Bijlage 2 - Was wordt tabel bij wijzigingsverordening
Tekst van het document
Was/ wordt tabel bij Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening gemeente Zandvoort Omgevingswet 2023 Huidige tekst artikel 1:1
Nieuwe tekst artikel 1:1
Uitleg
Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet, bij hun besluit van 30 augustus 2005; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening;
Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet, bij hun besluit van 30 augustus 2005; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; g. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
De definities van bouwwerk, gebouw en bevoegd gezag worden aangepast als gevolg van de Ow.
g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten,
De definitie van beperkingengebied-activiteit wordt toegevoegd, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebied-activiteit is een activiteit binnen een beperkingengebied. In verschillende artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of
i.
waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, i. waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; j. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. k. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.
Huidige tekst artikel 1:2 Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in een specifieke bepaling in deze verordening anders is bepaald. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen, tenzij in een specifieke bepaling in deze verordening anders is bepaald. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 en artikel 2:12 Algemene plaatselijke verordening of artikel 2
Nieuwe tekst artikel 1:2 Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in een specifieke bepaling in deze verordening anders is bepaald. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen, tenzij in een specifieke bepaling in deze verordening anders is bepaald. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
j.
krachtens de Ow, de provinciale omgevings-verordening of de waterschaps-verordening.
In het derde lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevings- vergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor beslistermijnen (paragrafen 16.5.2 en 16.5.3 van de Omgevingswet).
Bomenverordening Zandvoort. 4. In afwijking van het eerste lid van dit artikel houdt het bevoegde bestuursorgaan een vergunning of een ontheffing aan, indien: a. voor het verlenen daarvan één of meer vergunningen op grond van de Wet Milieubeheer, de Woningwet, instemmen met meldingen of ontheffingen van het bestemmingsplan op grond van de Wet op de Ruimtelijke ordening, vereist zijn; en b. de aanvraag of aanvragen voor deze vereiste vergunningen en vrijstellingen zijn ingediend of deze vereiste meldingen zijn gedaan; 5. De in lid 4 bedoelde aanhouding eindigt op het tijdstip waarop op alle in sub a bedoelde besluiten zijn genomen. Huidige tekst artikel 1:4 Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband
Nieuwe tekst artikel 1:4 Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband
In het derde lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevings-vergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgvingswet een uitputtende regeling voor het nakomen van voorschriften (artikel 5.5 van de Ow,
waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Huidige tekst artikel 1:5 Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet.
Nieuwe tekst artikel 1:5 Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Huidige tekst artikel 1:6 Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege
Nieuwe tekst artikel 1:6 Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen
eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit).
In het tweede lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, regelt de Omgevingswet uitputtend voor wie de omgevingsvergunning geldt (artikel 5.37 van de Ow).
In het tweede lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning (paragraaf 5.1.5 van de Ow).
het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien de houder dit verzoekt.
Artikel 1:9 Toepassing paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in deze verordening: 1. Artikel 2:6 lid 4 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 2. Artikel 2:9 lid 5 Straatartiest e.d. 3. Artikel 2:10 lid 3 Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie 4. Artikel 2:11 lid 1 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:9 Toepassing paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in deze verordening: 1. Artikel 2:6 lid 4 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 2. Artikel 2:9 lid 5 Straatartiest e.d. 3. Artikel 2:10 lid 3 Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie 4. (vervallen)
In de Omgevingswet wordt niet langer voorzien in de mogelijkheid van een positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen, het vierde en vijfde lid komen te vervallen.
5. Artikel 2:12 lid 1 Maken, veranderen van een uitweg 6. Artikel 2:41 lid 4 Betreden gesloten woning of lokaal 7. Artikel 2:60 lid 3 Houden van hinderlijke of schadelijk dieren 8. Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 9. Artikel 4:6 lid 2 Overige geluidhinder 10. Artikel 4:18 lid 3 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 11. Artikel 5.2 lid 4 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 12. Artikel 5.3 lid 2 Te koop aanbieden van voertuigen 13. Artikel 5.6 lid 2 Kampeermiddelen e.a. 14. Artikel 5.7 lid 2 Parkeren van reclamevoertuigen 15. Artikel 5.8 lid 4 Parkeren van grote voertuigen 16. Artikel 5:11 lid 3 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 17. Artikel 5:13 lid 1 Inzameling van geld of goederen 18. Artikel 5:15 Ventverbod 19. Artikel 5.16 lid 3 Vrijheid van meningsuiting 20. Artikel 5:18 lid 1 Standplaatsvergunning
5. (vervallen)
Huidige tekst artikel 2:10 Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan
Nieuwe tekst artikel 2:10 Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan
6. Artikel 2:41 lid 4 Betreden gesloten woning of lokaal 7. Artikel 2:60 lid 3 Houden van hinderlijke of schadelijk dieren 8. Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 9. Artikel 4:6 lid 2 Overige geluidhinder 10. Artikel 4:18 lid 3 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 11. Artikel 5.2 lid 4 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 12. Artikel 5.3 lid 2 Te koop aanbieden van voertuigen 13. Artikel 5.6 lid 2 Kampeermiddelen e.a. 14. Artikel 5.7 lid 2 Parkeren van reclamevoertuigen 15. Artikel 5.8 lid 4 Parkeren van grote voertuigen 16. Artikel 5:11 lid 3 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 17. Artikel 5:13 lid 1 Inzameling van geld of goederen 18. Artikel 5:15 Ventverbod 19. Artikel 5.16 lid 3 Vrijheid van meningsuiting 20. Artikel 5:18 lid 1 Standplaatsvergunning
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
1. Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon-en leefomgeving nadere regels stellen met betrekking tot het verbod uit het eerste lid. 3. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer minder
1. Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
2. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon-en leefomgeving nadere regels stellen met betrekking tot het verbod uit het eerste lid. 3. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer minder dan 1.20 m wordt vrij gelaten op het voor voetgangers
dan 1.20 m wordt vrij gelaten op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17. c. particuliere markten als bedoeld in artikel 5:22 6. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.
bestemde gedeelte van de weg. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17. c. particuliere markten als bedoeld in artikel 5:22
Huidige tekst artikel 2:11 Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in
Nieuwe tekst artikel 2:11 Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in
6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
de wijze van aanleg van een weg. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 3. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverorden ing Zandvoort.
de wijze van aanleg van een weg. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactivite iten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverorde ning Zandvoort.
Huidige tekst artikel 2:12 Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. Een vergunning wordt geweigerd indien strijd met het bestemmingsplan ontstaat. 3. De vergunning kan voorts worden geweigerd in het belang van:
Nieuwe tekst artikel 2:12 Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. Een vergunning wordt geweigerd indien strijd met een omgevingsplan ontstaat. 3. De vergunning kan voorts worden geweigerd in het belang van:
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig gebruik van de weg; c. het doelmatig gebruik van de weg; d. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; e. de bescherming van groenvoorzieninge n in de gemeente. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daar geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement Provincie Noord-Holland.
a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig gebruik van de weg; c. het doelmatig gebruik van de weg; d. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; e. de bescherming van groenvoorzieninge n in de gemeente. 4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactivite iten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Huidige tekst artikel 2:21 Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
Nieuwe tekst artikel 2:21 Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Huidige tekst artikel 2:28 Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester tenzij de openbare inrichting valt onder de in het zesde of zevende lid bedoelde openbare inrichtingen. 2. De burgmeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de exploitant geen verklaring omtrent gedrag heeft overgelegd die uiterlijk
door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Nieuwe tekst artikel 2:28 Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester tenzij de openbare inrichting valt onder de in het zesde of zevende lid bedoelde openbare inrichtingen. 2. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de exploitant geen verklaring omtrent gedrag heeft overgelegd die uiterlijk
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
5.
6.
7.
8.
9.
drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren, wijzigen of intrekken indien sprake is van het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit: b. een zorginstelling; c. een museum: d. een bedrijfskantine ofrestaurant Het verbod van het eerste lid geldt niet voor door de burgemeester middels een aanwijzingsbesluit vrijgestelde soorten openbare inrichtingen. De burgemeester kan in het aanwijzingsbesluit zoals bedoeld in het zevend lid bepaalde soorten openbare inrichtingen van de vrijstelling uitsluiten. Openbare inrichtingen die in strijd met het geldend
5.
6.
7.
8.
9.
drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren, wijzigen of intrekken indien sprake is van het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit: b. een zorginstelling; c. een museum: d. een bedrijfskantine ofrestaurant Het verbod van het eerste lid geldt niet voor door de burgemeester middels een aanwijzingsbesluit vrijgestelde soorten openbare inrichtingen. De burgemeester kan in het aanwijzingsbesluit zoals bedoeld in het zevend lid bepaalde soorten openbare inrichtingen van de vrijstelling uitsluiten. Openbare inrichtingen die in strijd met het
bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. exploiteren, vallen niet onder het aanwijzingsbesluit. 10. De burgemeester kan besluiten dat de op grond van het zevende lid vrijgestelde openbare inrichtingen niet meer vallen onder het aanwijzingsbesluit indien: a. Bij een alcoholvrij en alcoholschenkende openbare inrichting sprake is van het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB. b. De exploitatie van de openbare inrichting zodanig wijzigt/wordt gewijzigd dat deze in strijd is met het geldend bestemmingsplan. 11. De burgemeester kan besluiten dat de op grond van het zevende lid vrij gestelde openbare inrichting alsnog over een horecaexploitatievergunning dient te beschikken op de gronden zoals genoemd in artikel 1:6 onder a en b. en onverminderd het in 1:8 bepaalde indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woonen leefsituatie in de
omgevingsplan exploiteren vallen niet onder het aanwijzingsbesluit.
10. De burgemeester kan besluiten dat de op grond van het zevende lid vrijgestelde openbare inrichtingen niet meer vallen onder het aanwijzingsbesluit indien: a. Bij een alcoholvrij en alcoholschenkende openbare inrichting sprake is van het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB. b. De exploitatie van de openbare inrichting zodanig wijzigt/wordt gewijzigd dat deze in strijd is met het omgevingsplan. 11. De burgemeester kan besluiten dat de op grond van het zevende lid vrij gestelde openbare inrichting alsnog over een horecaexploitatievergunning dient te beschikken op de gronden zoals genoemd in artikel 1:6 onder a en b. en onverminderd het in 1:8 bepaalde indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woonen leefsituatie in de omgeving van de openbare
omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Huidige tekst artikel 2:39 Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenha llen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; b. speelgelegenhede n waarvoor de Raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is
Nieuwe tekst artikel 2:39 Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenha llen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; b. speelgelegenhede n waarvoor de Raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen;
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
vergunning te verlenen; c. speelgelegenhede n waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. 3. De burgemeester weigert de vergunning: a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
c. speelgelegenhede n waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.
3. De burgemeester weigert de vergunning: a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
Huidige tekst artikel 2:60 Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren;
a. aanwezig te hebben, of b. aanwezig te hebben anders dan met in achtneming van de door hen gestelde regels of c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven d. of te voeren. 2. Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met in achtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter aantal dan door het college is aangegeven dan wel te voeren. 3. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
Nieuwe tekst artikel 2:60 Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben, of b. aanwezig te hebben anders dan met in achtneming van de door hen gestelde regels of c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven d. of te voeren. 2. Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met in achtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter aantal dan door het college is aangegeven dan wel te voeren. 3. Het college kan de rechthebbende op een
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
Huidige tekst artikel 2:71 Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk en vuurwerk: consumentenvuurwerk en vuurwerk waarop het meest recente “Vuurwerkbesluit” van toepassing is.
Nieuwe tekst artikel 2:71 Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Huidige tekst artikel 3:7 Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het
Nieuwe tekst artikel 3:7 Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het
In dit artikel wordt de definitie van consumenten-vuurwerk aangepast. In artikel 5.43 van het Invoerings- besluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumenten-vuurwerk vervalt. Overal waar consumenten-vuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
c.
d.
e.
f.
g.
ouderlijk gezag of de voogdij; de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen
c.
d.
e.
f.
g.
ouderlijk gezag of de voogdij; de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen
betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden; i. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot
betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden; i. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot
een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i. bepalingen , gesteld bij of krachtens de Alcoholwe t, de Opiumwet, de Vreemdeli ngenwet 2000, de Wet arbeid vreemdeli ngen en hoofdstuk 3 van deze verordenin g; ii. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinqu ies, 426, 429quater en 453 van
een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i. bepalingen , gesteld bij of krachtens de Alcoholwe t, de Opiumwet, de Vreemdeli ngenwet 2000, de Wet arbeid vreemdeli ngen en hoofdstuk 3 van deze verordenin g; ii. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinqu ies, 426, 429quater en 453 van
iii.
iv.
v.
vi.
vii.
het Wetboek van Strafrecht; artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelasti ngen; de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 in samenhan g gelezen met artikel 8 of in samenhan g gelezen met artikel 163 van de Wegenver keerswet 1994; de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorps en; de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie; de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
iii.
iv.
v.
vi.
vii.
het Wetboek van Strafrecht; artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelasti ngen; de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 in samenhan g gelezen met artikel 8 of in samenhan g gelezen met artikel 163 van de Wegenver keerswet 1994; de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorps en; de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie; de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
Kansspele n. j. het maximum aantal vergunningen en/of maximum aantal werkruimten, zoals door het bevoegd bestuursorgaan is vastgesteld in de nadere regels op grond van deze verordening, is bereikt. k. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan dat ter inzage is gelegd, een beheersverordenin g, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesl uit. l. sprake is van het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid en onder h, wordt gelijk gesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;
Kansspele n. j. het maximum aantal vergunningen en/of maximum aantal werkruimten, zoals door het bevoegd bestuursorgaan is vastgesteld in de nadere regels op grond van deze verordening, is bereikt. k. de vestiging of exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.
l.
sprake is van het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid en onder h, wordt gelijk gesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;
b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid en onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, wordt: a. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning; b. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 worden geweigerd in het belang van:
b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid en onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, wordt: a. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning; b. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 worden geweigerd in het belang van:
a. het voorkomen of a. het voorkomen of beperken van beperken van overlast; overlast; b. het voorkomen of b. het voorkomen of beperken van beperken van aantasting van het aantasting van het woon- en woon- en leefklimaat; leefklimaat; c. de veiligheid van c. de veiligheid van personen of personen of goederen; goederen; d. de verkeersvrijheid d. de verkeersvrijheid of -veiligheid; of -veiligheid; e. de gezondheid of e. de gezondheid of zedelijkheid; zedelijkheid; f. de f. de arbeidsomstandigh arbeidsomstandigh eden van de eden van de prostituee; prostituee; 6. Een vergunning kan, 6. Een vergunning kan, onverminderd het onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, bepaalde in artikel 1:8, worden geweigerd indien worden geweigerd indien het bedrijfsplan niet het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde voldoet aan het bepaalde in de nadere regels op in de nadere regels op grond van deze grond van deze verordening. verordening. 7. Een vergunning voor een 7. Een vergunning voor een escortbedrijf kan voorts escortbedrijf kan voorts worden geweigerd als het worden geweigerd als het escortbedrijf wordt escortbedrijf wordt gevestigd in een gevestigd in een woonruimte waarvoor woonruimte waarvoor geen vergunning als geen vergunning als bedoeld in artikel 21, bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is Huisvestingswet 2014 is verleend.
verleend.
Huidige tekst artikel 4:1 Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: het Besluit algemene regels voor
Nieuwe tekst artikel 4:1 Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat
Deze wijziging strekt ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en
inrichtingen milieubeheer;
b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;
b.
c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
c.
d.
e.
f.
g.
besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5 van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
Huidige tekst artikel 4:5 Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18 lid 1f en lid 5 van het Besluit, binnen inrichtingen is de onder lid 5 van dit artikel opgenomen tabel van toepassing. De in de tabel aangegeven waarden binnen in-of aanpandige gevoelige gebouwen gelden niet indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen. 2. De in de tabel aangegeven waarden op de gevel gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. 3. De waarden in in-en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;
Nieuwe tekst artikel 4:5 Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18 lid 1f en lid 5 van het Besluit, binnen inrichtingen is de onder lid 5 van dit artikel opgenomen tabel van toepassing. De in de tabel aangegeven waarden binnen in-of aanpandige gevoelige gebouwen gelden niet indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen. 2. De in de tabel aangegeven waarden op de gevel gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. 3. De waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die
Zie de toelichting bij artikel 4:1.
wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; Bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel wordt geen bedrijfsduur correctie toegepast. Tabel Voor de duur van 5 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonieen fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag-en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in lid 5. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 en of artikel 4:3 van deze verordening van toepassing zijn.
4. Bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel wordt geen bedrijfsduur correctie toegepast. 5. Tabel 6. Voor de duur van 5 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonieen fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag-en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in lid 5. 7. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. 8. Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 en of artikel 4:3 van deze verordening van toepassing zijn.
4.
Huidige tekst artikel 4:6 Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of
Nieuwe tekst artikel 4:6 Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de
5. 6.
7.
8.
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening en op evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening.
omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening en op evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening.
Huidige tekst artikel 4:15 Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
Nieuwe tekst artikel 4:15 Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
Huidige tekst artikel 4:16 Artikel 4:16 Verbod reclame
nieuwe tekst artikel 4:16 Artikel 4:16 Verbod reclame
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd
1. Het is verboden om op of aan de weg reclame te plaatsen. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
1. Het is verboden om op of aan de weg reclame te plaatsen. 2. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Huidige tekst artikel 4:17 Artikel 4:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Nieuwe tekst artikel 4:17 Artikel 4:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Huidige tekst artikel 4:18 Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
Nieuwe tekst artikel 4:18 Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd
en aangepast aan de Omgevingswet.
De definitie van kampeermiddel wordt aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een nietgrondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet
bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van: a. de bescherming van natuur en landschap; b. de bescherming van een stadsgezicht.
of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van: a. de bescherming van natuur en landschap; b. de bescherming van een stadsgezicht.
Huidige tekst artikel 5:5 Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Nieuwe tekst artikel 5:5 Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Huidige tekst artikel 5:6 Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie
Nieuwe tekst artikel 5:6 Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet
of anderszins voor andere of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: wordt gebruikt: a. langer dan op drie a. langer dan op drie achtereenvolgend achtereenvolgend e dagen te e dagen te plaatsen of te plaatsen of te hebben op een hebben op een door het college door het college aangewezen weg, aangewezen weg, waar dit naar zijn waar dit naar zijn oordeel oordeel buitensporig is met buitensporig is met het oog op de het oog op de verdeling van verdeling van beschikbare beschikbare parkeerruimte of parkeerruimte of schadelijk is voor schadelijk is voor het uiterlijk het uiterlijk aanzien van de aanzien van de gemeente; gemeente; b. op een door het b. op een door het college college aangewezen plaats aangewezen plaats te parkeren, waar te parkeren, waar dit naar zijn dit naar zijn oordeel schadelijk oordeel schadelijk is voor het uiterlijk is voor het uiterlijk aanzien van de aanzien van de gemeente. gemeente. 2. Het college kan ontheffing 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod. a, gestelde verbod. 3. Het in het eerste lid 3.
Het eerste lid is niet van toepassing op gestelde verbod geldt niet beperkingengebiedactivite voor zover in het daarin iten met betrekking tot geregelde onderwerp een weg waarvoor regels wordt voorzien door het zijn gesteld bij of Provinciaal krachtens de provinciale wegenreglement of de omgevingsverordening. Provinciale landschapsverordening.
Huidige tekst artikel 5:18 Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
Nieuwe tekst artikel 5:18 Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet
Huidige tekst artikel 5:20 Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
2. De weigeringgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.
Huidige tekst artikel 5:23 Artikel 5:23 Organiseren van een particuliere markt 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een particuliere markt te organiseren. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar particuliere markten kunnen worden gehouden. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordenin g, exploitatieplan of voorbereidingsbesl uit of de Toeristische Visie; b. in het belang van een markt zoals
Nieuwe tekst artikel 5:20 Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactivite iten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 2. De weigeringgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.
Nieuwe tekst artikel 5:23 Artikel 5:23 Organiseren van een particuliere markt 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een particuliere markt te organiseren. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar particuliere markten kunnen worden gehouden. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. wegens strijd met het omgevingsplan of de Toeristische Visie;
b. in het belang van een markt zoals
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet