CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Ontwerpbegroting 2025 Omgevingsdienst IJmond

Gemeenteraad 16 juli 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Zienswijze eerste begrotingswijziging 2024 en ontwerpbegroting 2025 GR Omgevingsdienst IJmond13.884 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbegroting 2025 Omgevingsdienst IJmond

Inhoud 1

Inleiding ...................................................................................................................... 1

2

Ontwikkelingen en financiële uitgangspunten ............................................................. 4 2.1 De opgaven waar de deelnemers van ODIJmond voor staan .......................................... 5 2.2 Plan van aanpak Interbestuurlijk Programma-VTH ....................................................... 6 2.1 Financiële uitgangspunten uit de ODIJmond Kadernota 2025 ......................................... 7 2.2 Begrotingswijziging 2024 .......................................................................................... 8

3

Hoofddoelstelling......................................................................................................... 9 3.1 Achtergrond .......................................................................................................... 10 3.2 Maatschappelijke meerwaarde ................................................................................. 10 3.3 Ondersteunen bij beleidsontwikkeling ....................................................................... 10 3.4 Breed takenpakket ................................................................................................. 10

4

Financieel kader ........................................................................................................ 11 4.1 Wijze van financiering ............................................................................................ 12 4.1.1 Gedifferentieerde tarieven ............................................................................. 14 4.1.2 Wijze van kostennormering ........................................................................... 14 4.1.3 Financieel beleid .......................................................................................... 14

5

Verplichte paragrafen ................................................................................................ 16 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................. 17 5.2 Financiële kengetallen ............................................................................................ 22 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen................................................................................... 23 5.4 Treasury/financiering ............................................................................................. 23 5.5 Bedrijfsvoering en personeel ................................................................................... 25 5.6 Verbonden partijen ................................................................................................ 25 5.7 Wet open overheid (Woo) ....................................................................................... 26

6

Financiële begroting (inclusief overhead) ................................................................. 28 6.1 Overzicht baten en lasten ....................................................................................... 29 6.1.1 Baten (incl. overhead) .................................................................................. 29 6.1.2 Lasten (incl. overhead) ................................................................................. 30 6.2 Totalen ................................................................................................................. 31 6.3 Incidentele baten en lasten ..................................................................................... 31 6.4 Specificatie naar taakvelden .................................................................................... 31

7

Toelichting op de baten en lasten .............................................................................. 32 7.1 Algemene toelichting op baten en lasten ................................................................... 33 7.1.1 Regio IJmond .............................................................................................. 33 7.1.2 Regio Kennemerland .................................................................................... 33 7.1.3 Regio Zaanstreek-Waterland ......................................................................... 34 7.2 Toelichting op de lasten .......................................................................................... 34 7.2.1 Personele lasten........................................................................................... 34

7.2.2 Overhead .................................................................................................... 34 7.2.3 Overige (materiële)kosten ............................................................................. 36 7.2.4 Kapitaallasten en afschrijvingslasten .............................................................. 36 7.2.5 Externe projectlasten.................................................................................... 37 7.3 Bestemmingsreserves ............................................................................................ 37 7.4 Overige kosten ...................................................................................................... 37 8

Financiële positie ....................................................................................................... 38 8.1 Geprognotiseerde balans ........................................................................................ 39 8.1.1 Investeringen .............................................................................................. 39 8.1.2 Reserves ..................................................................................................... 40 8.2 EMU-saldo ............................................................................................................ 41

9

Risico’s en onzekerheden .......................................................................................... 42 9.1 Omgevingswet ...................................................................................................... 43 9.2 Interbestuurlijk Programma VHT (IBP-VTH) .............................................................. 44 9.3 Afhankelijkheid van incidentele middelen .................................................................. 44 9.4 Personele lasten .................................................................................................... 44 9.5 Invloed op overige bedrijfslasten ............................................................................. 45

10 Meerjaren raming ...................................................................................................... 46 11 Dienstverlenings-overeenkomsten, (subsidie)projecten en overige bijdragen ......... 51

1 Ontwerpbegroting 2025

Inleiding

1/59

Proces Ontwerpbegroting 2025 van Omgevingsdienst IJmond −

De Ontwerpbegroting 2025 wordt in april 2024 aangeboden aan de raden van onze gemeenten en de Provinciale Staten. Hiermee stellen wij hen in de gelegenheid zienswijzen in te dienen.

−

Half juli 2024 stelt het algemeen bestuur (AB) de eerste begroting 2025 vast, zodat wij deze voor 1 augustus 2024 aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) kunnen toezenden.

Kadernota 2025 In de vergadering d.d. 8 februari 2023 van het Dagelijks Bestuur is de Kadernota 2025 vastgesteld. In deze Kadernota geeft het Dagelijks Bestuur het signaal af dat de organisatie te sterk steunt op incidentele middelen. Daarbij moet de aansluiting tussen de opdracht en beschikbare middelen de komende jaren beter. Deze signalen komen onder andere naar voren vanuit een in 2023 uitgevoerde externe visitatie en het landelijke interbestuurlijk programma VTH, waar omgevingsdiensten getoetst worden op robuustheid. De signalen waren aanleiding voor verder extern onderzoek naar de staat van de financieringsstructuur en het functioneren van de huidige organisatievorm. Uit deze eerste onderzoeken komen meerdere constateringen naar voren, waarvan enkele belangrijke zijn: •

De financieringsstructuur is de laatste 10 jaar niet geactualiseerd, terwijl de organisatie een sterke groei heeft doorgemaakt, zowel in deelnemers als verbreding van de opdracht.

•

Het inhoudelijke werkveld van omgevingsdiensten is de afgelopen jaren sterk doorontwikkeld. Nieuwe dienstverlening en inhoudelijke ontwikkelingen zijn grotendeels geïmplementeerd binnen de bestaande middelen. Hierdoor is een verdringingseffect ontstaan waarbij nieuwe taken ten koste gaan van oude taken.

•

Het over meerdere jaren niet meer aansluiten van de gecontracteerde opdracht in de gemeenschappelijke regeling en dienstverleningsovereenkomsten, en de beschikbare middelen maakt de kerntaak van vergunningverleningen, toezicht- en handhavingstaken kwetsbaar.

•

Op basis van de benchmark heeft onze dienst een zeer lage kostprijs; het tarief van € 97,25 (2024- voor wijziging begroting) in een bandbreedte van € 96,00 - € 121,00. Daarnaast hebben wij een van de laagste overheadpercentage van alle omgevingsdiensten in Nederland.

Ontwerpbegroting 2025

2/59

Wij zijn ons ervan bewust dat voor alle deelnemers financieel lastige tijden aankomen. In de bestuursopdracht wordt daarom ook nadrukkelijk gevraagd om duidelijk onderscheid aan te brengen tussen taaksoorten zodat bestuurders inzicht hebben waar eventueel keuzes gemaakt kunnen worden. Ook vragen we nadrukkelijk te kijken naar de toegevoegde waarde van samenwerking met andere omgevingsdiensten. Tegelijkertijd is de constatering dat ODIJmond in de huidige vorm zeer kostenefficiënt is. Behoud van kostenefficiëntie is een belangrijk doel. Maar het is wel cruciaal dat zij haar wettelijke taken goed kan uitvoeren. Proces In de maanden maart en april zijn regionale raadsinformatieavonden georganiseerd. Tijdens deze avonden heeft de directeur de raad over het visitatierapport, het interbestuurlijk programma, de Kadernota 2025 en de aan de directeur gegeven bestuursopdracht geïnformeerd. Deze begroting is uitgewerkt op basis van de Kadernota 2025. Gelijktijdig wordt gewerkt aan de uitwerking van de analyse en oplossingsrichtingen. Door middel van een gewijzigde begroting gaan we deze analyse en oplossingsrichtingen gedurende dit jaar nog wel in lijn brengen met deze discussie en haar uitkomst. Dit leidt mogelijk later dit jaar ook tot een gewijzigde begroting 2025. In het licht van de gesprekken in de raden over de begroting willen wij u vragen dit in beeld te houden.

Verantwoording over wat we hebben gedaan en hoeveel geld dit heeft gekost. Het bestuur en het managementteam worden periodiek geïnformeerd over de voortgang van de realisatie in overeenstemming met de Planning & Controle (P&C) kalender. Rapportages Gedurende het jaar stellen we per vier maanden (twee keer per jaar) een rapportage op, inclusief prognose. Hiermee geven we het bestuur gelegenheid tot monitoren van onze uitvoering inclusief financiën. Hierin rapporteren wij over de voortgang van ons werk en de afwijkingen ten opzichte van onze begroting en uitvoeringsprogramma van dat jaar. Daarnaast ontvangt het bestuur een keer per jaar de jaarrekening inclusief verklaring van de accountant van het vorige jaar. Jaarrekening De jaarrekening wordt opgesteld in het eerste kwartaal volgend op het begrotingsjaar, in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit begroting en verantwoording (BBV)1. Deze jaarrekening wordt door de accountant gecontroleerd. Deze jaarrekening wordt, samen met de begroting voor het daaropvolgende jaar én de begrotingswijziging van het huidige jaar aan de deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland toegezonden. Daarna kan zij definitief worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

1 https://vng.nl/artikelen/wettelijke-regels-begroting-bbv

Ontwerpbegroting 2025

3/59

2 Ontwerpbegroting 2025

Ontwikkelingen en financiële uitgangspunten

4/59

2.1 De opgaven waar de deelnemers van ODIJmond voor staan Het werkveld van onze dienst is sterk in ontwikkeling. Er zijn grote complexe maatschappelijke en inhoudelijke vraagstukken waar de dienst een actieve en belangrijke rol vervult of nog moet gaan vervullen. Thema’s als stikstof, duurzaamheid en energie vragen veel kennis van zaken en hebben een beleidsmatige en uitvoerende kant, in projecten of in vergunningverlening en toezicht. Daarnaast zijn er aanpalende thema’s waar de dienst een rol in speelt. Vooral ondermijning en gebiedsontwikkeling vragen kennis, betrokkenheid en inzet van de medewerkers van de ODIJmond. Daarnaast ligt er een grote opgave om de Omgevingswet te implementeren en uit te voeren. De wet heeft een grote impact op de uitvoerende taken van de dienst, maar leidt ook tot allerlei advies en ondersteunende vragen vanuit gemeenten en provincie. Bijvoorbeeld bij het uitwerken van omgevingsplannen. Daarnaast staat er in de wet dat bevoegde gezagen actief moeten rapporteren over de (milieu)normstellingen die zij opnemen in omgevingsplannen, wat betekent dat er informatie en monitoring moet plaatsvinden op deze normen. Iets wat gemeenten naar verwachting beleggen bij de Omgevingsdienst. Dit alles in een toch al toenemend complicerend werkveld, waarbij steeds meer technische en juridische kennis en ervaring wordt gevraagd van medewerkers.

Het aantrekken van deze kennis en ervaring is daarbij echter een grote uitdaging, omdat de pool van deskundige professionals klein is en er ook stevig geïnvesteerd moet worden in opleiding en begeleiding. Iets waar wij al gericht mee bezig zijn door jonge mensen en zijinstromers aan te trekken en intern op te leiden en ervaring op te laten doen. Daarnaast zijn er binnen het huidige werkveld ook innovatieve ontwikkelingen nodig zoals het werken met nieuwe vormen van toezicht en de inzet van nieuwe technieken, zoals drones. Al deze ontwikkelingen vragen veel van de dienst maar ook van de deelnemers. Deelnemers zijn betrokken en zijn helder in hun gezamenlijke en individuele ambities en het bestuurlijk opdrachtgeverschap richting de dienst. Daarnaast kost ontwikkeling ook geld. De financiën zijn voor vele gemeenten echter een zorg en dat zal de komende jaren naar verwachting zo blijven. Er moet dus slim en gericht worden gekeken hoe en waar financiële middelen worden ingezet. Het gaat dan om een strategie van ontwikkelen en vooral om de juiste dingen te doen in die ontwikkeling.

Belangrijkste ontwikkelingen op een rij Inhoudelijk en maatschappelijk

Energie, duurzaamheid, stikstof en onder andere ondermijning

Implementatie Omgevingswet

Veranderingen in bestaande werk en nieuwe rol en taken van de dienst: adviserend en monitoring van data

Toenemende complexiteit werkveld

Ontwikkelingen in juridische en technische zin

Innovatie in het werk

Nieuwe vormen van toezicht, nieuwe technieken en instrumenten (zoals drones) en inzet data-analisten

Kennis en ervaring binnen de dienst

Vergrijzing en ontwikkeling, vaardigheden en nieuwe taken

Ontwerpbegroting 2025

5/59

2.2 Plan van aanpak Interbestuurlijk Programma-VTH Wij voldoen wij op dit moment niet aan het robuustheidscriterium vanuit het landelijke Interbestuurlijk Programma-VTH. Het Algemeen Bestuur (AB) heeft in opdracht van de staatsecretaris van I&W een plan van aanpak opgesteld met daarin de stappen beschreven hoe ODIJmond in de toekomst aan de criteria denkt te gaan voldoen. Het zelfstandig toekomstbestendig worden van ODIJmond gaat gepaard met een ontwikkelagenda met daarop een vijftal ontwikkellijnen. De bestuurlijk vastgestelde ontwikkellijnen zijn: 1. Het herijken van de bestaande taken en formatie 2. Het onderzoeken van een verbreding van het huidige takenpakket 3. Het vereenvoudigen van de GR 4. Het vormgeven van een structurele provincie-brede samenwerking 5. De doorontwikkeling van de interne organisatie De financiële effecten van de uitwerkingen van deze vijf ontwikkellijnen zijn nog niet gekwantificeerd en zijn daarom niet verwerkt in de deze Ontwerpbegroting en de meerjarenraming. Wij zijn ons ervan bewust dat voor alle deelnemers financieel lastige tijden aankomen. De bestuurlijke opdracht wordt uitgewerkt volgens de volgende uitgangspunten. (Bestuursopdracht van het AB2 ): −

Maak in de analyse duidelijk onderscheid tussen het karakter van de taken; o.a. wettelijke, basis, plus en andere soorten taken.

−

Zorg in de aanpak voor bestuurlijke keuzes op de punten: takenpakket, ambitieniveau, tempo van herstel. Geeft waar mogelijk een wegingsfactor aan de bestuurlijke keuzes, zodat prioriteit en impact duidelijk wordt.

−

Onderzoek welke organisatievorm past bij de organisatie. Waaronder zelforganisatie ten opzichte van traditionele organisatievormen. In eerste instantie wordt dit uitgewerkt op hoofdlijnen, inclusief inschatting van de implementatiekosten.

−

Geef aan welke elementen vanuit het interbestuurlijk programma (rapport commissie van Aartsen) (toekomstige opgaven) voor Omgevingsdienst IJmond relevant zijn om rekening mee te houden.

−

Geef advies over waar de GR en de financieringsstructuur geactualiseerd moet worden moet worden vanuit het uitgangspunt wettelijke, basis, plus en structurele taken in de GR

−

Geef een hoofdlijnenschets van de aanpak inclusief een inschatting voor de benodigde tijd voor implementatie- en de transitieperiode.

Tegelijkertijd is de constatering dat ODIJmond in de huidige vorm zeer kostenefficiënt is. Behoud van kostenefficiëntie is een belangrijk doel. Maar het is wel cruciaal dat zij haar (wettelijke) taken goed kan uitvoeren.

2 Zie agendabundel d.d. 27 maart 2024, agendapunt 05 ‘Bestuurlijke opdracht aan directeur’

Ontwerpbegroting 2025

6/59

2.1 Financiële uitgangspunten uit de ODIJmond Kadernota 2025 Indexering Deze begroting is geraamd op basis van de geactualiseerde kerngegevens tabel raming februari (CEP3 2024). Deze ramingen zijn ten opzichte van de ODIJmond Kadernota 2025 naar beneden toe bijgesteld. Personele lasten Omdat voor 2025 nog geen CAO-afspraken zijn, is de indexatie van personele lasten een raming. Wanneer de werkelijke indexatie uit de cao te veel afwijkt van deze raming verwerken wij deze in een begrotingswijziging. De personele lasten zijn geïndexeerd met 4,4% Materiële kosten Voor materiële kosten hanteren we de overheidsconsumptie uit dezelfde kerngegevens-tabel van het CEP. Deze bedraagt voor 2025 2,2%. Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie, de aanhoudende oorlog in Oekraïne en de buitengewone inflatie is het lastig om te beoordelen of dit percentage over anderhalf jaar valide is. Berekening indexatie van ons tarief Bron

Indexatie

% lasten

Indexatie2

Loonvoet voor de overheidssector

4,4

85%

3,74

Prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) 4 Stijging als gevolg van onvermijdbare lasten

2,2

15%

0,33 1,36

Indexatie tarief 2025

5,43

Bron: Kerngegevenstabel raming februari 2024 (CEP 2024)

Aanpassing in de kostprijs als gevolg van onvermijdbare personele en bedrijfslasten zoals beschreven in de ODIJmond Kadernota 2025 Onvermijdbare lastenverhogingen in de overhead die wij hebben verwerkt in deze begroting in overeenstemming met onze Kadernota: -

Onze laptops zijn in 2025 toe aan vervanging, vanwege de inflatie worden de kapitaallasten verhoogd met minimaal € 25.000;

-

De lease van ons wagenpark is in 2025 afgelopen. Dan maken we een keuze op welke manier wij ons wagenpark vervangen. De bestemmingsreserve voor het wagenpark is in 2025 uitgeput en de inflatie zorgt voor hogere prijzen. Daarom verhogen wij lasten voor het wagenpark met € 10.000. Hierin is nog geen rekening gehouden met een eventuele uitbreiding van ons wagenpark.

-

De landelijke vereniging van omgevingsdiensten, ODNL, heeft haar contributie verhoogd met € 25.000, waarvoor wij onze begroting 2024 wijzigen. De contributie is deels afhankelijk van de omvang van de dienst.De verwachting is dat de bijdrage in 2025 nog eens met € 5.000 stijgt;

3

Centraal economisch plan

4 De prijsindex van de materiele overheidsconsumptie (IMOC)

Ontwerpbegroting 2025

7/59

Niet met een vast percentage geïndexeerd: -

Inhuur derden is in deze begroting op een minimale omvang geraamd op €200.000.

Tarief 2025 Het basistarief van onze diensten bedraagt voor 2025 € 104,50 (2024 : €97,25 oorspronkelijke begroting 2024? en € 99,12 gewijzigde begroting 2024?.) 2.2

Begrotingswijziging 2024

Zoals aangekondigd in onze Kadernota 2025 doen wij voor de onvermijdbare stijging in onze lasten een begrotingswijziging: deze gewijzigde begroting is de basis voor de indexatie voor de begroting van 2025. De begrotingswijziging 2024 bieden wij gelijktijdig aan met de begroting van 2025.

Ontwerpbegroting 2025

8/59

3 Ontwerpbegroting 2025

Hoofddoelstelling

9/59

3.1

Achtergrond

Op 1 januari 1999 zijn wij gestart met de uitvoering van alle wettelijke milieutaken voor de IJmondgemeenten, te weten: Beverwijk, Heemskerk en Velsen. De gemeente Uitgeest is in dat jaar ook toegetreden tot de Gemeenschappelijke Regeling (GR). Op 1 januari 2014 en 1 januari 2015 gevolgd door de gemeente Haarlem en provincie Noord-Holland, respectievelijk de gemeenten Purmerend en Beemster. In 2017 zijn de gemeenten Bloemendaal, Heemstede, Zandvoort, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland en Edam-Volendam toegetreden tot de GR met het basistakenpakket. Per 1 januari 2016 voeren wij eveneens de plustaken vergunningverlening bodem voor provincie Noord-Holland uit. Naast de taken die in de GR zijn ingebracht, voeren wij takenpakketten uit op basis van langlopende dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) voor de gemeenten Bloemendaal, Heemstede, Zandvoort, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland, Uitgeest en Heemskerk.

3.2

Maatschappelijke meerwaarde

Wij zijn een uitvoeringsorganisatie van overheidstaken op het gebied van de fysieke leefomgeving. In de afgelopen jaren is gebleken dat door het bundelen van kennis een maximale synergie kan worden gerealiseerd. De samenwerking wordt gezocht waar het een meerwaarde heeft. De meerwaarde ligt verder in de verbetering en de vereenvoudiging van de dienstverlening naar burgers en bedrijven en verdergaande kwaliteitsverbetering van de uitvoering. Daarnaast wordt, gelet op de grote bandbreedte op verschillende vakgebieden, de kwetsbaarheid voor gemeenten verminderd. Wij willen een landelijk vooruitstrevende en toekomstbestendige voorbeeldorganisatie zijn, waar partners met vertrouwen mee samenwerken.

3.3

Ondersteunen bij beleidsontwikkeling

Het ondersteunen van gemeenten en provincie bij beleidsontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de praktijk van de uitvoering. Vanuit de eigen deskundigheid dragen wij zorg voor een adequate afstemming met onze gemeenten en provincie. Een goede en kostenbewuste uitvoering is niet mogelijk zonder heldere beleidskaders van onze opdrachtgevers. Tegelijkertijd doen wij ook voorstellen voor het uitvoeringsbeleid vanuit onze eigen expertise, zoals de handhavingsstrategie.

3.4

Breed takenpakket

Onze activiteiten beperken zich al jaren niet meer tot alleen ‘klassieke’ milieutaken. In een aantal gemeenten wordt het toezicht ook integraal uitgevoerd op bovenwettelijke (milieu)taken, zoals brandveiligheid, bouw- en woningtoezicht, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV), Digitaal opkoping register (DOR) en Alcoholwet. Wij investeren in het opleiden van onze medewerkers om hen breed en sector overstijgend in te kunnen zetten. Wij zien op termijn voordelen in het verbreden van ons takenpakket waar deze inhoudelijk en/of procesmatig vergelijkbare voordelen biedt aan de verschillende opdrachtgevers, zoals dit het geval is bij de bundeling van milieutaken. De vernieuwing van het toezicht door de integrale aanpak sluit goed aan bij deze landelijke trend. Wij willen deze taken efficiënt en effectief uitvoeren.

Ontwerpbegroting 2025

10/59

4 Ontwerpbegroting 2025

Financieel kader

11/59

4.1

Wijze van financiering

De financiële exploitatie van ODIJmond is gebaseerd op de bijdragen van haar deelnemers. Die kent op dit moment de vorm van inputfinanciering: per deelnemer worden de uren afgestemd op de verwachte uit te voeren taken, er wordt vooraf één vast uurtarief afgesproken en daarmee is de bijdrage van elke gemeente bekend, evenals bijna alle inkomsten voor onze begroting. Jaarlijks wordt een begroting opgesteld op basis van de gegarandeerde, gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd, per gemeente, zijn vastgelegd in de GR. Een aantal gemeenten participeert in de verdeelsleutel. Daarnaast hebben deelnemers aanvullende dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met ons afgesloten. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd. De begroting is zo tenminste budgettair neutraal. Onze begroting is structureel niet in evenwicht maar wordt in de meerjarenraming hersteld. Uitbreiding van het basistakenpakket door in werking treden van de Omgevingswet In deze Ontwerbegroting van 2025 gaan wij ervan uit dat alle basistaken door onze deelnemers zijn ingebracht. Aangezien voor sommige deelnemers de inschatting van de afname van de uitbreiding taken nog niet goed is te kwantificeren, moet er rekening mee gehouden worden dat de bijdrage nog kan veranderen. Looptijd van huidige verdeelsleutel fixeren tot aan herijking De looptijd van de huidige, vastgestelde verdeelsleutel is 2019-2023.

Op dit moment wordt door de directeur in opdracht van het AB een analyse uitgevoerd naar de staat van de financieringsstructuur. In afwachting daarvan is deze begroting opgesteld op basis van de huidige verdeelsleutel. De Omgevingswet heeft een grote impact op de verdeelsleutel Dit komt mede door het gedeeltelijk uittreden van een van de deelnemers, te weten provincie Noord-Holland. Voor 2025 is daarom nog geen verdeelsleutel. In deze Ontwerpbegroting is rekening gehouden met de bijdrage voor bodem op basis van een uren inzet. Deze is gebaseerd ervaringscijfers. In deze Ontwerpbegroting is gerekend met een voorlopige verdeelsleutel zonder de bodemtaken. In het jaar 2024 moeten wij in samenwerking met de onze deelnemers in de verdeelsleutel nieuwe afspraken maken. Dit proces loopt gelijktijdig aan de herijking van de financieringsstructuur. Dit betekent dat er een begrotingswijziging kan komen als gevolg van de wijzigingen in de verdeelsleutel. Deelnemer

Percentage

Velsen

36,28%

Heemskerk

11,58%

Beverwijk

19,87%

Haarlem

27,54%

Uitgeest

4,73%

Ontwerpbegroting 2025

12/59

De bijdragen van gemeenten Bloemendaal, Edam-Volendam, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Wormerland, Waterland en Zandvoort, zijn gebaseerd op de basistakenpakketten, inclusief de Wabo-bijdragen, waarvoor de gemeenten zijn toegetreden tot de GR (?). Deze taken zijn berekend tegen de kostprijs voor 2025. Voor alle deelnemers zijn de Wabo-bijdragen berekend in overeenstemming met de aantallen uit het rapport nulmeting Wabo-decentralisatie en tegen de kostprijs voor 2025. Het VTH-plustakenpakket voor provincie Noord Holland is in de begroting opgenomen voor één formatieplaats. De bodemtaken zijn opgenomen voor de overgangslocaties. Deze laatste is begroot op basis van de ureninzet berekend voor de begroting van 2024. In deze Ontwerpbegroting 2025 is voor bodemdecentralisatie in de bijdrage van onze deelnemers een aanpassing berekend. Voor de uitvoering van de bodemtaken hebben wij acht formatieplaatsen (10.720 uur). De verdeling van deze formatieplaatsen is berekend op ervaringscijfers van 2019-2022. 1. De taakuitvoering voor de overgangslocaties blijft nog door provincie Noord Holland gefinancierd. 2. Voor al onze deelnemende gemeenten is een vaste taakuitvoering nodig voor coördinatie en beleidsondersteuning, informatieverstrekking archivering, dossierbeheer en administratieve ondersteuning (zijnde geen overhead). Deze taakuitvoering is gesteld op 2,5 formatieplaats.

En verdelen wel over onze 13 deelnemende gemeentes evenredig. 3. De Wbb5-meldingen zijn de indicator voor het uitvoeren van administratief of fysiek toezicht. Per gemeente hebben wij een gemiddelde berekend van de meldingen over de jaren 20192022 uit ons Bodem Informatie Systeem. Het aantal meldingen per gemeente ten opzichte van het totaal aantal meldingen, is de verdeelsleutel. Hierbij is rekening gehouden met korte procedures – snelle procedures en lange procedures. Omdat de taakinzet voor deze procedures verschillend is, hebben we het aantal meldingen berekend, maal het kengetal voor de uitvoering van de meldingen. Andere mogelijke financiële effecten van de Omgevingswet zijn moeilijk te kwantificeren Uit één van de eerdere landelijke analyses naar de financiële impact van de invoering van de Omgevingswet op begrotingen van omgevingsdiensten, kwam naar voren dat dit mogelijk een 1012% kosten opdrijvend effect heeft. In gesprekken met andere omgevingsdiensten komt steeds naar voren dat het heel lastig is de financiële effecten in te schatten. De werkelijke impact moeten natuurlijk nog blijken, maar verwacht wordt dat de invoering van de Omgevingswet voor omgevingsdiensten een (tijdelijk) kosten opdrijvend effect zal hebben. De Omgevingswet zal leiden tot minimale frictie, in welke mate is onzeker.

Het kwantitatief bepalen van de specifieke financiële effecten van de Omgevingswet op korte en (middel)lange termijn is moeilijk en tijdrovend, voor ons en onze deelnemers. Op landelijk niveau wordt samengewerkt met de andere omgevingsdiensten, IPO en VNG om een goed beeld van de financiële impact te krijgen en af

5 https://iplo.nl/thema/bodem/regelgeving/wbb/

Ontwerpbegroting 2025

13/59

te stemmen hoe een kostenstijging moet worden verwerkt. Wegens gebrek aan inzicht en duidelijkheid vanuit de wetgever, gaan we er vooralsnog vanuit dit op te kunnen vangen binnen de huidige kaders. 4.1.1 Gedifferentieerde tarieven Naast de GR-bijdragen, is het gebruikelijk dat in het lopende jaar de gemeente of andere opdrachtgevers aanvullende tijdelijke taken afnemen; deze diensten zijn incidenteel. Om te kunnen blijven voldoen aan deze vraag is soms inhuur of tijdelijke uitbreiding van formatie nodig. Voor deze tijdelijke werkzaamheden op contractbasis hanteren wij een opslag op ons basistarief van 10-25%. Het basistarief van onze diensten bedraagt voor 2025 € 104,50 (2024: € 97,25 oorspronkelijke begroting en € 99,12 gewijzigde begroting). 4.1.2 Wijze van kostennormering Het financieel kader is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: −

Als productiviteitsnorm wordt uitgegaan van 1.340 uur, een percentage van 72,9% van de totale beschikbare uren per fte (1.836). Dit betreft de ‘declarabele’ uren, de uren die direct gerelateerd zijn aan productie voor deelnemers.

4.1.3 Financieel beleid De Ontwerpbegroting 2025 is niet structureel in evenwicht, de totale begroting is wel in evenwicht door de dekking van incidentele baten. Dit betekent dat wij structurele lasten dekken uit incidentele baten. De oorzaak hiervan is de toenemende trend van financiering voor projecten korter dan vijf jaar en de binnen vijf jaar aflopende DVO’s. In 2024 gaan wij met al onze deelnemers hierover in gesprek. Wij hebben het streven om dit in 2024 beter in balans te brengen. Wanneer onder andere de structurele begroting in evenwicht is, is het laagste niveau van financieel toezicht van het ministerie van Binnenlandse Zaken van toepassing. Wanneer dit evenwicht niet hersteld kan worden in de meerjarenraming is een aanscherping van dit financiële toezicht door het ministerie van Binnenlandse Zaken mogelijk. Op het uurtarief hebben de volgende vier factoren een mogelijk effect a.

Loon- en prijsontwikkelingen (index opgave CPB): hierop heeft ODIJmond geen invloed;

b.

DVO-uren omvang: wanneer het aantal door gemeenten gegarandeerde/vaste uren daalt, stijgt het uurtarief (en vice versa);

c.

Besparingen: het driesporentraject voor de kostenbesparingen. Deze worden in principe ‘ingeboekt’ bij realisatie;

d.

Wet- en regelgeving.

Vernieuwingen BBV De Ontwerpbegroting 2025 wordt ingedeeld naar de laatste inzichten in het BBV6, de ervaringen met de jaarcijfers 2023 en de begroting 2024. De afgelopen periode zijn er geen grote wijzigingen geweest in het BBV, waardoor de opzet van de begroting 2025 op dezelfde wijze kan plaatsvinden als die van 2024.

6 Besluit begroting en verantwoording

Ontwerpbegroting 2025

14/59

Dagelijks Bestuur aan zet De beoogde wijziging om per 2023 een recht-matigheidsverantwoording in de jaarrekening op te nemen, blijft ook voor 2025 relevant. Vanaf het begrotingsjaar 2023 heeft een verandering plaatsgevonden in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving wordt gehandeld, maar is het DB aan zet. Het DB dient namelijk te kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem van interne beheersing en controle, om (primair) te waarborgen dat wij bij alle (financiële) beheers handelingen en - transacties, de wet- en regelgeving naleeft. Als gevolg hiervan hebben wij per 2023 het interne controleplan aangescherpt, om als basis te dienen voor de rechtmatigheidsparagraaf. In overeenstemming met de vereisten van het BBV wordt de begroting 2025 ingedeeld naar de voorgeschreven taakvelden. Voor ODIJmond zijn dat: −

Volksgezondheid & Milieu (V&M); hieronder vallen alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving die betrekking hebben op milieu- en de adviestaken;

−

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing (VHROSV); hieronder vallen alle bouwtaken en advisering op het gebied van Ruimtelijke Ontwikkeling;

−

Onderwijs; hieronder vallen de taken op het gebied van Natuur- en Milieueducatie (NME);

−

Overhead; hieronder vallen de werkzaamheden en lasten m.b.t. de overhead.

−

Bestemmingsreserves; hieronder vallen de dotatie en onttrekkingen aan onze reserves.

Belastingen De taakvelden worden als zodanig in de Ontwerpbegroting 2025 onderscheiden zodat gemeenten de bijbehorende taken met baten en lasten kunnen aggregeren in hun eigen begroting. Alle bedragen in de begroting zijn exclusief btw. ODIJmond is door de Belastingdienst aangemerkt als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting. Hierdoor worden alle facturen die ODIJmond voor haar dienstverlening verzendt, verzwaard met het vigerende tarief voor de omzetbelasting. ODIJmond kan zelf geen beroep doen op het btw-compensatiefonds. In 2021 heeft de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat ODIJmond beperkt vennootschapsbelastingplichtig is. Dit is bepaald op basis van de activiteiten zoals toen en nu verricht. Dit betreft alleen de activiteit bodemrapportages. De verwachting is dat dit van tijdelijke aard is. Het beleid is om de vrijstelling weer te realiseren nadat er geen resultaten meer behaald worden op deze activiteit. De omvang van deze belasting is zeer beperkt.

Ontwerpbegroting 2025

15/59

5 Ontwerpbegroting 2025

Verplichte paragrafen

16/59

5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing . De weerstandsparagraaf (WP) biedt een overzicht van die risico's waarvoor geen dekking is gegeven via een verzekering of een voorziening. Reguliere, veel voorkomende, geringe risico's worden niet opgenomen. Van de niet gedekte risico's wordt via kans en geschatte schade de benodigde weerstandscapaciteit gepresenteerd. Deze Ontwerpbegroting (?) biedt ons inzichten om deze paragraaf te actualiseren in onze jaarrekening en begroting zoals ook de wetgeving in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voorschrijft om eens in de vier jaar te doen. Dit betekent dat we dit in 2024 of 2025 willen herijken In 2020 hebben wij de laatste risico-inventarisatie laten uitvoeren. Door middel van een zogenaamde Monte Carlo-simulatie7 is vervolgens het weerstandvermogen berekend. Wanneer ODIJmond een weerstandsvermogen aanhoudt van € 467.000 ontstaat een zekerheid van 90% dat zij in staat is haar risico’s in voldoende mate af te dekken. Het kiezen voor de 90% norm is binnen de publieke sector algemeen geaccepteerd en wordt breed toegepast binnen het lokaal en midden bestuur. Het huidige weerstandsvermogen is momenteel voldoende. Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is de financiële waardering van alle voor het weerstandvermogen relevante risico’s.

Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. Risico’s zijn mogelijke gebeurtenissen die kunnen leiden tot financiële tegenvallers, die niet goed te voorzien zijn of waarvoor geen andere maatregelen zijn getroffen. Of risico’s waarvan na het treffen van beheersmaatregelen nog restrisico’s overblijven van materiële betekenis in relatie tot de financiële positie. Van reguliere risico’s (risico’s die zich regelmatig voordoen, die veelal vrij goed meetbaar zijn en die beperkte financiële gevolgen hebben) worden verondersteld dat deze met continuering van bestaand beleid ondervangen kunnen worden in de vastgestelde begroting. Deze maken daarom geen onderdeel uit van de inventarisatie. I In de eerste plaats wordt van alle niet-reguliere risico’s afzonderlijk een inschatting gemaakt wat de kans van optreden is en welke financiële gevolgen het risico met zich meebrengt, bij optreden. Vervolgens zijn door middel van een statische analyse (Monte Carlo-simulatie) alle risico’s doorgerekend en is op basis van de P90-waarde de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. Wij hebben de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit in 2020 laten uitvoeren. Deze is opgenomen in het rapport weerstandsvermogen8.

Uitgangspunten beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit wordt door het BBV gedefinieerd als de middelen waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Algemene reserve Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit worden ingezet. De huidige omvang van de algemene reserve voor resultaat bestemming 2023 bedraagt € 467.000.

7 De Monte Carlo simulatie is een computergestuurde techniek waarbij een fysiek proces niet één keer, maar vele malen

wordt gesimuleerd.

8 Op 16 december 2020 door het Algemeen Bestuur vastgesteld.

Ontwerpbegroting 2025

17/59

Bestemmingsreserves Dit zijn reserves met een bestedingsfunctie waarbij geld is weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Ondanks deze bestedingsfuncties zou besloten kunnen worden, indien noodzakelijk, de bestemmingsreserve bestedingsvrij te maken om ’financiële risico’s op te vangen. Omdat dit ten koste zou gaan van bestaand beleid, hebben wij ervoor gekozen om de besloten bestemmingsreserves niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit te rekenen. Begrotingsruimte en stille reserves Onze begroting is sluitend, daarnaast zijn stille reserves niet aanwezig. De eventuele begrotingsruimte worden niet als bestanddeel van de weerstandscapaciteit gerekend. Voorzieningen In 2021 bestonden de voorzieningen uit een voorziening voor de onderhoudskosten van het kantoorpand en een voorziening voor financiële verplichtingen van specifieke medewerkers. De voorziening voor het onderhoud van ons pand is ontstaan vóór 2021. De personele voorziening is gevormd in 2021. Omdat naast deze specifieke medewerkers, dit risico aanwezig blijft ten aanzien van andere medewerkers, wordt het risico en de weging in de benodigde weerstandscapaciteit gehandhaafd. De voorzieningen worden niet meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit.

Het uitgangspunt is dat alleen de algemene reserve en eventueel gerealiseerd resultaat in een boekjaar van ODIJmond tot de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend.

Indicatie beschikbare weerstandscapaciteit

Bedrag

Algemene reserve

€ 467.000

Totaal

€ 467.000

Beschikbare weerstandscapaciteit (per 31 december 2023, vóór resultaatbestemming 2023)

Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze heeft tot de onderstaande lijst geleid. Deze tabel is ontleend aan het rapport weerstandsvermogen 9.

9 Dit rapport is op 16 december 2020 door het Algemeen Bestuur van ODIJmond vastgesteld.

Ontwerpbegroting 2025

18/59

Op basis van gekwantificeerde risico’s is een Monte Carlo-simulatie uitgevoerd. Het resultaat daarvan is in figuur 1 t/m 3 weergegeven.

Figuur 1 Kansverdeling

Ontwerpbegroting 2025

19/59

Figuur 2 Berekening benodigde weerstandscapaciteit

Figuur 3 Tabel weerstandscapaciteit

Uit Figuur 1 valt af te lezen dat bij een zekerheidspercentage van 90% het risicoprofiel € 467.360 bedraagt. Met andere woorden, in 90% van alle uitgevoerde simulaties is het bedrag dat uitgegeven dient te worden aan optredende risico’s niet hoger dan € 467.360. Risico’s die ontstaan zijn na de laatst uitgevoerde risico-inventarisatie In 2024 is een nieuwe risico-inventarisatie gepland. Een aantal risico’s is toegenomen in kans of omvang. De impact van deze risico’s op het benodigde weerstandsvermogen is nog niet berekend en niet opgenomen in deze begroting.

Ontwerpbegroting 2025

20/59

Uitbreiding risicoanalyse

Beoordeling weerstandsvermogen Op basis van het in de vorige paragrafen geformuleerd beschikbare en benodigde weerstandsvermogen, kan voor ODIJmond de ratio van het weerstandsvermogen worden berekend. De laatste herijking van het weerstandsvermogen vond plaats in 2020. Het huidige weerstandsvermogen is gebaseerd op dat (herijking)rapport en wordt verantwoord in deze jaarrekening, met een ratio van 1.0. Echter, voor 2024 staat een nieuwe risico-inventarisatie gepland waarbij sommige risico's in kans of omvang zijn toegenomen en er ook nieuwe risico's zijn geïdentificeerd. De impact van deze ontwikkelingen op het benodigde weerstandsvermogen zijn nog niet berekend en daarom niet opgenomen in deze jaarrekening.

Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio > 2,0 1,4 -2,0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis Uistekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Betekenis van het de weerstandsratio.

Ontwerpbegroting 2025

21/59

5.2

Financiële kengetallen

Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van resultatenrekening en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte ODIJmond heeft om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplichte op te nemen kengetallen in de jaarrekening staan in artikel 113 van het BBV en worden in onderstaande tabel berekend en toegelicht. Ratio's

Realisatie

Oorspronkelijke begroting

Gewijzigde begroting

Begroting

2023

2024

2024

2025

%

%

%

%

Netto schuldquote

-11,58

-10,80

-21,17

-18,32

Netto schuldquote gecorrigeerde voor verstrekte. leningen Solvabiliteitsratio

-11,51

-10,87

-21,24

-18,39

6,04

5,14

4,39

4,49

Structurele exploitatieruimte

-5,00

-9,17

-5,73

-17,88

Netto schuldquote, al dan niet gecorrigeerd voor alle leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto-schuldquote. De quote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van rentelasten en aflossingen op de exploitatie. De langlopende lening van ODIJmond is aflossingsvrij. Er is geen sprake van rentelasten bij onze kortlopende schulden, grotendeels nog aan te wenden en vooruit ontvangen specifieke uitkeringen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin ODIJmond in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen (EV) als percentage van het balanstotaal. Het EV van een gemeente bestaat volgens Artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte Om te zien hoe groot de structurele exploitatieruimte is, kijkt ODIJmond naar de structurele baten en lasten en vergelijken deze met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Grondexploitatie Wij exploiteren geen grond, waardoor dit kengetal niet van toepassing is. Belastingcapaciteit Omdat wij geen belastingen innen, is dit kengetal niet van toepassing.

Ontwerpbegroting 2025

22/59

5.3 Onderhoud kapitaalgoederen Voor het groot onderhoud is een meerjaren-onderhoudsplan (MJOP) opgesteld door de afdeling Bouwkunde van gemeente Beverwijk. Het MJOP is opgesteld voor al het grote onderhoud van het gehele gebouw en verdeeld in twee onderdelen, te weten: −

Gemeente Beverwijk, het Stadhuis;

−

Gemeente Beverwijk, het Verhuur (of markt) kantoor.

Van ieder onderdeel is een aparte MJOP opgesteld. Het MJOP is in oktober 2020 door een extern bureau, in opdracht van gemeente Beverwijk, geactualiseerd. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hun gebruikte gebouwdeel. Gekozen is om de gebouwonderdelen, die gezamenlijk gebruikt worden en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. De jaarlijkse kosten voortkomend uit het MJOP maken onderdeel uit van de begroting van de VvE 10. In de begroting is rekening gehouden met een last van € 78.000 op jaarbasis. Deze kosten komen in de begroting (en jaarrekening) tot uitdrukking onder de huisvestingskosten. Voor de eigen onderdelen vanuit het MJOP heeft ODIJmond vanaf boekjaar 2015 een voorziening ‘groot onderhoud’ gevormd. Op basis van het MJOP bedraagt de dotatie van de voorziening in 2024 € 38.750. Dit is in overeenstemming met 2023. In 2024 doorloopt ODIJmond het MJOP voor ons deel nogmaals en actualiseren wij dat waar nodig. Mogelijk volgt hieruit een hogere noodzakelijke dotatie aan de voorziening. Dit wordt meegenomen in de begrotingswijziging 2025.

5.4 Treasury/financiering Wij hebben in 2014 een treasury statuut met daarin een treasury beleid, opgesteld. Het treasury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJmond kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld. 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten van ODIJmond tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut. 5. Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover. ODIJmond bewaakt de saldi op de betaalrekeningen actief. Hierbij is het uitgangspunt het saldo op de betaalrekening zo laag mogelijk te houden. Met ingang van 2014 doen wij aan het verplichte

10 Vereniging van eigenaren.

Ontwerpbegroting 2025

23/59

Schatkistbankieren. ODIJmond heeft geen deposito’s in de schatkist afgesloten. Van toepassing zijn de wet- en regelgeving is de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO). Lening Ten behoeve van de nieuwbouw hebben wij destijds een renteswap over een nominaal bedrag van € 3.700.000 bij de Rabobank afgesloten. In 2025 bedragen de rentelasten voor de vaste schuld voor de aanschaf van ons pand in Beverwijk € 14.430. Bij het aantrekken van vreemd vermogen (VV) zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort VV én de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor gemeenschappelijke regelingen op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting, met een minimumbedrag van € 2.500.000. De kasgeldlimiet is voor ons niet van belang, omdat er geen kasgeldleningen zijn aangetrokken. Per 2 januari 2021 is de lening van de BNG Bank voor tien jaren geherfinancierd, waardoor per heden de minimum risiconorm volgens de Wet FIDO niet wordt overschreden. Renteschema

Bedrag

Externe rentelasten

€ 14.430

Externe rentebaten

-

Saldo rentelasten en rentebaten Verplicht door te rekenen rente aan grondexploitatie Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€ 14.430 € 14.430

Rente over eigen vermogen

-

Rente over voorzieningen

-

Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

€ 14.430

De aan taakvelden toegerekende rente (overhead)

€ 14.430

Renteresultaat

-

In bovenstaande tabel wordt het renteschema weergegeven.

Ontwerpbegroting 2025

24/59

5.5 Bedrijfsvoering en personeel Formatie In deze Ontwerpbegroting 2025 zijn geen wijzigingen begroot in formatie ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2024. Formatie

GR-formatie Formatie overeenkomsten en (subsidie)projecten Overheadformatie

Realisatie

Begroting

2023

2024

Gewijzigde begroting 2024

Begroting 2025

62,0

62,3

63,4

63,4

45,0

39,5

43,8

43,8

23,1

27,9

30,3

30,3

Formatie Regeling Generatiepact

2,3

2,1

2,5

2,0

Totaal formatie

132,4

131,8

140,0

139,0

Kantoorpanden Binnen onze kantoorpanden in Beverwijk en Wormer heeft ODIJmond gekozen voor een flexibel werkconcept. Daarnaast wordt nagenoeg volledig digitaal gewerkt en gearchiveerd. Het kantoorpand in Beverwijk is in eigendom en dat in Wormer wordt gehuurd. Aandachtspunten zijn voldoende vergaderruimtes en werkplekken. Eventuele aanpassingen aan de kantoren doen wij binnen de investeringsbegroting.

5.6 Verbonden partijen Wij zijn per 31 december 2023 primair verbonden aan onze deelnemende gemeenten: Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en Provincie Noord-Holland. VvE Stationsplein ODIJmond en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. Volgens de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJmond en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Als de VvE haar verplichtingen niet nakomt wordt dit verhaald op de eigenaren.

Ontwerpbegroting 2025

25/59

Gegevens over 2023 van de VvE*

a.

Naam en vestigingsplaats

VVE Stationsplein 48 te Beverwijk

b.

Openbaar belang dat wordt behartigd

Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand 1-1-2023 en 31-12-2023: 3/16 deel.

c.

Belang in de verbonden partij

d.*

Verwachte omvang van het Eigen Vermogen (EV)

Verwachte omvang van het Vreemd Vermogen (VV)

e.*

Verwachte omvang van het financiële resultaat

Voor het overige deel is de gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50.

01-01-2023: € 15.435 31-12-2023: € 47.908 1-1-2023: € 476.950 31-12-2023: € 597.245 Het VV bestaat per 31-12-2023 nagenoeg geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud.

€ 32.473 positief resultaat verwacht Op basis van concept jaarrekening.

* Dit op basis van de conceptjaarrekening over 2023

Gedurende het boekjaar 2023 heeft ODIJmond geen bestuurlijke en financiële belangen in andere partijen gehad.

5.7 Wet open overheid (Woo) De Wet open Overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in de begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe wordt rekening gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris Per 1 mei 2022 hebben wij deze rol ingevuld door middel van het tijdelijk beleggen bij bestaande formatie. Op deze wijze hebben we voldaan aan de wettelijke verplichting. In 2023 is het sollicitatieproces voor een definitieve invulling van deze rol gestart. Deze vacature staat tijdens het opstellen van de begroting nog open.

Ontwerpbegroting 2025

26/59

Passieve openbaarmaking De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob. Onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Voor de aanpassing van deze processen is eind 2023 een projectgroep gestart. In totaal zijn er 40 Woo-verzoeken afgehandeld, zijn er 24 overige verzoeken binnengekomen en hebben wij zes verzoeken andere instanties van informatie voorzien. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet ingegaan. Dit betekent dat een datum waarop actief publiceren verplicht wordt, nog altijd niet bekend is. Wel is duidelijk dat deze verplichting niet voor alle elf categorieën tegelijk zal gelden. De eerste vier categorieën zijn wel benoemd: raadstukken, organisatiegegevens, convenanten en Woo-verzoeken. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen. In 2023 is een impactanalyse opgesteld en in 2024 wordt dit verder uitgewerkt in een plan van aanpak. Hiervoor is een projectgroep opgestart. De vacature hiervoor wordt ingevuld met inhuur, omdat deze nog niet is vervuld.

Ontwerpbegroting 2025

27/59

6

Financiële begroting (inclusief overhead)

Ontwerpbegroting 2025

28/59

6.1 Overzicht baten en lasten 6.1.1 Baten (incl. overhead)

GR-bijdragen Gemeente Beverwijk Gemeente Bloemendaal Gemeente EdamVolendam Gemeente Haarlem Gemeente Heemskerk Gemeente Heemstede Gemeente Landsmeer Provincie NoordHolland bodemtoezichttaken Provincie NoordHolland VTH plustaken Gemeente Oostzaan Gemeente Purmerend Gemeente Uitgeest Gemeente Velsen Gemeente Waterland Gemeente Wormerland Gemeente Zandvoort GR-bijdragen deelnemers Overeenkomsten en (subsidie)projecten Overige baten

Realisatie 2023

Oorspronkelijke begroting 2024

€

€

1.069.887 103.172 179.799 1.549.476 597.009 104.232 63.334 1.015.884

122.717 61.111 305.959 247.780 1.975.597 99.051 128.867 130.110 7.753.985

Gewijzigde begroting 2024

Begroting 2025 €

1.209.573 149.812 273.133 1.763.575 682.366 147.571 153.301 310.714

130.315 132.478 405.603 293.151 2.193.864 177.052 191.001 170.869 8.384.378

1.226.497

1.289.824

152.688

160.979

278.377

293.493

1.788.705

1.881.296

691.796

727.454

150.404

158.571

156.244

164.728

316.679

333.875

132.817

140.029

135.022

142.353

413.391

435.838

297.280

312.643

2.224.484

2.339.299

180.451

190.250

194.669

205.239

174.150

183.606

8.513.656

8.959.479

8.304.802

5.828.734

7.596.748

7.296.366

119.068

40.000

117.000

27.000

16.177.855

14.253.113

16.227.404

16.282.846

Nagekomen baten TOTAAL BATEN -

De GR bijdrage is in de tabel inclusief de bijdrage voor de bodemtaken.

-

Voor de specificatie van de overeenkomsten en overige (subsidie) projecten verwijzen wij naar de bijlage opgenomen in hoofdstuk 12.

Ontwerpbegroting 2025

29/59

6.1.2 Lasten (incl. overhead)

Personele lasten Salarissen en sociale lasten Werving & personeelsbeleid Inhuur derden Scholing & employability Overige personeelslasten Subtotaal personele lasten

Realisatie

Begroting

2023

2024

€

€

Gewijzigde begroting 2024

Begroting 2025 €

10.376.754

11.521.511

12.290.000

12.830.760

56.155

24.000

74.000

74.000

611.117

152.500

600.000

200.000

225.856

288.038

328.038

335.255

260.956

210.000

210.000

214.620

11.530.838

12.196.049

13.502.038

13.654.635

65.260

65.300

65.300

65.300

99.348

100.000

100.000

102.200

203

5.000

5.035

5.146

77.925

127.125

128.015

155.831

14.430

14.430

14.430

14.430

257.167

311.855

312.780

342.907

48.902

47.431

47.431

48.474

13.148

25.625

25.625

26.189

62.671

40.000

40.000

40.880

326.665

268.000

268.000

273.896

33.840

26.000

26.000

26.572

441.292

365.000

415.000

424.130

31.831

39.000

39.000

39.858

404.075

311.685

361.685

384.642

1.280

1.200

1.200

1.226

1.363.704

1.123.941

1.223.941

1.265.868

2.931.155

680.889

1.300.493

1.034.045

41.889

-

16.339.252

16.297.455

Kapitaalslasten Afschrijvingslast Gebouw Afschrijvingslast Verbouwing & inventaris Afschrijvingslast Vervoermiddelen Afschrijvingslast ICT Rentelast vaste schuld (aanschaf pand) Subtotaal kapitaalslasten Overige bedrijfslasten PZ-zaken/ salarisadministratie Organisatieontwikkeling Accountants- en advieskosten Huisvestingskosten Facilitaire kosten ICT-kosten Handhavingskosten Algemene kosten Bankkosten Subtotaal overige bedrijfslasten Externe projectkosten Nagekomen baten en lasten Vennootschapsbelasting TOTAAL LASTEN

Ontwerpbegroting 2025

346-

-

16.124.407

14.312.734

30/59

6.2 Totalen

Totaal baten Totaal directe lasten Overhead Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat

Realisatie

Begroting

Gewijzigde begroting 2024

Begroting

2023 €

2024 €

16.177.855

14.253.113

16.227.404

16.282.846

12.734.386

11.035.455

12.675.850

12.611.811

3.390.021

3.277.279

3.663.402

3.685.643

53.448

59.621-

111.848-

14.609-

50.000

-

102.040

59.621

111.848

14.609

105.488

0

0-

0

2025 €

-

6.3 Incidentele baten en lasten Realisatie

Begroting

Gewijzigde begroting 2024

Begroting

2023

2024

Totaal incidentele baten

1.590.348

2.213.242

4.180.195

4.021.995

Totaal incidentele lasten

730.728

944.564

1.782.493

1.116.045

2025

6.4 Specificatie naar taakvelden Taakveld 8.3 Wonen en bouwen 7.4 Milieubeheer 0.4 Overhead 4.1 Openbaar basisonderwijs

Baten

Lasten

€ 2.900.701 € 13.174.871 € 56.160

€ 2.059.017 € 10.386.023 € 3.685.643 € 151.114 € € 15.656

€ 151.114

0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0.5 Treasury Gerealiseerd saldo van baten en lasten 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

Ontwerpbegroting 2025

€ 16.282.846

€ 16.297.455

Mutaties reserves

Saldo €

841.683

€ 3.629.483

€

-

€

14.609

€

€ 2.788.848 € € € -15.656 14.609 € 14.609 € 0

31/59

7 Ontwerpbegroting 2025

Toelichting op de baten en lasten

32/59

7.1 Algemene toelichting op baten en lasten Gemeentelijke bijdragen De baten uit de bijdragen die in de Ontwerpbegroting 2025 van ODIJmond worden opgenomen, staan gelijk aan de afname van de uren die zijn opgenomen in de in GR en de verdeling volgens de verdeelsleutel. Naast vaste GR-bijdragen, worden ook de langlopende contracten aan de baten toegevoegd. Alleen met extra baten die zijn vastgesteld vanuit aanvullende opdrachten, wordt rekening gehouden. Hier worden baten bedoeld die onder andere voortvloeien uit de vrijval of ontvangst van subsidies en activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie. Dienstverleningsovereenkomsten Wij hebben al sinds 2001 een lange samenwerkingsrelatie met gemeenten in Zuid-Kennemerland en regio Zaanstreek-Waterland opgebouwd op basis van dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). Met het inwerking treden van de Wet verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving zijn deze partners verplicht tot de GR ODIJmond toegetreden met hun basistakenpakket (zie ook 3.1 Basistakenpakket). De overige taken voor deze gemeenten worden nog steeds uitgevoerd op basis van langlopende dienstverleningsovereenkomsten, volgens en in overeenstemming met artikel 18 van de GR. In 2024 hebben de meeste dienstverleningsovereenkomsten een looptijd korter dan vijf jaar. Dit betekent dat wij deze in de begroting van 2024 als incidenteel moeten verwerken.

In deze ontwerpbegroting zijn alle dienstverleningsovereenkomsten verwerkt die afgesloten zijn of het in stadium van ondertekening verkeren. 7.1.1 Regio IJmond Natuur Milieu Educatie Beverwijk en Heemskerk De formatiedekking van NME is niet in overeenstemming met de loonkosten. In 2020 is overeengekomen om via de begrotingen deze in de toekomst op peil te brengen. De huidige caoontwikkelingen hebben dit effect nog niet gehad. In 2025 verhogen wij de formatiebijdrage met € 10.000 (voorheen € 5.000) per educatiecentrum. Dit betekent een verhoging van de lasten van dit bedrag per educatiecentrum. 7.1.2 Regio Kennemerland Dienstverlening Zandvoort Het college van gemeente Zandvoort heeft in het coalitieprogramma opgenomen dat het afspraken wil maken met ODIJmond over verbetering van onze dienstverlening. Ten tijde van het opstellen van deze Ontwerpbegroting 2025, lopen de gesprekken hiervoor nog.

Ontwerpbegroting 2025

33/59

7.1.3 Regio Zaanstreek-Waterland Gemeente Purmerend De Omgevingswet heeft invloed op het basistakenpakket. De gemeente Purmerend heeft, met uitzondering van het gebied van de voormalige gemeente Beemster, geen plustaken ingebracht. Over de uitbreiding van het takenpakket voor de gemeente Purmerend zijn wij in gesprek met deze deelnemer. De is nog niet gekwantificeerd en daarom niet verwerkt in deze Ontwerpbegroting 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14284941/1