CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Archeologisch Bureauonderzoek

Raadscommissie 14 juni 2022, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Bijlagen Bestemmingsplan Bentveld8.496 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Bentveld, gemeente Zandvoort Een bureauonderzoek

J. Holl

2

Colofon ADC Rapport 4571 Bestemmingsplan Bentveld, gemeente Zandvoort Een bureauonderzoek Auteur : J. Holl In opdracht van: Lodewijck Groep © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 30 april 2018 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: concept Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: R.M. van der Zee ISSN 1875-1067 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

3

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen

4 7 9 9 9 9 18 20 21 23 24

4

Samenvatting In opdracht van Lodewijck Groep heeft ADC ArcheoProjecten in februari en maart 2018 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van archeologische waarden in het bestemmingsplangebied ‘Bentveld’ in de gemeente Zandvoort. De aanleiding van het onderzoek is de herziening van het huidige op 29 januari 2008 vastgestelde bestemmingsplan. Op basis van het bureauonderzoek worden in een zone in het noordwesten van het bestemmingsplangebied bewoningsresten uit de periode vanaf de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen verwacht, vanwege de aanwezigheid van een strandwal die vermoedelijk tussen 2750 en 1500 v. Chr. gevormd is. Het potentieel archeologische niveau bevindt zich naar verwachting in of aan de top van de strandwal en/of in de top van de duinafzettingen van voor de Late Middeleeuwen. Op basis van het bureauonderzoek bevindt de top van deze Oude Duinen zich op een diepte variërend tussen 4 en 6 m +NAP. In geologische boringen in het plangebied lijkt deze top zich in het plangebied echter op 2,0 à 2,5 m +NAP te bevinden. Dit kan echter niet met zekerheid vastgesteld worden, mede omdat de grens tussen Oude en Jonge Duinen in veel gevallen niet duidelijk vast te stellen is. Vandaar dat ook op hogere NAP-hoogtes nog archeologische waarden kunnen voorkomen.

De maximale NAP-hoogte waarop archeologische waarden verwacht worden, ligt op 6 m +NAP, wat naar gelang de dikte van de bovenliggende duinafzettingen overeenkomt met een maaivelddiepte van minstens 2 m tot meer dan 13 m. Een vindplaats uit deze perioden is over het algemeen te herkennen aan een humeuze laag met een strooiing van onder andere aardewerk. Grondsporen zijn direct onder deze humeuze laag te herkennen. De verwachte resten bestaan overwegend uit sporen van bewoning en landbouw. Voor het overige deel van het plangebied geldt dat archeologisch resten van off-site activiteiten uit de periode Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen kunnen voorkomen. Vanwege de ligging in de lager gelegen strandvlakte worden geen bewoningsresten verwacht. Wel kunnen resten van akkerbouw, zoals perceleringsgreppels of akkerlagen voorkomen. Deze resten worden verwacht in de top van het veenpakket direct onder het duinzand. Deze resten zullen zich dieper dan 3 m +NAP bevinden, wat naar gelang de dikte van de bovenliggende duinafzettingen overeenkomt met een maaivelddiepte van minstens 4 m –mv, oplopend tot 17 m –mv. Hoewel de gronden van het bestemmingsplangebied vermoedelijk voor een groot deel tot de landgoederen Groot Bentveld en Klein Bentveld behoord hebben, is de kans op het aantreffen van sporen hiervan relatief laag.

Het plangebied was grotendeels in gebruik als bos- en duingebied, met verspreide agrarische percelen. Sporen van tuinaanleg en resten van hoofd- en bijgebouwen zijn niet in het plangebied te verwachten. Voor de zones waar op historische kaarten huizen, erven en tuinen zijn weergegeven geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de Nieuwe tijd. Het gaat hierbij om twee locaties ter hoogte van de Langelaan 15 en Duinrooslaan 3. De bebouwing langs de Duinrooslaan is niet weergegeven op kaarten van voor de 19e eeuw, maar huis langs de e Langelaan is al aanwezig op kaarten uit de 17 eeuw. De verwachting is dat deze resten zich direct onder het maaiveld bevinden. Archeologische resten uit deze periode zullen overwegend bestaan uit funderingsresten en sporen van erf- en tuininrichting (zoals greppels en paalkuilen). Ook worden vondststrooiingen van aardewerk, botmateriaal, en ander huishoudelijk afval verwacht. Binnen het gehele plangebied kunnen resten voorkomen uit de Tweede Wereldoorlog. In het uiterste noordwesten worden nog resten van een tankmuur verwacht. Deze resten worden verwacht vanaf het maaiveld. In het overige deel van het plangebied zullen resten uit de Tweede Wereldoorlog vooral bestaan uit losse vondsten zoals munitie. Op basis van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om het bestemmingsplan op te delen in drie delen: 1.

Waarde Archeologie 1: Dit betreft de delen waar archeologische resten uit de Nieuwe tijd, waaronder resten van een tankmuur uit de Tweede Wereldoorlog en resten van huizen en erfinrichting, verwacht worden vanaf het maaiveld. Geadviseerd wordt hieraan een 2 aanlegvergunning te koppelen bij plannen groter dan 50 m .

5

2.

3.

Waarde Archeologie 2: Dit betreft het op de strandwal gelegen deel van het plangebied, waar bewoningsresten verwacht worden uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen, dieper dan 6 m +NAP. Geadviseerd wordt hieraan een aanlegvergunning te koppelen bij 2 plannen groter dan 500 m en dieper dan 6 m +NAP. Waarde Archeologie 3: Dit betreft het op de strandvlakte gelegen deel van het plangebied, waar mogelijk resten van landbouw kunnen voorkomen uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen, dieper dan 3 m +NAP. Geadviseerd wordt hieraan een aanlegvergunning 2 te koppelen bij plannen groter dan 1.000 m en dieper dan 3 m +NAP.

Deze vrijstellingsgrenzen zijn gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de reeds binnen de gemeente Zandvoort opgestelde bestemmingsplannen, hoewel de NAP-hoogte is aangepast aan de specifieke situatie binnen het plangebied (zie gespecificeerde verwachting).

6

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

12 voor Chr. - 70 na Chr.

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

8800 - 7100 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.

2000 - 1800 voor Chr. 5300 – 2000 voor Chr.

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

tot 8800 voor Chr.

7

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Lodewijck Groep heeft ADC ArcheoProjecten in februari en maart 2018 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van archeologische waarden in het bestemmingsplangebied ‘Bentveld’ in de gemeente Zandvoort (zie afb. 1 en 2). De aanleiding van het onderzoek is de herziening van het huidige op 29 januari 2008 vastgestelde bestemmingsplan. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Volgens het overgangsrecht van de Erfgoedwet artikel 9.1 gelden de bepalingen uit de Monumentenwet totdat de Omgevingswet in werking treedt. Op grond van deze bepalingen moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.0).1 Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen.

De gemeente Zandvoort heeft voor zover bekend echter geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld.2 Dit onderzoek is dus gebaseerd op de algemene criteria die in de KNA staan geformuleerd.

1

SIKB 2016.

2

www.zandvoort.nl

8

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

fase AMZ-cyclus: aanleiding: locatie:

plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied coördinaten:

bevoegde overheid met contactgegevens:

Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur: projectmedewerker(s): autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie: beheer en plaats digitale documentatie (e-depot):

Lodewijck Groep mevr. N. van Beek Beeschavenue 139 1119 RB Schiphol-Rijk bureauonderzoek herziening bestemmingsplan Bentveldweg, Berkenlaantje, Bramenlaan, Dennenlaantje, Duindoornlaan, Duinrooslaan, Ebbingeweg, Parnassialaan, Saxenrodeweg, Teunisbloemlaan, Vlierlaantje, Westerduinweg, Wikkelaan, Wilgenlaantje, Zandvoortselaan, Zuidlaan Bentveld Zandvoort Noord-Holland gemeente Zandvoort, secties A en B, diverse percelen 24H 55,5 ha 98.917 / 487.254 99.986 / 487.254 99.986 / 486.078 98.917 / 486.078 gemeente Zandvoort Postbus 2 2040 AA Zandvoort 14023 4589634100 4191270 J. Holl n.v.t. R.M. van der Zee februari en maart 2018 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort https://doi.org/10.17026/dans-xqg-6qv4

9

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

De gemeente Zandvoort is voornemens het huidige bestemmingsplan ‘Bentveld’, dat op 29 januari 2008 is vastgesteld, te herzien. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening bestaat de plicht om voor het gehele grondgebied van de gemeente Zandvoort actuele bestemmingsplannen te hebben vastgesteld, die niet ouder zijn dan 10 jaar. Ook is een actualisatie vaak gewenst, omdat verouderde bestemmingsplannen veelal geen adequate planologische regeling bevatten en niet meer in overeenstemming zijn met de gewenste ruimtelijke inzichten van het betreffende gebied. Daarom is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd en zijn op basis van archeologische verwachting archeologieregimes (opnieuw) geformuleerd. Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van schriftelijke bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het bestemmingsplangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:  Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?  Welke archeologieregimes zijn noodzakelijk om archeologische waarden te beschermen?

2.2

Methodiek

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.0 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als een belangrijke conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.

2.3

Resultaten

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het bestemmingsplangebied wordt grofweg gevormd door de bebouwde kom van Bentveld. Het wordt aan de noord-, west- en zuidzijde begrensd door natuurgebied (bos en stuifduinen) en aan de oostzijde door de bebouwde kom van Aerdenhout. Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 500 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het bestemmingsplangebied.

10

2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Bron

Informatie

Vereenvoudigde Geologische Kaart van Haarlem en omgeving, schaal 1:50.000 (afb. 3)3 Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.0005

Duinzand (Jonge Duinen), in de zuidoostelijke helft van het plangebied met veen onder het duinzand4

Bodemkaart van Nederland 1:50.0006

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, afb. 4)7

grotendeels ongekarteerd (bebouwd), overige deel: lage kustduinen met bijbehorende vlakten/laagten (kaartcode: 4L7c) grotendeels ongekarteerd (bebouwd), overige deel: kalkhoudende duinvaaggronden in fijn zand, grondwatertrap VII* (kaartcode: Zd20A-VII) overwegend 7,3 tot 9,3 m +NAP, in noordoosten oplopend tot 19,4 m +NAP

Het landschap in de omgeving van Zandvoort is grotendeels ontstaan gedurende het Holoceen, het huidige geologische tijdvak dat 11.700 jaar geleden aanving en wordt gekenmerkt door een relatief warm klimaat. In het begin van het Holoceen (vanaf ca. 11.700 jaar geleden), steeg de zeespiegel snel als gevolg van het afsmelten van het landijs. In deze periode werden waarschijnlijk ten westen van de huidige kust al strandwallen gevormd. Deze werden bij een snel stijgende zeespiegel echter afgebroken en verder naar het oosten weer opgebouwd. Aan dit proces kwam een einde vanaf ca. 5000 jaar geleden, toen de strandwallen niet meer afgebroken werden, maar zich westwaarts uitbouwden. Dit was het gevolg van een afname van de snelheid van zeespiegelstijging. Er werd een serie kustparallelle strandwallen gevormd, waarbij steeds een jongere strandwal ten westen van de oude werd gevormd. Doordat de zeespiegel nog steeds steeg, werden de strandwallen steeds hoger in westelijke richting. Strandwalafzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Zandvoort (Formatie van Naaldwijk).8 De oudste strandwal in de omgeving van het plangebied loopt tussen Heemstede en Spaarnwoude die ca. 4.000 v. Chr. gevormd is (zie afb. 5 en 6). Rond 3.500 v. Chr. werd het strandwallencomplex tussen Voorhout en Haarlem gevormd.

Het strandwallencomplex tussen Noordwijk en Hofgeest, waarop Aerdenhout gelegen is, is ontstaan tussen 3.500 en 2.500 v. Chr. Het strandwallencomplex waarop Zandvoort en ook het westen van Bentveld gelegen is, is tussen 3.000 en 1.500 v. Chr. ontstaan.9 Het oosten van het plangebied lag vanaf de vorming van dit strandwallencomplex in een strandvlakte.10 Na de vorming van de strandzanden vond al snel verstuiving plaats, waarbij een pakket duinzand werd afgezet. Hoewel deze zogenaamde ‘Oude Duinen’ in het verleden tot het Laagpakket van Schoorl gerekend werden, worden deze volgens de huidige lithostratigrafische indeling11 gerekend tot het Laagpakket van Zandvoort (Formatie van Naaldwijk).12 Op basis van geologische en bodemkundige onderzoeken in onder andere de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn drie fasen onderscheiden in deze duinafzettingen, overeenkomend met een afwisseling in natte en droge (verstuivings-)fasen. De natte fasen zijn gedateerd in de Midden- tot Late Bronstijd, de Vroege tot Late 3

Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO 1998.

4

In de huidige lithostratigrafische indeling (TNO 2013) worden de Jonge Duinen gerekend tot de Formatie van Naaldwijk,

Laagpakket van Schoorl. Het hieronder aanwezige veenpakket wordt gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket. 5

Alterra 2006.

6

De Vries & Denneboom 1999.

7

ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.

8

De Mulder et al. 2003.

9

Van Heeringen et al. 2017, pp. 53.

10

Van Heeringen et al. 2017; Cleveringa 2000.

11

TNO 2013.

12

Van Heeringen et al. 2017.

11

IJzertijd en de Romeinse tijd tot Vroege Middeleeuwen.13 Op basis van geologische boringen die in het plangebied zijn geplaatst bevindt de top van het Laagpakket van Zandvoort (strandwal en eventueel Oude Duinen) zich dieper dan 2,5 m +NAP (zie afb. 7 en 8). 14 Direct ten noordwesten van het plangebied is het Laagpakket van Zandvoort al op 6,0 m +NAP aangetroffen.15 Verder richting het westen ligt het Laagpakket van Zandvoort echter weer op 2,5 m +NAP.16 Hierbij dient opgemerkt te worden dat het verschil tussen het Laagpakket van Zandvoort en het Laagpakket van Schoorl niet altijd duidelijk te herkennen is in boringen. Bovenstaande dieptes kunnen daarom niet met zekerheid aangenomen worden. Op basis van een geologisch profiel ca. 1,5 km ten zuiden van het plangebied is in de Amsterdamse Waterleidingduinen een ca. 2 m dik pakket duinzand uit de periode van voor ca. 1.000 n. Chr. (Oude Duinen) aanwezig. Op de strandwal, waarop eveneens het westen van het plangebied gelegen is, bereikt dit duinzand een hoogte van maximaal 6 m +NAP.17 Ten westen van Bloemendaal, ca. 4 km ten noorden van het plangebied, is tijdens opgravingen vastgesteld dat tot in de Vroege Middeleeuwen duinen zijn gevormd, waarvan de top zich op ca. 4 tot 5 m +NAP bevindt.18 Bij de recreatieplas ’t Wed, ca.

3,5 km ten noorden van het plangebied, is het Oude Duinzand op een diepte variërend tussen 4 en 6 m +NAP aangetroffen. Tijdens dit onderzoek is geconcludeerd dat vanaf het begin van de jaartelling een stilstand in sedimentatie plaatsvond, die tot ca. 1.000 n. Chr. zou duren.19 Bij Overveen, ca. 2,5 km ten noorden van het plangebied is pollenonderzoek uitgevoerd op een veenlaag tussen de Oude en Jonge Duinen. Deze veenlaag is gedateerd op ca. 500 tot 700 n. Chr. In het verleden is, vermoedelijk direct onder de veenlaag, aardewerk uit de Romeinse tijd aangetroffen. Deze resultaten bevestigen de stilstand in sedimentatie tussen 0 en 1.000 n. Chr.20 Ook in Zandvoort, ter hoogte van de Keesomstraat, ca. 1,5 km ten noordwesten van het plangebied, is pollenonderzoek uitgevoerd naar een veenlaag tussen het Oude en Jonge Duinzand. Vastgesteld is dat in de top van het Oude Duinzand bodemvorming heeft opgetreden. De top van het Oude Duinzand bevond zich op deze locatie op ca. 2,5 m +NAP. Vermoedelijk heeft ook hier een stilstand in sedimentatie opgetreden, vergelijkbaar met de situatie bij Overveen.21 Het zuidoosten van het bestemmingsplangebied lag vermoedelijk in een strandvlakte, een laagte tussen twee strandwallen. Op basis van geologische boringen (afb. 7 en 8) bevindt de top van het Laagpakket van Zandvoort zich hier op maximaal 1 m +NAP.

In deze laagte vond op grote schaal veenvorming plaats (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). Vermoedelijk heeft dit deel van het plangebied tot in de Middeleeuwen in een veengebied gelegen. Van dit veen resteert nu nog een 0,5 tot 1,5 m dikke laag. In het bestemmingsplangebied bevindt dit veen zich op basis van geologische boringen op 1 tot 3 m +NAP.22 Aan het maaiveld liggen in het plangebied relatief recente eolische afzettingen, die ook wel bekend staan als ‘Jonge Duinen’ (gevormd vanaf de Late Middeleeuwen). Jonge duinen worden gekenmerkt door relatief grote hoogteverschillen en zijn doorgaans opgebouwd uit kalkrijk zand. De afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Schoorl (Formatie van Naaldwijk). In het plangebied heeft dit pakket een zeer variabele dikte, tussen 5 en 16 m. De vorming van dit pakket begon vermoedelijk in het begin van de Late Middeleeuwen en heeft meerdere fases gekend. Diverse factoren hebben een rol gespeeld bij de vorming hiervan, waaronder klimaat (verdroging en toename stormfrequenties), de mens (overbegrazing, akkers, zandwinning en houtkap) en kusterosie. In eerste instantie werden vooral depressies opgevuld. Waarschijnlijk raakte de depressie in het 13

Jelgersma et al. 1970.

14

www.dinoloket.nl; boringen B24H0011, B24H0012, B24H0049, B24H0050 & B24H1238.

15

www.dinoloket.nl; boring B24H0257

16

www.dinoloket.nl; boring B24H1237.

17

Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO 1998.

18

De Koning 2011.

19

De Jong & Numan 2002.

20

De Jong 2002a.

21

De Jong 2002b.

22

www.dinoloket.nl; boringen B24H0004 – B24H0010, B24H1239, B48H0052, B48H0053.

12

zuidoosten van het plangebied in deze periode opgevuld met een pakket duinzand. Hierna is waarschijnlijk een relatief vlak pakket afgezet van enkele meters dik. De hoge paraboolvormige duinen zijn vermoedelijk tussen 1300 en 1600 gevormd. In deze periode kreeg het landschap grotendeels zijn huidige vorm. Na 1600 vonden nog steeds plaatselijke verstuivingen plaats. Op basis van een geologisch dwarsprofiel ter plaatse van de Amsterdamse Waterleidingduinen23 is in deze laatste periode vooral op de flanken van de paraboolduinen nog een pakket duinzand gevormd. Vanaf e het eind van de 19 eeuw werden de duinen beplant met helmgras en werden windschermen aangelegd. Laagten tussen de paraboolduinen stoven hierdoor dicht, waardoor langs de kust een langgerekt kustduin ontstond, ook wel de ‘zanddijk’ genoemd.24 Op de Geomorfologische kaart van Nederland, 1:50.00025 is het plangebied vanwege bebouwing niet gekarteerd. Op basis van direct aangrenzende zones kan worden aangenomen dat in het plangebied sprake is van lage kustduinen met bijbehorende vlaktes en laagtes. Dit zijn typische verschijningsvormen van jonge duinafzettingen. Ook op de Bodemkaart van Nederland, 1:50.00026 is het plangebied niet gekarteerd. Op basis van gegevens uit aangrenzende gebieden, kan worden aangenomen dat in het plangebied kalkhoudende vlak- en duinvaaggronden aanwezig zijn.

In dergelijke gronden heeft niet of nauwelijks bodemvorming plaatsgevonden. Op AHN-beelden zijn veel hoogteverschillen binnen het plangebied te zien. Het zuiden van het plangebied is het laagst gelegen, met maaiveldhoogtes tussen 7,3 en 8,0 m +NAP. In het centrale deel (grofweg tussen de Parnassialaan en de Voormalige Trambaan loopt het maaiveld op tot maximaal 10,0 m +NAP. In het noorden, nabij de Westerduinweg, zijn hoge duinen te herkennen waar het maaiveld oploopt tot maximaal 19,4 m +NAP.27 In het plangebied bevinden zich op basis van de Bodemkaart 1:50.000 kalkhoudende duinvaaggronden. Deze gronden zijn kenmerken voor het duingebied. In de duinen die niet direct langs de kust liggen heeft zich meestal een minerale horizont (A-horizont) of strooisellaag ontwikkeld, die over het algemeen dunner dan 10 cm is. Ook is de bovengrond vaak enigszins ontkalkt. Hieronder bevindt zich tot op grote diepte lichtgeelbruin, kalkrijk, matig fijn zand met kleine schelpfragmentjes. Op veel plaatsen komen in de ondergrond begraven A-horizonten voor. Dit zijn oude bovengronden die later zijn overstoven.28 2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden In het onderzoeksgebied zijn de volgende archeologische (indicatieve) waarden en ondergrondse bouwhistorische waarden vastgesteld (zie afbeelding 9): Archis 3 zaakidentificatie29

Omschrijving vindplaats

Datering30

Opmerking

2043510100

n.v.t.

n.v.t.

2271923100

n.v.t.

n.v.t.

bureauonderzoek, inventarisatie archeologische waarden Amsterdamse Waterleidingduinen bureauonderzoek, archeologische waarden verwacht vanaf Neolithicum op strandwallen, kuststrook en strandwalflanken, vanaf Middeleeuwen ook in strandvlakte31

23

Jelgersma et al. 1970.

24

Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO 1998; Vos 1992; Vos et al. 2010.

25

Alterra 2006.

26

De Vries & Denneboom 1999.

27

ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.

28

Vos 1992.

29

De cursief gedrukte zaakidentificaties zijn binnen het plangebied geregistreerd, de overige zijn binnen een bufferzone van

500 m hieromheen geregistreerd. 30

Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.

31

Nyst 2010.

13

Archis 3 zaakidentificatie29

Omschrijving vindplaats

Datering30

Opmerking

2279610100

n.v.t.

n.v.t.

2303220100

n.v.t.

n.v.t.

2310040100

n.v.t.

n.v.t.

2356593100

n.v.t.

n.v.t.

2358618100

bewerkte niveaus

onbekend

2398138100

n.v.t.

n.v.t.

2416662100

n.v.t.

n.v.t.

2435551100

n.v.t.

n.v.t.

2438135100

n.v.t.

n.v.t.

2798116100

weg

NT

bureauonderzoek, resten vanaf IJzertijd verwacht in top strandwal, diepte onbekend32 bureauonderzoek, geen resultaten bekend in Archis booronderzoek, duinafzettingen vanaf de Late Middeleeuwen tot maximale boordiepte (2 m), in enkele boringen mogelijk oud vegetatieniveau (zwak humeus, bruingrijs zand) op 0,7 à 1,8 m –mv, het duinzand is overal kalkloos, geen resten ouder dan Late Middeleeuwen verwacht33 bureauonderzoek, resten tussen IJzertijd en Vroege Middeleeuwen verwacht in cultuurlagen in duinafzettingen34 booronderzoek (vervolg op 2356593100), niveaus met humeuze brokken aangetroffen op 0,5 à 0,9 m +NAP, wijzend op landgebruik als akker in prehistorie, Romeinse tijd of Vroege Middeleeuwen, bodemopbouw bestaat uit oud duinzand met veen in deel plangebied35 proefsleuvenonderzoek (vervolg op 2358618100), geen archeologische sporen, tijdens booronderzoek aangetroffen sporen van een akker bleken vergane wortels te zijn van een boomval, de eerder aangetroffen veenlaag bleek verstoorde grond met veenbrokken, geen archeologische resten meer verwacht36 bureauonderzoek, archeologische resten vanaf het Neolithicum worden dieper dan 6 m +NAP verwacht.37 bureauonderzoek, plangebied ligt op duinen die vanaf 12e eeuw zijn afgezet, plangebied is in Nieuwe tijd onbebouwd geweest, werkzaamheden beperken zich tot ‘jonge duinen’, hierin worden geen archeologische resten verwacht38

bureauonderzoek, archeologische verwacht uit periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen, in top strandwal en mogelijk in top van de duinafzettingen van voor de middeleeuwen39 wegdek uit begin 20e eeuw

3987067100

n.v.t.

n.v.t.

32

Klooster 2010.

33

Spoelstra & Kaptein 2010.

34

Salomons 2012a.

35

Salomons 2012b.

36

Salomons 2013.

37

Nyst 2013.

38

Salomons 2015.

39

Burnier 2015.

bureauonderzoek, vooral resten verwacht uit periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen, dieper dan 5,5 m +NAP in top strandwal en mogelijk in top van de duinafzettingen van voor de middeleeuwen, in recentere duinafzettingen

14

Archis 3 zaakidentificatie29

3992948100

Omschrijving vindplaats

n.v.t.

Datering30

n.v.t.

Opmerking (vanaf 8e of 9e eeuw) kunnen op enkele locaties resten vanaf 8e eeuw verwacht worden, ook kunnen resten uit WOII voorkomen40 bureauonderzoek, resten uit periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen verwacht dieper dan 5 m +NAP, in top strandwal en mogelijk in top van de duinafzettingen van voor de middeleeuwen, vanaf maaiveld kunnen resten van akkers en renbaan uit 19e eeuw, evenals verdedigingswerken uit WOII voorkomen41

Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart wordt geen archeologische verwachting 2 aangegeven. Wel worden vrijstellingsgrenzen gegeven van 50, 500 en 2.500 m . Het plangebied is 2 voor het grootste deel gelegen binnen een zone met vrijstellingsgrens van 500 m . Een zone in het 2 42 westen van het plangebied heeft vrijstellingsgrens van 50 m . Mogelijk is deze zone gebaseerd op de een tankmuur uit de Tweede Wereldoorlog, aangezien deze zone min of meer dezelfde lijn volgt. Op basis van oude luchtfoto’s heeft deze tankmuur ter hoogte van het plangebied echter een meer westelijke ligging, waardoor deze door het uiterste westen van het plangebied loopt. Het noordwesten van het plangebied heeft een hoge trefkans op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), vanwege de ligging op een strandwal.

Het zuidoosten heeft een middelhoge trefkans, vanwege de ligging in de strandvlakte.43 In de omliggende gemeentes Bloemendaal, Noordwijk en Velsen44 gelden voor de zones met Jonge Duinen op een strandwal de volgende vrijstellingsgrenzen: 2 Bloemendaal: 250 m en dieper dan 50 cm –mv 2 Noordwijk: 150 m en dieper dan 50 cm- mv 2 2 Velsen: 2500 m en dieper dan 0 cm –mv, of 250 m en dieper dan 6 m +NAP In de zones met Jonge Duinen op een strandvlakte gelden in deze gemeenten de volgende vrijstellingsgrenzen: 2 Bloemendaal: 500 m en dieper dan 50 cm –mv 2 Noordwijk: 500 m en dieper dan 50 cm –mv 2 Velsen: 2500 m en dieper dan 0 cm –mv, of 250 m2 en dieper dan 6 m +NAP In de zones waar historische resten verwacht worden, gelden in deze gemeenten de volgende vrijstellingsgrenzen: 2 Bloemendaal: 100 m en dieper dan 30 cm –mv (historische kernen) 2 Noordwijk: 0 m en dieper dan 50 cm –mv (historische kernen) 2 Velsen: 75 m en dieper dan 30 cm –mv (historische kernen) Voor een groot aantal bestemmingsplannen is nog geen archeologische dubbelbestemming gegeven.

Waar dit wel gebeurd is45, worden voor de Jonge Duinen op een strandwal de volgende vrijstellingsgrenzen gegeven: 2 Zandvoort Zuid: 500 m en dieper dan 5,5 m +NAP of 40 cm –mv 2 Kostverlorenstraat e.o.: 500 m en dieper dan 40 cm -mv 2 Zandvoort Centrum: 500 m en dieper dan 40 cm –mv 2 Bedrijventerrein Nieuw Noord: 500 m en dieper dan 40 cm –mv 40

Moerman 2016.

41

Brattinga 2016.

42

Den Boon 2009.

43

rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Archeologie-in-Nederland#

44

Groot & Wilbers 2011; Gemeente Velsen 2017; Gemeente Bloemendaal 2011.

45

Burnier 2015; Moerman 2016; www.ruimtelijkeplannen.nl.

15

-

2

Stationsomgeving / Oud Noord: 500 m en dieper dan 40 cm –mv

Voor de zones met Jonge Duinen op een strandvlakte gelden de volgende vrijstellingsgrenzen: Zandvoort Zuid: niet aanwezig 2 Kostverlorenstraat e.o.: 1.000 m en dieper dan 40 cm -mv Zandvoort Centrum: niet aanwezig Bedrijventerrein Nieuw Noord: niet aanwezig Stationsomgeving / Oud Noord: niet aanwezig Voor de zones waar historische resten verwacht worden, gelden de volgende vrijstellingsgrenzen: Zandvoort Zuid: niet aanwezig 2 Kostverlorenstraat e.o.: 50 m en dieper dan 40 cm -mv 2 Zandvoort Centrum: 50 m en dieper dan 40 cm –mv Bedrijventerrein Nieuw Noord: niet aanwezig Stationsomgeving / Oud Noord: niet aanwezig 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Bron

Jaartal

Historische situatie

Topografische kaart (afb. 10)46

1647

Topografische kaart47

1687

Topografische kaart (afb. 11)48

1723

Topografische kaart49

1724

Topografische kaart50

1725

Situatietekening huis (afb. 12)51

1730

Topografische kaart52

1746

Topografische kaart53

1764

Grondbelastingkaart54

1810

duingebied met enkele velden waaronder Bentveld, waar het Huis Bentveld middenin staat, in oosten lijkt huis te staan, hoewel niet zeker vanwege geringe mate van detail duingebied met enkele velden waaronder Bentveld, waar het Huis Bentveld middenin staat zuidelijke helft plangebied maakt deel uit van Groot Bentveld, lijkt in gebruik als bos en grasland, huis in oosten plangebied aanwezig duingebied met enkele velden waaronder Bentveld, waar het Huis Bentveld middenin staat, huis in oosten plangebied onontgonnen, reliëfrijk duingebied met enkele laaggelegen delen (velden), Groot Bentveld staat weergegeven tekening van huis in noordoosten plangebied; huis ligt op 11 m afstand van de weg en 6 m afstand van de grens tussen Zandvoort en Overveen en is ca. 21 bij 9 m duingebied met enkele velden waaronder Bentveld, waar het Huis Bentveld middenin staat zuidelijke helft plangebied maakt deel uit van Groot Bentveld, lijkt in gebruik als bos en grasland, huis in oosten plangebied aanwezig grotendeels onverkaveld, twee huizen in

46

Douw & Van Brouckhuijsen 1647.

47

Douw et al. 1687.

48

Velsen et al. 1723-1771

49

Velsen 1724.

50

Anoniem 1725-1825.

51

Anoniem 1730.

52

Douw et al. 1746.

53

Van Varel Pieterszoon 1764.

16

Bron

Jaartal

Kadastrale minuut (afb. 13)55

1832

Bonnekaarten (afb. 14)56

1877-1894

Bonnekaarten57

1900-1914

Bonnekaart58

1926

Topografische kaart59

1949

Topografische kaart60

1960

Topografische kaart61

1969

Topografische kaart62

1981-2016

Historische situatie oosten en zuidwesten plangebied (ter hoogte van Langelaan 15 en Duinrooslaan 3), nabij deze huizen enkele agrarische percelen grotendeels bos en duinen, verspreide percelen aardappelland, twee huizen in oosten en zuidwesten plangebied (ter hoogte van Langelaan 15 en Duinrooslaan 3), in het oosten bevinden zich enkele tuinen, in een tuin direct ten oosten van het landgoed Groot Bentveld stond een gebouwtje noordwestelijke helft overwegend duinen, zuidoostelijke helft overwegend bos, verspreide percelen bouwland, enkele aanvullende huizen langs de Zandvoortselaan (ten noorden van Zandvoortselaan 204, nabij Zandvoortselaan 269 en ten westen van Zandvoortselaan 283), woning nabij Duinrooslaan is niet meer aanwezig.

idem, maar ten noorden van Zandvoortselaan liep een trambaan aanvullende huizen ten noorden van Zandvoortselaan (tussen Zandvoortselaan 333 en 377), evenals nabij Bentveldweg 1, Bentveldsduin 22-42 Bentveldsweg 19 en Ebbingeweg 4 het aantal huizen is sterk toegenomen, met name ten noorden van de Zandvoortselaan, Wikkelaan, Duindoornlaan, Teunisbloemlaan en Bentveldsweg, ten noorden van de Zuidlaan bevonden zich enkele kassen bebouwde delen grotendeels gelijk aan huidige situatie, alleen noordelijk deel, nabij Westerduinweg is nog grotendeels onbebouwd, kassen in zuiden zijn deels gesloopt situatie grofweg gelijk aan huidige, kassen in zuiden zijn verdwenen, bebouwing in noorden is iets toegenomen bebouwing in noorden neemt toe

In de Middeleeuwen waren de duinen dicht begroeid met bossen, maar deze werden vanaf ca. 800 grootschalig gekapt. Rond 1400 werden de veengebieden tussen de strandwallen ontgonnen en werd het veen afgegraven. Na de ontginning werden deze gebieden overwegend als weide- en hooiland gebruikt.63

54

Bisschoppen 1810.

55

Kadaster 1832a; 1832b.

56

Bureau Militaire Verkenningen 1877; 1894.

57

Bureau Militaire Verkenningen 1900; 1905; 1914.

58

Bureau Militaire Verkenningen 1926.

59

www.topotijdreis.nl.

60

Ibid.

61

Ibid.

62

Ibid.

63

Spoelstra & Kaptein 2010.

17

De duinen waren vermoedelijk weinig geschikt voor landbouw. In droge perioden vonden zandverstuivingen plaats en in natte perioden stonden de valleien een groot deel van het jaar onder e water. Tot ongeveer halverwege de 18 eeuw had de landbouw in de duinen een zeer kleinschalige aard. Vanaf 1810 werd rondom Zandvoort gestart met de teelt van aardappelen. Hierbij werden bodems met een goede, vruchtbare bovenlaag omgespit, soms met wat mest erbij. Deze velden werden tot 50 à 100 cm –mv omgespit.64 Nadat de humus verbruikt was, liet men de akkers zeven of acht jaar braak liggen, waarna de akker opnieuw omgespit werd. Vanaf 1850 ontwaterden de duinen als gevolg van de waterwinning in de Amsterdamse Waterleidingduinen. In eerste instantie was dit gunstig voor de aardappelteelt maar tegen 1900 leidde dit tot verdroging, waardoor aardappelteelt moeilijk tot onmogelijk werd. Rond 1900 waren er nog slechts enkele aardappelvelden over. 65 Het dorp Bentveld is ontstaan rondom het landgoed Groot-Bentveld, waarvan de kern buiten het in dit rapport besproken bestemmingsplangebied valt.. Het wordt reeds in historische bronnen genoemd in 960 na Chr. In deze tijd bezat de bisschop van Utrecht een tweetal hofsteden in ‘Benetfelda’. Vermoedelijk betreft het huidige Groot Bentveld een opvolger van één van deze e hofsteden.

Uit de periode tot de 17 eeuw is nauwelijks informatie bekend over dit landgoed. In 1660 is sprake van een hofstede met boomgaard, boerderij en zaai- en weiland met vijvers en grachten. De totale grootte van het landgoed was ca. 25 ha. In 1706 was deze 25 ha voor een groot deel ingericht met wei- en hooilanden, evenals plantages. Ook ca. 10 ha wateren en droge plaatsen hieromheen waren bij het landgoed betrokken. In 1718 werd het landgoed uitgebreid met grote duinterreinen. In 1747 kwam het landgoed Groot Bentveld in gezamenlijk eigendom met Klein Bentveld en was de totale grootte hiervan ca. 475 ha, waarvan 470 ha duingebied. Op de Kadastrale Minuut van 1832 het landgoed in bezit van Catharina Theodora Dull, evenals een gebied van ca. 50 ha hieromheen. Het landgoed Klein Bentveld was in bezit van Jacob Abraham van Gennep, evenals een gebied van ca. 400 ha hieromheen. Op basis van deze kaart kunnen de e e gronden die in het begin van de 19 eeuw (en vermoedelijk ook halverwege de 18 eeuw) bij het landgoed hoorden, enigszins worden begrensd. Op basis hiervan heeft vrijwel het gehele plangebied tot één van deze twee landgoederen behoord. In 1900 wordt het landgoed GrootBentveld, destijds ca. 17 ha, in gebruik genomen als vruchtenkwekerij.66 In 1881 is een stoomtramlijn aangelegd die langs het noorden van de Zandvoortselaan liep. Deze tramlijn verbond de steden Haarlem en Leiden.

Tot in 1957 hebben trams over deze spoorlijn gelopen.67 e

Op basis van het geraadpleegde kaartmateriaal bestond het bestemmingsplangebied vanaf de 17 e eeuw tot in de 20 eeuw grotendeels uit bos en duinen. Het zuiden van het plangebied behoorde in e ieder geval in de 18 eeuw bij het landgoed Groot Bentveld en leek vooral uit grasland en bos te bestaan. In het oosten van het plangebied heeft een huis gestaan, waarvan een situatietekening uit 1730 leert dat het gaat om een woning met een afmeting van ca. 21 bij 9 m gaat, wat min of meer overeenkomt met de afmetingen op de Kadastrale Minuut van 1832. Dit huis lijkt ook al op een kaart uit 1645 aanwezig en stond ter hoogte van de huidige Langelaan 15. Vanaf het begin van de e 19 eeuw waren er verspreid over het plangebied aardappelvelden aanwezig. Ter hoogte van de e huidige Langelaan 15 en Duinrooslaan 3 stonden twee huizen. Gedurende de 19 eeuw werden e enkele huizen aan de Zandvoortselaan gebouwd. In de 20 eeuw kwam het huidige dorp tot ontwikkeling. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn in de omgeving van Zandvoort diverse Duitse verdedigingswerken aangelegd in het kader van de verdedigingslinie de Atlantikwal. Op een in deze periode gemaakte kaart van verdedigingswerken in Bentveld (exacte datum onbekend, afb. 15) is ten noorden van het plangebied een ‘geschutsplatform met houten kanon’ weergegeven. Vermoedelijk wordt hiermee een kanon met houten frame bedoeld.

Direct ten zuidoosten van het 64

Vos 1992.

65

Roos 2009.

66

Nyst 2013; onh.nl/verhaal/groot-bentveld

67

www.zandvoortvroeger.nl

18

plangebied heeft volgens deze kaart een bunker gelegen. Door het uiterste westen van het plangebied heeft bovendien een tankmuur gelopen (afb. 16). Deze muur is in 1966 voor een groot deel gesloopt. Op basis van recente luchtfoto’s68 is de muur ten noorden van de Voormalige Trambaan nog goed bewaard gebleven. Ten oosten van deze muur was een mijnenveld gelegen. In het gehele plangebied kunnen resten van munitie, zoals bommen, granaten en kogels verwacht worden.69

2.4

Gespecificeerde verwachting en conclusie

De voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvragen kunnen als volgt worden beantwoord: 

Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?

Op basis van het bureauonderzoek worden in een zone in het noordwesten van het bestemmingsplangebied bewoningsresten uit de periode vanaf de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen verwacht, vanwege de aanwezigheid van een strandwal die vermoedelijk tussen 2750 en 1500 v. Chr. gevormd is. Het potentieel archeologische niveau bevindt zich naar verwachting in of aan de top van de strandwal en/of in de top van de duinafzettingen van voor de Late Middeleeuwen. Op basis van het bureauonderzoek bevindt de top van deze Oude Duinen zich op een diepte variërend tussen 4 en 6 m +NAP. In geologische boringen in het plangebied lijkt deze top zich in het plangebied echter op 2,0 à 2,5 m +NAP te bevinden. Dit kan echter niet met zekerheid vastgesteld worden, mede omdat de grens tussen Oude en Jonge Duinen in veel gevallen niet duidelijk vast te stellen is. Vandaar dat ook op hogere NAP-hoogtes nog archeologische waarden kunnen voorkomen. De maximale NAP-hoogte waarop archeologische waarden verwacht worden, ligt op 6 m +NAP, wat naar gelang de dikte van de bovenliggende duinafzettingen overeenkomt met een maaivelddiepte van minstens 2 m tot meer dan 13 m. Een vindplaats uit deze perioden is over het algemeen te herkennen aan een humeuze laag met een strooiing van onder andere aardewerk. Grondsporen zijn direct onder deze humeuze laag te herkennen.

De verwachte resten bestaan overwegend uit sporen van bewoning en landbouw. Voor het overige deel van het plangebied geldt dat archeologisch resten van off-site activiteiten uit de periode Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen kunnen voorkomen. Vanwege de ligging in de lager gelegen strandvlakte worden geen bewoningsresten verwacht. Wel kunnen resten van akkerbouw, zoals perceleringsgreppels of akkerlagen voorkomen. Deze resten worden verwacht in de top van het veenpakket direct onder het duinzand. Deze resten zullen zich dieper dan 3 m +NAP bevinden, wat naar gelang de dikte van de bovenliggende duinafzettingen overeenkomt met een maaivelddiepte van minstens 4 m –mv, oplopend tot 17 m –mv. Hoewel de gronden van het bestemmingsplangebied vermoedelijk voor een groot deel tot de landgoederen Groot Bentveld en Klein Bentveld behoord hebben, is de kans op het aantreffen van sporen hiervan relatief laag. Het plangebied was grotendeels in gebruik als bos- en duingebied, met verspreide agrarische percelen. Sporen van tuinaanleg en resten van hoofd- en bijgebouwen zijn niet in het plangebied te verwachten. Voor de zones waar op historische kaarten huizen, erven en tuinen zijn weergegeven geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de Nieuwe tijd. Het gaat hierbij om twee locaties ter hoogte van de Langelaan 15 en Duinrooslaan 3.

De bebouwing langs de Duinrooslaan is niet weergegeven op kaarten van voor de 19e eeuw, maar huis langs de e Langelaan is al aanwezig op kaarten uit de 17 eeuw. De verwachting is dat deze resten zich direct onder het maaiveld bevinden. Archeologische resten uit deze periode zullen overwegend bestaan uit funderingsresten en sporen van erf- en tuininrichting (zoals greppels en paalkuilen). Ook worden vondststrooiingen van aardewerk, botmateriaal, en ander huishoudelijk afval verwacht. Binnen het gehele plangebied kunnen resten voorkomen uit de Tweede Wereldoorlog. In het uiterste noordwesten worden nog resten van een tankmuur verwacht. Deze resten worden verwacht vanaf 68

maps.google.nl

69

www.zandvoortsebunkerploeg.nl; www.beobom.nl/ruimingskaart

19

het maaiveld. In het overige deel van het plangebied zullen resten uit de Tweede Wereldoorlog vooral bestaan uit losse vondsten zoals munitie. 

Welke archeologieregimes zijn noodzakelijk om archeologische waarden te beschermen?

Op basis van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om het bestemmingsplan op te delen in drie delen (zie afb. 17): 4.

5.

6.

Waarde Archeologie 1: Dit betreft de delen waar archeologische resten uit de Nieuwe tijd, waaronder resten van een tankmuur uit de Tweede Wereldoorlog en resten van huizen en erfinrichting, verwacht worden vanaf het maaiveld. Geadviseerd wordt hieraan een 2 aanlegvergunning te koppelen bij plannen groter dan 50 m . Waarde Archeologie 2: Dit betreft het op de strandwal gelegen deel van het plangebied, waar bewoningsresten verwacht worden uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen, dieper dan 6 m +NAP. Geadviseerd wordt hieraan een aanlegvergunning te koppelen bij 2 plannen groter dan 500 m en dieper dan 6 m +NAP. Waarde Archeologie 3: Dit betreft het op de strandvlakte gelegen deel van het plangebied, waar mogelijk resten van landbouw kunnen voorkomen uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen, dieper dan 3 m +NAP. Geadviseerd wordt hieraan een aanlegvergunning 2 te koppelen bij plannen groter dan 1.000 m en dieper dan 3 m +NAP.

Deze vrijstellingsgrenzen zijn gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de reeds binnen de gemeente Zandvoort opgestelde bestemmingsplannen, hoewel de NAP-hoogte is aangepast aan de specifieke situatie binnen het plangebied (zie gespecificeerde verwachting).

20

3

Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om de huidige archeologieregimes aan te passen naar de in paragraaf 2.4 genoemde zones. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart is archeologisch onderzoek voor het grootste deel van het plangebied verplicht gesteld voor ingrepen groter dan 500 2 m en dieper dan 40 cm –mv. Geadviseerd om in het nieuwe bestemmingsplan een onderscheid te maken tussen de strandwal en de lager gelegen strandvlakte, waarbij de laatste een 2 vrijstellingsgrens van 1.000 m krijgt. Aangezien archeologische resten pas worden verwacht op een diepte van meer dan 2 m –mv, wordt geadviseerd om de vrijgestelde diepte eveneens aan te passen. Gezien de grote verschillen in dikte van het afdekkende pakket, wordt geadviseerd om hierbij uit te gaan van NAP-hoogtes en niet van dieptes beneden maaiveld, zoals aangegeven in paragraaf 2.4. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart is een strook met een vrijstellingsgrens van 50 2 m weergegeven in het noordwesten van het plangebied. Deze zone is hoogstwaarschijnlijk gebaseerd op de aanwezigheid van een tankmuur. Deze moet echter meer richting het westen gezocht worden.

Geadviseerd wordt om de huidige zone niet te handhaven in het nieuwe bestemmingsplan, maar om op de op basis van het bureauonderzoek vastgestelde locatie van de tankmuur, evenals locaties van historische bebouwing, archeologisch onderzoek verplicht te stellen 2 bij ingrepen groter dan 50 m .

21

Literatuur Alterra, 2006: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Anoniem, 1725-1825: Kaart van Haarlem en haar rechtsgebied en de heerlijkheden van Heemstede, Bennebroek, Vogelenzang, Overveen, Bloemendaal en Spaarndam. Anoniem, 1730: Teekening van de regte Situatie van het Huijs van Wouter Jacobse Slink, ten regarde van de groote Scheijdraaye tussen Santvoort en Overveen. Bisschoppen, C., 1810: Kaart van de landerijen gelegen in de jurisdictie Zandvoort. Boon, L. den, 2009: Nota Cultuurhistorie Gemeente Zandvoort. Haarlem (CENH-rapport 147). Brattinga, J.J., 2016: Zandvoort – Archeologisch bureauonderzoek Amsterdamse Waterleidingduinen Kabeltracés 2016. Zaandijk (Hollandia Reeks nr. 565). Bureau Militaire Verkenningen, 1876, 1894, 1900, 1905, 1914 en 1926: Zandvoort, blad 345, 1:25.000. Burnier, C.Y., 2015: Bestemmingsplan Zandvoort Centrum en Zandvoort Kostverloren en Prinsessepark; Een Bureauonderzoek in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Amersfoort (ADC Rapport 3601). Cleveringa, J., 2000: Reconstruction and modelling of Holocene coastal evolution of the western Netherlands. Utrecht (Geologica Ultraiectina 200). Douw, J.J. & S.P. van Brouckhuijsen, 1647: t'Hoogheymraedschap van Rhijnland [Haarlem]. Douw, J.J., S.P. van Brouckhuijsen & J. Douw de Jonge, 1687: t'Hoogheymraedschap van Rhijnland [Haarlem]. Douw, J.J., S.P.

van Brouckhuijsen & M. Bolstra, 1746: 't Hooge Heemraedschap van Rhynland [Haarlem]. Gemeente Bloemendaal, 2011: Beleidsplan Archeologie gemeente Bloemendaal. Gemeente Velsen, 2017: Beleidskaart Archeologie Velsen (BAV); Toelichting en inhoudelijke verantwoording Beleidskaart Archeologie Velsen (BAV). Velsen. Groot, N.C.F. & A.W.E. Wilbers, 2011: In de bodem van Noordwijk; Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart en Archeologische beleidskaart van de gemeente Noordwijk. Noordwijk (Becker & Van de Graaf Rapport 956). Heeringen, R.M. van, R. Schrijvers & H.M. van der Velde, 2017: Struinen door de duinen; Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het Hollands duingebied op basis van gegevens verzameld in het Malta-tijdperk. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 52). Jelgersma, S., J. de Jong, W.H. Zagwijn & J.F. van Regteren Altena, 1970: The coastal dunes of the western Netherlands; geology, vegetational history and archaeology, Mededelingen Rijks Geologische Dienst, Nieuwe serie 21, 93-167). Jong, J. de, 2002a: Overveen Zanderij, Haarlems Bodemonderzoek 35, 58-61. Jong, J. de, 2002b: Zandvoort Keesomstraat, Haarlems Bodemonderzoek 35, 62-66. Jong, J. de & A.M. Numan, 2002: Kennemerduinen 't Wed; geologisch en archeologisch onderzoek, Haarlems Bodemonderzoek 35, 4-54.

Kadaster, 1832a: Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Zandvoort, Noord Holland, sectie B, blad 02 (MIN07143B02). Kadaster, 1832b: Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Zandvoort, Noord Holland, sectie A, blad 02 (MIN07143A02). Klooster, B., 2010: Archeologisch onderzoek plangebied Boogkanaal gemeente Zandvoort; Bureauonderzoek. Alkmaar (Grontmij Archeologische Rapporten 894). Koning, J. de, 2012: Onder het stuifzand; Verstoven vroegmiddeleeuwse nederzettingen in het nationaal park Zuid-Kennemerland bij Bloemendaal; De opgravingscampagnes Groot Olmen 2005, 2006 en 2007. Zaandijk (Hollandia Archeologen). Moerman, S., 2016: Archeologisch bureauonderzoek Zanvoort Zuid, Zandvoort; Gemeente Zandvoort. Noordwijk (IDDS Archeologie Rapport 1854). Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhof & T.E. Wong. 2003: De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, 1998: Vereenvoudigde Geologische Kaart van Haarlem en omgeving, schaal 1:50.000, Haarlem. Nyst, C.L., 2010: Bureauonderzoek naar de archeologische waarde van baggerlocaties in de gemeente Bloemendaal. Haarlem (Cultuurhistorie Noord-Holland 172).

22

Nyst, C.L., 2013: Bureauonderzoek naar de archeologische waarde van plangebied het Naaldenveld Zuidlaan 47 te Bentveld, gemeente Zandvoort. Alkmaar (Cultuurcompagnie NoordHolland Projectnummer 30Z1300050). Roos, R. (red), 2009: Duinen en mensen Kennemerland. Amsterdam. Salomons, K.T., 2012a: Archeologisch bureauonderzoek oeveraanpassing Noordoosterkanaal Amsterdamse waterleidingduinen, gemeentes Bloemendaal en Zandvoort, Noord-Holland. Zaandijk (Hollandia Reeks nr. 396). Salomons, K.T., 2012b: Inventariserend veldonderzoek middels karterende boringen, oeveraanpassing Noordoosterkanaal, Amsterdamse waterleidingduinen. Zaandijk (Hollandia Reeks nr. 403). Salomons, K.T., 2013: Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven oeveraanpassing Noordoosterkanaal Amsterdamse waterleidingduinen, gemeente Zandvoort. Zaandijk (Hollandia Reeks 456). Salomons, K.T., 2015: Archeologisch bureauonderzoek Fietspad Oase-Zandvoortselaan, Amsterdamse waterleidingduinen, Gemeente Zandvoort en Bloemendaal (NH). Zaandijk (Hollandia Reeks nr. 489). SIKB, 2016: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.0. Gouda. Spoelstra, A. & I.N. Kaptein, 2010: Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in het plangebied 'Groot-Bentveld' te Bentveld, gemeente Zandvoort (N.-H.). Heerenveen (Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/163).

TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Varel Pieterszoon, J. van, 1764: Caarte van de limietscheidinge der heerlijkheden, de Vogelenzand, Overveen en Bloemendaal vertonende alleenlijk de scheilienien, vaarten en slooten en de plaatsen der scheipaalen van deze drie heerlijkheden in opzigt van de aangrensende. Velsen, C., 1724: Kaart van Haarlem en omstreken. Velsen, C., A. van, M. Walraven & J. van Varel, 1723-1771: Kaart van de grensscheidingen tussen de heerlijkheden Zandvoort, Overveen, Vogelenzand en de vrijheid van Haarlem. Vos, G.A., 1992: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Toelichting bij kaartblad 24 – 25 West Zandvoort – Amsterdam. Wageningen. Vos, P.C., 2015: Origin of the Dutch coastal landscape; Long-term landscape evolution of the Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series. Utrecht. Vos, P.C., R.A. van Eerden & J. de Koning, 2010: Paleolandschap en archeologie van het PWN duingebied bij Castricum; Rapportage van een multidisciplinair onderzoeksprogramma, uitgevoerd naar aanleiding van geologische en archeologische veldopnamen in acht bouwputten gelegen binnen het duinwaterwingebied van PWN bij Castricum. Delft (Deltares Projectnummer 092.69260). Vries, F. de & J. Denneboom, 1999: De Bodemkaart van Nederland digitaal. Wageningen.

23

Geraadpleegde websites http://archeologieinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/amk-en-ikaw http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl http://maps.google.nl http://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Archeologie-in-Nederland# https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://easy.dans.knaw.nl https://onh.nl/verhaal/groot-bentveld https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.kadaster.nl/ https://www.rijnland.net https://noord-hollandsarchief.nl/ https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ http://www.beobom.nl/ruimingskaart http://www.bodemdata.nl http://www.gahetna.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl http://www.topotijdreis.nl http://www.zandvoortsebunkerploeg.nl http://www.zandvoortvroeger.nl

24

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Het plangebied op de Geologische kaart 1:50.000 Afb. 4 Het plangebied op AHN-beelden Afb. 5 Het plangebied (rood) op paleogeografische kaarten Afb. 6 Ligging van de genoemde strandwalcomplexen Afb. 7 Locaties van in het bureauonderzoek genoemde DINO-boringen Afb. 8 Profielen van in het bureauonderzoek genoemde DINO-boringen Afb. 9 Gemeentelijke beleidskaart, met Archis-meldingen Afb. 10 Het plangebied op een kaart uit 1647 Afb. 11 Het plangebied op een kaart uit 1723 Afb. 12 Situatietekening van het huis in het oosten van het plangebied. Afb. 13 Het plangebied op de Kadastrale Minuut Afb. 14 Het plangebied op de Bonnekaart van 1894 Afb. 15 Verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van het plangebied Afb. 16 Luchtfoto uit 1944, met globale locatie mijnenveld en tankmuur Afb. 17 Advieskaart Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.

25

Afb. 1 Locatie van het plangebied

26

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

27

Afb. 3 Het plangebied op de Geologische kaart 1:50.00070

70

Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO 1998

28

Afb. 4 Het plangebied op AHN-beelden71

71

ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.

29

Afb. 5 Het plangebied (rood) op paleogeografische kaarten72

30

Afb. 6 Ligging van de genoemde strandwalcomplexen73

72

Van Heeringen et al. 2017.

73

Van Heeringen et al. 2017.

31

Afb. 7 Locaties van in het bureauonderzoek genoemde DINO-boringen74

74

www.dinoloket.nl.

32

Afb. 8 Profielen van in het bureauonderzoek genoemde DINO-boringen75

75

www.dinoloket.nl.

33

Afb. 9 Gemeentelijke beleidskaart, met Archis-meldingen76

76

Gemeente Zandvoort

34

Afb. 10 Het plangebied op een kaart uit 164777

77

Douw & Van Brouckhuijsen 1647.

35

Afb. 11 Het plangebied op een kaart uit 172378

78

Van Velsen et al. 1723-1771.

36

Afb. 12 Situatietekening van het huis in het oosten van het plangebied.

37

Afb. 13 Het plangebied op de Kadastrale Minuut79

79

Kadaster 1832a; 1832b.

38

Afb. 14 Het plangebied op de Bonnekaart van 189480

80

Bureau Militaire Verkenningen 1894.

39

Afb. 15 Verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van het plangebied 81

81

www.zandvoortsebunkerploeg.nl.

40

Afb. 16 Luchtfoto uit 1944, met globale locatie mijnenveld en tankmuur82

82

www.zandvoortsebunkerploeg.nl

41

Afb. 17 Advieskaart

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11101432/1