Bijlage 3a Adviesrapport van de adviescommissie raad van Zandvoort Geanonimiseerd
Tekst van het document
Advies van de adviescommissie raad inzake het ontwerp Omgevingsplan Strand, januari 2022
Registratienr:
Gemeente Zandvoort Telefoon: Fax: E-mail: Internet: Postadres: Bezoekadres: Bankrekening: Registratienr:
023 574 01 00 023 571 37 24 info@zandvoort.nl www.zandvoort.nl Postbus 2 2040 AA Zandvoort Swaluëstraat 2 Zandvoort BNG 28.50.10.034
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN PROCEDURE ................................................................................. 4
2
OPMERKINGEN VOORAF ...................................................................................... 4
3
INGEKOMEN ZIENSWIJZEN EN REACTIE ADVIESCOMMISSIE .......................... 6
4
ADVIES ADVIESCOMMISSIE ............................................................................... 34
1.
INLEIDING EN PROCEDURE
De adviescommissie voor de raad van de gemeente Zandvoort (hierna ‘de adviescommissie’) heeft tot taak de raad van de gemeente Zandvoort te adviseren over naar aanleiding van ontwerpbestemmingsplannen en andere ontwerpbesluiten van omgevingsrechtelijke aard ingediende zienswijzen. De adviescommissie is onafhankelijk. De samenstelling en werkwijze van de adviescommissie is vastgesteld in de Verordening adviescommissie raad 2018, zoals geldend met ingang van 13 oktober 2021. De adviescommissie bestaat uit drie leden en een plaatsvervangend lid. Per adviesonderwerp wordt uit en door de leden een voorzitter aangewezen. Voor dit advies is de samenstelling van de adviescommissie als volgt: de heer mr. B.M. Kocken (voorzitter), mevrouw mr. M.L. Elsackers en mevrouw drs. N.C.M. Mulder-Fikke. De adviescommissie is bijgestaan door de heer J. Quartier (raadsadviseur/ plaatsvervangend griffier). Het ontwerp Omgevingsplan Strand heeft met ingang vanaf 25 juni 2021 tot en met 3 september 2021 gedurende 10 weken ter inzage gelegen (Gemeenteblad 2021, 200740). De raad heeft naar aanleiding van het ontwerp Omgevingsplan 13 zienswijzen ontvangen: 1. Bewonersplatform Leefbare Kust (niet gehoord) 2. Vereniging van Strandpachters te Zandvoort (wel gehoord) 3. Strandpaviljoens Fosfor, Azzurro, Paal 69 en Bodhi Beach (wel gehoord) 4. Vereniging van Eigenaars Bouwes Palace Zandvoort (niet gehoord) 5.
Rijkswaterstaat West-Nederland Noord (niet gehoord) 6. BRO namens InLeisure B.V. (wel gehoord) 7. Veiligheidsregio Kennemerland (GGD, BR en GGD GHOR) (niet gehoord) 8. Blenheim Advocaten B.V. namens Hippie Fish / Pinasol B.V. (wel gehoord) 9. Blenheim Advocaten B.V. namens Kayuca / Surf City B.V. (wel gehoord) 10. Blenheim Advocaten B.V. namens Ubuntu Beach C.V. (wel gehoord) 11. Circuit Park Zandvoort Beheer B.V. (niet gehoord) 12. Standplaats Vereniging Zandvoort (wel gehoord) 13. Wieringa Advocaten namens Mobiel Vastgoed B.V. en Cobraspen Groep B.V. (wel gehoord) Alle zienswijzen zijn tijdig naar voren gebracht. De indieners van zienswijzen (hierna: ‘reclamanten’) zijn door de adviescommissie in de gelegenheid gesteld vóór het besluit van de raad de zienswijze mondeling toe te lichten tijdens een hoorzitting. De hoorzitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2021. In bovenstaand overzicht van reclamanten is achter de betreffende naam vermeld of deze reclamant gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om te worden gehoord. Het verslag van de hoorzitting, inclusief bijlagen, maakt van dit advies onlosmakelijk onderdeel uit.
4
2.
OPMERKING VOORAF
De adviescommissie stelt vast dat het plan een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte betreft (artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet en artikelen 7c en 7w van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet), dat nog voor inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage zal worden gelegd. Het plan is dan ook geen omgevingsplan als bedoeld in de Omgevingswet. De adviescommissie adviseert dan ook om de naam van het plan te wijzigen in bestemmingplan. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie van de adviescommissie en een advies aan de gemeente. Tot slot omvat hoofdstuk 2 de Staat van wijzigingen waarin de belangrijkste (ambtshalve) wijzigingen kort zijn weergegeven.
5
3.
INGEKOMEN ZIENSWIJZE EN REACTIE ADVIESCOMMISSIE
Tegen het ontwerp Omgevingsplan Strand zijn 13 schriftelijke zienswijzen ingediend en tijdig ontvangen. Hieronder volgt de samenvatting van de zienswijzen en de reactie en het advies van de adviescommissie.
1.
Indiener Bewonersplatform Leefbare Kust
Onderwerp Centrale doelstelling, dakterrassen, toerisme, toetsingscriteria
Ontvangen op
Samenvatting zienswijze Centrale doelstelling Reclamant is van mening dat in het Omgevingsplan (en in de Omgevingsvisie) het accent te veel ligt op de economische groei van Zandvoort en op de ondernemers. Er wordt te weinig rekening gehouden met ‘de balans tussen toerisme en de woon- en leefbaarheid’, zoals verwoord in de centrale doelstelling van het plan. Deze balans kan worden gemeten door meetbare en handhaafbare parameters op te stellen en deze als doelstelling mee te nemen in de besluitvorming. Dakterrassen Reclamant heeft bezwaar tegen de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van dakterrassen bij de strandpaviljoens. Met de mogelijkheid van dakterrassen dreigt het woongenot van de bewoners te worden aangetast. Het bestuur moet onderbouwde, toetsbare en handhaafbare regels opstellen en de zekerheid hebben dat de capaciteit om te handhaven voldoende is, alvorens plannen zoals dakterrassen op te nemen in het plan. Het lijkt nu vooral te gaan om de economische groei van Zandvoort. De optie van dakterrassen komt vooral ten goede aan enkele ondernemers en niet per definitie tevens aan de gemeenschap van Zandvoort. Niet is onderzocht wat het effect is op de woonomgeving van een groter aantal vertrekkende bezoekers rond sluitingstijd, zoals besproken tijdens de fysieke bijeenkomsten. Bovendien is er een voorzienbaar gebrek aan handhavingscapaciteit.
Toerisme Het is onduidelijk hoeveel bezoekers per jaar Zandvoort nastreeft. Bij verhoging van de aantallen is het noodzakelijk te kijken naar de neveneffecten zoals bereikbaarheid, middelen van transport, toenemende parkeerproblemen van auto’s en rijwielen en effecten op de leefomgeving van deze groei. Een volledige onderbouwing van de (mogelijke) gevolgen ontbreekt, en ook is niet gekeken naar de samenhang en de effecten in het grotere geheel. Wat is bijvoorbeeld het effect van een sterke groei van toerisme op de zo zwaar bediscussieerde parkeerruimte in Zandvoort? Reclamant stelt samenvattend: ‘Niet meer is beter, maar beter is meer’. De gemeente ziet zichzelf als een ‘kameleon’ die zich continu aanpast aan de behoefte van de bezoekers. De gemeente moet meer willen zijn, en de gemeente moet goed beleid, met meetbare en handhaafbare doelstellingen, hebben voor de ontwikkeling van Zandvoort inclusief strand. Toetsingscriteria Reclamant voert aan dat de vragen moeten worden beantwoord: 1) waarom doen wij dit, 2) wat heeft de gemeenschap hieraan (kosten/baten), en 3) bij wijze van SWOT-analyse: wat is de gewenste/verwachte toename van het aantal bezoekers, moet de infrastructuur aangepast worden, milieueffecten en kosten van mitigerende maatregelen, parkeerruimte, woonruimte, winkelruimte, kosten van beheer en handhaving.
Reclamant verzoekt het plan te toetsen aan de volgende criteria: 1) is dit alleen maar meer of is dit beter en daardoor meer, 2) is dit voorstel onderbouwd, getoetst en handhaafbaar, en 3) is er samenhang met de Omgevingsvisie of hangen de diverse plannen als los zand aan elkaar? Reactie adviescommissie Centrale doelstelling De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of in een nieuw plan de 6
balans tussen toerisme en de woon- en leefbaarheid voldoende in evenwicht is, is primair een politiek, bestuurlijk en beleidsmatig vraagstuk. Bovendien is de zienswijze op dit punt te algemeen gesteld. De adviescommissie kan hierover dan ook niet adviseren. De adviescommissie kan wél adviseren over concrete planwijzigingen in het licht van een goede ruimtelijke ordening. Leidt een concrete, nieuwe of verruimde juridisch-planologische mogelijkheid al dan niet tot een onaanvaardbare (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat? Dakterrassen Ingevolge artikel 7.10 van de planregels kunnen burgemeester en wethouders bij omgevingsvergunning afwijken van artikel 7.2.1 om een onoverdekt dakterras bij een strandpaviljoen toe te staan, mits voldaan wordt aan voorwaarden waaronder de situering van het dakterras en geluidnormen. In het kader van een aanvraag om omgevingsvergunning zal een afweging plaatsvinden in het licht van een goede ruimtelijke ordening. Het gaat hier om een zogeheten binnenplanse afwijking, waarbij het vereiste van een goede ruimtelijke ordening geldt. Verwezen wordt naar artikel 2.12 lid 1 aanhef en onder a, onder 1° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Zie ook paragraaf 2.3.1. van de toelichting bij het plan, onder het kopje ‘Dakterras’.
De adviescommissie is van mening dat hiermee voldoende is geborgd dat een dakterras zal moeten worden getoetst aan de in het plan genoemde criteria die samenhangen met de vereisten van een goede ruimtelijke ordening. Tegen overtreding van de regels van het plan en de voorschriften van een voor een dakterras verleende omgevingsvergunning dient in beginsel handhavend te worden opgetreden. Toerisme Toerisme, sport & economie is een van de thema’s binnen de ambities en uitgangspunten. De gemeente wil de toeristische-economische aantrekkelijkheid van het strand van Zandvoort behouden en versterken (paragraaf 2.3.2 van de toelichting). Concreet voorziet het plan in een aantal ruimtelijke ontwikkelingen waaronder, voor zover mogelijk van belang in relatie tot bezoekersaantallen, de mogelijkheid om: strandbungalows bij strandpaviljoens op het noordelijke deel van het strand toe te staan, en dakterrassen op strandpaviljoens binnen de zone ‘Metropool’ toe te staan. Daarnaast worden twee locaties op het noordelijke deel van het strand (strandafgang Barnaart 33 en 40) aangewezen als jaarrondlocatie. Voor het toestaan van strandbungalows en dakterrassen is omgevingsvergunning nodig. De verlening is aan voorwaarden gebonden.
Voor strandbungalows geldt dat moet worden voldaan aan de regels in de beleidsregel 'Toetsingscriteria strandbungalows' (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR438807) of diens opvolger. Hierin zijn een aantal voorwaarden opgenomen, zoals dat deze alleen gebruikt mogen worden gedurende het strandseizoen, deze bungalows niet gebruikt mogen worden voor detailhandel, kamerverhuur, opslag of anderszins, dat de bungalows moeten voldoen aan een bepaalde maatvoering en dat deze aan maximaal zes personen ruimte mogen bieden. Voor een dakterras gelden eisen onder andere met betrekking tot geluid, en de dakterrassen mogen niet worden gebruikt voor evenementen, pop-up activiteiten, feesten en trouwerijen en soortgelijke activiteiten (artikel 7.10 van de planregels). Naar de mening van de adviescommissie ligt het niet voor de hand om te veronderstellen dat vanwege deze beperkte ruimtelijke ontwikkelingen sprake zal zijn van een noemenswaardige toename van het aantal toeristen c.q. bezoekers. De adviescommissie volgt reclamant dan ook niet in de stelling dat de neveneffecten, zoals bereikbaarheid en parkeren, in verband met deze ontwikkelingen hadden moeten worden onderbouwd. Daarbij gelden voor een omgevingsvergunning voor een strandbungalow en een dakterras voorwaarden die mede betrekking hebben op het waarborgen van de kwaliteit van de directe leefomgeving.
De adviescommissie kan niet reageren op de algemene stelling van reclamant dat de gemeente goed beleid en meetbare en handhaafbare doelstellingen moet hebben voor de ontwikkeling van Zandvoort inclusief het strand. Dit valt buiten de beoordeling van dit concrete plan in het licht van de vereiste goede ruimtelijke ordening. Toetsingscriteria 7
Ook voor dit onderdeel van de zienswijze geldt dat de adviescommissie niet kan adviseren over de beleidsmatige keuzen die aan het plan ten grondslag liggen. De adviescommissie stelt overigens wel vast dat in de toelichting uitgebreid is ingegaan op de ambities en doelstellingen (paragraaf 2.3) en de ruimtelijke ontwikkelingen (paragraaf 2.3.1). Naar de mening van de adviescommissie is hierbij, zoals hiervoor toegelicht, voldoende rekening gehouden met de kwaliteit en de belangen van de directe leefomgeving. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan.
2.
Indiener Vereniging van Strandpachters te Zandvoort Ronald Ketellapperstraat 2 2041 EN Zandvoort
Onderwerp Diverse aspecten
Ontvangen op
Samenvatting zienswijze 1. Reclamanten hopen dat het plan de ruimte laat om kwalitatief hoogwaardige impulsen toe te staan en zo de strandbeleving binnen de metropool te verbeteren (paragraaf 1.1 van de toelichting). 2. Reclamanten vragen zich af op welke wijze participatie plaatsvindt in het kader van de uitwerking (de flexibiliteit met open normen) in beleidsregels door raad of college (paragraaf 2.2). 3. Aan het inpandig en half verdiept plaatsen van bedrijfsafvalcontainers en opslagruimtes (paragraaf 2.3.1) kleven grote logistieke uitdagingen. Sommige verzekeraars stellen de eis dat afvalcontainers zich op enkele meters afstand van het paviljoen moeten bevinden. Als dit al gewenst is, dan kunnen wellicht extra meters bouwoppervlak worden toegestaan, omdat de paviljoens te maken hebben met beperkte ruimte op piekmomenten. Is het mogelijk dat perscontainers half verdiept kunnen worden opgesteld? 4. Volgens reclamanten staat het hoogheemraadschap ondergronds bouwen tegenwoordig volledig toe, mits seizoensgebonden. 5. Wellness zou niet beperkt moeten blijven tot het zuidelijke deel van het strand, maar over het gehele strand mogelijk moeten zijn. Denk aan ontwikkelingen in combinatie met een hotel aan de boulevard. 6. Een GPR score van 8 voor een seizoenspaviljoen (paragraaf 2.3.3) is ambitieus, reclamanten vragen zich af of deze score economisch haalbaar is.
Ondernemers moeten aanzienlijke kosten maken en het risico bestaat dat niet wordt vernieuwd, ook omdat alleen in de zomer wordt geëxploiteerd. 7. Reclamanten zijn van mening dat de huidige paviljoens een enorme verbetering van het woon- en leefklimaat (paragraaf 2.3.5) hebben gerealiseerd. Als strandondernemers faciliteren zij een behoefte die groter is dan alleen voor de direct aangrenzende bewoners. 8. Voor wat betreft de luchtkwaliteit (paragraaf 3.3) gaan reclamanten ervan uit dat het ontwikkelen van strandbungalows zal leiden tot een afname van verkeer in plaats van een toename. 9. In de bijlage bij de toelichting is in figuur 2.3 de legenda slecht leesbaar. In figuur 2.4 ontbreekt de legenda. De verticale indeling van het strand in de verschillende gebieden hoeft niet beleidsmatig vastgelegd te worden. De markt creëert deze indeling al, en laat ruimte om zelf de doelgroepen aan te trekken. 10. Reclamanten zien niets in de indeling in de drie zones (de Metropool, het Dorp en de Duinen), met de bijbehorende economische mogelijkheden (paragraaf 2.3.8 van de bijlage bij de toelichting). Zij vragen zich af waarom niet is gekozen voor wellness in de Metropoolzone of dakterrassen op het naaktstrand. De benaming en de indeling in de drie kustzones is verwarrend.
Gesproken wordt over Metropoolzone, Noord boulevard, Midden boulevard, zone dorp, naaktstrand, zone duinen en zone ‘Oase’ en het is niet altijd duidelijk welke segmentering van toepassing is. 11. Over artikel 2.5 van de planregels merken reclamanten op, onder verwijzing naar onderstaand figuur, dat een hoek van 55% een zeer vlak dak is. Een grotere hoek zou meebrengen dat een gebouw maximaal 3 meter hoog zou kunnen worden. Om een verscheidenheid in de bouw toe staan zien reclamanten liever dat deze hoek naar maximaal 100% (45 graden) gaat. Daarnaast is er met deze 8
hellingshoek geen rekening gehouden met de optimale hoek voor zonnepanelen die op een schuin dak tussen de 30 en 35 graden ligt.
12. Reclamanten vragen zich af of speeltoestellen onder artikel 6.2 van de planregels vallen. 13. Met betrekking tot artikel 7.2.1 aanhef en onder e van de planregels zien reclamanten graag een verruiming van 100 m2 op de beperking van 700 m2, dit gelet op de uitdaging van de energietransitie (fysieke ruimte voor installaties), opslag en afval inpandig en de alzijdigheid van het paviljoen. 14. Voor wat betreft artikel 7.2.1 aanhef en onder i van de planregels zien reclamanten graag goothoogte en maximale bouwhoogte gelijkgesteld aan het hoofdgebouw, dus 3 meter goothoogte en 5,5 meter maximale hoogte. 15. Inzake artikel 7.2.2 aanhef en onder c van de planregels begrijpen reclamanten niet dat terrassen niet verlaagd mogen worden gerealiseerd. Sinds jaar en dag zijn niveauverschillen aanwezig om de paviljoens (bijvoorbeeld de ‘bakken voor de ligbedden’), en het draagt bij aan de beleving als gasten door de niveauverschillen in de terrassen over de andere gasten heen kunnen kijken. Reclamanten stellen de mogelijkheid van een maximale verspringing van 1 meter onder maaiveld voor. 16. Over artikel 7.8 aanhef en onder a en b van de planregels vragen reclamanten zich af of dit niet zou moeten worden geregeld in het huurcontract in plaats van in dit plan. 17. Reclamanten zien de termijn genoemd in artikel 7.8 aanhef en onder d van de planregels graag verruimd naar 3 weken.
In de praktijk is al meermaals gebleken dat deze termijn beter aansluit bij grootschalige verbouwingen die veelal in de winter plaatsvinden. Tussen de jaarrondpaviljoens vindt onderlinge afstemming plaats zodat gelijktijdige sluiting van de jaarrondpaviljoens niet voorkomt. 18. Op de verbeelding zijn de strandafgangen Zuiderduin en Fosfor niet ingetekend. De strandpaviljoens Bodhi en Azzurro staan evenmin aangegeven op de verbeelding. Reactie adviescommissie 1. De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. Reclamanten hopen dat het plan ruimte laat om kwalitatief hoogwaardige impulsen toe te staan en zo de strandbeleving binnen de metropool te verbeteren. Dit betreft een algemene opmerking over het plan, waarbij reclamanten niet concretiseren wat zij verstaan onder hoogwaardige kwaliteitsimpulsen. De adviescommissie kan hierop dan ook niet concreet reageren, maar stelt wel vast dat, in navolging van provinciaal beleid, ingezet wordt op verhoging van de kwaliteit van het aanbod aan de Zandvoorste kust (zie paragraaf 2.3.2 van de toelichting).
De adviescommissie kan uiteraard wél adviseren over concrete planwijzigingen in het licht van een goede ruimtelijke ordening. 2. Het plan kan open normen bevatten die door de raad of het college vervolgens kunnen worden uitgewerkt in beleidsregels (paragraaf 2.2 van de toelichting). Bij het opstellen van beleidsregels voor het invullen van open normen is de Inspraak- en participatieverordening van de gemeente Zandvoort 2013 van toepassing. Beleidsregels zullen voorafgaande aan de besluitvorming over de vaststelling bovendien eerst als ontwerp ter inzage worden gelegd, waarna hierop mondelinge of schriftelijke 9
zienswijzen kunnen worden ingediend. Verder kunnen aanvullend participatieavonden worden georganiseerd, en zal worden gesproken met stakeholders, zo begrijpt de adviescommissie. 3. In artikel 7.2.1 aanhef en onder e van de planregels is bepaald dat de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen (inclusief luifels) maximaal 700 m² bedraagt. Op grond van artikel 7.2.1 aanhef en onder k van de planregels is het plaatsen van zeecontainers of soortgelijke containers ten behoeve van bijvoorbeeld opslag en bedrijfsafval niet toegestaan. Het verplicht inpandig realiseren van bedrijfsafval- en opslagruimtes is ingegeven vanuit de wens om de kwaliteit en de ruimtelijke uitstraling op het strand en bezien vanaf de boulevard te verbeteren (zie paragraaf 2.3.1 van de toelichting). De adviescommissie heeft begrepen dat sommige paviljoens deze bebouwingsmogelijkheid maximaal hebben benut, en dat bij andere paviljoens nog ruimte is. Wat hier ook van zij, de adviescommissie kan begrijpen dat vanuit de gedachte van kwaliteit en ruimtelijke uitstraling gekozen is voor deze verplichting. Overigens is het dus zo dat het is toegestaan om bedrijfsafvalcontainers en opslagruimtes half-verdiept te plaatsen (paragraaf 2.3.1 van de toelichting).
Door de ambtelijk vertegenwoordiger van de gemeente is toegelicht dat onder bedrijfsafvalcontainers ook perscontainers worden verstaan. De stelling dat verzekeraars geen dekking zouden bieden voor inpandig plaatsen van bedrijfsafvalcontainers, is door reclamanten niet nader onderbouwd. Dit punt geeft de adviescommissie dan ook geen aanleiding om hier anders tegenaan te kijken. 4. Zoals hiervoor toegelicht, mogen bedrijfsafvalcontainers en opslagruimtes half-verdiept worden geplaatst. Het is, zo begrijpt de adviescommissie, bij de gemeente niet bekend dat het hoogheemraadschap zou hebben ingestemd met de mogelijkheid van ondergronds bouwen. Deze mogelijkheid is dan ook niet in het plan opgenomen. De adviescommissie ziet geen aanleiding om hierover anders te adviseren. 5. Ook voor wat betreft de opmerkingen van reclamanten over mogelijkheden voor wellness geldt dat de raad beleidsvrijheid heeft. In het plan wordt ervoor gekozen om wellness strandpaviljoens mogelijk te maken op het zuidelijke deel van het strand (ter hoogte van de Boulevard Paulus Loot). Hier wordt de Omgevingsvisie Zandvoort (vastgesteld op 23 november 2021) gevolgd, waarin de Zuid-boulevard en zuidrand wordt aangeduid als kwaliteitsgebied met wellness, zorg en gezondheid (paragraaf 3.1). De omgevingsvisie is in beginsel bindend voor het gemeentebestuur. 6.
De gemeente heeft geconstateerd dat de GPR-score (artikel 7.4.1 van de planregels) afwijkt van de landelijke regeling. De adviescommissie adviseert dan ook de GPR-score te onderbouwen en zo nodig aan te passen. 7. Aangezien de reactie van reclamanten geen betrekking heeft op de inhoud van het plan, neemt de adviescommissie neemt deze voor kennisgeving aan. 8. In paragraaf 3.3 van de toelichting leest de adviescommissie dat de mogelijkheid voor ontwikkelen van strandbungalows, uitbreiding van het aantal jaarrondlocaties en dakterrassen mogelijk zorgen voor een toename in verkeer. De adviescommissie acht de stelling van reclamanten dat sprake zal zijn van aan afname, dan ook niet aannemelijk. Reclamanten lichten ook niet toe waarom hiervan sprake zal zijn. Hoe dan ook zal in het kader van een aanvraag om omgevingsvergunning worden beoordeeld wat de gevolgen van de desbetreffende ontwikkeling zijn voor de luchtkwaliteit. 9. De adviescommissie stelt inderdaad vast dat in figuur 2.3 in de bijlage bij de toelichting de legenda slecht leesbaar is, en dat in figuur 2.4 de legenda ontbreekt. De adviescommissie adviseert om deze figuren aan te passen. De adviescommissie begrijpt dat in de Strandzonering 2025 drie typen stranden zijn opgenomen, te weten recreatiestrand, seizoenstrand en natuurstrand. Voor elk strand geldt ander beleid.
Er is dus wel degelijk aanleiding om het strand in deze drie delen op te knippen. 10. Op het punt van de zone-indeling geldt eveneens dat de raad beleidsvrijheid heeft. De keuze voor deze zone-indeling met bijbehorende karakteristieken en functies is overigens op hoofdlijnen al gemaakt in de beleidsregel ‘Zandvoort, waar de Metropool de kust kust’. 11. Voor strandpaviljoens geldt op grond van artikel 7.2.1 aanhef en onder h van de planregels dat de goothoogte en bouwhoogte van hoofdgebouwen gemeten vanaf de begane grondvloer van het hoofdgebouw niet meer bedragen dan 3 meter respectievelijk 5,5 meter. In artikel 2.5 is bepaald dat indien de dakhelling steiler is dan 55% - (of 60% na afwijking) - de bovenrand van het dak als goot wordt aangemerkt. Inderdaad zal, zoals reclamanten stellen, bij een steilere dakhelling dan 55% (of 60% indien van toepassing) de bovenrand van het dak, en dus het gebouw, niet hoger mogen zijn dan 3 meter (in plaats van 5,5 meter). De adviescommissie heeft vanuit de organisatie begrepen dat deze keuze is gemaakt om te voorkomen dat op de strandpaviljoens een complete tweede bouwlaag 10
onder kap kan worden gebouwd, en daarmee teveel volume op het strand kan worden toegevoegd. Dit wordt onwenselijk geacht. De adviescommissie kan dit volgen. Ingevolge artikel 7.2.1 aanhef en onder d mag een strandpaviljoen uit ten hoogste één bouwlaag bestaan. Voor zover de optimale hoek voor zonnepanelen op een schuin dak tussen de 30 en 35 graden ligt, valt op voorhand niet in te zien dat deze zonnepanelen niet op minimaal 30 graden zouden kunnen worden gelegd. Daarbij neemt de adviescommissie in aanmerking dat 55% neerkomt op (naar boven) afgerond 29 graden, en 60% op 31 graden. Bij dit laatste tekent de adviescommissie aan dat het haar niet geheel duidelijk is op welke grondslag en onder welke voorwaarden de dakhelling op 60% mag worden uitgevoerd. Mogelijk moet grondslag en toetsingskader worden gevonden in artikel 23.1 onder a, onder 3 van de planregels. 12. Artikel 6.2 van de planregels heeft betrekking op de bestemming ‘Recreatie - Strand’ (artikel 6). Uit paragraaf 2.3.2 van de toelichting blijkt dat sporttoestellen en kunstwerken een plek hebben gekregen in dit plan. Sporttoestellen worden met zoveel woorden genoemd als onderdeel van de bestemming ‘Verkeer’ (artikel 11). Sporttoestellen én kunstwerken worden genoemd als onderdeel van de bestemming ‘Natuur - Zeereep’ (artikel 5).
Gelet op het feit dat de gronden met bestemming ‘Recreatie - Strand’ mede zijn bestemd voor extensieve dagrecreatie en bijbehorende voorzieningen, mag worden aangenomen dat speeltoestellen met inachtneming van de geldende bouwregels (onder andere bouwhoogte maximaal 5 meter) zijn toegestaan. 13. Voor wat betreft de door reclamanten gewenste verruiming met 100 m2 van de maximale gezamenlijke oppervlakte van hoofdgebouw, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen (incl. luifels) merkt de adviescommissie het volgende op. Op grond van artikel 7.2.1 aanhef en onder e van de planregels bedraagt de maximale oppervlakte 700 m2. De adviescommissie heeft begrepen dat niet alle strandpaviljoens op dit maximum zitten. De adviescommissie ziet niet in waarom de raad niet tot deze maximale oppervlakte kan besluiten. Overigens kan via een binnenplanse afwijking met maximaal 10% worden afgeweken van deze maximale oppervlakte, indien hier architectonische of medische redenen aan ten grondslag liggen (artikel 23.1 aanhef en onder a, onder 3 van de planregels. 14. Ook voor wat betreft de wens van reclamanten voor een maximale goothoogte en bouwhoogte voor bijgebouwen gelijk aan die van hoofdgebouwen (artikel 7.2.1 aanhef en onder i van de planregels), is de adviescommissie van mening dat de raad op dit onderdeel geen planologische verruiming hoeft toe te staan. 15.
Met betrekking tot het voorstel van reclamanten voor een maximale verspringing van 1 meter onder maaiveld (artikel 7.2.2 aanhef en onder c van de planregels) geldt hetzelfde: de gemeenteraad heeft beleidsvrijheid. Daarbij kan de adviescommissie begrijpen dat waarde wordt gehecht aan het belang van zaken als dat hoofdgebouwen, bijgebouwen en terrassen één ruimtelijk totaalbeeld moeten vormen (vergelijk Welstandsnota Gemeente Zandvoort 2017, p. 93). 16. In artikel 7.8 aanhef en onder a en b van de planregels is bepaald dat een seizoensgebonden strandpaviljoen met alle bijbehorende voorzieningen volledig moet zijn opgebouwd vóór 22 maart en dat het – indien opgebouwd – vanaf 22 maart geopend en toegankelijk voor gasten/bezoekers moet zijn. Naar de mening van de adviescommissie is het niet ongebruikelijk dat dit zo in een plan wordt geregeld. Bovendien kan op deze manier zo nodig publiekrechtelijk (strijdig gebruik) handhavend worden opgetreden tegen exploitanten die hun strandpaviljoen niet of niet op tijd opbouwen. Verder kan met het oog op bijzondere omstandigheden omgevingsvergunning worden verleend voor een datum later in het seizoen (artikel 7.9 aanhef en onder a van de planregels). Dat deze ‘deadline’ voor opbouw en openstelling is vastgelegd in het plan, doet er overigens niet aan af dat deze ook in de overeenkomsten kan worden opgenomen. 17.
In artikel 7.8 aanhef en onder d van de planregels is bepaald dat een jaarrond strandpaviljoen gedurende de periode van 1 november tot 1 februari maximaal 14 dagen gesloten mag zijn. De raad hoeft in de argumenten van reclamanten, namelijk dat een periode van 3 weken beter aansluit bij grootschalige verbouwingen die veelal in de winter plaatsvinden en dat tussen de paviljoens onderlinge afstemming plaatsvindt ter voorkoming van gelijktijdige sluiting, geen aanleiding te zien om deze termijn niet op 14 dagen te houden. 18. Uit de verbeelding blijkt dat alle strandpaviljoens binnen bouwvlak zijn gesitueerd. Verder valt de strandafgang Zuiderduin en de afgang bij Fosfor als onderdeel van de zeewering binnen de bestemming ‘Natuur - Zeereep’. Dit is bij de overige strandafgangen op dezelfde wijze geregeld. Als sprake is van het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het 11
aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen is wel een omgevingsvergunning noodzakelijk (artikel 5.4.1 aanhef en onder b van de planregels). Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan. De adviescommissie adviseert: in figuur 2.3 in de bijlage bij de toelichting de legenda beter leesbaar te maken, en in figuur 2.4 de legenda toe te voegen; om artikel 7.4.1 van de planregels inzake de GPR-score nader te motiveren en – indien de deze motivering daarvoor aanleiding geeft – de desbetreffende planregel aan te passen.
3.
Indiener Strandpaviljoens Fosfor, Azzurro, Paal 69 en Bodhi Beach
Onderwerp Strandafgang, plankier, vuurkorven, dakterrassen
Ontvangen op
Samenvatting zienswijze Reclamanten, eigenaren van 4 (binnenkort 5) strandpaviljoens op het naaktstrand van Zandvoort, willen het naaktstrand weer aantrekkelijk en divers maken en hiermee Zandvoort jaarrond aantrekkelijk maken. Het naakt-/Zuidstrand biedt naast hoogwaardige en kwalitatieve horeca diversiteit, een natuurbeleving, cultuur en kunst, sportieve en gezonde ervaring, en verbinding/saamhorigheid. Een belangrijk knelpunt is de huidige gebrekkige verbinding van het Zuidstrand met de infrastructuur van Zandvoort, waardoor de toegankelijkheid voor een breder en divers publiek wordt belemmerd. Het verbeteren en toegankelijk maken van deze verbinding vormt een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde exploitatie. Vreemd genoeg gelden de nieuwe economische mogelijkheden van het plan niet voor het Zuid-/naaktstrand. De verschillende economische mogelijkheden in de zones komen oneerlijk over en een redelijke motivatie voor dit ongelijke speelveld ontbreekt. De paviljoens op het naaktstrand betalen weliswaar een lagere pacht, maar de beperkingen hebben een grotere impact op de bedrijfsvoering. Reclamanten hebben de volgende verzoeken/zienswijzen met het oog op een financieel haalbare exploitatie: Verplaatsen strandafgang 1.
Het verzoek om medewerking te verlenen aan het verplaatsen van de strandafgang ten zuiden van Havanna (strandafgang Zuiderduin) naar de hoogte van Adam en Eva/Bodhi Beach zodat dit een entree voor voetgangers en fietsers wordt voor het naakt-/Zuidstrand. De strandafgang Zuiderduin voegt op de huidige locatie niets of nauwelijks iets toe omdat de paviljoens nog steeds niet per fiets bereikbaar zijn, terwijl een strandafgang bij de paviljoens van reclamanten als levensader zal werken. Voordelen van verplaatsing van de strandafgang zijn verder dat lokale gasten vaker en vaker met de fiets zullen komen (minder autoverkeer en bezette parkeerplaatsen, minder CO2-uitstoot, minder ophoping van fietsen bovenaan de strandopgang van strandpaviljoen Havana op dit toch al drukke punt van de Boulevard). Plankier 2. Door de geïsoleerde ligging is het Zuid-/naaktstrand niet toegankelijk voor mindervaliden. Een plankier vanaf de boulevard (Havanna) tot aan het Zuid-/naaktstrand zou hier een goede oplossing voor bieden, maar kan wellicht ook moeilijk te bewerkstelligen zijn. Reclamanten denken hier graag in mee. Wanneer dit niet haalbaar blijkt, vragen reclamanten om de mogelijkheid in het plan om de minder valide gasten over het strand te vervoeren, dan wel de mogelijkheid in het plan door middel van een plankier/wandelpromenade alle paviljoens met elkaar te verbinden. Vuurkorven 3.
Het plan omvat een verbod op het stoken van vuurkorven, onder andere ter voorkoming van hinder voor de bewoners. Als gevolg van de geïsoleerde ligging van het Zuid-/naaktstrand zijn er echter geen bewoners die van vuurkorven hinder kunnen ervaren. Reclamanten zien graag de mogelijkheid van vuurkorven voor het Zuid-/naaktstrand behouden en daarmee ook deels een eigen karakter voor deze zone. De vuurkorven dienen overigens door de gebrekkige elektriciteitsvoorzieningen en de afwezigheid van gastoevoer ook als warmtebron, en soms wordt traditioneel op open vuur gekookt, hetgeen aansluit bij de cultuur en authenticiteit die reclamanten op het strand proberen te behouden. 12
Dakterrassen 4. Reclamanten missen een onderbouwing waarom dakterrassen alleen bij strandpaviljoens binnen de zone ‘Metropool’ zijn toegestaan, en op het naaktstrand dus geen dakterrassen zijn toegestaan. Het woongenot van de bewoners in de omgeving van het strand is gelet op de ligging van de paviljoens van reclamanten niet van toepassing, en er is al een uitzondering gemaakt voor het meest noordelijk gelegen strandpaviljoen op de grens met Bloemendaal, terwijl dit niet onder ‘Metropool’ valt. Het verzoek van reclamanten is om dakterrassen ook toe te staan op het naaktstrand. Verbeelding Reclamanten merken tot slot op dat in de plankaart de strandafgangen Zuiderduin en Fosfor niet zijn ingetekend, en dat ook de strandpaviljoens Bodhi en Azzurro niet zijn ingetekend. Reactie adviescommissie Verplaatsen strandafgang 1. De locatie van een strandafgang hoeft niet in het bestemmingsplan te worden geregeld. Strandafgangen zijn als onderdeel van de zeewering binnen de bestemming ‘Natuur - Zeereep’ toegestaan. Als sprake is van het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen is wel een omgevingsvergunning noodzakelijk (artikel 5.4.1 aanhef en onder b van de planregels). Plankier 2.
De adviescommissie juicht de bereidheid van reclamanten toe om een bijdrage te leveren aan de uitwerking voor de aanleg van een plankier. De uitwerking hiervan is in artikel 14.2 van de planregels opgenomen. Echter constateert de adviescommissie dat de ‘voorwaarde’ voor het indienen van een integraal en concreet uitgewerkt plan’ ontbreekt. De adviescommissie adviseert dit alsnog aan de planregels toe te voegen. Het al dan niet nodig hebben van een omgevingsvergunning dan wel eventuele voorwaarden die hieraan gekoppeld kunnen worden, ligt momenteel niet voor. Hetgeen hiervoor door reclamanten wordt opgemerkt worden dan ook door de adviescommissie voor kennisgeving aangenomen. Vuurkorven 3. De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een omgevingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de gemeenteraad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin een verbod om vuur te stoken absoluut moet worden verboden, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt.
De gemeenteraad heeft in voorliggend omgevingsplan de belangen voor de gezondheid zwaarder laten wegen en aangeven dat sfeer ook op andere manieren gecreëerd kan worden. De commissie is van mening dat de raad deze afweging in redelijkheid heeft kunnen maken. Wel ligt het voor de hand dat de gemeenteraad de ingediende zienswijzen betrekt bij de belangenafweging in het kader van het vaststellen van het definitieve omgevingsplan. Voor de goede orde merkt de adviescommissie op dat de raad de bevoegdheid toekomt om regels te stellen ten aanzien van vuurkorven met het oog op de bescherming van de leefomgeving. De raad heeft dit ook al gedaan in de APV. De raad heeft hiervoor geen grondslag nodig op grond van provinciale regels in de provinciale Milieuverordening Noord-Holland. Wel merkt de adviescommissie op dat er een discrepantie zit tussen de planregels en de regels uit de Algemene Plaatselijk Verordening (hierna: APV). De adviescommissie adviseert hieromtrent het volgende: a. Indien gemeenteraad van mening is dat het omgevingsplan een aanscherping betekent ten opzichte van de APV dan dient de APV voor dit gedeelte van Zandvoort te worden ingetrokken. Weliswaar kan in het omgevingsplan worden bepaald welke regel voorrang heeft, maar vanuit het oogpunt van inzichtelijkheid is het wenselijk om de APV voor dit deel in te trekken.
Dit betekent dat bij de vaststelling van het plan een expliciet besluit daartoe. b. Indien de gemeenteraad van mening is de regels hierover uit de APV voort te zetten in het omgevingsplan dan dienen deze met elkaar in overeenstemming te worden gebracht. De adviescommissie adviseert de uitkomst tussen a of b als zodanig in de toelichting van het plan op te nemen. 13
Dakterrassen 4. De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De keuze voor deze zoneindeling met bijbehorende karakteristieken en functies is overigens op hoofdlijnen al gemaakt in de beleidsregel Zandvoort, waar de Metropool de kust kust. Verbeelding Uit de verbeelding blijkt dat alle strandpaviljoens binnen bouwvlak zijn gesitueerd. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan. De adviescommissie adviseert de uitkomst van de belangenafweging voor het al dan niet toestaan van een vuurkorf op te nemen in de toelichting van het plan. Indien de gemeenteraad kiest voor hetgeen is opgenomen onder b dienen de planregels in overeenstemming te worden gebracht met de regels uit de APV.
4.
Indiener Vereniging van Eigenaars Bouwes Palace Zandvoort Burg. van Fenemaplein 2-99 2042 TA Zandvoort
Onderwerp Nachtverlichting, centrale doelstelling, uitgangspunten, dakterrassen, waterafvoerstelsel
Ontvangen op
Samenvatting zienswijze Nachtverlichting Reclamant juicht toe dat in het plan de bevoegdheid voor het college wordt opgenomen om nadere eisen te stellen tegen onaanvaardbare lichthinder en onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat (artikel 14.7 van de planregels). De vraag is dan wel wat onaanvaardbaar en onevenredig is. Reclamant heeft gemerkt dat de laatste jaren steeds meer `s nachts verlichting wordt aangelaten en ervaart dat als overlast. Bijvoorbeeld bij paviljoen 15 staan inmiddels 4 lichtmasten met elk meerdere spotlights die `s avonds en in de nachtelijke uren, ook in de wintermaanden, aanblijven. Reclamant is van mening dat nachtverlichting niet moet worden toegestaan. Voor inbraakpreventie kunnen bewegingscamera's en/of bewegingslichten worden gebruikt, die geen hinder voor de aanwonenden opleveren. Centrale doelstelling Reclamant meent dat de centrale doelstelling scherper kan worden geformuleerd voor wat betreft de gewenste kwaliteit van het strand. De formulering ‘een goede balans tussen toerisme en de woon- en leefbaarheid van Zandvoort’ vraagt om een nadere duiding van wat die balans nu precies inhoudt. Zeker nu in het concept vooral is lezen dat het toerisme moet worden uitgebreid. Vraag is of ‘vereenvoudiging van de regels’ in zijn algemeenheid een doel is.
Uitgangspunten Reclamant vraagt zich af wat precies ‘de volksaard van de badplaats’ is, op basis waarvan het merk ‘Zandvoort, beachforamsterdam’ is ontwikkeld. Reclamant spreekt de hoop uit dat de gemeente meer wil zijn dan een kameleon en de regie wil houden in de ontwikkeling van Zandvoort, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de inwoners. Verder plaatst reclamant kanttekeningen bij de keuze om toerisme in het algemeen uit te breiden, omdat dit een negatief kan hebben op de ontwikkelingen in het centrum van het dorp. Reclamant is van mening dat stedelijk aanbod moet worden tegengehouden. Dakterrassen Reclamant is tegen het toestaan van dakterrassen op de tegenover gesitueerde paviljoens vanwege de verwachte geluidshinder als gevolg van pratende mensen en toegestane achtergrondmuziek. De eisen aan een eventueel dakterras zullen die hinder niet voorkomen. Handhaving is moeilijk en het ontbreekt 14
aan menskracht. Geluiden vanaf het strand zorgen voor veel overlast. Extra geluid van twee meter hoger gelegen dakterrassen zal, afhankelijk van windrichting en -kracht op alle verdiepingen een vermeerderde geluidsoverlast geven. Een akoestisch scherm is geen oplossing. De extra geluidhinder zal in verband met de overwegend zuidwestelijke wind niet alleen van de paviljoens 16 en 17 maar ook en vooral van de meer zuidelijk gelegen paviljoens 14 en 15 afkomstig zijn. Waterafvoerstelsel Reclamant verzoekt bij de planregels in hoofdstuk 2 regels op te nemen voor het waterafvoerstelsel. Er wordt in dit ontwerpplan bij deze regels geen aandacht gegeven aan de eventuele gevolgen voor het rioleringsstelsel. Rondom het gebouw van reclamant is regelmatig sprake van rioolstank. Voor zover bekend zijn de ligging en hoogte van de afvoeren van de paviljoens door het toegenomen afvalwater gedurende de laatste jaren hiervan de oorzaak. Eisen aan de ligging (hoogte) en aansluiting op het (huidige) rioolsysteem van de paviljoens vindt reclamant daarom gewenst.
Reactie adviescommissie Nachtverlichting In artikel 14.7 van de planregels is bepaald dat, ter voorkoming van lichthinder, kunstlicht in, bij of op strandpaviljoens en de bijbehorende terrassen niet mag leiden tot onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat, en dat het college maatwerkvoorschriften kan stellen ter uitwerking hiervan. Of sprake is van onevenredige aantasting, zal van geval tot geval moeten worden nagegaan. Een en ander is namelijk afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Indien nodig kunnen dus nadere eisen in de vorm van maatwerkvoorschriften worden gesteld. Centrale doelstelling De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of in een nieuw plan de balans tussen toerisme en de woon- en leefbaarheid voldoende in evenwicht is, is primair een politiek, bestuurlijk en beleidsmatig vraagstuk. Bovendien is de zienswijze op dit punt te algemeen gesteld. De adviescommissie kan hierover dan ook niet adviseren. De adviescommissie kan wél adviseren over concrete planwijzigingen in het licht van een goede ruimtelijke ordening.
Leidt een concrete, nieuwe of verruimde juridisch-planologische mogelijkheid al dan niet tot een onaanvaardbare (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat? De adviescommissie heeft verder geen mening over de vraag of vereenvoudiging van de regels al dan niet een doelstelling zou moeten zijn, nu dit geen ruimtelijk aspect betreft. Uitgangspunten Ook hier geldt dat de gemeenteraad beleidsvrijheid heeft. De adviescommissie kan niet adviseren over de politiek-bestuurlijke vraag wat de doelgroep van het Zandvoortse strand zou moeten zijn, de keuze om meer in te zetten op toerisme en het uitgangspunt dat het aanbod een stedelijk karakter dient te hebben. Dakterrassen Ingevolge artikel 7.10 van de planregels kunnen burgemeester en wethouders bij omgevingsvergunning afwijken van artikel 7.2.1 om een onoverdekt dakterras bij een strandpaviljoen toe te staan, mits voldaan wordt aan voorwaarden waaronder de situering van het dakterras en geluidnormen. Voor wat betreft geluid geldt dat uit een akoestisch onderzoek moet blijken dat het geluidsniveau veroorzaakt door het dakterras op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen voldoet aan nader genoemde waarden. In het kader van een aanvraag om omgevingsvergunning zal een afweging plaatsvinden in het licht van een goede ruimtelijke ordening.
Het gaat hier om een zogeheten binnenplanse afwijking, waarbij het vereiste van een goede ruimtelijke ordening geldt. Verwezen wordt naar artikel 2.12 lid 1 aanhef en onder a, onder 1° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Zie ook paragraaf 2.3.1. van de toelichting bij het plan, onder het kopje ‘Dakterras’. De adviescommissie is van mening dat hiermee voldoende is geborgd dat een dakterras zal moeten worden getoetst aan de in het plan genoemde criteria die samenhangen met de vereisten van een goede 15
ruimtelijke ordening. Tegen overtreding van de regels van het plan en de voorschriften van een voor een dakterras verleende omgevingsvergunning dient in beginsel handhavend te worden opgetreden. Waterafvoerstelsel Kaders en eisen met betrekking tot een waterafvoerstelsel worden niet opgenomen in een bestemmingsplan, maar volgen uit een gemeentelijk rioleringsplan en regelgeving zoals, indien van toepassing, het Besluit lozen buiten inrichtingen, het Bouwbesluit 2012. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan.
5.
Indiener Rijkswaterstaat WestNederland Noord Postbus 2232 3500 GE Utrecht
Onderwerp Diverse aspecten
Ontvangen op
Samenvatting zienswijze Verantwoordelijkheden Rijkswaterstaat Reclamant mist in de toelichting de weergave van de verantwoordelijkheden van Rijkswaterstaat in de kuststrook en het in dat kader betrekken van Rijkswaterstaat bij activiteiten op het strand. Reclamant ziet graag onderstaande tekst verwerkt in de omgevingsplan: Reclamant is beheerder van waterstaatswerk Noordzee tot in de duinvoet en verantwoordelijk voor het voorkomen van landinwaartse verplaatsing van de kustlijn. Dubbelbestemming waterstaatswerk Noordzee Het verzoek is om zee en strand tot in de duinvoet binnen het plangebied, de dubbelbestemming ‘Waterstaatswerk Noordzee’ geven. Daarmee worden de belangen van het waterstaatswerk Noordzee goed geborgd. Ingraven containers Rijkswaterstaat verzoekt het ingraven van containers alleen buiten het stormseizoen toe te staan. Activiteiten watervergunning Reclamant merkt op dat voor het bouwen van een nieuwe reddingspost op het strand een watervergunning van Rijkswaterstaat nodig is. Rijkswaterstaat merkt op dat voor uitbreiding van het aantal jaarrondlocaties voor de wijziging van seizoenpaviljoen naar jaarrondpaviljoen legalisatie nodig is door Rijkswaterstaat nodig via een watervergunning. Aan jaarrondpaviljoens worden (namelijk) extra eisen gesteld.
Geen extra permanente bebouwing door bodemenergiesystemen Het aanleggen en hebben van bodemenergiesystemen in het strand mag er niet toe leiden dat het tijdelijke karakter van strandbebouwing overgaat in permanente bebouwing. Redactionele opmerkingen Bij artikel 19 ‘Waterstaat – Waterkering’ ziet reclamant graag ook de verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat benoemd, en de noodzaak van de watervergunning van Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat wil graag onderstaande zin, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.4, uit de toelichting verwijderen: ‘’Dit doen zij door bijvoorbeeld jaarlijks de kust te versterken door het aanbrengen van zand (zandsuppleties). ‘’ Ook verzoekt reclamant onderstaande tekst toe te voegen aan paragraaf 2.3.4 Kustveiligheid: ‘Dit doen zij door het zandvolume in de kuststrook te monitoren’. Per 4 jaar wordt er een suppletieprogramma gemaakt waarin suppleties zijn opgenomen op plaatsen waar een landwaartse trend ten aanzien van de basiskustlijn is. Jaarlijks wordt dit programma geactualiseerd. 16
Reactie adviescommissie Verantwoordelijkheden Rijkswaterstaat De commissie onderschrijft uiteraard de wettelijke taak van reclamant als beheerder van het waterstaatswerk Noordzee en de daarmee verbonden verantwoordelijkheid voor de bescherming en het doelmatig en veilig functioneren van het waterstaatswerk Noordzee tot in de duinvoet. De adviescommissie merkt op dat in de toelichting deze beschrijving mist. De adviescommissie adviseert om hier nader op in te gaan in de toelichting van het bestemmingsplan. Dubbelbestemming ter bescherming waterstaatswerk Noordzee De commissie constateert dat Rijkswaterstaat er terecht op wijst dat de ook andere gronden dan waar artikel 19 op ziet betrekking hebben op het waterstaatswerk. De commissie adviseert om ter bescherming van de belangen die betrokken zijn bij het waterstaatswerk te bezien in aanvulling op artikel 19 ook andere gronden die betrekking hebben op de zee, strand tot in de duinvoet mede te bestemmen voor de bescherming en het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen waterkering. Ingraven containers In de planregeling is vastgelegd dat ingraven van containers ook in het stormseizoen is toegestaan, als jaarrondexploitatie is toegestaan. De adviescommissie adviseert met reclamant in overleg te treden over de vraag of op dit punt aanpassing nodig is vanuit het belang van de bescherming van het waterstaatswerk.
Activiteiten watervergunning De adviescommissie neemt de opmerkingen van reclamant dat er naast de regels in dit bestemmingsplan ook al diverse vergunningplichten zijn ingesteld door het Rijk voor kennis aan. Deze verplichtingen gelden immers ongeacht dit bestemmingsplan. De adviescommissie geeft in overweging om aan vergunningplichtige activiteiten die een vergunning behoeven van reclamant aandacht te besteden in de toelichting. Geen extra permanente bebouwing door bodemenergiesystemen Het plan legt geen koppeling tussen het permanent toestaan van bodemenergiesystemen en permanent toestaan van strandbebouwing. Het ontwerp regelt expliciet waar (permanente en tijdelijke) strandbebouwing is toegestaan. De adviescommissie adviseert op dit punt het ontwerp niet aan te passen. Redactionele opmerkingen De adviescommissie begrijpt het voorstel van reclamant om in artikel 19 ter verduidelijking te wijzen op de verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. Aangezien deze verduidelijking geen betrekking heeft op een planregel zou een dergelijke verduidelijking meer passend zijn in de toelichting bij de regel. De adviescommissie merkt op dat een dergelijke toevoeging gewenst is en nog ontbreekt. De adviescommissie adviseert om deze toe te voegen in de toelichting op de planregels.
Ook de redactionele opmerkingen van reclamant over paragraaf 2.3.4 ziet de adviescommissie als een nadere verduidelijking, deze zouden dus overgenomen kunnen worden. Conclusie Volgens de adviescommissie geven deze zienswijzen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan. De adviescommissie adviseert: De toelichting (op de planregels) op de volgende punten aan te vullen: - De verantwoordelijkheid van reclamant zoals bovengenoemd - De adviescommissie geeft in overweging om aan vergunningplichtige activiteiten van Rijkswaterstaat aandacht te besteden in de toelichting. - Bij de toelichting van artikel 19: ter verduidelijking de verantwoordelijkheid van reclamant en de noodzaak van de watervergunning van reclamant noemen - Ten aanzien van paragraaf 2.3.4. enkele passages te wijzigen en aan te vullen zoals voorgesteld door reclamant 17
De planregels als volgt aan te vullen: Te bezien voor welke planregels in aanvulling op artikel 19 de andere gronden binnen het plangebied, de zee, stand tot in de duinvoet ook mede bestemd moeten worden voor de bescherming en het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen waterkering. Tot slot adviseert de adviescommissie om met betrekking tot de planregeling inzake het ingraven van containers in overleg te treden met reclamant.
6.
Indiener BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel
Onderwerp Strandbungalows, strandpaviljoens
Ontvangen op
namens: InLeisure B.V.
Samenvatting zienswijze Door reclamant is geconstateerd dat het omgevingsplan belemmeringen opwerpt voor de voorgenomen realisatie van strandbungalows op het strand van Zandvoort. Reclamant heeft het voornemen om op drie locaties op het strand van Zandvoort strandbungalows te realiseren ter plaatse van een drietal strandpaviljoens, namelijk de bestaande strandpaviljoens ‘Strand Noord’ en ‘Sandy Hill’ en ter plaatse van het huidige strandpaviljoen ‘The Spot’. Reclamant heeft voor de realisatie van de strandbungalows een bepaalde voorkeursvariant voor ogen (zie onderstaande afbeeldingen). In deze voorkeursvariant worden de volgende ontwikkelingen voorgesteld: - Het verwijderen de huidige strandpaviljoens ‘Strand Noord’ (384 m2) en ‘Sandy Hill’ (574 m2). Ter plaatse van ‘Strand Noord’ komt hiervoor één nieuw strandpaviljoen van in totaal 700 m2. Ten zuiden van dit nieuwe strandpaviljoen wenst reclamant 23 strandbungalows te realiseren met een gezamenlijke oppervlakte van 644 m2. Deze strandbungalows zullen in drie rijen worden opgesteld. - Het verwijderen van het huidige strandpaviljoen ‘The Spot’. Op deze locatie wil reclamant vervolgens 16 strandbungalows realiseren. Deze strandbungalows worden in drie rijen opgesteld. Reclamant beschouwt een aantal criteria uit de ‘toetsingscriteria strandbungalows’ als problematisch c.q.
onevenredig beperkend, omdat ze de realisatie van de voorkeursvariant belemmeren, terwijl deze voorkeursvariant naar het inzicht van reclamant wel in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. We zullen deze door ons gesignaleerde problemen eerst benoemen en vervolgens een oplossing hiervoor voorstellen. 1. Reclamanten lezen in de 'toetsingscriteria strandbungalows’ dat een ‘seizoensgebonden strandpaviljoen’ de hoofdfunctie op een perceel dient te zijn. Deze hoofdactiviteit wordt gekoppeld aan de cumulatieve voorwaarden dat in de uiterlijke verschijningsvorm de nadruk dient te liggen op het strandpaviljoen en dat de gezamenlijke oppervlakte van de strandbungalows op een perceel niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het strandpaviljoen. De ambtelijke organisatie heeft aangegeven dat de buitenruimte om de bungalows eveneens voor de berekening van het aantal vierkante meters dienen te worden meegerekend. Vanwege onder meer rechtsonzekerheid stelt reclamant voor om, in aanvulling op de ‘Toetsingscriteria strandbungalows’ een planregel daartoe op te nemen. 2. Daarnaast vindt reclamant het criterium dat in de uiterlijke verschijningsvorm de nadruk dient te liggen op het strandpaviljoen niet concreet genoeg. De eis dat maximaal twee rijen woningen, dient naar de mening van reclamant te worden geschrapt.
Deze eis is niet noodzakelijk om te waarborgen dat de nadruk blijft liggen op het strandpaviljoen en levert daarom een beperking op. 18
3. Personen die verblijven in een strandbungalow kiezen over het algemeen bewust voor verblijf in een strandbungalow, omdat ze daar een relatieve rust kunnen ervaren. Het is daarom niet altijd bevorderlijk dat strandbungalows zich dicht in de buurt van een strandpaviljoen bevinden. In onze voorkeursvariant gaan we daarom uit van één nieuw strandpaviljoen van 700 m2 ter plaatse van ‘Strand Noord’. Het strandpaviljoen op het naastgelegen perceel, ‘Sandy Hill’, zal worden gesloopt en niet worden teruggebouwd. Het strandpaviljoen ter plaatse van ‘Strand Noord’ zal in de voorkeursvariant één geheel gaan vormen met de strandbungalows ter plaatse van ‘Strand Noord’ en ‘Sandy Hill’. De oppervlakte van deze bungalows (644 m2) is kleiner dan de oppervlakte van het strandpaviljoen (700 m2). Bij de voorkeursvariant zal het huidige strandpaviljoen ‘Ajuma Beach’ (inclusief bijbehorende bebouwing en strandbungalows) plaats maken voor een nieuw, groter strandpaviljoen ‘The Spot’ van 1000 m2. Daarbij zien wij graag voor dit paviljoen de mogelijkheid om jaarrond te kunnen exploiteren, waarbij de strandzone ter plaatse van dit paviljoen ook de mogelijkheid biedt voor watersport en events. Reclamant ziet de voordelen van strandbungalows op enige afstand van een strandpaviljoen te bouwen.
In de uiterlijke verschijningsvorm zijn deze strandbungalows echter niet altijd duidelijk ondergeschikt aan een strandpaviljoen. Reclamant is van mening dat de voorkeursvariant op zo’n manier kan worden ingepast waarbij sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarom wil reclamant voorstellen om in omgevingsplan ‘Strand’ een afwijkingsbevoegdheid op te nemen op grond waarvan het mogelijk is om strandbungalows te realiseren die niet direct ondergeschikt zijn aan een strandpaviljoen. In de planregels kunnen hieraan concrete voorwaarden worden verbonden. Middels een ruimtelijke onderbouwing kan reclamant vervolgens aantonen dat ten aanzien van de voorkeursvariant sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 4. In artikel 7.2.1, onderdeel d, van de planregels is opgenomen dat de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen (inclusief luifels) per strandpaviljoen 700m2 bedraagt. Hiervan kan via een binneplanse afwijking van worden afgeweken voor het overschrijden van de regels inzake bouwhoogte, goothoogte, dakhelling, bedrijfsvloeroppervlakte en oppervlakte van gebouwen, met maximaal 10%, indien hier architectonische of medische redenen aan ten grondslag liggen. In de voorkeursvariant is door reclamant een strandpaviljoen opgenomen van 1000 m2.
Reclamant wil verkennen of het strandpaviljoen op zodanige wijze (via een afwijkingsbevoegdheid) ingepast en vormgeven kan worden. Indien dit mogelijk blijkt, 5. In artikel 8.2., onderdeel c en d, van de planregels is opgenomen dat het gezamenlijk oppervlak van een strandhuisje inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen maximaal 26m2 mag bedragen. Daarnaast mag de maximale nokhoogte van een strandhuisje maximaal 2,6 meter bedragen. Deze afmetingen zijn een beperking ten opzichte van de huidige bouwregels. Graag wenst reclamant dat de huidige bouwregels worden opgenomen, dan wel een verruiming van bovenstaande naar maximaal 28 m2 per strandbungalow en maximale nokhoogte van 3,5 meter.
19
Reactie adviescommissie Voorliggend omgevingsplan maakt onder meer strandbungalows mogelijk op het noordelijke deel van het strand. Strandbungalows zijn alleen toegestaan mits voldaan wordt aan het gemeentelijke beleid voor strandbungalows (beleidsregel 'Toetsingscriteria strandbungalows'). Dit beleid is in op 20 december 2016 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Het omgevingsplan brengt geen verandering in dit beleid maar bestendigt dit beleid door het als zodanig op te nemen in de planregels. Initiatiefnemers kunnen echter op basis van dit beleid een aanvraag om een omgevingsvergunning indienen om af te wijken van het bestemmingsplan. Belangrijk uitgangspunt van dit beleid is dat de strandbungalows ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie (het strandpaviljoen). De adviescommissie stelt vast dat reclamant geen bezwaren aanvoert (punten genoemd 1 t/m 4) die betrekking hebben op het in voorbereiding zijnde planologisch regime, maar verzoekt om medewerking aan de herontwikkeling van een strandpaviljoen en strandbungalows. De adviescommissie kan hierover slechts adviseren dat wordt nagegaan of aan het verzoek van reclamant in het licht van een goede ruimtelijke ordening medewerking kan worden verleend, en overigens of de bereidheid bestaat hieraan medewerking te verlenen.
Naar aanleiding van hetgeen naar voren is gebracht tijdens de hoorzitting met betrekking tot het al dan niet meerekenen van de buitenruimte voor het aantal vierkante meters adviseert de adviescommissie duidelijkheid hierover te verschaffen in de toelichting. Hetgeen reclamant opmerkt over een beperking van de regeling in artikel 8.2 onderdeel c en d met betrekking tot strandhuisjes kan door de adviescommissie niet worden gevolgd. In het vigerende bestemmingsplan ‘Stand en Duin’ is namelijk in artikel 4 ‘Recreatie-Dagrecreatie’ onder bouwvoorschriften ter plaatse van de aanduiding ‘strandhuisje’ het volgende opgenomen: Ter plaatse van de aanduiding "strandhuisje" zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan met dien verstande dat: - het gezamenlijk oppervlak van een strandhuisje inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen maximaal 25,7 m² bedraagt; 20