Bijlage 3 Wordt-was lijst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025
Tekst van het document
Wordt-was lijst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025 De raad van de gemeente Zandvoort; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 lid 4 van de Jeugdwet; overwegende dat • de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd; • het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; • het noodzakelijk is om regels vast te stellen over: -
de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen; de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen; de wijze waarop, onder welke voorwaarden en de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan,
besluit vast te stellen de Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025
1
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
2
Artikel 1.1 Begripsbepalingen – Tekst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025 In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanvraag: een schriftelijk verzoek van een belanghebbende om jeugdhulp;
Artikel 1.1 Begripsbepalingen – Concepttekst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 1e ronde mei 2024 In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanvraag: een schriftelijk verzoek van een belanghebbende om jeugdhulp;
Toelichting
b. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
b. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
Gelijk gebleven.
c. College: Het college van burgemeester en wethouders;
c. College: Het college van burgemeester en wethouders;
Gelijk gebleven.
d. familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak, opgesteld door de ouders en kinderen, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;
d. familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak, opgesteld door de ouders en kinderen, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;
Gelijk gebleven.
Gelijk gebleven.
e. geregistreerde jeugdprofessional: beroepsbeoefenaar die is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd;
Toegevoegd ter verduidelijking.
f.
Toegevoegd ter verduidelijking.
geregistreerde professional: geregistreerde jeugdprofessional of
Artikel 1.1 Begripsbepalingen – Tekst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025 beroepsbeoefenaar die als arts, verpleegkundige, gezondheidszorgpsycholoog, orthopedagoog-generalist of psychotherapeut is ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
3
Artikel 1.1 Begripsbepalingen – Concepttekst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 1e ronde mei 2024
Toelichting
g. hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3 lid 1 van de wet;
e. hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;
Tekstuele wijziging.
h. individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2.1 lid 2 die door het college in natura of in een persoonsgebonden budget wordt verstrekt;
f.
individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, die door het college in natura of in een persoonsgebonden budget wordt verstrekt;
Tekstuele wijziging.
i.
g. jeugdhulpplan: een plan voorzien van een omschrijving van de problematiek, doelen en welke middelen en werkzame elementen nodig zijn om de doelen te behalen en dat de jeugdige of zijn ouders verplicht zijn om op te stellen wanneer zij hulp willen inkopen met een pgb;
Tekstuele wijziging.
jeugdhulpplan: een plan voorzien van een omschrijving van de hulpvraag, problematiek, doelen en welke middelen en werkzame elementen nodig zijn om de doelen te behalen en dat de jeugdige of zijn ouders verplicht zijn om op te stellen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen – Tekst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025 wanneer zij hulp willen inkopen met een pgb; j.
4
Artikel 1.1 Begripsbepalingen – Concepttekst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 1e ronde mei 2024
lokale toegang: de persoon of organisatie die namens het college onderzoek doet naar de behoefte aan jeugdhulp;
Toelichting
Toegevoegd ter verduidelijking.
k. ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder;
h. ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder;
Tekstuele wijziging.
l.
overige voorziening: een voorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling;
i.
overige voorziening: een voorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling;
Tekstuele wijziging.
m. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;
j.
pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;
Tekstuele wijziging.
n. sociaal netwerk: personen met wie de jeugdige of ouder een sociale relatie onderhoudt;
k. sociaal netwerk: personen met wie de jeugdige of ouder een sociale relatie onderhouden;
Tekstuele wijziging.
Artikel 1.1 Begripsbepalingen – Tekst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025
Artikel 1.1 Begripsbepalingen – Concepttekst Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 1e ronde mei 2024
o. vertrouwenspersoon: een onafhankelijke persoon die ouders en jeugdigen kan ondersteunen bij vragen, klachten over en/of problemen met hun rechtspositie en over de (toeleiding naar) jeugdhulp;
l.
vertrouwenspersoon: een onafhankelijke persoon die ouders en jeugdigen kan ondersteunen bij vragen, klachten over en/of problemen met hun rechtspositie en over de (toeleiding naar) jeugdhulp;
p. wet: Jeugdwet;
m. wet: Jeugdwet
q. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning.
Toelichting
Tekstuele wijziging.
Tekstuele wijziging. Toegevoegd.
Hoofdstuk 2 Jeugdhulp
5
Artikel 2.1 Vormen van jeugdhulp
Artikel 2.1 Vormen van jeugdhulp
Toelichting
1. De volgende vormen van overige voorzieningen (vrij toegankelijk) zijn in ieder geval beschikbaar: a. Informatie en advies; b. Activiteiten zoals training, cursus, themabijeenkomst; c. Jeugdgezondheidszorg; d. Jongerenwerk; e. Maatschappelijk werk;
1. De volgende vormen van overige voorzieningen (vrij toegankelijk) zijn in ieder geval beschikbaar: a. Informatie en advies; b. Activiteiten zoals training, cursus, themabijeenkomst; c. Jeugdgezondheidszorg; d. Jongerenwerk; e. Maatschappelijk werk;
Gelijk gebleven.
Artikel 2.1 Vormen van jeugdhulp f. Gezins- en jongeren coaching; g. Jeugdhulp op school, op door het college vast te stellen scholen. 2. De volgende vormen van niet vrijtoegankelijke individuele voorzieningen zijn beschikbaar: a. Ambulante begeleiding; b. Ambulante spoedhulp; c. Gezinsbegeleiding; d. Dagbesteding; e. Basis Jeugd-GGZ; f. Specialistische Jeugd-GGZ; g. Diagnostiek; h. Ernstige Dyslexiezorg; i. Behandeling individueel; j. Behandeling groep; k. Begeleiding groep; l. Kort verblijf; m. Pleegzorg; n. Gezinshuis; o. Fasehuis, kamertraining; p. Verblijf open setting (regulier en crisis); q. Verblijf klinische bedden (regulier en crisis); r. Verblijf residentiele setting zwaar (regulier en crisis); s. JeugdzorgPlus.
6
Artikel 2.1 Vormen van jeugdhulp
Toelichting
f. Gezins- en jongeren coaching; g. Jeugdhulp op school, op door het college vast te stellen scholen. 2. De volgende vormen van niet vrijtoegankelijke individuele voorzieningen zijn beschikbaar: a. Ambulante begeleiding; b. Ambulante spoedhulp; c. Gezinsbegeleiding; d. Dagbesteding; e. Basis Jeugd-GGZ; f. Specialistische Jeugd-GGZ; g. Diagnostiek; h. Ernstige Dyslexiezorg; i. Behandeling individueel; j. Behandeling groep; k. Kort verblijf; l. Pleegzorg; m. Gezinshuis; n. Fasehuis, kamertraining; o. Verblijf open setting (regulier en crisis); p. Verblijf klinische bedden (regulier en crisis); q. Verblijf residentiele setting zwaar (regulier en crisis); r. Jeugdzorgplus.
Begeleiding groep (k) toegevoegd.
Artikel 2.1 Vormen van jeugdhulp
Artikel 2.1 Vormen van jeugdhulp
Toelichting
3. Het college kan bij nadere regeling vaststellen welk aanbod onder overige voorzieningen op basis van het eerste lid en niet vrijtoegankelijke individuele voorzieningen op grond van het tweede lid beschikbaar is.
3. Het college kan bij nadere regeling vaststellen welk aanbod onder overige voorzieningen op basis van het eerste lid en niet vrijtoegankelijke individuele voorzieningen op grond van het tweede beschikbaar is.
Tekstuele wijziging.
Artikel 2.2 Dyslexiezorg
Artikel 2.2 Dyslexiezorg
Toelichting
1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg in het geval het vermoeden van ernstige dyslexie bestaat conform het geldende landelijke protocol.
1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg in het geval het vermoeden van ernstige dyslexie conform het geldende landelijke protocol.
Tekstuele wijziging.
2. De dyslexiezorg die door het college wordt toegekend bestaat uit: a. Diagnostiek bij een vermoeden van ernstige dyslexie; b. Behandeling van ernstige dyslexie.
2. De dyslexiezorg die door het college wordt toegekend bestaat uit: a. Diagnostiek bij een vermoeden van ernstige dyslexie; b. Behandeling van ernstige dyslexie.
Gelijk gebleven.
3. Dyslexiezorg is alleen beschikbaar voor 3. Dyslexiezorg is alleen beschikbaar voor Gelijk gebleven. leerlingen van 7 tot 13 jaar, waarbij op de leerlingen van 7 tot 13 jaar, waarbij op de school voor primair onderwijs het vermoeden school voor primair onderwijs het vermoeden van ernstige dyslexie is geconstateerd. van ernstige dyslexie is geconstateerd 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening tot dyslexiezorg, de werkwijze van de toegang tot dyslexiezorg
7
4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening tot dyslexiezorg, de werkwijze van de toegang tot dyslexiezorg
Gelijk gebleven.
en de eisen waaraan het leerlingendossier dient te voldoen.
Artikel 2.3 Vervoer
8
en de eisen waaraan het leerlingendossier dient te voldoen.
Artikel 2.3 Vervoer
Toelichting
1. Uitgangspunt is dat ouder(s) in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het (regelen van) vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder.
Toegevoegd ter verduidelijking.
2. Bij de individuele voorzieningen kan vervoer 1. Bij de individuele voorzieningen kan vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, worden toegekend, voor wordt geboden, worden toegekend, voor zover het naar het oordeel van het college zover het naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van de betreffende jeugdige, zelfredzaamheid van de betreffende jeugdige. mits niet vanuit andere regelingen of instanties vergoed.
Tekstuele wijziging.
3. Er is sprake van een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid in de volgende situaties: a. De jeugdige kan niet reizen met het openbaar vervoer, ook niet onder begeleiding van een volwassene, en ouders beschikken niet over passend vervoer om de jeugdige naar de jeugdhulp locatie te vervoeren, en b. Er door ouders is aangetoond dat ouders of andere personen uit het
Naar aanleiding van de uitspraken van het CRvB d.d. 29 mei 2024 zijn de voorwaarden voor ‘medische noodzaak’ of ‘beperking in de zelfredzaamheid’ in het licht van de individuele voorziening vervoer in de verordening nader toegelicht (zie art. 2.3 lid 2 Jeugdwet).
2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van vervoer en de uitwerking daarvan.
sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor de begeleiding en het vervoer, en c. De afstand naar de jeugdhulplocatie is meer dan 6 kilometer, gemeten over de weg met behulp van de ANWB-routeplanner met de optie de kortste route per fiets. 4. Er is geen sprake van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid in de volgende situaties: a. Ouders kunnen hun kind niet naar de jeugdhulplocatie vervoeren vanwege werkverplichtingen; b. Ouders hebben gekozen voor een jeugdhulpaanbieder buiten de regio, terwijl een vergelijkbaar aanbod binnen de regio beschikbaar is; c. Jeugdige is in staat is om zelfstandig met eigen vervoer of met het openbaar vervoer te reizen; d. Ouders geven aan onvoldoende financiële middelen te hebben voor de reiskosten, hiervoor zijn de regelingen binnen de Participatiewet voorliggend; e. Ouders die op basis van een andere wet of verzekering in
9
Naar aanleiding van de uitspraken van het CRvB d.d. 29 mei 2024 zijn de voorwaarden voor ‘medische noodzaak’ of ‘beperking in de zelfredzaamheid’ in het licht van de individuele voorziening vervoer in de verordening nader toegelicht (zie art. 2.3 lid 2 Jeugdwet).
f.
aanmerking komen voor een vergoeding van de vervoerskosten; Ouders die een aangepast vervoersmiddel voor de jeugdige hebben ontvangen op grond van o.a. de Wmo of de verordening leerlingenvervoer.
Hoofdstuk 3 Toegang tot jeugdhulp
10
Artikel 3.1 Toegang jeugdhulp via het college
Artikel 3.1 Toegang jeugdhulp via het college
Toelichting
1. Een aanvraag voor een individuele voorziening kan door of namens een jeugdige of ouders schriftelijk worden ingediend bij het college.
1. Een aanvraag voor een individuele voorziening kan door of namens een jeugdige of ouders schriftelijk worden ingediend bij het college.
Gelijk gebleven.
2. Het college draagt er zorg voor dat de jeugdige of ouder geïnformeerd worden over de mogelijkheid tot het opstellen van een familiegroepsplan. Indien gewenst, wordt de jeugdige of ouder bij het opstellen daarvan ondersteund.
2. Het college draagt er zorg voor dat de jeugdige en/of ouder geïnformeerd worden over de mogelijkheid tot het opstellen van een familiegroepsplan. Indien gewenst wordt de jeugdige of ouder bij het opstellen daarvan ondersteund.
Tekstuele wijziging ten behoeve van de leesbaarheid. Het gaat hier om beide of één van beide.
3. Bij de beoordeling van een aanvraag om jeugdhulp stemt het college af met andere voorzieningen.
3. Bij de beoordeling van een aanvraag om jeugdhulp stemt het college af met andere voorzieningen.
Gelijk gebleven.
Artikel 3.2 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige of zijn ouders: a. De behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige of zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en zijn gezinssituatie; b. Of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: I. Welke problemen of stoornissen dat zijn; II. Welke ondersteuning, hulp en zorg nodig zijn voor de jeugdige om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau; III. Of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen
11
Artikel 3.2 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouders: a. De behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en/of zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en zijn gezinssituatie; b. Of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: i. Welke problemen of stoornissen dat zijn; ii. Welke ondersteuning, hulp en zorg nodig zijn voor de jeugdige om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau; iii. Of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen
Toelichting Tekstuele wijziging.
Tekstuele wijziging.
Tekstuele wijziging.
Artikel 3.2 Onderzoek naar de behoeften, Artikel 3.2 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren persoonskenmerken en voorkeuren die tot hun sociale omgeving die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en de nodige ondersteuning, hulp zorg te kunnen bieden, en en zorg te kunnen bieden, en IV. Voor zover de eigen iv. Voor zover de eigen mogelijkheden en het mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met inzet van mogelijkheden om met inzet van een andere voorziening, overige een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening of individuele voorziening te voorzien in de voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning, hulp en nodige ondersteuning, hulp en zorg; zorg;
12
Toelichting
c. Hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en
c. Hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en
Gelijk gebleven.
d. Indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen.
d. Indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen.
Gelijk gebleven.
13
Artikel 3.2 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 2. Als de jeugdige of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek.
Artikel 3.2 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 2. Als de jeugdige of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek.
Toelichting
3. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure.
3. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure.
Gelijk gebleven.
4. De jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger verschaffen het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.
4. De jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger verschaffen het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.
Gelijk gebleven.
Artikel 3.3 Identificatie
Artikel 3.3 Identificatie
Toelichting
Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouders vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht.
Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouders vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht.
Gelijk gebleven.
Gelijk gebleven.
Artikel 3.4 Voorwaarden individuele voorziening
Artikel 3.4 Voorwaarden individuele voorziening
Toelichting
Het college kent een individuele voorziening toe wanneer in het jeugdhulpplan wordt vastgesteld dat de jeugdige:
Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in het jeugdhulpplan wordt vastgesteld dat de jeugdige:
Gelijk gebleven.
a. Zelfstandig geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn sociaal netwerk en de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn;
a. Zelfstandig geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn sociaal netwerk en de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn;
b. Geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, of;
b. Geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, of;
Gelijk gebleven.
c. Geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening.
c. Geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening.
Gelijk gebleven.
2. Voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt geacht aanwezig te zijn, in de volgende situaties: a. De hulpvraag behoort tot de opvoedingsopgaven en/of normale uitdagingen zoals omschreven door het Nederlands Jeugdinstituut in de
14
Op grond van uitspraken van het CRvB d.d. 29 mei 2024 dienen de begrippen ‘eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen’ nader uitgewerkt te worden in de verordening (zie art. 2.3 lid 1 Jeugdwet). Met deze reden is dit opgenomen in art. 3.4.
Artikel 3.4 Voorwaarden individuele voorziening
Artikel 3.4 Voorwaarden individuele voorziening
Toelichting
uitgave ‘Opgroeien en opvoeden’ en waarvan het overzicht is opgenomen in bijlage 1 van deze verordening; b. De hulpvraag een periode van minder dan zes maanden bedraagt, met uitzondering van behandeling; c. Als de oorzaak van de hulpvraag is gelegen in problematiek bij de ouder, bijv. vanwege lichamelijke handicap of psychosociale problematiek, dan hoort de ondersteuning van de ouder onder de Wmo, ook als de jeugdige een handicap heeft. De hulp gericht op de jeugdige is wel jeugdhulp. 3. Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen worden onvoldoende aanwezig geacht te zijn in de volgende situaties: a. De ouder(s) zijn volgens een objectief meetinstrument overbelast; b. Er voor een jeugdige van vijf jaar en ouder 24 uur per dag toezicht nodig is ter voorkoming van ernstig nadeel.
Op grond van uitspraken van het CRvB d.d. 29 mei 2024 dienen de begrippen ‘eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen’ nader uitgewerkt te worden in de verordening (zie art. 2.3 lid 1 Jeugdwet). Met deze reden is dit opgenomen in art. 3.4.
4. Van ouders wordt verwacht dat zij hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen versterken door:
Op grond van uitspraken van het CRvB d.d. 29 mei 2024 dienen de begrippen ‘eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen’ nader uitgewerkt te worden in de verordening (zie art. 2.3 lid 1 Jeugdwet). Met deze reden is dit opgenomen in art. 3.4.
a. Oorzaken van overbelasting waar mogelijk weg te nemen;
15
Artikel 3.4 Voorwaarden individuele voorziening
Artikel 3.4 Voorwaarden individuele voorziening
Toelichting
Artikel 3.5 Inhoud beschikking
Artikel 3.5 Inhoud beschikking
Toelichting
1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening als bedoeld in artikel
1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening als bedoeld in artikel
Tekstuele wijziging.
b. Het belang van hun kind voor het belang van de (werk)carrière te stellen. c. Zorgverlof en andere soorten verlof in te zetten; d. Werktijden aan te passen; e. Gebruik te maken van de opvang mogelijkheden van de Wet kinderopvang, zowel voor de jeugdige met een hulpvraag als voor eventueel andere kinderen; f. Het sociaal netwerk in te zetten en te werken aan het vergroten van het sociaal netwerk; g. De jeugdige, indien mogelijk, voltijds onderwijs te laten volgen; h. De eigen problematiek te verminderen, bijvoorbeeld door het inzetten van begeleiding en coaching trajecten vanuit het preventief aanbod, een beroep doen op de Zorgverzekeringswet voor behandeling, het verminderen van scheidingsproblematiek e.d.
16
Artikel 3.5 Inhoud beschikking 2.1 lid 2, wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt, welke afspraken met de jeugdige of zijn ouders zijn gemaakt en hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
17
Artikel 3.5 Inhoud beschikking
Toelichting
2.1, lid 2, wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt, welke afspraken met de jeugdige en/of zijn ouders zijn gemaakt en hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 wordt, ingeval een voorziening in natura wordt verstrekt, in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. wat de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. hoe de voorziening wordt verstrekt; en indien van toepassing c. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 wordt, ingeval een voorziening in natura wordt verstrekt, in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. hoe de voorziening wordt verstrekt; en indien van toepassing; c. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
Tekstuele wijziging.
3. Onverminderd het bepaalde in lid 1 wordt, ingeval een voorziening in de vorm van een pgb wordt verstrekt, in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. waarom voor een pgb is gekozen; b. aan welk resultaat het pgb moet worden besteed; c. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
3. Onverminderd het bepaalde in lid 1 wordt, ingeval een voorziening in de vorm van een pgb wordt verstrekt, in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. waarom voor een pgb is gekozen; b. aan welk resultaat het pgb moet worden besteed; c. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
Gelijk gebleven.
Artikel 3.5 Inhoud beschikking d. e. f.
wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; en de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Artikel 3.6 kwaliteitseisen toegang jeugdhulp
1. Het College draagt zorg voor de beschikbaarheid van relevante deskundigheid met betrekking tot: a. opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, b. opvoedingssituaties waardoor jeugdigen mogelijk in hun ontwikkeling worden bedreigd, c. taal- en leerproblemen, d. somatische aandoeningen, e. lichamelijke- of verstandelijke beperkingen, en f. kindermishandeling en huiselijk geweld.
18
Artikel 3.5 Inhoud beschikking
Toelichting
d. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Toelichting
Op grond van de uitspraken van het CRvB d.d. 29 mei 2024 dienen de kwaliteitseisen van de professionals en organisatie die besluiten maken tot de inzet van Jeugdhulp namens het college (het CJG), opgenomen te worden in de verordening. Deze zijn hier opgenomen.
2. Indien het college besluit over het verzoek om een individuele voorziening gelden de navolgende kwaliteitseisen: a. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde professional. b. De geregistreerde professional beschikt bij de aanvraag over de passende deskundigheid en/of ervaring conform de indeling genoemd in lid 1. c. Indien de geregistreerde professional deze kennis of ervaring niet zelf heeft, dient ten minste één andere geregistreerde professional te worden geraadpleegd en om advies te worden gevraagd over de aanvraag. Dit advies wordt opgenomen in het jeugdhulpplan. 3. Om de deskundigheid van het besluit tot inzet van een voorziening te waarborgen geldt dat: a. Bij het onderzoek gebruik wordt gemaakt van gevalideerde instrumenten door een daartoe opgeleide professional. b. Indien er geen instrument beschikbaar is wordt een daartoe opgeleide professional met relevante kennis en kundigheid over de gestelde hulpvraag betrokken bij
19
de advisering over, bepaling van en het inzetten van voorzieningen. c. te allen tijde bij de vraag passende academisch opgeleide professionals beschikbaar zijn voor advisering en besluitvorming. 4. Voor de besluitvorming kan informatie van gecontracteerde aanbieders worden gebruikt, de besluitvorming mag niet aan deze aanbieders worden overgedragen. 5. Er dient te worden gehandeld conform de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. 6. De betrokken jeugdigen worden waar mogelijk gesproken: a. Vanaf 12 jaar gebeurt dit in ieder geval, tenzij de jeugdige niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is. b. Onder de 12 jaar wordt een jeugdige gehoord tenzij dit niet mogelijk is of in strijd is met het belang van het kind.
20
21
Artikel 3.7 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Artikel 3.6 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Toelichting
Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde verwijzer van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.
Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde verwijzer van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.
Gelijk gebleven.
Artikel 3.8 Toegang jeugdhulp via de gecertificeerde instelling of kinderrechter
Artikel 3.7 Toegang jeugdhulp via de gecertificeerde instelling of kinderrechter
Toelichting
Het college zorgt conform de wet voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instellingnodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.
Het college zorgt conform de wet voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instellingnodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.
Gelijk gebleven.
22
Artikel 3.9 Algemene weigeringsgronden
Toelichting
1. Een jeugdige of ouder(s) komen niet in aanmerking voor een individuele voorziening als: a. De jeugdige of ouder(s) aanspraak maken op een andere- of overige voorziening die voorziet in de ondersteuningsbehoefte, of de mogelijkheid bestaat dat zij aanspraak kunnen maken op een voorliggende voorziening die voorziet in de ondersteuningsbehoefte, maar zij hiervoor geen aanvraag wensen in te dienen. Voorziet de voorliggende voorziening gedeeltelijk in de ondersteuningsbehoefte dan kan aanvullend alsnog een individuele voorziening worden afgegeven; b. De jeugdige of ouder(s) onvoldoende meewerken aan het onderzoek waardoor de gemeente geen juist onderzoek kan uitvoeren en hierdoor de ondersteuningsbehoefte niet op een juiste wijze kan vaststellen; c. De individuele voorziening niet voldoet aan de eisen met betrekking tot kwaliteit zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de wet en artikel 5.1.1. Besluit jeugdwet; 2. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag heeft
Het is uit de jurisprudentie binnen het sociaal domein duidelijk geworden dat de weigeringsgronden in de verordening dienen te worden opgenomen.
gemaakt dan worden deze kosten niet vergoed.
Artikel 3.10 Weigeringsgronden gelegen in de specifieke aanbieder van jeugdhulp 1. Het is niet toegestaan om jeugdhulp in te zetten van aanbieders: a. Die buitenlands hulpaanbod hebben en niet voldoen aan het afsprakenkader buitenlands jeugdhulp. b. Die alle zorg en ondersteuning aanbieden (door aanbieders) buiten EU-landen. c. Die een actieve aanwijzing of herstelopdracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft. d. Waarvan in de voorgaande vijf jaar het contract met de regio is ontbonden wegens niet voldoen aan de contractuele voorwaarden. e. Die geen gegevens heeft aangeleverd voor de jaarverantwoording in de zorg, tenzij wordt voldaan voor de uitzondering voor solistisch werkende jeugdhulpverleners. f. Die niet voldoet aan de Wet normering topinkomens. g. Waar geen SKJ of BIG geregistreerde professionals werkzaam zijn, met uitzondering van vervoer.
23
Toelichting Het is uit de jurisprudentie binnen het sociaal domein duidelijk geworden dat de weigeringsgronden in de verordening dienen te worden opgenomen.
Hoofdstuk 4 Afstemming met andere voorzieningen
24
Artikel 4.1 Afstemming gezondheidszorg
Artikel 4.1 Afstemming gezondheidszorg
Toelichting
1. Het college draagt zorg dat wanneer zij een besluit neemt over de inzet van zorg die vanaf de 18e verjaardag valt onder het basispakket van de Zorgverzekeringswet en er de reële verwachting is dat deze zorg na de 18e verjaardag van de jeugdige door zal lopen, het besluit voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden door de zorgverzekeraars.
1. Het college draagt zorg dat wanneer zij een besluit neemt over de inzet van zorg die vanaf de 18e verjaardag valt onder het basispakket van de Zorgverzekeringswet en er de reële verwachting is dat deze zorg na de 18e verjaardag van de jeugdige door zal lopen, het besluit voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden door de zorgverzekeraars.
Gelijk gebleven.
2. Het college draagt er zorg voor dat in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en zijn ouders worden gewezen op de consequentie dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet valt, en spant zich in voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk.
2. Het college draagt er zorg voor dat in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en zijn ouders wijst op de consequentie dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet valt, en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk.
Gelijk gebleven.
Artikel 4.2 Afstemming langdurige zorg
Artikel 4.2 Afstemming langdurige zorg
Toelichting
1. Het college draagt zorg dat de lokale toegang de jeugdige of zijn ouders ondersteunt richting het Centraal Indicatieorgaan Zorg, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan
1. Het college draagt zorg dat de lokale toegang de jeugdige en/of zijn ouders ondersteunt richting het Centraal Indicatieorgaan Zorg, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan
Tekstuele wijziging.
Artikel 4.2 Afstemming langdurige zorg komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg.
25
Artikel 4.2 Afstemming langdurige zorg
Toelichting
komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg.
2. Indien de jeugdige of zijn ouders weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit van het Centraal Indicatieorgaan Zorg, is het college niet gehouden een individuele voorziening toe te kennen op grond van deze verordening.
2. Indien de jeugdige en/of zijn ouders weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit van het Centraal Indicatieorgaan Zorg, is het college niet gehouden een individuele voorziening toe te kennen op grond van deze verordening.
Tekstuele wijziging.
Artikel 4.3 Afstemming voorschoolse voorzieningen en het onderwijs
Artikel 4.3 Afstemming voorschoolse voorzieningen en het onderwijs
Toelichting
1. Het college draagt zorg dat locaties voor kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs een contactpersoon/contactteam hebben bij de lokale toegang.
1. Het college draagt zorg dat locaties voor kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs een contactpersoon/contactteam hebben bij de lokale toegang.
Gelijk gebleven.
2. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen en onderwijszorg worden vastgelegd in het plan voor de jeugdhulp van de jeugdige en zijn ouders.
2. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen en onderwijszorg worden vastgelegd in het plan voor de jeugdhulp van de jeugdige en zijn ouders.
Gelijk gebleven.
Artikel 4.4 Afstemming maatschappelijke ondersteuning
Artikel 4.4 Afstemming maatschappelijke ondersteuning
Toelichting
1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de lokale toegang en de
1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de lokale toegang en de
Gelijk gebleven.
26
Wet maatschappelijke ondersteuning aanbieders, indien een jeugdige en/of zijn ouders naast jeugdhulpvoorzieningen ook in aanmerking komen voor voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Wet maatschappelijke ondersteuning aanbieders, indien een jeugdige en/of zijn ouders naast jeugdhulpvoorzieningen ook in aanmerking komen voor voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
2. Het college draagt zorg dat wanneer de begeleiding van een jeugdige na het achttiende jaar voortgezet moet worden onder de Wet maatschappelijke ondersteuning, de continuïteit gewaarborgd wordt en de lokale toegang een besluit hiertoe zo nodig (mede)voorbereidt.
2. Het college draagt zorg dat wanneer de begeleiding van een jeugdige na het achttiende jaar voortgezet moet worden onder de Wet maatschappelijke ondersteuning, de continuïteit gewaarborgd wordt en de lokale toegang een besluit hiertoe zo nodig (mede)voorbereidt.
Gelijk gebleven.
Artikel 4.5 Afstemming werk en inkomen
Artikel 4.5 Afstemming werk en inkomen
Toelichting
Het college draagt zorg dat de lokale toegang en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, minimaregelingen, begeleiding naar werk - te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen.
Het college draagt zorg dat de lokale toegang en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, minimaregelingen te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen.
‘begeleiding naar werk’ toegevoegd.
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget
27
Artikel 5.1 Persoonsgebonden budget
Artikel 5.1 Persoonsgebonden budget
Toelichting
1. Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen kan het college een pgb verstrekken, in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet.
1. Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen kan het college een pgb verstrekken, in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet.
Gelijk gebleven.
2. Het PGB wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders ingevuld pgb-aanvraagformulier. In het pgbaanvraagformulier staat in ieder geval: a. Welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders gezien de hulpvraag willen inkopen met het pgb en wat het beoogde resultaat is; en b. indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
2. Het PGB wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige en/of zijn ouders ingevuld pgb-aanvraagformulier. In het pgbaanvraagformulier staat in ieder geval: a. Welke jeugdhulp de jeugdige en/of zijn ouders gezien de hulpvraag willen inkopen met het pgb en wat het beoogde resultaat is; en b. indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige en/of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
Tekstuele wijziging.
3. Een pgb is alleen mogelijk indien: a. een aanvrager in aanmerking komt voor een individuele jeugdhulpvoorziening en dit in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; en b. de aanvrager kan aantonen dat het inzetten van een pgb tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is; en
3. Een pgb is alleen mogelijk indien: a. een aanvrager in aanmerking komt voor een individuele jeugdhulpvoorziening en dit in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; en b. de aanvrager kan aantonen dat het inzetten van een pgb tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is; en
Tekstuele wijziging.
Artikel 5.1 Persoonsgebonden budget
28
Artikel 5.1 Persoonsgebonden budget
c. de aanvrager kan motiveren dat het aanbod zorg in natura niet passend is; en d. naar het oordeel van het college is voldaan aan alle in artikel 8.1.1 van de wet genoemde voorwaarden; en e. de ondersteuning die de ouder of jeugdige met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het jeugdhulpplan opgenomen beoogde resultaat; en f. bij de toekenning van een pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk er geen risico op overbelasting is; en g. er geen sprake is van een situatie als bedoeld in het volgende lid van dit artikel.
c. de aanvrager kan motiveren dat het aanbod zorg in natura niet passend is; en d. naar het oordeel van het college is voldaan aan alle in artikel 8.1.1 van de wet genoemde voorwaarden; en e. de ondersteuning die de ouder en/of jeugdige met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het jeugdhulpplan opgenomen beoogde resultaat; en f. bij de toekenning van een pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk er geen risico op overbelasting is; en g. er geen sprake is van een situatie als bedoeld in het volgende lid van dit artikel.
4. Een pgb is niet mogelijk: a. voor andere of overige voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1; b. voor pleegzorg en daarmee vergelijkbare vormen van verblijf; c. voor zover er sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1 lid 4 van de wet; d. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn gemaakt;
4. Een pgb is niet mogelijk: a. voor andere of overige voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1, 1e lid; b. voor pleegzorg en daarmee vergelijkbare vormen van verblijf; c. voor zover er sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1 vierde lid van de wet; d. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn gemaakt;
Toelichting
Tekstuele wijziging.
Artikel 5.1 Persoonsgebonden budget e. voor hulp van een aanbieder die door het college is ingekocht voor het bieden van jeugdhulp in zorg in natura. 5. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de besteding van een pgb: a. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. b. Voor budgethouders met meerdere pgb’s is schuiven tussen verschillende budgetten niet toegestaan, tenzij hierover schriftelijke afspraken zijn gemaakt met het college.
6. Budgethouders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen: a. Vervoerskosten, voor zover hiervoor een beschikking op grond van artikel 2.3 is afgegeven die samenhangt met een individuele voorziening voor begeleiding en/of behandeling in het kader van de jeugdhulp. Een beschikking voor vervoer wordt alleen afgegeven indien dit vervoer naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid, mits niet vanuit andere regelingen of instanties vergoed.
29
Artikel 5.1 Persoonsgebonden budget
Toelichting
e. voor hulp van een aanbieder die door het college is ingekocht voor het bieden van jeugdhulp in zorg in natura. 5. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de besteding van een pgb: a. b.
Gelijk gebleven.
Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. Voor budgethouders met meerdere pgb’s is schuiven tussen verschillende budgetten niet toegestaan, tenzij hierover schriftelijke afspraken zijn gemaakt met het college.
6. Budgethouders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen: a. Vervoerskosten, voor zover hiervoor een beschikking op grond van artikel 2.3 is afgegeven die samenhangt met een individuele voorziening voor begeleiding en/of behandeling in het kader van de jeugdhulp. Een beschikking voor vervoer wordt alleen afgegeven indien dit vervoer naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid. b. Het pgb mag worden besteed bij een aanbieder zowel binnen als buiten de regio Zuid-Kennemerland en IJmond
Toegevoegd: mits niet vanuit andere regelingen of instanties vergoed.
Artikel 5.1 Persoonsgebonden budget
30
Artikel 5.1 Persoonsgebonden budget
b. Het pgb mag worden besteed bij een aanbieder zowel binnen als buiten de regio Zuid-Kennemerland en IJmond maar in ieder geval binnen Nederland. Een pgb mag alleen na schriftelijke toestemming van het college besteed worden in EU-landen, deze aanbieder dient te voldoen aan het afsprakenkader buitenlands hulpaanbod.
maar in ieder geval binnen Nederland. Een pgb mag alleen na schriftelijke toestemming van het college besteed worden in EU-landen, deze aanbieder dient te voldoen aan het afsprakenkader buitenlands hulpaanbod.
7. Budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: a. kosten voor bemiddeling; b. kosten voor het voeren van een pgbadministratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; d. extra beloningen, zoals eindejaarsuitkering of overlijdensuitkering en gratificaties; e. contributie voor het lidmaatschap van belangenverenigingen voor budgethouders, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; f. alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet valt; g. alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) buiten EU-landen.
7. Budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: a. kosten voor bemiddeling; b. kosten voor het voeren van een pgbadministratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; d. extra beloningen, zoals eindejaarsuitkering of overlijdensuitkering en gratificaties; e. contributie voor het lidmaatschap van belangenverenigingen voor budgethouders, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; f. alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet valt; g. alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) buiten EU-landen.
Toelichting
Gelijk gebleven.
Artikel 5.2 Onderscheid formele hulp en Artikel 5.2 Onderscheid formele hulp en Toelichting informele hulp informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de hulp 1. Van formele hulp is sprake als de hulp Gelijk gebleven. verleend wordt door onderstaande personen, verleend wordt door onderstaande met uitzondering van bloed- of aanverwanten personen, met uitzondering van bloed- of in de 1e of 2e graad van de budgethouder: aanverwanten in de 1e of 2e graad van de a. personen die werkzaam zijn bij een budgethouder: instelling die ten aanzien van de voor a. personen die werkzaam zijn bij een het pgb uit te voeren instelling die ten aanzien van de voor taken/werkzaamheden ingeschreven het pgb uit te voeren staat in het Handelsregister (conform taken/werkzaamheden ingeschreven artikel 5 Handelsregisterwet 2007), staat in het Handelsregister (conform en die beschikken over de relevante artikel 5 Handelsregisterwet 2007), diploma’s die nodig zijn en die beschikken over de relevante vooruitoefening van de diploma’s die nodig zijn desbetreffende taken, of; vooruitoefening van de b. personen die aangemerkt zijn als desbetreffende taken, of; zelfstandige zonder personeel. b. personen die aangemerkt zijn als Daarnaast moeten ze ten aanzien van Zelfstandige zonder personeel.
de voor het pgb uit te voeren Daarnaast moeten ze ten aanzien van taken/werkzaamheden ingeschreven de voor het pgb uit te voeren staan in het Handelsregister (conform taken/werkzaamheden ingeschreven artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en staan in het Handelsregister (conform beschikken over de relevante artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en diploma’s die nodig zijn voor beschikken over de relevante uitoefening van de desbetreffende diploma’s die nodig zijn voor taken, of; uitoefening van de desbetreffende c. personen die ingeschreven staan in taken, of; het register, bedoeld in artikel 3 van c. personen die ingeschreven staan in de Wet op de beroepen in de het register, bedoeld in artikel 3 van individuele gezondheidszorg (BIGde Wet op de beroepen in de
31
32
Artikel 5.2 Onderscheid formele hulp en informele hulp register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.
Artikel 5.2 Onderscheid formele hulp en informele hulp individuele gezondheidszorg (BIGregister) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.
Toelichting
2. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp.
2.
Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp.
Gelijk gebleven.
3. Indien de hulp wordt verleend door een 3. ander dan diegenen beschreven in lid 1 onder a, b of c, is sprake van informele hulp.
Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a, b of c, is sprake van informele hulp.
Gelijk gebleven.
Artikel 5.3 Hoogte van een pgb-tarief Artikel 5.3 Hoogte van een pgb-tarief 1. Het pgb is gebaseerd op een uur-, dagdeel- of 1. Het pgb is gebaseerd op een uur- of etmaaltarief. Er zijn twee soorten tarieven, dagdeeltarief en twee soorten tarieven, dit het formele en het informele. zijn het formele tarief en het informele tarief.
Toelichting Tekstuele wijziging.
2. Van het formele tarief is sprake als de hulp verleend wordt door personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de jeugdige: a. die in loondienst zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het
Gelijk gebleven.
2. Van het formele tarief is sprake als de hulp verleend wordt door personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de jeugdige: a. die in loondienst zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister
Artikel 5.3 Hoogte van een pgb-tarief Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie van de inschrijving in het Handelsregister kunnen overleggen; en b. die een kopie van hun (geanonimiseerde) arbeidsovereenkomst kunnen overleggen waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW; of c. die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel (ook in collectief verband) en ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie van de inschrijving in het Handelsregister kunnen overleggen; en d. die hun SKJ of BIG registratie kunnen overleggen indien van toepassing. Indien een registratie niet van toepassing is, dan worden een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs uitgereikt aan de beoogde hulpverlener(s) en een VOG van de beoogd hulpverlener(s) die bij
33
Artikel 5.3 Hoogte van een pgb-tarief (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie van de inschrijving in het Handelsregister kunnen overleggen; en b. die een kopie van hun (geanonimiseerde) arbeidsovereenkomst kunnen overleggen waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW; of c. die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel (ook in collectief verband) en ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie van de inschrijving in het Handelsregister kunnen overleggen; en d. die hun SKJ of BIG registratie kunnen overleggen indien van toepassing. Indien een registratie niet van toepassing is, dan worden een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs uitgereikt aan de beoogde hulpverlener(s) en een VOG van de beoogd hulpverlener(s) die bij aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden ingediend.
Toelichting
34
Artikel 5.3 Hoogte van een pgb-tarief aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden ingediend.
Artikel 5.3 Hoogte van een pgb-tarief
Toelichting
3. Indien de documenten beschreven in lid 2, niet worden overlegd is te allen tijde sprake van informeel tarief.
3. Indien de documenten beschreven in lid 2, niet worden overlegd is ten alle tijden sprake van informeel tarief.
Tekstuele wijziging.
4. Een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 8 van de Regeling Jeugdwet kan voor op onverplichte basis verleende jeugdhulp (enkel) een tegemoetkoming van € 141 per kalendermaand worden betaald, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen.
4. Een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 8 van de Regeling Jeugdwet kan voor op onverplichte basis verleende jeugdhulp (enkel) een tegemoetkoming van € 141 per kalendermaand worden betaald, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen.
Gelijk gebleven.
5. De norm verantwoorde werktoedeling zoals beschreven in het Kwaliteitskader Jeugd is van toepassing op het informele pgb.
5. De norm verantwoorde werktoedeling zoals beschreven in het Kwaliteitskader Jeugd is van toepassing op het informele pgb.
Gelijk gebleven.
6. Het college stelt in Nadere regels per ondersteuningsvorm de pgb-tarieven vast. Dit betreft een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen.
6. De jeugdhulp in pgb wordt toegekend met de tarieven genoemd in Bijlage 1. Dit betreft een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen.
Bijlage 1 Tarievenlijst PGB is verplaatst naar de Nadere regels gemeente Zandvoort 2025.
7. De hoogte van het pgb is de benodigde omvang van de individuele voorziening in uren of dagdelen maal het tarief.
7. De hoogte van het pgb is de benodigde omvang van de individuele voorziening in uren of dagdelen maal het tarief.
Gelijk gebleven.
35
Artikel 5.3 Hoogte van een pgb-tarief 8. Het pgb is nooit hoger dan dat de goedkoopste voorziening in natura zou kosten die past bij wat nodig is.
Artikel 5.3 Hoogte van een pgb-tarief 8. Het pgb is nooit hoger dan dat de goedkoopste voorziening in natura zou kosten die past bij wat nodig is.
Toelichting Gelijk gebleven.
9. De tarieven worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de OVA-index en kunnen tussentijds indien nodig worden aangepast.
9. De tarieven worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de OVA-index.
Tekstuele wijziging.
Hoofdstuk 6 Herzien, intrekken, terugvorderen en opschorten
36
Artikel 6.1 Informatieplicht Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een individuele voorziening.
Artikel 6.1 Informatieplicht Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een individuele voorziening.
Toelichting Gelijk gebleven.
Artikel 6.2 Herziening of intrekking 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
Artikel 6.2 Herziening of intrekking 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
Toelichting Gelijk gebleven.
a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
Gelijk gebleven.
b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen;
b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen;
Gelijk gebleven.
c. de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;
c. de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;
Gelijk gebleven.
Artikel 6.2 Herziening of intrekking
Toelichting
d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb of;
d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb of;
Gelijk gebleven.
e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
Gelijk gebleven.
2. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.