook niet meer kunnen worden gerepareerd, zit er maar één ding op: vernieuwen of vervangen. De restauratieladder kent hierbij 3 opties (aflopend in voorkeur): -

3a - Kopiëren: de aangetaste onderdelen worden exact nagemaakt en vervangen, zonder verbeteringen of aanpassingen.

201018690/BKR/rap1 Pagina 3 van 6

-

3b - Imiteren: de oude vorm wordt zoveel mogelijk benaderd, met toepassing van moderne technieken en/of andere materialen. 3c - Verbeteren: het bestaande beeld blijft zoveel mogelijk intact. Het betreffende onderdeel wordt echter aangepast aan moderne eisen op het gebied van bijvoorbeeld akoestische en thermische isolatie en inbraakwering.

Afweging Stap 1: Waardestelling Bij het toepassen van de restauratieladder is de eerste stap het bepalen van de monumentale waarden. In het bouwhistorisch onderzoek met waardenstelling wordt de gehele watertoren positief gewaardeerd. Het metselwerk heeft dus ook een positieve waarde: het maakt onderdeel uit van de oorspronkelijke opzet en structuur en is sinds de bouwtijd niet gewijzigd. De mate van gaafheid is een belangrijke factor voor het bepalen van de monumentale waarden. Stap 2: Gewenste ontwikkeling Om de watertoren geschikt te maken voor een andere gebruiksfunctie, namelijk een woonbestemming, zullen in het gevelmetselwerk gevelopeningen worden gemaakt om de woningen te voorzien van het benodigde daglicht. Daarnaast zullen de gevels aangepast moeten worden aan de eisen vanuit het Bouwbesluit op het gebied van waterdichtheid en constructieve veiligheid. Maar ook gezien de technische staat van de gevels zullen ingrepen noodzakelijk zijn, waarbij tevens enkele verbeteringen moeten worden doorgevoerd (aanbrengen dilataties). Dit om verder verval van het monument te voorkomen. Stap 3: Overwegingen Bij alle ingrepen dienen de volgende overwegingen plaats te vinden: a) Beperk de omvang van elke ingreep tot een minimum ('zo veel als noodzakelijk is en zo weinig als mogelijk is').

b) Voer de ingreep degelijk uit, zodat latere nieuwe ingrepen niet nodig zijn, of heel lang kunnen worden uitgesteld. c) Om schade aan monumentale onderdelen te voorkomen, moeten reparaties altijd zwakker zijn dan het origineel. d) Vervang bij voorkeur met hetzelfde materiaal (of materiaal met dezelfde eigenschappen) en/of dezelfde techniek. Overweging Stap 3a Ten aanzien van het metselwerk is op basis van de bouwtechnische inspectie alsmede de eigen opname op 15 september 2020 het volgende geconstateerd: - Naar schatting heeft tenminste 15% van de bakstenen schilfer- en/of erosieschade. - Daarnaast zijn horizontale, verticale en getrapte scheuren waargenomen met een geschatte omvang van 15%. Op basis van bovenstaande inschatting is tenminste 30% van het gehele gemetselde oppervlak zodanig beschadigd dat vervanging onvermijdelijk en derhalve noodzakelijk is. De beschadigde bakstenen zullen moeten verwijderd. En het metselwerk moet worden uitgetand en worden hersteld met nieuwe bakstenen. Het herstelde oppervlak is hiermee groter dan het beschadigde oppervlak. Naar schatting zal 40% tot 50% van het gehele metselwerkoppervlak vervangen moeten worden.

201018690/BKR/rap1 Pagina 4 van 6

Overweging Stap 3b Bij het uitgetand inboeten van nieuwe stenen wordt niet voorkomen dat latere ingrepen noodzakelijk zijn. Het aanwezige dilatatieprobleem wordt hiermee namelijk niet verholpen, hetgeen in de toekomst opnieuw zal leiden tot scheurvorming. Daarnaast zullen bakstenen die nu geen schilfer- en/of erosieschade hebben dat mogelijk in tijd wel krijgen door normale veroudering. Overweging Stap 3c Indien reparaties zwakker worden uitgevoerd dan het origineel zal de kans op nieuwe scheurvorming en schade toenemen. Dit is niet in het voordeel van het behoud van het monument. Overweging Stap 3d Het vervangen van metselwerk met hetzelfde materiaal (of materiaal met dezelfde eigenschappen) en/of dezelfde techniek is mogelijk en heeft op basis van alle bovenstaande overwegingen de voorkeur. Hierbij dient er wel rekening mee te worden gehouden dat in de gevel openingen komen met nieuwe kozijnen die voldoen aan de huidige (bouwbesluit) eisen.

Conclusie en adviezen In afweging nemende de bouwhistorische verkenning met waardenstelling en het bouwtechnische onderzoek concluderen wij op basis van de restauratieladder het volgende: -

Het metselwerk verkeert in een slechte conditie. Ingrepen zijn noodzakelijk om verder verval te voorkomen en de constructieve veiligheid naar de toekomst toe te waarborgen.

-

het conserveren van het metselwerk (laddertrede 1) is niet doelmatig. Hiervoor is het simpelweg te laat. Tevens zal het niet leiden tot schadeafname in scheurvorming.

-

Het repareren van de beschadigde bakstenen in het metselwerk (laddertrede 2) is niet mogelijk. Van de geschilferde en gecorrodeerde bakstenen is de bak-huid onomkeerbaar beschadigd.

-

Met het vervallen van de opties conserveren of repareren (laddertreden 1 en 2) zal vernieuwing plaats moeten vinden conform laddertrede 3. Hierbij zijn wederom drie mogelijkheden (aflopend in voorkeur) kopiëren, imiteren en verbeteren.

Het is technisch mogelijk om het metselwerk te kopiëren. Op basis van de restauratieladder adviseren wij daarom laddertrede 3a aan te houden. Als voorwaarde voor vervanging van het metselwerk geldt dat dit dient te geschieden door baksteen van zoveel mogelijk de dezelfde kleur en grootte, waarbij het metselwerkverband en voegwerk identiek zijn. Hierbij dient er wel rekening mee te worden gehouden dat in de gevel openingen komen met nieuwe kozijnen die voldoen aan de huidige (bouwbesluit) eisen Bij restauratie geldt in principe dat de omvang van elke ingreep tot een minimum beperkt zal moeten worden. Uit het bouwtechnische onderzoek is gebleken dat naar schatting 40-50% van het gehele metselwerkvlak, op basis van gebreken, vervangen moet worden. Daarnaast is gebleken dat bij het slechts vervangen van deze gebreken de kans reëel is dat de schade binnen aanzienlijke tijd weer terug zal keren, waardoor het monument opnieuw beschadigd zal

201018690/BKR/rap1 Pagina 5 van 6

raken. Door het risico op het ontstaan van nieuwe scheuren, en daarmee ook kans op vochtdoorslag, kan niet worden voldaan aan de waterdichtheidseisen en constructieve veiligheidseisen volgens het Bouwbesluit. Wij adviseren daarom met inachtneming van de restauratieladder het gehele metselwerk te vervangen waarbij tevens de benodigde technische verbeteringen worden doorgevoerd (dilataties, constructieve veiligheid, aanbrengen van kozijnen etc.). Vanuit monumentale waarde zien wij hiertoe geen bezwaar. Bij een positieve waarde zijn aanpassingen mogelijk wanneer de monumentale waarde van het geheel niet wordt aangetast. In dit geval geldt ook dat bij gedeeltelijke vervanging het egale metselwerk wordt aangetast omdat simpelweg de bestaande bakstenen niet meer leverbaar zijn. Bij gedeeltelijke vervanging zal dit vanuit esthetisch oogpunt altijd leiden tot zichtbare kleur- en nuanceverschillen. Dit leidt tot een sterke aantasting van de architectuur aangezien het egaal gekleurde metselwerk, gecombineerd met de contrasterend gekleurde omlijstingen van de gevelopeningen, een architectonisch wezenskenmerk is van dit monument. Tevens kan gesteld worden dat de intrinsieke waarde van het gebruikte materiaal minder is dan de conceptuele waarde. Het type baksteen werd immers in de hele twintigste eeuw toegepast.

Concluderend kan worden gesteld dat met het vervangen van het muurwerk de positieve monumentale waarde van het monument als architectonisch concept gewaarborgd blijft.

Met vriendelijke groet, Bram Kroon KRMT, RVGME IDDS Bouw

Michel van Dam IDDS Archeologie en Bouwhistorie Lid Bond van Nederlandse Bouwhistorici

201018690/BKR/rap1 Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11433978/1