Bijlage 5- Was wordt tabel bij wijziging Parkeerverordening 2022
Tekst van het document
Was/ wordt tabel bij wijziging Parkeerverordening 2022 Huidige tekst artikel 3 Artikel 3. Vergunningverlening 1. Het college kan een vergunning verlenen voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen. 2. Een vergunning kan worden verleend aan: a. een houder van een motorvoertuig die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres binnen een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig bij de woning (bewonersvergunning); b. een persoon die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres binnen een vergunninggebied en die mantelzorg ontvangt ten behoeve van het parkeren van het motorvoertuig van degene die mantelzorg verleent (mantelzorgvergunning); c. een persoon die eigenaar is van een woning op een adres binnen een vergunninggebied maar volgens de BRP niet ingeschreven staat op dat adres ten behoeve van het parkeren van een motorvoertuig tijdens een verblijf in die woning (2e woningvergunning en strandhuisjesvergunning); d. een houder van een motorvoertuig die eigenaar of huurder is van een woning op een adres binnen een vergunninggebied maar volgens de BRP niet ingeschreven staat op dat adres ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig bij de woning in de periode dat de woning geschikt wordt gemaakt voor permanente bewoning (verhuisvergunning); e.
een houder van een kampeerwagen die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres binnen een vergunninggebied ten behoeve van het tijdelijk parkeren van die kampeerwagen bij de woning (caravanvergunning); f. een houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent en is gevestigd in een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig bij het bedrijf (bedrijfsvergunning);
Nieuwe tekst artikel 3 Artikel 3. Vergunningverlening 1. Het college kan een vergunning verlenen voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen. 2. Een vergunning kan worden verleend aan: a. een houder van een motorvoertuig die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres binnen een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig bij de woning (bewonersvergunning); b. een persoon die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres binnen een vergunninggebied en die mantelzorg ontvangt ten behoeve van het parkeren van het motorvoertuig van degene die mantelzorg verleent (mantelzorgvergunning); c. een persoon die eigenaar is van een woning op een adres binnen een vergunninggebied maar volgens de BRP niet ingeschreven staat op dat adres ten behoeve van het parkeren van een motorvoertuig tijdens een verblijf in die woning (2e woningvergunning en strandhuisjesvergunning); d. een houder van een motorvoertuig die eigenaar of huurder is van een woning op een adres binnen een vergunninggebied maar volgens de BRP niet ingeschreven staat op dat adres ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig bij de woning in de periode dat de woning geschikt wordt gemaakt voor permanente bewoning (verhuisvergunning); e.
een houder van een kampeerwagen die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres binnen een vergunninggebied ten behoeve van het tijdelijk parkeren van die kampeerwagen bij de woning (caravanvergunning); f. een bedrijf dat is gevestigd in een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van een motorvoertuig bij dat bedrijf (bedrijfsvergunning);
g. een houder van een motorvoertuig die professionele zorg verleent in een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig tijdens het verlenen van ambulante zorg (hulpverlenersvergunning); h. een houder van een motorvoertuig die werkzaamheden uitvoert in een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig tijdens deze werkzaamheden(werkparkeervergunnin g); i. een houder van een vrachtwagen die een beroep of bedrijf uitoefent en is gevestigd in een vergunninggebied of die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres binnen een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van die vrachtwagen op een aangewezen parkeerplaats voor vrachtwagens (vrachtwagenvergunning).
3. Een vergunning is geldig voor het parkeren met één motorvoertuig op één parkeerapparatuurplaats tegelijk, uitsluitend in het vergunninggebied of de vergunninggebieden waarvoor de vergunning is verleend. Een vergunning is niet overdraagbaar en mag uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van het doel waarvoor deze is aangevraagd. 4. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
g. een houder van een motorvoertuig die professionele zorg verleent in een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig tijdens het verlenen van ambulante zorg (hulpverlenersvergunning); h. een houder van een motorvoertuig die werkzaamheden uitvoert in een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig tijdens deze werkzaamheden(werkparkeervergunnin g); i. een houder van een vrachtwagen die een beroep of bedrijf uitoefent en is gevestigd in een vergunninggebied of die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres binnen een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van die vrachtwagen op een aangewezen parkeerplaats voor vrachtwagens (vrachtwagenvergunning); j. een houder van een motorvoertuig die volgens de BRP ingeschreven staat op een adres binnen een vergunninggebied en die houder is van een Europese Gehandicaptenparkeerkaart voor Bestuurders of Passagiers ten behoeve van het parkeren van dat motorvoertuig in Zandvoort (GPKvergunning); k. een maatschappelijke organisatie die is gevestigd in een vergunninggebied ten behoeve van het parkeren van een motorvoertuig bij deze maatschappelijke organisatie (maatschappelijke vergunning). 3.
Een vergunning is geldig voor het parkeren met één motorvoertuig op één parkeerapparatuurplaats tegelijk, uitsluitend in het vergunninggebied of de vergunninggebieden waarvoor de vergunning is verleend. Een vergunning is niet overdraagbaar en mag uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van het doel waarvoor deze is aangevraagd. 4. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte Huidige tekst artikel 6 Artikel 6. Vergunningsduur en -gegevens 1. Een vergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend, met een stilzwijgende verlenging per kalenderjaar. In afwijking hiervan wordt: a. een vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub b niet stilzwijgend verlengd; b. een vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub d voor drie aaneengesloten maanden verleend, gerekend vanaf een willekeurige datum, en niet stilzwijgend verlengd; c. een vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub e voor drie aaneengesloten dagen verleend en niet stilzwijgend verlengd; d. een vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub h voor maximaal drie aaneengesloten maanden verleend, gerekend vanaf een willekeurige datum, en niet stilzwijgend verlengd. 2. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de vergunningsoort; b. de periode waarvoor de vergunning geldt; c. het gebied waarvoor de vergunning geldt. Huidige tekst artikel 8 Artikel 8. Weigeringsgronden vergunning Het college weigert een vergunningaanvraag indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens deze verordening; b. de aanvraag wordt gedaan voor een motorvoertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter;
c. de aanvraag wordt gedaan voor een motorvoertuig dat een kampeerwagen betreft, tenzij
van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Nieuwe tekst artikel 6 Artikel 6. Vergunningsduur en -gegevens 1. Een vergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend, met een stilzwijgende verlenging per kalenderjaar. In afwijking hiervan wordt: a. een vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub b niet stilzwijgend verlengd; b. een vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub d voor drie aaneengesloten maanden verleend, gerekend vanaf een willekeurige datum, en niet stilzwijgend verlengd; c. een vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub e voor drie aaneengesloten dagen verleend en niet stilzwijgend verlengd; d. een vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub h niet stilzwijgend verlengd wanneer deze voor een beperkte duur wordt verleend. 2. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de vergunningsoort; b. de periode waarvoor de vergunning geldt; c. het gebied waarvoor de vergunning geldt. Nieuwe tekst artikel 8 Artikel 8. Weigeringsgronden vergunning Het college weigert een vergunningaanvraag indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens deze verordening; b.
de aanvraag wordt gedaan voor een motorvoertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter, tenzij de aanvraag een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub i betreft; c. de aanvraag wordt gedaan voor een motorvoertuig dat een kampeerwagen betreft, tenzij
i. de aanvraag een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub e betreft; ii. de aanvrager aantoont dat voor het betreffende motorvoertuig geen gebruik is gemaakt van de zogenaamde motorrijtuigenbelasting bijzonder tarief; d. de aanvraag wordt gedaan voor een motorvoertuig waarvan het kenteken is geschorst; e. de aanvraag ziet op een vergunning voor een adres waarvoor een ingesteld maximum is bereikt; f. een vergunning van aanvrager in het jaar voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag wegens het handelen in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of wegens het verstrekken van onjuiste gegevens is ingetrokken.
i. de aanvraag een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub e betreft; ii. de aanvrager aantoont dat voor het betreffende motorvoertuig geen gebruik is gemaakt van de zogenaamde motorrijtuigenbelasting bijzonder tarief; d. de aanvraag wordt gedaan voor een motorvoertuig waarvan het kenteken is geschorst; e. de aanvraag ziet op een vergunning voor een adres waarvoor een ingesteld maximum is bereikt; f. een vergunning van aanvrager in het jaar voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag wegens het handelen in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of wegens het verstrekken van onjuiste gegevens is ingetrokken.