CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2h Ruimtelijke onderbouwing - Quickscan Flora en Fauna

Gemeenteraad 19 december 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Secretaris Bosmanstraat8.344 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan In het kader van de Wet

natuurbescherming en de Omgevingsverordening NH2020

Plangebied;

Secretaris Bosmanstraat (perceelnummer 5568), Zandvoort

Opsteller(s):

K. de Vries

ecoresUult ecologisch advies en onderzoek

ecoresult ecologisch

adries

n onderzoek

Quickscan In het kader van de Wet

natuurbescherming en Omgevingsverordening NH2020. Plangebied

Secretaris Bosmanstraat, perceel 5568, Zandvoort

Opsteler(s)

K. de Vries

Datum

5-12023

Versienummer Rapportkenmerk

02 ER20221215v01

Aantal pagina's

36

Opdrachtgever Contactpersoon Kwaliteitscontrole Projectleider

Kubiek Ruimtelijke Plannen | Steenbergen CE. Bakker M.W.H. Bekkers

Wijze van citeren

Vries, K. de, 2022. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening

NH2020. Plangebied: Secretaris Zandvoortstraat, perceel 5568, Zandvoort.

Kenmerk:

ER20221215v01

Ecoresult B.V. Alblasserdam Ecoresult B.V.

Edisonweg 10- unit 320 2952 AD Alblasserdam 078 75 18412

info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl

© copyright Ecoresult B.V. 2023

2

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortioeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

ecoresult ecologisch adwies n onderzoek

Inhoudsopgave Inleiding 11 _ Aanleiding 12

o

Doel

13

_

Onderzoeksmethodiek

14

_

Leeswijzer

Omschrijving plangebied 21

_ Algemeen

22

_

23

_ Geplande ingrepen

231

_ Omschrijving werkzaamheden

232

_ Methode uitvoering:

Beschrijving

materieel en werkwijze

233

Werkplanning, werktijden en realisatieperiode

10

234

(Ontwerp}tekening

10

Onderzoeksresultaten beschermde gebieden

12

3.1

_ Wet natuurbescherming

12

311

_

12

32

_ Omgevingsverordening NH2020

13

321

_

13

322

Natura

2000

Natuumetwerk

Nederland

Bijzonder Provinciaal Landschap

13

Beschermde houtopstanden

14

41

14

_ Wet natuurbescherming

Onderzoeksresultaten

beschermde

soorten

15

51

_ Soorten Vogelrichtlijn

15

511

_

Bronnenonderzoek

15

512

_

Verkennend

15

513

_ Effectbeoordeling en toetsing

77

52

_ Soorten Habitatrichtlijn

18

521

_

Bronnenonderzoek

18

Verkennend

18

522

523 53

_

531

_

532

533 54

_

veldonderzoek

veldonderzoek

Effectbeoordeling en toetsing

20

Nationaal

22

beschermde

soorten

Bronnenonderzoek

22

Verkennend

22

veldonderzoek

Effectbeoordeling en toetsing

24

Invasieve

24

exoten

Vervolgstappen

25

61

25

_ Algemeen

62

_

Beschermde gebieden

25

63

_

Beschermde

25

soorten

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

64

_ Ontheffing

28

Conclusies

29

Geraadpleegde bronnen

30

81

Literatuur

30

Internet

30

82

_

Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming Bescherming van gebieden

31 34 34 34

Bescherming van soorten

34

Bescherming van houtopstanden

35

Omgevingsverordening NH2020

36

Ecoresult B.V. januari 2023

ecoresult

Inleiding Aanleiding In opdracht van Kubiek Ruimtelijk Plannen heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Secretaris Bosmanstraat, perceel 5568, Zandvoort. De aanleiding voor dit verzoek is de voorgenomen nieuwbouw binnen het plangebied (zie verder hoofdstuk 2.3). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activíteiten en op welke wijze gehandeld kan worden.

Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend

ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd.

De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie

jaar geldig 12

Doel Door

middel

van

een

oriënterend

bronnen-

en

veldonderzoek

zal

worden

onderzocht

of de

voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: e

overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.

In

het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); e

een

(significant)

Natura

2000-

overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden.

In het

gebieden. e

negatief

effect

op

instandhoudingsdoelstellingen

van

In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb);

kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); e

een

(significant)

negatief

Natuurnetwerk

Nederland

natuurgebieden

op

bijzondere

provinciale

effect

op

(NNN).

provinciaal

de

wezenlijke

Of

negatief

niveau

landschappen,

(0.a.

kenmerken effect

bijzondere

belangrijke

op

en

waarden

anderzijds

van

het

beschermde

provinciale

natuurgebieden,

weidevogelgebieden

en strategische

reservering natuur). In het kader van de Omgevingsverordening NH2020 1.3

Onderzoeksmethodiek De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie. e Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 12 december 2022 door K. de Vries, ecologisch deskundige’ bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het plangebied is - daar waar nodig met hulp van een verrekijkeren een zaklamponderzocht

e

Ten

behoeve

van de bureaustudie

is de Nationale

Databank

Flora

en Fauna

(NDFF)

geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in hoofdstuk 6 zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF-database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie|Figuur1). Daarnaast zijn indien beschikbaarde gemeentelijke

Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/ruimteljkeingrepen/ontheffing-of-vrijstelling/ecologisch-deskundige

Ecoresult B.V. januari 2023

5

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

natuurkaarten geraadpleegd. Op basis van het bronnenonderzoek en de a habîtats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van beschermde

e

soorten te maken.

Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd een actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen,

Figuur 1: Grid waarbinnen NDFE-waarnemingen zijn gezocht. De rode cirkel geeft het plangebied weer. Bron: NDFF uitvoerportaal.

doelstelling etc.

14

Leeswijzer In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven Hierna worden per beschermingsreginme de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakeijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek en een beschrijving van het toetsingskader van de verschillende delen van deze quickscan.

Ecoresult B.V. januari 2023

6

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

Omschrijving plangebied 21

Algemeen Het plangebied voor deze quickscan omvat een perceel (perceelnummer 5568) bestaande uit 3 parkeerplaatsen en een omheinde tuin gelegen ten zuiden van Secretaris Bosmanstraat 24 te Zandvoort, gemeente Zandvoort, provincie Noord-Holland (Figuur 2).

ecoresult l

eresenondrzoek|

Figuur 2: Ligging van plangebied Secretaris Bosmanstraat (rode omlining) en het onderzochte gebied (blauwe omljning) voor deze quickscan. Het roze vlak geeft de parkeerplaatsen weer en het groene vlak de tuin. Voor regionale lgging van het plangebied, zie kaartinzet rechtsboven, Bron: OpenTopo

Figuur3: Het plangebied met vooraan de parkeerplaatsen en achter de schutting tuin. Foto: K. de Vries | Ecoresult BV.

Ecoresult B.V. januari 2023

7

ecoresult 22

\

Beschrijving e

Het plangebied bestaat voor een derde uit 3 parkeerplaatsen en voor twee derde uit een ornheinde tuin.

e

De helft van het plangebied betreft een omheinde tuin. De andere tuin wat bij het perceel hoort, betreft de helft van de binnenplaats van de portiekwoning Van Speijkstraat 94/96.

e

Het plangebied ligt ingeklemd tussen de woning en tuin van Secretaris Bosmanstraat 24, het

appartementen

complex

Van

Speijkstraat

22 t/m

84

en

de

portiekwoning

Van

Speijkstraat 94/96.

Parkeerplaatsen: e

De 3 parkeerplaatsen zijn betegeld met stoeptegels en hebben een kaphek

e

De afscheiding tussen de parkeerplaatsen en de tuin bestaat uit een betonnen schutting

e

De noordelijke parkeerplaats is tegen de naastgelegen tuin van Secretaris Bosmanstraat afscheiden door een bakstenen

muur

e _ Langs de randen van de parkeerplaats tegen de schutting is lage begroeiing aanwezig in de vorm van algemene vaatplanten. Verder groeit er tegen betonnen muur klimop. Tuin:

e _ De tuin Ís 80 procent betegeld met stoeptegels en grindtegels. e

De hele tuin is omheind.

De omheining

bestaat uit aan de west- en zuidzijde uit een

betonnen schutting. Aan de noordzijde op de grens met de naastgelegen woning en tuin

(Secretaris Bosmanstraat 24) betreft het een bakstenen muur en de oostzijde een houten schutting

e _ De omheining van de tuin, zorgt ervoor dat de tuin bijna helemaal hermetisch is afgesloten, alleen onder de kleine tuindeur aan de zuidzijde bevindt zich ruimte.

e

Een klein deel van de zijkant van de tuin betreft de buitenmuur van de uitbouw van naastgelegen portiekwoning (Van Speijkstraat 94/96).

Deze uitbouw is aan de bovenzijde

afgewerkt met boeiboord, waarachter geen kieren aanwezig zijn. e _ De tuinis voor een groot deel verwilderd met begroeling bestaande uit enkele kale struiken, enkele kleine boompjes, een klimopstruik op de grens met Secretaris Bosmanstraat 24 en diverse algemene vaatplanten. e

De onbetegelde boderm bestaat uit aarde (geen zandige bodem)

e

Verder bevinden zich in de tuin losse houten planken, plastic kratjes, losse stenen en wat gereedschap.

Omgeving van het plangebied (buiten het plangebied): e

Woning en tuin aan Secretaris Bosmanstraat 24: ©

Deze

eengezinswoning

bakstenen

o

heeft

een

zadeldak

bedekt

met

dakpannen

en

buitenmuren.

Langs de kopgevels zijn kantpannen aanwezig, waarachter ruimte aanwezig is

Ecoresult B.V. januari 2023

8

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

© _ Aan de zuidzijde van het da is een dakkapel aanwezig. Tegen het de dakkapel afgewerkt met loodflappen, waarachter kieren aanwezig zijn © _ In de bakstenen buitenmuren zijn geen zichtbare kieren aanwezig © _ In de voortuin zijn diverse struiken aanwezig, e _ Appartementencomplex Secretaris Bosmanstraat 22 t/m 84: © Dit betreft een klein galeriflat bestaande uit 4 woonlagen, bakstenen buitenmuren en een plat dak bedekt met een bitumen laag en grind © Aan de oostzijde bevinden zich de galerijen en aan de westzijde kleine uitpandige balkons. Aan de onderzijde van de balkons en galerijen zijn geen zichtbare kieren aanwezig o _ In de bakstenen zijn brede dilatatievoegen aanwezig in de gevels aan de lange zijden. Open stootvoegen ontbreken. © Het dak is aan de bovenzijde afgewerkt met een daktrim zonder kieren e Portiekwoningen Van Speijkstraat 94/96: © Deze portiekwoningen bevinden zich in een vrijstaand pand met 3 woonlagen © Het pand bakstenen buitenmuren zonder zichtbare kieren, waarbij de westmuur grenzend aan het plangebied is glad gestukt © De bovenste etage is gelegen onder een plat dak met schuine dakzijden bedekt met dakpannen. Aan de bovenzijde van de dakpannen is het dak afwerkt met loodiappen waarachter kieren aanwezig zijn © De dakrand is afgewerkt met daklatten en dakgoten.

Tussen deze afwerkingen en de zijgevels zijn kieren aanwezig © _ Aan de westzijde van het dak is een dakkapel aanwezig. Achter de daklatten van deze dakkapel zijn geen kieren aanwezig. Algemeen: e _ Open water (watergangen, poelen etc.) en vochtige tot natte terreinen (natuurvriendelijke oevers etc‚ zijn in het plangebied afwezig e Straatverlichting i aanwezig aan de straatzijden rondom het plangebied door middel van lantaarnpalen. Verder is er geen verlichting aanwezig binnen het plangebied

23

Geplande ingrepen

231

Omschrijving werkzaamheden Binnen het plangebied zal een nieuwe woning worden gebouwd. Dit houdt in ieder geval in e De sloop van de 2 stenen schuttingen e Het verwijderen van de parkeerplaatsen e Het verwijderen van planten, struiken en boompjes binnen het plangebied e Het bouwrijp maken van het plangebied e De bouw van de nieuwe woning

Ecoresult B.V. januari 2023

ecoresult

Í\

ecologisch advies n onderzoek

232

(

Methode uitvoering: materieel en werkwijze De exacte methode is niet bekend. Bij de bouw van de woning wordt uitgegaan van de _

onderstaande werkwijze Per fase start de bouw nadat het (deel)plangebied bouwrijp is gemaakt. Bij het bouwrijp maken (slopen stenen schuttingen, verwijderen van boompjes, struiken en planten en grondwerkzaamheden). De bouwwerkzaamheden bestaan in hoofdzaak uit: e aanbrengen fundering; e bouwen / monteren casco (wanden, vloeren, gevels, dak): gebruik bouwsteigers, mobiele kranen e.d.;

e _ installaties en afbouw;

«

2.3.3

tijdens de werktijden is de bouwplaats voor zonsopgang en na zonsondergang verlicht met bouwlampen; buiten de werktijden is de bouwplaats na zonsondergang tot voor zonsopgang in het kader van veiligheid spaarzaam verlicht

Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. Het voornemen is om zo snel mogelijk te starten. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planníng is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.

234

(Ontwerp)tekening De ontwerptekeningen van dit project is te vinden in Figuur 4, Figuur SFiguur 6

ò

©

_

©

Figuur 4: Ontwerptekening van vooraanzicht nieuwe woning. Bron: AG Architecten

Ecoresult B.V. januari 2023

10

>>

@ ecoresult

©

©

Figuur5: Ontwerptekening van aanzicht noordgevel.

Figuur 6: Ontwerptekening van aanzicht zuidg

Ecoresult B.V. januari 2023

Bron: AG Architecten.

l Bron:

AG Architecten.

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

Onderzoeksresultaten beschermde gebieden 31

Wet natuurbescherming

3.1.1

Natura

3111

Algemeen

2000

Het dichtstbijzijnde

Natura

2000-gebied

is Kennemerland-Zuid

op tenminste

880

meter

ten

oostzuidoosten van het plangebied (zie Figuur 6). Dit gebied heeft stikstofgevoelige habitats. 31.1.2

Stikstof

In de aanlegfase zal er gebruik gemaakt worden van machines die stikstof uitstoten.

Ook zal er

sprake zijn van bouwverkeer ten bate van dît project. Als gevolg hiervan is stikstofdepositie op nabijgelegen stikstofgevoelige habitats in de omgeving en daarbij behorende negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten.

Een nadere beoordeling van de aanlegfase middels de AERIUS-

berekening is derhalve nodig. In de gebruiksfase zal er uitgegaan worden van gasvrije bebouwing gevolg van gasverbranding veranderen

(geen stikstofdepositie als

in het gebouw zelf, maar het gebruik van het plangebied zal wel

(er kan mogelijk een verkeersaantrekkende

werking

zijn).

Een nadere

beoordeling

middels de AERIUS-berekening is derhalve nodig

stikstofgevoelige habitats Kennemerland-Zuid (paars). Bron: AERIUS calculator versie 2012.T

Ecoresult B.V. januari 2023

12

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

3.1.1.3

Overige verstoringsvormen

Negatieve effecten als gevolg van overige verstoringsvormen dan stikstofdepositie (zoals geluid, trilingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) zijn uitgesloten wegens de afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. 32

Omgevingsverordening NH2020

321

Natuurnetwerk

Nederland

Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie Figuur 8 Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is Kennemerland-Zuid, op tenminste 880 meter ten oostzuidoosten van het plangebied. In de provincie Noord- Holland is geen sprake van toetsing van externe werking op gebieden aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. Nader (veldonderzoek is niet noodzakelijk. De Provinciale Omgevingsverordening

NH2020 wordt niet overtreden.

D e DD Narnenverk eserans a Bizonder rovistendchp

P

arscersense

Wardteang

Diinen

Figuur 8: Ligging plangebied Secretaris Bosmanstraat (rode cirkel ten opzichte van in de omgeving aanwezige delen van het Natuurnetwerk Nederland (groen), Natuurverbindingen (donkergroene ljnen) en Belangrijk Provinciaal Landschap (paars). Bron: Portaal Kaart en Data (Noord-Holland.nl) 322

Bijzonder Provinciaal Landschap Het plangebied is iet gelegen binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL), zie Figuur 8. Het dichtstbijzijnde BPL betreft het terrein van Golfclub Mariënweide, op circa 4,3 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Dit betekent dat het plangebied ook niet gelegen is binnen Leefgebied voor Weidevogels. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Provinciale Omgevingsverordening NH2020 wordt niet overtreden.

Ecoresult B.V. januari 2023

B

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

4

Beschermde houtopstanden

41

Wet natuurbescherming Er worden in dit plangebied een paar kleine boompjes verwijderd. Het plangebied bevindt zich echter binnen de bebouwde kom van Zandvoort (zie Figuur 9). Vanwege de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom is de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet van toepassing

ecoresult ecoogich adriesononderzoek

Figuur 9: Het plangebied Secretaris Bosmanstraat gelegen binnen de bebouwde kom (gearceerd) van Zandvoort Kaartbron: OpenTopo.

Ecoresult B.V. januari 2023

14

ecoresult

|

ecologisch advies n onderzoek

Onderzoeksresultaten 51

Soorten Vogelrichtlijn

5.1.1

Bronnenonderzoek

5.1.1.1

Nationale

Tabel

Databank

Flora

Waargenomen

binnen

afstand

ee

eraadpleegd

op

van

12-1.

en

beschermde

soorten

Fauna

voge

jaarrond beschermde vaste rust-

5 kilomete

van het plangebied Secretaris Bosmanstraat.

fplaatsen in de afgelopen 5 jaar Bron:

NDFF-uitvoerportaal,

2022. Besci

Boomvalk

Categorie 4

Buizerd

Categorie 4

ierzwaluw

Categorie 2

rote gele kwikstaart

Categorie 3

Havik

Categorie 4

Huismus

Categorie 2

Kerkuil

Categorie 3

Doievaar

Categorie 3

Ransuit

Categorie 4

lechtvalk

Categorie 3

perwer

Categorie 4

espendief

Categorie 4

'ategorie1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zin als vaste rust-

en verbijfplaats ategoe 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zin| bf afhankeljk zijn van bebouwing. 'ategorie 3: Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die ek broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer

honkvast zjn of afhankelijk van bebouwing ategorie 4: Vogels die jaar i jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest e bouwen.

5.1.2

Verkennend

5.1.2.1

Jaarrond

Het

veldonderzoek

beschermde

plangebied

nesten

is ongeschikt

voor

beschermde nesten in gebouwen.

vaste

rust-

en

verblijfplaatsen

van

vogels

met jaarrond

Vanwege het ontbreken van bebouwing binnen het plangebied

zijn er zowel voor huismus als voor gierzwaluw geen mogelijkheden aanwezig om vaste rust en verblijfplaatsen te herbergen. het pand

In de naastgelegen woningen aan de Secretaris Bosmanstraat 24 en

met de portiekwoningen

aan de Van Speijkstraat 94/96 zijn wel mogelijkheden voor

huismus en gierzwaluw aanwezig om vaste rust- en verblijfplaatsen te herbergen.

Voor huismus

kunnen de verblijfplaatsen aanwezig zijn onder dakpannen daken van beide woningen, maar voor gierzwaluw zijn er alleen mogelijkheden achter kantpannen van Secretaris Bosmanstraat 24.

Ecoresult B.V. januari 2023

15

ecoresult

O

Potentieel essentieel functioneel leefgebied voor huismus is aanwezig binnen en grenzend aan het

plangebied. Tijdens het veldbezoek werden in de begroeiing binnen het plangebied,in de tuin en op de woning van Secretaris Bosmanstraat ca. 15 huismussen waargenomen. Secretaris Bosmanstraat werden meerdere huismussen aangetroffen.

Ook

in de hele

Voor uilensoorten zoals kerkuil herbergt het plangebied geen geschikte broedplaatsen (geen kerkuilnestkasten aanwezig, sterk urbane omgeving). Voor ooievaar zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig. Nestpalen en ooievaarsnesten zijn afwezig binnen het plangebied. Voor slechtvalk is het plangebied ongeschikt. De bebouwing is voor deze soort te laag en er bevinden zich in het plangebied geen nestkasten gericht op deze soort. Grote gele kwikstaart wordt niet verwacht binnen het plangebied wegens het ontbreken van snelstromende watergangen Nestplaatsen bevinden zich vaak onder bruggetjes of duikers nabij dt habitat. Een incidenteel foeragerende vogel op het dak kan niet worden uitgesloten Binnen de begrenzing van het plangebied zijn geen grote bomen of bosschages aanwezig dienen als vaste rust- en verblifplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten. Daarnaast bevindt het plangebied zich in druk stedelijk gebied. Mede op basis hiervan kan aanwezigheid van soorten als ransuil, boomvalk, buizerd, havik, sperwer en roek worden uitgesloten 51.2.2

Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is ongeschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten. Binnen het plangebied ontbreekt bebouwing waardoor er geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen aanwezig is. Direct naast het plangebied (Secretaris Bosmanstraat 24 en Van Speijkstraat 94/96) zijn wel mogelijkheden voor verblijfplaatsen aanwezig onder de dakpannen daken. Hier kan spreeuw tot broeden komen. Hoewel de achtertuinen van de omliggende woningen niet te overzien waren, zien hier mogelijk nestkasten aanwezig, waar deze soorten zoals onder andere koolmees en pimpelmees (zogenaamde categorie-5 soorten) kunnen broeden.

51.23

_ Algemene broedvogels Het plangebied en directe omgeving zijn geschikt als voortplantingsplaats voor andere algemene broedvogels, zoals merel, heggenmus en winterkoning. Zij kunnen broeden in de klimstruiken die groeien op de grens van het plangebied en de tuin van Secretaris Bosmanstraat 24. Binnen het plangebied is vanwege het ontbreken van bebouwing geen ruimte aanwezig voor verblijfplaatsen in gebouwen. Een soort als kauw wel kan broeden onder de dakpannen daken van de naastgelegen panden en de woningen in de omgeving van het plangebied. Daarnaast kunnen algemene vogels ook tot broeden komen in bijvoorbeeld de hagen en bomen in de tuinen in de omgeving van het plangebied

Ecoresult B.V. januari 2023

16

ecoresult

\

ecologisch advies n onderzoek

5.1.3

Effectbeoordeling en toetsing

5131

Jaarrond

beschermde

nesten

Potentieel geschikte voortplantingsplaatsen

of vaste rust- en verblijfplaatsen van soorten

jaarrond

zijn in het plangebied vanwege

beschermde

nesten in bebouwing

met

het ontbreken van

bebouwing afwezig Wel kunnen huismus en gierzwaluw tot broeden komen de dakpannen daken van de naastgelegen panden (Secretaris Bosmanstraat 24 en Van Speijkstraat 94/96).

direct naast deze woningen gebouwd.

Echter wordtde nieuwe woning niet

Er blijft voldoende ruimte over. De woning wordt op ca. 3

meter van het dak van Secretaris Bosmanstraat 24 en op ca. 5 meter van het dak van Van Speijkstraat

94/96 gebouwd, zodat dit geen effect heeft op de hier potentiee! negatief effect heeft op aanwezige nesten van huismus en gierzwaluw.

Deze potentiële nestplaatsen blijven zowel tijdens als na de

werkzaamheden te allen tijde toegankelijk.

De groenstructuren binnen het plangebied zijn mogelijk onderdeel van het functioneel leefgebied van

huismus.

Echter zijn er n de omgeving

van

het

plangebied

veel geschikte alternatieven

aanwezig in de tuinen van de híer aanwezige woningen, waardoor het geen in het plangebied geen essentiële functie heeft

Door

de

voorgenomen

nieuwbouwwerkzaamheden

binnen

het

plangebied

zullen

er

geen

permanente schadelijke effecten optreden op eventueel aanwezige vaste rust- en verblifplaatsen van huismus en gierzwaluw en functioneel leefgebied van huismus. Verbodsbepalingen Art. 3.1 id 2 (zie Tabel

7

van

de Wnb

worden

niet overtreden.

Nader

veldonderzoek

naar

huismus

en

gierzwaluw is niet nodig Het plangebied is voor overige soorten met jaarrond beschermde nesten ongeschikt.

Negatieve

effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6) 5.1.3.2

Niet jaarrond beschermde nesten

Het

plangebied

is ongeschikt

voor

vaste

rust-

en

verblijfplaatsen

beschermde nesten vanwege het ontbreken van bebouwing

vogels

met

niet-jaarrond

binnen het plangebied.

Wel zijn de

omliggende woningen wel geschikt voor verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten.

Deze potentiële nestplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten liggen op

voldoende afstand van de nieuw te bouwen woning.

De werkzaamheden

en de nieuwe situatie

hebben geen effect op deze mogelike verblijfplaatsen in de naastgelegen woningen.

Het treffen

van maatregelen ís niet noodzakelijk 5.1.3.3

Algemene vogels Het

plangebied

en

de

directe

omgeving

voortplantingsplaats voor algemene vogels,

van

het

plangebied

zijn

potentieel

geschikt

als

Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het

broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden

op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen

(\n gebruik zijnde

vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6

Ecoresult B.V. januari 2023

7

ecoresult

|

ecslogisch advies n onderzoek

ij

52

Soorten Habitatrichtlijn

5.2.1

Bronnenonderzoek

52.1.1

_ Nationale

Databank

Flora en Fauna

Tabel2: Waarge

Franjestaart

Zoogdieren - Vleermuizen

|Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

|Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Laatvlieger Meervieermuis

Zoogdieren - Vleermuizen Zoogdieren - Vleermuizen

Rosse vleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Ruige dwergvieermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Îlweekleurige vleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

atervieermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Bruinvis

Zeezoogdieren

Boomkikker

Amfibieën

Rugstreeppad

Amfibieën

Zandhagedis

Reptielen

|Gevlekte witsnuitiipel

Libellen

fierlijke witsnuitibel

Libellen

Platte schijfhoren

Weekdieren

|Groenknolorchis

Vaatplanten

5.2.2

Verkennend

52.21

Vleermuizen

veldonderzoek

Het plangebied biedt geen potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen vanwege het ontbreken van bebouwing. Wel is er potentie aanwezig voor vaste rusten verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig in de naastgelegen panden. Deze potentiële verblifplaatsen kunnen zich bevinden in achter de volgende openingen: e

Secretaris Bosmanstraat:

Kieren achter de kantpannen (die zich bevinden aan de west en

oostgevels van de woning. e _ Van Speijkstraat 94/96: Kieren achter de daklatten (die zich op ca. 5 meter van de nieuw te bouwen woningen bevinden) en achter de dakgoten (alleen langs de zuidgevel van dit pand)

e

Appartementencomplex: Dilatatievoegen oostgevels) van het complex

Ecoresult B.V. januari 2023

in de gevels aan de

lange zijden (west en

18

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

De verwachte soorten zijn gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwerg gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en laatvlieger. De bebouwing direct naast plangebied kan voor deze soorten potentieel een functie hebben als zomer-, kraam- en paar- en massawinterverblijfplaatsen (zie Tabel 4. Tweekleurige vleermuis wordt op basis van verspreidingsgegevens en zijn zeldzame karakter redeijkerwijs niet verwacht in het plangebied. De soort wordt in Nederland voornarelijk in het late najaar (oktober-december), dat is het paar- en overwinteringsseizoen, aangetroffen. Deze soort iijkt een voorkeur te hebben voor hoogbouw als paarverblifplaats. Dergelike bebouwing is in het plangebied niet aanwezig De bomen in het plangebied en in de achtertuinen zijn ongeschikt voor boombewonende vleermuizen zoals franjestaart, uige dwergvieermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. De bomen zijn te klein en bevatten geen holten of scheuren welke door deze soorten gebruikt kunnen worden als vaste rust- en verblifplaats Tabel 3: De

vleermuissoorten en bijbehorende ecologische functies die verwacht worden in de bebouwing direct

naast het plangebied Secretaris Bosmc

ewone dwergvleermuis Ruige dwergvieermuis Kleine dwergvleermuis

ewone grootoorvleermuis

Er zijn binnen het plangebied geen structuren (ljnvormige elementen, bijvoorbeeld een bomenrij aanwezig die onderdeel kunnen zijn van een (essentiële) vliegroute:. In de omgeving zijn dit soort structuren ook niet aanwezig. Wat betreft foerageergebied zijn er enkele groenstructuren aanwezig binnen het plangebied waar vleermuizen kunnen foerageren. Echter in de omgevíng zijn veel betere alternatieven aanwezig

2 Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken dan wel dat er wel een alternatieve vliegroute is, maar het gebruik hiervan

kost vergeleken met de originele viiegroute te veel energie (te ver omvlegen of te onbeschuw. Een foerageergebied s van essentieel belang voor het functioneren van de verbljfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen.

Ecoresult B.V. januari 2023

Ù

ecoresult

5222

Zeezoogdieren De aanwezigheid van bruinvis kan op voorhand worden uitgesloten door de afwezigheid van o} (zout) water binnen het plangebied.

5223

Amfibieën en reptielen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van boomkikker en rugstreeppad. Geschikt voortplantingswater en/of zandige ondergrond welke als overwinteringsplaats voor deze soorten kan dienen is afwezig binnen het plangebied. Ook is het plangebied is voor de beïde soorten, vanwege de ligging in stedelijk gebied, met veel doorgaande wegen. Rugstreeppad komt voor op tenminste 0,75 kilometer afstand van het plangebied. En de populatie van boomkikker bevindt zich in de Amsterdamse Waterleidingduinen op tenminste 2,6 km van het plangebied. Daarnaast zijn de parkeerplaatsen volledig betegeld, waardoor het ongeschikt is voor ugstreeppad. De tuin is vrijwel helemaal hermetisch afgesloten door de schuttingen, waardoor de tuin nagenoeg onbereikbaar is. Zandhagedis is sterk gebonden aan heide- en duingebieden. Voor de voorplanting gebruikt het vrouwtje zandige gebieden voor de leg van de eieren. Dit type habitat is niet aanwezig in het plangebied, en daarom is de aanwezigheid van deze soort ook uitgesloten.

5224

Libellen

Het plangebied is ongeschikt voor geviekte witsnuitlibel en sierlijke witsnuitlibel. Deze soorten komen voor in poelen of plassen met veel waterplanten, waarbij de oevers begroeid zijn met struikgewas en ruigere vegetatie. Binnen het plangebied is open water afwezig en ontbreekt dit type habitat

5225

Weekdieren

Voor platte schijfhoren is het plangebied ongeschikt. laagveengebieden ontbreken binnen het plangebied 5226

Schone,

rijk begroeide

wateren

in

Planten

Groenknolorchis komt voor op zonnige, soms licht beschaduwde, iets open plaatsen (vaak enigszins verstoorde plekken) op vrij natte, voedselarme, zwak zure tot kalkhoudende grond (laagveen, venig zand, venig leem, min of meer humeus zand en stenige grond). Vaak op plekken die in de winter zeer nat zijn (of zelfs onder water kunnen staan). De ondergrond van het plangebied is zanderig, maar goed ontwaterd en droog. Hierdoor kan aanwezigheid van groenknolorchis in het plangebied worden uitgesloten 5.2.3

Effectbeoordeling en toetsing Aanwezigheid kleine

van vleermuizen

dwergvieermuis,

in gebouwen

laatvlieger en

vanwege het ontbreken van bebouwing.

(gewone

meervleermuis)

dwergvleermuis, is binnen

ruige dwergvleermuis,

het plangebied

uit te sluiten,

Wel zijn er potenties voor vaste rust- en verblijfplaatsen

van gebouwbewonende vleermuizen in vlak naast het plangebied gelegen woningen.

Deze soorten

kunnen daar verblijfplaatsen hebben in de spouw of onder het dak. De nieuw te bouwen woning

Ecoresult B.V. januari 2023

ecoresult

heeft geen negatieve effecten op de potentiee! aanwezige verblijfplaatsen van gebouwbe\ vleermuizen. De mogelijke verblifplaatsen in de woning aan de Secretaris Bosmanstraat en appartementencomplex bevinden zich in de west en oostgevels. De nieuwe woning blokkeert in geen geval de invliegopeningen van de mogelijke verblifplaatsen. Ook kunnen de dieren vrij invliegen. Ook wordt de nieuwe woning op ca. 5 meter van de mogelijke verblifplaatsen in het pand aan de Van Speijkstraat 94/96 gebouwd, waardoor hier ook de mogelijke invliegopeningen niet worden geblokkeerd en de dieren vrij kunnen invliegen. Ook lichtuîtstraling van de nieuwe woning heeft geen effect op de potentiële verblijfplaatsen in de directe ormgeving, omdat de verblifplaatsen van de woning aan de secretaris Bosmanstraat 24 en het appartementencomplex niet grenzen aan de nieuwe woning, maar aan de west- en oostzijde van deze woningen. De potenties in het pand Van Speijkstraat 94/96 die grenzen aan de nieuwe woning bevinden zich hoog achter de daklatten en op tenminste 5 meter afstand, waardoor het lichteffect wat de nieuwe woning zal uitstralen geen effect zal hebben op deze mogelike verblijfplaatsen. Wel kunnen er tijdens de bouwwerkzaamheden negatieve effecten op de mogelijke verblifplaatsen in de naastgelegen woningen optreden door het gebruik van bouwverlichting.

Verstoring op deze structuren kan voorkomen worden door (1) de werkzaamheden uit te voeren tussen een half uur na

zonsopkomst en een half uur voor zonsondergang en (2) tussen een half uur na zonsopkomst en een half uur voor zonsondergang geen bouwlampen te richten op deze woningen e Indien er aan de voorwaarden omtrent de bouwverlichting wordt voldaan, worden de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 7) niet overtreden en is nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is niet noodzakelijk e Indien er niet aan de genoemde maatregelen kan worden voldaan, kunnen de verbodsbepalingen Art 35 lid 2 en 4 (zie Tabel 7) van de Wnb wel worden overtreden Nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6)

Potentieel essentieel functioneel leefgebied is enkel in de omgeving van het plangebied aanwezig. De werkzaamheden hebben geen effect op dit potentieel essentieel leefgebied, De WnB wordt op dit vlak niet overtreden. Nader onderzoek of maatregelen in het kader van essentieel functioneel leefgebied s niet noodzakelijk Het plangebied is voor overige soorten welke beschermd zijn onder de Habitatrichtlijn ongeschikt

Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk

Ecoresult B.V. januari 2023

ecoresult

‘

ecslogisch advies n onderzoek

ë

5.3

Nationaal

beschermde

5.3.1

Bronnenonderzoek

5311

Nationale

Databank

soorten

à

Flora en Fauna

Tabel 4 Waargenomen N

al beschermde soorten (

r van

het

plangebied

Se

jaar binnen e soorten $ 3.3 Wnb) in de afgelope s Bosmanstraat. Bron: NI FF-uitvoerportaal,

soort

ewone zeehond Zeezoogdieren

Nee

Bastaardkikker

Amfibieën

rijze zeehond

_ Zeezoogdieren

Nee

Bruine kikker

Amfibieën

_

Ja

Zoogdieren

_ Nee

Gewone pad

Amfibieën

_

Ja

Boommarter

_

Bosmuis Bunzing Damhert Dwergmuis

Zoogdieren Ja Zoogdieren _ Nee Zoogdieren _ Nee Zoogdieren Ja

leine watersalamander Amfibieën _ Ja Meerkikker Amfibieën _ Ja inpootsalamander _ Amfibieën _ Nee lAardbeivlinder Dagvlinders _ Nee

Dwergspitsmuis

Zoogdieren

Bruine eikenpage

Dagvlinders

ekhoorn

Zoogdieren _ Nee

Duinperelmoervlinder

Dagvinders _ Nee

gel

Zoogdieren

Ja

[Grote vos

Dagvlinders

_ Nee

aas

Zoogdieren

Ja

roteweerschijnvlinder

Dagvlinders

_ Nee

Zoogdieren

_ Ja

ommavlinder

Dagvlinders

_ Nee

uisspitsmuis

_

_ Ja

_ Nee

onijn

Zoogdieren

Ja

Kempense heidelibel _ Libellen

e

Zoogdieren

Ja

Bokkenorchis

Vaatplanten

_ Nee

Nee

Rosse woelmuis

Zoogdieren

_ Ja

ÍGlad biggenkruid

Vaatplanten

_ Nee

eldmuis

Zoogdieren

Ja

Honingorchis

Vaatplanten _ Nee

os

Zoogdieren

Ja

Kleine ereprijs

Vaatplanten

ezel oelrat azelworm

Zoogdieren _ Nee Zoogdieren Ja Reptielen Nee

5.3.2

Verkennend

veldonderzoek

5321

Zoogdieren

_ Nee

ruiptijm Vaatplanten _ Nee Roodpeperboompje _ Vaatplanten _ Nee tofzaad Vaatplanten _ Nee

Het plangebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor

in Noord-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreft 0.a. de egel en verschillende soorten (spits-) muizen. Open (zee)water is in het plangebied afwezig. Daardoor is het plangebied ongeschikt voor zeezoogdieren als gewone zeehond en grijze zeehond.

Bomen

met holten en

grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van boommarter en eekhoor is uitgesloten. Bunzing en wezel komen over het algemeen

Ecoresult B.V. januari 2023

niet voor n (sterk) urbaan gebied, maar hebben

een voorkeur voor

22

ecoresult

natuur- en cultuurlandschap, wat binnen het plangebied ontbreekt. Voor damhert o binnen het plangebied loof-, naald en gemengde bossen, waardoor damhert uitgesloten worden.

5322

Amfibieën en reptielen Het plangebied is enkel geschikt als terrestrisch habîtat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Noord-Holland een vrjstellng geldt, zoals gewone pad en bruine kikker. Overige beschermde, en niet vrijgestelde amfibieën (vinpootsalamander) zijn uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habîtat. Open water wat als voortplantingswater kan dienen is in het plangebied niet aanwezig. Ook is er geen vergraafbare bodem die zou kunnen dienen als overwinteringsplaats. Ten slotte bevindt de dichtstbijzijnde waarneming van deze soort (T losse waarneming) zich op ten minste 45 kilometer van het plangebied. Door de aanwezigheid van barrières (bebouwing en drukke wegen), is migratie richting het plangebied uitgesloten. Hazelworm komt voornamelijk voor in bossen en in heïdeterreinen. Dit type habitat s niet aanwezig binnen de grenzen van het plangebied

5.3.2.3

Dagylinders Het plangebied herbergt geen geschikt habitat voor beschermde dagvlinders, zoals grote vos, grote weerschijnvlinder. Ook ontbreken binnen het plangebied de waardplanten voor deze soorten. Op basis hiervan worden de onderstaande soorten hierdoor uitgesloten. Aardbeivlinder komt voor in droge graslanden, zeeduinen, heiden en kapvlakten en heeft als waardplant dauwbraam. Voor bruine eikenpage ontbreken bosranden, open bospaden, eikenhakhout en kapvlakten in eikenbossen. Daarnaast ontbreekt ook de waardplant eik (vooral zomereik). Grote vos komt voor in vochtige bossen en boomgaarden en is afhankelijk van wilgenbossen als waardplant. Populaties zijn in West-Nederland niet aanwezig. De soort heeft een sterk zwervend karakter en waarnemingen rondom het plangebied hebben betrekking op zwervende exemplaren. Grote weerschijnvlinder komt veelal voor in oudere, vochtige loofbossen en wilgenbroekbossen. Waardplanten van de soort zijn boswilg en grauwe wilg. Voor kommavlinder ontbreken droge, schrale open graslanden, duinen en gevarieerde heide. Ook ontbreken de waardplanten als schapengras, buntgras en struisgras. Alleen van aardbeiviinder en bruine eikenpage komen populaties in de wijde omgeving van het plangebied voor. Van de overige 3 soorten betreffen het losse waarnemingen van zwervende dieren uit de duinen.

De dichtstbijzijnde afgebakende populatie van aardbeivlinder is aanwezig op 2 kilometer ten oostzuidoosten van het plangebied. Voor de bruine eikenpage is dichtstbijzijnde populatie aanwezig op 3,1 kilometer ten oosten van het plangebied. Kempense heidelibel leeft in ondiepe moerassen en brede verlandingszones van vennen en plassen Vanwege het ontbreken van deze habitats kan de soort worden uitgesloten.

5324

Vaatplanten Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Daarnaast zijn geen oude (kalk-muren — geschikt voor muurbloem of andere muurvegetatie — aanwezig in het plangebied. Door de ligging van het plangebied in sterk urbane omgeving, met sterk gecuitiveerde

Ecoresult B.V. januari 2023

23

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

vegetatie zijn geschikte groeiplaatsen voor soorten als bokkenorchis, glad big honingorchis, kleine ereprijs, kruiptim, roodpeperboompje en stofzaad in het plangebied daar niet aanwezig. Ook zijn van deze beschermde soorten vaatplanten binnen het plangebied en de directe omgeving ook geen groeiplaatsen bekend. 5.3.3

Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied

is enkel geschikt voor Nationaal

beschermde soorten waarvoor in de provincie

Noord-Holland een vrijstelling geldt, zoals algemene (spits)muizen, egel, gewone pad en bruine

kikker.

Negatieve effecten op deze soorten zijn niet op voorhand

onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

uit te sluiten, maar nader

Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt

in dat schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen.

Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige

locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand. Voor overige vrijgestelde en niet-vrijgestelde

Nationaal

beschermde

soorten is het plangebied

ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand it te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 54

Invasieve exoten Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten vastgesteld in het plangebied. duizendknopen, reuzenberenklauw en/of andere invasieve exoten zijn niet aanwezig

Ecoresult B.V. januari 2023

Uitheemse

24

ecoresult ecologisch

6 6.1

adries

n onderzoek

_ Vervolgstappen Algemeen In voorliggend hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de op basis van effectbeoordelingen benodigde nader onderzoeken en mogelijk verdere vervolgstappen

62

de

Beschermde gebieden In Tabel 5 is in een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde gebieden. Er is aanvullend onderzoek nodig naar mogelijke bijdragen van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en gebruiksfase in de vorm van een AERIUS-berekening. Tabef

5:

Tabel

met

cten

verwacht

van

de

ontwikkeling

op

beschermde

n

en

de

te

nemen

vervolgstappen.

Nstndiot

egatefeteeeder …

Miigerende

ophefing

0,9km

Nee

Ja, AERIUS-

Nader te

Nader te

berekening

_ bepalen

bepalen

_ 0,9 km

Nee

Nee

Nee

Nee

43 km

Nee

Nee

Nee

Nee

Beschermde houtopstanden N.V.T.

Nee

Nee

Nee

Nee

Natura 2000 latuurnetwerk Nederland

Bijzonder Provinciaal andschap

63

Beschermde

soorten

In Tabel 6 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen

te worden

met

betrekking

tot beschermde

soorten.

Voor

voorliggend

plan

zijn er

maatregelen nodig om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren

25

ecoresult ecologisch adries n onderzoek

gelijk aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied,

(ogelichtijn

_

de verwachte

Aemervehvol

ogels met jaarrond _ Huismus en gierzwaluw

/aste rust- en verblifplaats inNee

beschermde nesten

aastgelegen woningen

|Overige soorten jaarrondNee |beschermd

hvt

v

hvt

v

vt

asterust-enverblifplaats

Nee

Nee

lee

t

nesten

/ogels met niet-

preeuw, koolmees,

aarrond beschermde

impelmees

|a

habij naastgelegen woningen)|

|a Algemene

bescherrring vogels **

esten (Categorie-5)

Hebitatrichtijn

_

Algemenevogels

|Merel heggenmusen

Meermuzen

|Gewone dwergvleermuislia

interkoning (gebouwbewonend) gewone rootoondeermuis, kleine dwergveermuis, Ruige dwergveermuis,

Laatvleger, Meerdeermus

a

Nasterust- enverblifplaats _ Zomerverbljfplaats,

kraamverbljfplaats, bzarverbljfplaats en knassawinterverblijfplaats in

Mogelijk

ÎNee

iee

ogelijk

|Nee, mits

ogelij

haastgelegen woningen

anneer niet voldaan wordt aan de eisen mtrent bouwverlichting n de periode 15 mei tot 15 jul door middel va bezoeken en tussen 15 augustus en 15

|a Algemene

|bescherming vogels ** |, Verstoring op de erbijfplaatsen in de haastgeiegen woningen kan voorkomen worden| oor ( de

keptember middels 2 bezoeken. De ssenliggende tjd tussen de veldonderzoeke s minimaal 20 dagen.

\erkzaamheden uitte eren tussen een half ur n zonsopkomst en| leen haff

uur voor

Lzonsondergang en (2) tussen een half uur na

zonsopkomst en een half uur voor

Lzonsondergang geen

leermuizen

(Boombewonend)

_

|ranjestaart rosse Meermuis, ruige [iwergvleemuis en atervleermuis

Nee ht

hvt

v

vt

lbouwlampen te richten p deze woningen.

t

©) ecoresult

verig

bruinvs, boomkkker, Vugstreeppad,

[Nee v

vt

t

Diverse soorten Nee hvz Lzoogdieren, reptielen, mfibieën, dagvinders,

lee

\/\)

v

hut

Nee

lee

e

a,egeh (spits)muizen, a _ Essentieel Vaste rust- leefgebied en verblijfplaats, Mogeijk [Nee

lee

|a Zorgpicht*

hazelworm, gevekte itsnuilel, sierijke itsnuitibel, platte

hijfhoren,

ationaal beschemd

ÎNiet vrjgesteld

rigesteid

roenknalorchis

lipellen en vaatplanten

ewone pad en bruine kikker

Invasieve exoten

Ecoresult B.V. januari 2023

INee

ecoresult 64

Ontheffing Een ontheffing Wet Natuurbescherming is noodzakelik in de volgende gevallen e _ Indien er een bijdrage in stikstofdepositie wordt vastgesteld e

Indien

er

niet

vleermuizen

kan

worden

benoemd

voldaan

in Hoofdstuk

aan

de

maatregelen

voor

gebouwbe

6

De initiatiefnemer dient in het bezit te zijn van een ontheffing Wet Natuurbescherming voordat met verstorende werkzaamheden worden

getroffen.

Hierbij

kan worden gestart. kan

bijvoorbeeld

Ook

worden

dienen dan mitigerende maatregelen gedacht

aan

het

plaatsen

van

te

tijdelijke

voorzieningen.

De doorlooptijd van stikstofvergunning is op dt moment onbekend U komt alleen in aanmerking voor een vergunning als uw project voldoet aan 1 of meer voorwaarden” e

Door uw activiteit zal de stikstofdepositie lager zijn of gelijk blijven ten opzichte van de huidige situatie

e

Als uw activiteit zorgt voor een toename van de stikstofdepositie, neemt u ook maatregelen weardoor de stikstofdepositie omlaag

gaat.

Belangrijk is dat de totale stikstofdepositie

uiteindelik lager is dan n de huidige sítuatie e

U

maakt

gebruik

van

extern

salderen:

stikstofuitstoot van een stoppend

overhevelen

van

bedrijf naar uw project.

een

toestemming

De toestemming

voor

geldt voor

maximaal 70% van de stikstofuitstoot van het stoppende bedrijf e

Uit een

ecologische

toets

blijkt dat de stikstofuitstoot van

uw

activiteit

niet leidt tot

aantasting van een Natura 2000-gebied e

Uwactiviteit kent een groot maatschappelijk belang en voldoet aan de ADC-toets o

(A) geen alternatieven

o

(D) dwingende noodzaak

o

(C voldoende compenserende maatregelen

De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag beschermde soorten is maximaal 20 weken (maar hier wordt in de praktijk vaak van afgeweken).

Een ontheffingsaanvraag wordt op hoofdlijn getoetst aan

de volgende criteria e _ Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie). e

Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie).

e

Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Ditis onder andere afhankelijk van de ruimtelike spreiding van de soort n de directe omgeving.

Dit

kan

worden

voorkomen

door

het

treffen

van

voldoende

mitigerende/compenserende maatregelen

° hittps://ww.noord-holland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Producten_op_alfabet/S/Stikstofdepositie melden

ecoresult 7

\

Conclusies rd Voor het, In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitge voor dit plangebied genaamd: Secretaris Bosmanstraat, perceel 5568, Zandvoort. De aanlei verzoek betreft de voorgenomen nieuwbouw van een woning binnen het plangebie: voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden

Uit voorliggende quickscan is gebleken dat: e Gebiedsbescherming o _ Wet Natuurbescherming = Een bijdrage van stikstofdepositie als gevolg van de bouwfase en gebruiksfase van dit project niet op voorhand is uit te sluiten. « Overige effecten (geluid, trilingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) op Natura2000 kunnen op voorhand worden uitgesloten ©

Omgevingsverordening NH2020

«

Effecten op beschermde

gebieden

onder de Omgevingsverordening

NH2020 kunnen op voorhand worden uitgesloten. ©

Houtopstanden «

Het onderdeel

Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming

wordt

vanwege de ligging binnen de bebouwde kom niet overtreden e

Beschermde

soorten

o _ Negatieve effecten op de volgende beschermde soorten en functies zijn uit te sluiten mits wordt voldaan aan de maatregelen omtrent bouwverlichting benoemd

in Hoofdstuk 6: Wanneer niet voldaan wordt aan de eisen omtrent bouwverlichting is nader onderzoek nodig naar: «

Vleermuizen

(gewone

dwergvleermuis,

o

dwergvleermuis,

gewone

ruige

grootoorvleermuis,

dwergvleermuis, meervleermuis

kleine _en

laatvlieger): vaste rusten verblijfplaatsen (zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats, paarverblijfplaats en massawinterverblijfplaats) Negatieve effecten op overige soorten die vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, of die nationaal beschermd zijn kunnen op voorhand worden uitgesloten

Aanvullend onderzoek (zie hoofdstuk 7) is noodzakelijk om vast te stellen of deze potentiële natuurwaarden aanwezig zijn binnen het plangebied, en om te bepalen of de werkzaamheden negatieve effecten zullen hebben. Is dit het geval, dan dient mogelijk een ontheffing Wet Natuurbescherming te worden

getroffen.

aangevraagd,

en dienen er mitigerende maatregelen te worden

ecoresult

8 81

_ Geraadpleegde bronnen Literatuur

Handreiking Kleine Marters e

Bouwens,

S. 2017.

Noord-Brabant,

Handreiking

Kleine Marters in relatie tot soortbescherming.

Pro

Den Bosch

Kennisdocumenten soorten e

Anoniem, 2022.

Kennisdocument

e

Anoniem, 2017.

Kennisdocument Gierzwaluw

Huismus.

BIJ12

e

Anoniem, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis.

e

Anoniem, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis.

BIJ12

BIIJ12

BIIJ12

Vleermuisprotocol 2021 e _ Anoniem, 2021.

Vleermuisprotocol 2021. Vleermuisvakberaad

Netwerk Groene Bureaus,

Zoogdiervereniging 82

Internet

Beschermde gebieden & soorten e

https;//noord-holland.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9927POVPNHvG0l

e

https//calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl

Kadastrale Kaarten

e _ hitps//bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html Nationale Databank

Flora en Fauna

e ° https//ndff-ecogrid.nl/ Natuurwetgeving e

vawvonl

e

htips//mw.noordholland.n/Ondenwerpen/Ruimtelijke.inrichting/Projecten/Omgevingswet/Omgev ingsverordening/Documenten/Omgevingsverordening_NH2020.0rg

e

htips/Amm.noord-

holland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Producten_op_alfabet/S/Stikstofdepositie_melden

PDOK — Publieke Dienstverlening op de Kaart e _ http//pdokviewer.pdok.nl

@ ecoresult

f

k\ Ä

(\ (

Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied

n

s

Figuur 1 2: De omheinde tuin. Foto: K. de Vries | Ecoresult B.V

Ecoresult B.V. januari 2023

_

3

N

\

ecoresult

|

e

à

Figuur 13: Secretaris Foto:

K

Bosmanstraat 24 Achter de kantpannen

de Vries | Ecoresult

Figuur 14 In de we: Ecoresult

(

aan de west en oostgevel zijn kieren aanwe:

B.V.

ostgevels

v

appartementencomplex

zijn kieren aanwe

Foto:

K. de Vries |

B.V.

Ecoresult B.V. januari 2023

32

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

Figuur 15: Achter de daklatten en dakgoten van het pand Van Speijkstraat 94/96 zijn kieren aanwezig.

Foto: K.

de Vries | Ecoresult B.V.

SE

2

ï

Figuur 16: Binnen het plangebied en de naastgelegen woning Secretaris Bosmanstraat waren veel huismussen

aanwezig. Foto: K. de Vries | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V. januari 2023

3

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van beschermde natuurgebieden (Natu regelt de soortbescherming.

De provincies zijn voor de Wet Natuurbescherming

regelen tevens de vergunning en ontheffingen.

het bevoegd

gez:

De bescherming van de Wet Natuurbescherming is grofweg

op te delen in drie categorieën.

Bescherming van gebieden De Wb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op de Natura 2000-gebieden. De verschillende Natura 2000-gebieden zijn deels aangewezen voor specifieke Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en/of habitattypen. Invloeden (ook van buiten het Natura 2000-gebied) mogen deze instandhoudingsdoelsteliingen niet in gevaar brengen. Daarnaast mag de oppervlakte van het Natura 2000gebied iet worden aangetast. Toetsing stikstofemissies Natura 2000 Sinds 2 november 2022 is de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door bij AMvB aangewezen activiteiten van de bouwsector komen te vervallen. Als gevolg hiervan is de werkwijze van vóór 1 juli 2021 omtrent stikstofdepositie n de gebruiksfase weer actueel geworden De effecten van stikstofuitstoot, en de daarbij behorende stikstofdepositie dienen daarom weer getoetst te worden aan de Netura 2000 instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUSberekening.

Ook stikstofemissies als gevolg van de gebruiksfase zoals bewoning, gebruik van een utiiteitsgebouw of verkeersaantrekkende werking dienen wel getoetst te worden aan de Natura 2000 instandhoudingsdoelstelingen, al dan niet door middel van een AERIUS-berekening Indien er sprake is van stikstofdeposities (20,00 mol/ha/jaar) op stikstofgevoelige habitats in Natura2000gebieden is er sprake van een vergunningsplicht

Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes,

met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie

Tabel 7). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn

(uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als ‘andere soorten’).

Voor de soorten binnen dit beschermingsregime geldt een onderzoeksplicht, en bij negatieve effecten een

ontheffingsplicht.

De

provincies

kunnen

aangeven

of zij soorten

uit deze

liijst willen

vrijstellen van

ontheffingsplicht. Naar deze soorten is nader onderzoek of een ontheffing niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige

schade aan planten of dieren te voorkomen:.

+ Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen

Ecoresult B.V. januari 2023

34

ecoresult

‘

ecologisch advies n onderzoek

isbepalingen

behorende

bij

beschermingsregimes zoals opgenomen

de ver

orten E

chtlj

de Wet

hermingsregime Nationaal bbeschermde soorten (andere

Wnb

lArtHetis3.1id1 Art3.5 lid 1 verboden in het wildlevende _ Het i verboden soorten in hun

8 3.3 Wnb

ArtHet 370 lid 1a is verboden soorten opzetteljk te

ogels opzetteljk te doden of te angen

natuurlijke verspreidingsgebied opzettelik te doden of te vangen.

doden of te vangen

lArt 31lid2

Art 35 lid4

Art 340 lid 1b

[Het is verboden opzettelijk nesten, _ Het is verboden de ustplaatsen en eieren van vogelste _ voortplantingsplaatsen of rustplaatsen

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen

ernielen of te beschadigen, of nesten

van dieren opzettelijk te beschadigen of

an vogels weg te nemen

lArt 3.1lid3

van dieren te beschadigen of te

vernielen. Art3.5 lid3

teNietvernielen. van toepassing

Het is verboden eieren te rapen en dezeHet is verboden eieren van dieren n de

nder zich te hebben

natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

lArt 3.1lid 4 en lid 5 Art3.5 lid 2 [Het is verboden vogels opzettelijkte _ Het is verboden dieren opzettelijk te ktoren, tenzij de storing niet van verstoren, (wezenlijke invloed is op de staat van Instandhouding van de desbetreffende ogelsoort: Niet van toepassing Art3.5 lid S Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelik te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te

vernielen.

Niet van toepassing

Art 370 lid 1 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te

vernielen

Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijpomen en gelegen buiten de bebouwde

kom

geldt een

meldplicht,

herplantplicht en

mogelijke oplegging

van een

kapverbod.

Deze

voorwaarden zijn tevens van kracht als het slechts een deel van de houtopstand groter dan 10 are of 20 bomen in een rij betreft. Het onderdeel beschermde houtopstanden heeft geen betrekking op: e _ houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom;

e houtopstanden op erven of n tuinen; e _ fruitoomen en windschermen om boomgaarden; «

naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstoomen, indien niet ouder dan twintig jaar;

e

kweekgoed;

e _ uit populieren of wilgen bestaande: o _ wegbeplantingen; o _ beplantingen langs waterwegen; o

eenrijige beplantingen langs landbouwgronden.

e

het dunnen van een houtopstand;

e

uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o _ ten minste eens per tien jaar worden geoogst;

Ecoresult B.V. januari 2023

ecoresult ecologisch advies n onderzoek

o

bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante str twee meter, en zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Omgevingsverordening NH2020 In de provinciale Omgevingsverordening is vastgelegd welke gebieden vanuit Nederlandse wetgeving worden beschermd.

Onderdeel van de beschermde gebieden

Nederland (NNN).

in de Omgevingsverordening

is het NatuurNetwerk

Het Natuurnetwerk Nederland betreft een netwerk aan gebieden en verbindingszones die

tezamen één geheel vormen en de Nederlandse

natuurgebieden verbinden.

Het NNN

is verankerd in de

bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Omgevingsverordening NH2020 zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het ‘nee, tenzij” principe wat inhoudt dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN niet zijn toegestaan tenzij deze geen schadelike effecten op de aanwezige (natuur)waarden hebben.

Deze waarden zijn vastgelegd als de 'wezenlijke kenmerken en waarden” van het NNN. Elke provincie

heeft zelf de regie over de invulling van deze kenmerken en waarden.

In tegenstelling tot Natura 2000 is

toetsing van externe effecten op de aanwezige kenmerken en waarden in de provincie Noord- Holland niet van toepassing.

Provincies zijn vrij dit nader in te vullen.

Naast het NNN kunnen provincies gebieden planologisch beschermen, dit bijzonder provinciaal landschap.

In de provincie Noord-Holland betreft

In sommige provincies zijn deze gebieden vervlochten binnen het kader

van het NNN en geldt hiervoor eenzelfde tostsingskader,

Ecoresult B.V. januari 2023

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13513794/1