Bijlage 2. Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving
Tekst van het document
Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving behorende bij wijziging omgevingsplan deelgebied Zandvoort - Centrum
Inhoud 1.
2.
Inleiding
4
1.1
Omgevingsplan
4
1.2
Aanleiding en doel wijzigen van het omgevingsplan
4
1.3
Begrenzing van het deelgebied Zandvoort - Centrum
4
1.4
Geldende planologische regelingen en verordeningen
5
1.5
Omgevingsplanprocedure
5
1.6
Leeswijzer
6
Beleid en regelgeving
7
2.1
Rijksbeleid en Rijksregels
7
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
7
2.1.2
Instructieregels Rijk
7
Provinciaal beleid en provinciale regels
9
2.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
9
2.2.2
Instructieregels provincie
9
2.2
2.3
3.
Gemeentelijk beleid
9
2.3.1
9
Omgevingsvisie Zandvoort 2040
Regels en wijzigingen omgevingsplan
12
3.1
Inleiding
12
3.2
Wijzigingen regels
13
3.2.1
Ruimtelijke regels
13
3.2.2
Bruidsschat
14
3.2.3
Erfgoedverordening
14
3.3
Indeling regels en wijzigingen per hoofdstuk
14
3.3.1
Hoofdstuk 1 Algemene regels
14
3.3.2
Hoofdstuk 2 Regels voor gebruik gronden en bouwwerken
14
3.3.3
Hoofdstuk 3 Regels voor bouwen
15
3.3.4
Hoofdstuk 4 Regels voor cultureel erfgoed
16
3.3.5
Hoofdstuk 5 Regels voor gebruik en bouwen in de openbare ruimte
16
3.3.6
Hoofdstuk 6 Regels voor milieubelastende activiteiten
16
3.3.7
Hoofdstuk 7 Regels voor ontwikkelocaties
16
2
3.4
4.
3.3.8
Hoofdstuk 8 Regels voor doelen, zorgplichten en contouren
17
3.3.9
Hoofdstuk 9 Procesregels
17
3.3.10
Hoofdstuk 10 Regels voor overgangsrecht
17
3.3.11
Hoofdstuk 11 Slotregel
17
3.3.12
Bijlagen omgevingsplan
17
3.3.13
Toelichting
17
Conclusie
17
Uitvoerbaarheid
18
4.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
18
4.1.1
Participatie
18
4.1.2
Zienswijzen
18
5.
Bijlage 1 Rapport Steenhuis Meurs, raad d.d. 4/7/2012
19
6.
Bijlage 2: Archeologische beleidskaart Zandvoort
20
3
1.
Inleiding 1.1 Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Het werkingsgebied is daarmee ruimer dan voorheen het bestemmingsplan. Het omgevingsplan is voor inwoners en bedrijven primair bepalend voor de vraag welke activiteiten op welke locatie, onder welke voorwaarden kunnen plaatsvinden. De gemeente heeft één omgevingsplan, dat geldt voor het gehele gemeentelijke grondgebied (artikel 2.4 Ow). De regels in deze wijziging van het omgevingsplan zijn gericht op het bereiken van de maatschappelijke doelen van de omgevingswet (art 1.3. Ow). Deze doelen worden in onderlinge samenhang beschouwd en vastgelegd in de regels van het omgevingsplan.
1.2 Aanleiding en doel wijzigen van het omgevingsplan Sinds 1 januari 2024 heeft iedere gemeente een omgevingsplan. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om de inhoud van het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar regels in het nieuwe deel. Met het oog op deze omzetting is op 23 november 2021 door de gemeenteraad de startnotitie omgevingsplan Zandvoort vastgesteld. In de startnotitie is een aanpak opgenomen om het omgevingsplan gefaseerd te wijzigen naar het nieuwe deel. De regels uit het tijdelijk omgevingsplan, de onherroepelijke omgevingsvergunningen verleend in afwijking van het omgevingsplan, de regels over de fysieke leefomgeving uit lokale verordeningen en de bruidsschat worden integraal vastgelegd in het nieuwe omgevingsplan. Dit vormt de in hoofdzaak beleidsneutrale basis van het nieuwe omgevingsplan. Deze wijziging van het omgevingsplan heeft betrekking op de volgende onderdelen: 1. De ruimtelijke regels voor deelgebied centrum (gebaseerd op de voormalige bestemmingsplannen Centrum en Louis Davids Carré); 2. Voor het gehele plangebied van Zandvoort zijn de volgende regels verwerkt: a. de bruidsschat (met beperkte aanpassingen), b. de Erfgoedverordening (gedeeltelijk overgenomen), c. de geactualiseerde archeologieregels.
1.3 Begrenzing van het deelgebied Zandvoort - Centrum Het deelgebied Zandvoort - Centrum wordt begrensd door de Thorbeckestraat, Burgemeester Engelbertsstraat (westzijde), Zeestraat/Kostverlorenstraat (noordzijde), Koninginneweg (oostzijde), Grote Krocht (oostzijde) en Hogeweg (zuidzijde). Het betreft de plangebieden van de voormalige bestemmingsplannen Centrum Zandvoort en Louis Davids Carré. In figuur 1.1 zijn de grenzen en de ligging van het deelgebied aangegeven.
4
Figuur 1.1.
1.4 Geldende planologische regelingen en verordeningen In het deelgebied Zandvoort – Centrum vigeren in het tijdelijk omgevingsplan de volgende planologische regelingen en verordeningen. 1. 2. 3.
Bestemmingsplan Centrum Zandvoort (vastgesteld 23-01-2018) Bestemmingsplan Louis Davidscarre (vastgesteld 14-12-2011) Erfgoedverordening Zandvoort 2012(vastgesteld 04-07-2012)
De bestemmingsplannen zijn alleen van toepassing in het deelgebied Zandvoort – Centrum. De erfgoedverordening is voor geheel Zandvoort van toepassing.
1.5 Omgevingsplanprocedure Voor het wijzigen van het omgevingsplan doorloopt de gemeente de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. De openbare voorbereidingsprocedure staat in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De procedurebepalingen staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Awb. De procedure is op hoofdlijnen als volgt in te delen: Voorbereiding De gemeente maakt het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen bekend in het digitale Gemeenteblad via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). In de kennisgeving staat hoe de gemeenteraad inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding gaat betrekken. De participatie kan leiden tot aanpassing van het voorontwerp.
5
Ontwerpwijziging omgevingsplan De gemeente geeft vóór de terinzagelegging kennis van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan in het digitale Gemeenteblad via de LVBB. De gemeente legt de ontwerpwijziging en de bijbehorende stukken ter inzage. Iedereen kan het ontwerp en de voorbereidingsstukken inzien en mag zienswijzen inbrengen. Dat kan binnen zes weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp. Dit kan schriftelijk, mondeling of elektronisch (email). Vaststellen omgevingsplan Na verwerking van de zienswijzen en mogelijke ambtshalve aanpassingen besluit de gemeenteraad (of bij delegatie BenW) over de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan. Bij het vaststellen van een omgevingsplan wordt aangegeven hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. De gemeente maakt het besluit bekend door het te publiceren in het digitale Gemeenteblad via de LVBB. Tegelijk met de bekendmaking geeft de gemeente kennis van de terinzagelegging van de bijbehorende stukken. Daarnaast stuurt het bevoegd gezag een exemplaar van het besluit aan: a. degenen die bij de voorbereiding een zienswijze hebben ingebracht. b.
een adviseur, als het bevoegd gezag van zijn advies afwijkt. Inwerkingtreding Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan eventueel een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen. Beroep De gemeente vermeldt bij de bekendmaking door wie, binnen welke termijn bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep kan instellen. Dit is de hoogste en enige rechtelijke instantie waarbij beroep kan worden ingesteld tegen het omgevingsplan. Beschikbaar stellen van het omgevingsplan De regels van het omgevingsplan worden tot slot zichtbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Gemeenten moeten de wijziging van het omgevingsplan digitaal publiceren en via de LVBB bekendmaken en beschikbaar stellen. De regels van het omgevingsplan komen dan automatisch in het Omgevingsloket. Iedereen kan zo op een kaart zien welke regels waar gelden.
1.6 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de voor het deelgebied relevante beleidsdocumenten van het Rijk, provincie en gemeente. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de structuur en indeling van de regels en de wijzgingen ten opzichte van het tijdelijk omgevingsplan. Hoofdstuk 4 gaat over de participatie en de zienswijzen. Hoofdstuk 5 en 6 zijn de bijlagen.
6
2.
Beleid en regelgeving 2.1 Rijksbeleid en Rijksregels 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI wordt daarbij een viertal prioriteiten aangegeven: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale beleidskeuzes (op strategisch niveau) zo scherp mogelijk te formuleren. Waar keuzes op nationaal niveau in de NOVI zelf niet of nog niet scherp gemaakt kunnen worden of waar dit niet verstandig is, wordt richting gegeven aan decentrale keuzes. Het deelgebied Zandvoort - Centrum is hoofdzakelijk conserverend van aard. De wijziging van het omgevingsplan voor deelgebied Zandvoort – Centrum is hiermee niet in strijd met de toekomstvisie uit de NOVI.
2.1.2 Instructieregels Rijk Hoofdstuk 5, afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor het omgevingsplan voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. De wijziging van het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor deelgebied centrum naar het nieuwe deel is conserverend van aard. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen of activiteiten mogelijk gemaakt. De volgende instructieregels zijn van toepassing op het plangebied: Afdeling 5.1. Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal) § 5.1.1. Algemene bepalingen Artikel 5.1a. (dienstenrichtlijn) Een omgevingsplan voldoet aan artikel 14, aanhef en onder 5, van Richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt (PbEU 2006, L 376). Het deelgebied centrum bevat geen regels waarbij de vestiging van een dienstenactiviteit afhankelijk is gemaakt van economische criteria. Daarmee is aan de instructieregel voldaan. § 5.1.2. Waarborgen van de veiligheid en § 5.1.4.
Beschermen van de gezondheid en van het milieu De activiteiten die het omgevingsplan toestaat, moeten in beginsel voldoen aan de standaardwaarden die de instructrieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving voorschrijven. De
7
volgende instructieregels van de paragrafen 5.1.2 en 5.1.4 Bkl zijn van toepassing op het deelgebied centrum: Veiligheid rond opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen; Luchtkwaliteit; Geluid door activiteiten; De instructieregels en de daarbij behorende standaardwaarden zijn overgenomen in de regels van het omgevingsplan. Op deze wijze is geborgd dat de toegestane activiteiten in overeenstemming zijn met deze waarden. Ook via de overgenomen regels van de voormalige bruidsschat wordt dit gedekt. § 5.1.5.5. Cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 5.130. geeft instructieregels ter behoud van cultureel erfgoed. Met het oog hierop zijn in het omgevingsplan regels gesteld ter bescherming van het cultureel erfgoed. Hierbij is in ieder geval rekening gehouden met de volgende beginselen: het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en beeldbepalende panden. Er zijn regels gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, waarbij in overeenstemming met artikel 5.130.lid 5 Bkl er ook regels zijn gesteld voor activiteiten met een oppervlakte kleiner dan 100 m2. Alle artikelen over cultureel erfgoed in het omgevingsplan zijn gebundeld in hoofdstuk 4: Regels voor cultureel erfgoed. Artikel 5.131.
(behoud werelderfgoed): Het plangebied 'deelgebied Zandvoort - Centrum' bevat geen erfgoed, dat is aangewezen als werelderfgoed. Afdeling 5.2 Instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving Artikel 5.165a. (bebouwingscontour jacht) De gemeente wijst in het omgevingsplan gebieden aan waar de jacht met een geweer niet mag (artikel 5.165a van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Dit is nodig voor de toepassing van regels over jacht in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In het Bal (artikel 11.71, vierde lid, en 11.76, derde lid, aanhef en onder a) staat dat jacht met een geweer niet mag binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour jacht, bedoeld in artikel 5.165a van het Bkl, of op terreinen die direct aan die bebouwingscontour grenzen. In het omgevingsplan Zandvoort is een bebouwingscontour jacht aangewezen. Artikel 5.165b. (bebouwingscontour houtkap) De gemeente neemt in het omgevingsplan een bebouwingscontour houtkap op. Zo'n gebied omvat in ieder geval stedelijk gebied. Het gebied dat grenst aan stedelijk gebied, kan er ook onder vallen. Het is aan de gemeente om te bepalen hoe groot dat aangrenzende gebied is. Dit staat in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap gelden de regels van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving over houtopstanden, hout en houtproducten niet (artikel 11.111 tweede lid, aanhef en onder a van het Bal). De regels van afdeling 11.3 van het Bal gaan onder meer over het kappen van bomen buiten de bebouwingscontour houtkap. Dit is in het algemeen het buitengebied. Gedeputeerde Staten dan wel de Minister is het bevoegd gezag inzake het vellen van houtopstanden die onder het Bal vallen. In het omgevingsplan Zandvoort is een bebouwingscontour houtkap aangewezen.
8
Conclusie: Aan de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is voldaan.
2.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 2.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen: In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Klimaatverandering Overgang naar duurzame energie Verdere verstedelijking Bereikbaarheid Gezonde leefomgeving Economische transitie Natuur en biodiversiteit
De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de omgevingsverordening Noord-Holland. De wijziging van het omgevingsplan is in hoofdzaak conserverend van aard, voorziet niet in nieuwe activiteiten en is daarmee in lijn met de omgevingsvisie NH2050. 2.2.2 Instructieregels provincie Hoofdstuk 6, afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening NH2022 bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Vanwege onder meer de ligging van het deelgebied, het conserverende karakter van de wijziging van het omgevingsplan en het ontbreken van provinciale monumenten of provinciale beschermde structuren zijn de instructieregels in het deelgebied niet van toepassing. Conclusie: Er is geen strijdigheid met de omgevingsverordening
2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Omgevingsvisie Zandvoort 2040 De omgevingsvisie Zandvoort is op 23 november 2021 vastgesteld. Het doel van de omgevingsvisie is dat Zandvoort in 2040 jaarrond aantrekkelijk voor bezoekers én bewoners is, waarbij leefbaarheid en levendigheid in balans zijn. Dit doel wordt uitgewerkt in de volgende 5 thema’s verdeeld over zes deelgebieden. 1. 2.
Economie: stevige jaarronde economie Samenleving: sociale samenhang en ontmoeting
9
3. 4. 5.
Ruimte: aantrekkelijk en leefbaar dorp Duurzaamheid: groen en toekomstbestendig Mobiliteit: slimme bereikbaarheid
Eén van de zes gebieden is Middenboulevard en Centrum. Het historische centrum verbindt alle andere deelgebieden met elkaar. Kenmerkend voor het centrum is de ligging in een kom. Het noordelijk deel van het centrum, tussen het Badhuisplein/Burgemeester Engelbertsstraat en de Haltestraat is het oudst. Het wordt gekarakteriseerd door kleine huisjes en smalle, gebogen straatjes. Het pittoreske beeld wordt versterkt door de door bewoners aangebrachte geveltuintjes en bloembakken.
Voor het centrum worden de volgende kansen aangegeven: Economie: hoogwaardiger aanbod en culturele activiteiten
10
▪ Sterkere koppeling maken tussen strandbezoek en bezoek aan het centrum door een breder en hoogwaardiger aanbod van winkels, horeca en overnachtingsmogelijkheden. Slimme arrangementen, evenementen en ruimtelijke verbindingen kunnen dit aanjagen. ▪ Verbreden van toeristische activiteiten naar culturele functies (musea, film, theater) en kleinschalige culturele evenementen (o.a. markten en tentoonstelling). Voor internationale en regionale evenementen ruimte aan de Noord-boulevard Samenleving: ontmoetingsplekken en arrangementen ▪ Sterker richten op (jonge) gezinnen met kinderen door een gevarieerd aanbod van verschillende typen activiteiten rond strand en centrum. ▪ Inrichten van aantrekkelijke ontmoetingsplekken op Badhuisplein en in het centrum waar een interessante menging van bezoekers en bewoners kan plaatsvinden. ▪ Aantrekken van passende culturele functies en koppelen aan strand en centrum, met gemeenschappelijke arrangementen tussen manifestaties, strand en centrumfuncties. Dat kan buiten met kleinschalige markten, film op het strand en tentoonstellingen, maar ook binnen met een theater, bioscoop of museum. Ruimte: kwaliteitsimpuls in bebouwing en openbare ruimte ▪ Kwaliteitsimpuls van straten en pleinen, in het bijzonder voor wandelen, fietsen en verblijf met groene, aantrekkelijke zit- en rustplekken.
Verbetering van de aansluiting op het NS-station voor wandelen en fietsen. ▪ Beter zichtbaar maken van de geschiedenis (bijv. infopanelen of kunst) en de cultuur-historische kwaliteiten van het dorp met historische badvilla’s, hofjes en bijzondere erker- en verandawoningen. Duurzaamheid: ruimte voor water en ecologisch groen ▪ Vergroten van de opvang- en bergingscapaciteit voor water in het centrum door kleine waterpleinen, open bermen (wadi’s) en waterdoorlatende verharding. Wateropvang gebruiken als verkoelend element in combinatie met het creëren van schaduwrijke plekken. ▪ Vergroenen van de meest versteende centrumdelen door groene pleintjes, zitplekken, groene laanstructuren en zachte bermen. De beplanting bestaat zoveel mogelijk uit ecologisch waardevol groen, hetgeen de biodiversiteit versterkt en zorgt voor leefgebied en voedsel voor kleine dieren, zoals insecten. Rekening houdend met groen dat aanleiding geeft tot allergieën of infectieziekten via teken, muggen of rupsen. Mobiliteit: mobiliteitshubs koppelen aan trein en HOV-verbinding ▪ Nieuwe HOV-verbinding aan de zuidzijde naar Schiphol en Haarlemmermeer met een goede inpassing in de omgeving en combineren met een kleinschalige mobiliteitshub. ▪ Verkeersveiliger en beweegvriendelijk maken van wegstructuren in het centrum door verbrede loop- en fietsroutes, en veilige fietsstraten waar de auto te gast is.
▪ Snelheidsbeperkende maatregelen dragen bij aan de verkeersveiligheid en vermindering van de geluidsoverlast van gemotoriseerd verkeer binnen de bebouwde kom.
Conclusie Bovenstaande kansen hebben met name betrekking op het verbreden en hoogwaardiger maken van het aanbod van winkels, horeca, overnachting, culturele functies en kleinschalige evenementen, zoals marktjes en tentoonstellingen. Daarnaast liggen er kansen op het gebied van de inrichting van de openbare ruimte (zoals vergroenen, wateropvang, inrichting wegstructuren).
11
Deze kansen zijn binnen de mogelijkheden die het omgevingsplan biedt mogelijk. Binnen het centrum zijn ruime mogelijkheden voor detailhandel, horecabedrijven, bioscoop, maatschappelijke voorzieningen, automatenhal, dienstverlening, muziektent, evenemententerreinen, marktplaatsen. Het verbreden en hoogwaardiger maken van het hierboven genoemde activiteiten zijn hierbinnen in te passen. De inrichting van de openbare ruimte valt veelal binnen de activiteit ‘verkeer’. Hierbinnen is het mogelijk om te vergroenen, vernatten, wegstructuren aan te passen etc. De ruimtelijke regels van het omgevingsplan zijn zowel voor bouwen als voor gebruik in lijn met de omgevingsvisie. Tevens wordt het historische centrum beschermd door de bescherming van monumenten en beeldbepalende panden en door het conserverende karakter van het omgevingsplan.
3.
Regels en wijzigingen omgevingsplan 3.1 Inleiding Dit betreft de eerste wijziging van het nieuwe deel van het omgevingsplan. Hierbij zijn een geheel nieuwe structuur en indeling van de regels gemaakt. Deze structuur vormt de basis van het nieuwe omgevingsplan. Bij de indeling is ervoor gekozen de regels zoveel mogelijk in logische thema's onder te brengen in niet te grote hoofdstukken. Dit zorgt voor overzicht en maakt de regels beter vindbaar. Ook de verwerking van wijzigingen in de regels is dan makkelijker. Dit geldt temeer indien gelijktijdig meerdere wijzigingsprocedures worden doorlopen. Het omgevingsloket -regels op de kaart laat een veelvoud aan regels zien, die op een adres van toepassing zijn. Uit oogpunt van dienstverlening is ervoor gekozen de hoofdstukken met de onderwerpen die naar verwachting relatief vaker geraadpleegd worden, zoveel mogelijk bovenaan binnen de structuur van het omgevingsplan te plaatsen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de gebruiks- en de bouwregels. Andersom geldt voor de regels over zorgplichten of de procesregels dat deze minder worden geraadpleegd en daarmee lager in de reeks getoond kunnen worden. De indeling van het omgevingsplan kan worden gewijzigd indien daar aanleiding toe bestaat. Bijvoorbeeld door een herindeling van de regels of het toevoegen van een hoofdstuk.
Binnen de hoofdstukken is zoveel mogelijk hetzelfde uitgangspunt gehanteerd. Hieronder volgt een overzicht van de wijzigingen die zijn doorgevoerd in het omgevingsplan. In paragraaf 3.2 wordt per onderdeel (ruimtelijk, bruidsschat, verordeningen) aangegeven of dan wel welke wijzigingen op hoofdlijnen zijn doorgevoerd. In paragraaf 3.3 wordt aan de hand van de indeling van de regels per hoofdstuk een toelichting gegeven welke regels het hoofdstuk bevat en of inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd. Paragraaf 3.2 en 3.3 bevatten samen alle wijzigingen. Paragraaf 3.4 onderbouwt de conclusie dat de regels voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
12
3.2 Wijzigingen regels In dit hoofdstuk wordt per onderdeel (ruimtelijk, bruidsschat, verordeningen) aangegeven of dan wel welke wijzigingen op hoofdlijnen zijn doorgevoerd. 3.2.1 Ruimtelijke regels Bij de wijziging van de ruimtelijke regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan is het uitgangspunt gehanteerd, dat bestaande rechten zoveel mogelijk worden geëerbiedigd. De regels geheel beleidsneutraal overnemen is echter niet mogelijk. Naast de hieronder genoemde wijzigingen wordt verwezen naar de wijzigingen genoemd in paragraaf 3.3. Harmonisatie ruimtelijke regels Als gevolg van harmonisatie zijn ondergeschikte wijzigen doorgevoerd in de regels en de begripsbepalingen. Meeste afwijkingsregels voormalige bestemmingsplannen vervallen Een belangrijke wijziging ten opzichte van het tijdelijk deel van het omgevingsplan heeft betrekking op de binnenplanse omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan. Onder de Omgevingswet heeft een systeemwijziging plaatsgevonden. De voormalige bestemmingsplannen in het tijdelijk deel bevatten regels om binnenplans te kunnen afwijken van het desbetreffende bestemmingsplan. Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking.
Er is hierbij sprake van beoordelingsvrijheid door het bevoegd gezag (BenW). Onder de Omgevingswet is dit veranderd. Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het (nieuwe deel van het) omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Wanneer de vergunning op grond van deze beoordelingsregels niet kan worden geweigerd, moet de vergunning worden verleend. Dat volgt uit artikel 8.0a Besluit kwaliteit leefomgeving. Het betreft een limitatief-imperatief beoordelingskader. In het nieuwe deel van het omgevingsplan moeten de beoordelingsregels voldoende afwegingsruimte bevatten. De binnenplanse afwijkingen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor deelgebied Zandvoort - Centrum zijn beoordeeld op geschiktheid om opgenomen te worden in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Hierbij is gekeken naar het volgende: Is de afwijkingsregel beleidsmatig nog relevant? Zijn de beoordelingsregels zelfstandig toetsbaar door de aanvrager? Zijn beleidsregels nodig bij de uitleg van de beoordelingsregels? Zijn de beoordelingsregels limitatief-imperatief te maken? De meeste afwijkingsregels bevatten 'open normen', die zouden moeten worden uitgewerkt in aanvullende beleidsregels.
Vanwege het ontbreken van specifieke beleidsregels is ervoor gekozen deze afwijkingsregels niet op te nemen in het omgevingsplan. In die gevallen waarin de beoordelingsregels zelfstandig toetsbaar zijn of sprake is van beleidsregels (bv beleidsregels parkeernormen), zijn de afwijkingsregels wel opgenomen. De meeste binnenplanse afwijkingsregels zijn om die redenen komen te vervallen. Hiervoor moet voortaan een buitenplanse afwijkingsprocedure (bopa) worden doorlopen. Archeologie De meest actuele archeologiebepalingen zijn opgenomen. Zie bijlage 2 voor de onderbouwing. Zie ook paragraaf 3.3.4.
13
Correcties en wijzigingen op tijdelijk omgevingsplan voor enkele locaties In het omgevingsplan zijn diverse onherroepelijke omgevingsvergunningen (bopa’s) verwerkt en enkele ondergeschikte reparaties verricht. 3.2.2 Bruidsschat Met invoering van de Omgevingswet en de bijbehorende bruidsschat heeft de wetgever onbedoeld ruimere vergunningvrije regels opgenomen voor het plaatsen van erfafscheidingen. Daarmee is er geen ruimte meer om de stedenbouwkundige inpassing en de verkeersveiligheid af te wegen bij erfafscheidingen tot 2 meter hoog, grenzend aan openbaar toegankelijk gebied. Deze afwegingsruimte herstellen we door toe te voegen dat erfafscheidingen vergunningvrij zijn vanaf 1 meter afstand van openbaar toegankelijk gebied. Binnen 1 meter van openbaar toegankelijk gebied is daarmee de afwegingsruimte terug. Verder zijn er enkele ondergeschikte wijzigingen aangebracht of regels geschrapt omdat zij over zaken gingen die niet van toepassing zijn op Zandvoort (zoals bijvoorbeeld het schrappen van bruidsschatregel artikel 3.12 sub c dat zag op welstandsvrije gebieden). Er zijn verder geen inhoudelijke wijzigingen in de regels aangebracht. De regels zijn verdeeld over de diverse hoofdstukken. Dit wordt toegelicht in paragraaf 3.3.
3.2.3 Erfgoedverordening Bij de harmonisatie van alle erfgoedregels zijn bepaalde delen wel uit de Erfgoedverordening overgenomen (aanwijzing en instandhouding monumenten) en andere delen niet (instandhouding archeologische terreinen, beschermd dorpsgezicht en beeldbepalende panden). De bepalingen over de aanwijzing en instandhouding van monumenten zijn overgenomen. Deze zijn nog actueel. De bepalingen over de beeldbepalende panden zijn in overeenstemming gebracht met de reeds bestaande bepalingen over beeldbepalende panden in het tijdelijk deel. De bepalingen over de instandhouding van de archeologische terreinen waren verouderd en zijn niet overgenomen. Voor archeologische terreinen zijn de meest actuele bepalingen opgenomen. Bepalingen over gemeentelijke dorpsgezichten zijn niet van toepassing in Zandvoort. Zie ook paragraaf 3.3.4.
3.3 Indeling regels en wijzigingen per hoofdstuk De regels zijn per thema ingedeeld in hoofdstukken. Per hoofdstuk wordt de inhoud toegelicht en aangegeven in hoeverre inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd. 3.3.1 Hoofdstuk 1 Algemene regels Hoofdstuk 1 bevat momenteel één artikel met verwijzingen naar de begripsbepalingen van de Omgevingswet, AMVB's, de bruidsschat en de geharmoniseerde begripsbepalingen van de voormalige bestemmingsplannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De begripsbepalingen zijn opgenomen in de bijlagen van het omgevingsplan. 3.3.2 Hoofdstuk 2 Regels voor gebruik gronden en bouwwerken Hoofdstuk 2 bevat de algemene en specifieke gebruiksregels voor gronden en bouwwerken. De regels zijn geharmoniseerd. De regels zijn gericht aan degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Er is een algemene verbodsbepaling opgenomen om locaties en bouwwerken planologisch
14
anders te gebruiken dan op grond van het omgevingsplan is toegestaan. Het toegestane gebruik is per locatie aangegeven. De afwijkingsregels voor gebruik uit het tijdelijk omgevingsplan zijn komen te vervallen (zie uitleg par 3.2.1). De gebruiksregels voor in de openbare ruimte dan wel openbaar toegankelijke ruimte hebben een apart hoofdstuk gekregen (hfstk 5). Aangepaste bedrijvenlijst Bedrijven functiemenging In de bestemmingsplannen werd voor toegestane bedrijvigheid verwezen naar de bedrijvenlijst die gebaseerd was op het model van de VNG. De bedrijvenlijst bevat een opsomming van bedrijfscategorieën en de gewenste afstanden tot woningen. De VNG heeft in aanloop naar de Omgevingswet besloten de bedrijvenlijst niet meer te actualiseren. Ook heeft zij als inspiratie een nieuwe systematiek opgesteld waarbij niet meer met een bedrijvenlijst wordt gewerkt. Het deelgebied Centrum kenmerkt zich door functiemenging. Wonen, werken en winkels wisselen elkaar af. Sommige bedrijven kunnen zonder problemen naast een woning worden gevestigd. In het omgevingsplan is een dergelijk bedrijf gedefinieerd als een 'bedrijf geschikt voor functiemenging'. Voor een dergelijk bedrijf is een aantal criteria opgesteld waaraan voldaan moet worden. Werken met een bedrijvenlijst om te bepalen of een bedrijf zich mag vestigen in een gemengd gebied, is in beginsel niet meer nodig.
Niettemin is het raadzaam om een herhaling van discussies te voorkomen of een bepaald bedrijf zich al dan niet mag vestigen. Aan het omgevingsplan is een lijst toegevoegd met bedrijven die in ieder geval geschikt zijn voor functiemenging. Voor deze bedrijven hoeft dus niet telkens opnieuw de afweging te worden gemaakt of voldaan wordt aan de criteria. Het is denkbaar dat met nieuwe bedrijfsvormen de lijst de komende jaren zal worden uitgebreid. 3.3.3 Hoofdstuk 3 Regels voor bouwen Inleidende bepalingen Hoofdstuk 3 bevat de bouwregels voor gronden en bouwwerken. In de inleidende bepalingen is bepaald tot wie de regels zijn gericht. Er zijn hierin algemene regels met een technisch karakter opgenomen, zoals regels over bestaande maten, meet- en rekenbepalingen en dergelijke. Ook is hier de regel opgenomen dat voldaan moet worden aan de parkeernormen. Vergunningplicht Er is een verbod opgenomen om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, in stand te houden en te gebruiken. De uitzonderingen op deze vergunningsplicht staan in deze paragraaf, net als de beoordelingsregels en aanvraagvereisten. Vergunningvrij De vergunningsvrije regeling is opgenomen overeenkomstig de bouwregels uit het tijdelijke omgevingsplan. Voor bijbehorende bouwwerken bij monumenten moet altijd in afwijking van het omgevingsplan een aanvraag worden gedaan (bopa).
Zo kan een afweging worden gemaakt over de invloed van de voorgenomen bouwactiviteit op het monument. Algemene bouwregels De algemene bouwregels gaan over maatvoering van gebouwen, kap- en dakvormen, dakkapellen, en dergelijke. Ook staan hier de regels over hoofdgebouwen, bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde en de bouwregels in de tuin. Specifieke bouwregels Naast een aantal specifieke bouwregels bevat dit hoofdstuk nog een aantal specifieke bepalingen over bouwen en in stand houden van bouwwerken uit de bruidsschat met het oog op omgevingskwaliteit, gezondheid en veiligheid. Dit zijn onder meer bepalingen over repressief welstand of aansluiting op distributienet voor elektriciteit, gas of voor warmte en drinkwater.
15
Groeiplaats monumentale boom Ook de regels voor een groeiplaats van een monumentale boom worden hier aangegeven. 3.3.4 Hoofdstuk 4 Regels voor cultureel erfgoed In hoofdstuk 4 zijn alle regels over het cultureel erfgoed naast elkaar gelegd en geharmoniseerd. In dit hoofdstuk zijn de van belang zijnde regels uit de Erfgoedverordening en de van toepassing zijnde bepalingen uit het voormalig bestemmingsplan Centrum opgenomen. Daarnaast zijn de geactualiseerde archeologiebepalingen in dit hoofdstuk opgenomen. In de inleidende bepalingen in afdeling 4.1 is bepaald tot wie de regels zijn gericht en wat het toepassingsbereik van hoofdstuk 4 is. Afdeling 4.2 gaat over de aanwijzing tot gemeentelijke monumenten en de procedure die daarbij van toepassing is. Ook gaat de afdeling over de instandhouding van monumenten. De Adviescommissie omgevingskwaliteit is aangewezen als adviseur voor het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Bij haar advies kan de adviescommissie ook de invloed van de omgevingsactiviteit op de omgeving van het monument betrekken. Hiertoe is een bepaling opgenomen in hoofdstuk 9. Afdeling 4.3 gaat over de geactualiseerde archeologiebepalingen.
Ten tijde van het opstellen van de omgevingsvisie voor Zandvoort is tevens een vernieuwde archeologische inventarisatie uitgevoerd, waarna een archeologische verwachtings- en beleidskaart met bijbehorende regimes voor het gehele grondgebied van de gemeente is opgesteld (zie hoofdstuk 6, bijlage 2). Via een voorrangsbepaling gelden deze geactualiseerde archeologiebepalingen voor het hele grondgebied van Zandvoort. Afdeling 4.4 bevat de aanvullende bouwregels en het sloopverbod voor de monumenten en de beeldbepalende panden die ook golden in het voormalige bestemmingsplan Centrum. Afdeling 4.5 bevat de bijbehorende set aanvraageisen. 3.3.5 Hoofdstuk 5 Regels voor gebruik en bouwen in de openbare ruimte Dit hoofdstuk bevat de algemene en specifieke gebruiks- en bouwregels voor gronden en bouwwerken voor functies die veelal in de openbare ruimte voorkomen zoals groen, verkeer, waterkering. Met uitzondering van vergunningvrij bouwen zijn bouwwerken op een locatie met de aanduiding groen of verkeer niet toegestaan tenzij anders vermeld. 3.3.6 Hoofdstuk 6 Regels voor milieubelastende activiteiten Afdeling 6.1 bevat regels die ontleend zijn aan de instructienormen van hoofdstuk 5 Besluit kwaliteit leefomgeving.
Afdelingen 6.2 en 6.3 bevatten de voormalige regels van de bruidsschat wat betreft de milieubelastende activiteiten en het aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds. 3.3.7 Hoofdstuk 7 Regels voor ontwikkelocaties Hoofdstuk 7 is gereserveerd voor regels die opgesteld zijn om een gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Het uitgangspunt hierbij is dat een bundeling van de regels op één plek per ontwikkeling bijdraagt aan het creëren van overzicht en aan verhoging van het gebruiksgemak voor inwoners, plantoetsers, ontwikkelende partijen e.a.. Dit geldt zolang de wijziging van het omgevingsplan voor desbetreffende ontwikkeling nog niet onherroepelijk is. Daarna worden de regels op enig moment in de daarvoor bestemde hoofdstukken ondergebracht.
16
3.3.8 Hoofdstuk 8 Regels voor doelen, zorgplichten en contouren De doelen van het plan en de zorgplichten, die gelden voor iedereen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zijn opgenomen in hoofdstuk 8. Naast de algemene doelen genoemd in artikel 1.2 Ow heeft het omgevingsplan het doel om de ambities en opgaves uit de omgevingsvisie te realiseren. Dit hoofdstuk bevat daarnaast een bebouwingscontour voor de jacht en voor houtkap. Deze regels moeten worden opgenomen in verband met instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. 3.3.9 Hoofdstuk 9 Procesregels In afdeling 9.1 is de Adviescommissie omgevingskwaliteit aangewezen als adviseur voor het beoordelen van de omgevingskwaliteit (voorheen welstandscommissie). Verder zijn in afdeling 9.2 de procesregels en de aanvraagvereisten aangegeven voor situaties waar het tijdelijk deel van het omgevingsplan nog van toepassing is.
3.3.10 Hoofdstuk 10 Regels voor overgangsrecht De voormalige bruidsschat bevatte een aantal overgangsregels. Deze zijn ondergebracht in afdeling 10.2 van het omgevingsplan. 3.3.11 Hoofdstuk 11 Slotregel Dit hoofdstuk bevat de citeertitel. 3.3.12 Bijlagen omgevingsplan De volgende bijlagen zijn opgenomen: overzicht informatieobjecten: In deze bijlage staan de werkingsgebieden vermeld. (Met coördinaten is vastgelegd voor welke locatie(s) de regels gelden. Dit wordt het werkingsgebied van de regels genoemd.) begripsbepalingen; lijst aan huis verbonden beroepen en bedrijven; lijst met bedrijven geschikt voor functiemenging. 3.3.13 Toelichting De toelichting bevat een algemene toelichting en een artikelsgewijze toelichting. Diverse regels bevatten een artikelsgewijze toelichting. Deze toelichting is bij de regels terug te vinden door te klikken op het groene icoontje naast de regel.
3.4 Conclusie De ruimtelijke regels zijn conserverend van aard en maken geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Deze regels zijn destijds al beoordeeld en in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening geacht. De regels van de bruidsschat, zijn waar nodig aangepast aan de instructieregels van het Rijk. Ook de overige regels in deze wijziging voldoen, voor zover van toepassing, aan de instructieregels van het Rijk. De instructieregels van de provincie zijn niet van toepassing. Hiermee kan geconcludeerd worden dat met deze wijziging voldaan is aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, eerste lid Ow).
17
4.
Uitvoerbaarheid 4.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.1.1 Participatie De wijziging van deelgebied Zandvoort – Centrum en de bruidsschat zijn overwegend beleidsneutraal van karakter. In de startnotitie is daarom besloten te participeren door in de voorbereidingsfase de inwoners en ondernemers te informeren over hoe het omgevingsplan centrum en de bruidsschat worden geactualiseerd. Een kennisgeving van het voornemen is gepubliceerd in het Gemeenteblad en in de Zandvoortse Courant. Tevens zijn de inwoners geïnformeerd door middel van de gemeentelijke website (Werken aan een nieuw omgevingsplan | Gemeente Zandvoort). Er heeft een presentatie en overleg plaatsgevonden met de Ondernemersvereniging Zandvoort en met de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK). Ook Rijnland is geïnformeerd. De overleggen hebben niet tot aanpassingen geleid.
4.1.2 Zienswijzen Het ontwerpomgevingsplan heeft gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegen. Iedereen kon zienswijzen indienen. Tijdens de terinzageligging van het ontwerp zijn geen zienswijzen ingediend. Wel zijn ambtshalve nog enkele verbeteringen ten opzichte van het ontwerp aangebracht. Deze verbeteringen hebben te maken met o.a. dubbelingen, een betere beoordeling voor de aanvraag, strijdigheid met het Bkl, verwijzing van NEN normen, een aantal onvolkomenheden hersteld, een verwijzing naar de nieuwste parkeernormennota, en enkele verduidelijkingen.
18
5.
Bijlage 1 Rapport Steenhuis Meurs, raad d.d. 4/7/2012
Beeldbepalende panden centrum - 2012.pdf
19
6.
Bijlage 2: Archeologische beleidskaart Zandvoort
Archeologische verwachtings- en beleidskaart Zandvoort_2020.pdf
20