Bijlage 5 Bouwhistorisch onderzoek
Tekst van het document
Aanvullend bouwhistorisch en historisch onderzoek
Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH)
Colofon Projectnummer In opdracht van Auteur Redactie Versie Status
A0746 Gemeente Haarlem M.C. van Dam S. Moerman 1.2 Concept
© IDDS Archeologie en Bouwhistorie Noordwijk, juli 2021 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, foto kopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
INHOUDSOPGAVE: 1.
VOORWOORD ............................................................................................................................3
2.
VRAAGSTELLING ......................................................................................................................4
3. RESULTATEN AANVULLEND ONDERZOEK .............................................................................5 3.1. De watertoren van Zandvoort vanuit stedenbouwkundig oogpunt nader beschouwd..................5 3.2. De watertoren als beeldbepalend element ................................................................................6 3.3. Welke uitgangspunten hebben ten grondslag hebben gelegen aan het ontwerp ........................8 3.4. De positie van de watertoren in het oeuvre van Zietsma ......................................................... 10 3.5. Installaties .............................................................................................................................. 14 4. AANVULLENDE WAARDERING............................................................................................... 15 4.1. Stedenbouwkundige waarde ................................................................................................... 15 4.2. Exterieur................................................................................................................................. 15 4.3. Waardering en advies installaties............................................................................................ 15 5.
BRONNEN ................................................................................................................................ 16
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
1. Voorwoord Op 29 september 2020 heeft IDDS Archeologie en Bouwhistorie een bouwhistorische verkenning verricht naar de voormalige watertoren aan de Thorbeckestraat 27 te Zandvoort. Het bouwwerk staat kadastraal bekend als: Zandvoort C 6447. Het gebouw heeft sinds 1999 de status van Gemeentelijk monument, maar het monumentnummer noch de redengevende Omschrijving zijn bekend.1 Aanleiding voor het onderzoek zijn de herontwikkelingsplannen waarbij in de voormalige watertoren woningen worden gemaakt. De resultaten werden gepubliceerd onder projectnummer 65440920. In opdracht van de gemeente Haarlem heeft IDDS Archeologie en Bouwhistorie hierop in juli 2021 een aanvullend waardestellend bouwhistorisch onderzoek en historisch onderzoek. Het aanvullende onderzoek, waarvan de resultaten in voorliggende rapportage zijn beschreven, werd in sterke mate beperkt door de maatregelen rondom het coronavirus. In de periode dat het onderzoek plaatsvond waren belangrijke archieven, zoals het Noord-Hollands archief en het NAi gesloten.
Noordwijk, 12 juli 2021 Michel van Dam, bouwhistoricus BNB
Figuur 1: Uitsnede uit de huidige kadastrale legger. Het perceel is met het blauwe kader aangegeven, de voormalige watertoren is met de blauwe stip gemarkeerd. (Bron: Perceelloep.nl)
1
Notulen vergadering Commissie voor Welstand en Monumenten, dinsdag 4 februari 2020, agenda punt 13. En https://www.oudzandvoort.nl/geschiedenis/gebouwen/128-nieuwe-watertoren
3
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
2. Vraagstelling Voorliggende rapportage tracht antwoord te geven op de hieronder geformuleerde vraagstelling door de Gemeente Haarlem: Hoewel uit de opgestelde cultuurhistorische waardenstelling (IDDS, oktober 2020) er op objectniveau geen sprake blijkt van hoge monumentale waarden (enkel positieve waarden met betrekking tot vorm, gebouwstructuur, ornamentiek en materialisering), is het toch 1 van de belangrijkste monumenten in Zandvoort. Wellicht ligt de monumentale waarde van de toren vooral in zijn betekenis als belangrijke landmark. Het Q-team adviseert dan ook een bredere benadering van de erfgoedwaarde met dito waardenstelling van de watertoren zodat er een beargumenteerde afweging kan plaatsvinden over de 10% vergroting met behoud van slankheid en de oorspronkelijke verhoudingen. Tevens adviseert het Q-team om alle beeldbepalende details zorgvuldig door een erfgoedspecialist in kaart te laten brengen. Tot slot, als er tot sloop – nieuwbouw en eventuele vergroting besloten wordt, moet de uitstraling, materialisering en detaillering van eenzelfde hoge kwaliteit zijn als het oorspronkelijke gebouw. Aanvullend hierop heeft het Q-team vandaag aangeven dat ze in de bredere benadering van de erfgoedwaarde ook een nader/verdiepend onderzoek willen ontvangen naar het ontwerp van de watertoren binnen het oeuvre van de architect Zietsma en hoe dit landt in de tijdgeest.2
2
Uitvraag herwaardering IDDS, dd.: ###
4
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
3. Resultaten aanvullend onderzoek 3.1.
De watertoren van Zandvoort vanuit stedenbouwkundig oogpunt nader beschouwd
De watertoren, die in 1952 nieuw werd gebouwd, bevindt zich ten zuiden van het historisch centrum. Deze locatie werd vermoedelijk niet voor niets gekozen, maar vanwege het feit dat zich hier nog een hoog duin bevond, de locatie waar eerder het Groot Badhuis stond. Gezien vanuit de symboliek van de plek en de werking van de watertoren was de gekozen locatie logisch te noemen.3 De watertoren vormt een belangrijk stedenbouwkundig element in de ruimtelijke structuur die voor de wederopbouw van Zandvoort door Rijksbouwmeester Gijsbert Friedhoff (1892-1970) werd ontworpen. In het plan dat Friedhoff presenteerde maakte de organisch gevormde structuur van het oude vissersdorp plaats voor een heldere opzet, waarbij een duidelijke scheiding werd bedacht tussen de badplaatsbebouwing en de woonhuizen van de vaste inwoners van Zandvoort. De boulevardzone, opgedeeld in een noordelijk deel met hotels en appartementencomplexen en een zuidelijk deel waar vooral villa’s waren bedacht, vormde de scheiding tussen het badvertier en de vaste inwoners. Evenwijdig aan de boulevardzone werd een straataanleg gerealiseerd die thans, van zuid naar noord, gevormd wordt door de Brederodestraat, de Marisstraat, de Thorbeckestraat, het Badhuisplein, de Burgemeester Engelbertstraat en de Secretaris Bosmanstraat.
De watertoren bevindt zich grofweg op het punt waar de noord- en de zuidboulevard elkaar ontmoeten, in de directe nabijheid van de rotonde die in 1950 werd gebouwd. 4 In het gebied ten noorden van de watertoren verrezen zoals gezegd complexen met vakantieappartementen, een noviteit binnen het toerisme. De complexen telden vier lagen en werden op een speelse, zigzagvorm opgetrokken. Door de relatief beperkte hoogte van de nieuwbouw bleef de watertoren het beeldbepalende punt van de badplaats. Met de bouw van het kolossale Palacehotel in 1969, naar een ontwerp van architect Jan Wils (1891-1972), kreeg de watertoren enige concurrentie. Toch bleef de watertoren het belangrijkste landmark van Zandvoort omdat deze gelegen was binnen de kern die na het einde van de Duitse bezetting was gebouwd. Het Palacehotel werd eveneens een belangrijk punt in de skyline van de badplaats, maar had uiteraard niet dezelfde symbolische betekenis als de watertoren, die verbonden was met de wederopbouw en de periode van economische groei vanaf het derde kwart van de twintigste eeuw. Vanwege de verhoogde ligging is de watertoren een niet te missen punt in Zandvoort. Op vrijwel elke locatie in het badcentrum is de toren zichtbaar en vormt zo belangrijk markeringspunt.
Tevens vormt de toren de beëindiging van de noord/zuidelijke zichtas van het Badhuisplein/Burgemeester Engelbertstraat en zuid/noordelijke zichtas van de Marisstraat/Thorbeckestraat. In het woongebied ten oosten van de boulevardzone, dat een meer organische wegenstructuur heeft, vormt de toren geen onderdeel van een zichtas.
3
Ook de watertoren in Noordwijk aan Zee, in 1917 ontworpen door F.A. Warners, werd op een hoog duin gebouwd. 4 Bosman 1965, p. 59.
5
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
3.2.
De watertoren als beeldbepalend element
In de voorgaande paragraaf werd duidelijk dat de watertoren vanuit stedenbouwkundig oogpunt een belangrijke factor is binnen de skyline van Zandvoort. Samen met het Palacehotel uit 1969 vormt het een duo dat de ontwikkeling van de badplaats in de periode na het einde van de Duitse bezetting op architectonische wijze samenvat. Het is in het wegenlint parallel aan de boulevardzone een belangrijke beëindiging van de zichtassen van de noord/zuid en zuid/noord lopende delen die samenkomen in het huidige Badhuisplein.
Figuur 2: De Marisstraat in de richting van de watertoren. (Bron: Google maps)
Figuur 3: De Thorbeckestraat in de richting van de watertoren. (Bron: Google maps)
6
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
Het beeldbepalende karakter van de watertoren wordt gevormd door de eenvoudige achtkantige opzet en de galerij met uitkijkpost die het achtkantige bouwlichaam bekroont. De vlaggenmast maakt het beeld af. Van een afstand domineert de toren als een zwaar en massief ogend bouwwerk, maar naar mate men de toren dichter nadert blijft door de verschillende venster- en gevelopeningen van het ogenschijnlijk zware en massieve karakter weinig over. Door de aanwezigheid van geaccentueerde gevelopeningen ter hoogte van de onderzone en de verdiepingen (die oorspronkelijk een kantoorfunctie hadden) is er sprake van een vrij evenwichtige overgang tussen de omringende bebouwing en het torenlichaam. De bovenkant van de omlijstingen lijnen namelijk vrijwel uit met de goten en daklijnen van de bebouwing die zich ten oosten en ten westen van de watertoren bevindt. Ook voor wat de toegepaste materialen en de detailleringen betreft, is er sprake van een eenheid in beeld met de gebouwde omgeving van de watertoren. De omringende bebouwing, die overigens al deels vernieuwd is, kenmerkt zich door een vrij traditionele vormentaal met schoonmetselwerk en eenvoudige details. Ook de achtkantige hoofdvorm van het torenlichaam zorgt ervoor dat de watertoren, de omringende bebouwing en de stedenbouwkundige structuur van dit deel van Zandvoort zich op een vrij organische wijze tot elkaar verhouden.
Vanaf welke kant de toren ook benaderd wordt, nergens is sprake van een harde begrenzing of overgang. De wijze waarop het basement van de toren is vormgegeven, en de eenvoudige beplanting, draagt hier in belangrijke mate aan bij. De vensterpartijen van het voormalige restaurant in de top van het torenlichaam zorgen samen met de opengewerkte balustrade en de raampartijen van de uitkijkzolder voor een lichte beëindiging van het torenlichaam, mede als gevolg van de weerspiegeling van de lucht en wolken in het vensterglas. De occuli boven de vensters in de onderzone en de kleine ventilatie-openingen onder de vensters van het restaurant zorgen voor een gelijkmatige overgang met het vrij massief ogende muurwerk tussen deze zones.
Figuur 4: De skyline van Zandvoort, waarvan de watertoren een zeer duidelijk herkenbaar onderdeel is. (NHA)
7
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
3.3.
Welke uitgangspunten hebben ten grondslag hebben gelegen aan het ontwerp
De beantwoording van deze onderzoeksvraag wordt in sterke mate bemoeilijkt door het feit dat over architect Zietsma weinig bekend is. In deze paragraaf zal worden getracht iets over de uitgangspunten te formuleren op basis van wat bekend is over het oeuvre van Zietsma en de periode waarin de watertoren van Zandvoort werd gebouwd. Het ontwerp voor de watertoren die architect Zietsma in 1952 leverde, leunt sterk op de vormentaal van de Delftse School. Het is aannemelijk dat Zietsma zijn ervaringen als hoofd van het Bouwbureau dat verantwoordelijk was voor de wederopbouw van Rhenen, en onder leiding stond van Cees Pouderoyen, hebben meegespeeld. Cees Pouderoyen was een leerling van architect Granpré Molière (1883-1972) die de grondlegger was van de Delftse School. Deze traditionele architectuurstroming, waarbij het materiaalgebruik en de vormentaal uit eerdere eeuwen aan ten grondslag lagen, was in de periode na het einde van de Duitse bezetting zeer populair. Niet alleen als basis voor de herbouw van autonome gebouwen of kleine woonwijken, maar ook voor de reconstructie van dorps- en stadskernen die door het oorlogsgeweld zwaar beschadigd waren geraakt of zelfs compleet waren verwoest, zoals Zandvoort. De gretigheid waarmee de traditioneel ontwerpende architecten van opdrachten werden voorzien wekte in de Nederlandse architectuurwereld de nodige wrevel.
Het ongenoegen werd treffend samengebracht in het stuk “De dictatuur van het Delftse bouwen”, geschreven door J.J. Vriend en in 1959 gepubliceerd in de Groene Amsterdammer. In het artikel poneert Vriend de stelling dat het overzicht wat in 1946 gepubliceerd werd in het tijdschrift Bouw “[…] toont […] dat jongere bouwmeesters met andere inzichten dan Delft propageert, hierbij vrijwel niet vertegenwoordigd zijn”.5 De weerzin tegen de traditionele vormentaal laat hij goed blijken in de zinnen die het artikel afsluiten: “Nederland, let op uw zaak! Laat uw schone land levend blijven en niet verstarren tot één groot hofje voor ouden van dagen”.6 Uitgangspunt van Granpré Molière ten aanzien van de wederopbouw formuleerde hij in 1946 tijdens een tentoonstelling van wederopbouwplannen. Hier werd zowel gepleit voor nieuwbouw als voor restauratie. De architecten werd voorgehouden de nieuwbouwers en de restaurateurs samen te brengen, en te verzoenen. Volgens Granpré Molière kon “[…] niet gerestaureerd worden in de gewone zin van het woord; maar een rationele omvorming is evenmin passend. Hier moet op het verleden worden voortgebouwd”. 7 Het laatste deel van die uitspraak, en het gegeven dat in de periode na het einde van de Duitse bezetting een grote schaarste was aan staal en cement maakte dat de architectuur van de Delftse School, in algemeenheid, geliefd werd voor de wederopbouw.
Door te putten uit de traditionele vormen en bouwwijzen kon de wederopbouw met enige vaart ter hand worden genomen. Mogelijk dat dit gegeven ook heeft meegespeeld bij het ontwerp dat Zietsma voor de watertoren leverde. Het gebruik van cement en staal bleef voorbehouden tot het belangrijkste deel van de watertoren: de kern met de reservoirs. Voor de mantel bleef het materiaal beperkt tot gele baksteen, en gewassen sierbeton (modulair en toegepast als prefab) voor de omlijstingen en de spaarzame details waarvoor geput werd uit traditionele profielen.8 Zietsma ontwierp in eerste instantie een toren met een cirkelvormig grondvlak, maar op aandringen van de raadscommissie wijzigde Zietsma zijn ontwerp tot een toren op een achtkantig grondvlak.9 Voor wat betreft de opzet van de watertoren kan gesteld worden dat Zietsma zich heeft laten leiden door de watertoren die door de bezetter in 1943 werd gesloopt. Deze watertoren vervulde niet alleen een functie binnen de drinkwatervoorziening van Zandvoort, maar was door de opvallende architectuur (die passend was in de architectuur die de badplaats toen domineerde) en de panoramaverdieping ook een belangrijke toeristische trekpleister. Het lijkt erop dat Zietsma zijn ontwerp liet voegen naar de wederopbouwplannen van Zandvoort, die gekenmerkt werden door een traditionele architectuur.
Omdat het in de lijn der verwachting lag dat het toerisme weer snel zou aantrekken, werd de nieuwe uitkijktoren 5
Vriend 1959, p. 16. Vriend 1959, p. 17. 7 Bruins 2020, p. 44. 8 Het toeslagmateriaal van de sierbeton elementen betreft natuursteen in de vorm van zeer klein grind. 9 Bosman 1965, p. 46. 6
8
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
niet alleen voorzien van een panoramaverdieping (met restaurantfunctie) maar ook van een omgang in de open lucht en een uitkijkzolder. Om het massieve karakter van het torenlichaam te doorbreken, en het te laten voegen naar de menselijke maat, paste Zietsma op de hoofdverdieping en de twee verdiepingen daarboven hoge vensteropeningen toe die hij voorzag van één robuuste omlijsting. De onderzone werd hiermee aan alle acht zijden doorbroken tot een hoogte die aansloot op de maten van een regulier huis, en daarmee aansloot op de nieuwe bebouwing die in het gebied rondom de watertoren verrees. Om de overgang aan de bovenzijde te verzachten paste Zietsma in ieder gevelvlak een liggende gevelopening toe, die vrijwel de gehele breedte van het gevelvlak bestreek. De opengewerkte balustrade en de met veel glas uitgevoerde uitkijkzolder completeerden het beeld. Hoewel concrete gegevens ontbreken die de volgende hypothese zouden kunnen staven, is het niet onmogelijk dat Zietsma in de hoofdopzet van de door hem ontworpen watertoren een link heeft willen leggen met de karakteristieke vormen van vuurtorens langs de Nederlandse kust. In de directe nabijheid zijn de oude vuurbaak van Katwijk en de vuurtoren van Noordwijk in opzet vergelijkbaar. Er is sprake van een blokvormig torenlichaam met een omgang rondom de lichtkoepel.
Het vuurbaken dat ooit in Zandvoort heeft gestaan, kende eenzelfde opzet. Wellicht heeft hij zich laten leiden door het ontwerp van de vuurtoren in Ouddorp, die werd gebouwd naar een ontwerp van architect Gijsbert Friedhoff, die als Rijksbouwmeester in 1946 het wederopbouwplan van Zandvoort bepaalde.
9
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
3.4.
De positie van de watertoren in het oeuvre van Zietsma
Architect Jouke Zietsma ontwierp tijdens zijn werkzame leven slechts twee watertorens. Eén ontwerp maakte deel uit van een ontwerpwedstrijd, de tweede betreft de watertoren van Zandvoort. Het grootste deel van Zietsma’s oeuvre bestaat uit woonhuizen, in de ruimste zin van het woord. Zo ontwierp hij in Amsterdam een aantal forse woningblokken, onder meer in de uitbreidingswijk Plan West die tussen 1925 en 1927 gereedkwam. Het stedenbouwkundig ontwerp voor deze wijk, met 6000 arbeiderswoningen in grote bouwblokken, werd geleverd door de architecten Jan Gratama (1877-1947) en Allard Remco Hulshof (1880-1958). De opzet en de indeling van de huizen waren reeds bepaald, hiervoor was het architectenbureau Gulden en Geldmaker ingeschakeld. Voor het ontwerp van de lange gevelwanden werden verschillende architecten ingeschakeld, waaronder Zietsma. In die periode ontwierp Zietsma met name in de stijl van de Amsterdamse School, hetgeen ook de basis vormde voor het imposante gebouw voor bloembollencultuur dat hij in 1924 ontwierp voor de N.V. Hollandsche Cultuur Maatschappij te Vogelenzang (NH). Dit gebouw kende een eenvoudige opzet, als gevolg van het utilitaire karakter. De belangrijkste gevel, aan de Leidsevaartweg, werd door Zietsma monumentaal vormgegeven. Het beeld van de symmetrische gevel werd bepaald door het hoger opgetrokken middendeel waarin de hoofdentree was ondergebracht.
Aan weerszijden van de entree bevond zich een halfrond uitgebouwd kantoor wat het gevelfront een interessante dynamiek gaf. Rond dezelfde tijd ontwierp Zietsma een houten clubgebouw, eveneens met een symmetrische opzet en een geaccentueerd middendeel.10
Figuur 5: Uitsnede uit de ontwerptekening van het gebouw voor de N.V. Hollandsche Cultuur Maatschappij. (NHA)
Figuur 6: Opname van de voorgevel omstreeks 1993. (RCE)
10
Bron: Nederlands Fotomuseum, inv. Nr. BFE-1878, afbeeldingsnummer: 70d3065a-228c-df2e-5e0398193e9ddb85
10
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
In de periode 1924-1934 ontwierp Zietsma mee aan de Amsterdamse uitbreidingswijk Tuindorp Nieuwendam die, net als in Plan West, ontwikkeld werd voor arbeiders. Het stedenbouwkundig plan werd geleverd door Berend Boeyinga (1886-1969) die in dienst was bij de Gemeentelijke Woningdienst. De huizen zouden kleiner bemeten worden dan het eerder gerealiseerde Tuindorp Oostzaan, om de huren laag te houden. Door het aanbrengen van een doucheruimte viel de huur echter hoger uit dan gepland, zodat de circa 1000 woningen vooral door politieagenten, gemeente- en rijksambtenaren werden bewoond.11 In tegenstelling tot Plan West kregen de architecten die betrokken werden bij de ontwikkeling van Tuindorp Nieuwendam meer ruimte voor hun eigen ontwerp, waarbij uiteraard het hoofdplan van Boeyinga leidend was. Kenmerkend voor het type wijk was het kleinschalige en dorpse karakter dat het gevolg was van de opzet van het stratenplan, met relatief korte hoofd- en zijstraten, en de bebouwing. Deze bestond uit kleine bouwblokken met relatief lage, geschakelde huizen. De huizenblokken werden, conform het plan van Boeyinga, ontworpen in de landelijke variant van de Amsterdamse School die sterker leunde op de traditionele vormentaal, zoals de hoog opgaande zadeldaken met oranje pannen.
Figuur 7: Een blik in de Schouwstraat die zich in Tuindorp Nieuwendam bevindt. Het huizenblok is één van de door Zietsma ontworpen blokken. (SA) In deze nieuwe wijk ontwierp Zietsma enkele huizenblokken. De vormentaal van deze huizen is zeer eenvoudig en traditioneel. Er is sprake van eenvoudige gevels in schoonmetselwerk (halfsteensverband met schaduwvoeg) en hoogopgaande zadeldaken die met oranje pannen zijn gedekt. De daken hebben aan alle zijden een overstek met een aluminium mastgoot op beugels. De verbijzondering in de ontworpen gevels betreffen de opvallende vensterpartijen die door de fors gedimensioneerde dorpels voor een sterke verticaliteit zorgen. De wijze waarop de hoekpanden zijn vormgegeven draagt bij aan het landelijke karakter. 11
Vermeer et. al 2010, p. 659 e.v.
11
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
Het kan haast niet anders dan dat door zijn ervaring bij de ontwikkeling van nieuwe stadswijken in Amsterdam en zijn ontwerpen in de landelijke variant van de Amsterdamse school, Zietsma wordt betrokken bij de wederopbouw van de stad Rhenen (GLD). Vanwege de strategische ligging lag die stad in de periode van de Duitse bezetting meerdere malen onder vuur. Na de capitulatie bleek dat 187 woningen waren verwoest, 637 zwaar beschadigd waren geraakt en 473 in lichte mate waren beschadigd. De wederopbouw van Rhenen vond plaats in de jaren 1940-1943 en Zietsma werd door dr. Ir. Johannes Aleidis Ringers (1885-1965) aangesteld als hoofd van het Bouwbureau. Ringers was kort na de capitulatie door opperbevelhebber Winkelman aangesteld als regeringscommissaris voor de wederopbouw. 12 Het stedenbouwkundig plan voor de wederopbouw van Rhenen werd bepaald door Cees Pouderoyen (1912-1993), leerling van architect Granpré Molière (1883-1972) die de grondlegger was van de Delftse School. De vormgeving van de nieuwe panden was conform het gedachtegoed van de Delftse School, het materiaalgebruik werd bepaald door de nog aanwezige voorraden in steenfabrieken en handelaren. 13 Wellicht ongewild droeg dit bij aan het traditionele karakter van de nieuwbouw.
Figuur 8: Het Kerkplein in Rhenen met een zeer traditionele bebouwing. (RCE) In 1946 werd Zietsma aangesteld als hoofd van het Bouwbureau dat de wederopbouw van Zandvoort coördineerde. Het plan hiervoor werd geleverd door architect Gijsbert Friedhoff die in 1946 was aangesteld als Rijksbouwmeester. Architect Friedhoff studeerde in 1919 af aan de Technische Hogeschool van Delft, en conformeert zich aan het traditionalisme van de Delftse School. Gedurende zijn werkzame leven bleef hij trouw aan deze stroming. 12 13
Pollman 2007. Ringers werkte ook aan de wederopbouwplannen van Rotterdam en Middelburg. Klaassen 1983, p.6.
12
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
Bij de eerste besprekingen over het wederopbouwplan blijkt dat men als eerste wil starten met de bouw van een nieuw Zuiderbad en 40 woningen voor ouderen en arbeiders. De reden om de nieuwbouw van het Zuiderbad al vroeg ter hand te nemen hield uiteraard verband met het toerisme. Ook in het volgende jaar werd werk gemaakt van het herstel van de badplaats. Een nieuw badhotel (400 bedden) met grote toneelzaal zou gebouwd moeten worden en dit gebouw van zeven verdiepingen zou ook plaats moeten bieden aan de nieuwe watertoren.14 In noordelijke richting had men winkels en woningen bedacht. In 1947 werd al gesproken van een flatgebouw. De wederopbouw van Zandvoort kreeg onder invloed van Friedhoff en Zietsma een traditioneel karakter waarbinnen de watertoren als even opvallend als passend element fungeert.
Figuur 9: Een van de gevelwanden van het traditionalistisch vormgegeven Gasthuishofje in Zandvoort. (RCE) Concluderend kan worden gesteld dat de watertoren binnen het oeuvre van Zietsma een belangrijke plaats inneemt. Van de twee watertorens die hij ontwierp is het de enige die daadwerkelijk werd gebouwd. Het thans bekende oeuvre van Zietsma bestaat met name uit woonhuizen, woonhuisgevels en een enkel bedrijfspand. Ook als gebouwtype, dat uniek is binnen de range van door Zietsma ontworpen gebouwen, is het van belang binnen het bekende oeuvre.
14
Amsterdams Dagblad, 26 juli 1945,
13
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
3.5.
Installaties
De installaties die thans in de watertoren aanwezig zijn, bestaan uit een samenstel van aan- en afvoerleidingen die verbonden zijn met het hoge of het lage reservoir. Het buizenstelsel is opgebouwd uit gietijzeren buizen en verbindingsstukken die middels bouten met elkaar gezekerd zijn. Omdat het systeem eenvoudig was, en er geen (ingrijpende) technische ontwikkelingen zijn geweest die vervanging of aanpassing noodzakelijk maakten, is het installatiesysteem nog vrijwel geheel authentiek. Het onderste reservoir was bestemd voor de kom van de gemeente, het hoge reservoir was bestemd voor de boulevards en de hoge gebouwen aldaar.15
15
Bosman 1965, p. 47.
14
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
4. Aanvullende waardering 4.1.
Stedenbouwkundige waarde
De watertoren die in 1952 naar het ontwerp van Zietsma werd gebouwd is het belangrijkste landmark uit de wederopbouwperiode van Zandvoort. Samen met het Palacehotel uit 1969, gebouwd naar een ontwerp van Wils, is de watertoren bepalend voor de skyline van de badplaats. In de boulevardzone vormt het de beëindiging van de zichtas in de delen van het wegenlint die parallel aan de noord- en zuidboulevard lopen. Het belang van de toren vanuit stedenbouwkundig oogpunt is gelegen in de locatie, grofweg op de overgang van de noord- en zuidboulevard, die tevens fors hoger ligt dan de omgeving. De kenmerkende opbouw, die gevormd wordt door het blokvormige torenlichaam en de kleinere uitkijkzolder, is bepalend voor het beeld en de herkenbaarheid en kan als essentieel gezien worden binnen de landmark-functie. Van dichtbij gezien is de stedenbouwkundige waarde ook gelegen in het basement en de gevelindeling van het torenlichaam. Het ogenschijnlijk zware en kolossale karakter dat het beeld van de toren op afstand bepaalt, lijkt op straatniveau lichter te zijn door de hoge, geaccentueerde gevelopeningen. De hoogte van de gevelopeningen sluit aan op de goot- en nokhoogten van de gebouwen in de directe omgeving. De watertoren voegt zich hiermee naar de kleinere schaal. 4.2.
Exterieur
Het exterieur is sober, en wordt verlevendigd door modulaire elementen van gewassen sierbeton die zijn toegepast als omlijsting van de gevelopeningen en bij de balustrade van de omloop. Door de toepassing van fijn grind als toeslagmateriaal is er geen groot contrast in het oppervlak van het schoonmetselwerk en het gewassen beton. De combinatie van schoonmetselwerk in een traditioneel metselverband en de moderne betonnen elementen (maar met traditionele profielen en details) is kenmerkend voor de bouwtijd en het gedachtegoed van de Delftse School. Binnen het oeuvre van Zietsma is de vormgeving van de watertoren passend. Ook in eerdere traditionele ontwerpen van zijn hand is sprake van een eenvoudige vormtaal en materiaaltoepassing, en geaccentueerde vensterpartijen. De gevelindeling van de toren, die het massieve beeld van het torenlichaam verlicht, is van belang binnen het ontwerp van de toren en de positie van de toren binnen de gebouwde omgeving. De gevelopeningen in de onderzone geven inzicht in het oorspronkelijke gebruik van deze zone en zorgen voor een visuele aansluiting op de goot- en nokhoogten van de panden in de omgeving. Dit alles draagt er toe bij dat de toren, ondanks het monumentale volume, toch benaderbaar en toegankelijk is. 4.3.
Waardering en advies installaties
De installaties die zich in de watertoren bevinden zijn van belang voor afleesbaarheid van het functioneren van de watertoren. Na het plaatsen van de installaties zijn er nauwelijks aanpassingen gedaan waardoor de mate van gaafheid hoog te noemen is. Behoud van de installaties in situ is binnen de herontwikkelingsplannen lastig vanwege het volume dat het samenstel van buizen inneemt. Geadviseerd kan worden om het deel dat zich in het souterrain bevindt nabij de watertoren op museale wijze op te stellen, met inbegrip van een educatief tekstbord.
15
Aanvullend onderzoek Thorbeckestraat 27, Zandvoort, Gemeente Zandvoort (NH) Versie 1.2 (concept)
5. Bronnen - Bosmans, W.M.B., 1965: Zandvoort 1945-1965, Zandvoort. - Diverse auteurs, 1968: Gort met stroop. Over de geschiedenis en volksleven van Zandvoort aan Zee, Den Haag. - Diverse auteurs, 2013: Een toekomst voor watertorens, Zeist. - Klaassen, W. 1983: De herbouw van Rhenen, Rhenen. - Kuipers, M., 1987: Bouwen in beton. Experimenten in de volkshuisvesting voor 1940, Zeist. - Kouwen, C. van, 2009: “Nog geen spijker in de muur” Een procesevaluatie naar de advisering over het herbestemmen van boerderijen en watertorens door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Zeist. (scriptie) - Lintsen, H.W., et al., 2003: Techniek in Nederland in de twintigste eeuw, deel 6. Stad, bouw, industriële productie, Zutphen. - Oosterhof, J., et al., 1988: Bouwtechniek in Nederland deel 2. Constructies van ijzer en beton, Delft. - Ploos van Amstel Jr., P., 1960: Bouwstoffen, ’s-Gravenhage. - Veen, H. van der, 1989: Watertorens in Nederland, Amsterdam. - Veen, H. van der, 1994: Watertorens in Nederland, waardebepaling en selectie. PIE Rapportenreeks 8, Zeist. - Verheij, G.W., 2020: Rapport gemetselde gevels watertoren Zandvoort, Gorinchem. - Vermeer, G., et al., 2010: Historische gids van Amsterdam, stadsuitbreidingen 1860-1835, Amsterdam. - Vriend, J.J., 1959: Nederlands bouwen na 1945, Amsterdam.
Afbeeldingen Alle afbeeldingen zijn gemaakt door M.C. van Dam/IDDS tenzij anders vermeld. BWT: Archief Bouw- en woningtoezicht. RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Over IDDS en de auteur IDDS is een landelijk opererend multidisciplinair onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van vraagstukken met betrekking tot grond, (ge)bouwen en milieu. Het werd in 1988 opgericht als petrochemisch adviesbureau met als specialisme het ontwerp van pijpleidingen voor het vervoer van chemicaliën en vloeistoffen. Vanaf 1997 ontwikkelde het bedrijf zich tot een bureau dat onder meer gespecialiseerd is in milieukundig bodemonderzoek, bodemsaneringen, asbestonderzoek en archeologie. Sinds 2016 is de afdeling archeologie uitgebreid met bouwhistoricus Michel van Dam. Van Dam (1974) volgde in 2003 de deelstudie “Inleiding in de Bouwhistorie” aan de universiteit Leiden. Van 2005 tot 2016 werkte hij als bouwhistoricus bij bureau BAAC te ’s-Hertogenbosch waar hij diverse bouw- en cultuurhistorische onderzoeken verrichtte. In 2015 werd Van Dam ingeschreven in het register van de Bond van Nederlandse Bouwhistorici. Hij is (mede) auteur van diverse publicaties over de historie van Noordwijk (ZH).
16