CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Initiatief OBZ en IFZ voor aanpassing Reclamefonds

Gemeenteraad 16 juli 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Optimalisatie Ondernemers - Innovatiefonds Zandvoort3.386 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOORSTEL TOT AANPASSING ONDERNEMERS-/INNOVATIEFONDS ZANDVOORT 1 APRIL 2024

Fotografie Zandvoort Marketing

INHOUDSOPGAVE Inleiding

1

Hoofdstuk 1 | Aanleiding voor optimalisatie

3

Hoofdstuk 2 | Eerste voorstel: gemeentebreed ondernemersfonds op basis van OZB

6

Hoofdstuk 3 | Nieuw voorstel: reclamefonds op basis van WOZ-waarde

9

Bijlagen Bijlage 1 ondertekende brief OBZ leden Bijlage 2 verkenning en contouren nieuwe Ondernemersfonds Zandvoort (Bureau Blaauwberg)

INLEIDING Sinds 2017 kent Zandvoort een Ondernemers-/Innovatiefonds Zandvoort (IFZ). Vanuit dit fonds worden activiteiten gefinancierd die van belang zijn voor ondernemend Zandvoort en de toeristisch-economische positie van Zandvoort versterken. Het fonds werd in 2017 ingesteld en een (interne) evaluatie heeft in 2021 plaatsgevonden. Uit deze evaluatie en cijfers en ervaring uit 2022 en 2023 bleek dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden van innovatief naar meer structureel terugkerende aanvragen, dat er voor meer en meer jaarlijks terugkerende evenementen wordt aangevraagd en dat er minder (kleinere) aanvragen worden ingediend. Het fonds loopt tegen de grenzen van zijn financiële mogelijkheden aan: het budget is te klein, kosten voor projecten en evenementen stijgen, en de ambities groeien. Een actualisatie van het fonds bleek noodzakelijk. Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van Ondernemers Belangen Zandvoort (OBZ), IFZ en de ondernemersmanager is aan de slag gegaan om te onderzoeken wat er nodig is om het fonds richting de toekomst te optimaliseren. Tot het voorjaar 2023 is de werkgroep begeleid door Bureau Blaauwberg, vanaf medio 2023 heeft de werkgroep de optimalisatie van het fonds op eigen initiatief voortgezet met het voorliggende voorstel als resultaat.

In dit stuk schetsen we graag de verschillende stappen die zijn genomen om tot het uiteindelijke voorstel te komen. In het eerste hoofdstuk gaan we in op de aanleiding om tot de doorontwikkeling van het Ondernemers-/Innovatiefonds te komen. We lichten elementen uit de evaluatie toe, gaan in op de huidige situatie in en de ambities voor Zandvoort die een actualisatie van het fonds noodzakelijk maken. In het tweede hoofdstuk belichten we het proces dat is doorlopen met Bureau Blaauwberg (2022 – voorjaar 2023). We gaan kort in op het onderzoek van Blaauwberg, het advies dat zij hebben gegeven en het voorstel, te weten een gemeentebreed ondernemersonds op basis van Onroerende Zaak Belasting (OZB), dat daaruit kwam. Ook lichten we toe waarom dit voorstel uiteindelijk niet is voorgelegd aan de gemeenteraad. Tenslotte gaan we in het derde hoofdstuk in op het proces dat de ‘werkgroep doorontwikkeling Ondernemers-/Innovatiefond’ heeft doorlopen. We lichten het voorstel toe en zetten onze overwegingen uiteen. Ook gaan we in op de keuze om dit voorstel wél aan de gemeenteraad voor te leggen.

1

Bureau Blaauwberg, specialist in ondernemersfondsen, heeft de werkgroep begeleid tot en met het moment dat een gemeentebreed ondernemersfonds op basis van OZB werd geparkeerd (voorjaar 2023). Aansluitend heeft de werkgroep op eigen initiatief verder gewerkt aan het voorstel dat nu voorligt (zie hoofdstuk 3). Blaauwberg – ook goed bekend met de Reclamebelasting - heeft technische en juridische bijstand verleend. Zij verzorgen tevens de noodzakelijke formele beslisdocumenten zoals de aangepaste verordening reclamebelasting.

Namens de werkgroep Doorontwikkeling Ondernemers-/Innovatiefonds Dick Hulsebosch Voorzitter Ondernemers Belangen Zandvoort I Fong Ernst-Chi Voorzitter Stichting Ondernemers-/Innovatiefonds Zandvoort

2

HOOFDSTUK 1 | AANLEIDING Uit de evaluatie heeft de werkgroep o.a. de conclusie getrokken dat het huidige budget niet meer toereikend is voor de ambities van toeristisch-economisch Zandvoort. De werkgroep voelt zich gesterkt in deze conclusie door de ontwikkelingen in 2022 en 2023, zoals de toename van aanvragen en het hoge ambitieniveau van de gemeente en ondernemers. Huidige situatie Op dit moment kent Zandvoort Reclamebelasting met een eenheidstarief voor twee gebieden. In gebied 1 (strand & centrum) betaalt men € 223,40 per jaar (het gaat om 323 objecten in deze categorie). In gebied 2 (overige) betaalt men € 111,60 per jaar (het gaat om 40 objecten). Samen brengen deze bijdragen € 76.622,- op [1]. Het opgehaalde budget wordt door de gemeente verdubbeld met een maximum van € 75.000,-, de zogenaamde verdubbelaar. Zodoende heeft het fonds een jaarlijks budget van om en nabij de € 150.000,- (afhankelijk van de inkomsten uit de reclamebelasting). Evaluatie In 2021 heeft een interne evaluatie van het Innovatiefonds plaatsgevonden. Er is teruggeblikt op de totstandkoming van het fonds, de rol van het bestuur, de aanvraagprocedure en de verantwoording. Kerncijfers van de periode tussen 2017 en 2021 zijn in de volgende alinea aangevuld met cijfers van 2022 en 2023.

Belangrijkste conclusies uit de evaluatie waren dat er een verschuiving van innovatief naar jaarlijks terugkerende aanvragen plaatsvond (zoals feestverlichting, ondernemersmanagement, evenementen), dat er veel voor evenementen wordt aangevraagd en dat er minder kleine aanvragen binnenkwamen. Tussen 2017 en 2023 zijn er 119 aanvragen ter waarde van € 1.488.000,- bij het fonds ingediend, zijn er 81 aanvragen geheel of gedeeltelijk toegekend. Deze (gedeeltelijk) toegekende aanvragen vertegenwoordigden een waarde van € 872.000,-. In 2022 en 2023, sinds het einde van de coronapandemie, heeft IFZ meer aanvragen gekregen, zo is in 2022 voor € 199.000 en in 2023 voor € 186.000 aan aanvragen toegekend (deze zijn onderdeel van het totaal van € 872.000,-). Deze extra toekenning was mogelijk door de reserves die in coronatijd zijn opgebouwd, aan te spreken. Het totaal aan aangevraagde bedragen bedroeg in 2022 € 256.000 en in 2023 € 265.000 en bij meer budget had het IFZ meer aanvragen kunnen toekennen of hogere bedragen kunnen toekennen (in plaats van gedeeltelijke toekenning). 3 [1] Peildatum 2023

Daarnaast leeft bij het bestuur van IFZ het gevoel dat er in een aantal activiteiten meer potentieel zit. Dat deze met een gezamenlijke inspanning (in bijvoorbeeld ondersteuning van aanvragers en uitbreiding van budget) naar een hoger niveau zouden kunnen worden getild, wat uiteindelijk meer oplevert voor Zandvoort. Het IFZ loopt inmiddels tegen de grenzen van haar budget aan. Kosten voor projecten en evenementen stijgen en het budget blijft gelijk. Overigens is het zo dat bij de meeste aanvragen die worden ingediend sprake is van cofinanciering. De aanvrager heeft andere publieke of private middelen gevonden om zijn plan financieel te steunen. Het is reëel aan te nemen dat er economische spin-off is voor de activiteiten en evenementen die gesubsidieerd worden (hotelbezoek gekoppeld aan evenementen, combinatiebezoeken, aanvullende bestedingen bij winkels/horeca, etc.) maar de exacte hoogte is nooit onderzocht. Gewenste situatie Maar bovenal zijn er ambities in Zandvoort - bij de gemeente, bij evenementenorganisaties, bij Zandvoort Marketing en bij de (koepel van) ondernemersverenigingen - die een actualisatie van het fonds noodzakelijk maken. Diverse nota’s, beleidsdocumenten en actieplannen laten ambities zien voor Zandvoort. Zo is in 2021 de omgevingsvisie vastgesteld.

Deze visie heeft richting gegeven aan het convenant voor de publiek-private samenwerking en het Actieplan Centrum, waarin de (koepel van) ondernemersverenigingen samenwerken aan een economisch sterker en aantrekkelijker Zandvoort. Ook de ontwikkelingen op en rond het bedrijventerrein vragen om intensievere samenwerking en mogelijke ondersteuning (denk aan parkmanagement). Daarnaast klinken er flinke ambities uit de nieuwe Toeristische Visie (planning 2024). Er is onder andere behoefte aan het vergroten van het beschikbare budget voor het ondersteunen van een aantal semi-structurele activiteiten, zoals de activiteiten voor het centrum (aantrekkelijke feestverlichting, promotionele evenementen en de aantrekkelijkheid van het centrum vergroten), het borgen van de publiek-private samenwerking middels het ondernemersmanagement en het collectief bijdragen aan Zandvoort Marketing vanuit het MKB (waar dat nu met individuele partnerbijdrages gebeurt). Maar ook nieuwe innovatieve projecten verdienen een vliegende start, zoals het aantrekken van nieuwe doelgroepen (zakelijke markt), duurzame mobiliteits- en bereikbaarheidsoplossingen (zoals een pendeldienst) en het aantrekken van bijvoorbeeld nieuwe beeldbepalende evenementen (durfsport, cultuur, etc.) in de schouderseizoenen.

OBZ wil met de actualisatie van het fonds zorgen voor een financiële basis, financiële slagkracht vanuit de ondernemers, zodat een deel van deze plannen - in cofinanciering betaald kunnen worden.

4

Voor de toekomst achten het IFZ en OBZ de onderstaande minimale begroting noodzakelijk en realistisch: Conceptbegroting 2025 e.v.

Zoals eerder aangegeven, is uit de evaluatie van het fonds naar voren gekomen dat er een verschuiving plaatsvindt naar meer structurele uitgaven. Zo zijn de kosten voor ‘Algemene kosten Innovatiefonds (1)’, ‘Aanvragen Centrum (2)’, ‘Evenementen (4)’, en ‘Ondernemersmanagement (6)’ jaarlijks terugkerende (en stijgende) kosten die gezamenlijk al bijna de totale inkomsten van het huidige fonds bedragen (€135.000,- van de €150.000,-). Met het extra budget, wordt er opnieuw ruimte gecreëerd om op nieuwe en innovatieve aanvragen in te spelen, een collectieve bijdrage aan Zandvoort Marketing te leveren, de samenwerking op het bedrijventerrein te ondersteunen en activiteiten vanuit Ondernemers Belangen Zandvoort mogelijk te maken. Op basis van de huidige uitgaven, de ambities en de oplopende kosten voor evenementen en projecten is er noodzaak om een fonds te hebben van minimaal € 245.000,-. Samen met de ‘verdubbelaar’, de bijdrage van de gemeente (nu maximaal 75.000,-), zou via de reclamebelasting dan minimaal € 170.000,- op moeten worden gehaald.

5

HOOFDSTUK 2 | EERSTE VOORSTEL: GEMEENTEBREED ONDERNEMERSFONDS OP BASIS VAN OZB In 2022 is een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van Ondernemers Belangen Zandvoort (OBZ), IFZ en de ondernemersmanager aan de slag gegaan om te onderzoeken wat er nodig is om het fonds richting de toekomst te optimaliseren. Bureau Blaauwberg, gespecialiseerd in ondernemersfondsen, heeft de werkgroep t/m voorjaar 2023 begeleid. Proces en overwegingen Blaauwberg is in haar document ‘Verkenning en contouren nieuwe ondernemersfonds Zandvoort’ (als bijlage bij dit document) uitvoerig ingegaan op de Zandvoortse situatie en de noodzaak en wens het huidige fonds te optimaliseren. De drie meest gangbare modellen van niet-vrijblijvende samenwerking, te weten ‘ondernemersfonds op basis van OZB’, ‘ondernemersfonds reclamebelasting’ en de ‘Bedrijven Investeringszone’, zijn onder de loep genomen, de historische ontwikkeling geduid en de verschillen en overeenkomsten nauwkeurig tegen elkaar afgezet. Vervolgens zijn er verschillende overwegingen specifiek voor Zandvoort gepasseerd, zoals o.a.

de ervaring die Zandvoort reeds heeft met reclamebelasting (huidige fonds), de roerende zaken die in Zandvoort een grote rol spelen (strandpaviljoens en standplaatsen) en de wens om beide in het fonds te betrekken (roerend en onroerend), de wens om ook eigenaren te betrekken bij het nieuwe fonds, de gewenste flexibiliteit in bestedingen en de behoefte aan stabiliteit van een fonds. Volgende tabel uit de startnotitie van Blaauwberg illustreert de toepasbaarheid van de 3 fondsvormen in relatie tot de wensen van Zandvoort:

6

De conclusie van Blaauwberg was dat een ‘gemeentebreed fonds op basis van Onroerende Zaak Belasting’ niet-woningen in combinatie met een ‘reclamebelasting voor de roerende zaken’ het meest kansrijk is voor Zandvoort. Voorstel De financieringsbehoefte binnen het gemeentebrede fonds werd begroot op € 300.000,-. Om dit budget op te halen werd voorgesteld om: Alle niet-woningen te belasten met een opslag op de OZB-heffing van € 95,- per € 100.000,- WOZ-waarde. Waarbij de gebruiker 55% van deze heffing zou opbrengen en de eigenaar 45%. Daarnaast zou voor de roerende zaken de reclamebelasting in stand worden gehouden, maar de bijdrage worden verhoogd naar een vast bedrag van € 400,- per object. Onderstaande tabel uit de startnotitie van Blaauwberg illustreert een voorbeeld van de voorgestelde verdeling:

7

NB. Binnen het gemeentebrede fonds was de financieringsbehoefte hoger dan de minimale begroting zoals in de aanleiding in dit stuk is voorgesteld (€ 170.000, zie hoofdstuk 1). Dat heeft verschillende redenen. Nadat bleek het gemeentebrede fonds in het voorjaar van 2023 niet op voldoende draagvlak kon rekenen, is de begroting voor dit voorstel bijgesteld: zo zijn er in dit voorstel geen budgetten meer opgenomen voor specifieke gebieden of branches (zoals de non-profit). De ambities zijn aangepast aan een minder groot budget en zijn dientengevolge ook budgetten voor ondernemersmanagement, activiteiten, overhead en Zandvoort Marketing naar beneden bijgesteld. Draagvlakcreatie Eind 2022 is de Gemeenteraad via Raadsinformatiebrief 2022/1626455 geïnformeerd over de voortgang en de drie mogelijke financieringsmodellen voor het vervolg. Ondernemers Belangen Zandvoort (OBZ), heeft aansluitend te kennen gegeven voor het vervolg de voorkeur te hebben voor de invoering van een Ondernemersfonds op basis van de OZB, zoals geadviseerd door Blaauwberg. In het eerste kwartaal van 2023 heeft Ondernemers Belangen Zandvoort, ter ondersteuning van haar verzoek aan de wethouder, breed gecommuniceerd over het fonds (o.a. via een brief/uitnodiging, het ondernemersplatform en in de Zandvoortse Courant).

Daarbij heeft OBZ de bijdrageplichtigen uitgenodigd om met haar in gesprek te gaan over de (on)mogelijkheden van het fonds tijdens een ondernemersavond op 14 maart 2023. Tenslotte zijn er in kleinere comités gesprekken gevoerd met o.a. de grote economische partijen, de nonprofit instellingen en ondernemersverenigingen. In het voorjaar van 2023 is het voorstel voorlopig geparkeerd, omdat er op dat moment onvoldoende draagvlak voor was. Met name de forse bijdragen en de onmogelijkheid om een maximum aan de bijdrage te stellen, stuitte op weerstand van grote bedrijven. Conclusie Er is een gedegen inventarisatie gedaan van de Zandvoortse situatie - de huidige situatie, de ambities, de wensen en behoeften - en de verschillende mogelijkheden om aan de behoeften tegemoet te komen. Het gemeentebrede fonds op basis van OZB biedt de meest ruime mogelijkheden voor de optimalisatie van het huidige fonds. In het voorjaar van 2023 bleek er echter onvoldoende steun voor een gemeentebreed fonds op basis van OZB.

8

HOOFDSTUK 3 | VOORSTEL: RECLAMEFONDS OP BASIS VAN WOZWAARDE Nadat bleek dat een gemeentebreed ondernemersfonds op basis van OZB op dit moment niet op voldoende steun kon rekenen, is de werkgroep aan de slag gegaan met de mogelijke alternatieven. Uit het advies van Blaauwberg kwam naar voren dat de mogelijkheden die de reclamebelasting biedt als alternatief daarna het meest kansrijk waren. Deze mogelijkheden zijn daarom door de werkgroep verder onderzocht. Proces en overwegingen Uit de het traject beschreven in hoofdstuk 2 heeft de werkgroep een aantal belangrijke lessen getrokken. De volgende lessen en overwegingen hebben we (aanvullend op de evaluatie) meegenomen in het vervolg: Er is behoefte aan de mogelijkheid om een maximumtarief aan de bijdrage te stellen in een nieuw fonds; Het betrekken van de eigenaren in het nieuwe fonds is een grote wens, maar voor nu nog een brug te ver. De eigenaren zijn nog niet gewend aan een bijdrage en moeten eerst meer betrokken worden bij de collectieven van ondernemers en de samenwerking voordat ze voor een substantieel deel gaan bijdragen in het fonds. Differentiatie van de bijdrage aan het fonds kan anders, een eerlijkere verdeling van de bijdrage aan het is fonds gewenst. Vervolgens zijn de mogelijkheden die Reclamebelasting biedt verder onderzocht.

De Reclamebelasting heeft drie mogelijke heffingsgrondslagen (die juridisch bewezen zijn): 1. Een eenheidstarief (huidige variant in Zandvoort). 2. Een tarief gerelateerd aan de omvang van de reclame-uiting (zeer omslachtig, en gericht op een ander doel namelijk beteugelen van wildgroei aan reclame, niet goed geschikt voor fondsvorming). 3. De WOZ-waarde van het pand (Veldhovens model, genoemd naar de plaats waar deze voor de eerste keer is toegepast). De werkgroep heeft op basis van al het voorgaande besloten de derde optie verder uit te werken.

9

Voorstel Uit alle voorgaande stappen en overwegingen volgt het voorstel om het huidige fonds per 1-1-2025 te wijzigen naar een fonds waar wordt bijgedragen op basis van de WOZwaarde van het pand voor de onroerende goederen. We gebruiken hiervoor staffels, zoals eerder al in de Tilburgse Binnenstad is toegepast. Voor de roerende goederen maken we gebruik van de jaarhuurprijzen voor strandpachters en standplaatshouders. Met dit voorstel haalt het fonds een bedrag van € 171.325,- op. Onroerende goederen

Roerende goederen

Roerende goederen

10

Nota Bene Voor de berekeningen van opbrengsten is door Bureau Blaauwberg gebruik gemaakt van twee bestanden: het Reclamebelastingbestand en het WOZ -bestand niet-woningen. Die twee bestanden zijn handmatig gecombineerd. De ontbrekende WOZ-waarden van de pensions (wel reclamebelasting, geen niet-woning) zijn handmatig gecheckt bij WOZWaardeloket en ingevoerd. De genoemde opbrengsten via ‘Veldhovens model’ zijn beargumenteerde schattingen aan de hand van de bekende WOZ-waarden. In enkele gevallen is de WOZ-waarde niet bekend, in dat geval is uitgegaan van het minimale starttarief. Bij alle geschatte opbrengsten is uitgegaan van geen grote wijzigingen in het aantal reclamevoerders. Draagvlakcreatie Het voorstel is breed onder de ondernemers(verenigingen) en bijdrageplichtigen van het huidige reclamefonds gecommuniceerd. Niet-verenigd bedrijfsleven / individuele ondernemers In januari 2024 is het conceptvoorstel met begeleidende brief gestuurd naar alle bijdrageplichtigen van het huidige reclamefonds. Middels de brief zijn alle belanghebbenden uitgenodigd voor een bijeenkomst op 6 februari 2024. De brief en het Roerende gedeeld goederen voorstel zijn ook via het ondernemersplatform en door de verschillende verenigingen richting achterban en leden verspreid. Ondernemersbijeenkomst Op dinsdag 6 februari vond, van 19.30 tot 21.00 uur, een bijeenkomst plaats in de Blauwe Tram.

Tijdens deze avond is het conceptvoorstel toegelicht door Dick Hulsebosch (OBZ) en Hilbrand Muizelaar (IFZ). Er waren ongeveer 30 ondernemers aanwezig. Onder de aanwezige ondernemers was overeenstemming over de noodzaak tot samenwerken en samen investeren in Zandvoort. Er zijn meerdere pleidooien gehouden vanuit ondernemers over de noodzaak het fonds uit te breiden. Een 5-tal aanwezige ondernemers stelden echter wel de nieuwe differentiatie en met name de hoogte van de bijdrage die zij in het nieuwe fonds gaan betalen, ter discussie. De volgende vragen over het voorstel zijn tijdens de bijeenkomst gesteld: 1. Kan de gebiedsdifferentiatie in stand blijven en de WOZ-differentiatie per gebied worden ingesteld? Waarbij gebied 2 een lager (gedifferentieerd) tarief betaald? 2. Kan er ook voor de roerende zaken een differentiatie worden ingevoerd (in het conceptvoorstel stond de bijdrage voor roerende zaken op 1 tarief), zodat ook hier een eerlijker verdeelsleutel ontstaat? 11

3. Kloppen de aantallen objecten in gebied 2 wel? Dit lijkt erg weinig. Hoe en wanneer worden deze objecten geteld/geschouwd? Kan dit aantal (40) mogelijk hoger uitkomen? 4. Wanneer iemand een onderdeel van zijn woning toeristisch verhuurt, moet dan een bijdrage worden betaald die bepaald is op basis van de hele WOZ-waarde van de woning? Of over een gedeelte daarvan? 5. Moet er net als in het vorige voorstel (fonds op basis van OZB) betaald worden voor een loods op het bedrijventerrein? De volgende antwoorden zijn inmiddels (deels) bekend: 1. Ja dit is mogelijk, maar juridisch heel kwetsbaar, daarom kiezen we hier (niet meer) voor. In de gemeente Harlingen is een fonds met gebiedsdifferentiatie om die reden voor de rechter gesneuveld. 2. Ja dit kan, bij voorkeur op basis van een objectieve parameter, zoals de huurwaarde. We hebben deze differentiatie inmiddels in voorliggend voorstel ook doorgevoerd. 3. Dit pakt de gemeente op met GBKZ. In de komende weken/maanden wordt gecheckt of de aantallen objecten kloppen in de twee gebieden. De nieuwe Reclamebelasting zal geheven worden op basis van dit gecontroleerde bestand. 4. Ook pensionhouders die opereren vanuit een woning (volgens de WOZ) komen in aanmerking voor het betalen van reclamebelasting, zoals nu ook het geval is. Tenminste, Roerende als zij daadwerkelijk reclame voeren.

Het gaat goederen bij het bepalen van het tarief om de totale WOZ-waarde van het betreffende object. De verhouding zakelijk - particulier doet er in dit geval niet toe. In de verordening wordt slechts verwezen naar de algemene WOZwaarderingssystematiek uit de Wet WOZ. 5. Voor een loods op het bedrijventerrein moet bijgedragen worden als de loods reclame voert. Als de loods geen reclame-uiting heeft, hoeft er niet betaald te worden. Verenigd bedrijfsleven De leden van de koepel van het georganiseerde bedrijfsleven – Ondernemers Belangen Zandvoort (OBZ) – heeft op 14 februari 2024 een gemeenschappelijke brief ondertekend (als bijlage bij dit voorstel), waarmee zij aangeven collectief voorstander te zijn van het voorstel t.b.v. het wijzigen van het reclamefonds. Het OBZ vertegenwoordigt de volgende verenigingen: Ondernemers Vereniging Zandvoort Vereniging van (Permanente) Strandpachters Zandvoort Vereniging van Standplaatshouders Zandvoort Vereniging Bedrijventerrein Zandvoort Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Zandvoort Hotel-overleg Zandvoort

12

De (voorzitters van de) verenigingen hebben hun achterbannen/leden geïnformeerd over het voorstel en over de bijeenkomst op 6 februari 2024. Conclusie Op basis van genoemd draagvlak binnen het collectieve bedrijfsleven en de opkomst en vragen tijdens de bijeenkomst concluderen we dat er ruim voldoende draagvlak is voor de voorgestelde wijziging van het reclamefonds. We realiseren ons dat elk fonds zijn voors en tegens heeft, dat we moeten opereren binnen de wettelijke mogelijkheden die een fonds biedt en de daarmee gepaard gaande onmogelijkheid om ieder individueel geval tegemoet te komen. We nemen wel een aantal overwegingen mee naar de toekomst. Zo zouden we in de toekomst: 1. Graag de pensionhouders en particuliere vakantieverhuurders, de vastgoedeigenaren en mogelijk ook de weekmarktondernemers meer betrekken bij het fonds. 2. Graag in een later stadium na invoering van het nieuwe fonds, willen onderzoeken of er draagvlak is voor het loslaten van de minimale afmeting van de reclame-uitingen (0,35 cm2). Dit komt ook ten goede aan de praktische uitvoering.

Roerende goederen

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14280734/1