Bijlage 3A Geanonimiseerd adviesrapport van de adviescommissie
Tekst van het document
Advies van de adviescommissie raad inzake het Ontwerpbestemmingsplan Bentveld, april 2021
Registratienr:
Gemeente Zandvoort Telefoon: Fax: E-mail: Internet: Postadres: Bezoekadres: Bankrekening: Registratienr:
023 574 01 00 023 571 37 24 info@zandvoort.nl www.zandvoort.nl Postbus 2 2040 AA Zandvoort Swaluëstraat 2 Zandvoort BNG 28.50.10.034
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING EN PROCEDURE ................................................................................. 4
2.
OPMERKINGEN VOORAF ...................................................................................... 5
3.
INGEKOMEN ZIENSWIJZE EN REACTIE ADVIESCOMMISSIE ............................. 6
4.
ADVIES ADVIESCOMMISSIE ............................................................................... 48
1.
INLEIDING EN PROCEDURE
De adviescommissie voor de raad van de gemeente Zandvoort (hierna ‘de adviescommissie’) heeft tot taak de raad van de gemeente Zandvoort te adviseren over naar aanleiding van ontwerpbestemmingsplannen en andere ontwerpbesluiten van omgevingsrechtelijke aard ingediende zienswijzen. De adviescommissie is onafhankelijk. De samenstelling en werkwijze van de adviescommissie is vastgesteld in de Verordening adviescommissie raad 2013. De adviescommissie bestaat uit drie leden en een plaatsvervangend lid. Per adviesonderwerp wordt uit en door de leden een voorzitter aangewezen. Voor het onderhavige advies is de samenstelling van de adviescommissie als volgt: mevrouw mr. M.L. Elsackers (voorzitter), de heer mr. B.M. Kocken en mevrouw mr. M.W. Wijers. De adviescommissie is bijgestaan door de heer J. Quartier (raadsadviseur/ plaatsvervangend griffier). Het ontwerpbestemmingsplan Bentveld heeft met ingang van 16 oktober 2020 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. De raad heeft naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan 34 zienswijzen ontvangen. Alle zienswijzen zijn tijdig naar voren gebracht. De indiener van een zienswijze (hierna: ‘de reclamant’) kan door de adviescommissie in de gelegenheid worden gesteld vóór het besluit van de raad de zienswijze mondeling toe te lichten in een hoorzitting.
De indiener van een zienswijze (hierna: ‘de reclamant’) kan door de adviescommissie in de gelegenheid worden gesteld vóór het besluit van de raad de zienswijze mondeling toe te lichten in een hoorzitting. De hoorzitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2021. De volgende reclamanten hebben gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord: 1. Blenheim advocaten B.V. namens Belangengroep Ruiters Bentvelt (zienwijze 5) 2. (zienswijze 6) (niet per videoverbinding verschenen) 3. (zienswijze 9) 4. Advocaat Hemwood (zienswijze 18) 5. (zienswijze 24) (geen goed functionerende videoverbinding) 6. Springtij Architecten BV (zienswijze 13) 7. (zienswijze 14) 8. (zienswijze 15) 9. Berkenrode Management B.V. namens Barnhoorn Vastgoed BV (zienswijze 25) Reclamanten onder 2 en 5 zijn ofwel niet per videoverbinding verschenen dan wel lukte het niet om een goed functionerende videoverbinding tot stand te brengen. Na de hoorzitting zijn zij alsnog in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven.
4
2.
OPMERKINGEN VOORAF
In het ontwerpbestemmingsplan is de ontwikkeling aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 te Bentveld opgenomen. Aan de Zuidlaan 51 is momenteel manegebedrijf Stal De Naaldenhof gevestigd. De eigenaar is voornemens om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen en de gronden te ontwikkelen naar woningbouw. Het betreft een plan voor de realisatie van vijf vrijstaande woningen. In aanvulling op de ontwikkeling aan de Zuidlaan 51 vindt de ontwikkeling van 2 vrijstaande woningen aan de Duinrooslaan 3 plaats. Beide percelen liggen naast elkaar. Een grote hoeveelheid van de ingediende zienswijzen heeft betrekking op deze ontwikkelingen en meer specifiek op de onderwerpen stikstofdepositie en ecologie. Hieronder wordt door de adviescommissie specifiek ingegaan op deze onderwerpen. Stikstofdepositie Door meerdere indieners van een zienswijze wordt ingegaan op het onderwerp stikstofdepositie. Door de gemeente Zandvoort is aangegeven dat naar aanleiding van deze zienswijzen een aanvullend onderzoek zal worden uitgevoerd . In overleg met de gemeente is daarom bepaald dat de adviescommissie dit onderdeel niet zal meenemen in de advisering. De onderdelen van de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderwerp zijn om die reden dan ook niet samengevat en inhoudelijk behandeld.
Aanvullend ecologisch onderzoek Door meerdere indieners van een zienswijze wordt ingegaan op het onderwerp ecologie en de effecten op het Natura-2000 gebied. Door de gemeente Zandvoort is aangegeven dat naar aanleiding van deze zienswijzen een aanvullend ecologisch onderzoek wordt uitgevoerd. In overleg met de gemeente Zandvoort is bepaald dat de adviescommissie op dit onderdeel geen advies geeft. De onderdelen van de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderwerp zijn om die reden dan ook niet samengevat en inhoudelijk behandeld. Belanghebbende Aangezien meerdere reclamanten in hun zienswijzen aangeven belanghebbende te zijn wordt hier vooraf door de adviescommissie het volgende over opgemerkt: Ingevolge artikel 3.8, lid 1 onder d Wet ruimtelijke ordening kan door een ieder zienswijze omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren worden gebracht. Het aantonen van de belanghebbendheid is derhalve, in deze fase van het bestemmingsplanproces, niet nodig zodat hetgeen reclamanten hierover naar voren hebben gebracht voor kennisgeving wordt aangenomen. De onderdelen van de zienswijzen die betrekking hebben op de belanghebbendheid worden dan ook niet per zienswijze samengevat en van een reactie voorzien.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de onderdelen van de zienswijzen, die geen betrekking hebben op bovengenoemde onderwerpen, samengevat en voorzien van een reactie van de adviescommissie en een advies aan de gemeente. Tenslotte omvat hoofdstuk 2 de Staat van wijzigingen waarin de belangrijkste (ambtshalve) wijzigingen kort zijn weergegeven.
5
3.
INGEKOMEN ZIENSWIJZE EN REACTIE ADVIESCOMMISSIE
Tegen het ontwerpbestemmingsplan Bentveld zijn 34 schriftelijke zienswijzen ingediend en tijdig bij de gemeente ontvangen. Hieronder volgt de samenvatting van de zienswijzen en de reactie en het advies van de adviescommissie.
Indiener 1.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 22 oktober 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant geeft aan dat Stal De Naaldenhof niet alleen in Bentveld, Zandvoort een functie heeft maar ook in Aerdenhout is de stal een groot goed. Niet alleen kunnen paardenliefhebbers hier hun passie uitoefenen, ook heeft de stal een verbindende functie in een dorp (Aerdenhout) dat al weinig plekken kent die buurt en dorpsgenoten verbindt. Bij De Naaldenhof komen buurtgenoten elkaar tegen, en eigenaren van paarden waar altijd een gezellig praatje mee te maken is. In Aerdenhout waar praktisch geen speelplaatsjes zijn voor kinderen, heeft de stal een sterk verbindende functie tussen buurtgenoten en eigenaren van paarden. Men ontmoet elkaar hier, wandelt ernaartoe en kan er genieten van het unieke stukje natuur. Met de komst van 5 villa's zal deze verbindende functie totaal wegvallen. Een functie die juist anno 2020 zo ontzettend belangrijk is. Gemeente Bentveld en Bloemendaal, Haarlem hebben in deze een functie om zorg te dragen voor verbindende factoren, plekken in een buurt. Naast de sportbeoefenaars trekt de stal dus ook veel wandelaars en gasten middels lessen voor de jeugd en het zeer succesvolle ponystappen voor kleinere kinderen. Het is volgen reclamant triest en ondenkbaar dat de gemeente überhaupt overweegt om dit bijzondere plekje op te geven voor nog een 5 tal villa's.
Het plezier van honderden mensen, moet nu plaats gaan maken voor het woongenot van 5 families. Als de stal weg moet, dan zou reclamant graag willen vragen om iets in de plaats te laten komen dat een verbindende functie kan geven aan de buurt en bezoekers. Iets dat past in het karakter van die hoek. Speelplaats en kinderboerderij in samenwerking met de scouting? Reactie adviescommissie Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De gronden zijn particulier eigendom. De eigenaar van de gronden heeft de gemeente Zandvoort gevraagd mee te werken aan deze transformatie. De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak.
De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, 6
ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
Indiener 2.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 12 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant vind de bestemmingswijziging geen goede zaak want: Haar sportbeoefening wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een andere manege, die ver weg ligt van waar zij woont. Het verdwijnen van manege De Naaldenhof betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters zijn in de gemeente Zandvoort. De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar cultuurhistorie van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld. Er zijn hier altijd paarden geweest; er hebben altijd stallen gestaan. Vroeger hoorde de grond van de manege bij landgoed Groot Bentveld. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak.
De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’.
De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld, constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. 7
Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
Indiener 3.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 14 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant is voor haar sportbeoefening en verzorging van haar paard afhankelijk van deze manege. In de omgeving zijn erg weinig en ook steeds minder maneges en pensionstallen beschikbaar. Een paard houden vraagt om dagelijks daar te kunnen zijn en grote afstanden maken dat moeilijk, zeker wanneer je niet met de auto kunt gaan. Met het verdwijnen van manege De Naaldenhof blijven er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters over in de regio Kennemerland. Hiermee verdwijnt ook voor velen een plek om in de mooie natuur te sporten en te ontspannen op een sociale en corona-veilige manier. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt.
Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
Indiener 4.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 19 november 2020
Samenvatting zienswijze De sportbeoefening van reclamant wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een andere manege, die ver weg ligt van waar zij woont. Als de manege De Naaldenhof verdwijnt, betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters zijn in de gemeente Zandvoort. 8
De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. Reclamant is woningzoekende en ziet liever dat er betaalbare woningen komen in plaats van villa’s. In het beleid staat dat de gemeente meer op betaalbare woningen wil inzetten. Dit wordt op deze locatie nu niet goed toegepast. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is volgens de toelichting aansluiting gezocht bij de bestaande woningtypologieën in de omgeving van de ontwikkeling aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3. De omgeving kenmerkt zich door vrijstaande woningen waardoor het de adviescommissie niet onlogisch voorkomt om deze woningtypologieën door te trekken om geen afbreuk te doen aan de stedenbouwkundige opzet van het gebied.
Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
5.
Indiener Blenheim Advocaten B.V. Postbus 10302 1013 AE Amsterdam
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Namens: Belangengroep Ruiters Bentveld
Samenvatting zienswijze 9
Ontvangen op 20 november 2020
Stal De Naaldenhof is een historisch onderdeel van de paardensport in de omgeving en is gelegen naast een groot, voor de paardensport uitgelezen en derhalve veelvuldig daarvoor benut natuurgebied, Kennemerland-Zuid, in het bijzonder De Waterleidingduinen, dat ook zelfstandig een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt en bovendien is aangewezen als Natura 2000-gebied. Door de ruimtelijke ontwikkeling zal het belang van reclamant, dat zowel is gelegen in het behoud van de kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken van de paardensport in Bentveld en omgeving, als in het behoud van het natuurgebied, waarin voor de paardensport zelfs bijzondere ruiterpaden door zijn aangelegd, worden geschaad. De gronden genoemd in de zienswijze strekken volgens reclamant ertoe dat het ontwerpbestemmingsplan niet is te verenigen met een goede ruimtelijke ordening, vanwege meerdere effecten op de omgeving van en binnen het plangebied, maar ook dat het ontwerpbestemmingsplan niet uitvoerbaar is althans dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de (milieu)effecten van het ontwerpbestemmingsplan. Strijd met structuurvisie Reclamant brengt naar voren dat de ontwikkeling in strijd is met de structuurvisie ‘Parel aan Zee +’.
Volgens reclamant is de structuurvisie een beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en mag hier alleen in bijzondere omstandigheden van worden afgeweken. Die omstandigheden moeten inzichtelijk worden gemaakt en de onevenredigheid van het vasthouden aan het beleid in het licht van die omstandigheden afgewogen tegen de met de structuurvisie te dienen doelen. Reclamant meent dat het plaatsen van woningen op tot dan toe onbewoond natuurrijk terrein, in strijd is met de doelstellingen van de structuurvisie. Verder wijst zij erop dat volgens de structuurvisie splitsing van kavels moet worden vermeden, terwijl daar bij onderhavige ontwikkeling wel sprake van is. Verder wordt in de toelichting op het bestemmingsplan volgens reclamant de ontwikkeling beschreven als ingrijpend en wordt ten onrechte aangegeven dat nieuwbouw door splitsing van kavels wordt vermeden. Luchtkwaliteit Voorts wijst reclamant op de gevolgen die de ruimtelijke ontwikkeling zal hebben voor de luchtkwaliteit, een onderwerp waaraan in de quickscan geen aandacht is besteed.
Reclamant stelt dat als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling onder andere meer fijnstof zal worden uitgestoten, vanwege de uitstoot door de werktuigen en vrachtwagens die nodig zijn tijdens de realisatiefase, maar ook vanwege de significante toename van verkeersbewegingen van alle nu lokaal van de Stal De Naaldenhof gebruikmakende personen. Overige effecten Daarnaast is reclamant van mening dat nog verschillende andere ruimtelijke effecten relevant zijn waaronder trillingen, geluid, bodemverstoring, optische verstoring en fysieke verstoring. Cultuurhistorie Voorts stelt reclamant dat het ontwerpbestemmingsplan een onvoldoende afweging en motivering kent voor het aspect cultuurhistorie. Voor het rijksmonumentale kerngebied van het voormalige landgoed is een apart bestemmingsplan opgesteld, maar het ontbreekt in de onderlinge (ontwerp)bestemmingsplannen aan coherente en samenhangende borging van de cultuurhistorische waarden, die zich immers niet tot de plangrenzen beperkt. De stal De Naaldenhof is voormalig onderdeel van het oude landgoed Groot Bentveld, waarvan de paardensport eeuwenlang een onderdeel heeft uitgemaakt.
Voorzieningenniveau Tot slot stelt reclamant dat de voorzieningenniveaus van 1) de ruitersport (waaronder ook lessen voor kinderen en volwassenen), 2) paardengroepsactiviteiten voor kinderen, 3) pensiongelegenheden voor paarden en 4) toeristische activiteiten te paard in Bentveld en omstreken dusdanig onder druk staan, dat het doen verdwijnen van de stal De Naaldenhof in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. 10
Reactie adviescommissie Luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer bevat een wettelijk kader voor luchtkwaliteitseisen. In het Besluit niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn de projecten genoemd die onder de gestelde voorwaarden vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeven te worden getoetst. Het gaat hierbij om onder meer woningbouwlocaties met (netto) niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. In dat geval wordt ervanuit gegaan dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het bestemmingsplan, op de woningbouwontwikkeling na, is hoofdzakelijk conserverend van aard. De adviescommissie is van mening dat de woningbouwontwikkeling 'niet in betekende mate' bijdraagt aan eventuele luchtverontreiniging aangezien het slechts enkele (en aanzienlijk minder dan 1.500) woningen betreft. Kortom, het ontwerpbestemmingsplan levert geen significante bijdrage aan de luchtkwaliteit, waardoor nader onderzoek naar dit aspect niet noodzakelijk is.
De adviescommissie is daardoor van oordeel dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering is voor de vaststelling van het bestemmingsplan. De adviescommissie begrijpt dat reclamant zorgen heeft over ruimtelijke effecten zoals trillingen, geluid, in het kader van de bouw(werkzaamheden). Echter betreft dit een uitvoeringaspect van voorliggend bestemmingsplan. Hiermee is dit punt derhalve ruimtelijk niet relevant zodat dit deel van de zienswijze voor kennisgeving wordt aangenomen. De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Structuurvisie In de structuurvisie ‘Parel aan Zee+’ staat over Bentveld ten aanzien van het beleid 2010-2025 vermeld: “Ingrijpende ontwikkelingen zijn in Bentveld niet aan de orde. Het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap. Nieuwbouw door splitsing van kavels wordt vermeden, de lage dichtheid is essentieel onderdeel van de groene uitstraling van de kern.”. In de toelichting op het bestemmingsplan is over de relatie van het bestemmingsplan op dit onderdeel tot de structuurvisie ‘Parel aan Zee+’ het volgende aangegeven: “Het woningbouwplan ter plaatse van het manegebedrijf en de Duinrooslaan 3, zoals nader gemotiveerd in paragraaf 4.3 sluit aan bij het doel (handhaven en waar mogelijk versterken van de aanwezige woonkwaliteiten) van de structuurvisie. De activiteiten van het manegebedrijf worden beëindigd en daarvoor in de plaats worden woningen toegevoegd, die aansluiten bij de huidige stedenbouwkundige opzet van het gebied.
De woningen aan de Duinrooslaan 3 sluiten ook aan op de stedenbouwkundige opzet van het gebied. De aanwezige woonkwaliteiten worden hierbij gerespecteerd”. De adviescommissie leest in de toelichting op het bestemmingsplan niet of de gemeente de ontwikkeling op dit punt ingrijpend acht. De formulering ‘verdere ingrijpende ontwikkelingen zijn in Bentveld niet aan de orde’ volgend op de passage over de ontwikkeling op het terrein van de manege acht de 11
adviescommissie in dit verband onduidelijk. De adviescommissie adviseert nader te duiden waarom hier al dan niet sprake is van een ingrijpende ontwikkeling. Verder is in de toelichting niet ingegaan op hoe het plandeel zich verhoudt tot de passage in de structuurvisie dat nieuwbouw door splitsing van kavels wordt vermeden. Daarom adviseert de adviescommissie de gemeente om dit toe te lichten. Tenslotte adviseert de adviescommissie nader te motiveren hoe dit plandeel zich verhoudt tot het uitgangspunt in de structuurvisie dat het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap, nu daarop thans in de toelichting niet wordt ingegaan. Gelet op het vorenstaande adviseert de commissie de gemeente om te expliciteren of het plandeel past in de structuurvisie Parel aan Zee+. Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld en het daarvoor geldende specifieke bestemmingsplan, constateert de adviescommissie dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
De adviescommissie adviseert: · om te expliciteren of het plandeel past in de structuurvisie Parel aan Zee+. Daarbij adviseert de adviescommissie om nader te duiden in hoeverre hier al dan niet sprake is van een ingrijpende ontwikkeling, hoe het plandeel zich verhoudt tot de passage in de structuurvisie dat nieuwbouw door splitsing van kavels wordt vermeden en het uitgangspunt dat het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap; · meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
Indiener 6.
Onderwerp Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 (zeven villa’s)
Ontvangen op 23 november 2020
Samenvatting zienswijze Zorgvuldigheid Als bijlage behorende bij het bestemmingsplan is de Nota van uitgangspunten uit 2017 opgenomen. In deze nota valt onder paragraaf 3.5 te lezen: ‘Geconcludeerd kan worden dat het voor Bentveld gewenst is om zorgvuldig om te gaan met de bestaande situatie. Het is vanuit de verschillende beleidskaders niet gewenst dat er grote ingrepen in Bentveld gaan plaatsvinden de komende jaren. Het behouden en versterken van de huidige karakter en de omgeving is één van de belangrijkste uitgangspunten voor het plangebied.’ Reclamant geeft aan dat hiervan wordt afgeweken wanneer een stuk semi-natuur, zijnde de manege en een bosrijke kavel aan de Duinrooslaan 3 te Bentveld, anders wordt bestemd. Ontsluiting In paragraaf 4.3.2 van het bestemmingsplan wordt gesteld dat de ontsluiting van de twee woningen op het perceel Duinrooslaan 3, zal worden geborgd via het perceel van de Duinrooslaan 3. Door de positionering van de huidige woning op Duinrooslaan 3 kan er echter helemaal geen deugdelijke ontsluiting gerealiseerd worden. Initiatiefnemer heeft reeds de kennis van het gegeven dat de woningen niet via het perceel ontsloten kunnen worden. Noch is de intekening van de ontsluiting tot heden door de gemeente opgevraagd.
De eigenaar en toekomstig perceel-verkoper van de Duinrooslaan 3 heeft inmiddels reeds, na enkele studies, geconcludeerd dat de ontsluiting niet over zijn kavel kan verlopen. Reclamant verwijst hiertoe naar de bijlage bij zijn zienswijze. 12
Prevalerend woonrecht op onverenigbare voet met ontsluiting De situering van de woonkavels, alsmede de nokhoogte, goothoogte, hellingshoek en in zekere zin, de verschijningsvorm, zijn met zorg bepaald. Een zelfde verfijning is opgenomen ten aanzien van tuinen. Reclamant vindt het temeer merkwaardig en verontrustend dat er geen verkeerskundige ontsluiting is ingetekend. Aangezien er zo expliciet eisen zijn gesteld aan de grenslijn van perceel, tuin, en Natura-2000 gebied, durft reclamant te stellen dat er enkel 1 wijze is waarop de 5+2 woningen ontsloten kunnen worden.
Wanneer echter de woonkavels eenmaal opgenomen zijn in het bestemmingsplan, zal in de toekomst elk juridisch instrumentarium ontbreken, de woningen van een (in-) directe ontsluiting te onthouden. Ofwel door instemming met de 5+2 villa’s wordt als gevolg daarvan direct op termijn ingestemd met een stelsel van opritten en aansluitingen op wat nu een paadje is (het ‘’groene paadje’’). Het nu opgenomen tekstje onder Artikel 5 Groen, specifiek 5.1 c; ‘’inritten, met dien verstande dat nieuwe inritten voor de nieuw te bouwen woningen aan de Duinrooslaan en Zuidlaan niet zijn toegestaan.’’, zal simpelweg onvoldoende juridische houvast bieden aangezien iedere bewoner van de 5+2 villa’s alsdan zal aangeven dat ‘’de woningen helaas niet anders bereikbaar zijn dan middels aansluiting op het ‘’groene paadje’’ dat nu als groen is gemarkeerd. Reactie adviescommissie Zorgvuldigheid Ter voorbereiding op het opstellen van het bestemmingsplan is een inventarisatie uitgevoerd. Strijdige situaties, zowel ten aanzien van gebruik als ten aanzien van bouwen, planwijzigingen en nieuwe initiatieven zijn geïnventariseerd. De inventarisatie is input geweest voor de Nota van Uitgangspunten Bentveld 2017, vastgesteld op 23 mei 2017 door de gemeenteraad van Zandvoort.
In de Nota van Uitgangspunten is aangegeven hoe dient te worden omgegaan met geconstateerde strijdigheden, planwijzigingen en nieuwe initiatieven en op welke wijze deze in het bestemmingsplan vertaald kunnen worden. Ingevolge artikel 5 van de voorschriften, behorende bij het ontwerpbestemmingsplan, zijn de gronden met de bestemming ‘Groen’ onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, fiets- en voetpaden uitsluitend voor langzaam verkeer, inritten, met dien verstande dat nieuwe inritten voor de nieuw te bouwen woningen aan de Duinrooslaan en Zuidlaan niet zijn toegestaan. De adviescommissie is van mening dat de ontsluiting van de huidige woningen aan de Duinrooslaan past binnen de bestemming ‘Groen’. De adviescommissie heeft van de gemeente vernomen dat beoogd is de woningen via de noordzijde te ontsluiten. Aangezien de ontsluiting van de nieuwe woningen expliciet wordt uitgesloten in de bestemming ‘Groen’ is die beoogde ontsluiting in strijd met de bestemming ‘Groen’. De adviescommissie adviseert dit bij de vaststelling van het bestemmingsplan te corrigeren.
13
Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van semi-natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. De adviescommissie stelt dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt.
Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De ontsluiting van de nieuw te bouwen woningen dient (rechtstreeks) planologisch mogelijk te worden gemaakt.
Indiener 7.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 19 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant vindt dat haar sportbeoefening wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een andere manege, die ver weg ligt van waar zij woont. Het verdwijnen van manege De Naaldenhof betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters zijn in de gemeente Zandvoort. De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar cultuurhistorie van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld. Er zijn hier altijd paarden geweest; er hebben altijd stallen gestaan. Vroeger hoorde de grond van de manege bij landgoed Groot Bentveld. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak.
De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. 14
Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan.
Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld, constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
8.
Indiener Stichting Natuurbelang Begijnenweide 138 1967 HG Heemskerk
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 25 november 2020
Samenvatting zienswijze Overlast realisatiefase Reclamant betwist dat het ontwerpbestemmingsplan conserverend van aard is omdat er onvoldoende en ontoereikende risico-analyses gemaakt zijn (alleen een quickscan) waarmee dit conserverende karakter niet voldoende aangetoond wordt. Tevens ontbreken er scenario’s om schade tijdens de realisatie en gebruiksfase te voorkomen, te beperken en/of te herstellen. Doordat bestemmingsregels niet specifiek voorschrijven wat er gedaan moet worden om schaderisico’s te voorkomen, is de realistische uitvoerbaarheid van het totale plan niet te toetsen. Het is niet evident aangetoond waarom de 5 villa’s onmisbaar zijn, en op deze plek gebouwd zouden moeten worden. Alternatieven voor het voortzetten van de huidige bestemming op alle elementen na bedrijfsbeëindiging van de huidige eigenaar zijn niet onderzocht, getoetst en vergeleken met het nieuwe ontwerpbestemmingsplan om zodoende tot een goede ruimtelijke en risico afweging te komen. Verkeer Reclamant is van mening dat het grote aantal vervoersbewegingen en het feit dat ontsluiting alleen kan via de Zuidlaan tot veel overlast zal leiden gedurende de bouwrealisatie. Tevens is niet al het bouwverkeer meegerekend in het rapport, zoals verkeer voor bodemonderzoek. Maatschappelijke impact met verstrekkende gevolgen
15
Het wijzigen van de bestemming met daarop een manege waar ruim 300 jeugdigen en volwassenen wekelijks sporten, staat haaks op het beleid van de gemeente waar het recreëren en wonen van de inwoners in eigen gebied een belangrijk speerpunt vormt. Archeologische impact Een risico analyse en scenario’s ontbreken ten aanzien van cultuur en archeologische schade die kan optreden ten gevolge van trillingen van verkeer en bouw, mechanische dynamieken en het verdwijnen van paarden op deze plek. Alternatieven Er is geen vergelijkbaar alternatief geboden om de sport voort te kunnen zetten op een vergelijkbare plek in de natuur met deze aantallen sporters. Het is niet bewezen dat de beëindiging van de bedrijfsvoering zou moeten resulteren in de beëindiging van de bestemming. Reactie adviescommissie De gronden zijn particulier eigendom. De eigenaren van de gronden heeft de gemeente Zandvoort gevraagd mee te werken aan deze transformatie naar woningbouw. Het eigendomsrecht brengt met zich dat de eigenaren van de gronden in beginsel zelf mogen bepalen wat zij met de betreffende gronden willen. Het voortzetten door een andere eigenaar danwel een alternatieve bestemmingen hebben zij echter niet gevraagd. De gemeente Zandvoort is zich daartoe ook niet gehouden aangezien deze gronden niet bij haar in eigendom is.
De adviescommissie begrijpt dat reclamant zorgen heeft over de verkeersafwikkeling/overlast tijdens de realisatiefase van de woningen. Echter op het moment dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd wordt meer bekend over de uitvoering van de werkzaamheden tijdens de bouwfase. De zorgen zien dan ook op een uitvoeringsaspect van voorliggend bestemmingsplan. Hiermee is dit punt derhalve ruimtelijk niet relevant zodat dit deel van de zienswijze voor kennisgeving wordt aangenomen. De adviescommissie stelt dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ten aanzien van het betoog dat een risico analyse en mitigerende scenario’s ontbreken ten aanzien van cultuur en archeologische schade die kan optreden ten gevolge van trillingen van verkeer en bouw, mechanische dynamieken en het verdwijnen van paarden op deze plek, constateert de adviescommissie dat in het ontwerpbestemmingsplan voor deze gronden een dubbelbestemming archeologie is opgenomen. Op grond van deze dubbelbestemming worden eisen gesteld aan het bouwen en uitvoeren van werkzaamheden op deze locatie. De commissie volgt reclamant dus niet in voorgaande stelling.
Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
16
Indiener 9.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 24 november 2020
Samenvatting zienswijze De aanwezigheid van Stal De Naaldenhof heeft maatschappelijke en sportieve kwaliteit. Veel kinderen en volwassenen rijden hier paard of stallen hier hun paard. De manege is een opleidingslocatie, en de manege is aangesloten bij KNHS en FNRS. Reclamanten stellen dat van een grondeigenaar of een geïnteresseerde ontwikkelaar verwacht mag worden dat hier een manege blijft. Zij vinden het vanuit de gemeentelijke structuurvisie onbegrijpelijk dat dit maatschappelijk belang en de kansen in relatie tot natuur en recreatie worden opgeofferd. Reclamanten achten dit stuk grond voor de woningbouwopgave minimaal. De manege heeft een regionale functie. In Zuid-Kennemerland zijn weinig alternatieven. Veel ruiters hebben dan ook een petitie voor het behoud van de manege ondertekend. In de structuurvisie wordt gesproken over hoogwaardig en kwalitatief toerisme. Het verdwijnen van de manege beperkt het aanbod dat Zandvoort te bieden heeft. Ook zal de werkgelegenheid verdwijnen. De manege past binnen de opgaven uit de Structuurvisie van Zandvoort 2010. De ambitie is om landschappelijke verbinding met de Amsterdamse Waterleidingduinen te maken en om kwalitatief herstel te plegen aan het duinlandschap en cultuurlandschap. Woningbouw leidt tot het verdwijnen van de natuurlijke overgang en de bijbehorende natuurbeleving. Er zullen bomen worden gekapt.
Verder gelden geen beperkingen voor het bouwen buiten bouwvlak en er verschijnen hekken. Reclamanten ervaren dit als verdere verstening, verstedelijking en verlies van de bosrijke omgeving. Het bestemmingsplan omvat niet (de geometrische kern van) landgoed Groot-Bentveld en sluit niet aan bij het cultuurhistorische landschap van Aerdenhout. Het manegeterrein maakt van dit cultuurhistorisch landschap onderdeel uit. De villabouw past hierbij niet. De villa’s tasten de monumentenbiotoop van Groot-Bentveld aan. Niet is aangetoond waarom de vijf villa's onmisbaar zijn, en op deze plek gebouwd moeten worden. Alternatieven voor het voortzetten van de huidige bestemming zijn niet onderzocht, getoetst en vergeleken met het nieuwe ontwerp bestemmingsplan om aldus tot een goede ruimtelijke en risico afweging te komen. Anders dan in het collegebesluit valt te lezen, is de verkeersaantrekkende werking van de manege relatief klein tot minimaal, en veel geringer dan bij de padvinderij ernaast. De bouw van de villa’s zal juist wel tot overlast leiden, in de vorm van geluid, stank van uitlaatgassen en trilling. Langs de Zuidlaan kunnen gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan.
Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de gemeenteraad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Het aspect werkgelegenheid is ruimtelijk niet relevant.
In paragraaf 2.2 van de Structuurvisie ‘Parel aan Zee +’ is te lezen dat uit de leefbaarheidsmonitor (2008) onder andere valt op te maken dat bewoners in Zandvoort minder tevreden zijn over de voorzieningen voor jongeren. Deze paragraaf 2.2 maakt onderdeel uit van hoofdstuk 2, waarin bij wijze van stand van zaken ten tijde van de structuurvisie de kenschetsen en knelpunten worden beschreven. In dit hoofdstuk 2 wordt geen beschrijving geven van het ruimtelijk beleid. 17
De beschrijving van het ruimtelijk beleid is wél te vinden in de hoofdstukken 3 en 4 van de structuurvisie. In paragraaf 3.7 is beschreven dat ingrepen zijn gericht op het verbeteren van de visuele en functionele relatie met het omliggende landschap. Natuurwaarden worden waar nodig beschermd, ingezet wordt op diversiteit en koppeling van gebieden. Gezocht wordt naar extra ruimte voor recreatie zonder de natuurwaarden aan te tasten. In paragraaf 4.1.19 valt te lezen dat waar mogelijk de relaties tussen woonwijken en het omliggende landschap worden versterkt. Visueel door doorzichten vanuit de wijk naar het duinlandschap te maken (of te handhaven) en functioneel door voet- en/of fietspaden vanuit de wijk het duin in te leggen. Als gezegd heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de gemeenteraad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De structuurvisie geldt als referentiekader voor het ruimtelijk beleid. De adviescommissie kan niet overzien of wijziging naar de woonbestemming(en) in de weg staat aan de ruimtelijke uitgangspunten in de structuurvisie. Het is aan de gemeenteraad om deze uitgangspunten te volgen, dan wel hiervan gemotiveerd af te wijken. De adviescommissie adviseert dit aspect (nader) te beoordelen.
Op grond van de Bomenverordening 2012 geldt een vergunningplicht voor de monumentale en beeldbepalende bomen. Er geldt dus al een regime voor de bescherming van deze bomen. De adviescommissie is dan ook van mening dat deze bomen niet ook nog in het bestemmingsplan moeten worden opgenomen. De bestemming ‘Wonen - Duingebied’ kent regels voor bouwen buiten bouwvlak, zowel voor bijgebouwen en aan- en uitbouwen als voor bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. Overigens vloeien regels voor vergunningsvrij bouwen rechtstreeks voort uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht. Binnen de bestemming ‘Wonen - 1’ is bouwen buiten bouwvlak, tenzij vergunningsvrij, in beginsel niet toegestaan. De adviescommissie stelt vast dat in de toelichting niet is ingegaan op het rijksmonument Groot Bentveld (waarvoor een apart bestemmingsplan geldt), de manege en hun onderlinge relatie in cultuurhistorische context. Evenmin is ingegaan op de relatie tot het cultuurhistorisch landschap van Aerdenhout. De adviescommissie adviseert in de toelichting hieraan alsnog aandacht te besteden. In het ontwerpbestemmingsplan worden de gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. Deze transformatie dient deugdelijk te worden gemotiveerd in de toelichting van het bestemmingsplan.
Onderdeel hiervan betreft de vergelijking tussen de ontsluiting en het aantal verkeersbewegingen van deze ontwikkelingen ten opzichte van de huidige situatie. De adviescommissie is van mening dat dit onvoldoende terugkomt in de toelichting en adviseert dit alsnog daarin op te nemen. De adviescommissie acht niet onaannemelijk dat het aantal verkeersbewegingen na transformatie zal afnemen. Een manege met circa 52 paarden levert volgens de CROW-normen meer verkeersbewegingen dan een woning in het dure segment, in niet stedelijk gebied, buitengebied. Naast de reguliere verkeersgeneratie van de manege moet overigens rekening worden gehouden met incidenteel verhoogde verkeersgeneratie als gevolg van evenementen. Overlast in verband met de bouwwerkzaamheden, en de tijdelijke verkeershinder in verband daarmee, betreft een uitvoeringsaspect dat in het kader van een planprocedure niet aan de orde kan komen. Dit komt wél aan de orde in het kader van de verlening van de benodigde omgevingsvergunning(en). Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is juiste afstemming tussen de verschillende functies noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van milieuzonering, die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen de hinderlijke en gevoelige functies.
In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Een manege kan ingevolge deze brochure worden aangemerkt als ‘hinderlijke functie’ ten opzichte van een ‘gevoelige functie’ wonen waarbij voor de aspecten van onder meer geur, stof en geluid richtafstanden zijn opgenomen.
Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert: · meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld; 18
· ·
de vergelijking tussen de ontsluiting en het aantal verkeersbewegingen van deze ontwikkelingen ten opzichte van de huidige situatie op te nemen; nader te beoordelen of wijziging naar de woonbestemming(en) aan de ruimtelijke uitgangspunten in de structuurvisie in de weg staat. Het is aan de gemeenteraad om deze uitgangspunten te volgen, dan wel hiervan gemotiveerd af te wijken.
Indiener 10.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 23 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant vindt de bestemmingswijziging geen goede zaak want haar sportbeoefening wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een andere manege, die ver weg ligt van waar zij woont. Als manege De Naaldenhof verdwijnt, betekent dit dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters overblijven in de gemeente Zandvoort. Jaarlijks maken 500 ruiters, waarvan een groot deel kinderen, gebruik van deze voorziening. De manege heeft daarmee een belangrijke rol, ook op sociaal en sportief vlak, voor de wijde omgeving. De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. Reclamant is van mening dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar cultuurhistorie van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld. Er zijn hier altijd paarden geweest; er hebben altijd stallen gestaan. Vroeger hoorde de grond van de manege bij landgoed Groot Bentveld. Naar de mening van reclamant zijn er al voldoende villa’s in deze omgeving. Daarentegen zijn er onvoldoende sportfaciliteiten. Vanuit de manege zou overlast zijn van stank en geluid. Er zijn echter geen woningen in de directie omgeving. De manege is er al 60 jaar.
Reactie adviescommissie Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld, constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. De adviescommissie stelt dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden 19
bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering, die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn deze richtafstanden opgenomen. Een manege kan ingevolge deze brochure worden aangemerkt als ‘hinderlijke functie’ ten opzichte van een ‘gevoelige functie’ waarbij voor de aspecten van onder meer geur, stof en geluid richtafstanden zijn opgenomen. Dat voor deze aspecten geen overlast wordt ervaren door reclamant doet hier niet aan af. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
11.
Indiener Vogelwerkgroep ZuidKennemerland Bos en Vaartstraat 22 2012 LH Haarlem
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 22 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant is tegen de in dit plan opgenomen nieuwe ontwikkeling op de adressen Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 (extra woningbouw en beëindiging manege De Naaldenhof). De voorgenomen ontwikkeling op deze locaties leidt tot een ongewenste aantasting van natuurwaarden. Een maatschappelijke noodzaak voor deze ontwikkeling en daarmee verbonden aantasting van natuurwaarden is er naar het oordeel van reclamant niet. In het bestemmingsplan ontbreekt in ieder geval de noodzakelijke onderbouwing daarvan. Aantasting natuurwaarden De woningbouw die in dit bestemmingsplan op de locaties Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 mogelijk wordt gemaakt leidt tot een substantiële aantasting van deze bosrand en daarmee tot een ongewenst verlies aan natuurwaarden. Het gegeven dat er ook bij de voorgenomen woningbouw nog een dun bosrandje overblijft, doet er niets aan af dat toch sprake is van een substantiële aantasting. Onvoldoende onderbouwing en afweging Uitgangspunt van het bestemmingsplan Bentveld is behoud van het huidige karakter van het gebied en het consolideren van de huidige bestemmingen. Alleen op de locaties Zuidlaan 51 en Duinrooslaan wordt van dit uitgangspunt afgeweken, zonder dat duidelijk wordt welk belang deze enige uitzondering dient. Op de locatie Zuidlaan 51 is al vele jaren de manege De Naaldenhof gevestigd die in een grote maatschappelijke behoefte voorziet.
De door meer dan 2.000 inwoners en gebruikers ondertekende petitie tegen de beëindiging van deze functie bevestigt dat nadrukkelijk. Voor de vele gebruikers van deze manege is in de ruime omgeving geen alternatief beschikbaar. In het bestemmingsplan ontbreekt echter de wettelijk vereiste afweging van maatschappelijke belangen. Er wordt niet onderbouwd waarom juist deze functie op deze locatie - die een groot aantal inwoners dient - moet wijken voor woningbouw 20