CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Startnotitie Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030

Gemeenteraad 14 oktober 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Uitgangspuntennotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026-20303.670 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie

Onderwerp

Start opstellen volkshuisvestingsprogramma (VHP) Zandvoort 2026 tot en met 2030

Start uitvoering

December 2024

Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 Werk maken van goed wonen 1. Inleiding Aanleiding De woonvisie 'Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019-2025' loopt tot en met 31 december 2025. Op dit moment zijn gemeenten nog verplicht om elke vijf jaar een nieuwe woonvisie vast te stellen op basis van de Woningwet. Dit verandert met het wetsvoorstel ‘Versterking regie volkshuisvesting’ die waarschijnlijk najaar 2025 door de Tweede Kamer wordt vastgesteld. Wanneer deze wet in werking treedt (op z’n vroegst 1 januari 2026) wordt volkshuisvesting één van de doelen onder de Omgevingswet. Het volkshuisvestingsprogramma is dan een verplicht programma dat onder de 'Omgevingsvisie Zandvoort 2040 365 dagen aantrekkelijk' komt te vallen. Het volkshuisvestingsprogramma vervangt daarmee de woonvisie onder de Woningwet. Met het aflopen van de looptijd van het huidige woonvisie 'Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019-2025' en de komst van de nieuwe wet 'Versterking regie volkshuisvesting' is het voornemen om een document op te stellen dat alvast voldoet aan de vereisten en kaders van deze nieuwe wet, maar nog wel volgens de nu geldende wetgeving wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Dit betekent onder andere dat de verplichte onderwerpen zullen worden opgenomen.

In deze startnotitie worden de kaders voor het volkshuisvestingsprogramma vastgelegd en wordt inzicht gegeven in de inhoudelijke thematiek, planning en voorgenomen participatie.

2. Resultaat Het streven is om een volkshuisvestingsprogramma op te leveren dat een helder overzicht geeft van de beleidsdoelstellingen, maar vooral ook van de activiteiten, maatregelen en producten die nodig zijn om deze beleidsdoelstellingen voor de komende vijf jaar te behalen (2026 tot en met 2030), met een doorkijk naar 2035 voor wat betreft de ontwikkeling van de woningvoorraad. Het programma wordt ingeleid met een visie op de huidige en toekomstige woningmarkt. Hieruit volgen de afwegingen die leiden tot het programma zelf. Het programma eindigt met een uitvoeringsagenda.

3. Thema’s Het volkshuisvestingsprogramma staat niet op zichzelf, maar bouwt voort op de huidige woonvisie en de Omgevingsvisie. De grote thema's binnen de volkshuisvestelijke opgaven zijn nog steeds relevant en actueel. In het volkshuisvestingsprogramma komen daarom de vertrouwde hoofdthema's terug, met daaronder de beleidsonderwerpen die daarbinnen vallen. Per hoofdthema komen daar naar verwachting nieuwe onderwerpen bij, of kan de prioritering verschuiven. Daarnaast leidt een nieuwe

1/11

analyse op deze thema’s ongetwijfeld door veranderende politieke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen tot nieuwe doelstellingen en beoogde resultaten. De verwachting is dat vanuit de Omgevingswet er ook onderwerpen zijn waar vooral de koppeling met aanverwante beleidsterreinen (stedelijke ontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit etc.) van andere afdelingen goed moet worden geborgd, maar die niet inhoudelijk primair in het volkshuisvestingsprogramma zullen landen. Om de integraliteit met andere beleidsterreinen te bewaren worden essentiële raakvlakken benoemd en afgestemd met de ambtelijke afdeling in kwestie. Zo is onderzoek gedaan naar mogelijke locaties binnen de gemeente voor het toevoegen van extra woningen voor de periode na 2030. Het resultaat hiervan leidde tot de 'Kansenkaart woningbouwlocaties'. Het volkshuisvestingsprogramma zal werken binnen of raken aan dit soort visie- en beleidsstukken. De thema’s die hieronder worden genoemd, zijn de hoofdthema’s met daaronder een aantal voorbeelden van onderwerpen die daar onder vallen. Dit is geen compleet overzicht.

Naast de thema's die in de huidige woonvisie (het Uitvoeringsprogramma Wonen) aan bod komen en thema’s die vanuit de 'Wet versterking regie volkshuisvesting' en de Omgevingswet worden toegevoegd, kunnen er mogelijk vanuit het participatieproces en de inbreng vanuit de gemeenteraad nog extra thema’s worden toegevoegd. 1. Beschikbaarheid en betaalbaarheid In dit hoofdstuk komen diverse onderwerpen aan bod waaronder de plancapaciteit voor de nieuwbouw, bouwambitie voor de doelgroepen, de prijsklassen, behoud en geschiktheid van de bestaande woningvoorraad en de gewenste ontwikkelingen. Op basis van de woningbehoefteramingen, de bestaande plancapaciteit en de (on)mogelijkheden binnen de bestaande woningvoorraad1, zal onder het thema beschikbaarheid de inzet voor het toevoegen van woonruimte voor de korte, middellange en lange termijn worden bepaald, waarbij aandacht wordt besteed aan het beter in balans brengen van de Zandvoortse wijken. Hiermee raakt het volkshuisvestingsprogramma aan de nog te starten implementatie van de 'Kansenkaart woningbouwlocaties' voor woningbouw na 2030. Ook evalueren we de ‘Actualisatie Spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment’ en besluiten we of deze spelregels nog voldoen of een update behoeven.

Via deze spelregels sturen we, onder andere, bij nieuwe initiatieven en projecten op een verdeling van 30% sociaal, 35% betaalbaar, 15% middelduur en 20% vrij. 2. Aandachtsgroepen In dit hoofdstuk komen alle doelgroepen aan bod waar apart beleid op wordt gemaakt, waaronder starters, senioren, uitstroom uit Maatschappelijke Opvang (MO) en Beschermd Wonen (BW), woonwagenbewoners, arbeidsmigranten etc. Inhoudelijk heeft dit hoofdstuk een duidelijke overlap met het 'Woonzorgprogramma Zandvoort – Samen Thuis' (besluitvorming naar verwachting in Q1 2025). In het volkshuisvestingsprogramma wordt voor dit thema aangesloten bij de koers die wordt uitgezet in het 'Woonzorgprogramma Zandvoort – Samen Thuis'.

1

Hieronder vallen: optoppen, inbouwen, doorstroom, woningverdeling, leegstand en woning delen.

2/11

3. Duurzaamheid In dit hoofdstuk komen de thema’s aan bod die gaan over een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. Daarbij wordt in elk geval aandacht geschonken aan thema’s als energietransitie van de bestaande voorraad (isolatie, opwek, aardgasvrij) en het thema toekomstbestendige bouw (energie, circulariteit (houtbouw), klimaatadaptatie, natuur inclusieve woning en woonomgeving en gezondheid). 4. Leefbare wijken In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan thema’s als wijken en complexen die extra aandacht nodig hebben en de kwaliteit van de woningen, zowel vanuit fysieke als sociale factoren. Het gaat om de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, toegankelijkheid, veiligheid, voorzieningen en het prettig samenwonen, de inclusieve wijk en de aanpak van woonfraude. De toename van huisvesting van aandachtsgroepen in de wijk vraagt iets extra’s van de toegankelijkheid, inclusiviteit en toekomstbestendigheid van de openbare ruimte, woningen en complexen. Verder besteden we aandacht aan de instrumenten die we hierbij kunnen benutten vanuit bijvoorbeeld de huisvestingsverordening of de Wet goed verhuurderschap. 5. Samenwerking In dit hoofdstuk wordt de samenwerking binnen de regio, met de Metropoolregio Amsterdam (MRA), met de provincie Noord-Holland, met stakeholders en met inwoners toegelicht. Zo hebben we de Woondeal MRA medeondertekend en voeren we de afspraken uit.

We werken binnen ZuidKennemerland samen aan de hand van de Zuid-Kennemer Agenda. Binnen het beleidsterrein wonen werken we samen met de regiogemeenten Zuid-Kennemerland/IJmond, de provincie Noord-Holland en de regionale woningcorporaties aan de uitvoering van het regionaal Woonakkoord ZuidKennemerland/IJmond. Deze samenwerkingsverbanden hebben invloed en dragen bij aan diverse doelen uit het volkshuisvestingsprogramma, waarbij we genoemde partijen nodig hebben. Daarnaast worden na vaststelling van het volkshuisvestingsprogramma nieuwe prestatieafspraken met de corporaties en huurdersvertegenwoordigingen gesloten.

Figuur 1: Thema’s volkshuisvestingsprogramma

3/11

4. Proces en planning Onderstaand is de planning en een beschrijving van processtappen verwoord. De planning is om begin 2026 het volkshuisvestingsprogramma gereed te hebben. De participatie wordt in de volgende paragraaf toegelicht. Er is een aantal momenten waarop de gemeenteraad wordt betrokken. Ten eerste via deze startnotitie, die ter informatie aan de raad wordt aangeboden. Vervolgens zal de gemeenteraad om richting gevraagd worden aan de hand van een uitgangspuntennotitie. Daarin vragen we de raad om op verschillende dilemma's rondom wonen (inclusief duiding) met de voorgestelde richting in te stemmen. De uitkomsten daarvan worden meegenomen in het concept volkshuisvestingsprogramma. Ten derde wordt de raad tijdens de inspraakperiode geïnformeerd over het concept volkshuisvestingsprogramma. De raad stelt tot slot het definitief volkshuisvestingsprogramma vast. De hele planning is opgenomen in Bijlage 2: Toelichting op procesplanning Volkshuisvestingsprogramma.

5. Participatie Participatie heeft een prominente plek gekregen in de Omgevingswet, en zal dan ook een belangrijk onderdeel zijn bij het komen tot het volkshuisvestingsprogramma. Als leidraad wordt hier de ‘Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Zandvoort 2024’ gehanteerd. Naast het verwerven van draagvlak is het doel van de participatie om een helder beeld te krijgen welke behoeftes, knelpunten, dilemma's, kansen en uitdagingen stakeholders en inwoners waarnemen ten aanzien van wonen. Hiervoor is het belangrijk om het gesprek te voeren met het dorp. De wooncrisis is nog altijd onderdeel van onze dagelijkse realiteit, waardoor gesprekken met partners en bewoners in het dorp van grote waarde zijn bij het opstellen van dit programma. Partners en (woningzoekende) inwoners zijn immers direct belanghebbenden bij het thema wonen. Gezien het doel van participatie is bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma het niveau ‘meedenken’ van toepassing. Hiertoe worden verschillende middelen ingezet. Stakeholders Naast het intern betrekken van collega's worden er in maart en april 2025 stakeholderssessies georganiseerd waarbij alle relevante stakeholders worden geïnformeerd over het volkshuisvestingsprogramma en het traject, en waarbij we met hen per beroepsgroep op een verdiepende manier in gesprek gaan.

Stakeholders zijn onder andere: ontwikkelaars, makelaars, woningcorporaties, huurdersorganisaties, de provincie Noord-Holland en regiopartners (o.a. MRA en de regio Zuid-Kennemerland/IJmond). Inwoners Naast stakeholders krijgen inwoners de gelegenheid om mee te denken. Als participatiemiddel wordt het digitale Inwonerspanel Zandvoort, bestaande uit ruim 1.500 Zandvoorters, ingezet. Dit gebeurt in maart en april 2025. Aan hen wordt gevraagd een digitale enquête in te vullen. In deze enquête leggen we de inwoners zeven dilemma’s rondom het thema wonen voor, alsook twee open vragen. Met behulp van de teams communicatie en Data, Informatie en Analyse (DIA) wordt gewerkt aan een doeltreffend en toegankelijk programma. In aanvulling hierop wordt gebruik gemaakt van

4/11

beschikbare data die jaarlijks wordt opgehaald via de Inwonerspeiling Zandvoort en tweejaarlijks via het WiMRA-onderzoek (in dit geval WiMRA 2023). De uitkomst van de inwonersparticipatie wordt meegewogen bij het beslechten van de verschillende dilemma's en het formuleren van de uitganspunten in de notitie. De resultaten van de inwonersparticipatie worden verwerkt in een participatieverslag dat in mei of juni teruggekoppeld wordt aan de deelnemers via de gebruikelijke communicatiekanalen. Inspraak Als het volkshuisvestingsprogramma in concept gereed is, start de inspraakperiode, die naar alle waarschijnlijkheid zal lopen van begin oktober tot half november. In de Nota van Antwoord bij vaststelling van het volkshuisvestingsprogramma wordt kenbaar gemaakt wat er met de inspraak is gedaan.

6. Budget Voor het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma en voorgestelde participatie is circa 15.000 euro gereserveerd.

5/11

Bijlage 1: Wettelijk kader Wet versterking Regie op de Volkshuisvesting en Omgevingswet

Figuur 2: Wet versterking regie op de volkshuisvesting (op basis van samenvatting Wvrv van Aedes)

De Wet versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv) heeft als doel het juridisch instrumentarium van gemeenten, provincies en het Rijk te versterken, omdat de actuele opgave groot is en er gecoördineerde en sturende inspanning van alle overheden nodig is. Het voorstel bevat wijzigingen in verschillende wetten, zoals de Omgevingswet, Woningwet, Huisvestingswet 2014 en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Deze wijzigingen zullen middels lagere regelgeving worden uitgevoerd. Er zijn drie maatschappelijke opgaven waar het wetsvoorstel zich op richt: (1) regie op aantallen woningen en locaties, (2) regie op betaalbare woningen en evenredige verdelingen van de woningen en (3) verstevigen van de lokale prestatieafspraken. (1) Regie op aantallen woningen en locaties In het wetsvoorstel wordt volkshuisvesting toegevoegd aan de doelen van de Omgevingswet. In de omgevingsvisie wordt het woonbeleid op hoofdlijnen uitgezet. In samenhang daarmee wordt in het wetsvoorstel een verplicht volkshuisvestingprogramma voorgeschreven. Hierin concretiseren Rijk, provincie en gemeenten hun woonbeleid met een aantal verplichte volkshuisvestelijke onderdelen. De realisatie van voldoende aantallen betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen is daarbij een expliciet verplicht onderdeel.

6/11

Het volkshuisvestingprogramma is getrapt opgebouwd; het gemeentelijke volkshuisvestingprogramma sluit aan op het provinciale volkshuisvestingprogramma en deze sluit aan op het volkshuisvestingprogramma van het Rijk. Hiermee wordt beoogd duidelijkheid over de te realiseren opgave te scheppen, ook richting corporaties en marktpartijen. Met de toevoeging van volkshuisvesting als doel aan de omgevingswet komt het volledige instrumentarium uit de Omgevingswet ter beschikking aan Rijk en provincies om invulling te geven aan dit doel. Denk hierbij aan instructieregels en -besluiten waarmee Rijk en provincies kunnen ingrijpen in het omgevingsplan van gemeenten en deze in lijn kunnen brengen met de volkshuisvestingprogramma’s van Rijk en overheden. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel een goede balans te creëren tussen het belang van de bezwaarmaker (zoals een omwonende), en het belang van de woningzoekende bij woningbouwprocedures. Daarbij kunnen categorieën projecten worden aangewezen waarvan versnelde uitvoering gewenst is vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen. Dit gaat o.a. over het in beroep gaan bij één instantie, uitspraak van de bestuursrechter in zes maanden en het voorschrijven van versnelde behandeling van het beroep.

(2) Regie op betaalbare woningen en evenredige verdelingen van de woningen Er moet een meer evenwichtige verdeling komen in de woningvoorraad, zodat de woningen voor de juiste doelgroepen zijn en op de juiste manier gebruikt worden. Beoogd wordt om tot een evenwichtige verdeling in de woningvoorraad te komen met als doel de bouw van twee derde betaalbare woningen. Om dit op lange termijn te borgen komt er een nieuwe definitie voor sociale huur. Deze definitie geeft gemeenten een instrument in handen om gericht in de nieuwbouw te sturen op 30% sociale huur. Landelijk, provinciaal en in de regio komt er een verplichting om twee derde van de nieuwbouwopgave te laten bestaan uit betaalbare woningen (betaalbare koop, middenhuur, sociale huur). Daarnaast moeten gemeenten verplicht 40% van hun nieuwbouwopgave voor middeninkomens realiseren. Gemeenten die een lager aandeel sociale huur dan het landelijke gemiddelde hebben, zijn verplicht van hun totale nieuwbouwopgave 30% uit sociale huur te laten bestaan. Hierbij wordt een bepaling opgenomen dat in gemeenten met meer dan 30% sociale huur in de bestaande voorraad, ze minder sociale huur hoeven te bouwen waardoor ze juist meer bouwen in het middensegment. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel meer kansengelijkheid te creëren in de huisvesting van urgente aandachtsgroepen. De vormgeving van urgente categorieën wordt landelijk bepaald.

Gemeenten worden verplicht een urgentieregeling als onderdeel van de huisvestingsverordening op te nemen. Hierin worden een aantal verplichte urgente categorieën opgenomen, ongeacht de mate van schaarste. Gemeenten krijgen de verplichting afspraken te maken met gemeenten in de regio over de verdeling van urgente groepen. (3) Verstevigen van lokale prestatieafspraken Corporaties worden geacht naar redelijkheid bij te dragen aan het nieuwe gemeentelijke volkshuisvestingprogramma. Meer regie zal plaatsvinden door voor meer wederkerigheid te zorgen tussen gemeenten, corporaties en huurderorganisaties. Het mandaat van de bestaande

7/11

Adviescommissie geschilbeslechting prestatieafspraken Woningwet wordt verbreed. Waar eerst enkel de gemeente zich kon wenden tot de adviescommissie kunnen straks ook corporaties en huurdersorganisaties zich wenden tot de adviescommissie die oordeelt over het geschil in het maken en uitvoeren van de lokale prestatieafspraken. De adviescommissie kan oordelen over de rol van elke partij in het geschil. Tevens wordt in het wetsvoorstel het werkgebied van corporaties aangepast van de grenzen van de woningmarktregio naar de grenzen van de provincie waarin de corporatie haar hoofdzetel heeft. Op deze manier kunnen corporaties die daarvoor middelen hebben, bijdragen aan de provinciale opgave. Omgevingswet De Omgevingswet biedt een instrumenteel kader voor de fysieke leefomgeving, waarbij het Rijk sturend op kan treden en regie kan voeren. De nationale omgevingsvisie legt de hoofdlijnen van het te voeren beleid vast en bij een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) stelt het Rijk regels over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het Rijk en provincies beschikken over het instrumentarium van instructieregels, waarmee gericht over de inhoud van een omgevingsplan een instructie gegeven kan worden. De provincie heeft bovendien de taak een coördinerende rol op regionaal niveau te vervullen.

Het wetsvoorstel 'Versterking regie volkshuisvesting' stelt dat de Omgevingswet daarom een geschikt kader biedt voor de verhouding tussen Rijk, provincie en gemeenten, dat ook voor het terrein van de volkshuisvesting bruikbaar is. Volkshuisvesting wordt daarom toegevoegd als een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Het ''bevorderen van een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad'' wordt daarnaast als taak toegevoegd aan de Wet. Het opstellen van een woonvisie was een verplichting voor gemeenten op grond van de Woningwet. Deze zal vervangen worden door de plicht om op grond van de Omgevingswet de omgevingsvisie vast te stellen en het hierin opgenomen beleid gericht op de volkshuisvesting verder uit te werken in een verplicht volkshuisvestingsprogramma. • Omgevingsvisie Met het toevoegen van "bevordering van voldoende woongelegenheid" als maatschappelijke doel omvatten de bepalingen van de omgevingsvisie inherent de taak dat de omgevingsvisie ook over de ontwikkeling en beheer van de woningvoorraad en de bevordering van voldoende woongelegenheid gaat. De omgevingsvisie bevat het beleid op hoofdlijnen. • Volkshuisvestingprogramma Er wordt een verplichting toegevoegd aan de Omgevingswet voor gemeenten, provincies en het rijk om een volkshuisvestingprogramma vast te stellen.

Het doel van het volkshuisvestingprogramma is de verdere uitwerking van de visie op het woonbeleid en om concrete maatregelen te bevatten om tot realisering van het beleid te komen. Er wordt een onderzoek- en monitoringsplicht toegevoegd aan dit woonprogramma. Op basis van de Omgevingswet dienen gemeenten dit volkshuisvestingprogramma in regionaal verband met andere gemeenten af te stemmen en ook met de provincie. De verplichting tot het opstellen van een volkshuisvestingprogramma gaat naar verwachting in op 1 januari 2026. Tot die tijd behouden de huidige beleidsstukken hun werking. Het volkshuisvestingprogramma geeft een beschrijving van het beleid voor in ieder geval de eerstkomende vijf jaar. Hierin wordt aandacht besteed aan de gevolgen van bevolkingsprognoses

8/11

voor woonbehoefte en daarmee samenhangende opgave voor woningbouw en passende huisvesting. Beoogd wordt dat de provinciale woondeals onderdeel gaan uitmaken van het woonprogramma van de provincies en het Rijk. Het volkshuisvestingprogramma vormt de basis voor de te maken lokale prestatieafspraken. Impact op besluitvormingsprocedure De hierboven beschreven wijzigingen worden formeel pas van kracht wanneer de Wet versterking regie volkshuisvesting is vastgesteld en de ingangsdatum ook formeel bekend is gemaakt (verwachting is 1 januari 2026). Gezien de looptijd van de huidige woonvisie Zandvoort (loopt af eind 2025) is dit het juiste moment om te starten met het opstellen van een volkshuisvestingsprogramma. Er wordt daarbij zoveel mogelijk voorgesorteerd op deze nieuwe wetgeving. Omdat deze formeel nog niet is ingegaan, wordt de besluitvormingsroute van een traditionele woonvisie gevolgd en ligt daarmee besluitvorming bij de raad. Volgens de Omgevingswet zal een volkshuisvestingsprogramma straks als een collegebesluit in routing kunnen worden gebracht. De verwachting is dat er een overgangstermijn zal worden vastgesteld, waarmee ook traditionele woonvisies met een looptijd voorbij vaststelling van deze Wet nog een periode van kracht zullen blijven, als zijnde een volkshuisvestingsprogramma onder de Omgevingswet.

Gezien de gevolgde besluitvormingsprocedure zal dit dan ook gelden voor dit volkshuisvestingsprogramma, al is dit inhoudelijk al in lijn met de nieuwe wetgeving. Mocht uiteindelijk blijken dat hiermee de geldigheid van dit volkshuisvestingsprogramma niet voor de volledige looptijd juridisch passend is gedekt, dan wordt op dat moment bekeken of aanvullende besluitvorming nodig is.

9/11

Bijlage 2: Toelichting op procesplanning Volkshuisvestingsprogramma Figuur 3: Planning totstandkoming Volkshuisvestingsprogramma 2024 nov

2025

dec jan feb

mrt

apr

mei

jun

jul aug

2026 sep

okt

nov

dec

jan

feb

1 Aftrap

2 3 4 5 6

7 8 9 10 11

Eerste input intern Analyse en deskresearch Input intern, stakeholders en inwoners Vaststellen startnotitie Schrijven uitgangspuntennotitie Input commissie en vaststellen uitgangspuntennotitie Opstellen volkshuisvestingsprogramma Concept toetsen + concept gereed Vaststellen concept in college B&W Inspraak en Nota van Antwoord Laatste aanpassingen VHP en definitief concept gereed

12

Volkshuisvestingsprogramma in college

13

Besluitvorming in commissie en raad Reserve

14

10/11

Figuur 4: Toelichting op procesplanning Volkshuisvestingsprogramma Nummer

fase

omschrijving

resultaat

planning

1

Aftrap

Stakeholders analyse + betrokkenen geïnformeerd + formulier communicatie ingevuld.

November 2024

2

Eerste input intern

Kenbaar maken start proces nieuw volkshuisvestingsprogramma (VHP) en uitvoeringsagenda. Aankondigen start VHP (intern en extern) en input ophalen bij de interne teams

December t/m januari 2024

3

Analyse en deskresearch

Analyseren huidige woonvisie, uitvoeringsprogramma, coalitieakkoord en recente onderzoeken en actualiteit.

Overzicht van relevante ontwikkelingen en belangen van andere teams die raakvlak hebben met VHP. Zorgvuldig afstemmen met/verwijzen naar relevant aanpalend beleid. Inzicht in stand van zaken uitvoering, bruikbaarheid huidige visie + uitvoeringsagenda, recente benodigde onderzoeken en actualiteit.

4

Informeren en input ophalen bij andere afdelingen, stakeholders en inwoners. Startnotitie door het college vastgesteld.

6

Schrijven uitgangspuntennotitie

7

Input commissie en vaststellen uitgangspuntennotitie

Werken aan het opstellen van de uitgangspuntennotitie. Via een uitgangspuntennotitie vragen we de raad om in te stemmen met de gekozen richting op verschillende dilemma’s binnen de volkshuisvesting.

8

Opstellen volkshuisvestingsprogramma

Gesprekken met andere afdelingen en stakeholders hebben plaatsgevonden en de enquête bij inwoners is uitgezet. Vastgestelde startnotitie met planning, proces, budget en evaluatie woonvisie. Uitgangspuntennotitie is verrijkt met de resultaten van de participatie. Een richtpunt per dilemma om naar toe te werken bij de uitwerking van het volkshuisvestingsprogramma. De resultaten van de inwonersparticipatie worden verwerkt in een participatieverslag dat in mei of juni teruggekoppeld wordt aan de deelnemers. De (concept)rapportage van de participatie wordt bijlage bij de notitie. Het concept volkshuisvestingsprogramma is gereed, inclusief input interne teams, stakeholders, inwoners en raadsleden.

Maart t/m april 2025

5

Input intern, stakeholders en inwoners Vaststellen startnotitie

9

Concept toetsen + concept gereed

Augustus 2025

10

Vaststellen concept in college B&W

11

Inspraak en Nota van Antwoord

De uitgeschreven ambitie is getoetst op o.a. haalbaarheid en wenselijkheid. Concept volkshuisvestingsprogramma gereed inclusief redactie (schrijfstijl) en lay-out. Concept vaststellen door college en vrijgeven voor inspraak. Ter informatie naar raadscommissie. Officiële inspraak zes weken, stakeholders en aangemelde bewoners krijgen concept toegestuurd.

12

Laatste aanpassingen VHP en definitief concept gereed Volkshuisvestingsprogramma in college

Definitief concept VHP gereed inclusief laatste redactie (schrijfstijl) en lay-out. VHP is gereed voor agendering. Volkshuisvestingsprogramma ter vaststelling naar raadscommissie en raad.

November 2025

Een vastgesteld volkshuisvestingsprogramma met uitvoeringsagenda. Rapportage van de participatie als bijlage.

Januari 2026 (februari als reserve)

13 14

Besluitvorming in commissie en raad

Opstellen van het volkshuisvestingsprogramma met uitvoeringsagenda: teksten schrijven en verwerken van input uit commissie en participatietraject in het volkshuisvestingsprogramma. Concept toetsen bij bestuur en stakeholders (via digitaal delen van het concept). Bureau aanhaken t.b.v. lay-out. Beeldmateriaal toevoegen. Vaststellen concept VHP en vrijgeven voor inspraak (eerste college na zomervakantie). Officiële inspraakperiode (1 oktober – 12 november), gericht concept verspreiden + Nota van Antwoord (t/m 30 november). Eventuele bespreking bij commissie. Verwerken van input uit inspraakperiode en eventueel uit commissie. Opstellen raadsvoorstel. College stelt volkshuisvestingsprogramma met uitvoeringsagenda vast aan de raad. De gemeenteraad stelt volkshuisvestingsprogramma met uitvoeringsagenda vast

11/11

December 2024 t/m februari 2025

April 2025 April 2025 Mei t/m juni 2025

April t/m augustus 2025

September 2025 Oktober t/m november 2025

December 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16010345/1