Bijlage 2. Tussentijds advies Jeugdautoriteit t.a.v. herstelplan Stichting Kenter
Tekst van het document
Jeugdautoriteit Schedeldoekshaven 131 2511 EM Den Haag
Brief Brief
Postbus 20350 2500 EJ Den Haag 070 - 340 68 88 Jeugdautoriteit.nl Inlichtingen bij Wim Oosterboer
Aan: de wethouders jeugdregio Zuid-Kennemerland, IJmond, Amsterdam Amstelland, Haarlemmermeer, netwerkregio Alkmaar Per e-mail via projectleider dhr. Bernard Verbeek
+31 (0)6 21160449 Wj.oosterboer@jeugdautoriteit.nl
De interim-directeur-bestuurder Stichting Kenter Per e-mail direct aan de heer Gert Cazemier
Datum Onderwerp
17 april 2024 Tussentijds advies Jeugdautoriteit t.a.v. herstelplan Stichting Kenter
Geachte heer, mevrouw, De Jeugdautoriteit is sinds 2016 betrokken bij de Stichting Kenter Jeugdhulp (Kenter). Na de decentralisatie van Rijk/Provincie van de jeugdzorg naar de gemeenten in de vorm van te stichten jeugdregio’s, was Kenter één van de aanbieders van Jeugdhulp die zich meldden bij de Jeugdautoriteit (toen nog Transitie Autoriteit Jeugd) vanwege financiële problemen/ ondersteuningsvraag vanuit de toenmalige subsidieregeling. Tussen 2016 en 2019 zijn er meerdere acties geweest vanuit onder andere Kenter, de Jeugdregio ZK&IJ, OZJ en de TAJ. De situatie rondom Kenter in die periode wordt gekenschetst door het feit dat zij op verschillende vormen en manieren in het verwerven van incidentele baten haar liquiditeit op peil wist te houden. In 2019 is er na vaststelling van een trede 3 binnen het destijds vastgestelde ‘draaiboek continuïteit Jeugdhulp’ een herstelplan geschreven en vastgesteld. Naast verbeteracties binnen de organisatie werd er ook een eenmalige bijdrage vanuit de jeugdregio toegekend. Na de start van de uitvoering van het herstelplan is de Jeugdautoriteit tot op heden de financiële en bedrijfsvoering KPI’s blijven monitoren. Maandelijks met Kenter, driemaandelijks en later halfjaarlijks met de controllers uit de jeugdregio’s.
In september ’23 heeft de Jeugdautoriteit, nadat zij in juli ’23 al haar zorgen uitsprak naar de RvB èn de RvT omtrent de verslechterende situatie, aangedrongen op een gesprek tussen de RvB en de betreffende bestuurders van de jeugdregio’s. Er is destijds vastgesteld dat ondanks de steun en ingezette verbeteringen de situatie rondom Kenter wederom zeer zorgelijk werd. Uiteindelijk zijn er enkele versies en varianten van een tweede herstelplan de revue gepasseerd, de laatste en definitieve versie ligt nu voor.
Pagina 1 van 6
Doelstelling van het herstelplan is: 1) 2) 3)
Een kortetermijnoplossing om de verslechterende financiële positie van Kenter te keren. Een lange termijn oplossing waar het gaat om de transformatie jeugdzorg, een duurzame zorgexploitatie en portfoliokeuzes van Kenter; Het verbeteren van de operationele bedrijfsvoering van Kenter;
De Jeugdautoriteit heeft kennisgenomen van een eerdere versie van het concept herstelplan en heeft haar opmerkingen en suggesties grotendeels verwerkt zien worden in de voorliggende versie van het herstelplan. De Jeugdautoriteit geeft hierbij een tussentijds integraal advies op het herstelplan. De Jeugdautoriteit zal na vaststelling van het herstelplan en vaststelling van de gemeentelijke bijdrage haar definitieve opinie op het herstelplan, het doorlopen proces en de uiteindelijke actiepunten/verbetermaatregelen geven. Advies Jeugdautoriteit Op vier hoofdlijnen gaat de Jeugdautoriteit in op de volgende punten: 1. 2. 3. 4. 1
Inrichting en reikwijdte van het herstelplan Voorgenomen maatregelen Optimalisaties in de bedrijfsvoering Gevraagde ondersteuning van de jeugdregio’s Inrichting en reikwijdte van het herstelplan
Het concept herstelplan (conceptversie 29 maart 2024) is opgesteld onder verantwoordelijkheid van Kenter, waarbij Kenter zich heeft laten bijstaan door een extern adviseur met kennis en ervaring op dit vakgebied. Dit leidt tot een gedegen opbouw en structuur van het plan, waarbij in opzet de voor een goede planvorming noodzakelijke elementen zijn inbegrepen. Hiertoe heeft een analyse van de huidige bedrijfsvoering als basis gediend. Het herstelplan is systematisch opgebouwd vanuit vier door Kenter geïdentificeerde oorzaken voor de bestaande financiële situatie van Kenter en keuzes van Kenter voor een (voorgestelde) aanpak daarvoor. Deze keuzes zijn vervolgens nader uitgewerkt in vier scenario’s met elk een eigen haalbaarheidsanalyse, impactanalyse op het zorgaanbod van Kenter. Er is een analyse van de met de realisatie van het plan samenhangende risico’s in het plan globaal per scenario weergegeven. Om van de genoemde scenario’s de achterliggende (financiële) berekeningen te kunnen volgen, zouden we deze als addendum of sideletter toegevoegd willen zien. Nadat er vanuit het herstelplan één van de scenario’s of een alternatief scenario is gekozen en bestuurlijk is vastgesteld, zal er een uitwerking van de risico’s in de vorm van kostenraming en mitigerende maatregelen toegevoegd dienen te worden.
Inherent aan een herstelplan is ook dat het herstelplan is gebaseerd op uitgangspunten en veronderstellingen die zich, hoe zorgvuldig en nauwkeurig die ook bepaald zijn, in de toekomst op een andere wijze zullen voordoen dan nu verondersteld is, waardoor de uiteindelijke realisatie zal afwijken van het concept herstelplan. Daarbij is dikwijls ook niet vooraf met zekerheid te bepalen welke afwijkingen zich wanneer, hoe en in welke mate zullen voordoen. De Jeugdautoriteit ondersteunt vanuit financieel perspectief de in het concept herstelplan gekozen lijn van het werken aan verbetering van operationele resultaten en daarbij verlieslatende producten kostendekkend te maken en, zo dat niet mocht lukken, deze af te stoten. Evenzo kunnen wij de keuzes die in de scenario’s gemaakt worden op het gebied van de portfolio begrijpen.
Pagina 2 van 6
2
Voorgenomen maatregelen door Kenter t.a.v. de zorglevering en portfolio
In het herstelplan wordt een aantal scenario’s verkend t.a.v. te maken portfoliokeuzes. Daarbij maakt Kenter de (strategische) keuze zich voornamelijk te willen richten op specialistische hulp (integrale specialistische zorg met jeugd-GGZ, crisishulp, jeugd- en opvoedhulp en pleegzorg) van jeugdigen waarbij deze hulp zoveel mogelijk dichtbij huis kan worden geboden. Daarbij zal in de visie van Kenter vaak sprake zijn van vormen van zorg met verblijf waarbij de keuze wordt gemaakt voor meer kleinschalige woonvormen met snellere doorlooptijden en op- en afschalen van zorg. Toch wordt ook in de strategische visie aangegeven dat intensieve ambulante begeleiding en/of aanpak in het voorveld een effectieve bijdrage kan leveren. Wij gaan er dus vanuit dat Kenter vanuit haar expertise ook deze bijdrage zal willen blijven leveren. 2a
Korte termijn
Op korte termijn is Kenter voornemens een volumereductie toe te passen. Op Jeugd & Onderwijs, Ambulante zorg en 18+ zorg is een volumereductie voorgenomen die een -jaarlijksebesparing oplevert van €3 miljoen. Op korte termijn lijkt er met deze maatregelen een reëel risico op discontinuïteit van jeugdhulp te ontstaan. Dit risico ontstaat waar jeugdhulp wordt afgebouwd en geen gelijkwaardige vervangende jeugdhulp voorhanden is. Hiernaast brengt het afstoten c.q. overdragen van zorg ook discontinuïteit met zich mee in de zin van wisselende jeugdhulpverleners. Waar niet strikt noodzakelijk, dient dit, zoals ook verwoord in de jeugdwet, vermeden te worden. Vanuit beide continuïteitsperspectieven dringen we bij Kenter aan op een heroverweging van de drie genoemde kortetermijnmaatregelen. Vanuit het cliëntperspectief achten we het van belang dat er continuïteit van jeugdhulp geboden wordt door een organisatie met de juiste expertise, door professionele medewerkers die zich verbonden voelen met de cliënten en met de organisatie. We dringen bij de Jeugdregio’s aan om Kenter te faciliteren in het continueren van de jeugdhulp op een gelijkblijvend volume waar het betreft jeugd & onderwijs, ambulante zorg en 18+ zorg.
We vragen zowel Kenter als de Jeugdregio’s zich uit te spreken met betrekking tot de intentie de genoemde zorg/ het genoemde zorgvolume minimaal gedurende de lopende contractperiode te blijven bieden respectievelijk (financieel) te faciliteren. We adviseren de Jeugdregio’s om voor de periode van één jaar Kenter financieel te faciliteren op basis van een reële begroting. Het in stand houden van de zorgvormen en de volumes wordt opgenomen in de monitoring zodat de werkelijke kosten inzichtelijk worden. In de genoemde periode van één jaar adviseren we om de uitgangspunten die als basis van volumes en financiering (lump sum) zijn aangenomen (2021) te evalueren c.q. te herijken. Deze herijking en vervolgens herwaardering, zal de basis vormen voor continuering en financiering van de drie genoemde zorgvormen.
Pagina 3 van 6
2b
Lange termijn
Zoals wij het herstelplan lezen en interpreteren is er sprake van een voorgenomen transitie in lijn met de hervormingsagenda jeugd, de regiovisie(s) en passend binnen de afspraken met samenwerkingspartners. De veranderopgaven zijn: Inhoudelijk: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Gespecialiseerde gezinsbehandeling thuis (GGT), inclusief geïntensiveerde begeleiding van pleeggezinnen Interne crisisketen; TOP GGZ-keurmerk Trauma; Ombouw naar KWV’s met inzet specialistisch ambulante teams; Verminderen instroom lichte jeugdzorg; Verbetering doelmatigheid en effectiviteit;
De organisatorische veranderopgaven zijn: 7. 8
Implementatie 7-factoren werkmodel; Versterking van de organisatie.
Deze denklijnen passen qua thematiek naar onze visie goed bij het landelijke beeld van de transformatie van jeugdzorg waarbij specialistische zorg steeds meer dicht bij huis wordt geboden, het voorveld daarbij wordt versterkt (vroeg signalering) en meer aandacht komt voor kwaliteitsverbetering bij hoog complexe intensieve zorg, onder andere door groepsverkleining en intensieve behandeling gedurende een korte periode. Het tempo waarin de afbouw van zorgvormen als JZ+ nu plaatsvindt legt veel druk op de ontwikkeling van nieuwe alternatieve zorgvormen. De Jeugdautoriteit vraagt daarom nadrukkelijk dat Kenter samen met de regio het gesprek blijft voeren over de rol van Kenter in het toekomstige zorglandschap. Specialistische jeugdhulp en vooral vanuit een verblijfssetting zal nodig blijven maar kan op termijn wel kleiner van omvang zijn. Kenter laat in haar veranderopgaven zien dat zij onder ander met het aanbod ‘ombouw naar KWV’s’ aansluit bij het aanbieden van alternatieven in lijn met de Hervormingsagenda en regionaal ook in lijn met ‘Een thuis voor Noordje’. We benadrukken dat kostendekkende tarieven bij een kleinschalige zorgsetting in eerste instantie leidt tot hogere tarieven per jeugdige.
In de praktijk blijkt dat lineair afschalen op basis van het aantal plaatsen niet zonder meer mogelijk is, mede omdat aandacht nodig blijft voor het behoud van de expertise, 24 uurs aanwezigheid van zorg en begeleiding nodig blijft en kapitaallasten niet evenredig zullen dalen. Dat wil niet zeggen dat de totale daarmee gemoeide kosten ook zullen stijgen als de verwachte verkorting van de behandelperiode ook daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Waar we bij de voorgestelde kortetermijnmaatregelen het advies geven om de uitgangspunten die de basis voor financiering vormden te herijken, vinden we dit, onder andere op basis van bovenstaande, ook geïndiceerd op het gehele spectrum van zorgvormen die Kenter biedt.
Pagina 4 van 6
3
Optimalisaties in de bedrijfsvoering
Zoals hiervoor vermeld is het inherent aan het werken met een herstelplan dat de toekomstige realisatie daarvan zal afwijken. Daarom is het belangrijk dat Kenter in een goede dialoog met stakeholders niet alleen continu nadenkt over de optimalisatie van de bedrijfsvoering, maar ook over de daarbij behorende risico’s en maatregelen. Gedurende de realisatie van het Herstelplan is ook commitment nodig voor een gezamenlijke voortgangs- en resultaatmonitoring, waarin ook de Jeugdautoriteit participeert. Wij zijn van oordeel dat realisatie van het concept herstelplan van Kenter, met name op de onderdelen verbetering doelmatigheid en effectiviteit, integraal werken en versterking van de organisatie kan leiden tot een structurele verbetering van de bedrijfsvoering van Kenter naar de toekomst en daarmee substantieel bijdraagt aan de continuïteit van de jeugdhulpverlening in de regio. Waar wij al eerder onze visie gaven op veranderingsprocessen in relatie tot management en governance, benadrukken we nog eens dat hierin wel degelijk stappen zijn gezet door Kenter, echter het resultaat niveau is nog onvoldoende. Wij schatten in dat dit plan in opzet haalbaar is, dat de gewenste resultaten haalbaar zijn. We zien, met name vanuit ervaringen uit voorgaande jaren, ook risico’s. Daarom is sturing en monitoring van essentieel belang.
Een greep uit de factoren die naar onze mening van invloed zijn op doorlooptijd, realisatie, kosten en effectiviteit van het plan: • • • • • • • • 4
Doorlooptijd in besluitvorming met stakeholders en medezeggenschap; Personele aangelegenheden (bijvoorbeeld: ongewenste eerdere of latere uitstroom, ziekteverzuim en CAO-ontwikkelingen); Toename kosten (inflatie) Haalbaarheid productieverhogingen zorgpersoneel onder gelijktijdige afbouw van personeel niet in loondienst; Verandervermogen van medewerkers; Beschikbaarheid van vervangende zorgcapaciteit voor door Kenter eventueel af te stoten productie; Wijzigende feiten en omstandigheden in de vraag naar jeugdhulp; Beschikbaarheid van geschikte samenwerkingspartners. Gevraagde ondersteuning van de jeugdregio’s
Alvorens in te gaan op de financiële bijdrage die Kenter aan de Jeugdregio’s voorstelt, attenderen we op het feit dat de indexering zoals die is overeengekomen en met name gebaseerd is op de OVA-component, wellicht niet dekkend is voor de brede kostenstijging (inflatie) waar we de afgelopen jaren mee geconfronteerd zijn. Zowel zorgaanbieders als gemeenten zijn zeker niet volledig gecompenseerd op de hogere kosten en hogere claims die gemaakt c.q. gelegd worden. Wij doen de aanbeveling om vanuit een meer ‘kostentoename dekkend’ perspectief de indexering over 2024 te heroverwegen, hierna te bezien wat de hoogte van de gevraagde financiële bijdrage voor de verschillende jeugdregio’s zou kunnen zijn voor Kenter. Een dergelijke exercitie zou voor alle jeugdregio’s gelden waar Kenter aantoont dat de kosten niet in lijn zijn met de opbrengsten. Bij de gevraagde financiële ondersteuning wordt uitgegaan van een negatief rendement als resultaat, afgezet tegen een gewenst rendement van 3% ten einde op afzienbare termijn een gezond weerstandsvermogen te kunnen vormen. We adviseren te overwegen om met een lager rendement (1,5% -2% is de lijn in de sector, wat is de afgesproken lijn in de jeugdregio’s?) en wellicht een eenmalige bijdrage in 2024 òf in 2025 te komen tot het verhogen van het weerstandsvermogen.
Vanuit casuïstiek uit andere jeugdregio’s is ons gebleken dat een eenmalige bijdrage vanuit het oogmerk van zorgcontinuïteit vanuit gemeenten geen uitzondering is. Wij kunnen ons daarbij goed voorstellen dat de jeugdregio daarbij de eis stelt dat aangetoond moet kunnen worden Pagina 5 van 6
(met inachtneming van normale bedrijfsvoering risico’s) dat zowel eenmalige als structurele bijdrage(n) ook leidt of leiden tot een structurele oplossing. Ook willen wij nog opmerken dat ons vanuit de opinie van de landsadvocaat is gebleken dat een eenmalige bijdrage in het kader van zorgcontinuïteit, waarbij geen marktverstoring op Europese schaal plaatsvindt en de maatregelen ten behoeve van jeugdhulp op lokaal niveau wordt getroffen, dit geen risico van onrechtmatige staatssteun oplevert. Eindconclusies De Jeugdautoriteit stelt vast dat met het voorliggende herstelplan Kenter vanuit haar perspectief voorstellen heeft gedaan die zowel gericht zijn op zorg continuïteit als een gezond perspectief op een sluitende bedrijfsvoering. Kenter heeft dit vormgegeven in onder andere de beschrijving van een aantal (keuze-) scenario’s. Vanuit de Jeugdautoriteit hechten we aan continuïteit van zorg in het gehele zorglandschap bij de betrokken regio’s. Continuïteit van aanbod, ook continuïteit in de personele bezetting (één begeleider zo lang mogelijk betrokken bij een cliënt) is een belangrijke -kwalitatieve- waarde binnen de zorgverlening. Wij dringen aan op behoud van continuïteit vanuit cliënt en vanuit organisatieperspectief.
Daar waar andere keuzes gemaakt worden of gemaakt moeten worden, dringen wij aan om dit duurzame keuzes te laten zijn met zo veel mogelijk behoud van continuïteit van zorg voor de cliënt. Als volgende stap is overeenstemming noodzakelijk over het productaanbod en de positionering van Kenter en de wijze waarop dit dient te worden gefinancierd (scenariokeuze). Op grond van deze overeenstemming is het meest toepasbare scenario zoals Kenter die ook meerjarig heeft doorgerekend van toepassing en is inzichtelijk of er sprake is van borging van continuïteit als wel ontstaat er perspectief op duurzaam herstel. We stellen herijking voor op: • Aangenomen uitgangspunten (2021) die de basis vormen voor de huidige financiering (lump sum). • De toegepaste indexering/indexeringsvorm (in het licht van de buitenproportionele inflatie vanaf 2021) We vragen specificatie op: • Genoemde scenario’s de achterliggende (financiële) berekeningen • (Na vaststelling scenario) een uitwerking van de risico’s in de vorm van kostenraming en mitigerende maatregelen Monitoring: Vanuit de Jeugdautoriteit deden wij al eerder het voorstel om de monitoring van actiepunten en de effecten hiervan vooruitlopend op vaststelling en executie van het herstelplan al snel op te starten.
Gebleken is dat de voorbereidingen op de te treffen maatregelen vanuit het voorgenomen herstelplan voor onrust zorgen bij sommige stakeholders. Door elkaar feitelijk te informeren en ook feitelijk naar de stakeholders te communiceren wordt de onrust vermeden c.q. in de kiem gesmoord. Wij stellen voor om de projectleider opdracht te geven deze driewekelijkse monitoring, rapportage en passende governance in samenwerking met de Jeugdautoriteit op te zetten om dit monitorproces in gang te zetten. Urgentie: We stellen vast dat we vanuit de zorg rondom de continuïteit van de jeugdhulp, de herstel- en verbetermaatregelen die Kenter in dit kader voorstaat, de besluitvorming rondom het herstelplan en hieruit voorvloeiende (gemeentelijke) besluitvormingsprocessen, tijd te kort hebben. We dringen dan ook aan op het vermijden van uitstel van besluitvorming in het actuele proces. Wim Oosterboer, Senior-adviseur Casuïstiek. Pagina 6 van 6