CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 zienswijze SMNK bij ontwerpbesluit bodemkwaliteitskaart PFAS en nota bodembeheer IJmond

Gemeenteraad 25 mei 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Vaststellen notitie grondverzet bodemkwaliteitskaart PFAS ODIJmond2.096 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan Gemeenteraad Postbus 2 2040 AA Zandvoort 14 januari 2021

SMNK o

Kennemerland

Zienswijze bij het Ontwerpbesluit bodemkwaliteitskaart PFAS en Nota bodembeheer regio IJmond, Geachte gemeenteraad, Bij de bovengenoemd besluit heeft de stichting Milieu- en Natuurbescherming Kennemerland de volgende zienswijze: Het ontwerpbesluit is gebaseerd op de "Ontwerp notitie grondverzet Bodemkwaliteitskaart PFAS OD IJmond" van 20 mei 2020. Deze notitie (hierna genoemd "de notitie") bevat een groot aantal tekortkomingen, waardoor hij niet geschikt is als basis voor de grenswaarden voor PFAS. Daardoor zijn de vastgestelde waarden onjuist. Het gaat om respectievelijk 1.7, 2.6 en 1,5 (pg/kg ds) voor de bovengrond en voor de ondergrond is dat respectievelijk 1.7, 1.5 en 1.5 (pg/kg ds). 1. De Lokale Maximale Waarden (LMW) PFAS in de ondergrond, zoals bepaald in tabel 3-1 zijn verkeerd overgenomen van de beleidsregel van de provincie Noord-Holland 2. Het gebruik van de P80-waarde van de gevonden PFAS-vervuilingen als LMW voor de bovengrond veroorzaakt dat vuile grond mag worden vermengd met schone. Niet onderbouwd wordt de keuze voor P80. 3. Het aanwijzen van seaspray als reden om verhoogde LMW's vast te stellen berust niet op feiten. 4. Het bodembeheergebied van de 7 gemeenten is anders dan dat van de 9 gemeenten waarvoor in 2016 bodemkwaliteitkaarten zijn vastgesteld. 5.

Het gebruik van de hoogste LMW-waarden van de provincie waar de eigen meetwaarden veel lager zijn leidt tot verslechtering van de bodemkwaliteit en is in strijd met het stand-still beginsel. Hieronder worden deze bezwaren nader uitgewerkt. 1. De Lokale Maximale Waarden (LMW) PFAS in de ondergrond, zoals bepaald in tabel 3-1 zijn verkeerd overgenomen van de beleidsregel van de provincie Noord-Holland

Tabel 3-1 op de 8e pagina geeft de eindconclusie van de notitie weer en luidt als volgt: rn tTi

Pagina 1

NO I

Tabel 3-1: Lokale Maximale Waarden (LMW) PFAS in de bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 1,0 m-mv) in pg/kg d.s, boven grondwaterniveau._____ _________ _____ _____ __ ___ ____________ Zone

PFOS (som)

PFOA (som)

Overige PFAS

Toepassen van PFAS-houdende grond binnen de gemeenten in de regio IJmond Bovengrond

2,6

1,7*

1,5*

Ondergrond

1,5*

1,7*

1,5*

* normering afgeleid uit de beleidsregel van de provincie Noord-Holiand

Men ziet dat alleen de waarde 2,6 uit de metingen en berekeningen van de notitie volgen. De andere 5 waarden zijn "afgeleid uit de beleidsregel van de provincie Noord-Holiand", zoals de voetnoot aangeeft. Deze beleidsregel geeft in artikel 7.1 de volgende relevante voorschriften: Indien de op een locatie aangetroffen gehalten van PFOS of PFOA in de grond lager zijn dan respectievelijk 1,5 pg/kg en 1,7 pg/kg, en/of in grondwater lager dan 0,01 pg/l, wordt de locatie als niet verontreinigd beschouwd. Relevant is ook voorschrift 7.6: Stoffen behorend tot PFAS worden individueel per stof beoordeeld. Voor gehalten van andere stoffen behorend tot PFAS gelden de normen en handelwijze in deze beleidsregel zoals die voor PFOS gelden. Men ziet: • De provincie geeft geen waarden voor de ondergrond • Voor PFAS, anders dan PFOA en PFOS wordt de waarde voor PFOS aangehouden. In de toelichting op blz 13 van de beleidsregel staat: Bij Al/1/2000 is uitgegaan van de bovenste 10 cm. Hier is gekozen voor de bovenste halve meter om twee redenen. Zoals bij de uitgangspunten is aangegeven, is het van belang voorzichtigheid te betrachten gezien het vooralsnog ontbreken van een compleet landelijk beleidskader en gehalten in de bovenste halve meter zijn lager dan gehalten in de bovenste 10 cm. Daarnaast is bovenste halve meter de laag waarin vee! werkzaamheden met grond plaatsvinden.

De genoemde waarden in artikel 7.1 betreffen dus de bovenste halve meter. In de notitie wordt de bovengrond genoemd. En de ondergrond is de laag van 0,5 tot -1 meter. De provincie geeft geen waarden voor deze laag en dus geen waarden voor de ondergrond. De onderste regel van tabel 3-1 is dan ook fout. Het zou vrij absurd zijn om de waarden voor de bovengrond toe te passen voor de ondergrond, omdat uit alle metingen, ook die van de notitie, is gebleken dat de concentraties snel afnemen met de diepte. Het meest consequent zou zijn als de notitie hier de P80-waarden aanhoudt die men zelf gevonden heeft. Dat is dus 0,6 resp 0,5 en 0,1 voor PFOS. PFOA en overige PFAS (zie tabel 3-2 op Pagina 2

de 72e pagina). Overigens zijn wij het met de keuze voor P80 niet eens, zoals verderop wordt besproken. Wat de waarden voor de bovengrond betreft (de eerste regel in bovenstaande tabel) komen wij daarop in volgende punten terug. Het gebruik van de P80-waarde van de gevonden PFAS-vervuilingen als LMW voor de bovengrond veroorzaakt dat vuile grond mag worden vermengd met schone. Niet onderbouwd wordt de keuze voor P80.

P80 is de waarde waar 80% van de metingen onder ligt. Dat betekent dat alle partijen grond bij elkaar gegooid mogen worden, die een PFAS-gehalte hebben van minder dan deze waarde. Als dus voor PFOS in de bovengrond een LMW van 2,6 pg/kg wordt genomen, dan mag alle grond met minder dan die waarde worden vermengd, ondanks dat de gemiddelde waarde slechts 1,4 is (getallen genomen uit tabel 3-2 op de 72e pagina). Men mag dus grond die van 2,6 pg/kg mengen met grond van 1,0 pg/kg. Zo wordt schone grond dus vuil gemaakt. Wij pleiten ervoor om in plaats van de P80 de gemiddelde waarde te nemen. In dit geval is dat 1,4. In de notitie wordt niet onderbouwd waarom de P80 wordt gebruikt. Slechts wordt gezegd dat dit algemeen wordt toegepast en dat het BBK het toestaat. Inderdaad past Antea dat in elk beheersgebied waarvoor het zo'n rapport maakt toe, zodat de claim van algemene toepassing vanzelf waar is geworden. Maar nog altijd is niet duidelijk waarop dit gebaseerd is. Van belang is hierbij de zeer sterke heterogeniteit (1,59) van PFOS in het beheergebied. Een waarde van 0,7 wordt al gezien als sterke heterogeniteit. Dat betekent dat er grote verschillen zijn binnen de regio. Door de keus van P80 mag 80% van alle partijen gemengd worden. Daardoor is het risico van schone grond vervuilen extra groot.

3 Het aanwijzen van seaspray als reden om verhoogde LMW's vast te stellen berust niet op feiten.

In de retoriek waarmee het hanteren van hogere waarden wordt verkocht wordt gewezen naar seaspray. PFASen zouden worden aangevoerd uit zee en daarom zou het verantwoord zijn in deze regio hogere waarden dan de NoordHollandse te hanteren. Als dat zo was zou dicht bij de kust hogere waarden voor PFAS gevonden moeten worden dan verder daar vandaan. Dat is echter niet zo. ZEI ro ro s____ ai £

Pagina 3

(“Hö

i

^-4

t

Immers, voor PFOS werd een heterogeniteit-waarde van 1,59 gevonden, terwijl een waarde van 0,7 al wordt al gezien als sterke heterogeniteit. Er zijn dus zeer grote verschillen in de gevonden meetwaarden. De notitie meldt echter een diffuus beeld voor het voorkomen van PFOS, waardoor geen zones kunnen worden aangewezen waar de PFOS sterker voorkomt dan in andere zones. Zie onderstaand citaat: Daarnaast zijn er ruim voldoende meetpunten in de dataset aanwezig (> 70 per bodemlaag) waardoor een betrouwbaar beeld is ontstaan. Aan de hand van een toetsingskaarten is beoordeeld of de bestaande zoneindeling gesplitst kan worden. Er blijft echter een meer diffuus beeld bij de verspreiding van PFOS bestaan zonder een duidelijke toekenning aan bijv. functies (landbouw, wonen of industrie). Gezien de geringe heterogeniteit van de overige PFAS en het aantal meetpunten wordt op dit moment geen aanleiding gezien om nieuwe zones te differentiëren. Het uitgangspunt dat sprake is van één deelgebied en beheergebied voor PFAS wordt hiermee onderschreven. Flet is dus helemaal niet zo dat de hoge PFOS waarden geconcentreerd zijn bij de kust en voor de andere PFASen worden zelfs helemaal geen grote verschillen gevonden. Een andere aanwijzing dat de verwijzing naar seaspray geen basis heeft is te vinden in het bodemonderzoek van Texel.

Als er één plek is waar seaspray tot hoge PFAS-vondsten zou moeten leiden is het wel daar. Daar werd echter een waarde van 1,06 gevonden voor P80 van PFOS in de bovenlaag en 0,24 in de tussenlaag. Dat is zeer laag tov de landelijke norm. 4 Het bodembeheergebied van de 7 gemeenten is anders dan dat van de 9 gemeenten waarvoor in 2016 bodemkwaliteitkaarten zijn vastgesteld.

Dit besluit is een "moet worden beschouwd als een aanvulling van de Nota bodembeheer" die in 2016 werd vastgesteld voor het beheergebied van 9 gemeentes. In 2016 is PFAS niet meegenomen in de onderzoeken en dit is een reparatie daarvan. De gemeenten Noordwijk en Flaarlemmerliede (inmiddels in Haarlemmermeer opgegaan), die in 2016 nog aangesloten waren, doen in dit onderzoek niet mee. Hoe moet een bedrijf dat grond verzet hier mee omgaan? Haarlemmermeer hanteert hogere LMW waarden dan IJmond. Kan een vergunningvrager nu gaan winkelen bij de hoogst toegestane waarden?

Pagina 4

5 Het gebruik van de hoogste LMW-waarden van de provincie waar de eigen meetwaarden veel lager zijn leidt tot verslechtering van de bodemkwaliteit en is in strijd met het stand-still beginsel.

Men bezie onderstaande twee tabellen: Tabel 3-4: Lokale maximale waarde PFAS in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) in gg/kg d.s. boven grondwaterniveau. Zone

; PFOS

• PFOA

; Overige PFAS

1 - Bovengrond

! 2-6

i l'7

: T5

2 - Ondergrond

: 1,5

: i,7

: 1,5

Tabel 3-4: Berekende kwaliteit van de te ontgraven bodem (P80) voor PFAS in de bovengrond (0,0-0,5 mmv) en ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) in gg/kg d.s getoetst aan de normen van het Tijdelijke handelingskader PFAS (29-11-2019) T

Zone

;

PFOS {P80J

PFOA (P80)

2,6

0,9

Overige PFAS {P80}

Tijdelijk handelingskader1 1 - Bovengrond 2 - Ondergrond

0,6

■ ...................................................................... ‘ i ;

; 0,1

.........................................................,....,................f........................................................................................ i

0,5

;

0,1

] Voldoet aan de maximale waarde voor Landbouw / Natuur l- | Voldoet aan de maximale waarde voor Wonen / Industrie

De eerste tabel geeft de door de gemeente voorgestelde LMW's. De tweede de in werkelijkheid gevonden waarden voor de P80 van de diverse stoffen. Men ziet dat ondanks dat 5 van de 6 gevonden waarden aanzienlijk lager zijn dan de waarden die de provincie toelaat, men deze veel hogere waarde heeft overgenomen als lokale maximumwaarde. Op de 8e pagina van de notitie staat dit aangekondigd: Daar waar de berekende P80 voor PFAS lager is dan de concentraties uit de provinciale beleidsregel of het geactualiseerde Tijdelijk handelingskader PFAS (THK), wordt het gehalte uit de beleidsregel of het THK als LMW gehanteerd De gemeente kiest er dus voor om toe te staan dat grond met een zeer lage vervuiling, zoals bijvoorbeeld de ondergrond voor PFOA met een P80 van 0,5 pg/kg, vermengd mag worden met veel vuilere grond met een gehalte van 1,7 pg/kg. Deze grond mag ook van buiten het beheergebied komen, waardoor het BBK-principe van stand-still op gebiedsniveau wordt verlaten. Pagina 5

Hiermee mist de gemeente de kans om het eigen, relatief schone grond ook schoon te houden. Om enigszins aan het stand-still principe te voldoen had men de waarden uit de tweede tabel moeten aanhouden. Citaat uit de toelichting bij het BBK: Via een bodembeheernota kan namelijk invulling worden gegeven aan standstill op gebiedsniveau: de bodemkwaliteit mag plaatselijk verslechteren, mits dit elders in het gebied tot een kwaliteitsverbetering leidt. Door grond en baggerspecie van slechtere kwaliteit, afkomstig van buiten het gebied waarop de bodembeheernota op van toepassing is, toe te staan op een betere kwaliteit bodem in het gebied, wordt namelijk geen invulling gegeven aan standstill op gebiedsniveau. Let op de laatste zin in deze toelichting. Nu men toestaat dat grond van buiten het gebied met een PFOA gehalte van 1,7 wordt toegepast in een bodembeheergebied waar de P80 waarde 0,9 of 0,5 is kan de vervuilingsgraad van het gebied toenemen. Daarmee wordt dus geen invulling gegeven aan standstill op gebiedsniveau. Dat was precies niet de bedoeling van de regelgeving. Het is wel duidelijk waarom men hiervoor kiest: hoe minder belemmeringen voor grondprojecten, hoe beter. De kans om het eigen grondgebied zo schoon mogelijk te houden wordt daarvoor opgeofferd. K.

van Broekhoven Stichting Milieu- en Natuurbescherming Kennemerland, voorzitter Hospeslaan 49 2015 GJ Hgarlem Tel 023 5245876 A

Pagina 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10006421/1