CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Was - Wordt tabel raadsvoorstel wijzigingsverordening HO

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Wijzigingsverordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 20206.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 2 Was/wordt tabel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020

Huidige tekst artikel 1.1 HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen 1. In deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt verstaan onder: a. algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die financieel gedragen kan worden, niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is, die niet aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare producten en een persoon zonder beperking zou, mede gelet op de individuele omstandigheden van het geval, waaronder de leeftijd, ook beschikken over de voorziening; b. algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. In Zandvoort wordt dit voorzieningen aanbod de sociale basis genoemd. c. andere voorziening: voorziening op basis van een andere wet dan de Wmo 2015; d. beperking: aan de cliënt verbonden kenmerken die er toe leiden dat hij niet (volledig) in staat is tot zelfredzaamheid en/of deelname aan het maatschappelijk leven; e. besluit: Uitvoeringsbesluit Algemene en maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020; f. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort; g.

diensten: hulp bij het huishouden, begeleiding en dagbesteding en (ambulante) ondersteuning die wordt geboden in het kader van beschermd en beschut wonen; h. eigen bijdrage: een bijdrage van een cliënt in de kosten van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebondenbudget; i. gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten j. gemeenschappelijke ruimten: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en

Nieuwe tekst artikel 1.1 HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen 1. In deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt verstaan onder: a. algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die financieel gedragen kan worden, niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is, die niet aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare producten en een persoon zonder beperking zou, mede gelet op de individuele omstandigheden van het geval, waaronder de leeftijd, ook beschikken over de voorziening; b. vervallen

c. andere voorziening: voorziening op basis van een andere wet dan de Wmo 2015; d. beperking: aan de cliënt verbonden kenmerken die er toe leiden dat hij niet (volledig) in staat is tot zelfredzaamheid en/of deelname aan het maatschappelijk leven; e. besluit: Uitvoeringsbesluit Algemene en maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020; f. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort; g. diensten: huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en dagbesteding en (ambulante) ondersteuning die wordt geboden in het kader van beschermd en beschut wonen; h. eigen bijdrage: een bijdrage van een cliënt in de kosten van een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening of een persoonsgebondenbudget; i. gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten j. gemeenschappelijke ruimten: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en

noodzakelijk om de woonruimte van de cliënt waar deze zijn hoofdverblijf heeft vanaf de toegang tot het woongebouw te bereiken, waaronder begrepen ruimten voor gemeenschappelijk gebruik zoals een keuken of recreatieruimte; k. gesprek: een gesprek tijdens of naar aanleiding van een melding waarin de onderwerpen van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 vierde lid van de wet aan bod komen; l. hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres; m. huisgenoot: de persoon die met de cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont, anders dan door een commerciële huurders- of kostgangersrelatie; n. instelling: instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen, een ziekenhuis of wooninitiatief op grond van de Wlz en subsidieregelingen Wlz; o. maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: 1°. ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2°.

ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, 3°. ten behoeve van beschermd wonen en opvang. p. meerkosten: kosten, niet zijnde de kosten als bedoeld in artikel 2.1.7 van de wet, die uitgaan boven de kosten die als algemeen gebruikelijk zijn te beschouwen; q. melding: het kenbaar maken van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet; r. onderzoeksverslag: de schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 achtste lid van de wet,

noodzakelijk om de woonruimte van de cliënt waar deze zijn hoofdverblijf heeft vanaf de toegang tot het woongebouw te bereiken, waaronder begrepen ruimten voor gemeenschappelijk gebruik zoals een keuken of recreatieruimte; k. gesprek: een gesprek tijdens of naar aanleiding van een melding waarin de onderwerpen van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 vierde lid van de wet aan bod komen; l. hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres; m. huisgenoot: de persoon die met de cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont, anders dan door een commerciële huurders- of kostgangersrelatie; n. instelling: instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen, een ziekenhuis of wooninitiatief op grond van de Wlz en subsidieregelingen Wlz; o. maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: 1°. ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2°.

ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, 3°. ten behoeve van beschermd wonen en opvang. p. meerkosten: kosten, niet zijnde de kosten als bedoeld in artikel 2.1.7 van de wet, die uitgaan boven de kosten die als algemeen gebruikelijk zijn te beschouwen; q. melding: het kenbaar maken van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet; r. onderzoeksverslag: de schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 achtste lid van de wet,

waarin de adviezen, verwijzingen en afspraken staan die in samenspraak met de cliënt zijn gemaakt, eventueel aangevuld met zijn persoonlijk plan en de beoogde resultaten; s. persoonlijk plan: een door de cliënt opgesteld plan dat aangeeft, op basis van artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met e van de wet, welke behoefte hij heeft aan maatschappelijke ondersteuning en welke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; t. pgb-plan: een aan de cliënt aangereikt en door de cliënt ingevuld en ondertekend format pgb-plan; u. sociaal netwerk: personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; v. spoedeisend geval: een onvoorziene situatie die geen uitstel verdraagt; w. trajectplan: het trajectplan omvat een inventarisatie van problemen en kwaliteiten op alle leefgebieden, inclusief een risicotaxatie op gedrag. x. uitvoeringsbesluit: het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zijnde een algemene maatregel van bestuur; y. verplaatsingsvoorziening: een maatwerkvoorziening, al dan niet gemotoriseerd, waarmee de cliënt zich in zijn leefomgeving kan verplaatsen; z. wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; aa. woonvoorziening: een aanpassing aan de woning of een verhuisvoorziening; bb. zelfstandige woning: een woning met eigen toegang en eigen keuken en toilet. 2.

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het landelijke Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.

waarin de adviezen, verwijzingen en afspraken staan die in samenspraak met de cliënt zijn gemaakt, eventueel aangevuld met zijn persoonlijk plan en de beoogde resultaten; s. persoonlijk plan: een door de cliënt opgesteld plan dat aangeeft, op basis van artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met e van de wet, welke behoefte hij heeft aan maatschappelijke ondersteuning en welke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; t. pgb-plan: een aan de cliënt aangereikt en door de cliënt ingevuld en ondertekend format pgb-plan; u. sociaal netwerk: personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; v. spoedeisend geval: een onvoorziene situatie die geen uitstel verdraagt; w. trajectplan: het trajectplan omvat een inventarisatie van problemen en kwaliteiten op alle leefgebieden, inclusief een risicotaxatie op gedrag. x. uitvoeringsbesluit: het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zijnde een algemene maatregel van bestuur; y. verplaatsingsvoorziening: een maatwerkvoorziening, al dan niet gemotoriseerd, waarmee de cliënt zich in zijn leefomgeving kan verplaatsen; z. wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; aa. woonvoorziening: een aanpassing aan de woning of een verhuisvoorziening; bb. zelfstandige woning: een woning met eigen toegang en eigen keuken en toilet. 2.

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het landelijke Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.

Huidige tekst artikel 3.5 Artikel 3.5 Onderzoeksverslag 1. Het college overlegt na het gesprek een aanvraagformulier aan de cliënt met de uitkomsten van het onderzoek. Met de beschikking wordt het onderzoeksverslag meegestuurd. Het resultaat van het onderzoek kan ook een eigen kracht brief betreffen.

Nieuwe tekst artikel 3.5 Artikel 3.5 Onderzoeksverslag 1. Het college overlegt na het gesprek een onderzoeksverslag aan de cliënt met de uitkomsten van het onderzoek.. Het resultaat van het onderzoek kan ook een eigen kracht brief betreffen of een verwijzing naar een algemene voorziening.

2. Het college formuleert in het onderzoeksverslag ook de behoefte aan maatregelen om de mantelzorger te ondersteunen. 3. Ten behoeve van de opvang wordt geen onderzoeksverslag toegezonden aan de cliënt.

2. Het college formuleert in het onderzoeksverslag ook de behoefte aan maatregelen om de mantelzorger te ondersteunen. 3. Ten behoeve van de opvang wordt geen onderzoeksverslag toegezonden aan de cliënt.

Huidige tekst artikel 4.1 Artikel 4.1 Uitgangspunten van algemene voorzieningen 1. Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijk zonder tussenkomst van de gemeente. 2. Een algemene voorziening kan ingericht zijn voor alle inwoners van Zandvoort of voor een specifieke doelgroep, en is rechtstreeks toegankelijk voor mensen die maatschappelijke ondersteuning behoeven en/of tot de doelgroep van de voorziening behoren. 3. Het college bevordert en treft de algemene voorzieningen die naar zijn oordeel bijdragen aan de zelf- en samenredzaamheid en de participatie van ingezetenen en aan de ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk daarvoor, waaronder in elk geval de in dit hoofdstuk vermelde voorzieningen. 4. Een algemene voorziening bevordert het doel zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. 5. De algemene voorziening geldt als preventief en als voorliggend op de maatwerkvoorziening. 6. Er wordt geen eigen bijdrage gevraagd voor het gebruik van de algemene voorziening.

Nieuwe tekst artikel 4.1 Artikel 4.1 Uitgangspunten van algemene voorzieningen 1. Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijk zonder tussenkomst van de gemeente. 2. Een algemene voorziening kan ingericht zijn voor alle inwoners van Zandvoort of voor een specifieke doelgroep, en is rechtstreeks toegankelijk voor mensen die maatschappelijke ondersteuning behoeven en/of tot de doelgroep van de voorziening behoren. 3. Het college bevordert en treft de algemene voorzieningen die naar zijn oordeel bijdragen aan de zelf- en samenredzaamheid en de participatie van ingezetenen en aan de ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk daarvoor, waaronder in elk geval de in dit hoofdstuk vermelde voorzieningen. 4. Een algemene voorziening bevordert het doel zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. 5. De algemene voorziening geldt als preventief en als voorliggend op de maatwerkvoorziening. 6. Er wordt geen eigen bijdrage gevraagd voor het gebruik van de algemene voorziening met uitzondering van de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning.

Huidige tekst artikel 4.2 Artikel 4.2 Aanbod van algemene voorzieningen 1. Algemene voorzieningen zijn onder meer gericht op: a. Welzijnswerk en buurtgerichte (burger)initiatieven; b. Duurzaam sociaal contact en ontmoeting; c. Recreatieve activiteiten voor kwetsbare groepen gericht op contact en ontmoeting; d. Arbeidsmatige activiteiten voor kwetsbare groepen voor behoud en ontwikkeling van werknemersvaardigheden; e. Mantelzorgondersteuning; f. Onafhankelijke cliëntondersteuning;

Nieuwe tekst artikel 4.2 Artikel 4.2 Aanbod van algemene voorzieningen 1. Algemene voorzieningen zijn onder meer gericht op: a. Welzijnswerk en buurtgerichte (burger)initiatieven; b. Duurzaam sociaal contact en ontmoeting; c. Recreatieve activiteiten voor kwetsbare groepen gericht op contact en ontmoeting; d. Arbeidsmatige activiteiten voor kwetsbare groepen voor behoud en ontwikkeling van werknemersvaardigheden; e. Mantelzorgondersteuning; f. Onafhankelijke cliëntondersteuning;

g. Informatie, advies en (kortdurende) begeleiding via de sociaal wijkteams; h. Ondersteuning bij de financiële huishouding; i. Ondersteuning bij opgroeien en opvoeden; j. Versterking van de vrijwillige inzet en informele netwerken; k. Informatie en ondersteuning ter bevordering van een gezonde leefstijl; l. Woondiensten gericht op het zelfredzaam zijn in en om het huis. m. mogelijkheden om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen in een andere, beter geschikte woning gelet op het ouder worden.

g. Informatie, advies en (kortdurende) begeleiding via de sociaal wijkteams; h. Ondersteuning bij de financiële huishouding; i. Ondersteuning bij opgroeien en opvoeden; j. Versterking van de vrijwillige inzet en informele netwerken; k. Informatie en ondersteuning ter bevordering van een gezonde leefstijl; l. Woondiensten gericht op het zelfredzaam zijn in en om het huis. m. mogelijkheden om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen in een andere, beter geschikte woning gelet op het ouder worden. n. huishoudelijke ondersteuning gericht op het ‘schoon en leefbaar houden van de woning’ en het ‘beschikken over schone en draagbare kleding’.

Huidige tekst artikel 5.1 Artikel 5.1 De aanvraag 1. Het college merkt het ondertekende aanvraagformulier zoals vermeld in artikel 3.5 lid 1 aan als aanvraag. 2. Een aanvraag om een pgb voor diensten zoals genoemd in artikel 7.1 lid 2 is compleet als deze vergezeld gaat van een pgb-plan. 3. Het college neemt binnen 2 weken een schriftelijk besluit op de aanvraag. 4. Een cliënt kan na het verstrijken van de periode van 6 weken, indien het onderzoek nog niet is afgerond, een aanvraag indienen. 5. Indien artikel 3.1 lid 7 van toepassing is, beschikt het college op basis van het daarvoor ontwikkelde aanvraagformulier.

Nieuwe tekst artikel 5.1 Artikel 5.1 De aanvraag 1. Het college merkt het ondertekende onderzoeksverslag zoals vermeld in artikel 3.5 lid 1 aan als aanvraag. 2. Een aanvraag om een pgb voor diensten zoals genoemd in artikel 7.1 lid 2 is compleet als deze vergezeld gaat van een pgb-plan. 3. Het college neemt binnen 2 weken een schriftelijk besluit op de aanvraag. 4. Een cliënt kan na het verstrijken van de periode van 6 weken, indien het onderzoek nog niet is afgerond, een aanvraag indienen. 5. Indien artikel 3.1 lid 7 van toepassing is, beschikt het college op basis van het daarvoor ontwikkelde aanvraagformulier.

Huidige tekst artikel 7.1 Artikel 7.1 Criteria pgb 1.De cliënt heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb indien: a. de cliënt 1naar oordeel van het college op eigen kracht, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of zijn (wettelijk) vertegenwoordiger, voldoende in staat is te achten tot: - een redelijke waardering van zijn belangen, en - het op een verantwoorde manier uitvoeren van de aan het pgb verbonden taken; b. de cliënt weet te motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst;

Nieuwe tekst artikel 7.1 Artikel 7.1 Criteria pgb 1.De cliënt heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb indien: a. de cliënt 1naar oordeel van het college op eigen kracht, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of zijn (wettelijk) vertegenwoordiger, voldoende in staat is te achten tot: - een redelijke waardering van zijn belangen, en - het op een verantwoorde manier uitvoeren van de aan het pgb verbonden taken; b. de cliënt weet te motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst;

c. naar oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen voldoen aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt toegekend; d. de maatwerkvoorziening géén maatschappelijke opvang of vrouwenopvang betreft. 2. Aan het pgb zijn de volgende verplichtingen en voorwaarden verbonden: a. De cliënt dient een pgb-plan op te stellen. Hiervoor ontvangt de cliënt een vast format. De cliënt stuurt het pgb-plan met het ondertekende aanvraagformulier retour. b. In afwijking van lid 2 onder a is voor de pgb ‘s voor hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen, huishoudelijke ondersteuning of woningaanpassingen geen pgb-plan nodig. c. Het pgb moet worden besteed aan het realiseren van de in het collegebesluit (beschikking) genoemde doelen. d. Uit het pgb mogen in ieder geval geen administratieve bemiddelingsbureaus, andere tussenpersonen of belangenbehartigers worden betaald. e. Indien de vertegenwoordiger van de cliënt het budget beheert mag deze niet tevens de ondersteuning leveren die met het pgb wordt ingekocht of werkzaam zijn voor de organisatie waar deze ondersteuning wordt ingekocht. f. De cliënt die is aangewezen op maatschappelijke ondersteuning besteedt het pgb niet aan de huisgenoot als deze daartoe niet in staat is wegens (dreigende) overbelasting. g.

Het pgb mag niet in het buitenland worden besteed, tenzij hiervoor vooraf schriftelijke toestemming is gegeven door het college. h. Het niet voldoen aan de voorwaarden c tot en met g van artikel 7.1 lid 2 kan leiden tot het intrekken van de beschikking voor het pgb. 3. De cliënt aan wie een pgb is toegekend sluit met de aanbieder een zorgovereenkomst, waarin onder andere afspraken zijn opgenomen over de wijze van declareren. Hierbij is het verplicht gebruik te maken van één van de toepasselijke model zorgovereenkomsten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). 4. Het college kan aanvullende eisen stellen aan de in het vorige lid bedoelde zorgovereenkomst indien het pgb wordt besteed aan een persoon

c. naar oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen voldoen aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt toegekend; d. de maatwerkvoorziening géén maatschappelijke opvang of vrouwenopvang betreft. 2. Aan het pgb zijn de volgende verplichtingen en voorwaarden verbonden: a. De cliënt dient een pgb-plan op te stellen. Hiervoor ontvangt de cliënt een vast format. De cliënt stuurt het pgb-plan met het ondertekende aanvraagformulier retour. b. In afwijking van lid 2 onder a is voor de pgb ‘s voor hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen, huishoudelijke ondersteuning of woningaanpassingen geen pgb-plan nodig. c. Het pgb moet worden besteed aan het realiseren van de in het collegebesluit (beschikking) genoemde doelen. d. Uit het pgb mogen in ieder geval geen administratieve bemiddelingsbureaus, andere tussenpersonen of belangenbehartigers worden betaald. e. Indien de vertegenwoordiger van de cliënt het budget beheert mag deze niet tevens de ondersteuning leveren die met het pgb wordt ingekocht of werkzaam zijn voor de organisatie waar deze ondersteuning wordt ingekocht. f. De cliënt die is aangewezen op maatschappelijke ondersteuning besteedt het pgb niet aan de huisgenoot als deze daartoe niet in staat is wegens (dreigende) overbelasting. g.

Het pgb mag niet in het buitenland worden besteed, tenzij hiervoor vooraf schriftelijke toestemming is gegeven door het college. h. Het niet voldoen aan de voorwaarden c tot en met g van artikel 7.1 lid 2 kan leiden tot het intrekken van de beschikking voor het pgb. 3. De cliënt aan wie een pgb is toegekend sluit met de aanbieder een zorgovereenkomst, waarin onder andere afspraken zijn opgenomen over de wijze van declareren. Hierbij is het verplicht gebruik te maken van één van de toepasselijke model zorgovereenkomsten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). 4. Het college kan aanvullende eisen stellen aan de in het vorige lid bedoelde zorgovereenkomst indien het pgb wordt besteed aan een persoon

uit het sociale netwerk van de cliënt of aan een persoon die niet als beroepskracht wordt aangemerkt. 5. In de zorgovereenkomst, als bedoeld in het vierde lid, sluit de aanbieder zich aan bij de afspraken die zijn vastgelegd in de beschikking over de kwaliteit en het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning. 6. De cliënt aan wie een pgb is toegekend zorgt er voor dat een aanbieder op wie het Arbeidstijdenbesluit niet van toepassing is, niet meer dan veertig uur in één week voor hem werkzaamheden verricht. 7. In afwijking van lid 2 onder a wordt aan pgb ‘s voor hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen, hulp bij het huishouden of woningaanpassingen niet de vereiste van het pgb-plan gesteld.

uit het sociale netwerk van de cliënt of aan een persoon die niet als beroepskracht wordt aangemerkt. 5. In de zorgovereenkomst, als bedoeld in het vierde lid, sluit de aanbieder zich aan bij de afspraken die zijn vastgelegd in de beschikking over de kwaliteit en het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning. 6. De cliënt aan wie een pgb is toegekend zorgt er voor dat een aanbieder op wie het Arbeidstijdenbesluit niet van toepassing is, niet meer dan veertig uur in één week voor hem werkzaamheden verricht. 7. In afwijking van lid 2 onder a wordt aan pgb ‘s voor hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen, huishoudelijke ondersteuning of woningaanpassingen niet de vereiste van het pgb-plan gesteld.

Huidige tekst artikel 7.3 Artikel 7.3 Vaststellen hoogte pgb 1. De hoogte van het pgb voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de totale huurprijs van de goedkoopst adequate voorziening die aan de gemeentelijke leverancier voor de standaard productcategorieën verschuldigd zou zijn over een periode van 6 jaar of, in het geval van een traplift, een periode van 10 jaar. Hierbij is al rekening gehouden met kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering. 2. Indien de maatwerkvoorziening een (roerende) voorziening buiten de standaard productcategorieën van de gemeentelijke leverancier betreft, bestaat het pgb uit twee componenten: - een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening; - een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 25% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening kan bedragen. Het college stelt aan de hand van de criteria ‘noodzakelijk’ en ‘goedkoopst adequaat’ de omvang van voornoemde bedragen vast aan de hand van de uitkomst van twee offertes, uitgebracht door een leverancier naar keuze. Van deze offertes wordt er één opgevraagd door de gemeente en één door

Nieuwe tekst artikel 7.3 Artikel 7.3 Vaststellen hoogte pgb 1. De hoogte van het pgb voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de totale huurprijs van de goedkoopst adequate voorziening die aan de gemeentelijke leverancier voor de standaard productcategorieën verschuldigd zou zijn over een periode van 6 jaar of, in het geval van een traplift, een periode van 10 jaar. Hierbij is al rekening gehouden met kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering. 2. Indien de maatwerkvoorziening een (roerende) voorziening buiten de standaard productcategorieën van de gemeentelijke leverancier betreft, bestaat het pgb uit twee componenten: - een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening; - een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 25% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening kan bedragen. Het college stelt aan de hand van de criteria ‘noodzakelijk’ en ‘goedkoopst adequaat’ de omvang van voornoemde bedragen vast aan de hand van de uitkomst van twee offertes, uitgebracht door een leverancier naar keuze. Van deze offertes wordt er één opgevraagd door de gemeente en één door

belanghebbende. Bij twijfel over het goedkoopst adequate karakter van de offerte van de (gemeentelijke) leverancier, kan de gemeente nog een offerte opvragen bij een andere leverancier. 3. [vervallen] 4. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd (natura tarieven). a. Het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt gebaseerd op maximaal 85 % van het toepasselijke natura tarief per uur. b. Het persoonsgebonden budget voor alle vormen van ambulante begeleiding die beroepsmatig wordt geboden wordt gebaseerd op maximaal 85 % van het toepasselijke natura tarief per uur. c. Het persoonsgebonden budget voor dagopvang wordt gebaseerd op maximaal 100 % van het toepasselijke natura tarief per dagdeel. d. Het persoonsgebonden budget voor ambulante begeleiding die geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk van de cliënt of een persoon die niet aangemerkt wordt als een beroepsmatige ondersteuner is een uurtarief van € 20,00. e. Het persoonsgebonden budget (tarief per etmaal) voor kortdurend verblijf, waaronder kortdurend verblijf voor jongvolwassenen en fasehuis en kamertrainingen, in een instelling is 100 % van het natura tarief van het toepasselijke tarief in natura voor basisverblijf of verblijf plus. f.

De cliënt kan kiezen voor een tegemoetkoming voor hulp vanuit het sociale netwerk, te betalen vanuit een pgb. De hoogte hiervan is maximaal € 141,00 per kalendermaand voor de invulling van één of meerdere maatwerkvoorziening(-en) met een omvang van tenminste 3 uur per week. 5. De tarieven genoemd onder lid 4 zijn all-in tarieven. Dat wil zeggen dat alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens ziekte en vakantie, verzekering(en) en reiskosten zijn opgenomen in de tarieven. 6. Het is mogelijk om in plaats van het collectief vervoer in aanmerking te komen voor een pgb voor lokaal vervoer. De hoogte van dit pgb stelt de aanvrager in staat om 2.000 kilometer op

belanghebbende. Bij twijfel over het goedkoopst adequate karakter van de offerte van de (gemeentelijke) leverancier, kan de gemeente nog een offerte opvragen bij een andere leverancier. 3. [vervallen] 4. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd (natura tarieven). a. Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning wordt gebaseerd op maximaal 85 % van het toepasselijke natura tarief per uur. b. Het persoonsgebonden budget voor alle vormen van ambulante begeleiding die beroepsmatig wordt geboden wordt gebaseerd op maximaal 85 % van het toepasselijke natura tarief per uur. c. Het persoonsgebonden budget voor dagopvang wordt gebaseerd op maximaal 100 % van het toepasselijke natura tarief per dagdeel. d. Het persoonsgebonden budget voor ambulante begeleiding die geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk van de cliënt of een persoon die niet aangemerkt wordt als een beroepsmatige ondersteuner is een uurtarief van € 20,00. e. Het persoonsgebonden budget (tarief per etmaal) voor kortdurend verblijf, waaronder kortdurend verblijf voor jongvolwassenen en fasehuis en kamertrainingen, in een instelling is 100 % van het natura tarief van het toepasselijke tarief in natura voor basisverblijf of verblijf plus. f.

De cliënt kan kiezen voor een tegemoetkoming voor hulp vanuit het sociale netwerk, te betalen vanuit een pgb. De hoogte hiervan is maximaal € 141,00 per kalendermaand voor de invulling van één of meerdere maatwerkvoorziening(-en) met een omvang van tenminste 3 uur per week. 5. De tarieven genoemd onder lid 4 zijn all-in tarieven. Dat wil zeggen dat alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens ziekte en vakantie, verzekering(en) en reiskosten zijn opgenomen in de tarieven. 6. Het is mogelijk om in plaats van het collectief vervoer in aanmerking te komen voor een pgb voor lokaal vervoer. De hoogte van dit pgb stelt de aanvrager in staat om 2.000 kilometer op

jaarbasis te reizen op basis van de onbelastbare kilometervergoeding van € 0,19 per kilometer. 7. Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in de wet en die in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend. 8. De hoogte van de tarieven met betrekking tot het persoonsgebonden budget staan in het door het college vastgestelde Uitvoeringsbesluit.

jaarbasis te reizen op basis van de onbelastbare kilometervergoeding van € 0,19 per kilometer. 7. Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in de wet en die in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend. 8. De hoogte van de tarieven met betrekking tot het persoonsgebonden budget staan in het door het college vastgestelde Uitvoeringsbesluit.

Huidige titel hoofdstuk 8 HOOFDSTUK 8 HULP BIJ HET HUISHOUDEN

Nieuwe titel hoofdstuk 8 HOOFDSTUK 8 HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING

Huidige tekst artikel 8.1 Artikel 8.1 Resultaten hulp bij het huishouden

Nieuwe artikel 8.1 Artikel 8.1 Resultaten huishoudelijke ondersteuning 1. De hulp bij het huishouden is gericht op één 1. De huishoudelijke ondersteuning is gericht of meer van de volgende resultaten: op één of meer van de volgende resultaten: a. het schoon en leefbaar houden van de a. het schoon en leefbaar houden van de woning; woning; b. het beschikken over schone en draagbare b. het beschikken over schone en draagbare kleding; kleding; c. het beschikken over de benodigde dagelijkse c. het beschikken over de benodigde dagelijkse maaltijden; maaltijden; d. het thuis kunnen zorgen voor de minderjarige d. het thuis kunnen zorgen voor de minderjarige kinderen; kinderen; e. hulp bij het organiseren van het huishouden. e. hulp bij het organiseren van het huishouden. 2. Met het oog op het objectiveren van de 2. Met het oog op het objectiveren van de resultaten, als genoemd in lid 1, baseert het resultaten, als genoemd in lid 1, baseert het college zich op de objectieve normen. college zich op de objectieve normen. Huidige tekst artikel 8.2 Artikel 8.2 Criteria hulp bij het huishouden 1. Het schoon en leefbaar houden van de woning heeft uitsluitend betrekking op woonruimten die: a. nodig zijn voor het normale gebruik van de woning, en b. daadwerkelijk dagelijks in gebruik zijn. 2.

Een cliënt komt niet in aanmerking voor ondersteuning bij het huishouden indien hij één of meer huisgenoten heeft die naar oordeel van het college gebruikelijk hulp kunnen verlenen, zoals vastgesteld in de Wmo richtlijn “indicatieadvisering hulp bij het huishouden”.

Nieuwe artikel 8.2 Artikel 8.2 Criteria huishoudelijke ondersteuning 1. Het schoon en leefbaar houden van de woning heeft uitsluitend betrekking op woonruimten die: a. nodig zijn voor het normale gebruik van de woning, en b. daadwerkelijk dagelijks in gebruik zijn. 2. Een cliënt komt niet in aanmerking voor ondersteuning bij het huishouden indien hij één of meer huisgenoten heeft die naar oordeel van het college gebruikelijk hulp kunnen verlenen.

3. Bij het oordeel of gebruikelijke hulp kan worden gevergd houdt het college onverminderd de wettelijke definitie- in ieder geval rekening met: a. de omvang van de ondersteuningsbehoefte; b. de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen.

3. Bij het oordeel of gebruikelijke hulp kan worden gevergd houdt het college onverminderd de wettelijke definitie- in ieder geval rekening met: a. de omvang van de ondersteuningsbehoefte; b. de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen.

Huidige tekst artikel 13.2 Artikel 13.2 Looptijd van de eigen bijdrage 1. De looptijd van de eigen bijdrage is: a. zo lang gebruik gemaakt wordt van de diensten hulp bij het huishouden, begeleiding, kortdurend verblijf, dagbesteding, beschermd wonen en maatschappelijke opvang, waaronder opvang slachtoffers van huiselijk geweld;

Nieuwe artikel 13.2 Artikel 13.2 Looptijd van de eigen bijdrage 1. De looptijd van de eigen bijdrage is: a. zo lang gebruik gemaakt wordt van de diensten huishoudelijke ondersteuning , begeleiding, kortdurend verblijf, dagbesteding, beschermd wonen en maatschappelijke opvang, waaronder opvang slachtoffers van huiselijk geweld; b. maximaal 10 jaar, ingeval het een bruikleenauto, gesloten buitenwagen, trap- of plafondlift en/of woningaanpassing betreft; c. maximaal 5 jaar, ingeval het overige voorzieningen betreft. 2. Indien de gebruiksduur, als bedoeld in lid 1, nog niet is verstreken, kan een - aanvullend of nieuw – persoonsgebonden budget worden verstrekt in de volgende situaties: a. er is sprake van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de voorziening noodzakelijk maken; b. er is sprake van een calamiteit die de cliënt niet is te verwijten. 3. Bij verstrekking van een nieuw pgb voor een maatwerkvoorzieningen gaat een nieuwe toepasselijke termijn in voor de gebruiksduur. 4. De looptijd van de eigen bijdrage eindigt zodra de kostprijs van een voorziening is voldaan.

b. maximaal 10 jaar, ingeval het een bruikleenauto, gesloten buitenwagen, trap- of plafondlift en/of woningaanpassing betreft; c. maximaal 5 jaar, ingeval het overige voorzieningen betreft. 2. Indien de gebruiksduur, als bedoeld in lid 1, nog niet is verstreken, kan een - aanvullend of nieuw – persoonsgebonden budget worden verstrekt in de volgende situaties: a. er is sprake van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de voorziening noodzakelijk maken; b. er is sprake van een calamiteit die de cliënt niet is te verwijten. 3. Bij verstrekking van een nieuw pgb voor een maatwerkvoorzieningen gaat een nieuwe toepasselijke termijn in voor de gebruiksduur. 4. De looptijd van de eigen bijdrage eindigt zodra de kostprijs van een voorziening is voldaan. Huidige tekst artikel 13.3 Artikel 13.3 Algemene voorziening 1. De cliënt is geen eigen bijdrage verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening. Er kan wel een bijdrage in de kosten berekend worden voor bijvoorbeeld koffie of thee of voor een maaltijd. 2. De cliënt is deze bijdrage in de kosten verschuldigd aan de aanbieder. 3. Deze bijdrage is gelijk aan de kosten die het

Nieuwe artikel 13.3 Artikel 13.3 Algemene voorziening 1. De cliënt is geen eigen bijdrage verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening. Er kan wel een bijdrage in de kosten berekend worden voor bijvoorbeeld koffie of thee of voor een maaltijd. 2. De cliënt is de bijdrage in de kosten zoals genoemd in het eerste lid verschuldigd aan de aanbieder. 3. De bijdrage in de kosten genoemd in het

NIBUD gebruikelijk acht voor de betreffende kostensoort in een normaal huishouden.

eerste lid is gelijk aan de kosten die het NIBUD gebruikelijk acht voor de betreffende kostensoort in een normaal huishouden. 4. In afwijking van het eerste lid geldt een eigen bijdrage voor de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning.

Huidige tekst artikel 13.3a

Nieuwe artikel 13.3a 1. De cliënt is een eigen bijdrage verschuldigd voor het gebruik van de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning ter hoogte van het bedrag zoals genoemd in artikel 2.1.4, derde lid en artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet. 2. De looptijd van de eigen bijdrage is zo lang gebruik gemaakt wordt van de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning.

Huidige tekst artikel 18.3 Artikel 18.3 Intrekking Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Zandvoort 2018 en overgangsrecht 1. Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2018 ingetrokken. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt voor de datum van inwerkingtreding van de Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze lopende voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. Aanvragen die zijn ingediend en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020, worden afgehandeld krachtens de Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020. 4. Op bezwaarschriften ingediend tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020, wordt beslist met inachtneming van die verordening, tenzij de toepassing van de Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020 gunstiger is voor de cliënt. 5. Het college heeft de bevoegdheid om een persoonsgebonden budget dat is verstrekt

Nieuwe artikel 18.3 Artikel 18.3 Intrekking Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Zandvoort 2018 en overgangsrecht 1. Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2018 ingetrokken. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt voor de datum van inwerkingtreding van de Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze lopende voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. Aanvragen die zijn ingediend en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020, worden afgehandeld krachtens de Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020. 4. Op bezwaarschriften ingediend tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020, wordt beslist met inachtneming van die verordening, tenzij de toepassing van de Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020 gunstiger is voor de cliënt. 5. Het college heeft de bevoegdheid om een persoonsgebonden budget dat is verstrekt

onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2018, terug te vorderen op de gronden genoemd in die verordening. 6. [vervallen] 7. [vervallen]

onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2018, terug te vorderen op de gronden genoemd in die verordening. 6. [vervallen] 7. [vervallen] 8. Een cliënt houdt recht op een lopende maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning verstrekt vóór 1 januari 2022 , totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze lopende voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. Het college hanteert een passende overgangstermijn. 9. Aanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2022 en waarop nog niet is beslist op 1 januari 2022 worden afgehandeld krachtens de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020 zoals deze luidt tot 1 januari 2022. 10. Op bezwaarschriften ingediend tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 zoals deze luidt tot 1 januari 2022, wordt beslist met inachtneming van die verordening, tenzij de toepassing van deze Wijzigingsverordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020 gunstiger is voor de cliënt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10795489/1