Bijlage 2 Was-Wordt-lijst verordening leerlingenvervoer
Tekst van het document
Was-wordt-lijst verordening leerlingenvervoer Was-wordt-lijst met de belangrijkste verschillen tussen de Verordening Leerlingenvervoer 2015 en de verordening bekostiging leerlingenvervoer Zandvoort 2023 Artikel Naam verordening
Was Verordening Leerlingenvervoer 2015
Structuur verordening
§ 1 Algemene bepalingen § 1 Algemene bepalingen § 2 Bepalingen omtrent het § 2 Aanvraag van de vervoersvoorziening vervoer § 3 Beoordelingsfase: beoordeling van de van leerlingen van scholen aanspraak op vervoersvoorziening voor primair onderwijs § 4 Onderzoeksfase: verstrekking aard en § 3 Bepalingen omtrent het omvang van de vervoersvoorziening vervoer van leerlingen van § 5 Slotbepalingen scholen voor voortgezet onderwijs § 4 Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer § 5 Slotbepalingen Deze verordening heeft tot doel op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke
Artikel 2 Doelstelling
Wordt Verordening bekostiging leerlingenvervoer Zandvoort 2023.
Toelichting De verordening kent een nieuwe naam die beter past bij de basisgedachte dat het bij het leerlingenvervoer in beginsel om een bekostiging gaat. De huidige citeertitel ‘Verordening leerlingenvervoer’ zou ten onrechte kunnen doen vermoeden, dat de modelverordening het vervoer van leerlingen regelt.
1/6
De Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer van de VNG heeft een nieuwe structuur die de aanvraag die inwoners doen beter volgt. In de nieuwe verordening wordt duidelijker dat eerst het recht op een vergoeding moet worden vastgesteld beoordelingsfase), waarna onderzocht wordt welke vergoeding wordt verstrekt (onderzoeksfase).
Artikel is nieuw toegevoegd. Het doel van het leerlingenvervoer is om een financiële ondersteuning te verstrekken ten behoeve van passend vervoer van de woning (dan wel de opstapplaats) naar de dichtstbijzijnde
school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
Artikel 4 Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. 1. Het college kan bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase. 2. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden. 3. Het college betrekt in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8. 4. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kan het college in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. 5. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.
Artikel 5
toegankelijke school aan de ouders van kinderen wie of van wie de school verder dan de, door de gemeente bepaalde afstandsgrens gelegen is, of voor wie het medisch niet mogelijk is om de school zelfstandig te bereiken. Artikel is nieuw toegevoegd. De gemeente kan bij de aanvraag in gesprek gaan over de zelfstandigheid en zelfredzaamheid en een vervoersontwikkelingsplan opstellen. Gemeenten stimuleren op alle mogelijke wijzen de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling. De gemeente regelt bij verordening dat ze met leerlingen, ouders en deskundigen in gesprek kan gaan om de vervoersvoorziening te onderzoeken.
Artikel is nieuw toegevoegd. Rol van OOGO met het samenwerkingsverband wordt per
2/6
OOGO met het samenwerkingsverband
1. Het college neemt het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met het samenwerkingsverband. 2. Het college spant zich in om in het OOGO met het samenwerkingsverband afspraken te maken over: a. de spreiding van het onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband en de vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien; b. de deskundige die het college adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt. De deskundige betrekt in zijn advies de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling als bedoeld in artikel 4; c. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem best passende school met dien verstande, dat slechts een vervoersvoorziening door het college wordt verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school; d. de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders; e. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen; f. de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het derde lid; 3. Het college organiseert periodiek een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: a.
de ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid leerlingenvervoer en het samenwerkingsverband; b. de wijze waarop situaties als genoemd in artikel 8, vierde lid, kunnen worden voorkomen, dan wel op te heffen en dit onderwijs bij de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, aangeboden kan worden; c. het maken van afspraken over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het vervoersontwikkelingsplan genoemd in artikel 4, vijfde lid;
3/6
verordening vastgelegd. Door aan het OOGO expliciet aandacht te besteden in de verordening wordt bevorderd dat het samenwerkingsverband en de gemeente elkaar meer spreken en afspraken maken over het leerlingenvervoer.
Artikel 6 Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening
Artikel 7 Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening
Artikel 10 Aanwijzing opstapplaats
5.
Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 6. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. 7. Het college verstrekt een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug. 8. Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.
4. Het college kan een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als het college vaststelt dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer. Verwerkt in artikel 3: Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde school.
1. Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening.
4/6
Lid 5, 6, 7 en 8 zijn nieuw toegevoegd. In de verordening staat dat de college nadere regels mag stellen. In de verordening wordt tevens in een aantal artikelen verwezen naar de mogelijkheid voor het college om nadere regels op te stellen.
Lid 4 is nieuw toegevoegd: het college kan eerder genomen besluiten herzien, opschorten en intrekken onder bepaalde voorwaarden.
Artikel is nieuw toegevoegd. Het college gebruikt momenteel geen opstapplaatsen. In de Verordening Leerlingenvervoer 2015 stond al dat het college een opstapplaats kan aanwijzen. In dit artikel wordt beschreven hoe wordt omgegaan met een
Artikel 15 Vervoersvoorziening naar stageadres
2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 3. Het college wijst geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. 4. Het college wijst geen opstapplaats aan als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling. . 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden. 3. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d.
het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door het college bepaalde redelijke afstand van de woning of de school.
5/6
opstapplaats en wanneer deze wordt gebruikt.
Artikel is nieuw toegevoegd. In dit artikel wordt beschreven hoe wordt omgegaan met een aanvraag om een vervoersvoorziening naar het stageadres.
4. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. 5. Het college kan het stagecontract opvragen. Artikel 21 Bekostiging andere passende vervoersvoorziening Artikel 23 Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag
Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer. Aan de ouders van een Aan de ouders van een leerling die een school leerling die een school voor voor basisonderwijs of een speciale school basisonderwijs of een speciale voor basisonderwijs bezoekt, van wie het school voor basisonderwijs, inkomen samen meer bedraagt dan €27.900,zoals bedoeld in de Wet op wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover het primair onderwijs bezoekt, de kosten van het vervoer van die leerling de van wie het inkomen tezamen kosten van het openbaar vervoer over de in meer bedraagt dan €24.300,artikel 9 bepaalde afstand te boven gaan. wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.
6/6
Artikel is nieuw toegevoegd. De gemeente wordt meer mogelijkheden geboden om bij de verstrekking van vervoersvergoeding individueel maatwerk toe te passen. Het bedrag is aangepast na indexeringen. De inkomensgrens wordt jaarlijks aangepast. Hiervoor wordt de indexering gebruikt van de regelingslonen van volwassen werknemers. Hierna wordt dit afgerond op een veelvoud van €450,- . Op deze manier staan de juiste tarieven in de verordening en kunnen ouders niet een hogere eigen bijdrage betalen dan het leerlingenvervoer heeft gekost.