Bijlage 2 Uitvoeringsregels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2024
Tekst van het document
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
22
3.8.4 Voorliggende voorzieningen en redenen om beschermd wonen of beschermd thuis te weigeren Er zijn redenen om geen maatwerkvoorziening Beschermd Thuis/ Beschermd Wonen toe te kennen. Dat kan te maken hebben met contra-indicaties of voorliggende voorzieningen waarvan eerst gebruik moet worden gemaakt. Hieronder zijn deze redenen omschreven. Een cliënt komt niet in aanmerking voor een indicatie Beschermd Thuis/ Beschermd Wonen wanneer: a. een cliënt in staat is om zich in een eigen woning te handhaven met voldoende ambulante begeleiding (lokale Wmo) en/of ambulante behandeling; b. er nog onvoldoende gebruik is gemaakt van voorliggende voorzieningen, in de gemeente van herkomst, bijvoorbeeld wanneer een cliënt nog nooit ambulante begeleiding heeft ontvangen of te weinig om de ondersteuningsvraag te kunnen beantwoorden; c. de cliënt slachtoffer is van mensenhandel en/of van mishandeling. In dat geval verwijst de politie naar Veilig Thuis, de vrouwenopvang of de regionaal coördinator mensenhandel. De opvang van slachtoffers van mensenhandel is landelijk geregeld. Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen in eerste instantie terecht bij Veilig Thuis Kennemerland om daar verdere ondersteuning te krijgen; d. er sprake is van ernstige gedragsproblematiek tijdens de onderzoeksperiode die kan leiden tot ontwrichting of extreme overlast op een locatie voor Beschermd Wonen.
Indien de inwoner niet meewerkt aan het onderzoek kan de mate van motivatie niet worden vastgesteld tijdens het onderzoek; e. de cliënt in crisis is als gevolg van een psychiatrische decompensatie. Dan is behandeling vanuit de Zvw voorliggend; f. de cliënt dakloos is. Als cliënt dakloos is en niet voldoet aan de voorwaarden als genoemd in dit afwegingskader, wordt nagegaan of een opvangvoorziening passend is; g. de client een justitiële titel opgelegd heeft gekregen én een forensische indicatie heeft om te kunnen verblijven in een beschermende woonvorm. In dat geval is de indicatie en plaatsing de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie & Veiligheid; of h. het CIZ een indicatie voor de Wlz heeft afgegeven. In dat geval is het aan het Zorgkantoor om de ondersteuning te organiseren.
3.8.5 Voorrang bij plaatsing Op grond van een crisissituatie kan het college voorrang geven bij plaatsing op de wachtlijst van een aanbieder voor beschermd wonen.
3.8.6 Voorwaarden bij gebruik van Beschermd Thuis/ Beschermd Wonen Aan het gebruik van de voorziening Beschermd Thuis/ Beschermd Wonen zijn voor de cliënt de volgende voorwaarden verbonden: a. Een cliënt kan een passende plek Beschermd Wonen in principe niet weigeren. Als een cliënt tweemaal een aangeboden passende plek weigert dan meldt de aanbieder dat bij het college. Het college kan het besluit waarin de maatwerkvoorziening wordt verstrekt dan intrekken; b. De cliënt moet zich houden aan de huisregels die gelden bij de aanbieder; c. De cliënt werkt naar eigen kunnen optimaal mee aan het zo snel mogelijk weer op eigen kracht kunnen deelnemen aan de samenleving;
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
23
d. De cliënt werkt mee aan een noodzakelijke verhuizing naar een andere locatie of aanbieder; en e. De cliënt betaalt de eigen bijdrage behorende bij de indicatie.
HOOFDSTUK 4 Eenzijdige zorgbeëindiging vanuit de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen 4.1. Eenzijdige zorgbeëindiging Voor de aanbieder van maatschappelijke opvang en het beschermd wonen geldt een maximale inspanningsverplichting voor de levering van adequate ondersteuning/zorg. Hieronder wordt verstaan: de inspanningen binnen de eigen organisatie, het organiseren van een passend ondersteuningsaanbod in de vorm van overbruggingsondersteuning of alternatieve ondersteuning bij een andere aanbieder. In uitzonderlijke situaties, kan het voorkomen dat een aanbieder geen mogelijkheden meer ziet tot het bieden van passende zorg (intern of extern) en voornemens is de zorg eenzijdig te beëindigen. Het beëindigen is alleen mogelijk om zwaarwegende redenen en slechts onder bijzondere omstandigheden.
4.1.1 Eenzijdige zorgbeëindiging door aanbieder Van eenzijdige zorgbeëindiging door de aanbieder is sprake als de ingezette zorg door de aanbieder wordt stopgezet, zonder verzoek van de cliënt daartoe, terwijl de zorgvraag nog actueel en/of noodzakelijk is. Voorbeelden van zwaarwegende redenen zijn: • een ernstige mate van bedreiging of intimidatie die de situatie onwerkbaar maakt; • extreem fysiek en/of verbaal geweld door cliënt; • de persoonlijke veiligheid of de vrijheid van de zorgverlener of medecliënten is in gevaar. Deze situatie kan ontstaan vanuit de cliënt maar ook vanuit de omgeving van de cliënt; • een onherstelbaar verstoorde vertrouwensrelatie; • hygiënische omstandigheden die ernstige gezondheidsrisico’s opleveren voor de zorgverlener; • het niet nakomen van essentiële verplichtingen of regels, ook niet na herhaaldelijk (schriftelijk) aandringen of waarschuwen door de aanbieder; • cliënt is niet gemotiveerd en onttrekt zich volledig aan het traject, waardoor de ondersteuning of het beschermd wonen geen effect of meerwaarde heeft. Het college zorgt middels contractvoorwaarden en afspraken met de aanbieders voor een zorgvuldige procedure rondom de eenzijdige zorgbeëindiging.
Hierbij is minimaal sprake van: • cliënt is herhaaldelijk gewaarschuwd, zowel mondeling als schriftelijk; en • er is voldoende onderzocht of de cliënt op andere wijze passende opvang geboden kan worden; en • er is een laatste waarschuwing gegeven, ook schriftelijk, met de consequenties; en • het voornemen tot eenzijdige zorgbeëindiging is tijdig mondeling en schriftelijk aan de cliënt medegedeeld; en • er wordt overbruggingszorg ingezet tot een andere aanbieder is gevonden; en • er vindt een zorgvuldige overdracht aan de nieuwe aanbieder plaats.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
24
Het college beoordeelt het verzoek tot eenzijdige zorgbeëindiging na hoor- en wederhoor met de cliënt te hebben aangeboden. Indien het college middels beschikking akkoord gaat met de eenzijdige zorgbeëindiging neemt ze contact op met de cliënt om af te stemmen welke vervolgstappen moeten worden ondernomen. Binnen de maatschappelijke opvang wordt hierbij het advies van de veldregisseur (vanuit de GGD) betrokken.
4.1.2 Eenzijdige zorgbeëindiging door de cliënt Van eenzijdige zorgbeëindiging door de cliënt is sprake wanneer de cliënt de ingezette ondersteuning stopzet, tegen de visie van de aanbieder. De aanbieder is van mening dat de ondersteuningsbehoefte beschermd wonen of de maatschappelijke opvang nog bestaat. De redenen voor eenzijdige zorgbeëindiging zijn bijvoorbeeld: • De cliënt voelt zich niet prettig bij de hulpverlener. • De vertrouwensrelatie is ernstig verstoord. • De cliënt ervaart geen toegevoegde waarde van verdere ondersteuning. • De geleverde ondersteuning voldoet niet aan de ondersteuningsvraag.
4.1.3 Einde van de indicatie Onverminderd het gestelde in artikel 2.3.10 van de Wmo en het bepaalde in hoofdstuk 11 van de Verordening kan een indicatie voor maatschappelijke opvang of beschermd wonen worden beëindigd indien: a) de afwezigheid van een cliënt op een beschermd wonen of opvangplek langer dan zes maanden duurt als gevolg van detentie; b) de cliënt uit beeld verdwijnt; c) cliënt structureel de geboden ondersteuning weigert waardoor de voorziening niet doelmatig en doeltreffend kan zijn conform artikel 3.1 van de Wmo.
Hoofstuk 5 Uitstroom 5.1 Ondersteuning naar zelfredzaamheid Het doel van zorg en ondersteuning in de maatschappelijke opvang in de regio is de cliënt ondersteunen naar zelfredzaamheid, waaronder een plek waar hij, gegeven zijn perspectief, het beste past. De best passende plek kan zijn: • Zelfstandig wonen (eventueel binnen netwerk) • Zelfstandig wonen in woning met begeleiding • Beschermd Wonen (BW) • Zorg vanuit de Wlz. Dit hoofdstuk kan eveneens worden toegepast voor uitstroom uit een beschermd wonen voorziening, wanneer dit de meest passende vorm van uitstroom is. Uitstroom uit de keten kan ook worden veroorzaakt doordat iemand naar een andere regio verhuist, door overlijden van de cliënt of (tijdelijk) door detentie.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
25
5.2 Zelfstandig wonen zonder begeleiding Als cliënten in staat zijn zelfstandig te wonen zonder begeleiding in de regio kunnen zij zich inschrijven bij Woonservice of Woningnet voor een sociale huurwoning. Daarnaast zijn er mogelijkheden (een kamer) te huren op de particuliere markt. De BCT heeft de zogenaamde “huisvestingskaart” ontwikkeld waarop alle mogelijke vormen van (zoeken naar) huisvesting zijn opgenomen.
5.3 Zelfstandig wonen met begeleiding Uitstromen naar zelfstandig wonen met begeleiding is mogelijk via de Uitstroomregeling Pact voor inwoners van Zuid-Kennemerland en IJmond.
5.4 Uitstroom naar de Wet langdurige zorg (Wlz) Voor doorstroom naar zorg vanuit de Wlz (onder meer het langdurig verblijf in een instelling voor GGZ, Verstandelijke Gehandicaptenzorg en Lichamelijke Gehandicaptenzorg waarbij intensieve zorg en 24 uur, levenslange toezicht nodig is) moet een indicatie worden aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Informatie over aanvragen is te vinden op de website: www.ciz.nl.
HOOFDSTUK 6 Verstrekking van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) Een algemene voorziening wordt verstrekt in natura. Een maatwerkvoorziening wordt verstrekt in natura, in de vorm van een persoonsgebonden budget (hierna pgb) of in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Om cliënten de mogelijkheid te bieden om zelf regie te voeren en ondersteuning in te kopen, wordt voor een aantal voorzieningen een pgb geboden als alternatief voor een voorziening in natura. Een pgb is mogelijk als de cliënt kan motiveren dat dit gewenst is, duidelijk kan aangeven hoe het pgb bijdraagt aan het oplossen van de ondersteuningsvraag en hoe deze van voldoende kwaliteit is. Daarbij dient de cliënt pgb-vaardig te zijn of een pgb-vaardige vertegenwoordiger aan te wijzen (pgbvertegenwoordiger). Als de cliënt zijn maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb voor diensten wil aanvragen, dan moet hij hiervoor een pgb-plan aanleveren en wordt een separaat pgb-gesprek gevoerd. In de Wmo is het pgb een gelijkwaardig alternatief voor ondersteuning in natura. Als door het Wijkteam een maatwerkvoorziening wordt geïndiceerd en de cliënt wenst deze in de vorm van een pgb te ontvangen, dan neemt het college daarover een besluit. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
6.1 Verstrekking van een persoonsgebonden budget (pgb) Pgb voor diensten Een cliënt die een geïndiceerde maatwerkvoorziening voor diensten wenst in de vorm van een pgb geeft dit gemotiveerd aan en hij stelt een pgb-plan op. Pgb voor een hulpmiddel Bij een aanvraag voor een pgb voor een woonvoorziening, verplaatsingsvoorziening of rolstoel is geen pgb-plan nodig. Het college toetst de aanvraag en de aanvrager enkel – beperkt - op pgb-
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
26
vaardigheid en motivatie. Het pgb wordt uitbetaald als de voorziening voldoet aan het pakket van eisen in de beschikking en bijdraagt aan het doel van de voorziening. Bij toekenning van een pgb aan een cliënt is deze cliënt pgb-houder (de termen cliënt en pgbhouder worden hierna door elkaar gebruikt).
6.2 Pgb-vaardigheid Om het pgb te kunnen beheren moet de pgb-houder of diens pgb-vertegenwoordiger pgbvaardig zijn. Dat betekent dat men de aan het pgb verbonden taken en verplichtingen voldoende kan uitvoeren. De pgb-vaardigheid wordt – mede aan de hand van het pgb-plan – getoetst in het pgb-gesprek. De 10 punten pgb-vaardigheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn hierin leidend.
6.3 Pgb-gesprek In het geval de cliënt een pgb voor een dienst wenst vindt, na het gesprek in het kader van het onderzoek, een tweede gesprek plaats: het pgb-gesprek. In dit gesprek worden de motivatie, de doelmatigheid van het voorstel en de pgb-vaardigheid van de aanvrager van een pgb getoetst aan de hand van het pgb-plan van de aanvrager. Indien de cliënt een pgb-vertegenwoordiger aanwijst, dan dient ook deze bij dit gesprek aanwezig te zijn en wordt tijdens het pgb-gesprek de pgb-vaardigheid van die vertegenwoordiger getoetst. Bij het pgb-gesprek zijn uitsluitend de cliënt en diens eventuele pgb-vertegenwoordiger aanwezig. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat ook de aanbieder hierbij aanwezig is, tenzij daarvoor een gegronde en door het college goedgekeurde reden bestaat.
6.4 Pgb-vertegenwoordiger De pgb-vertegenwoordiger dient voldoende nabij te zijn om de aan het pgb verbonden taken adequaat te kunnen uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan het kunnen volgen van de inhoudelijke ontwikkeling van de ondersteuningsvraag en de ondersteuning, zodanig dat deze kunnen worden beoordeeld en bijgestuurd. Als de pgb-houder de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, dient de pgb-vertegenwoordiger naast de Nederlandse taal ook de taal van de pgb-houder te spreken. Iedere wijziging in pgb-vertegenwoordiging dient de pgb-houder aan het college te melden.
6.5 Aanbieder uit sociaal netwerk of professioneel Een cliënt kan individuele begeleiding of huishoudelijke ondersteuning vanuit een pgb betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk onder de voorwaarden zoals gesteld in artikel 5.3 van de verordening. Tevens dient de zorgverlener te voldoen aan de kwaliteitseisen (zie onder 6 en bijlage 4).
6.6 Kwaliteit van de ondersteuning Er gelden voor zowel professionele als informele hulpverleners kwaliteitseisen. De pgb-houder dient deze kwaliteitseisen vóór het aangaan van een zorgovereenkomst met de aanbieder te delen en zich ervan te vergewissen dat de betrokken aanbieder(s) aan deze kwaliteitseisen voldoet. De kwaliteitseisen zijn opgenomen in bijlage 2.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
27
6.7 (Tussen)evaluatie van de resultaten van de ondersteuning In het pgb-gesprek spreken de pgb-houder en het college af binnen welke termijn (uiterlijk twee jaar na indicatie) wordt geëvalueerd of de ingezette ondersteuning voldoende bijdraagt aan het behalen van de doelen en of dat doelen of ondersteuning dienen te worden bijgesteld. Ook wordt bij de evaluatie (opnieuw) beoordeeld of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet.
6.8 Combinatie van zorg in natura en persoonsgebonden budget Als een cliënt meerdere maatwerkvoorzieningen nodig heeft, is het mogelijk dat hij de ene voorziening in natura ontvangt en de andere voorziening met een pgb regelt. Het is níet mogelijk om één maatwerkvoorziening deels in natura en deels in de vorm van een pgb te ontvangen, tenzij hiervoor een gegronde en door het college goedgekeurde reden bestaat.
6.9 Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB) en de zorgovereenkomst De zorgovereenkomst is een overeenkomst tussen pgb-houder en aanbieder waarin afspraken over de te verlenen ondersteuning worden vastgelegd. Vóór aanvang van de ondersteuning dient de pgb-houder bij de SVB een zorgovereenkomst (conform het toepasselijke format van de SVB) aan te leveren. De zorgovereenkomst wordt vervolgens door het college gecontroleerd en bij akkoord goedgekeurd. Pas na deze goedkeuring kan de SVB tot uitbetaling overgaan. De SVB verzorgt de betalingen vanuit het pgb aan de aanbieder op basis van door de pgb-houder goedgekeurde declaraties. Iedere wijziging in een lopende zorgovereenkomst meldt de pgb-houder aan de SVB en aan het college. Het college dient deze goed te keuren.
HOOFDSTUK 7 Toezicht en Handhaving 7.1 Algemeen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op en de naleving van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). Hiertoe dient het college personen aan te wijzen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. Het college heeft er voor gekozen om de GGD Kennemerland en alle handhavers en sociaal rechercheurs binnen de gemeente op grond van artikel 6.1 Wmo 2015 aan te wijzen als wmo-toezichthouder. De GGD Kennemerland is belast met toezicht op kwaliteit. De handhavers en sociaal rechercheurs binnen de gemeente zijn, belast met toezicht op de financiële rechtmatigheid. Leidend voor toezichthouders zijn de wet, de verordening en de uitvoeringsregels. Het Wmo-toezicht ziet toe op de kwaliteit van de geboden of te bieden ondersteuning en de uitvoering ervan door gecontracteerde aanbieders en pgb-aanbieders en ziet toe op de rechtmatige besteding van publieke middelen. Het toezicht bestaat uit reactief en proactief toezicht. Het Wmotoezicht legt de nadruk op het verbeteren van de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning en de rechtmatige besteding van zorggelden. Als daar aanleiding toe is formuleert de Wmo-toezichthouder verbeter- en/of handhavingsmaatregelen en adviseert het college daarover.
Het college legt de verbetermaatregelen op/geeft opvolging aan de bevindingen van de toezichthouder. Het formuleren van verbetermaatregelen, eventueel gecombineerd met een handhavingsadvies richting het college,
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
28
openbaarmaking van rapporten en de mededeling dat heronderzoek kan plaatsvinden, zijn stimulerende maatregelen die de toezichthouder kan inzetten richting aanbieders. Toezicht Toezicht is het verzamelen van de informatie over de vraag of een handeling, een dienst of een zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover naar aanleiding daarvan het college adviseren over te nemen verbeter- en/of handhavingsmaatregelen. Het werk van een toezichthouder: • • •
Het verzamelen van informatie middels bijvoorbeeld een bedrijfsbezoek; Het analyseren van de verzamelde informatie en op basis daarvan een oordeel vormen; Het formuleren van verbetermaatregelen en het college daarover adviseren.
Handhaving Het doel van handhaven is: het bevorderen van nalevingsgedrag van aanbieders om risico’s te verminderen en de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning te verbeteren. Het college kan naar aanleiding van advies van de toezichthouder handhavend optreden.
7.2 Pro-actief toezicht De wet geeft een aantal taken en bevoegdheden in het kader van proactief toezicht. Uitgaande van het risico op oneigenlijk gebruik- of onvoldoende kwaliteit van voorzieningen. Proactief toezicht vindt plaats op basis van vooraf vastgestelde prioriteiten, thema’s of risico’s. College bevoegdheden Wat betreft het pgb doet het college op grond van artikel 2.3.9 van de wet periodiek heronderzoek naar toegekende maatwerkvoorzieningen en pgb’s. Tenzij daar eerder aanleiding toe is zal dat in het geval van een pgb elke twee jaar zijn. Het pgb wordt bovendien alleen verstrekt als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt, en geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt.
7.3 Reactief toezicht Reactief toezicht is het toezicht dat wordt uitgevoerd naar aanleiding van een calamiteit of incident (calamiteitentoezicht) of signalen (signaalgestuurd toezicht). Aanbieders zijn verplicht calamiteiten te melden. College bevoegdheden Maatwerkvoorzieningen die zijn verstrekt maar niet meer worden gebruikt, of zijn verstrekt op basis van onjuiste- of onvolledig verstrekte gegevens of die worden gebruikt voor een ander doel dan was beoogd of die worden gebruikt in strijd met gestelde voorwaarden, kan het college intrekken, opschorten/schorsen of herzien.
HOOFDSTUK 8 Slotbepalingen Artikel 8.1 Intrekking oude uitvoeringsregels en overgangsrecht 1. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023 onder
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
29
de voorwaarden van de Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 2. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023 wordt beslist met inachtneming van de Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023, tenzij de toepassing van deze uitvoeringsregels gunstiger is voor de cliënt. 3. De Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023 worden ingetrokken.
Artikel 8.2 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit treedt in werking per 1 juli 2024. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: “Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2024”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 juni 2024,
Ondertekening de secretaris,
de burgemeester,
C. van Eijk
D. Moolenburgh
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
30
Bijlage 1: Afweging individuele begeleiding en groepsbegeleiding Afwegingskader mate van redzaamheid Afwegingsaspe ct
Sociale Basis
Aanvullende ondersteuning
Beschermd thuis/ trajectbegeleiding
Wlz
Ontwikkelingsmogelijkheden
Ondersteuning is gericht op het behouden, aanleren of oefenen van vaardigheden en kennis op het gebied van redzaam en meedoen.
Ondersteuning is gericht op stabilisatie, aanleren of oefenen of begeleiden achteruitgang op het gebied van redzaam en meedoen. Na gemiddeld een periode van 1 jaar is men weer in staat of met hun netwerk, ondersteuning uit de Sociale Basis of uit andere wet- of regelgeving om zelfstandig te functioneren.
Ondersteuning is gericht op het stabiliseren, behouden, aanleren of oefenen van vaardigheden en kennis op het gebied van redzaam en ter voorkoming van ernstig nadeel of regieverlies. Begeleiding wordt geboden in de woonsetting en draagt bij aan de ontwikkeling van een cliënt richting zelfstandig wonen. Na een periode van 3 jaar weer in staat zijn om weer zelfstandig te wonen. Al dan niet met ondersteuning van eigen netwerk, uit andere weten regelgeving, de Sociale Basis en of aanvullende ondersteuning.
Een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (zoals bedoeld in artikel 3.2.1 van de Wlz) wil zeggen dat deze behoefte niet meer over gaat.
Structuur en voorspelbaar heid
Structuur en voorspelbaarh eid van de ondersteuning zijn op afspraak, flexibel en makkelijk aanpasbaar.
Structuur en voorspelbaarheid zijn in grote mate noodzakelijk om nadeel en regieverlies te voorkomen. Eventueel prikkelarm. Er is sprake van zorgmijdend gedrag, moeilijkheden om afspraken na te komen en of het is noodzakelijk om (afgebakende) doelen te stellen en toe te werken naar een afgesproken resultaat.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
Een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (zoals bedoeld in artikel 3.2.1 van de Wlz) wil zeggen dat deze behoefte niet meer over gaat.
31
Nabijheid van begeleiding/ ondersteunings behoefte
Cliënten hebben zelfstandig of met hun netwerk oplossend vermogen. Ondersteuning is planbaar en uitstelbaar zonder kans op ernstig nadeel of regieverlies.
Motivatie en acceptatie
De cliënt heeft een hoge mate van motivatie en acceptatie.
Cliënten hebben minder zelfstandig of met hun netwerk oplossend vermogen. Ondersteuning is zeer regelmatig noodzakelijk, is planbaar en uitstelbaar ter voorkoming van ernstig nadeel of regieverlies. Er kan soms sprake zijn van tijdelijke terugval of escalatie waarin de ondersteuning minder planbaar is met kans op ernstig nadeel of regieverlies. Bij dagopvang: Continue toezicht nodig om ernstig nadeel of regieverlies te voorkomen.
Bij BW is er altijd sprake van psychische problemen en dient men te beschikken over een DSM-V diagnose of een sterk vermoeden van. Er is een tijdelijke behoefte aan toezicht of ondersteuning in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel of regie verlies vanwege: - Mogelijkheid tot escalatie - Psychische beperkingen - Gedragsproblemen
Een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid vanwege: - Mogelijkheid tot escalatie - Fysieke beperkingen - Gedragsproblemen Het functioneren kan misschien wel verbeteren, maar zelfs als het verbetert blijven de beperkingen zodanig dat permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig blijft.
De cliënt accepteert begeleiding in de woonsetting en is gemotiveerd om afgesproken doelen te behalen.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
32
Bijlage 2: Gebruikelijke hulp Om de situatie van een cliënt goed te kunnen beoordelen is het belangrijk om de personen in de omgeving van cliënt bij het onderzoek te betrekken. Bij de ondersteuning die zij eventueel aan een cliënt bieden wordt onderscheid gemaakt in gebruikelijke hulp en mantelzorg. Het college gaat ervanuit dat zowel jonge als volwassen huisgenoten een bijdrage leveren aan het huishouden en taken (tijdelijk) over kunnen nemen. Vanaf 18 jaar is de huisgenoot hiertoe verplicht. Dit noemen we gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg die in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot/ partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Gebruikelijke hulp is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die een gezamenlijk huishouden voert. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter waarbij geen onderscheid wordt gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het bieden van gebruikelijke hulp. Het uitgangspunt is dat huisgenoten met elkaar gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor al het huishoudelijk werk.
In lijn met de HHM-normen wordt de tijd die staat voor de hulp die huisgenoten kunnen leveren (gebruikelijke hulp) niet toegekend bij de hulp vanuit de gemeente. Dat betekent dat als de ene persoon uitvalt, van andere personen verwacht wordt dat zij het gewoon overnemen, naast werk of studie. Bij kinderen tot 18 jaar gaat dat naar rato van hun leeftijd. Hoe ouder een kind wordt, hoe meer bijdrage verwacht mag worden, zoals het dekken van de tafel, het in- en uitruimen van de vaatwasser en het bijhouden van de eigen kamer. Van iedere huisgenoot tussen de 18 en 23 jaar wordt verwacht dat zij een eenpersoonshuishouden kunnen runnen. Ervan uitgaande dat het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ in het HHM-normenkader voor max. twee personen is, komt een eenpersoonshuishouden neer op 60 minuten per week voor een schoon en leefbaar huis en op 95 minuten met wasverzorging. Dit naast een volledige baan, het volgen van een opleiding of andere activiteiten in het kader van maatschappelijke participatie. Als gebruikelijke hulp geleverd wordt door (fulltime) werkenden, wordt met het werk en daarmee samenhangende drukte ten aanzien van huishoudelijke taken geen rekening gehouden. Stofzuigen of de badkamer schoonmaken kan immers ook in het weekend of vrije tijd verricht worden. Uitgangspunt is dat de huishoudelijke taken volledig kunnen worden overgenomen door de huisgenoten.
Op grond van belastbaarheid of door langdurige afwezigheid van de huisgenoot kan hiervan worden afgeweken. Vanaf 23 jaar wordt men verondersteld een volledig huishouden te kunnen draaien. In geval van een meerpersoonshuishouden staat het hebben van een normale baan of het volgen van een opleiding per definitie niet in de weg aan het leveren van gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie. Bij het inventariseren van de eigen mogelijkheden van het huishouden wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken. Redenen als 'niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijk werk willen en/of kunnen verrichten' leiden niet tot een indicatie voor het overnemen van huishoudelijke taken door middel van een voorziening. Indien hiervoor motivatie aanwezig is- kan er een indicatie worden gesteld voor 6 weken zorg voor het aanleren van huishoudelijke taken en/of het leren (efficiënter) organiseren van het huishouden. (AIV).
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
33
Typen leefsituaties Bij een aantal typen leefsituaties gelden afwijkende bepalingen in het kader van de aanwezigheid van gebruikelijke hulp. • •
•
Kamer huren bij cliënt: De huurder wordt niet tot de leefeenheid gerekend. De huurder houdt wel de gehuurde ruimte(n) schoon en levert een evenredige bijdrage aan gezamenlijke ruimten. Geclusterd wonen: Hier is geen sprake van een leefeenheid. De bewoner is verantwoordelijk voor het schoonmaken van de eigen woonruimte(n) en slechts voor een evenredig deel van de gemeenschappelijke ruimten. Leef- en woongemeenschappen: Een bewoner kan enkel een indicatie voor een voorziening krijgen voor het schoonmaken van de eigen kamer en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten die vallen binnen het niveau van de sociale woningbouw. Bibliotheken, gebedsruimten etc. vallen buiten het niveau van de sociale woningbouw en behoren tot de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenschap.
Uitzonderingen op het uitgangspunt gebruikelijke hulp Persoonlijke omstandigheden kunnen reden zijn voor afwijking van de norm van gebruikelijke hulp. Hieronder zijn een aantal voorbeelden nader uitgewerkt. Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting Een huisgenoot of partner kan geen gebruikelijke hulp leveren als deze zodanige gezondheidsproblemen heeft dat er redelijkerwijs geconcludeerd moet worden dat de betreffende taken niet door hem of haar uitgevoerd kunnen worden. Wanneer echtgenoot/partner of huisgenoot aangeeft dat deze overbelast dreigt te raken door gezondheidsproblemen en beperkingen of door de combinatie van een (volledige) werkkring of opleiding en het voeren van het huishouden, dient deze (medische) gegevens ter onderbouwing hiervan aan te leveren. Het college vormt hier een objectief oordeel over. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk, gebruikelijke hulp en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. In geval van dreigende overbelasting kan een indicatie worden gesteld voor de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. In eerste instantie zal die indicatie van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen.
Hetzelfde geldt als een partner/echtgenoot/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de andere ouder overbelast dreigt te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen. Fysieke afwezigheid Indien de huisgenoot van een cliënt vanwege zijn/haar werk fysiek niet aanwezig is wordt hiermee bij de indicatiestelling rekening gehouden. De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk; denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Korte levensverwachting In geval de cliënt een zeer korte, bekende levensverwachting heeft kan ter ontlasting van de leefeenheid van de cliënt afgeweken worden van de normering van gebruikelijke hulp. Er kan dan een (tijdelijke) maatwerkvoorziening worden verstrekt.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
34
Bijlage 3: Kwaliteitskader persoonsgebonden budget Bijlage bij Hoofdstuk 10 Verstrekking van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) Inleiding Het merendeel van de zorg en ondersteuning aan inwoners van Zandvoort wordt geboden in de vorm van zorg in natura. De ondersteuning wordt geleverd door aanbieders met wie het college contractuele afspraken heeft gemaakt over onder meer de kwaliteit van de te leveren zorg en ondersteuning. Op deze wijze heeft het college de kwaliteit geborgd. Naast zorg in natura bestaat voor cliënten – voor zover zij zijn aangewezen op een maatwerkvoorziening - de mogelijkheid om door middel van een persoonsgebonden budget (hierna: pgb) zelf die zorg in te kopen. Zij kunnen kiezen wie ze als hulpverlener inhuren, bijvoorbeeld een familielid of bekende, een zelfstandige of een zorginstelling. In dat geval is de budgethouder, de cliënt met het pgb, er zelf verantwoordelijk voor iemand in te huren die voldoet aan de gemeentelijke eisen aan de kwaliteit van de ondersteuning. Het college heeft als verstrekker van de maatwerkvoorziening een belangrijke taak om bij pgb’s, even goed als bij zorg in natura, te borgen dat de kwaliteit van de ingekochte zorg volstaat. In dat kader is het onderstaande kwaliteitskader met kwaliteitseisen voor informele hulpverleners en voor professionals van toepassing.
De door de budgethouder ingehuurde hulpverleners dienen aan deze eisen te voldoen. Indien bij een lopend pgb een tekort wordt gesignaleerd bestaat, afhankelijk van de ernst van de afwijking, de mogelijkheid om deze binnen een afgesproken termijn te herstellen.
1.1 Kwaliteitseisen voor informele hulpverlening De informele hulpverlener: 1. is in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) die niet ouders is dan 2 jaar; 2. heeft niet zelf een pgb; 3. heeft zelf geen persoon geen maatwerkvoorziening; 4. heeft aangegeven dat de ondersteuning aan de cliënt hem niet te zwaar valt; 5. heeft een dusdanige relatie met de cliënt dat het adequaat werken aan de doelen van de ondersteuning niet in de weg wordt gestaan; 6. beheert niet het pgb beheert behalve met toestemming van het college vanwege bijzondere omstandigheden; 7. verleent de ondersteuning op basis van een ondersteuningsplan opgesteld in overleg met de cliënt. Het geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de ondersteuningsdoelen te realiseren zoals geformuleerd in het onderzoeksverslag. Het moet aannemelijk zijn dat deze activiteiten uitgevoerd zullen worden zoals in het ondersteuningsplan voorgenomen en adequaat zijn om de ondersteuningsdoelen te realiseren. Voor huishoudelijke ondersteuning kan het ondersteuningsplan zoals opgesteld door het college tevens gebruikt worden als ondersteuningsplan van de informele hulpverlener; 8. bespreekt de op basis van het ondersteuningsplan verleende ondersteuning regelmatig met de cliënt (en diens eventuele vertegenwoordiger) en stelt dit plan zo nodig bij; 9.
houdt een administratie bij met een registratie van de ondersteuning (waaronder de data en tijdstippen waarop de ondersteuning is geboden). Dit is niet nodig als de ureninzet blijkt uit getekende urenbriefjes (incl. data en tijdstippen); 10. dient in de directe omgeving van de cliënt de zorg te kunnen bieden. Dit moet tot uiting komen in het ondersteuningsplan van de informele hulpverlener. Ook moet de informele hulpverlener bij de zorgverlening passende kennis hebben van lokaal beschikbare voorzieningen. De afstand
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
35
tot de woonplaats van de informele hulpverlener mag geen belemmering vormen voor een adequate hulpverlening aan de cliënt.
1.1.1 De voorziening wordt cliëntgericht verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a van de Wmo) 1. De informele hulpverlener biedt de ondersteuning met een cliëntvriendelijke en servicegerichte instelling. 2. De informele hulpverlener dient rekening te houden met de mogelijkheden en de omstandigheden van de cliënt en met de aard van diens problematiek.
1.1.2 De voorziening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt (artikel 3.1, tweede lid, onder b van de Wmo) 1. De op basis van het ondersteuningsplan geboden ondersteuning sluit aan op de reële behoefte en mogelijkheden van de cliënt en zijn/haar sociaal netwerk (waaronder eventuele mantelzorgers). De ondersteuning is passend bij de ondersteuningsvraag van de cliënt en diens eigen (on)mogelijkheden om tot een oplossing daarvan te komen. 2. De aangeboden ondersteuning is voldoende afgestemd op andere vormen van geboden hulp en zorg die de cliënt ontvangt. 3. De zorgverlener dient te beschikken over voor de benodigde ondersteuning relevante kennis van lokaal beschikbare voorzieningen en hulpaanbod.
1.1.3 De voorziening wordt verstrekt met respect voor en in achtneming van de rechten van de cliënt (artikel 3.1, tweede lid, onder d van de Wmo) De informele hulpverlener: 1. bejegent de cliënt te allen tijde passend en op respectvolle wijze; 2. respecteert de privacy van de cliënt en gaat vertrouwelijk om met informatie van cliënt en diens persoonlijke situatie.
1.1.4 Algemene eisen en uitsluitingsgronden De informele hulpverlener: 1. dient volledige medewerking te verlenen aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college (of daartoe aangewezen derden) op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en 2. kan van hulpverlening worden uitgesloten vanwege het leveren van kwalitatief onvoldoende ondersteuning, misleiding, fraude en/of het (anderszins) handelen in strijd met relevante wetgeving of lokale regelgeving.
1.2 Kwaliteitseisen voor professionele hulpverleners Onder een professionele aanbieder (werkgever)/ professionele zorgverlener (ZZP’er of werknemer) wordt verstaan een organisatie of persoon die beroepsmatig maatschappelijke ondersteuning biedt.
1.2.1 De professionele aanbieder dient:
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
36
1. te beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG RP, ingeval van ZZP’ers: VOG NP met screeningsprofiel 45). Medewerkers die in contact kunnen komen met cliënten zijn ook in het bezit van een VOG (Natuurlijke Personen, screeningsprofiel 45). De VOG dient vóór aanvang van de indiensttreding in het bezit te zijn van de aanbieder. De VOG mag op het moment dat de betrokkene gaat werken niet ouder zijn dan drie maanden. De aanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is; 2. te beschikken over en te werken volgens een calamiteitenprotocol. In geval van een calamiteit dient de aanbieder dit te melden aan de cliënt, aan de toezichthouder en aan de gemeente. Afhankelijk van de situatie kan de toezichthouder of de gemeente een onderzoek (laten) instellen; 3. conform de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling een meldprotocol huiselijk geweld te hanteren en kennis van de meldcode bij de medewerkers te borgen; 4. in geval van verblijf door de cliënt te waarborgen dat de binnen- en buitenruimtes waar cliënt verblijft gedurende de verstrekking van de voorziening veilig, toegankelijk en passend, dat wil zeggen in overeenstemming met de aangeboden activiteiten, ingericht zijn.
1.2.2 De voorziening is doelmatig en doeltreffend verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a van de Wmo) 1. De ondersteuning moet verleend worden op basis van een ondersteuningsplan van de aanbieder. Dit ondersteuningsplan is in overleg met de pgb-houder opgesteld. Het geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de ondersteuningsdoelen te realiseren zoals geformuleerd in het onderzoeksverslag of trajectplan. Het moet aannemelijk zijn dat deze activiteiten uitgevoerd zullen worden zoals in het ondersteuningsplan voorgenomen en dat deze activiteiten adequaat zijn om de ondersteuningsdoelen te realiseren. Voor huishoudelijke ondersteuning mag het ondersteuningsplan met afsprakenoverzicht zoals opgesteld door het college gebruikt worden als ondersteuningsplan van de aanbieder. De op basis van het ondersteuningsplan verleende ondersteuning wordt regelmatig door de hulpverlener met de budgethouder en diens eventuele vertegenwoordiger besproken en zo nodig bijgesteld. 2. De aanbieder houdt een administratie bij met een registratie van de ondersteuning, en een agenda en planning van de betreffende medewerker. 3. De fysieke standplaats van de aanbieder mag geen belemmering vormen voor een adequate hulpverlening aan de cliënt. Ook moet de aanbieder bij de hulpverlening passende kennis hebben van lokaal beschikbare voorzieningen.
1.2.3 De voorziening is cliëntgericht verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a van de Wmo) 1. De aanbieder en diens medewerkers bieden de ondersteuning met een cliëntvriendelijke en servicegerichte instelling. 2. De aanbieder dient bij het inzetten van medewerkers rekening te houden met de mogelijkheden en de omstandigheden van de cliënt, met de aard van diens problematiek en met de professionele vaardigheden van de medewerker die aan de cliënt wordt toegewezen.
1.2.4 De voorziening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt (artikel 3.1, tweede lid, onder b van de Wmo)
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
37
1. De op basis van het ondersteuningsplan geboden ondersteuning sluit aan op de reële behoefte en mogelijkheden van de cliënt en zijn/haar sociaal netwerk (waaronder eventuele mantelzorgers). De ondersteuning is passend bij de ondersteuningsvraag van de cliënt en diens eigen (on)mogelijkheden om tot een oplossing daarvan te komen. 2. De aangeboden ondersteuning is voldoende afgestemd op andere vormen van geboden hulp en zorg die de cliënt ontvangt. 3. De aanbieder en diens medewerkers dienen te beschikken over voor de benodigde ondersteuning relevante kennis van lokaal beschikbare voorzieningen en hulpaanbod. 4. Het verantwoordelijke management, en de medewerkers die met de uitvoering van de opdracht belast zijn, beheersen de Nederlandse taal in woord en geschrift in voldoende mate voor zover relevant voor de uitvoering van de onderhavige werkzaamheden en de contractuele verplichtingen.
1.2.5 De voorziening wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard (artikel 3.1, tweede lid, onder c van de Wmo) 1. Er is sprake van professionele hulp als de werkzaamheden beroepsmatig uitgevoerd worden en de persoon ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. De omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming moet aansluiten bij de te leveren diensten voor het pgb. 2. De aanbieder neemt bij het verlenen van de dienstverlening de eisen in acht die volgens de algemeen aanvaarde professionele standaard redelijkerwijs aan de aanbieder mogen worden gesteld. De professionals die bij de aanbieder in dienst zijn, zijn vakbekwaam en houden zich aan de voor hun geldende beroepscode. 3. Als de GGD (Toezichthouder Kwaliteit Wmo-ondersteuning), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of een vergelijkbaar orgaan een rapport heeft uitgebracht over de aanbieder in de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de zorgverlening, dan stelt de aanbieder de pgb-houder (of diens pgb-vertegenwoordiger) èn de toezichthouder daarvan op de hoogte. Gedurende de periode van zorglevering stelt de aanbieder de pgb-houder (of diens pgb-vertegenwoordiger) èn de toezichthouder onverwijld in kennis van ieder nieuwrapport dat wordt uitgebracht. 4.
De aanbieder draagt zorg voor scholingsbeleid dat garandeert dat de hulpverleners die namens de aanbieders werken op het benodigde professionele niveau blijven. Voor ZZP’ers geldt dat zij moeten kunnen aantonen dat zij voldoende tijd besteden aan deskundigheidsbevordering, coaching en/of intervisie om hun deskundigheid op het benodigde professionele niveau te houden. Deskundigheidsbevordering behoeft meer inzet naarmate de geleverde ondersteuning complexer is. 5. De aanbieder zorgt dat de inzet van vrijwilligers of stagiaires altijd plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van een zorgprofessional. De inzet van vrijwilligers of stagiaires dient altijd in redelijke verhouding te staan tot de professionele inzet. 6. De aanbieder dient over een aantoonbaar werkzaam kwaliteitssysteem te beschikken. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een certificaat van de volgende keurmerken: ISO 9001, EN 15224, HKZ, Prezo of Kiwa (ZZP en kleine ondernemers). Een aanbieder die niet over een certificaat beschikt moet op een andere manier aantonen een werkend systeem te hebben voor het beheersen, bewaken, borgen en verbeteren van de kwaliteit van de ondersteuning. 7. Alle eisen vanuit de Wmo en alle aanvullende eisen die vanuit de gemeente worden gesteld aan aanbieders gelden evenzeer voor onderaannemers als voor hoofdaannemers.
Hoofdaannemers zijn volledig aansprakelijk voor de zorgverlening die zij in onderaanneming laten uitvoeren.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
38
1.2.6 De voorziening wordt verstrekt met respect voor en in achtneming van de rechten van de cliënt (artikel 3.1, tweede lid, onder d van de Wmo) De aanbieder: 1. bejegent de cliënt te allen tijde passend en op respectvolle wijze; 2. beschikt over een eigen, vastgelegde klachtenregeling, die standaard bij aanvang van de ondersteuning aan de cliënt wordt verstrekt; 3. moet kunnen aantonen conform de wet om te gaan met privacy en de uitwisseling van (gevoelige) persoonsgegevens.
1.2.7 Algemene eisen en uitsluitingsgronden De aanbieder: 1. dient te voldoen aan de wettelijke kwaliteitscriteria. Indien de kwaliteitscriteria door de toezichthouder zijn getoetst en de aanbieder voldoet niet aan de kwaliteitstoets, worden gedurende één jaar (vanaf moment van constatering van niet voldoen) geen pgb’s toegekend waarbij de betreffende aanbieder partij is. Als na afloop van dat jaar de kwaliteit zodanig verbeterd is dat wel aan de eisen wordt voldaan, kan via een Wmo-aanvraag de aanbieder weer worden voorgesteld en zal deze opnieuw aan de kwaliteitseisen getoetst worden. 2. dient volledige medewerking te verlenen aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de gemeente (of daartoe aangewezen derden) op inhoudelijke kwaliteit en op presentie- en financiële administratie, waaronder in ieder geval begrepen: formele- en materiële onderzoeken, kwaliteitsonderzoeken, rechtmatigheid- en doelmatigheid onderzoeken, onderzoeken n.a.v. calamiteiten/geweldsincidenten, detailcontroles, fysieke controles op locatie en fraudeonderzoeken.
De screening van een aanbieder kan onder meer bestaan uit het door een aanbieder laten overleggen van schriftelijke bewijsstukken die aantonen dat hij aan de geschiktheidseisen en/of kwaliteitseisen voldoet, waaronder een VOG; het doen van onderzoek in diverse bronnen; het vragen van een Bibobadvies bij het Landelijk Bureau Bibob. 3. kan van hulpverlening worden uitgesloten vanwege het leveren van kwalitatief onvoldoende ondersteuning, misleiding, fraude en/of het (anderszins) handelen in strijd met relevante wetgeving of lokale regelgeving.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Zandvoort 2024
39