CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Wijzigingsvoorstel GR ODIJmond was-wordt tabel

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Zienswijze 9e wijziging GR Omgevingsdienst IJmond10.258 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een wijziging treedt in werking op een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur, een en ander met inachtneming van bekendmaking van de benodigde besluiten conform artikel 44 van deze regeling. Artikel 38 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven wanneer tenminste tweederde van het aantal deelnemers daartoe besluit. 2. De in het eerste lid bedoelde besluitvorming vindt niet plaats dan nadat het algemeen bestuur een liquidatieplan heeft vastgesteld, de raden onderscheidenlijk provinciale staten van de deelnemers gehoord. 3. Het liquidatieplan voorziet tenminste in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen

6. Het dagelijks bestuur geeft aan een onafhankelijke derde de opdracht om een impactanalyse of uittredingsplan op te stellen. Over deze opdracht heeft het dagelijks bestuur overleg met de uittredende deelnemer. 7. De kosten voor deze impactanalyse of uittredingsplan zijn voor de uittredende deelnemer. 8. Na de impactanalyse of uittredingsplan wordt een projectgroep samengesteld die het algemeen bestuur en de uittredende deelnemer op basis van de impactanalyse of uittredingsplan adviseert. 9. De projectgroep bestaat in ieder geval uit: a. de financiële controller van de uittredende deelnemer; b. de financiële controller van de dienst; c. een afgevaardigde van het dagelijks bestuur; d. een afgevaardigde van de uittredende deelnemer. 10. De uittreedsom is gelijk aan de afvloeiingskosten als bedoeld in het vierde lid, de overige financiële lasten als bedoeld in het vijfde lid. 11. Het algemeen bestuur stelt de uittreedsom vast met in achtneming van he advies van de projectgroep op basis van unanimiteit. 12. De uittreedsom kan door de uittredende deelnemer gespreid betaald worden gedurende een periode van drie jaar na vaststelling van de uittreedsom. Artikel 36 Wijziging Als het algemeen bestuur een wijziging van de regeling wenst, doet het een voorstel aan de deelnemers.

Artikel 37 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven wanneer het algemeen bestuur daartoe besluit. 2. De in het eerste lid bedoelde besluitvorming vindt pas plaats nadat het algemeen bestuur een liquidatieplan heeft vastgesteld en de raden en provinciale staten van de deelnemers heeft gehoord. Het liquidatieplan bevat tenminste de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen

eventueel uittreden dat is niet aan het algemeen bestuur.

Over opheffing besluiten de raden en PS

20

van de opheffing en voorziet tevens in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel van de dienst, waaronder mede wordt verstaan de toewijzing van personeel van de dienst aan de deelnemers. Artikel 39 Vereffening vermogen 1. De dienst blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is. Bij de vereffening wordt het liquidatieplan betrokken. 2. Het dagelijks bestuur wordt als vereffenaar aangewezen. HOOFDSTUK VIII GESCHILLEN Artikel 40

van de opheffing en in de gevolgen voor het personeel van de dienst, inclusief de toewijzing van personeel van de dienst aan de deelnemers.

Vervallen. HOOFDSTUK IX AANSPRAKELIJKHEID

[Geen nieuwe tekst] Hoofdstuk 8 Aansprakelijkheid

Artikel 41 Aansprakelijkheid 1. De dienst verzekert zich tegen: a. civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. 2. Indien en voor zover de verzekering een voor rekening van de dienst komende schade niet dekt, komt deze voor rekening van de desbetreffende deelnemer binnen wiens aan de dienst overgedragen of opgedragen takenpakket de schadeveroorzakende gebeurtenis is voorgevallen of de dienst. De afzonderlijke deelnemers verzekeren zich tegen het risico van bestuurdersaansprakelijkheid voor structurele en/of incidentele bedrijfsschade en vermogensschade. HOOFDSTUK X OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 39 Aansprakelijkheid 1. De dienst verzekert zich tegen: a. civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. 2. Als de verzekering een voor rekening van de dienst komende schade niet dekt, komt deze voor rekening van de deelnemer wiens takenpakket de schade veroorzaakte. 3. De afzonderlijke deelnemers verzekeren zich tegen het risico van bestuurdersaansprakelijkheid voor structurele of incidentele bedrijfsschade en vermogensschade.

Artikel 42 Titel en looptijd regeling 1. De regeling wordt aangehaald als: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 43 Wijziging wettelijke regelingen Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen werkzaamheden als bedoeld in artikel 16 gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze gemeenschappelijke regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging

Artikel 43 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond.

Artikel 38 Vereffening vermogen 1. De dienst blijft na zijn ontbinding voortbestaan zolang dit voor de vereffening van zijn vermogen nodig is. Bij de vereffening wordt het liquidatieplan betrokken. 2. Het dagelijks bestuur wordt als vereffenaar aangewezen.

Artikel 41 Overgangsrecht Als door wijziging van wet- en regelgeving de door de dienst uit te voeren taken onder een andere wet- of regelgeving vallen, of niet wezenlijk veranderen, blijven het taken die aan de dienst zijn opgedragen.

21

veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door die wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die overeenkomstig artikel 16 aan de dienst zijn opgedragen en overgedragen. Artikel 44 Toezending, bekendmaking en inwerkingtreding 1. Het provinciebestuur draagt zorg voor de toezending van deze regeling en van de besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing aan gedeputeerde staten. 2. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1998 dan wel later op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin goedkeuring doorgedeputeerde staten en inschrijving in het gemeentelijk register overeenkomstig artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaatsgevonden. 3. De colleges van de deelnemers dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor bekendmaking van besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing. 4. Het provinciebestuur maakt de (gewijzigde) regeling tijdig in de provincie en alle deelnemende gemeenten bekend in het provincieblad. Artikel 44a Evaluatie 1. Het algemeen bestuur evalueert iedere vier jaar het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers en bepaalt hierbij de specifieke onderwerpen waar de evaluatie over gaat. 2. Het algemeen bestuur rapporteert aan gedeputeerde staten en de colleges wat het resultaat is van de evaluatie en vermeld daarbij de conclusies. 3.

De wijze waarop de evaluatie en de rapportage plaatsvindt, wordt nader bepaald door het algemeen bestuur.

Artikel 42 Bekendmaking en inwerkingtreding 1. Gedeputeerde staten zorgen voor bekendmaking van deze regeling en van besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing. 2. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1998 dan wel

later op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin goedkeuring door gedeputeerde staten en inschrijving in het gemeentelijk register overeenkomstig artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaats gevonden.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen Artikel 40 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur evalueert iedere vier jaar het functioneren van de dienst en de dienstverlening aan de deelnemers en bepaalt hierbij de specifieke onderwerpen waar de evaluatie over gaat. 2. Het algemeen bestuur rapporteert aan de colleges het resultaat en de conclusies van de evaluatie. 3. Het algemeen bestuur bepaalt de wijze waarop de evaluatie en de rapportage plaatsvindt.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16509765/1