Bijlage 3 - Bijlagen ontwikkelperspectief binnenduinrand
Tekst van het document
Ook zijn de voor- en nadelen van verschillende (uitvoerings-)strategieën besproken. De verslagen van de vier besproken casussen zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd. Plenaire terugkoppeling resultaten inhoudelijke discussie Onder leiding van de heer Luiten zijn plenair de belangrijkste resultaten uit de groepen gedeeld. Casus: ov-knooppunt (Santpoort-Noord) Het is niet voldoende om naar één locatie te kijken. Het moet worden bezien als onderdeel van het grotere geheel van de Zuid-Kennemerlandse corridor. Hierbij moet niet alleen gefocust worden op vervoer, wonen en werken, maar ook op landschap. Het is belangrijk om de eigenheid van het station te behouden en te conserveren. Van de andere kant is er ruimte voor kleine ontwikkelingen, maar men vraagt zich af hoe dat zou kunnen. Om het OV-gebruik te stimuleren zou het aantrekkelijker gemaakt moeten worden met bijvoorbeeld een klein restaurant. Het belangrijk is een duidelijk beeld te hebben met welk doel en voor welke doelgroep (lokale bevolking, Amsterdammers?) het knooppunt behouden of versterkt moet worden. Casus: Duinen als een Nationaal Park De ambitie om er één Nationaal Park is een goed uitgangspunt. Het DNA van de verschillende onderdelen van het park moeten wel bewaard blijven.
Het is niet noodzakelijk om tot één organisatie te komen, maar het is wel belangrijk om samenwerking te versterken en tot een gezamenlijk beleidsplan te komen. Er is nog wel wat ruimte voor meer mensen/recreatie in de duinen, maar het park moet wel een goede zonering aanhouden. Aanvulling op punt 5: Recreëren moet niet in de duinen plaatsvinden, maar op het strand. Dieren en natuur gaan in de duinen voor. Er is ruimte voor intensieve recreatie in de bufferzone HaarlemAmsterdam en andere recreatieschappen. Het is nodig om te definiëren wat onder intensieve en extensieve recreatie wordt verstaan. Casus: Buitenplaats Elswout De ambities ten aanzien van de buitenplaatsen worden gedeeld. Wel worden vraagtekens geplaatst bij de toegevoegde waarde van een betere toegankelijkheid van de buitenplaatsen oplevert en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van een landgoed. Buitenplaatsen zijn van belang voor een schaalniveau dat zelfs de MRA te boven gaat. Maar de ambitie verdient nadere nuancering. Er moet zowel naar individuele buitenplaatsen gekeken worden als het grotere geheel.
70 |
Casus: Verbindingszone Manpadslaangebied Men is geschrokken van feit, dat de voor dit gebied gereserveerde subsidie door provincie is weggehaald en is van mening dat e provincie moet bijdragen aan de oplossing. Ook zijn er verschillen in de oplossingsrichting: De provincie is voor ontwikkelen van woningbouw of voorzieningen, maar de regio vindt de groene component belangrijk. Algemeen: De algemene conclusie is dat de insteek via casussen goed werkt. Al pratend krijgt men meer inzicht in de specifieke casus, maar ook hoe het ontwikkelperspectief gebruikt kan worden. Voor een volgende keer wordt er de voorkeur aan gegeven dat de casussen van tevoren worden toegelicht, bijvoorbeeld door de informatie van de tafels vooraf toe te sturen of door een uitgebreidere inleiding voorafgaand aan de bespreking. Er is nu op specifieke onderwerpen ingegaan, maar de ruimtelijke kwaliteit in zijn totaliteit is niet besproken. Er moet nog een debat plaatsvinden over de vraag “ja, mits” of “nee, tenzij”. Een bovenlokale aanpak van de doorgaans complexe problematiek is onontkoombaar. Niet alle opmerkingen zijn nu echter nog aan bod gekomen. Zo staat de zonering van intensieve recreatie in de Bufferzone en extensieve recreatie in de binnenduinrand er nog niet goed genoeg in. De vraag is of er nog voldoende ruimte is om details aan te passen en over principes te debatteren. De heer v.d.
Stadt concludeert dat de visie heel conservatief is en weinig ruimte biedt voor ontwikkeling, omdat het gebied vrij “af” is. Dit brengt mee dat de overheid dus een grote rol heeft, aangezien het eerder over herstellen gaat. Het is duidelijk dat dit geld kost en om die reden ondersteunt hij het idee om een regionaal fonds op te richten. Er ligt ook een taak voor de provincie om geld vrij te maken om dit mooie gebied te behouden. Het Portefeuillehoudersoverleg Binnenduinrand is samen met de provincie verantwoordelijk voor ontwikkelperspectief. Mede op basis van de resultaten van de raadsconferentie zal het ontwerpontwikkelperspectief worden afgemaakt en naar verwachting voor de zomer worden voorgelegd aan de colleges van burgemeester en wethouders met het verzoek tot vrijgave voor inspraak. Na verwerking van de inspraakreacties zal het ontwikkelperspectief in het najaar van 2014 ter vaststelling aan de raden worden aangeboden. Ook dan is er nog ruimte voor aanpassing en kan iedere gemeente zijn punten aanleveren. Na de vaststelling van het ontwikkelperspectief wordt gestart met de opstelling van de uitvoeringsstrategie.
| 71
Bijlage bij de impressie van de raadsconferentie over het ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand-verslag casussen De casussen: Begeleiders: Open gebied (Manpadslaangebied)
Pieter van de Stadt en Ronald van der Aar
Duinen (één Nationaal Park)
Lukas Mulder en Martijn Dekker
Buitenplaats (Elswout)
Tames Kokke en Anja Brandenburg
OV-knooppunt (Santpoort-Noord)
Wim Westerman en Barbara Schmitt
Aanpak per casus Er zijn twee kaarten en een set “keuzekaarten”. Aan de ene kant een luchtfoto of ondergrond met het gebied van bv Elswout met daaronder puntsgewijs opgesomd de belangrijkste knelpunten in de huidige situatie. Enkele toegevoegde foto’s illustreren de problematiek. Aan de andere kant een schets in plaatjes van de gewenste situatie (de situatie dus wanneer de ambities en ontwikkelprincipes zijn toegepast) met daaronder puntsgewijs opgesomd de belangrijkste ambities. De geschetste strategieën komen daar dan als aparte “keuzekaarten” tussenin te liggen. Vervolgens is het doel om van de verschillende kaarten de strategie te kiezen die het meest geschikt wordt geacht om de ambities te realiseren. Daarbij komen de “opbrengst” en de “tol” automatisch voorbij. Let wel: de opbrengst en de tol zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kiezen voor het een is kiezen voor het ander. Casus 1: Open gebied/verbindingszone Manpadslaangebied Belangrijkste knelpunten huidige situatie: -
Verrommeling als gevolg van bijv. nevenactiviteiten in de kassen;
-
Een substantieel deel van de grond (ter markeren) is eigendom van een projectontwikkelaar;
-
De gewenste openheid van deze verbindingszone wordt belemmerd door de aanwezigheid van kassen.
Wat zegt het ontwikkelperspectief ? -
Openheid gebied + zichtlijnen naar Leyduin
-
Recreatieve route Haarlemmermeer-kust
-
Ecologische verbinding duinen – polder
-
Fatsoeneren randen van de open gebieden
-
Landschappelijke inpassing stadsrandfuncties
-
Ommetje vanuit aangrenzende woonwijk
Belangrijkste ambities: -
Open gebieden open houden c.q. maken: geen van de open gebieden wordt getransformeerd tot bijvoorbeeld een woonwijk of intensief bebouwd en het behoud van de openheid gaat vóór ontwikkeling van villagebieden of landgoederen.
-
De groene oost-west verbindingen, zoals het Manpadslaangebied of het tuinbouwgebied Santpoort worden ontwikkeld tot ecologische en recreatieve verbindingszones. Voor deze gebieden, die tevens deel uitmaken van de verbindingszones tussen de Binnenduinrand en de Bufferzone Haarlem-Amsterdam en Haarlemmermeer is een actieve benadering bovendien dringend gewenst, aangezien juist deze gebieden het meest onder druk staan.
-
Voor de aanwezige land- en tuinbouwbedrijven wordt (binnen een regionaal programma voor de open gebieden) een uitvoeringsstrategie opgesteld, die afhankelijk van de specifieke situatie kan bestaan uit continuering of verbreding van de bedrijfsactiviteiten en de facilitering daarvan, transformatie naar natuurgerichte landbouw of wellicht zelfs bedrijfsbeëindiging.
72 |
Belangrijkste ontwikkelprincipes: -
De gevarieerde ondergrond: de inrichting van een gebied reageert op de ondergrond.
-
Als ontwikkelprincipe voor de kleinschalige tuinbouwgebieden geldt versterking van het landschappelijk raamwerk zodat de open gebieden stevig ingekaderd worden. Samen met een recreatief routenetwerk kan zo een aantrekkelijk uitloopgebied ontstaan.
-
In de overgangszone: behoud en versterken van zichtlijnen, bijvoorbeeld geen storende obstakels in de tuinbouwgebieden op strandvlaktes.
-
Nieuwe villa’s alleen mogelijk als financiële onderbouwing voor verbetering ruimtelijke kwaliteit (elders) in de Binnenduinrand.
-
Bij herontwikkeling zorg dragen voor een goede landschappelijke inpassing van stadsrandfuncties.
Opmaat naar een uitvoeringsstrategie /Verkenning naar strategieën om de ambities te realiseren (strategiekaarten) : (1)
De ontwikkelaar wordt uitgekocht en de gronden worden overeenkomstig de ambities en ontwikkelprincipes ingericht. De kosten (€ 10 miljoen) worden gefinancierd vanuit een op te richten regionaal landschapsfonds. De oprichting van een regionaal fonds vraagt om bestuurlijke wil en maatschappelijk draagvlak om de kosten gezamenlijk te dragen.
(2)
De ontwikkelaar krijgt een alternatieve bouwlocatie elders in de regio en de gronden worden overeenkomstig de ambities en ontwikkelprincipes ingericht. De vereveningskosten worden gefinancierd vanuit een op te richten regionaal landschapsfonds Deze vorm van regionale verevening vraagt om bestuurlijke wil en maatschappelijk draagvlak.
(3)
De ontwikkelaar wordt ter plekke gecompenseerd door middel van een bouwrecht en de resterende grond wordt overeenkomstig de ontwikkelprincipes ingericht. De ambities en ontwikkelprincipes worden voor een deel opgeofferd voor (on)gewenste bebouwing.
Discussie op hoofdlijnen: De op de casus van toepassing zijnde problematiek wordt door de groep herkend en onderschreven en de genoemde ambities en ontwikkelprincipes worden gedeeld. Opgemerkt wordt dat naast het belang van het verbinden ook het belang van de zichtlijnen goed gecommuniceerd moet worden. Er is consensus over het feit dat een regionale aanpak van deze problematiek onontkoombaar is. Ondanks dat de benodigde middelen niet aanwezig zijn, is afwachten eigenlijk geen optie. Je zult je moeten wapenen tegen aantasting van de structuur van open gebieden, buitenplaatsen en lommerrijke villawijken, die zo bepalend is voor het beeld van de Binnenduinrand. Een regionale aanpak betekent wat de groep betreft ook regionale fondsvorming, waarbij de meerwaarde voor de regio uiteraard wel helder moet worden gemaakt. Daarnaast wordt als meerwaarde van een regionaal fonds gezien dat dit een hefboomfunctie kan vervullen voor het verkrijgen van provinciale, rijks- en Europese middelen. Het is zaak om inzichtelijk te maken over welke bedragen we het hebben (uitwerken businesscases). In het zuidelijk deel van het Westelijk tuinbouwgebied wordt onder andere gekeken naar de ontwikkeling van het watersysteem. Vanuit deze hoek lijken er middelen beschikbaar te komen. Dit kan mogelijk ook perspectief bieden voor de andere open gebieden.
| 73
Casus 2: De duinen als één Nationaal Park Belangrijkste knelpunten huidige situatie (kaart 1): -
Het duingebied wordt niet als één gebied ervaren; er ligt een aantal fysieke barrières.
-
De duinen zijn niet optimaal aangetakt op recreatieve routes en voorzieningen in de omgeving en de OV-knooppunten.
-
Beperkt toeristisch product (weinig voorzieningen voor toeristen als bv fietsverhuur, begeleide excursies).
-
De beleidsontwikkeling en het beheer geschiedt door meerdere organisaties.
-
De duinen bedienen qua gebruik nog vooral de regio.
Wat zegt het ontwikkelperspectief? -
Hele duingebied moet dezelfde uitstraling (één Nationaal Park) krijgen.
-
Beeldkwaliteit wegen naar zee verbeteren (als parkways; hekken uit het zicht plaatsen zodat de beleving ontstaat dat je dwars door de duinen rijdt in plaats van ertussendoor).
-
Natuurontwikkeling (terugbrengen natuurlijke dynamiek in de duinen).
-
Focus blijft natuurrecreatie.
-
Opheffen barrièrewerking Zeeweg en Zandvoortselaan.
-
Extra entrees duingebied (bv Kopje van Bloemendaal).
-
Toeristisch-recreatieve voorzieningen uitbreiden (o.a. TROP op OV-knooppunten).
-
Meer aandacht voor cultuurhistorie.
Belangrijkste ambities: -
Het hele duingebied als één gebied herkenbaar te maken en te profileren als ware het één Nationaal Park (wat internationaal gezien een sterk ‘merk’ is).
-
De huidige balans tussen (natuur)recreatie, natuur en cultuurhistorie in stand houden, waarbij de focus op natuurrecreatie gericht blijft.
-
Het “verzorgingsgebied” van de duinen uitbreiden naar de gehele MRA.
-
Het maken van enkele nieuwe entrees naar het duingebied en het aanbrengen van een koppeling met naastgelegen ov-knooppunten en recreatieve routes en de opwaardering van deze ‘groene poorten’ Toeristisch recreatief overstappunt (TROP).
-
De aanleg van ontbrekende recreatieve verbindingen door de duinen, zoals bijvoorbeeld een rechtstreekse verbinding tussen Bloemendaal aan zee en het strand van IJmuiden.
Belangrijkste ontwikkelprincipes: -
De inrichting van een gebied reageert op de ondergrond.
-
Eenheid wordt ook bereikt door eenduidige beeldkwaliteit (verbindingen naar de aangrenzende gebieden, eenduidige bebording en verwijderen van onnodige omheiningen).
-
Een meer natuurlijke dynamiek, wordt bevorderd en gefaciliteerd (verstuiving en vernatting van duinen).
-
De belangrijkste routes naar zee (Zeeweg, Zandvoortselaan en Heerenduinweg) worden duidelijker en eenduidiger vormgeven als parkway (de Zeeweg is daarvoor een goede leidraad).
74 |
-
De invloedssfeer van het schone duinwater wordt zo veel als mogelijk uitgebreid.
-
Uitzichtpunten, panorama’s en zichtlijnen worden beschermd en waar mogelijk ingericht.
Opmaat naar een uitvoeringsstrategie /Verkenning naar strategieën om de ambities te realiseren (strategiekaarten) : (1)
De beheerders maken onderlinge afspraken over zaken als afrastering, bebording, verbindingen, etc. en nemen die op in hun eigen beheer- en inrichtingsplannen. De realisatie van de ambities en ontwikkelprincipes is in handen van de beheerders. De invloed van de overheid hierop is beperkt.
(2)
De beheerders stellen gezamenlijk één beheer- en inrichtingsplan op. De realisatie van de ambities en ontwikkelprincipes is in handen van de beheerders. Deze moeten invloed op het eigen beleid door collega-beheerders accepteren. De invloed van de overheid hierop is aanwezig, maar nog steeds beperkt
(3)
Er wordt door de overheid één beheersorganisatie ingesteld. Deze wordt o.a. belast met de realisatie van de ambities en ontwikkelprincipes. De instelling van één beheersorganisatie vraagt om gezamenlijke beleidsbepaling en financiering van de betrokken gemeenten. De gemeente Amsterdam krijgt bijvoorbeeld zeggenschap in het beleid (daar staat tegenover dat zij ook gaan meebetalen).
Discussie op hoofdlijnen: De deelnemers herkennen de problematiek rondom beheer/beleefbaarheid van de duinen en kunnen zich op hoofdlijnen vinden in de ambities en ontwikkelprincipes. De duinen (Nationaal Park en Amsterdamse Waterleiding Duinen) hebben 2 verschillende identiteiten (allebei waardevol); ecologische verbinding is belangrijk. De deelnemers onderschrijven de ambitie om één groot “Nationaal Park” naar buiten toe positioneren. Het Zuid-Hollands duinreservaat, waar geen hekken omheen staan, wordt als voorbeeld genoemd. Er moet worden gestreefd naar eenheid in verscheidenheid in de duinen. Differentiatie kan geschieden via zonering. Hetzelfde geldt voor de borging van identiteit. De Amsterdamse Waterleidingduinen kenmerken zich in: een rustgebied/natuur, fietsers verboden, je mag van de paden af. De visie op de borging van de verscheidenheid kan in een Beheers- en inrichtingsplan (BIP) staan. De beheerorganisaties werken al met zonering. Belangrijk is het juiste evenwicht tussen natuur en extensieve recreatie te vinden. Beide kwaliteiten moeten verder uitgebouwd worden. Ook moet de toegankelijkheid van de parken moet verbeterd worden. Bloemendaal heeft de maatschappelijke taak om het mooie gebied open te stellen voor het achterland. Er moet gezocht worden naar één vorm van beheer. Versnipperd beheer is duurder.
Het is nog niet duidelijk welke vorm dit zou moeten krijgen en hoe ver dit zou moeten gaan. Gezamenlijk beheer zou kunnen bestaan uit: indelen in verschillende zones, samen één Nationaal Park en één toegangsbewijs. De huidige uitdaging vormt het beheer want er is weinig geld. De duinen moeten meer eigen broek ophouden en het is nodig om een goed verdienmodel te hebben.
| 75
Casus 3: Buitenplaats Elswout Belangrijkste knelpunten huidige situatie (kaart 1): •
Moeilijk om een rendabele functie in het landhuis en de opstallen te krijgen (oranjerie uitgezonderd).
•
Er is geen geld voor ontwikkeling van het landgoed.
•
De buitenplaats profileert zichzelf voornamelijk als individueel landgoed.
•
Geen doorgaande recreatieve wandelverbindingen.
Wat zegt het ontwikkelperspectief (kaart 2)? •
Recreatieve routes die buitenplaats verbinden met andere buitenplaatsen en de duingebieden.
•
Openbaar toegankelijke functie s in de gebouwen.
•
Cultuurhistorie buitenplaats uitdragen in relatie met andere buitenplaatsen.
•
Karakteristiek individuele buitenplaats in stand houden en deze leidend laten zijn bij wat aan ontwikkeling mogelijk is.
•
Opstellen regionaal programma (en strategie) voor de programmering van buitenplaatsen.
•
Zichtlijnen veiligstellen en open ruimte behouden (“buitenplaats-habitat”).
Belangrijkste ambities: •
Toevoeging van een waardevolle extra cultuurhistorische dimensie door de buitenplaats tevens in zijn oorspronkelijke context te beschouwen (die van buitenplaatsen van de Amsterdamse kooplieden uit de Gouden Eeuw. Vanuit dit (MRA-) perspectief bezien ontstaan er nieuwe kansen voor recreatieve benutting.
•
Het ontwikkelen van openbaar toegankelijke functies op de buitenplaatsen.
•
De karakteristiek van de individuele buitenplaatsen leidend te laten zijn voor ontwikkeling.
•
De opstelling van een ontwikkelstrategie, waarin alle genoemde invalshoeken voor de buitenplaatsen bij elkaar worden gebracht (natuur, cultuurhistorie, recreatieve routes, beleving, gebruiksfuncties, profilering en programmering, etc.).
Belangrijkste ontwikkelprincipes: •
Meer samenhang in routestructuren en het waterstelsel geven de buitenplaatsen ook betekenis als regionale park-structuur. Samen vertegenwoordigen de buitenplaatsen een groot cultureel belang dat de individuele belangen van de particuliere eigenaren overstijgt.
•
De samenhang tussen buitenplaats en zijn omgeving wordt gewaarborgd, onder andere door het respecteren van zichtlijnen en het behoud van de open ruimtes.
•
De typologische verschillen van de buitenplaatsen blijven overeind en de ruimtelijke kwaliteit van park en gebouw is essentieel: elke buitenplaats betekent om naar zijn type specifieke oplossingen.
•
Groen- en parkontwerp zijn de dragers van de buitenplaatsen en van daaruit dient ontworpen te worden.
-
De ontwikkelprincipes bij behoud van open ruimte richten zich op de relatie tussen weidegebied en naastgelegen buitenplaats en op landschapsbehoud door middel van agrarisch natuurbeheer.
Opmaat naar een uitvoeringsstrategie /Verkenning naar strategieën om de ambities te realiseren (strategiekaarten) : (1)
Er wordt ingezet op een exploitant van de gebouwen, die primair de (cultuurhistorische) waarde, de beleefbaarheid en de toeristische ontwikkeling van de buitenplaats nastreeft. Het exploitatietekort (enkele tonnen op jaarbasis) wordt gefinancierd vanuit een op te richten regionaal landschapsfonds De oprichting van een regionaal fonds vraagt om bestuurlijke wil en maatschappelijk draagvlak om de kosten gezamenlijk te dragen.
76 |
(2)
Er wordt ingezet op een draagkrachtige exploitant van de gebouwen, zodat het behoud en beheer van de buitenplaats en zijn opstallen is verzekerd. Dit vraagt bestuurlijke concessies voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden van de gebouwen en om het toestaan van aanvullende bebouwing (randvoorwaarde is altijd dat bebouwing volgens de betreffende ontwikkelprincipes geschiedt).
(3)
Er wordt ingezet op het overdragen van de gehele buitenplaats in particuliere eigendom, waarbij de openbare toegankelijkheid blijft gewaarborgd. De ambities en ontwikkelprincipes worden voor een flink deel opgeofferd voor de instandhouding van de buitenplaat.
Discussie op hoofdlijnen: De deelnemers herkennen zich in de problematiek rondom buitenplaatsen en kunnen zich op hoofdlijnen vinden in de geformuleerde ambities en ontwikkelprincipes. Door meer uitgangen op Elswout te maken ontstaat een betere openbare toegankelijkheid en een betere verdeling van de wandelaars op het terrein en wordt het minder druk bij de ingang. Meer bezoekers heeft wel gevolgen voor de infrastructuur, rust en ruimte. De mogelijkheden en aantal bezoekers moeten begrenst worden en er moet nagedacht worden over welke wijzigingsmogelijkheden toe te staat. Het gaat om extensieve recreatie en het doel is behoud van het landgoed. Er is een onderscheid tussen particuliere landgoederen en landgoederen in bezit van een instelling. Particulieren zitten niet te wachten op openstelling. Verbeterde recreatieve verbinding is belangrijk, maar de buitenplaatsen moeten niet alleen onderling verbonden worden maar een onderdeel worden van een netwerk van wandelroutes. Voor wat betreft de financiering wordt het idee van een regionaal fonds genoemd, waaraan ook de MRA zou moeten meebetalen. Een andere optie is om een paar buitenplaatsen in de zone te benoemen en die prioriteit geven. Het is niet wenselijk dat de gemeente geld in particuliere initiatieven steekt. Initiatiefnemers moeten zelf een businessplan opstellen. Elswout gebouwen: Verschillende functies worden besproken.
Een horecafunctie ligt het meest voor de hand. De gebouwen zijn er ideaal voor. Maar horeca in alle gebouwen, dat gaat elkaar bijten. Een hotel is ideaal. Een kantoor is minder aantrekkelijk. Kantoor en horeca zijn dragers voor het onderhoud van de gebouwen. In het hoofdgebouw zou een expositieruimte ideaal zijn. De overheid kan ook creatief bijdragen aan onderhoud door werkervaringsprojecten. Het is van belang om cultuur en natuur in stand te houden. Je moet mensen de gelegenheid geven het gebouw te beleven. Een kantoor is daardoor minder geschikt. Maar beter kantoor dan leegstand. De conclusie is dat er te weinig geschikte functies zijn voor alle buitenplaatsen. Er zou prioriteit gesteld moeten worden in het aantal landgoederen. Elswout heeft prioriteit. Daarbij moet het nationaal/MRA belang aangegeven worden. Een combinatie van particulier initiatief en de overheid is wenselijk. Opsplitsen van bestaande gebouwen in appartementen moet mogelijk zijn, mits er aandacht besteed wordt aan de parkeerproblematiek. Conclusie Een deelstudie/structuurvisie Landgoederen om dit verder te onderzoeken is nodig. Een soort strategienota voor de hele regio. Daarin kunnen dan prioriteiten en/of mogelijke clustering van landgoederen aangewezen worden en financieringsmogelijkheden met andere overheden nader onderzocht worden.
Daarin kan ook onderzocht worden welke concessies gedaan kunnen worden.
| 77
Casus 4: Station Santpoort-Noord Huidige situatie: Belangrijkste knelpunten huidige situatie (kaart 1): •
de ontwikkelpotentie van OV-knooppunten wordt nog te weinig benut (voor zowel woningbouw, voorzieningen als toeristisch/recreatief);
•
de toekomstbestendigheid van het OV-knooppunt staat onder druk;
•
de koppeling tussen het OV-knooppunt en de entree van de duinen en de buitenplaatsen ontbreekt.
Wat zegt het ontwikkelperspectief? •
Recreatieve route van station naar Duin- en Kruidberg (duinen)
•
Toeristisch recreatief overstappunt (TROP) op station realiseren (met fietsverhuur e.d.)
•
Openheid weidegebied behouden
Belangrijkste ambities: •
de (groene) ontwikkelpotentie van de ov-knooppunten wordt nader verkend (het onderzoek van de Taskforce ruimtewinst ov-knooppunten zal hiervoor aanknopingspunten bieden. Ook hier geldt dat de ruimtelijke kwaliteit van de stationsomgeving leidend is en dat knooppuntontwikkeling alleen wenselijk is als aan die ruimtelijke kwaliteit een positieve bijdrage wordt geleverd);
•
het maken van een koppeling van de entrees naar het duingebied met naastgelegen ov- knooppunten. Deze ‘groene poorten’ kunnen zo worden opgewaardeerd tot Toeristisch recreatief overstappunt (TROP);
•
geen van de open gebieden wordt getransformeerd tot bijvoorbeeld een woonwijk of intensief bebouwd;
Belangrijkste ontwikkelprincipes: •
de gevarieerde ondergrond: de inrichting van een gebied reageert op de ondergrond;
•
de NS-stations zijn kansrijk als recreatief transferium. De aantrekkingskracht kan worden vergroot door combinaties met fietsverhuur en horeca, en een zorgvuldig ingerichte openbare ruimte met heldere aansluitingen op het fiets- en wandelnetwerk;
•
zichtlijnen blijven behouden en worden versterkt, bijvoorbeeld door geen storende obstakels te plaatsen;
Opmaat naar een uitvoeringsstrategie /Verkenning naar strategieën om de ambities te realiseren (strategiekaarten) : (1)
Prorail, ANWB, Duin- en Kruidberg (ABN/Amro), de gemeente Velsen en het Nationaal Park ZuidKennemerland gaan om de tafel om een ontwikkel- en financieringsstrategie voor de stationsomgeving uit te stippelen. Inzetten op ontwikkeling van het station als groene poort vraagt om bestuurlijke wil en maatschappelijk draagvlak om de kosten gezamenlijk te dragen.
(2)
In het park ten oosten van het station Santpoort-Noord wordt woningbouw ontwikkeld. De ontwikkeling van dit plan omvat tevens de financiering en realisatie van een Toeristisch Recreatief Overstap Punt (TROP). Inzetten op ontwikkeling van woonbebouwing nabij het station betekent gedeeltelijke opoffering van een deel van de groene inrichting voor (woon)bebouwing (woningbouw financiert “groene poort”).
(3)
Er wordt een uitvoerings- en financieringsstrategie opgesteld op het schaalniveau van de “ZuidKennemerlandse Corridor”. Het geheel van ontwikkelingen financiert mede de inrichting van de OV-knooppunten als “groene poort”. Een uitvoerings- en financieringsstrategie op het schaalniveau van de corridor vraagt bestuurlijk commitment over gezamenlijke beleidsbepaling en financiële verevening (ontwikkeling van alle OV-knooppunten in de regio).
78 |
Discussie op hoofdlijnen: De aanwezigen herkennen de problematiek, maar zien ook kansen rondom OV-knoopunten. De ambities en ontwikkelprincipes, zoals geformuleerd in het ontwikkelperspectief voor de OV-knooppunten worden op hoofdlijnen onderschreven. In groene ontwikkeling van OV-knooppunten wordt een meerwaarde gezien voor het recreatief gebruik van het landschap. Het idee om in de volgende fase (die van de uitvoeringsstrategie)de kansen voor alle open gebieden verder te verkennen en uit te werken, te kijken wat mogelijk is, wat gerealiseerd kan worden alsook de uitwerking van businesscases wordt ondersteund.
| 79
Impressie raads- en statenleden-conferentie Zuid-Kennemerland over het ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand d.d. 29 november 2016 De heer Nieuwland, wethouder RO van gemeente Heemstede en voorzitter van het Portefeuillehouderoverleg Ruimtelijke Ordening Zuid-Kennemerland, opent de bijeenkomst en heet de raadsleden en portefeuillehouders van de gemeenten uit de regio Zuid-Kennemerland, de gemeente Velsen en de statenleden van de provincie Noord-Holland, welkom in het raadhuis van Heemstede. Vervolgens geeft de heer Hanou van de gemeente Haarlem, ambtelijk opdrachtgever en gesprekleider van de avond, een toelichting op het programma. Om bij de vaststelling een document voor te kunnen leggen, dat beantwoordt aan de wensen en verwachtingen van de betrokken gemeenteraden en het provinciebestuur, is dit de derde politiekbestuurlijke consultatie in de voorbereidingsfase. Tijdens de eerste raadsconferentie, in twee delen gehouden op 3 en 17 april 2013, is de behoefte aan een integrale en breed gedragen ontwikkelstrategie bevestigd en zijn de belangrijkste dilemma’s bij de opstelling van het ontwikkelperspectief verkend. Tijdens de tweede conferentie op 22 januari 2014 zijn de beoogde ambities voor een eerste beoordeling aan de raden en statenleden voorgelegd.
De richtinggevende uitspraken uit deze conferenties hebben geleid tot het voorliggende concept van het Ontwikkelperspectief. Het doel van deze derde conferentie is om inzicht te verschaffen in wat het Ontwikkelperspectief betekent voor raads- en statenleden. Plenaire toelichting op de context en werking van het Ontwikkelperspectief Mevrouw Sikkema, wethouder Landschap van de gemeente Haarlem en -samen met mevrouw Geldhof, waarnemend gedeputeerde Landelijk Gebied van de provincie Noord-Holland- trekker van het proces, leidt het plenaire deel van de avond in met een toelichting op de aanleiding voor het Ontwikkelperspectief, de relatie met het metropolitane landschap van de MRA en de status van het Ontwikkelperspectief. De heer Dekker, landschapsarchitect van de gemeente Haarlem, gaat vervolgens in op de kernwaarden die de Binnenduinrand haar identiteit geven, de beoogde ambities en spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen en de werking van het Ontwikkelperspectief in de praktijk. Naar aanleiding van de inleidingen wordt gevraagd naar de status van de spelregels, de rol van de provincie en (het ontbreken van) de transitieopgave voor duurzame energie. De spelregels hebben nu nog een “zachte” status, maar één van de speerpunten van het Ontwikkelperspectief is de borging van de spelregels in de lokale ruimtelijke visies, plannen en programma’s.
De provincie is mede-opsteller van het ontwikkelperspectief en moet in dit licht vooral worden gezien als partner en niet zo zeer als scheidsrechter. De energietransitieopgave voor Noord-Holland zal niet worden opgelost in de Metropoolregio Amsterdam, maar elders in de provincie. Dit neemt niet weg dat activiteiten op het gebied van duurzame energie worden toegejuicht, mits toegepast met inachtneming van de spelregels. Plenaire terugkoppeling resultaten inhoudelijke discussie In het tweede gedeelte van de bijeenkomst is in twee groepen, onder leiding van de heren Kruijswijk en Nieuwland van het portefeuillehoudersoverleg Binnenduinrand, verkend of het gepresenteerde concept-Ontwikkelperspectief en de werking daarvan in de praktijk beantwoorden aan de verwachting. Onder leiding van de heer Hanou zijn vervolgens plenair de belangrijkste resultaten uit de groepen gedeeld. Groep Kruijswijk De groep is zich bewust van de noodzaak van een Ontwikkelperspectief. Het is goed om dit stuk te borgen in de omgevingsvisies en ruimtelijke plannen. De focus moet liggen op een goede balans 80 |
tussen (woningbouw) ontwikkelingen en de kwaliteit van het landschap. Het verdient aanbeveling om de spelregels nog wat concreter te maken, bijvoorbeeld door inzichtelijk te maken wat gewenste, maar ook wat niet gewenste ontwikkelingen zijn. Door rekening te houden met ondergrond (geologie) en energie kan nog aan integraliteit worden gewonnen. Groep Nieuwland De grondhouding ten aanzien van het Ontwikkelperspectief was positief. Het stuk vormt een goede basis voor de aanpak van de opgaven en voor de omgevingsvisies en het stelt de gemeenten in staat om als regio een vuist te maken in Den Haag. Aandachtspunten zijn: •
benoem de lokale verschillen;
•
let op de democratische legitimiteit, de raden moeten ook speelruimte hebben om eigen keuzes te kunnen maken;
•
zorg dat de wisselwerking met het bestaande beleid in orde is.
Conclusie De heer Hanou concludeert dat bij de aanwezigen voldoende vertrouwen aanwezig is om het conceptOntwikkelperspectief naar de colleges te zenden met het verzoek om vrijgave voor inspraak. Hij constateert dat dit stuk ook prima zou kunnen dienen voor het aannemen van een proactievere houding in de discussie over de bereikbaarheid van de regio. Vervolg Het Portefeuillehoudersoverleg Binnenduinrand is samen met de provincie verantwoordelijk voor Ontwikkelperspectief. Mede op basis van de resultaten van de raadsconferentie zal het conceptOntwikkelperspectief worden voorgelegd aan de colleges van burgemeester en wethouders met het verzoek tot vrijgave voor inspraak. Aansluitend zal het concept-Ontwikkelperspectief ter inzage worden gelegd bij de betrokken gemeenten en de provincie en de MRA. Er wordt nog nagedacht over een geschikte vorm waarin de inspraakreacties van inwoners en stakeholders kunnen worden opgehaald. Na verwerking van de inspraakreacties zal het ontwikkelperspectief volgt er een laatste consultatie en wordt het Ontwikkelperspectief ter vaststelling aan de raden aangeboden. Na de vaststelling van het ontwikkelperspectief wordt gestart met de opstelling van de uitvoeringsstrategie.
| 81
Bijlage bij de impressie van de raadsconferentie over het ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand-verslag discussiegroepen Verslag discussiegroep o.l.v. de heer Kruijswijk Er wordt positief gereageerd op het ontwikkelperspectief. Het behoud van het landschap is erg belangrijk en het ontwikkelperspectief kan daaraan bijdragen. Op een aantal punten is het nog niet concreet. Er is wel behoefte aan een verdere uitwerking. Daarnaast is het ook wel belangrijk om een volgorde aan te geven in de ambities. Het toerisme wordt gezien als een belangrijk punt. Een toename in het aantal toeristen kan een te grote druk opleveren voor de natuur. Het is erg belangrijk om daar een goede balans in te vinden. Er wordt opgemerkt dat de knelpunten in ommetjes dicht bij huis opgelost moeten worden. Als mensen dicht bij huis makkelijker een ommetje kunnen maken, geeft dat een verlichting voor het duingebied. Er wordt ook gepleit voor een duidelijk overzicht van de bestaande verbindingen voor toeristen binnen de MRA. Opgemerkt wordt dat het gehele gebied er sterker van wordt als wandel-, fiets- en vervoersverbinden goed en duidelijk zijn. Samenwerken heeft zeker een meerwaarde. Voorts wordt aangegeven dat het ontwikkelperspectief zeker een goede bouwsteen kan zijn voor een omgevingsvisie. Het aspect duurzaamheid zou nog aandacht mogen krijgen. Aanvullende vragen/opmerkingen: •
hoe wordt de woningbouwopgave ingepast? Dit komt niet terug in het ontwikkelperspectief. Antwoord: het ontwikkelperspectief is gericht op behoud van het landschap en juist om te voorkomen dat er ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden.
•
tip: voeg ook referentiebeelden (bijvoorbeeld van stadsranden) toe die laten zien hoe het wel moet zijn en niet alleen voorbeelden van hoe het niet moet.
Verslag discussiegroep o.l.v. de heer Nieuwland De aanwezigen zijn het erover eens dat het Ontwikkelperspectief een goed beeld geeft van wat de betrokken gemeenten verbindt. Ook het feit dat vanuit de kwaliteit van het landschap wordt geredeneerd, wordt als positief ervaren. In die zin biedt het stuk een goed handvat voor de op te stellen omgevingsvisies. De Omgevingswet geeft hiervoor de kader aan. Die moeten worden gezien als een minimum. Gemeenten mogen strenger zijn als zij dat willen. Daarnaast beidt het stuk ook een prima basis voor een sterker regionaal geluid in het MIRT. Er moet echter ook worden benoemd wat de gemeenten scheidt. Het is van belang dat die verschillen bespreekbaar worden gemaakt als straks de spelregels moeten worden geborgd in de lokale ruimtelijke plannen (dit laatste is één van de uitwerkingssporen). Daarbij kan worden aangetekend dat met het Ontwikkelperspectief wordt gestreefd naar een consensus over de basis voor behoud en versterking van de landschappelijke kwaliteit. Lokale verschillen van inzicht over de uitwerking of concrete oplossingen kunnen vervolgens worden geadresseerd in de verschillende portefeuillehoudersoverleggen.
Twee andere aandachtspunten zijn de democratische legitimiteit (de raden moeten ook speelruimte hebben om eigen keuzes te kunnen maken) en de relatie van het Ontwikkelperspectief met bestaand beleid van gemeenten en provincie (vooral daar waar het Ontwikkelperspectief ingaat tegen bestaand beleid). Belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van de uitvoeringsstrategie is dat de bereikbaarheid (wegen, ov-verbindingen, fiets- en wandelpaden, etc.) goed wordt geregeld en gefinancierd. Dat lijkt nu niet altijd even goed en voortvarend te gaan. Hier is een vinger aan de pols gewenst. 82 |
Aanvullende opmerkingen: •
In het Ontwikkelperspectief worden geen concrete woningbouwlocaties benoemd. Het regionale aandeel in de woningbouwopgave moet vooral worden gezocht binnen het bestaand stedelijk gebied, zodat de landschappelijke kwaliteit van de Binnenduinrand overeind blijft. Overigens wordt met het Ontwikkelperspectief geen stolp over het gebied gezet. Het is er vooral op gericht dat ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied slim worden ingepast.
•
Om een duurzame ontwikkeling van het Nationaal Park mogelijk te maken is het zaak dat binnen het metropolitane landschap wordt gezocht naar andere gebieden voor intensievere vormen van recreatie (bijvoorbeeld het Recreatiegebied Spaarnwoude). Het Ontwikkelperspectief voorzien in deze zonering.
| 83
84 |
| 85