Bijlage 3 Redengevende omschrijving watertoren
Tekst van het document
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
Redengevende Omschrijving Thorbeckestraat 27, Zandvoort I PASPOORTGEGEVENS Plaats
Zandvoort
Straat/huisnummer
Thorbeckestraat 27
Postcode
2042 GL Zandvoort
Kadastrale aanduiding
Zandvoort, Sectie C6447
Datering object
1952
Architect/ontwerper
J. Zietsma
Opdrachtgever
Gemeente Zandvoort
Uitvoerder
Philips Bouwbedrijf
Objectnaam
Watertoren
Oorspronkelijke functie
Watertoren met panoramazaal en uitkijkplatform (horeca)
Voormalige functie
NVT
Huidige functie
Geen
Typologie gebouw
Watertoren
Bouwstijl
Traditionalisme/ Delftse School
Pasfoto
Opsteller omschrijving
M. van Dam, IDDS Archeologie en Bouwhistorie
Datum
18 oktober 2021
II HERKENNINGSGEGEVENS Situering
Vrijstaande watertoren op verhoogd perceel
Bouwdelen
Souterrain als basement met daarop de watertoren
Hoofdvorm bouwdelen
Veelvormig (basement), achthoekig (watertoren)
III SPECIFIEKE BIJZONDERE ONDERDELEN Exterieur
Hoofdopzet en detaillering
Interieur
Waterreservoirs
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
IV Historische context Inleiding Na het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarin de oude watertoren uit 1912 werd gesloopt (in 1943), draagt de Gemeente Zandvoort het eigendomsrecht voor een watertoren over aan het Waterleidingbedrijf Zuid-Kennemerland. Op 22 december 1949 wordt door de Amsterdamse architect Jouke Zietsma (1893-1962) een bouwaanvraag ingediend voor het bouwen van een watertoren met uitzichtgelegenheid en kantoren, archief en magazijnen ten behoeve van de Dienst der Gemeentebedrijven op het perceel aan de Westerparkstraat en Thorbeckestraat.1 Zietsma is op dat moment werkzaam bij de Rijksgebouwendienst als hoofdarchitect A en houdt zich bezig met de wederopbouw van onder meer Rhenen en Zandvoort.2 De bouw van de watertoren wordt op 25 april 1950 vergund. Opvallend is dat Zietsma niet alleen de architectuur van de watertoren voor zijn rekening neemt, maar ook de betonconstructie ontwerpt. Doorgaans is het ontwerp van een watertoren een samenwerking tussen ingenieur en architect. De watertoren wordt door Philips Bouwbedrijf gebouwd op een verhoogd deel aan de Thorbeckeweg en komt in 1952 gereed. Middels een trappartij is de toren vanaf de straat bereikbaar. Binnen de omgeving, die met name bestaat uit laagbouw, vormt het gebouw het belangrijkste landmark uit de wederopbouwperiode van de badplaats en heeft daardoor ook een sterke symbolische waarde.
Stedenbouwkundige context De watertoren, die in 1952 nieuw werd gebouwd, bevindt zich ten zuiden van het historisch centrum. Deze locatie werd vermoedelijk niet voor niets gekozen, maar vanwege het feit dat zich hier nog een hoog duin bevond, de locatie waar eerder het Groot Badhuis stond. Gezien vanuit de symboliek van de plek en de werking van de watertoren was de gekozen locatie logisch te noemen.3 De watertoren vormt een belangrijk stedenbouwkundig element in de ruimtelijke structuur die voor de wederopbouw van Zandvoort door Rijksbouwmeester Gijsbert Friedhoff (1892-1970) werd ontworpen. In het plan dat Friedhoff presenteerde maakte de organisch gevormde structuur van het oude vissersdorp plaats voor een heldere opzet, waarbij een duidelijke scheiding werd bedacht tussen de badplaatsbebouwing en de woonhuizen van de vaste inwoners van Zandvoort. De boulevardzone, opgedeeld in een noordelijk deel met hotels en appartementencomplexen en een zuidelijk deel waar vooral villa’s waren bedacht, vormde de scheiding tussen het badvertier en de vaste inwoners. Evenwijdig aan de boulevardzone werd een straataanleg gerealiseerd die thans, van zuid naar noord, gevormd wordt door de Brederodestraat, de Marisstraat, de Thorbeckestraat, het Badhuisplein, de Burgemeester Engelbertstraat en de Secretaris Bosmanstraat.
De watertoren bevindt zich grofweg op het punt waar de noord- en de zuidboulevard elkaar ontmoeten, in de directe nabijheid van de rotonde die in 1950 werd gebouwd.4 Vanwege de verhoogde ligging is de watertoren een niet te missen punt in Zandvoort. Op vrijwel elke locatie in het badcentrum is de toren zichtbaar en vormt zo een belangrijk markeringspunt. Tevens vormt de toren de beëindiging van de noord/zuidelijke zichtas van het Badhuisplein/Burgemeester Engelbertstraat en zuid/noordelijke zichtas van de Marisstraat/Thorbeckestraat. In het woongebied ten oosten van de boulevardzone, dat een meer organische wegenstructuur heeft, vormt de toren geen onderdeel van een zichtas maar is vanaf vrijwel iedere locatie zichtbaar en een duidelijk oriëntatiepunt.
1
Archief BWT, B-03576V. https://amsterdamse-school.nl/personen/architecten/jouke-zietsma/ 3 Ook de watertoren in Noordwijk aan Zee, in 1917 ontworpen door F.A. Warners, werd op een hoog duin gebouwd. 4 Bosman 1965, p. 59. 2
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
V Typologie en korte bouwgeschiedenis De nieuwe watertoren, zoals deze in de volksmond wordt genoemd, wordt uitgevoerd met twee boven elkaar gelegen vlakbodemreservoirs, gescheiden door een lage verdieping die als lekvloer dient. Het vlakbodemtype wordt in de periode dat de nieuwe watertoren in Zandvoort verrijst, veel toegepast. De populariteit houdt verband met de weinig complexe bouwwijze en de daarmee verband houdende bouwkosten, die relatief laag zijn. Het eerste reservoir van de nieuwe watertoren heeft een inhoud van 525 m3, het tweede reservoir heeft een minder grote inhoud: 425 m3. De nieuwe watertoren wordt gebouwd op een achthoekig grondvlak. Het deel onder de reservoirs omvat een souterrain (met daarin de pompen) op een kleine 3,5 m boven straatniveau en vier verdiepingen waarvan de eerste twee een kantoorfunctie hebben. Tussen de reservoirs bevindt zich een lage verdieping; boven de reservoirs bevinden zich de panoramaverdieping en de verdieping die toegang geeft tot de omgang. Daarboven is nog een kleine uitkijkzolder. Van bodem tot aan top heeft de toren een hoogte van 48 meter. De kern van de toren wordt gevormd door de liftschacht, de liftmotor bevindt zich op de zolder. De verdiepingen zijn niet alleen met de lift ontsloten, maar ook met trappen. Tevens bevindt zich op iedere verdieping een kleine goederenlift.
De trap die het souterrain en de vier verdiepingen daarboven ontsluit kent een zekere mate van representatie, hetgeen tot uitdrukking komt in de eenvoudige geschilderde loper en de sobere smeedijzeren traphekjes waar het wapen van Zandvoort in is verwerkt. De trappartijen na de vierde verdieping zijn zuiver utilitair van karakter. Het ontwerp voor de watertoren dat architect Zietsma in 1952 leverde, leunt sterk op de vormentaal van de Delftse School. Het is aannemelijk dat Zietsma zijn ervaringen als hoofd van het Bouwbureau dat verantwoordelijk was voor de wederopbouw van Rhenen, en onder leiding stond van Cees Pouderoyen, hebben meegespeeld. Cees Pouderoyen was een leerling van architect Granpré Molière (1883-1972) die de grondlegger was van de Delftse School. Deze traditionele architectuurstroming, waaraan het materiaalgebruik en de vormentaal uit eerdere eeuwen ten grondslag lagen, was in de periode na het einde van de Duitse bezetting zeer populair. Na het gereedkomen van de bouw in 1952 functioneert de watertoren tot 1985. In dat jaar fuseert het Waterleidingbedrijf Zuid-Kennemerland met het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN) en maakt de watertoren geen onderdeel meer uit van de drinkwatervoorziening. Na het vertrek van het waterleidingbedrijf wordt een deel van de toren gebruikt als studio voor de lokale omroep.
In de periode tussen 1952 en 2001 is de panoramaverdieping, waar een restaurant gevestigd is, een (toeristische) bezienswaardigheid. In 2001 wordt het restaurant verwoest door een felle brand waarna het niet meer wordt hersteld. De omgang is dan al enige jaren gesloten na enkele zelfmoordincidenten. Verder kan gemeld worden dat het plan wordt geopperd om aan één van de gevels van de toren een wijzerplaat aan te brengen, maar dit plan wordt niet doorgevoerd. VI Architectonische verschijningsvorm Exterieur Zoals reeds beschreven staat de toren op een verhoogd deel aan de Thorbeckestraat en is het terrein ontsloten middels enkele trappartijen. Deze zijn, net als het omringende muurwerk dat het watertorenterrein van de openbare weg afsluit, uit roodbruine baksteen en betonnen elementen vervaardigd. De entree van het souterrain, bestaande uit een eenvoudige dubbele houten deur, is in een verdiept portiek geplaatst. De architectuur van de watertoren kenmerkt zich door de sobere, maar zorgvuldige, traditionele vormtaal van Delftse School. De kozijnen en ramen op de panoramaverdieping en de uitkijkzolder zijn na de brand aangebracht.
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
Interieur De indeling van het gebouw wordt bepaald door de betonconstructie en de liftschacht. Hier zijn middels halfsteens en steens uitgevoerde bakstenen muren ruimten afgescheiden. De verschillende ruimten worden afgesloten door standaard Bruynzeeldeuren, soms met een gedeeltelijke glasvulling. De afwerking is, voor zover kon worden nagegaan, sober en doelmatig. De wanden en plafonds zijn alleen voorzien van een gewitte stuclaag in het geval zij onderdeel uitmaken van de kantoor- en archiefruimtes. Ook de panoramaverdieping wordt voorzien van een (representatieve) afwerking, maar hier zijn binnen de kaders van het onderzoek geen nadere gegevens over gevonden. Bouwtechnische staat (visuele waarneming) De bouwtechnische staat van een deel van het gebouw is slecht. Het betreft de bakstenen schil die het exterieur van de toren vormt. Deze is niet goed geankerd en, door inwerking van de weersgesteldheden, op diverse punten gescheurd. Niet zelden over vrijwel de gehele hoogte van het bouwwerk. Door de matige verankering zijn deze delen feitelijk losse delen. Genoemde scheuren lopen tevens door de kunststenen gevelornamenten. Het betonnen reservoir van het bouwwerk en de betonnen trappen hebben op het oog nog een goede bouwtechnische staat. Er zijn geen sporen die wijzen op betonrot.
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
VII Beelddocumentatie
Figuur 1: Kadastrale situatie. De contour van het basement is blauw omkaderd, de toren is met een rode lijn weergegeven.
Figuur 2: Het basement dat bestaat uit enkele trappen. De entree van het souterrain is duidelijk zichtbaar.
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
Figuur 3: Detailopname van één van de vensteromlijstingen.
Figuur 4: De top van de watertoren met een panoramaverdieping waarvan het platte dak als uitkijkplatform fungeert.
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
Figuur 5: Impressie van één van de zolders en de imposante betonconstructie.
Figuur 6: De robuuste betonconstructie en het al even robuuste leidingwerk.
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
Figuur 7: Opname van het sobere, maar representatieve trappenhuis.
Figuur 8: Opname constructie galerijvloer.
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
1.1.1. Stedenbouwkundige beelddocumentatie
Figuur 9: De skyline van Zandvoort, waarvan de watertoren een zeer duidelijk herkenbaar onderdeel is. Recente opname. (NHA)
Figuur 10: Opname uit omstreeks 1960. (NHA)
IDDS Archeologie en Bouwhistorie Projectnr. A1649, Zandvoort, Thorbeckestraat 27 Versie 2, definitief
VIII Bronnen - Bosmans, W.M.B., 1965: Zandvoort 1945-1965, Zandvoort. - Diverse auteurs, 1968: Gort met stroop. Over de geschiedenis en volksleven van Zandvoort aan Zee, Den Haag. - Diverse auteurs, 2013: Een toekomst voor watertorens, Zeist. - Klaassen, W. 1983: De herbouw van Rhenen, Rhenen. - Kuipers, M., 1987: Bouwen in beton. Experimenten in de volkshuisvesting voor 1940, Zeist. - Kouwen, C. van, 2009: “Nog geen spijker in de muur” Een procesevaluatie naar de advisering over het herbestemmen van boerderijen en watertorens door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Zeist. (scriptie) - Lintsen, H.W., et al., 2003: Techniek in Nederland in de twintigste eeuw, deel 6. Stad, bouw, industriële productie, Zutphen. - Oosterhof, J., et al., 1988: Bouwtechniek in Nederland deel 2. Constructies van ijzer en beton, Delft. - Ploos van Amstel Jr., P., 1960: Bouwstoffen, ’s-Gravenhage. - Veen, H. van der, 1989: Watertorens in Nederland, Amsterdam. - Veen, H. van der, 1994: Watertorens in Nederland, waardebepaling en selectie. PIE Rapportenreeks 8, Zeist. - Verheij, G.W., 2020: Rapport gemetselde gevels watertoren Zandvoort, Gorinchem. - Vermeer, G., et al., 2010: Historische gids van Amsterdam, stadsuitbreidingen 1860-1835, Amsterdam. - Vriend, J.J., 1959: Nederlands bouwen na 1945, Amsterdam.
IX Reden voor aanwijzing De watertoren is vanuit typologisch en architectuurhistorisch oogpunt waardevol vanwege de opzet en uitvoering, die karakteristiek genoemd kunnen worden voor de tijd waarin het gebouw tot stand kwam. De opzet met het dubbele reservoir en de betonconstructie an sich is gaaf en relatief zeldzaam. Tevens heeft de wateroren waarde vanuit architectuurhistorisch oogpunt als onderdeel van het oeuvre van architect J. Zietsma. De recente aanpassingen die aan het exterieur en interieur zijn doorgevoerd, hebben de architectonische samenhang slechts weinig aangetast. Samen met de overige gebouwen uit deze periode, die in de nabijheid van de watertoren staan, vormt het een beeldbepalend ensemble. Daarop aansluitend kan gesteld worden dat de belangrijkste waarde van de watertoren gelegen is in het stedenbouwkundig aspect. De toren is vrijstaand gebouwd, op een verhoogd gedeelte, en vormt de beëindiging van de zichtas van de belangrijkste verkeersaders in de kern van de badplaats. De watertoren is het belangrijkste, historische, landmark dat het aangezicht van de badplaats bepaalt. Tevens is er een sterke symbolische waarde, binnen de context van de wederopbouwperiode van Zandvoort. X Opmerkingen aangaande de bouwtechnische staat in relatie tot de monumentale delen De bouwtechnische staat van het exterieur is zorgelijk.
Het noodzakelijke herstel van de gevels zal ingrijpen in de gaafheid van het monumentaal hoog gewaardeerde exterieur. In de monumentaal hoog gewaardeerde betonconstructie lijkt geen ingrijpend herstelwerk noodzakelijk.