Bijlage 1 - Transitievisie warmte .
Tekst van het document
21
regio Noord-Holland Zuid aan de Regionale Energiestrategie (RES). Bij iedere energie infrastructuur (elektriciteitsnet, warmtenet en gasnet/hybride) horen andere bronnen en andere installaties in de gebouwen. De transitie naar volledig duurzame bronnen zal daarom verschillen per energie infrastructuur:
Duurzame elektriciteit Voor de opwek van elektriciteit zullen we de komende jaren steeds meer duurzame bronnen gebruiken. In de toekomst zal de stroommix in Nederland nagenoeg helemaal duurzaam zijn, voornamelijk wind- en zonneenergie. Naast het verwarmen in de gebouwde omgeving zullen ook andere sectoren in toenemende mate gebruik gaan maken van duurzame energie. Het vervoer zal steeds meer elektrisch worden en ook de industrie zal daar waar mogelijk overstappen op elektriciteit. Aandachtspunt is daarbij dat knelpunten in het elektriciteitsnet tijdig worden verholpen.1
Duurzame warmte
■ Bodembescherming
Veel warmtenetten in Nederland zijn nu nog aangesloten op fossiele (rest)warmtebronnen zoals elektriciteitscentrales, afvalenergiecentrales of gasgestookte installaties. Tijdens de aanleg van een warmtenet is het soms nodig om tijdelijk gebruik te maken van gasgestookte centrales. Ook zijn gasgestookte ketels vaak nodig om op momenten met hoge warmtevraag bij te springen. Op de lange termijn zal de warmte uit duurzame bronnen komen, zoals biogrondstoffen geothermie, bodemwarmte, aquathermie en duurzame gassen. Warmte is lastiger om over grote afstanden te transporteren dan gas en elektriciteit. Warmtenetten hebben daarom vaak een sterk lokaal of regionaal karakter. De nabijheid van duurzame warmtebronnen is belangrijk voor de haalbaarheid van warmtenetten. In de regio Noord-Holland Zuid zijn veel warmtebronnen aanwezig.2 Toch is daarmee niet gezegd dat het lukt om deze warmte in de gemeente in te zetten. Veel hangt daarbij af van de schaal van een toekomstig warmtenet
Zandvoort - Legger 2020
■ Bodembescherming ■ Bodembescherming ■ Bodembescherming
Figuur B1.2. Beschermingsgebieden bodem en leggers in Zandvoort.
en of de vraag groot genoeg is om de afstanden te overbruggen. Tegelijkertijd zal er rekening gehouden moeten worden met ruimte in de ondergrond. Voor Zandvoort geldt dat er rekening moet worden gehouden met regelgeving van bodembescherming en beschermingszones van de primaire waterkering aan de kust (zie figuur B1.2).
Duurzaam gas Daar waar het gasnet blijft liggen, zal aardgas op termijn worden vervangen door een klimaatneutraal alternatief, bijvoorbeeld groen gas of waterstof. Er bestaan verschillende typen duurzaam gas: groen gas dat wordt geproduceerd door het vergassen of vergisten van
1 Zie toelichting Impactanalyse Liander (bijlage 3) 2 Verwijzing RES 1.0 Noord-Holland Zuid: https://energieregionhz.nl/app/uploads/2021/07/nhz-res-1-20210708.pdf
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
22
biomassa en (groene) waterstof dat wordt geproduceerd door met groene stroom water te ontleden in waterstof en zuurstof. Naar de toekomstige beschikbaarheid van deze gassen wordt nog veel onderzoek gedaan. De huidige inschatting is dat er tot 2030 met groen gas een potentiële verduurzaming van 20% tot 30% van de huidige landelijke gasvraag van de gebouwde omgeving mogelijk is. Tot 2050 is er mogelijk meer beschikbaar, maar ook andere sectoren zullen hiervan gebruik willen maken. Bijvoorbeeld als back-up voor elektriciteitsproductie, als piekvoorziening voor warmtenetten en de procesindustrie. Voor waterstof wordt vóór 2030 geen grootschalige toepassing in de gebouwde omgeving verwacht. Ook voor de periode daarna is het verduurzamingspotentieel onzeker. Dat komt omdat voor de productie van groene waterstof groene stroom noodzakelijk is. Zolang er nog geen groene stroom in overmaat beschikbaar is, zal het efficiënter zijn om de stroom direct in te zetten. Daarnaast zullen, net als bij groen gas, ook andere sectoren van duurzame waterstof gebruik willen maken.1
Drie ‘kleuren’ waterstof Waterstof (H2) wordt op dit moment al veel gebruikt in Nederland en in de rest van de wereld. Het is een belangrijke grondstof voor de procesindustrie. Er wordt vaak gesproken over ‘grijze’, ‘blauwe’ en ‘groene’ waterstof. Chemisch zijn deze drie soorten waterstof exact het zelfde en eigenlijk heeft waterstof ook geen kleur. Je kunt het vergelijken met ‘grijze’ en ‘groene’ stroom. Grijze waterstof: Waterstof die wordt geproduceerd uit fossiele brandstoffen (meestal aardgas) noemen we grijze waterstof. Veruit de meeste waterstof die momenteel wordt gebruikt, is grijze waterstof. Ongeveer 10% van het geproduceerde aardgas in Nederland wordt ingezet voor de productie van waterstof. Hierbij komt veel CO2 vrij, deze vorm van waterstofproductie is dus niet duurzaam en zal in de toekomst vervangen worden door blauwe of groene waterstof. Blauwe waterstof: Blauwe waterstof wordt ook geproduceerd uit fossiele brandstoffen (meestal aardgas). Bij de productie van blauwe waterstof
wordt de vrijgekomen CO2 afgevangen en in de ondergrond opgeslagen. Hierbij komt dus geen CO2 in de atmosfeer, maar er is veel discussie over of deze manier van produceren duurzaam is. Groene waterstof: Wanneer in de context van de warmtetransitie wordt gesproken over waterstof, gaat het meestal over groene waterstof. Bij deze vorm van waterstofproductie wordt (groene) stroom gebruikt om water te ontleden in zuurstof en waterstof. Hierbij komt dus geen CO2 vrij. Aandachtspunt is wel dat dit een inefficiënte manier van elektriciteitsgebruik is. Er voldoende groene stroom beschikbaar zijn. Wanneer er maar beperkt groene stroom beschikbaar is, is het vaak efficiënter om deze direct in te zetten in bijvoorbeeld een warmtepomp, in plaats van voor de productie van waterstof.
gebouw, de infrastructuur in de buurt, de beschikbare bronnen en het typische toepassingsgebied. Afkortingen: e-koken is elektrisch koken; e-net is elektriciteitsnet; LT is laagtemperatuur; HT is hoogtemperatuur; WKO is warmte-koude opslag.
Samenvatting duurzame warmteopties De tabel B1.3 hieronder vat de karakteristieken van de verschillende warmteopties samen. De opties verschillen in de noodzakelijke maatregelen in het
1 Zie bijvoorbeeld: Klimaatakkoord, Routekaart Groen Gas 2020-2050, PBL Klimaat en Energieverkenning 2019
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
23
Tabel B1.3. Overzicht duurzame warmteopties in Zandvoort. All-electric
Hybride + duurzaam gas
Warmtenet (> ca 70°C)
Warmtenet (40-70°C)
Lokale bronnetten
In het gebouw
E-koken Basisisolatie LT-afgiftesystem Warmtepomp
E-koken Basisisolatie Hybride Warmtepomp
E-koken Basisisolatie Afleverset
E-koken Basisisolatie LT-afgiftesysteem Afleverset Warmwatervoorziening
E-koken Basisisolatie LT-afgiftesysteem Warmtepomp
In de buurt
Verzwaard elektriciteitsnet
Bestaand gasnet Verzwaard elektriciteitsnet
Warmtenet (collectieve warmtepomp)
Warmtenet (collectieve warmtepomp)
Bronnet
Bronnen
Landelijk elektriciteitsnet
Landelijk gasnet met op termijn duurzaam gas
Hoogwaardige restwarmte Geothermie Biomassa Aquathermie
Laagwaardige restwarmte Ondiepe geothermie Aquathermie
Aquathermie, WKO
Typische toepassing
Woningen ≥ 1990 Nieuwbouw in lage dichtheden
Gebouwen < 1920 Gebouwen zonder perspectief op een andere optie
Gebouwen > 1950 met hoge dichtheden
Grootschalige nieuwbouw in hoge dichtheden
Utiliteitsbouw > 1950
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
24
Bijlage 2. Vergelijking modelanalyses We hebben verschillende modellen gebruikt om een inschatting te maken van de maatschappelijke kosten van verschillende aardgasvrije warmte opties in de gemeente Zandvoort. De uitkomsten van deze modellen kunnen worden gebruikt om een indruk te krijgen van de mogelijkheden en onmogelijkheden in de gemeente.
Startanalyse – Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
Wat opvalt is dat de verschillende modellen tot erg verschillende uitkomsten komen. Dat heeft een aantal oorzaken: • De buurten in Zandvoort zijn divers van samenstelling. Daardoor is het lastig om op buurtniveau één warmteoptie te kiezen die voor de hele buurt de beste optie zal zijn; • In veel van de buurten komen relatief veel rijwoningen uit de periode 1950-1975 voor. Voor deze woningen geldt dat de maatschappelijke kosten van zowel een warmtenet als een all-electric-oplossing (met de kennis van nu) dicht bij elkaar liggen en relatief hoog zijn; hier is een koppeling te maken met de impactanalyse op het elektriciteitsnet van Liander (bijlage 3). • De modellen werken met verschillende scenario’s. Met name de aannames met betrekking tot de toekomstige beschikbaarheid van duurzame gassen heeft grote invloed op de uitkomsten. De uiteindelijke opgemaakte Transitiekaart (bijlage 6) is een resultaat van de vergelijkende analyse en de discussie en gesprekken van de projectgroep en de meedenkgroep. De projectgroep en meedenkgroep hebben context gegeven en afgewogen welke warmteopties per buurt haalbaar zijn.
Figuur B2.1: Startanalyse PBL.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
25
Openingsbod – Stedin
Openingsbod – Stedin
Figuur B2.2: Scenario ruim warmte ruim gas
Figuur B2.3: Scenario ruim warmte beperkt gas
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
26
Openingsbod – Stedin
Warmtetransitiemodel – Over Morgen
Figuur B2.4: Scenario beperkt warmte beperkt gas
Figuur B2.5: Gevoeligheidsanalyse scenario weinig gas
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
27
Warmtetransitiemodel – Over Morgen
Vergelijkende analyse Startanalyse PBL, Openingsbod Stedin en WTM Over Morgen
Figuur B2.6: Gevoeligheidsanalyse scenario veel gas
Figuur B2.8: Vergelijkende analyse verschillende modellen Figuur B2.8 moet geïnterpreteerd worden dat elk scenario meetelt, dus het Openingsbod met drie scenario’s telt 3x.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
28
Bijlage 3. Impactstudie Liander De impactstudie van Liander geeft inzicht in welke uitbreidingen er nodig zijn voor middenspanningsruimtes om de groeiende impact van het laagspanningsnet op te vangen. De algemeen groeiende trend van onder andere elektrische mobiliteit in de vorm van laadpalen zorgt voor lokale piekbelasting op het elektriciteitsnet.
Figuur B3.1: EV voorspelling 2030 voor Zandvoort (% EV per Huishouden)
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
29
Vooral in de buitenringen ten zuiden en ten oosten van Zandvoort zal een toename van middenspanningsruimtes verwacht worden, zie figuur B3.1. Opvallend is de diepe rode kleur van Boulevard Zuid en Nieuw Noord, wat betekent dat daar een groeiende impact op het elektriciteitsnet voorspeld is in 2030. Voor Nieuw Noord betekent dit een toename aan benodigde transformatiehuisjes, zie tabel B3.2. De groene opties in de tabel geven aan dat er in deze buurten in Zandvoort geen significante impact op het elektriciteitsnet wordt verwacht. Voor de gele, oranje en rode buurten betekent dat er aanpassingen nodig zijn aan het elektriciteitsnet. Ook is te zien dat hybride oplossingen het vaakst spijtvrij zijn, wat wil zeggen dat deze oplossing altijd voordeel biedt..
Buurtnaam Brederode- Gerkestraat e.o. Centrum Boulevard Noord Oud Noord Bentveld Zuid Boulevard Midden Nieuw Noord - wonen Kostverloren e.o. Zandvoortselaan Bentveld Noord Nieuw Noord - bedrijven Noord duinen Noord strand Recreatiepark Sport Circuit Boulevard Zuid Stations omgeving Zuid duinen Zuid strand
Huidig aantal Hybride of MT transforwarmtenet matoren 2030 (stuks) 7 2 9 1 4 2 4 1 2 2 3 2 6 0 4 0 2 1 2 1 3 0 1 0 0 0 1 0 2 0 1 0 0 0 3 0 0 0
Onbekend 2030
Liander heeft met dit inzicht ook bandbreedtes gemaakt in twee scenario’s: een scenario met lage impact op het elektriciteitsnet door middel van veel hybride warmtepompen als spijtvrije maatregel; een scenario met hoge impact op het elektriciteitsnet door middel van veel all-electric. Resultaten van de extra benodigde middenspanningsruimtes in het lage scenario (links) en het hoge scenario (rechts) is te zien in Figuur B3.3.
All electric 2030 3 3 3 2 2 3 1 1 1 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel B3.2 – Nieuw te bouwen middenspanningsruimtes per buurt in Zandvoort
8 7 6 5 5 4 4 3 3 3 1 0 0 0 0 0 0 0 0
Figuur B3.3: Overzicht nieuwe middenspanningsruimtes 2030, laag en hoog scenario in Zandvoort
Er is een groot verschil in de impact bij de twee scenario’s (inzet van alleen hybride warmtepompen vergeleken met de inzet van alleen elektrische warmtepompen). In bepaalde buurten waar ruimte in de ondergrond schaars is, moet kritisch worden gekeken naar een evt. keuze voor all- electric oplossingen. Vooral in Boulevard Noord, het Centrum en het gebied rondom Brederode-Gerkestraat is een grootschalige omslag naar all- electric niet realistisch.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
30
Bijlage 4. Transitiepaden Tabel B4.1. Transitiepad per buurt in Zandvoort. CBS Buurtnaam
Transitiepad
Nieuw Noord – wonen
Warmtenet
Oud Noord
Warmtenet
Veel homogene gebieden in deze buurt, dat maakt een collectieve oplossing goedkoper te implementeren. Door de aanwezigheid van een hoog percentage bezit van woningcorporatie Pré Wonen zijn er kansen voor verkenning warmtenet. Veel homogene gebieden in deze buurt, dat maakt een collectieve oplossing goedkoper te implementeren. Recente bouwjaren (>1990) rond Martinus Nijhoffstraat. Door de aanwezigheid van een hoog percentage bezit van woningcorporatie Pré Wonen zijn er kansen voor verkenning warmtenet.
Stations omgeving
Huidig warmtenet
Bestaand warmtenet Park Duinwijk
Boulevard Noord
Besparen en herijken
Deze buurt kent een aantal appartementengebouwen. Mogelijk is een lokaal warmtenet voor deze gebouwen een interessant alternatief voor aardgas. Ook is een individuele all-electric oplossing mogelijk.
Besparen en herijken
Deze buurt kent een aantal appartementengebouwen. Mogelijk is een lokaal warmtenet voor deze gebouwen een interessant alternatief voor aardgas. Voor nieuwbouwproject Entree kan laagtemperatuur (all-electric) een geschikte oplossing zijn.
Boulevard Midden
Boulevard Zuid
Besparen en herijken
Relatief veel bouwjaren tussen 1950-1975, maar ook een klein deel recentere gebouwen van >1990. In het zuidelijkste gebied zou all-electric een geschikte oplossing zijn, maar voor de gehele buurt kan een warmtenet ook een optie zijn. Er is dus geen eenduidige modeluitkomst op buurtniveau.
Kostverloren e.o.
Besparen en herijken
Relatief veel bouwjaren tussen 1950-1975, maar ook een mix van oudere gebouwen van <1950 en recentere gebouwen van >1990. Per gebied zal een verschillende warmteoptie passend zijn. Er is dus geen eenduidige modeluitkomst op buurtniveau.
Zandvoortselaan
Besparen en herijken
Door verschillende typen gebouwen en lage dichtheid van gebouwen is een maatwerkoplossing per gebied nodig. All-electric oplossingen zijn hier een mogelijke uitkomst.
Brederode – Gerkestraat e.o. Zuid
Besparen en herijken
Relatief veel bouwjaren tussen 1950-1975. Op den duur bekijken welke oplossing na isoleren mogelijk is.
Brederode – Gerkestraat e.o. Noord
Besparen en duurzaam gas
Deze buurt kent een relatief oude woningvoorraad (veelal uit de periode 1920-1950) en een relatief lage bebouwingsdichtheid. Hierdoor zal voor de meeste woningen de stap naar middentemperatuur (warmtenet) of laagtemperatuur (all-electric) op dit moment technisch en financieel niet aantrekkelijk zijn.
Centrum
Besparen en duurzaam gas
Deze buurt kent een diverse opbouw, zowel wat betreft gebouwtypen (utiliteit, rijwoningen, appartementen) als bouwperioden. Daardoor is er geen eenduidige model uitkomst op buurtniveau. Voor een groot deel van de gebouwen zullen duurzame gassen in de toekomst het beste aardgasvrije alternatief vormen. Een ander deel zou kunnen aansluiten op het bestaande laagtemperatuur warmtenet bij het Louis Davids Carré.
Bentveld Noord
Besparen en duurzaam gas
Deze buurt kent een relatief oude woningvoorraad (veelal uit de periode 1920-1950) en een relatief lage bebouwingsdichtheid. Hierdoor zal voor de meeste woningen de stap naar middentemperatuur (warmtenet) of laagtemperatuur (all-electric) op dit moment technisch en financieel niet aantrekkelijk zijn.
Bentveld Zuid
Besparen en duurzaam gas
Deze buurt kent een relatief oude woningvoorraad (veelal uit de periode 1920-1960) en een relatief lage bebouwingsdichtheid. Hierdoor zal voor de meeste woningen de stap naar middentemperatuur (warmtenet) of laagtemperatuur (all-electric) op dit moment technisch en financieel niet aantrekkelijk zijn.
Recreatiepark
Recreatie/ bedrijventerrein
Voor de bedrijven op dit terrein zijn kleinschalig collectief (bron)net, individuele WKO-systemen en all-electric mogelijke alternatieven voor aardgas.
Strandpaviljoen(s)
Recreatie/ bedrijventerrein
Voor de (permanente) bedrijven op dit terrein zijn kleinschalig collectief (bron)net, individuele WKO-systemen en all-electric mogelijke alternatieven voor aardgas.
Nieuw Noord – bedrijven
Recreatie/ bedrijventerrein
Voor de bedrijven in Nieuw-Noord is een kleinschalig collectief (bron)net of aansluiten op een mogelijk warmtenet een alternatief voor aardgas.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
31
Warmtenet
Besparen en op termijn duurzaam gas
Tabel B4.2. Transitiepad warmtenet.
Tabel B4.3. Transitiepad duurzaam gas.
Transitiepad
Warmtenetbuurten
Transitiepad
Besparen met perspectief op duurzaam gas
Gebouwen
Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau (50-65 kWh/m2) van isolatie, installatie en elektrisch koken.
Gebouwen
Warmteoptie
Een 70°C-warmtenet in de buurt met een afleverset in de woning.
Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau (warmtevraag 50-65 kWh/m2) van isolatie, installatie en elektrisch koken. Hierbij moet rekening gehouden worden dat dit voor sommige gebouwen technisch complex is, omdat dit veelal vooroorlogse buurtenzijn.
Perspectief op duurzame bronnen
Er is in deze buurt een duurzaam bronperspectief zoals geothermie of aquathermie. In de opstartfase van een nieuw warmtenet zijn vaak nog tijdelijke transitiebronnen nodig, zoals een aardgasgestookte warmtecentrale.
Warmteoptie
Tempo
Deze buurten volgen een buurt- of doelgroepgerichte aanpak waarbij de buurt, of een cluster gebouwen binnen een buurt, in een bepaald tempo aansluit op het warmtenet. De snelheid waarin verschillende doelgroepen in een buurt wel of niet aansluiten is vooral afhankelijk van landelijke subsidies, financiering en regelgeving.
Waar mogelijk individuele hybride warmtepompen (op voorwaarde van een basisniveau aan isolatie) waarbij een gasketel alleen op de koudste dagen van het jaar verwarmt. Op termijn zal de resterende gasvraag ingevuld worden met duurzaam gas, zoals groengas of waterstofgas. Het huidige gasnet blijft in principe liggen.
Tempo
Deze buurten stappen gestaag over op hybride, in het tempo van gebouweigenaren. Doordat dit oude gebouwen zijn hebben zij waarschijnlijk alle tijd tussen nu en 2050 nodig om het basisniveau te bereiken en de overstap te maken naar hybride.
Gasbesparing
Doordat deze buurten op termijn aanspraak zullen maken op schaars duurzaam gas is het van belang zoveel mogelijk gas te besparen. Dat doen we op drie manieren: • Isoleren en kierdichten: het verlagen van de warmtevraag van het gebouw. • Hybride: het beperken van de gasvraag door de warmtevraag deels in te vullen met warmtepompen. • Opt-out: naoorlogse gebouwen in deze buurten moeten in principe wel zoveel mogelijk gasvrij worden.
Opt-out
Binnen deze buurten zullen individueel all-electric en lokale bronnetten als opt-out voorkomen. Om zoveel mogelijk gas te besparen is opt-out in deze buurten juist wenselijk.
Opt-out
Eigenaren hebben een keuze om niet mee te doen met het warmtenet, en zelf voor een ander duurzaam alternatief voor aardgas te zorgen. Binnen deze buurten zullen all-electric en lokale bronnetten als opt-out voorkomen. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden is opt-out in deze buurten niet wenselijk.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
32
Besparen en herijken
All-electric
Tabel B4.4. Transitiepad besparen en herijken.
Tabel B4.5. Transitiepad all-electric.
Transitiepad
Besparen met aandacht voor herijking
Transitiepad
All-electricbuurten (latere optie vanuit transitiepad ‘besparen en herijken’)
Gebouwen
Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken.
Gebouwen
Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken. Daarnaast zetten deze gebouwen een extra stap om de binneninstallatie (bijvoorbeeld radiatoren) geschikt te maken voor all-electric.
Warmteoptie
Individueel all-electric door middel van een warmtepomp in de woning en een extra verzwaard elektriciteitsnet in de buurt.
Tempo
Deze buurten stappen gestaag over op all-electric, in het tempo van gebouweigenaren. Een te hoog tempo is in deze buurten onwenselijk en onnodig door: • De extra stap die deze gebouwen moeten zetten in de binnen installatie, die bij voorkeur op een natuurlijk moment (verbouwing / verhuizing) wordt gezet. • Het feit dat dit vaak relatief jonge buurten zijn waar gasleidingen en riolering vaak nog lang niet afgeschreven zijn. • Het feit dat er nog veel inpandige innovaties verwacht worden die de kosten verlagen en netverzwaring wellicht voorkomen. • Het feit dat deze buurten vaak al redelijk geïsoleerd zijn, waardoor er relatief weinig klimaatwinst te behalen valt.
Netverzwaring
Op een gegeven moment zijn zoveel gebouwen overgestapt op een warmtepomp dat netverzwaring onvermijdelijk is. De netbeheerder monitort de capaciteit op het net, en kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment om het elektriciteitsnet te verzwaren en het gasnet te verwijderen, zoals bij rioleringsvervanging. Netverzwaring en gasnetverwijdering zijn niet per definitie op hetzelfde moment.
Opt-out
Binnen deze buurten kunnen lokale, kleinschalige warmtenetten en bronnetten als opt-out voorkomen.
Warmteoptie en herijking
Voor deze buurten is het nog onduidelijk welke warmte optie het meest geschikt is, bijvoorbeeld omdat de kosten van de verschillende warmteopties erg dicht bij elkaar liggen. Zij zijn echter niet zo slecht geïsoleerd dat zij aanspraak kunnen maken op duurzaam gas. Daarom volgen deze buurten een no-regret-transitiepad gericht op gasbesparing en krijgen zij extra aandacht bij de vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte, waarbij de warmteoptie van deze buurten opnieuw wordt beoordeeld op basis van voortschrijdend inzicht. Een hybride warmtepomp is in deze buurten in principe no-regret. Als de buurt uiteindelijk toch gasvrij wordt, geldt dit als tussenoplossing: de hybride warmtepomp maakt dan op termijn plaats voor een volledige warmtepomp of een afleverset.
Tempo
Deze buurten stappen in het tempo van gebouweigenaren naar het basisniveau en eventueel hybride warmtepompen.
Opt-out
Binnen deze buurten zullen individueel all-electric en lokale bronnetten als opt-out voorkomen.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
33
Recreatie/bedrijventerreinen Tabel B4.6. Transitiepad recreatie/bedrijventerreinen. Transitiepad
Bedrijventerrein
Gebouwen
Voor bedrijfsbebouwing geldt dat inregeling van de binneninstallatie vaak belangrijker is dan het maken van bouwkundige aanpassingen. Dit is echter sterk afhankelijk van de gebruiksfunctie van het bedrijfspand.
Warmteoptie
Op bedrijventerreinen zullen individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voorkomen. Het gaat daarbij om all-electric maar ook om WKO-netten die naast warmte ook koude kunnen leveren. De energie-infrastructuur op een bedrijventerrein is echter in hoge mate maatwerk, zeker als er procesindustrie op het terrein aanwezig is.
Tempo
Deze buurten volgen voorlopig het tempo van de gebouw eigenaren. Het tempo zal mede bepaald worden door de verplichtingen die bedrijven hebben onder de Wet milieubeheer om energie te besparen, en de handhaving van de Omgevingsdienst hierop.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
34
Bijlage 5. Overzicht financieringsmogelijkheden Nieuwe financiële instrumenten zijn nodig om ervoor te zorgen dat iedereen zoveel mogelijk betaalbaar de stap naar een aardgasvrij gebouw kan maken. Op het moment van schrijven (augustus 2021) zijn de volgende instrumenten beschikbaar of verwacht:
Financiering
Subsidieregelingen
• Hypothecaire leningen: deze zijn te overwegen vanaf € 15.000,- vanwege de bijbehorende administratie- en advieskosten. Bij het kopen van een nieuwe woning kan tot € 9.000,- extra gefinancierd worden voor verduurzamingsmaatregelen.
• Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW): Gemeenten kunnen bij het ministerie van BZK subsidie aanvragen voor kleine energie besparende maatregelen in woningen. Met de RREW zetten gemeenten projecten op om huiseigenaren en huurders te stimuleren tot kleine energiebesparende maatregelen in huis. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inregelen van de cv-installatie, het aanbrengen van radiatorfolie en tochtstrips of het plaatsen van ledlampen. Daarnaast gebruikt de gemeente de regeling om advies te geven aan huiseigenaren over energiebesparende maatregelen, zoals dak-, raam- of gevelisolatie. De Gemeente Zandvoort voert samen met de buurgemeenten een project onder deze regeling uit. • Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE): Particuliere huishoudens en zakelijke gebruikers (waaronder Verenigingen van Eigenaars (VvE’s)) kunnen subsidie aanvragen voor zonneboilers, warmtepompen en isolatiemaatregelen (zakelijke gebruikers ook zonnepanelen). De subsidie is afhankelijk van de gekozen maatregel.
• Het Nationaal Warmtefonds biedt langjarige financiering tegen een lage rente voor woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) voor de verduurzaming van woningen.
• Duurzaamheidslening Zandvoort: vanaf 2022 biedt de gemeente een gunstige lening aan voor financiering van duurzaamheidsmaatregelen zoals isolatie en zonnepanelen.
Overig • Collectieve inkoopacties zorgen voor lagere kosten per maatregel, zoals isolatie en zonnepanelen. De gemeente Zandvoort organiseert jaarlijks samen met buurgemeenten inkoopacties voor isolatiemaatregelen en zonnepanelen.
• Voor VvE’s is er subsidie beschikbaar voor een energieadvies en procesbegeleiding in combinatie met Meer Jaren Onderhoudsplan. • De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is bedoeld voor het aansluiten van huurwoningen van woningbouwcorporaties op een warmtenet. De subsidie is zowel voor aanpassingen in de woningen als voor de aansluitkosten op het warmtenet.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
35
Bijlage 6. Kaartmateriaal Tabel B6.1. Transitiekaart Zandvoort.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
36
Bijlage 7.
Begrippenlijst
Aardgasvrij
Geen aansluiting op aardgas. Dit betekent niet altijd gasloos, want duurzaam gas kan toegepast worden in bestaande aardgasleidingen.
Aardgasvrij-ready
Een woning of gebouw dat gereed is gemaakt om van het aardgas af te gaan.
Algemene principes
Principes van professionele stakeholders, inwoners en betrokkenen die centraal staan in de Transitievisie Warme.
All-electric
Term waar alle elektrische infrastructuur en warmteoplossingen onder vallen.
Basisniveau isolatie
Niveau van isolatie tussen de 50 en 65 kWh/m2 dat een gebouw of woning kan bereiken om met relatief lage kosten een overstap naar een aardgasvrije warmteoptie betaalbaar maakt.
Collectieve oplossing
Oplossing die voor een grotere groep inwoners toegankelijk is, denk aan een warmtenet of een elektriciteitsnet.
Duurzaam gas
Een gasvormige brandstof voor gebruik in cv-ketels, in de praktijk zijn dit duurzaam geproduceerde waterstof of groen gas. Zie ook hoofdstuk 3.
Energieneutraal
Op jaarbasis evenveel energie gebruiken als dat een woning, gebouw of gemeente zelf opwekt.
Gebouwde omgeving
Woningen en utiliteitsgebouwen in een wijk, buurt of gemeente.
Hybride warmteoplossing
Warmtelevering met elektrische oplossing, in principe een elektrische warmtepomp in combinatie met een cv-ketel op aardgas of duurzaam gas. Zie ook hoofdstuk 3.
Individuele oplossing
Oplossing die voor een individuele woning of gebouw geldt, bijvoorbeeld een elektrische warmtepomp.
Laagst maatschappelijke kosten
De laagst totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers, dus zowel kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en levering van energie, die nodig zijn voor een aardgasvrije gebouwde omgeving. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. De kosten per vermeden ton CO2 zijn naast deze maatschappelijke kosten tevens afhankelijk van de kosten voor verduurzaming van bronnen.
Middenspanning
Spanningsniveau tussen 1 en 25 kV van het elektriciteitsnet die hoogspanning (hoogspanningsmasten) met laagspanning (stroom huishoudens) verbindt.
No-regret
Maatregelen die, op weg naar een aardgasvrije oplossing, altijd goed doorgevoerd kunnen worden, zonder daar achteraf spijt van te krijgen.
Opt-out
Uitstapmogelijkheid van de beoogde infrastructuur en installatie voor warmtelevering. Het alternatief moet wel aan bepaalde voorwaarden, wat nog wordt vastgelegd in de Wet collectieve warmtevoorziening.
Regionale Energie Strategie (RES); Regionale Strategie Warmte (RSW)
Regionaal samenwerkingsverband van gemeenten om de mogelijkheden voor duurzame warmte en elektriciteit te inventariseren en te bevorderen. Zandvoort is onderdeel van de RES-regio Noord-Holland Zuid en daarbinnen de deelregio IJmond/Zuid-Kennemerland. Zie ook hoofdstuk 1.
Transitiegereed
Zelfde betekenis als aardgasvrij-ready: Een woning of gebouw dat gereed is om van het aardgas af te gaan.
Transitiepaden
Handelingsperspectief per buurt waarin het alternatief voor aardgas wordt beschreven.
Transitietempo
De tijdsduur en dus snelheid waarmee de overgang naar aardgasvrij gerealiseerd wordt.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
37
Transitievisie Warmte (TVW)
Document op gemeenteniveau waarin het tijdspad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmteoptie.
Utiliteitsgebouwen
Gebouwen met een zakelijk of maatschappelijk doel met een verblijffunctie. Voorbeelden zijn: kantoren, winkels, zorg, scholen, horeca, werkplaatsen.
Warmte
Energie die een woning of ander gebouw nodig heeft voor ruimteverwarming en warm tapwater voor douche, bad en keuken.
Warmteoptie of voorkeursoptie
De beoogde infrastructuur en installatie voor warmtelevering zonder aardgas voor een gebouw of buurt. Dit kan collectief of individueel per gebouw. Een warmteoptie is de combinatie van een duurzame warmtebron (duurzaam gas, elektriciteit en/of warmte), een netwerk (gasnet, elektriciteitsnet, warmtenet) en systeem in de woning of utiliteitsgebouw voor het gebruiken van warmte. De isolatie van het gebouw is passend bij de warmteoptie.
Warmtenet
Verwarmingssysteem waarop meerdere gebouwen zijn aangesloten met een gezamenlijke warmtebron. Dit kan een kleinschalig collectief zijn (minder dan circa 500 woningen) of een grootschalig warmtenet. Een warmtenet kan op verschillende temperatuurniveaus zijn: • Hoog: 70 graden Celsius of hoger; • Midden: 40-70 graden Celsius; • Laag: onder 40 graden Celsius.
Uitvoeringsplan aardgasvrij
Plan waarin het aardgasvrij maken van een buurt wordt geconcretiseerd in samenwerking met belanghebbenden en inwoners. Zie ook hoofdstuk 5.
Woningequivalent (weq)
Een eenheid van warmtevraag die gebruikt wordt in het ontwerpen van warmtenetten, gelijk aan de warmtevraag van een gemiddelde Nederlandse woning (op basis van definitie PBL). Op deze manier zijn utiliteitsgebouwen en woningen vergelijkbaar gemaakt.
Woonlastenneutraal
Definitie van de Rijksoverheid voor het begrip betaalbaarheid van de overstap naar aardgasvrij. Dit wordt ingevuld als voor het overgrote deel van inwoners de kosten van de maatregelen om te komen tot aardgasvrij (isolatie en alternatieve warmtebron) gelijk of lager zijn dan de bespaarde energiekosten.
Een laag temperatuur warmtenet (<40°C) heeft meestal de temperatuur van de warmtebron. Daarom wordt dit ook wel een bronnet genoemd. Bij lage temperatuur warmtenetten is in de woning een warmtepomp noodzakelijk. Warmtepomp
Een warmtepomp kan een woning of gebouw verwarmen en is een van de alternatieve technieken om de cv-ketel te vervangen. Een warmtepomp werkt als volgt: de warmtepomp onttrekt warmte aan een bron (meestal buitenlucht of grondwater), verhoogt met elektriciteit de temperatuur en staat die hogere temperatuur weer af aan een gebouw of warmtenet.
Warmtetransitie
De overgang van fossiele, niet-duurzame manieren van verwarmen naar een duurzame manier van verwarmen.
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
38
Dit is een uitgave van gemeente Zandvoort, 11 november 2021. Tekst Over Morgen | Gemeente Zandvoort Fotografie Titelblad: Onno van Middelkoop Fotografie | Overig: Over Morgen Ontwerp Studio Nico Swanink Gemeente Zandvoort Postbus 2, 2040 AA Zandvoort, Tel. 14 023 www.zandvoort.nl
Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort
39