CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a Adviesrapport van de adviescommissie raad van Zandvoort Geanonimiseerd

Raadscommissie 10 januari 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsplan Strand16.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-

de maximale nokhoogte van een strandhuisje, in afwijking van artikel 2 gemeten wordt vanaf de begane grondvloer en niet meer mag bedragen dan 2,6 m.

Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie zou deze zienswijze aanleiding kunnen vormen tot aanpassing van het ontwerpplan. Maar het is niet aan de adviescommissie om te adviseren over de vraag of de voorgestane ontwikkeling van reclamant genoemd onder 1 t/m 4 wenselijk moet worden geacht. De adviescommissie adviseert dan ook na te gaan of deze ontwikkeling, zoals door reclamant is voorgesteld, in het plan kan worden opgenomen. Verder adviseert de adviescommissie om duidelijkheid te verschaffen of de buitenruimte al dan niet dient te worden meegerekend bij het aantal vierkante meters. Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze over artikel 8.2 onder c en d geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan.

7.

Indiener Veiligheidsregio Kennemerland (GGD, BR en GGD GHOR) Postbus 5514 2000 GM Haarlem

Onderwerp Diverse aspecten

Ontvangen op

Samenvatting zienswijze Veiligheid en gezondheid centraal Het omgevingsplan Strand is een uitgelezen kans om veiligheid en gezondheid centraal te stellen in dit nieuw te ontwikkelen gebied en de leefomgeving veilig en gezond in te richten. WHO-normen Een gezonde leefomgeving is niet alleen een omgeving die de gezondheid bevordert maar ook de gezondheid beschermt. De GGD adviseert om te voldoen aan de WHO advieswaarden voor luchtkwaliteit en omgevingsgeluid. In deze waarden is het effect op gezondheid meegenomen en ze zijn gericht op bescherming van gezondheid tegen negatieve effecten van respectievelijk luchtkwaliteit en omgevingslawaai. Hieraan dient te worden toegevoegd dat gevoelige bestemmingen (zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen) niet te dicht bij een door luchtverontreiniging of geluid belaste locatie worden voorzien. Paragraaf 3.3 uit de toelichting: Luchtkwaliteit: de nieuwe, extra ontwikkelingen zorgen voor een toename van wegverkeer, wat zorgt voor extra druk op de luchtkwaliteit. Verbetering van de luchtkwaliteit is altijd gewenst voor gezondheid. Voor (ultra)fijnstof geldt bijvoorbeeld geen gezondheidskundige grenswaarde: hoe lager de concentratie, hoe beter voor de gezondheid. Denk daarbij ook aan de cumulatie van meerdere bronnen; zowel de uitstoot van diverse soorten van wegverkeer als roken.

We adviseren daarom dat alle maatregelen en veranderingen in het plangebied bijdragen aan een betere luchtkwaliteit. Neem hierbij de WHO advieswaarden op en de ambitie hieraan te voldoen. Door veel bewoners wordt geluidhinder als een ernstig gezondheidseffect ervaren. Dit kan een rol spelen bij omwonenden van de boulevard. Vanuit perspectief van gezondheid is geluidhinder, en daarmee gepaard gaande slaapverstoring, onwenselijk. Mensen met slaapverstoring ervaren diverse gezondheidsproblemen zoals ernstige stress, psychische problemen en slechtere leerprestaties bij kinderen. Geluidhinder kan veroorzaakt worden door onder andere wegverkeer. De GGD adviseert dan ook om te voldoen aan de WHO advieswaarden voor omgevingsgeluid. In deze waarden is het effect op gezondheid meegenomen en ze zijn gericht op bescherming van de gezondheid tegen negatieve effecten van omgevingslawaai. Rookvrije plekken 21

Reclamant onderschrijft de aandacht voor houtstook zeer. Echter wordt de luchtkwaliteit en gezondheid ook beïnvloed door rook in bredere zin, dus ook wel houtstook binnen en door rookgedrag. Een visie op rookvrije publieke plekken op de boulevard, of een rookvrij strand, ontbreekt. Ook vanwege de brandveiligheid en het risico op natuurbranden is het aan te raden het verbod op houtstook en roken verder uit te breiden. Beplanting Reclamant vraagt aandacht te hebben voor huidkanker en zonbelasting. Stel een ambitie op ten aanzien van zonbescherming (bijvoorbeeld schaduwplekken) op de boulevard. Denk hierbij ook aan schaduwrijk groen. Sowieso zorgt groen voor veel positieve effecten ten aanzien van gezondheid en klimaat. Neem bij de keuze in het soort beplanting gezondheid mee. Kies voor allergeenarm en voorkom gevoelig groen in verband met infectieziektenbestrijding, zoals teken, muggen en rupsen. Groen kan gezondheid op vele verschillende manieren bevorderen. We adviseren om te zorgen voor groene plekken waarbij sporten en spelen wordt gestimuleerd, voor plekken voor ontmoeting en levendigheid en voor voldoende zit- en beweegmogelijkheden. Maak het groen dat gebruikt wordt om te recreëren of in te spelen uitnodigend voor diverse doelgroepen. Daarnaast biedt het groen schaduwplekken.

Daarnaast verzoekt reclamant zorg te dragen voor tijdig en goed onderhoud van het groen na de realisatie van het plangebied, zodat het een veilig en mooi gebied blijft. Nota gezondheidsbeleid en Preventieakkoord Paragraaf 1.4 van de toelichting: reclamant verzoekt de Regionale Nota Gezondheidsbeleid 2021-2028 en het Lokaal Preventieakkoord toe te voegen. Voorzieningen voor fietsers en voetgangers Een jaarronde aantrekkelijke boulevard met toegenomen ontwikkelingen mag niet leiden tot een verhoging van de parkeerdruk. Mobiliteit vraagt extra aandacht en voorkomen dient te worden dat de files, parkeerdrukte en geluidhinder die er nu op zomerse dagen zijn, het hele jaar door plaats gaan vinden. Zet in op een breder aanbod van mobiliteitsmogelijkheden met verbetering van de fietsinfrastructuur. Scheid hierbij verschillende stromen van actief vervoer, op basis van snelheid. En voorzie in voldoende parkeermogelijkheden voor fietsers. Actief vervoer is gezonder én beter voor de mens en leefomgeving, omdat het bewegen stimuleert en er geen fossiele brandstoffen worden verbruikt. De aandacht voor het accommoderen van fiets- en wandelmogelijkheden wordt daarom gewaardeerd. We adviseren om ervoor te zorgen dat deze stromen vanuit het plangebied goed aansluiten bij (bestaande) langzaam-verkeerroutes daarbuiten.

Daarnaast adviseren we om de veiligheid en toegankelijkheid van de wegen en kruispunten die om het plangebied lopen te optimaliseren, specifiek vanuit het perspectief van fietsers en voetgangers. Denk hierbij ook aan (de verbetering van) het openbaar vervoer richting het plangebied. Klimaatadaptatie Een natuurlijke omgeving maakt tevens klimaatbestendig(er). Vanuit het perspectief van gezondheid adviseert reclamant maatregelen te nemen die kunnen helpen om warmte te dempen (tegen hittestress), wateroverlast te voorkomen en de biodiversiteit te bevorderen. Ook adviseert ze om te zorgen voor voldoende schaduwmogelijkheden in de buitenruimte, om het verblijf hier te stimuleren en gezondheidsrisico’s van hitte te verminderen. Klimaatadaptatie is een steeds relevanter thema dat veel aandacht verdient in de komende jaren. De uitwerking van dit thema beperkt zich in dit omgevingsplan tot wateroverlast. Deze uitwerking lijkt te beperkt voor de gemeente Zandvoort, want ook hitte, droogte en stormen leveren relevante scenario’s op die een bedreiging kunnen vormen voor mensen, dieren, natuurgebieden en bouwwerken. Extreme hitte, droogte, harde wind en neerslag (kortsluitingsgevaar met als gevolg brand) kunnen leiden tot meer en grotere branden die kunnen overslaan op het achterliggende duingebied of dorp.

Zandvoort beschikt nauwelijks over goed bereikbaar zoetwater dat de brandweer kan gebruiken voor brandbestrijding of koeling. Voor een veilige fysieke leefomgeving op lange termijn is het wenselijk proactief maatregelen te nemen om de veiligheidsrisico’s te beperken en niet verder toe te laten nemen. Een klimaat-adaptief omgevingsplan dat ook rekening houdt met extreme hitte, droogte en stormen lijkt reclamant een randvoorwaarde voor het bereiken en in stand houden van een veilige fysieke leefomgeving. 22

Gezond voedselaanbod Reclamant adviseert om in het plangebied het aantal fast food en snack restaurants te beperken en zoveel mogelijk zorg te dragen voor gezonde voedselvoorzieningen. Landelijk zien we een stijging van het aantal mensen met overgewicht en in onze regio is dat niet anders. Een gezonde voedselomgeving kan een positieve bijdrage leveren aan het verminderen van overgewicht. Calamiteiten en de bereikbaarheid voor de hulpdiensten Uitbreiding van bebouwing (zoals strandbungalows, dakterrassen), uitbreiding van activiteiten en jaarrondlocaties en de gevolgen van klimaatverandering in het plangebied betekenen een mogelijke toename van het risico op slachtoffers en calamiteiten, zoals brand in gebouwen en (tijdelijke) bouwwerken en natuurbrand in het duingebied. Dit verhoudt zich niet goed tot het in stand houden en bereiken van een veilige fysieke leefomgeving. Het strand en de bebouwing op het strand zijn slecht bereikbaar voor de hulpdiensten. Reclamant beschikt nu niet over voldoende 4x4 aangedreven voertuigen om een calamiteit op het strand goed te kunnen bestrijden. Ook zijn er in Zandvoort slechts beperkte bluswatervoorzieningen ten behoeve van de calamiteitenbestrijding op het strand en de omgeving.

Er is onvoldoende bereikbaar open zoetwater en er zijn beperkt brandkranen op de drinkwaterleiding met een voldoende groot debiet waarmee het strand en de omgeving van voldoende bluswater kan worden voorzien. Dit maakt een effectieve inzet van de hulpdiensten kwetsbaar. Een toename van het risico op calamiteiten door het toestaan van bebouwing en activiteiten op moeilijk bereikbare plaatsen is niet wenselijk vanuit het perspectief van het bereiken en in stand houden van een veilige fysieke leefomgeving. Voor het adequaat blussen van branden en het verlenen van hulp op het strand en in de duinen dient reclamant te beschikken over voldoende 4x4 aangedreven voertuigen die het strand op kunnen. Bij een toename van het risico op calamiteiten op het strand en in de duinen is het wenselijk dat er extra 4x4 aangedreven voertuigen en dus extra financiële middelen beschikbaar komen om de risico’s optimaal te kunnen beheersen en bestrijden. Denk hierbij aan de aanschaf van een 4x4 aangedreven ambulance, 4x4 aangedreven tankautospuiten en 4x4 aangedreven watertankwagens. Er is op dit moment in de begroting van de VRK niet voorzien in de aanschaf van dergelijke 4x4 aangedreven voertuigen.

Met betrekking tot paragraaf 3.4 Externe veiligheid uit de toelichting adviseert de Veiligheidsregio om de tekst van de Beknopte verantwoording en Conclusie aan te passen aan de bovengenoemde slechte bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van bepaalde delen van het strand en duingebied voor de hulpdiensten. De slechte bereikbaarheid voor de hulpdiensten geldt met name voor het zuidelijk gedeelte van het plangebied: Boulevard Paulus Loot en in het verlengde het zuid strand. Het is dan ook niet wenselijk vanuit het perspectief van externe veiligheid om (tijdelijk) bebouwing op het zuid-strand of in het omliggende duingebied mogelijk te maken. De bereikbaarheid van het gebied voor hulpdiensten dient te allen tijde te zijn geborgd. Bij de herinrichting en autoluw maken van de Boulevard Paulus Loot adviseert reclamant om de bereikbaarheid voor de hulpdiensten van de bebouwing aan de boulevard en op het strand niet te verslechteren. Bij de strandopgangen dient voldoende opstelruimte gereserveerd te worden aan de zeezijde voor de hulpdiensten, zodat deze het strand kunnen bereiken en ook vanaf de Boulevard Paulus Loot calamiteiten kunnen bestrijden. Het straatmeubilair mag geen hindernis vormen voor de bereikbaarheid van de hulpdiensten en dient te allen tijde een vrije doorgang te garanderen. Advies is om hiervoor, indien mogelijk, expliciete planregels op te nemen.

In dit plan is een flexibele regeling opgenomen voor reclame-uitingen, waarin reclame-uitingen die afwijken van de voorgeschreven bouwregels voorgelegd kunnen worden aan het Kwaliteitsteam Kust. Vanuit het perspectief van fysieke veiligheid dienen de reclame-uitingen een vrije doorgang te garanderen voor de hulpdiensten en mogen ze geen belemmering vormen qua grootte, hoogte en plaatsing. Het is van groot belang dat de energietransitie op een veilige manier wordt uitgevoerd. Energieopslagsystemen op het strand zijn niet wenselijk vanwege het brandgevaar en de slechte bestrijdbaarheid en slechte bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Brand in batterijen is zeer moeilijk te bestrijden en er komen zeer schadelijke gassen bij vrij. Goede bluswatervoorzieningen en een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten zijn nodig voor een veilige energietransitie in de fysieke leefomgeving. Als gevolg van klimaatverandering, zoals extreme hitte, droogte, neerslag en zeespiegelstijging neemt het risico toe op natuurbranden, branden in gebouwen, wateroverlast en overstroming. In combinatie met 23

het mogelijk maken van uitbreiding van bebouwing en activiteiten stijgt het potentieel aantal mensen dat hulp nodig heeft. Voor een goede bereikbaarheid van de hulpdiensten en goede bestrijding van brand, andere calamiteiten en het redden van mens en dier adviseert reclamant om de bouwregels in het omgevingsplan uit te breiden, indien mogelijk, met de voorwaarde dat nieuwe (tijdelijke) bouwwerken voldoende bereikbaar zijn voor de hulpdiensten. De aanwezige ouderen en kinderen worden gezien als verminderd zelfredzaam. Bij deze groep wordt ervan uitgegaan dat zij worden geholpen door een ouder/verzorger bij een incident. Bij kinderen kan daar in dit plangebied van uit worden gegaan, maar bij ouderen wordt dit betwijfeld. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Goed om nog toe te voegen dat voor (gezondheidskundige) handelingsperspectieven advies kan worden ingewonnen bij reclamant. De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4.1 van de planregels zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur- en landschapswaarden van de bouwwerken en gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Ook in de artikelen 17.3.3 en 18.3.3 van de planregels. Graag aanvullen met: a.

(…) en indien maatregelen zijn getroffen om de bereikbaarheid van locaties voor de hulpverlening te borgen. Paragraaf 7.2.1 Gebouwen: graag toevoegen (kan eventueel ook bij paragraaf 15.1): b. Goede vluchtroutes in een gebied en in een gebouw vergroten de zelfredzaamheid en samenredzaamheid. Paragraaf 15.1 van de toelichting Algemene Zorgplicht: graag toevoegen: a. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen geen nadelige gevolgen hebben voor de continuïteit van de zorgverlening. b. De inrichting van de fysieke leefomgeving draagt bij aan snelle en effectieve hulpverlening. Geen obstakels door afval- en opslagruimtes Reclamant vraagt om toevoeging in de planregels dat de bedrijfsafval- en opslagruimtes zo geplaatst moeten zijn dat ze geen belemmering vormen voor de hulpverlening door hulpdiensten. Luchtkwaliteit: Hierin staat nu “Wegverkeer is samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, in belangrijke mate van invloed op de luchtkwaliteit. Klopt deze locatie? Reactie adviescommissie Veiligheid en gezondheid centraal Bij de vaststelling van het ontwerpplan moet de gemeenteraad alle betrokken belangen afwegen. Naast het belang van gezondheid en veiligheid, moet de raad ook andere belangen betrekken zoals mogelijkheden voor recreatie, bescherming van natuur en landschap, mogelijkheden voor economische activiteiten.

Ter bescherming van de gezondheid en veiligheid moet het bestemmingsplan voldoen aan de instructieregels van het Rijk zoals ten aanzien van luchtkwaliteit, geluid. Het is niet gebleken dat hier niet aan is voldaan. Het is aan de gemeenteraad om binnen deze wettelijke kaders een afweging te maken tussen deze betrokken belangen. Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp. WHO-normen De adviescommissie begrijpt het belang van een goede luchtkwaliteit en het beperken van geluidhinder voor de omgeving. Ter bescherming van die belangen moet het plan daarom ook voldoen aan wettelijke normen voor geluid en luchtkwaliteit. Dat geldt ook voor de situering van gevoelige bestemmingen (als woningen, scholen, kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen) in door luchtverontreiniging of geluid belaste locaties. Het is de adviescommissie niet gebleken dat hier niet aan wordt voldaan en reclamant maakt in de zienswijze ook niet concreet of het ontwerp op dit punt wel of niet voldoet. De WHO normen waar de GGD naar verwijst zijn een aanscherping van die wettelijke normen maar geen algemeen bindende normen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen.

Daarnaast merkt de commissie op dat het plan – naast het mogelijk maken van jaarrondexploitatie – geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk maakt waarvan het aannemelijk is dat deze een wezenlijke invloed hebben op geluid of de luchtkwaliteit. Er vindt slechts een geringe uitbreiding plaats van het 24

aantal paviljoens en er zijn geen grote verruimingen van bouwmogelijkheden. Daarnaast kan dat een aanscherping van de normen ook invloed zou hebben op bestaande activiteiten. Bovenstaande betekent dat de gemeenteraad de politiek-bestuurlijke afweging heeft kunnen maken om binnen de wettelijke kaders de normen wel of niet aan te scherpen. Naar het oordeel van de adviescommissie geeft dit onderdeel van de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan. Rookvrije plekken Dit bestemmingsplan bevat regels ter beperking van het rook door stook van hout in vuurkorven en houtkachels. Voor wat betreft de opmerking om het verbod om vuur te stoken uit te breiden met het oog op de belangen van de bescherming van de natuur merkt de adviescommissie op dat reclamant niet concreet maakt waar deze uitbreiding gewenst is bovenop het verbod dat geldt voor de strandpaviljoens. Wel ligt het voor de hand dat de gemeenteraad deze ingediende zienswijzen betrekt bij de belangenafweging in het kader van het vaststellen van het definitieve omgevingsplan. Ten aanzien van maatregelen die gericht zijn op rookvrije zones met het oog op de bescherming van gezondheid van de roker zelf, merkt de adviescommissie op dat dit bestemmingsplan niet het primaire kader is om rookvrije zones te regelen.

Naast de regels die gelden op grond van regelgeving zoals de Tabaks- en rookwarenwet en beleidskaders zoals het Nationaal Preventieakkoord is het aan de gemeenteraad om te overwegen of zij daar ook nader gemeentelijk beleid voor wil stellen. Beplanting Voldoende groen in de leefomgeving is om meerdere redenen van belangen, zoals reclamant noemt. De vraag of er in het plangebied voldoende gronden mede zijn aangewezen voor groen is een afweging die toekomt aan de gemeenteraad, waarbij de adviescommissie ook aanmerkt dat een aanzienlijk deel van het plangebied – het strand- zich niet leent voor groen. Daarbij gaat de GGD ook niet expliciet in of er in het plangebied voldoende groen of schaduw aanwezig is. De adviescommissie geeft ter overweging om hier in de toelichting aandacht aan te besteden. Nota gezondheidsbeleid en Preventieakkoord De toevoeging van deze genoemde beleidsstukken ziet de adviescommissie als een nadere verduidelijking. De adviescommissie adviseert om deze beleidstukken op te nemen in de toelichting. Voorzieningen voor fietsers en voetgangers De adviescommissie merkt op dat in de toelichting is aangegeven dat in het plangebied diverse gronden zijn aangewezen voor recreatieve en fietsvoorzieningen die ook gerealiseerd zijn.

De vraag of er in het plangebied voldoende gronden voor recreatieve en fietsvoorzieningen zijn aangewezen is een afweging die toekomt aan de gemeenteraad. Daarbij gaat reclamant ook niet expliciet in of er in het plangebied onvoldoende van deze voorzieningen aanwezig zijn. Het is daarnaast aan de gemeenteraad om niet in het kader van dit plan maar in het kader van verkeersbeleid de aanbevelingen van reclamant mee te nemen om in te zetten op een breder aanbod van mobiliteitsmogelijkheden, meer fietsvoorzieningen, verbetering van de fietsinfrastructuur en scheiding van vervoersstromen op basis van snelheid mee ter overweging aan het college voor het verkeersbeleid. De adviescommissie zien dan ook geen aanleiding om het ontwerpplan op dit punt aan te passen. Klimaatadaptatie De adviescommissie merkt op dat klimaatadaptatie één van de belangen is die moet worden betrokken bij de totstandkoming van het bestemmingsplan. Het plan maakt niet inzichtelijk op welke wijze dit belang is betrokken. De adviescommissie adviseert hier in de toelichting aandacht aan te besteden.

Gezond voedselaanbod Ten aanzien van de juridische mogelijkheden om via het bestemmingsplan het aanbieden van ongezond voedsel te weren heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid in juni 2021 in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat het alleen mogelijk is om via het bestemmingsplan aanbieders van ongezond voedsel te weren, indien daar ruimtelijke argumenten (zoals stankoverlast) aan ten grondslag liggen. Hiervan is niet gebleken dat daar sprake van is. Een bestemmingsplan (verbrede reikwijdte) biedt geen mogelijkheid om het aanbod van ongezond voedsel te weren uitsluiten vanwege de schadelijke effecten 25

van voedsel op de volksgezondheid. De adviescommissie ziet in dit onderdeel van de zienswijze geen aanleiding het ontwerpplan aan te passen. Calamiteiten en de bereikbaarheid voor de hulpdiensten De adviescommissie merkt op dat in de toelichting van het bestemmingsplan niet wordt ingegaan op de bereikbaarheid van het plangebied voor hulpdiensten zoals ambulances of de brandweer, en de mogelijkheden voor rampenbestrijding in geval van calamiteiten en de zelfredzaamheid van aanwezigen in het gebied. Ten aanzien van het voorkomen van obstakels voor de bereikbaarheid van hulpdiensten merkt de adviescommissie op dat in artikel 14 van de planregels is een vrijwaringszone is opgenomen bij de strandafgangen waar geen bouwwerken zijn toegestaan mede met het oog op de bereikbaarheid voor hulpdiensten. De adviescommissie kan niet beoordelen of dit voldoende is voor het waarborgen van de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Ook adviseert de adviescommissie om daarbij de opmerkingen over de brandveiligheid van batterijen voor energieopslag en de aanwezigheid van voldoende blusvoorzieningen en voertuigen te betrekken. De commissie adviseert dan ook om op deze punten de toelichting in te gaan en zo nodig ook de planregels aan te vullen en daarbij onder meer de adviezen van reclamant te betrekken, en zo nodig op deze punten aanvullend advies te vragen.

De adviescommissie adviseert om de toelichting en waar nodig naar aanleiding van de adviezen, de planregels op dit punt aan te vullen. Geen obstakels door afval- en opslagruimtes De adviescommissie merkt op dat het evident is dat bedrijfsafval – en opslagruimtes zodanig geplaatst moeten worden dat deze geen obstakel vormen voor hulpdiensten. Voor dergelijke evidente bepalingen voorziet het bestemmingsplan in een zorgplicht in artikel 15 van het ontwerpplan. Deze bepaling is geformuleerd als een vangnetbepalingen dat wil zeggen dat aan de zorgplicht is voldaan wanneer er specifieke regels zijn opgenomen in het bestemmingsplan waaraan wordt voldaan. Omdat het niet mogelijk en ook niet wenselijk is om alle evidente maatregelen uitputtend te regelen in het bestemmingsplan ziet de adviescommissie geen aanleiding hierover een aanvullende bepaling toe te voegen. Zo nodig kan het college op basis van deze bepaling een maatwerkvoorschrift stellen. De adviescommissie ziet dan ook geen aanleiding om de planregels van het bestemmingsplan op dit punt aan te vullen. Wel geeft de adviescommissie in overweging om in de toelichting van artikel 15 van de planregels het zodanig plaatsen van bedrijfsafval en opslagruimtes dat hulpdiensten niet belemmerd worden als voorbeeld te noemen van de zorgplicht.

Luchtkwaliteit De adviescommissie acht het aannemelijk dat hier inderdaad abusievelijk een verkeerde verwijzing is gedaan. De adviescommissie adviseert de gemeente dit na te gaan en zo nodig aan te passen. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geven deze zienswijzen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan. De adviescommissie adviseert: Ten aanzien van de toelichting:  in te gaan op de groenvoorziening in het plangebied en klimaatadaptatie;  in paragraaf 1.4: de Regionale Nota Gezondheidsbeleid 2021-2028 en het Lokaal Preventieakkoord te noemen;  in te gaan te gaan op genoemde punten van reclamant ten aanzien bereikbaarheid van het plangebied voor hulpdiensten zoals ambulances of de brandweer, voorkomen van obstakels voor de bereikbaarheid, de mogelijkheden voor rampenbestrijding in geval van calamiteiten en de zelfredzaamheid van aanwezigen in het gebied. De adviescommissie adviseert om daarbij de adviezen van de Veiligheidsregio en brandweer te betrekken of zondig daarop aanvullend advies te vragen;  in de artikelsgewijze toelichting van de zorgplicht (artikel 15 van de planregels) noemen ter verduidelijking dat ter invulling van de zorgplicht bedrijfsafval – en opslagruimtes zodanig geplaatst moeten worden dat deze geen obstakel vormen voor hulpdiensten;  indien de verwijzing in paragraaf 3.3. onjuist is, de juiste verwijzing op te nemen.

Ten aanzien van de planregels: 26

 

te bezien of aanpassing nodig is naar aanleiding van de adviezen van reclamant over bereikbaarheid van hulpdiensten, en obstakels, indien artikel 14 en artikel 15 (de zorgplicht) van de planregels daarin nog niet voorzien. een nadere afweging te maken of een uitbreiding van het verbod om vuur te stoken nodig is ter bescherming van de belangen van de natuur.

8, 9, 10

Indiener Blenheim Advocaten B.V. Postbus 10302 1013 AE Amsterdam

Onderwerp Jaarrond strandpaviljoens, plankier, vuurkorven

Ontvangen op

namens: Hippie Fish / Pinasol B.V. Kayuca / Surf City B.V. Ubuntu Beach C.V.

Samenvatting zienswijze Jaarrond strandpaviljoen Verspreid over het strand van Zandvoort staan sinds 2009 vijf jaarrondpaviljoens en één jaarrond watersportvereniging. In het ontwerpplan is opgenomen dat is besloten om een tweetal locaties (kavels) op het noordelijk deel van het strand aan te wijzen als nieuwe jaarrondlocatie. Het betreft de locaties Strandafgang Barnaart nr. 33 en nr. 40. Reclamanten komen hier ook graag voor in aanmerking. De planperiode van 20 jaar zou betekenen dat reclamanten nimmer, in ieder geval niet de komende 20 jaar zou kunnen meedingen naar een jaarrond exploitatie of anderszins hiervoor in aanmerking komen. Reclamanten zien dan ook graag de functie aanduiding 'jaarrond paviljoen' op deze locatie met daarbij de mogelijkheid om meer dan één jaarrond strandpaviljoen op deze functie aanduiding toe te staan. Het is reclamant onduidelijk waarom is gekozen voor de functie aanduiding 'wellness', zoals blijkt uit de verbeelding (uitsnede hieronder).

Plankier 27

Een goede bereikbaarheid en de mobiliteit op het strand van Zandvoort is van belang. Reclamant heeft dan ook begrip voor de wens van onder andere mindervaliden en gezinnen met kinderwagens om een plankier c.q. wandelpromenade aan te leggen op het strand. Als strandondernemer is reclamant graag betrokken bij de uitwerking van het gezamenlijk plan zoals dat is genoemd in het omgevingsplan. Reclamant heeft vernomen dat de strandondernemers vergunning dienen aan te vragen voor het plankier bij hun strandpaviljoen. Is deze veronderstelling juist en wat de gedachte hierachter is. Zijn er andere mogelijkheden voor het realiseren van de wandelpromenade onderzocht? Ook is reclamant benieuwd naar de voorwaarden die verbonden worden aan dergelijke vergunning en hoe deze vergunning zich verhoudt tot de mogelijkheid van jaarrond exploitatie. Vuurkorven In het ontwerp omgevingsplan is een verbod opgenomen voor het stoken van vuurkorven op de terrassen bij strandpaviljoens vanwege negatieve (gezondheids)effecten. Reclamanten kunnen zich hier niet mee verenigen. Reclamant stelt dat er geen grondslag bestaat voor een absoluut verbod op het stoken van vuur zoals neergelegd in artikel 14.6 van de planregels. Niet is gebleken van een noodzaak, althans niet is onderzocht, die dergelijk absoluut verbod rechtvaardigt.

Daarnaast wordt het belang van vuurkorven op het terras van strandpaviljoens miskent. Een vuurkorf of terrashaard hoort bij de strandbeleving. Bovendien maakt volgens reclamanten een terras onderdeel uit van de inrichting, waardoor niet kan worden gesproken van het 'buiten de inrichting' ontdoen van afvalstoffen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. De provinciale Milieuverordening Noord-Holland biedt evenmin grondslag voor het voorgenomen verbod, hier is immers geen bepaling opgenomen over vuurkorven, vuurhaarden of 'open vuur' anderszins. Het verbod van de voorgenomen planregel kan geen stand houden wegens strijd met artikel 5:34 lid 2 onder c APV. Uit dit artikel volgt dat het verbod om vuur te stoken niet geldt voor 'sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven' (indien geen afvalstoffen worden verbrand). Reclamant merkt verder op dat vanuit het belang van het woon- en leefklimaat en openbare orde, in de APV noch in de 'Nadere regels Terrassen - artikel 2.10 APV' geen regels zijn gesteld ten aanzien van vuurkorven, vuurhaarden of anderszins open vuur op terrassen. Het ontbreken van een grondslag maakt het verbod op het 'anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben' in strijd met het legaliteitsbeginsel en niet handhaafbaar, hetgeen de voorgenomen planregel van artikel 14.6 onuitvoerbaar maakt. De planregel kan daarom geen standhouden.

Reclamanten verzoeken om artikel 14.6 aan te passen door onder b een lid 3 op te nemen inhoudende dat het verbod onder a (conform APV) niet van toepassing is op:  sfeervuren, zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand, of  sfeervuren ten behoeve van de exploitatie van strandpaviljoens, zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand. Reactie adviescommissie Jaarrond strandpaviljoen Eind 2016 is door de gemeente een evaluatie opgestart om de economische betekenis van de jaarrondpaviljoens in beeld te brengen en tevens om de vraag te beantwoorden of een mogelijke uitbreiding van het aantal jaarrondpaviljoens kan rekenen op maatschappelijk draagvlak en of dit economisch haalbaar is. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een evaluatierapport dat op 29 januari 2019 door de gemeenteraad van Zandvoort is vastgesteld. Op basis van het evaluatierapport - en het maatschappelijk en economisch onderzoeksrapport van Decisio - heeft de gemeenteraad van Zandvoort besloten om een tweetal locaties (kavels) op het noordelijke deel van het strand aan te wijzen als jaarrondlocatie. Het betreft de locaties Strandafgang Barnaart nr. 33 en nr. 40.

28

De realisatie van een jaarrondpaviljoen op de locatie Strandafgang Barnaart 33 dient integraal onderdeel uit te maken van de herontwikkeling van het gebouw in de zeereep (thans bekend als Bernie's Beachclub) om te borgen dat dit deel van het strand en de boulevard wordt voorzien van een kwalitatieve impuls. De motivering voor het aanwijzen van Strandafgang Barnaart nr. 40 als jaarrond locatie ontbreekt echter in de toelichting dan wel een bijlage. De adviescommissie adviseert de gemeente in de toelichting te motiveren waarom Strandafgang Barnaart nr. 40 eveneens is aangewezen als jaarrond locaties. De adviescommissie stelt voorop dat de raad bij de vaststelling van een omgevingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De adviescommissie kan hierover slechts adviseren dat wordt nagegaan of aan het verzoek van reclamanten in het licht van een goede ruimtelijke ordening medewerking kan worden verleend, en overigens of de bereidheid bestaat hieraan medewerking te verlenen. Naar aanleiding van hetgeen door reclamant is aangeven met betrekking tot schaarse rechten is de adviescommissie van mening dat dit plan geen besluit is dat schaarse rechten toedeelt. Wel stelt dit plan regels die het gebruik van gronden inkadert.

Voor zover zulke beperkingen betrekking hebben op een dienst als bedoeld in de Dienstenrichtlijn kan deze wel beperkend werken. Echter de adviescommissie is van mening dat het opnemen van het aantal jaarrond strandpaviljoens het algemeen belang dient en dat de wijze waarop dit gebeurt, niet discriminerend werkt. Het aantal jaarrondpaviljoens is namelijk wel beperkt maar niet is bepaald wie deze paviljoens kunnen exploiteren. Hierdoor heeft elke exploitant dezelfde kans om een dergelijk paviljoen te exploiteren. De gemeente Zandvoort heeft een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (artikel 2.4 Chw en artikel 7c en 7w Besluit uitvoering Chw) opgesteld. Op grond van deze regeling geldt onder andere een verlengde planperiode van 20 jaar. Deze planperiode betekent niet dat het gebied voor de komende 20 jaar ‘op slot’ zit. Zo kan door bijvoorbeeld voortschrijdend inzicht een wijziging van het omgevingsplan worden opgesteld. Daarnaast kan altijd een verzoek worden ingediend naar aanleiding van een concreet initiatief. Plankier De adviescommissie juicht de bereidheid van reclamanten toe om een bijdrage te leveren aan de uitwerking voor de aanleg van een plankier. De uitwerking hiervan is in artikel 14.2 van de planregels opgenomen. Echter constateert de adviescommissie dat de ‘voorwaarde’ voor het indienen van een integraal en concreet uitgewerkt plan’ ontbreekt.

De adviescommissie adviseert dit alsnog aan de planregels toe te voegen. Het al dan niet nodig hebben van een omgevingsvergunning dan wel eventuele voorwaarden die hieraan gekoppeld kunnen worden, ligt momenteel niet voor. Hetgeen hiervoor door reclamanten wordt opgemerkt worden dan ook door de adviescommissie voor kennisgeving aangenomen. Vuurkorven De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een omgevingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de gemeenteraad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin een verbod om vuur te stoken absoluut moet worden verboden, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. De gemeenteraad heeft in voorliggend omgevingsplan de belangen voor de gezondheid zwaarder laten wegen en aangeven dat sfeer ook op andere manieren gecreëerd kan worden. De commissie is van mening dat de raad deze afweging in redelijkheid heeft kunnen maken. Wel ligt het voor de hand dat de gemeenteraad de ingediende zienswijzen betrekt bij de belangenafweging in het kader van het vaststellen van het definitieve omgevingsplan.

Voor de goede orde merkt de adviescommissie op dat de raad de bevoegdheid toekomt om regels te stellen ten aanzien van vuurkorven met het oog op de bescherming van de leefomgeving. De raad heeft dit ook al gedaan in de APV. De raad heeft hiervoor geen grondslag nodig op grond van provinciale regels in de provinciale Milieuverordening Noord-Holland.

29

Wel merkt de adviescommissie op dat er een discrepantie zit tussen de planregels en de regels uit de Algemene Plaatselijk Verordening (hierna: APV). De adviescommissie adviseert hieromtrent het volgende: c. Indien gemeenteraad van mening is dat het omgevingsplan een aanscherping betekent ten opzichte van de APV dan dient de APV voor dit gedeelte van Zandvoort te worden ingetrokken. Weliswaar kan in het omgevingsplan worden bepaald welke regel voorrang heeft, maar vanuit het oogpunt van inzichtelijkheid is het wenselijk om de APV voor dit deel in te trekken. Dit betekent dat bij de vaststelling van het plan een expliciet besluit daartoe. d. Indien de gemeenteraad van mening is de regels hierover uit de APV voort te zetten in het omgevingsplan dan dienen deze met elkaar in overeenstemming te worden gebracht. De adviescommissie adviseert de uitkomst tussen a of b als zodanig in de toelichting van het plan op te nemen. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan. De adviescommissie adviseert:  meer aandacht in de toelichting te besteden aan de keuze voor het aanwijzen van Strandafgang Barnaart nr.

40 als jaarrond locatie;  de ‘voorwaarde’ voor het indienen van een integraal en concreet uitgewerkt plan’ voor een plankier toe te voegen aan de planregels;  de uitkomst van de belangenafweging voor het al dan niet toestaan van een vuurkorf op te nemen in de toelichting van het plan. Indien de gemeenteraad kiest voor hetgeen is opgenomen onder b dienen de planregels in overeenstemming te worden gebracht met de regels uit de APV.

11.

Indiener Circuit Park Zandvoort Beheer B.V. Postbus 132 2040 AC Zandvoort

Onderwerp Ondergeschikte horeca en ondergeschikte strand-gerelateerde sportactiviteiten bij jaarrondpaviljoen

Ontvangen op

Samenvatting zienswijze Ondergeschikte horeca bij jaarrondpaviljoen Reclamant is eigenaar van Bernie’s Beachclub aan de Boulevard Barnaart en huurder van het direct aan deze locatie gelegen strand. Reclamant juicht toe dat op het aansluitende strandgedeelte een jaarrond congrespaviljoen kan worden gerealiseerd, in combinatie met de te realiseren hotelaccommodatie met bijbehorende voorzieningen op Bernie’s Beachclub. Bij een gecombineerde exploitatie van een hotel en dergelijke met het bijbehorende jaarrondpaviljoen past echter niet het begrip ‘ondergeschikte horeca’. Hiermee wordt een beperking voor de essentiële horeca opgelegd, waardoor een goede exploitatie van het hotel en jaarrondpaviljoen ernstig wordt belemmerd. Niet alleen de gasten van het hotel zullen van de horecafaciliteiten in het jaarrond paviljoen gebruikmaken, maar ook bij de verhuur van zalen voor bijvoorbeeld congressen, bedrijfsevenementen en bruiloften zullen de inkomsten vanuit de horeca essentieel zijn voor de goede exploitatie van het gebied. De ervaring binnen de MICE-markt (‘Meetings, Incentives, Conventions en Exhibitions’) leert dat de inkomsten uit verhuur (locatiehuur, zaalhuur etc.) ten opzichte van de inkomsten uit horeca in een verhouding van ongeveer 30%-70% liggen. Horecainkomsten zijn dus in alle exploitatievormen zeer belangrijk voor het borgen van een gezonde exploitatie.

Reclamant benadrukt dat met het schrappen van de term ‘ondergeschikte horeca’ het jaarrond paviljoen geen andere functie zal krijgen. Ondergeschikte strand-gerelateerde sportactiviteiten bij jaarrondpaviljoen In de nog vast te stellen Omgevingsvisie is één van de uitgangspunten om het Noord-strand tevens te bestemmen voor strand-gerelateerde sportactiviteiten zoals windsurfen en suppen. Deze activiteiten wil de eigenaar van het te realiseren hotel ook mogelijk maken voor de gasten. Het strandgedeelte is vrij rustig en deze activiteiten zouden zonder hinder voor eventuele zwemmers kunnen plaatsvinden. Het jaarrond paviljoen op het strand zou hiervoor een betere locatie zijn dan het terrein behorende bij het 30

hotel. Verzocht wordt dan ook om in de begripsbepaling in het jaarrondpaviljoen de mogelijkheid op te nemen om ondergeschikte strand-gerelateerde sportactiviteiten mogelijk te maken. Door middel van het opnemen van een oppervlakte- of een bebouwingspercentage van het beoogde jaarrondpaviljoen kan zo nodig worden gewaarborgd dat deze activiteit duidelijk ondergeschikt blijft aan de hoofdfunctie. Bovenstaande verzoeken zijn in combinatie met elkaar noodzakelijk voor een gezonde exploitatie. Zeker in relatie tot de hoogwaardige, kwalitatieve en daarmee financiële, investeringen die hiermee gepaard gaan, zijn dit onlosmakelijk verbonden communicerende vaten. Reactie adviescommissie Ondergeschikte horeca bij jaarrondpaviljoen De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. In de begripsomschrijving van ‘jaarrond congrespaviljoen’ (artikel 1.44 van de planregels) is bepaald dat ‘tevens ondergeschikte horeca in de vorm van het verstrekken van etenswaren en dranken is toegestaan’.

Het gaat dan om aan horeca ondergeschikt aan de hoofdfunctie, die bestaat uit het bedrijfsmatig aanbieden (organiseren) van conferenties, symposia, seminars, workshops, trouwerijen en bedrijfsevenementen (niet zijnde muzieken dance-evenementen). De gemeenteraad kiest er dus niet voor om hier een zelfstandige horecafunctie mogelijk te maken. Alhoewel de adviescommissie begrip heeft voor de wensen van reclamant, is dit een politiek-bestuurlijke afweging die de gemeenteraad kan maken. Ondergeschikte strand-gerelateerde sportactiviteiten bij jaarrondpaviljoen Hiervoor geldt hetzelfde als hiervoor reeds is toegelicht: de gemeenteraad hoeft er niet voor te kiezen om strand-gerelateerde sportactiviteiten bij een jaarrond congrespaviljoen toe te staan. Het gaat om een politiek-bestuurlijke afweging waarover de adviescommissie niet kan adviseren. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan.

12.

Indiener Standplaats Vereniging Zandvoort Ampèrestraat 2 2041 CL Zandvoort

Onderwerp mobiele verkoopwagens

Ontvangen op

Samenvatting zienswijze Van mobiele naar vaste kiosken Het bevreemdt reclamant dat hun ambitie om de mobiele verkoopwagens te mogen transformeren in vaste kiosken niet is opgenomen in het plan. Het transformeren naar vaste kiosken draag volgens reclamant bij aan een verduurzaming in de werkwijze, materiaal en energiebehoeften. Tijdens de hoorzitting hebben reclamanten toegelicht dat zij in overleg zijn met de gemeente hierover en dat er een haalbaarheidsonderzoek plaatsvindt. Reclamanten vinden het vooral belangrijk dat hun ambitie genoemd wordt in de toelichting. Reactie adviescommissie De adviescommissie begrijpt dat in dit plan de planologische wens van reclamant op dit moment nog niet geconcretiseerd kan worden omdat nader onderzoek nodig is. Wel adviseert de adviescommissie om de toelichting de ambitie van reclamant concreet te benoemen. Conclusie

31

Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan. De adviescommissie adviseert in de toelichting de ambitie van reclamant te benoemen, evenals het overleg dat hierover wordt gevoerd.

13.

Indiener Wieringa Advocaten Postbus 10100 1001 EC Amsterdam

Onderwerp Beach House Hotel

Ontvangen op

namens: Mobiel Vastgoed B.V. en Cobraspen Groep B.V.

Samenvatting zienswijze In het ontwerpplan is het gebouw van het Beach House Hotel uit het plan gehouden. Het bijbehorende omliggende terrein, zijnde een terras en parkeerterrein en de inrit vanaf de boulevard zijn wel in het ontwerpplan opgenomen. Dit zorgt voor een discrepantie tussen de op het perceel van toepassing zijnde plannen. Reclamant verzoekt het gehele perceel inclusief de inrit uit het ontwerpplan te houden. Bestaand gebruik Het terras/parkeerterrein van het Beach House Hotel heeft in het ontwerpplan de enkelbestemming 'Natuur - Zeereep' gekregen. Deze gronden zijn bestemd om te worden gebruikt voor het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden en zeewering, alsmede voor reclame-uitingen, sporttoestellen, kunstwerken en straatmeubilair. Voor het terras en het gebruik als parkeerterrein van het perceel rondom het gebouw van het Beach House Hotel is een vergunning verleend door Rijnland op 10 juni 1993. Ook is op 17 november 2008 een terrasvergunning verleend. Indien niet het gehele perceel van reclamant uit het omgevingsplan wordt gehouden zoals hiervoor verzocht, verzoekt reclamant het terrein te bestemmen conform het bestaande gebruik. De bestaande inrit ter hoogte van strandafgang F6 is in het ontwerpplan eveneens bestemd met de enkelbestemming 'Natuur-Zeereep'.

Ten aanzien van het gebruik van de inrit is een omgevingsvergunning verleend aan reclamant. Reclamant verzoekt de inrit conform het bestaande gebruik te bestemmen. Herontwikkeling Beach House Hotel In de toelichting van het ontwerpomgevingsplan is te lezen dat het Beach House Hotel niet is meegenomen omdat voor deze locatie geen initiatief c.q. ontwikkeling voor handen is. Dat is niet correct. Reclamant is jaren in gesprek met de gemeente voor wat betreft de renovatie/uitbreiding van het Beach House Hotel. Voor het Beach House Hotel is het scenario 'The Wave' ontwikkeld. Met dit ontwerp wordt een duurzaam stedelijk year-round concept ontwikkeld met hotelkamers in het hoogste segment, vergaderfaciliteiten, flexibele werkplekken, horeca voorzieningen, skylounge, long-stay voorzieningen etc. Met deze ambitieuze ontwikkeling wordt invulling gegeven aan de beleidsdoelstellingen zoals deze in de structuurvisie 'Parel aan Zee+' zijn geformuleerd. Er wordt voldaan aan de criteria zoals geformuleerd door het Kwaliteitsteam en het plan past in hot geschetste groeiscenario voor het gebied. Met het plan wordt ingezet op een architectuur die symbool kan staan voor het ‘nieuwe’ Zandvoort.

Indien het perceel rondom het gebouw van het Beach House Hotel onderdeel blijft van het omgevingsplan, wil reclamant de planologische mogelijkheden om het bestaande gebouw conform het scenario 'The Wave' uit te breiden. De huidige planregels bieden geen mogelijkheden tot uitbreiding. Het omgevingsplan biedt voor het perceel namelijk geen bouwvlak voor het bouwen van gebouwen. 32

Op 21 februari 2017 is het Landelijk Convenant Kustpact gesloten (Kustpact). Daaropvolgend is op 22 februari 2018 het Convenant Noord-Hollandse Kust gesloten. Hierin is onder meer bepaald: Artikel 3, tweede lid, van het Kustpact bepaalt dat nieuwe recreatieve ontwikkelingen met een ruimtebeslag in de kustzone moeten bijdragen aan het behoud en - indien mogelijk - de versterking van de kwaliteit van de kustzone en niet mogen leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van de kustzone. Het plan om het Beach House Hotel te herontwikkelen voldoet aan deze eisen. Het Kustpact is uitgangspunt geweest voor het Toekomstperspectief 2040 NoordHollandse Noordzeekust d.d. 21 oktober 2019. Ook hierin komt terug dat lokale ondernemers van bestaande recreatievoorzieningen moeten kunnen blijven vernieuwen en innoveren met als doel een kwaliteitsverbetering te realiseren en in te kunnen spelen op de wensen en de veranderende vraag van de recreant en toerist. Bovendien is het noorden van Zandvoort aangewezen als locatie waar ruimte is voor nieuwe recreatieve bebouwing. Tevens was de locatie van het Beach House Hotel in een eerdere versie van de Strandzonering 2025 aangewezen als locatie waar intensivering van recreatie mogelijk is, middels een 'rode ster'. Bij vaststelling van dit document is de kaart echter gewijzigd en was alleen nog het strand zelf hierin opgenomen.

Dit neemt niet weg dat de locatie van het Beach House Hotel de ideale locatie is om voornoemde beleidsdoelen te vervullen. Deze beleidsdoelen zouden in het omgevingsplan moeten zijn verankerd, daar is nu geen sprake van. Reactie adviescommissie De gemeente heeft een Nota van Uitgangspunten opgesteld die de basis vormt voor voorliggend omgevingsplan. In deze nota zijn de ambities en uitgangspunten voor dit plan geformuleerd. Deze punten bieden houvast bij het geven van ruimte voor ontwikkelingen en borgen tegelijkertijd de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving en zijn vertaald in dit omgevingsplan. Echter in de toelichting is aangegeven dat het ‘Beach House Hotel’ niet worden meegenomen in het omgevingsplan doordat de locatie geen initiatief c.q. ontwikkeling voor handen is. Hierdoor blijft het vigerende bestemmingsplan ‘Circuitgebied’ gelden. De adviescommissie constateert, samen met reclamant, dat niet alle gronden van buiten voorliggend plan zijn gehouden. De adviescommissie gaat ervanuit dat in deze fase van het plan geen overeenstemming is bereikt tussen partijen over de ontwikkeling op deze locatie en om die reden niet is meegenomen in het plan. De adviescommissie kan echter alleen adviseren over concrete planwijzigingen die als zodanig zijn opgenomen in het plan. Aangezien in dit geval hier geen sprake van is kan de adviescommissie hier niet over adviseren.

Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpplan. De adviescommissie adviseert alle gronden van Beach House Hotel buiten het plan te laten.

33

4.

ADVIES ADVIESCOMMISSIE

De zienswijzen van reclamanten onder 1 tot en met 13 zijn alle tijdig ontvangen en voldoen aan de formele indieningsvereisten. De adviescommissie stelt de raad voor om: 1) naar aanleiding van de ingediende zienswijzen onder de nummers 1, 4 en 11 geen wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerpplan zoals dat ter inzage heeft gelegen; 2) naar aanleiding van de ingediende zienswijzen onder de nummers 2, 3, 5, 6, 7, 8/9/10, 12 en 13 wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerpplan zoals dat ter inzage heeft gelegen; het ontwerpplan Strand gewijzigd vast te stellen op de volgende onderdelen: N.a.v. zienswijze van: Toelichting In figuur 2.3 in de bijlage bij de toelichting de legenda beter leesbaar te maken, en in figuur 2.4 de legenda toe te voegen.

2

Artikel 7.4.1 van de planregels inzake de GPR-score nader te motiveren.

2

Neem in de toelichting de uitkomst van de belangenafweging inzake het al dan niet toestaan van een vuurkorf op.

3, 8/9/10

De toelichting (op de planregels) op de volgende punten aan te vullen:  de verantwoordelijkheid van reclamant zoals genoemd;  aan vergunningplichtige activiteiten van reclamant aandacht te besteden;  bij de toelichting van artikel 19 van de planregels: ter verduidelijking de verantwoordelijkheid van reclamant en de noodzaak van de watervergunning van reclamant noemen  ten aanzien van paragraaf 2.3.4 enkele passages te wijzigen en aan te vullen zoals voorgesteld door reclamant.

5

Duidelijkheid te verschaffen of de buitenruimte al dan niet dient te worden meegerekend bij het aantal vierkante meters.

6

Ten aanzien van de toelichting:  in te gaan op de groenvoorziening in het plangebied en klimaatadaptatie;  in paragraaf 1.4: de Regionale Nota Gezondheidsbeleid 2021-2028 en het Lokaal Preventieakkoord te noemen;  in te gaan te gaan op genoemde punten van reclamant ten aanzien bereikbaarheid van het plangebied voor hulpdiensten zoals ambulances of de brandweer, voorkomen van obstakels voor de bereikbaarheid, de mogelijkheden voor rampenbestrijding in geval van

7

34

calamiteiten en de zelfredzaamheid van aanwezigen in het gebied. De adviescommissie adviseert om daarbij de adviezen van de Veiligheidsregio en brandweer te betrekken of zondig daarop aanvullend advies te vragen; in de artikelsgewijze toelichting van de zorgplicht (artikel 15 van de planregels) noemen ter verduidelijking dat ter invulling van de zorgplicht bedrijfsafval – en opslagruimtes zodanig geplaatst moeten worden dat deze geen obstakel vormen voor hulpdiensten; indien de verwijzing in paragraaf 3.3. onjuist is, de juiste verwijzing op te nemen.

Meer aandacht in de toelichting te besteden aan de keuze voor het aanwijzen van Strandafgang Barnaart nr. 40 als jaarrond locatie.

8/9/10

Benoem in de toelichting de ambitie van reclamant, evenals het overleg dat hierover wordt gevoerd.

12

Regels Artikel 7.4.1 van de planregels inzake de GPR-score aan te passen indien de nadere motivering daartoe aanleiding geeft.

2

Indien de gemeenteraad met betrekking tot vuurkorven kiest voor hetgeen is opgenomen onder b (de regels hierover uit de APV voort te zetten in het plan) dan dienen de planregels in overeenstemming te worden gebracht met de regels uit de APV.

3, 8/9/10

De planregels als volgt aan te vullen: te bezien voor welke planregels in aanvulling op artikel 19 de andere gronden binnen het plangebied, de zee, stand tot in de duinvoet ook mede bestemd moeten worden voor de bescherming en het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen waterkering.

5

Ten aanzien van de planregels:  te bezien of aanpassing nodig is naar aanleiding van de adviezen van reclamant over bereikbaarheid van hulpdiensten, en obstakels, indien artikel 14 en artikel 15 (de zorgplicht) van de planregels daarin nog niet voorzien.  een nadere afweging te maken of een uitbreiding van het verbod om vuur te stoken nodig is ter bescherming van de belangen van de natuur.

7

De ‘voorwaarde’ voor het indienen van een integraal en concreet uitgewerkt plan’ voor een plankier toe te voegen aan de planregels.

8/9/10

Laat alle gronden van Beach House Hotel buiten het plan.

13

35

Verbeelding Laat alle gronden van Beach House Hotel buiten het plan.

13

3) Met betrekking tot de planregeling inzake het ingraven van containers in overleg te treden met de indiener van zienswijze 5, en om na te gaan of de door de indiener van zienswijze 6 voorgestane ontwikkeling genoemd in de samenvatting onder 1 t/m 4 in het plan kan worden opgenomen. 4) Het ontwerpplan Strand ten aanzien van de toelichting, planregels en verbeelding voor het overige vast te stellen overeenkomstig het ontwerp zoals dat ter inzage heeft gelegen met ingang van 25 juni 2021.

de adviescommissie, 11 januari 2022

De raadsadviseur, de heer J. Quartier

de voorzitter, de heer mr. B.M. Kocken

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12229907/1