CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Transitievisie warmte

Raadscommissie 11 januari 2022, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transitievisie warmte13.454 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zandvoortse transitievisie warmte Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

Inhoudsopgave Inhoudsopgave.................................................... 2

4.

De transitiekaart van Zandvoort .............14

Voorwoord............................................................. 3

4.1

Besparen en op termijn herijken................ 14

Samenvatting....................................................... 4

4.2 Besparen en op termijn duurzaam gas ............................................... 14

�����������������������������������������������������������������������������������������

4.3 Verkenning warmtenet (zoekgebied collectieve warmte)....................................... 14

Bijlage 1. Nadere toelichting duurzame warmteopties in Zandvoort............ 18

4.4 Nieuwbouw Entree, Watertorenplein, De Duinwachter, Nieuw-Noord ................. 14

Bijlage 2.

Vergelijking modelanalyses ...........25

Bijlage 3.

Impactstudie Liander.......................29

Bijlage 4.

Transitiepaden....................................31

1.

Inleiding ....................................................... 6

1.1

De warmtetransitie in Zandvoort ................6

1.2

Plannen op drie niveaus................................ 7

1.3

Wie hebben er meegedacht?....................... 7

1.4

Leeswijzer.......................................................... 7

2.

Leidende principes ..................................... 8

3.

Duurzame warmteopties in Zandvoort......9

3.1 Stapsgewijs naar een duurzame gebouwde omgeving......................................9 3.2

Transitiepaden voor Zandvoort ..................12

4.5 Recreatie/bedrijventerrein ......................... 14 5.

Op weg naar uitvoering ...........................16

5.1 Organisatie en integraal samenwerken ................................................ 16 5.2 Omgevingswet en Wet collectieve warmtevoorziening....................................... 16

5.4 Aan de slag met besparen en individuele oplossingen................................ 16 5.5 Aan de slag met communicatie..................17

Bijlage 5. Overzicht financieringsmogelijkheden...........35 Bijlage 6.

Kaartmateriaal .................................36

Bijlage 7.

Begrippenlijst.....................................37

5.3 Verkennend onderzoek: collectieve warmte(netten) en impactstudie elektriciteitsnet............................................... 16

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

2

Voorwoord Zandvoort bruist van de energie: wonen, werken en recreatie maakt ons dorp uniek. Om deze eigenschappen te behouden is het nodig om onze energievoorziening duurzamer in te regelen. Ook de gemeente Zandvoort draagt haar steentje bij in de landelijke opgave van de energietransitie. De kansen voor het opwekken van duurzame energie hebben we op regionaal niveau al verkend in de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid (RES 1.0) dit jaar. Daarin is een bod van 2,7 TWh aan zonneen windenergie op land als realiseerbare ambitie in de regio gesteld waarbij Zandvoort vooral inzet op grote daken en de mogelijkheden van zonne-energie in combinatie met parkeren. Met een samenwerkingsagenda hebben we concrete acties uitgezet voor het vervolg. Duurzame warmte speelt ook een belangrijke rol in de RES 1.0. Regionaal zijn er interessante ontwikkelingen met bijvoorbeeld de inzet van geothermie en aquathermie. Voor Zandvoort

geldt dat we nog moeten wachten op de resultaten van onderzoeken of en wanneer bepaalde technieken haalbaar zijn voor ons mooie dorp. Met deze Transitievisie Warmte maken we een lokale verkenning naar de mogelijkheden van duurzame warmte in onze gemeente. Het huidige gebruik van aardgas is namelijk niet duurzaam. Een fossielvrije energiehuishouding in 2050 is daarbij het doel. Door een gecoördineerde aanpak kunnen de kosten en overlast beperkt blijven. We houden rekening met de diversiteit aan gebouwtypes en bouwjaren en bieden handelingsperspectief per buurt. Inwoners, ondernemers en andere betrokken nemen we mee in de stappen naar een aardgasvrij Zandvoort. De eerste stap die eigenaren van woningen en andere gebouwen kunnen zetten is isoleren en inzetten op energiebesparing. Dit is een relatief makkelijke stap om CO2-uitstoot te reduceren. Tegelijkertijd verhoogt dit het wooncomfort en verlaagt het de energierekening. Ook het

aanschaffen van een hybride warmtepomp kan een goede investering zijn op lange termijn. En op grotere schaal zijn we van plan om een verkenning te doen naar collectieve mogelijkheden van een warmtenet in Oud-Noord en Nieuw-Noord. In Zandvoort gaan we voor zekerheid. We zetten in op betaalbare en haalbare oplossingen. Niets staat vast, maar we geven wel alvast richting aan wat ons mogelijk te wachten staat. De ontwikkelingen en innovaties op het gebied van duurzame warmteoplossingen en technieken volgen we op de voet. Er wordt beoogd om de visie iedere vijf jaar met de nieuwste inzichten bij te werken. Dit document is tot stand gekomen met hulp van onze professionele partners en inwoners. Alleen samen komen we stap voor stap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving.

Wethouder Raymond van Haeften

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

3

Samenvatting Waarom een Transitievisie Warmte voor Zandvoort? In het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2050 gebouwen niet meer met aardgas te verwarmen. Dat betekent dat we in Nederland dan geen aardgas meer gebruiken om woningen en bedrijven te verwarmen en om te koken. We gaan op zoek naar oplossingen om onze warmtevraag duurzaam in te vullen en onze energievraag te verminderen.. Tegelijkertijd dringen we de afhankelijkheid van aardgas terug, zowel uit Groningen als uit het buitenland. De overstap naar duurzame verwarming noemen we ook wel de warmtetransitie. Om inzicht te krijgen in wat deze opgave voor de gemeente betekent, is in het Klimaatakkoord ook afgesproken dat elke gemeente een zgn. Transitievisie Warmte (TVW) opstelt. De TVW geeft per buurt aan welke alternatieve warmteoplossing de laagste maatschappelijke kosten heeft in vergelijking met aardgas. In Zandvoort hebben we mix aan gebouwtypologieën: een oud centrum, unieke strandpaviljoens

en vakantieparken, en een diversiteit aan eengezinswoningen en appartementen. Gelegen aan de zee, te midden van de duinen, maakt dat de overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening complex is. Maar niet onmogelijk.

Uitgangspunten: woonlastenneutraal, betrokkenheid, handelingsperspectief, werk met werk maken Voordat we aan de slag zijn gegaan met het verkennen van de warmtealternatieven, hebben we samen met inwoners en partners de uitgangspunten voor de visie vastgesteld. De eerste belangrijke voorwaarde is ‘woonlastenneutraal’, wat betekent dat de benodigde investering voor een aardgasvrije warmtevoorziening voor woning- en gebouweigenaren niet meer kost dan de besparing die dat oplevert. Dit hebben wij ook met elkaar afgesproken in het Klimaatkoord. Op dit moment lijkt deze voorwaarde zonder additionele financiering van het Rijk niet haalbaar.

Ten tweede zullen plannen voor de overstap toegankelijk, participatief en democratisch tot stand komen. We betrekken onze inwoners en werken aan draagvlak door eerlijk en duidelijk over de warmtetransitie te communiceren. De haalbare en betaalbare stappen richting duurzame warmte geven handelings­ perspectief voor onze inwoners. Alle geschetste routes in deze TVW bevatten bovendien eventuele uitstap- (‘opt out’) mogelijkheden die duidelijk worden aangegeven. Als laatste uitgangspunt hanteren we ‘werk met werk maken’: waar mogelijk combineren we werkzaamheden in de openbare ruimte zoveel mogelijk met eventueel benodigde werkzaamheden voor de warmtetransitie. Hiermee houden we eventuele overlast en kosten beperkt.

Belangrijkste bevindingen richting duurzame warmte in Zandvoort Een eerste CO2-besparing wordt gerealiseerd als eigenaren de komende jaren investeren in isolatie en onze inwoners energie

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

besparen. Dit levert voor onze bewoners ook een toename in het wooncomfort op en een maandelijkse kostenbesparing. De gemeente Zandvoort geeft daarbij zelf het goede voorbeeld door haar eigen vastgoed energiezuiniger te maken. In het oude centrum van Zandvoort zullen gebouwen de komende decennia nog van aardgas worden voorzien en op langere termijn waarschijnlijk naar duurzaam gas over gaan. De komende jaren wordt wel meer duidelijk over vakantieparken en het bedrijventerrein in Nieuw-Noord. In deze gebieden zijn maatwerkoplossingen nodig, waar een kleinschalig warmte-koude opslag (WKO) of elektrische warmtepompen mogelijk uitkomst bieden voor het leveren van duurzame warmte buiten de bodembeschermingszones. Uit aanvullend onderzoek zal moeten blijken wat de potentie van warmtenetten in Oud-Noord en Nieuw-Noord zijn. Ook is er mogelijk een koppelkans tussen de werkzaamheden van nieuwbouwprojecten Entree, Watertorenplein, De Duinwachter,

4

gebiedsontwikkeling Santfort en met de aanleg van infrastructuur voor bijvoorbeeld warmtenetten. Als laatste optie kunnen in de verre toekomst mogelijk duurzame gassen zoals groen gas of waterstof woningen verwarmen via het huidige gasnet. Door de verwachte beperkte landelijke beschikbaarheid van duurzame

gassen zal het aanbod laag zijn en de kosten hoog. Woningen met oude bouwjaren in het Centrum, het noorden van Brederode-Gerkestraat en Bentveld zijn mogelijk in de verre toekomst hierop aangewezen. Buurten waar we nog niet zeker zijn of een warmtenet of een all-electric oplossing het meest betaalbaar

is, zijn aangewezen als buurt met handelingsperspectief ‘besparen en herijken’. Een herijking zal nodig zijn in de buurten Boulevard Noord, Boulevard Midden, Boulevard Zuid, Kostverloren e.o., Zandvoortselaan, en het zuiden van de Brederode- Gerkestraat. De Transitievisie Warmte zal iedere vijf jaar worden herijkt

om hierin de nieuwste inzichten op het gebied van innovatie en wet- en regelgeving op te doen en mee te nemen. Zo werken we gefaseerd richting een aardgasvrije gemeente. In deze visie zijn geen buurten aangewezen die vóór 2030 aardgasvrij worden gemaakt. Er zijn nog te veel onzekerheden over de technische, financiële en planmatige haalbaarheid. Voor de uitvoering van deze visie blijven we in gesprek met onze inwoners en professionele partners. Ook in opeenvolgende transitievisies warmte staan robuuste oplossingen centraal, die betaalbaar en haalbaar zijn én kunnen rekenen op draagvlak en vrijwilligheid van de inwoners van Zandvoort.

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

5

1. Inleiding De gemeente Zandvoort is een kleine gemeente met grote kwaliteiten. Om de kwaliteiten van ons dorp, het strand, de duinen en het circuit ook in de toekomst te behouden werken we vanuit het programma duurzaamheid aan een fossielvrije energie­ huishouding. Hiermee volgen we de afspraken van het nationale Klimaatakkoord uit 2019. In het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2050 gebouwen niet meer met aardgas te verwarmen. Dat betekent dat we in Nederland dan geen aardgas meer gebruiken om woningen en bedrijven te verwarmen en om te koken. We gaan op zoek naar oplossingen om onze warmtevraag duurzaam in te vullen en onze energievraag te verminderen. Alternatieven kunnen warmtenetten zijn, maar ook duurzame gassen zijn zoals groengas of waterstof en elektrische verwarming. De Transitievisie Warmte (TVW) beschrijft hoe de gemeente in een faciliterende rol samen met onze inwoners, bedrijven en professionele partners de

Zandvoortse warmtevraag op een duurzame manier kunnen invullen. Deze TVW geeft een eerste indruk van de mogelijke alternatieve warmtevoorzieningen voor Zandvoort. Daarnaast biedt de TVW een eerste inzicht in de voorkeurs­oplossing en handelings­perspectief per buurt om de komende jaren aan de slag te gaan met plan­vorming en haalbaarheidsstudies. In deze TVW worden dus nog geen definitieve keuzes gemaakt voor de warmteopties per buurt. Deze eerste Transitievisie Warmte is opgesteld in een tijd dat de overstap naar aardgasvrij nog lang niet overal financieel aantrekkelijk is. Financiële voorwaarden moeten op landelijk niveau nog worden ingevuld om de overstap betaalbaarder te maken. Als gemeente wachten we bovendien ook nog op wetgeving, zoals de Wet Collectieve Warmtevoorziening, die het voor ons mogelijk maakt om meer sturing te geven aan de warmtetransitie in onze buurten. We zitten dus in een tussenfase, waarin we wel voortgang willen boeken, maar als gemeente nog niet de snelheid

kunnen bepalen. We kunnen als gemeente alleen richting bieden, maar nog geen definitieve keuzes maken. Uiteindelijk moeten de inwoners en ondernemers van Zandvoort zelf aan de slag. Landelijke ambities In Nederland wordt hard gewerkt aan het verduurzamen van de gebouwde omgeving. In het Nationale Klimaatakkoord is afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen tot 2030 met 49 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Vandaag de dag is 91% van alle gebouwen in Nederland voorzien van een aardgasaansluiting en zorgt de verwarming met aardgas voor meer dan twee derde van de CO2-uitstoot van gebouwen in Nederland. Het terugdringen van het gebruik van aardgas is daarom een belangrijke stap om de doelstellingen uit het Klimaat­akkoord te halen. De gemeente Zandvoort onderschrijft deze ambitie.

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

1.1

De warmtetransitie in Zandvoort

In het Uitvoeringsprogramma Wonen 2019-2025 hebben we opgenomen dat een duurzame bebouwde omgeving hoog op de agenda staat. Het verduurzamen van woningen met een slechte energetische kwaliteit, in zowel de huur- als particuliere sector, heeft een prioriteit de komende jaren. Daarnaast is een terugkerende ambitie in de milieubeleidsplannen van Zandvoort het stimuleren van hotels en strandpaviljoens om het Green Key keurmerk voor duurzaam toerisme te halen. Het stellen van deze uitdaging voor recreatie­ vastgoed vraagt om speciale aandacht in de Transitievisie Warmte. Dat de Gemeente Zandvoort voortvarend bezig is geweest, blijkt ook uit het feit dat Zandvoort al is voorzien van twee warmtenetten. In Park Duijnwijk (stationsgebied) exploiteert warmtebedrijf Ennatuurlijk een hoogtemperatuur (HT)-warmtenet (zie ook bijlage 7 - begrippenlijst) die warmte levert aan 500 woningen door

6

middel van een gasgestookte warmte-kracht koppeling (WKK). De buurt rond het Louis Davids Carré is voorzien van een laagtemperatuur (LT)-warmtenet die warmte levert aan ruim 200 woningen en een aantal utiliteitsgebouwen. Daarnaast zijn in de Omgevingsvisie Zandvoort 2040 (in november 2021 vastgesteld) de gebieden Oud-Noord en NieuwNoord aangewezen als zoek­ gebied voor collectieve warmte.

benodigde infrastructuur en de ruimtelijke impact en kosten in beeld worden gebracht. Er bestaat op dit moment geen bovengemeentelijke warmte-infrastructuur in deelregio Zuid-Kennemerland. Bij de uitvoering van de RES zal de regionale potentie van aquathermie verder worden onderzocht samen met Rijkswaterstaat.

Gemeenten hebben een regierol in de warmtetransitie naar aardgasvrij. In het Nationale Klimaat­ akkoord is afgesproken dat eind 2021 elke gemeente een TVW moet hebben vastgesteld. Elke 5 jaar, of eerder, wordt de TVW geactualiseerd. Het Klimaatakkoord vraagt gemeenten om te werken aan plannen op drie niveaus, waartussen afstemming plaatsvindt:

2. Op gemeentelijk niveau doen we dat in de Transitie­ visie Warmte (TVW), die elke gemeente uiterlijk 2021 vaststelt. De TVW beschrijft hoe de gemeente samen met profes­sionele partners de warmtevraag in de gebouwde omgeving op een aardgasvrijere en duurzame manier kan invullen en in welk tempo dat zal verlopen. Ook geeft de gemeente in de TVW of, en zo ja, welke buurten vóór 2030 aardgasvrij worden gemaakt.

1. Op regionaal niveau in Noord-Holland Zuid doen we dat in de vorm van de Regionale Energie Strategie (RES). Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW) waarin de regionale beschikbare warmtebronnen, het verdeelvraagstuk van regionale warmte, de

3. Voor de buurten of gebieden waar gestart wordt met het traject naar aardgasvrij, wordt op buurtniveau een concreet uitvoeringsplan opgesteld. In dat plan maakt de gemeente de definitieve keuzes over de manier waarop de buurt aardgasvrij wordt. Daarbij worden de inwoners, overige

1.2

Plannen op drie niveaus

gebouweigenaren en andere belanghebbenden nauw betrokken. Op dit moment is dit in Zandvoort nog niet aan de orde. 1.3

Wie hebben er meegedacht?

De Transitievisie Warmte voor Zandvoort is samen met professionele partners en inwoners tot stand gekomen. In een werkgroep zaten vertegenwoordigers vanuit de gemeente, de woningcorporatie Pré Wonen, netbeheerders Stedin en Liander, het warmtebedrijf Ennatuurlijk, het hoogheemraadschap Rijnland en waterleidingbedrijf PWN. Ook zijn inwoners betrokken geweest bij het proces. Zo is er een enquête uitgestuurd om en is er een (online) informatiebijeenkomst georganiseerd. Daarnaast is er een meedenkgroep van inwoners en ondernemers opgericht. De meedenkgroep is tweemaal bijeengekomen om tussentijdse resultaten te bespreken. 1.4

Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de techniek en de transitie naar aardgasvrij en bespreken we de verschillende duurzame warmteopties voor Zandvoort. In hoofdstuk 4 geven we een richting voor een aardgasvrijer Zandvoort met de transitiekaart en zoomen we in op de manier waarop we de komende tijd verdere verkenningen willen uitvoeren. Als laatste gaat hoofdstuk 5 in op een aanpak voor de uitvoering van de warmtetransitie. De bijlagen bestaan uit verdere toelichting en een begrippenlijst voor termen die voorkomen in de TVW.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de gezamenlijke uitgangspunten waarop deze TVW gebaseerd is toegelicht.

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

7

2. Leidende principes De Transitievisie Warmte geeft voorstellen voor de (technische) richting van de warmtetransitie in Zandvoort. Met de gemeenteraad, de werkgroep van professionele partijen en de meedenkgroep van inwoners zijn uitgangspunten opgesteld om goed onderbouwde keuzes te maken.

Betaalbaarheid In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de warmtetransitie ‘woonlastenneutraal’ plaatsvindt. Dat wil zeggen dat de benodigde investering voor een aardgasvrije warmtevoorziening voor woningen gebouweigenaren maandelijks niet meer kost dan de maandelijkse besparing die dat oplevert. Voorwaarde voor de overgang naar een aardgasvrije warmtevoorziening is woonlasten­ neutraliteit. Op dit moment lijkt deze voorwaarde niet haalbaar zonder aanvullende financiering van het Rijk. Voor een overzicht van financieringsmogelijkheden zie bijlage 5.

Maatschappelijke en individuele kosten In het Klimaatakkoord is afgesproken om TVW’s op te stellen waarbij wordt gekozen voor die technieken met de laagste maatschappelijke kosten. Hiermee wordt bedoeld: de som van alle kosten die gemaakt worden voor de overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening. Dat betekent zowel de kosten voor aanpassing in de woning, als ook de kosten voor aanleg van infrastructuur (verzwaard elektriciteitsnet, warmtenet), aanpassingen in de openbare ruimte en veranderingen in de maandelijkse energierekening. Over de exacte verdeling van deze kosten is op dit moment nog veel onduidelijk. Ook de kosten voor de individuele inwoner of eindgebruiker zijn hierdoor niet bekend. Tegelijkertijd blijkt uit ervaringen met bijvoorbeeld het proeftuinproject aardgasvrije wijken, dat de overstap in veel gevallen een onrendabele top kent. Op rijksniveau werkt men aan regelgeving die ervoor moet zorgen dat deze onrendabele top kan worden weggenomen, en dat de kosten zo eerlijk mogelijk worden verdeeld. Bijvoorbeeld met subsidies, een Nationaal Warmtefonds, het verschuiven van energiebelasting van stroom naar aardgas en de toekomstige Wet Collectieve Warmtevoorziening die de huidige Warmtewet zal vervangen.

Draagvlak en betrokkenheid De overstap naar een aardgasvrij Zandvoort heeft impact op al onze inwoners en ondernemers. Plannen voor de overstap komen daarom toegankelijk, participatief en democratisch tot stand. We werken aan draagvlak door eerlijk en duidelijk over de warmtetransitie te communiceren. Zo is CO2-reductie het doel, en richting aardgasvrij een streven. Op korte termijn kan CO2-reductie

gerealiseerd worden door in te zetten op isolatie en energiebesparing. Daarnaast gaan technologische ontwikkelingen en kostendalingen in warmtetechnieken gestaag door. We willen graag aan de slag, maar houden daarbij ook rekening met toekomstige ontwikkelingen en diversiteit binnen buurten. Naast het zoeken naar mogelijkheden om buurt­gericht met de warmtetransitie aan de slag te gaan, hebben we oog voor kansen die

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

gemeentebreed spelen of doelgroepgericht zijn.

Handelingsperspectief inwoners De TVW laat zien welke haalbare en betaalbare stappen inwoners en ondernemers nu al kunnen nemen. De staps­ gewijze aanpak is duidelijk, goed uitlegbaar en geeft inwoners een handelingsperspectief. Op dit moment hebben gemeenten niet de instrumenten op verplichtende keuzes op te leggen aan woning- en gebouweigenaren. Alle geschetste routes in deze TVW zijn daarom niet verplichtend en worden eventuele ‘opt out’ (uitstap)mogelijkheden duidelijk aangegeven.

Werk met werk maken Waar mogelijk worden werkzaamheden in de openbare ruimte zoveel mogelijk gecombineerd met eventueel benodigde werkzaamheden voor de warmtetransitie. Hiermee worden overlast en kosten beperkt.

8

3. Duurzame warmteopties in Zandvoort Figuur 1. Stapsgewijs naar een aardgasvrijere woning.

Er zijn verschillende alternatieven (‘warmteopties’) om woningen en andere gebouwen duurzaam te verwarmen. Welke warmteoptie waar het beste past, is van veel factoren afhankelijk. In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van gebouwen in Zandvoort geanalyseerd. In bijlage 1 is een uitgebreide omschrijving opgenomen. 3.1

Stapsgewijs naar een duurzame gebouwde omgeving

De route naar een duurzame gebouwde omgeving verloopt op hoofdlijnen via de volgende drie stappen (figuur 1): I. Warmtevraag beperken en temperatuur verlagen; II. Inzet toekomstbestendige energie-infrastructuur en warmteoplossingen; III. Overstappen naar duurzame energiebronnen. In de paragrafen hieronder lichten we deze stappen kort toe.

2021 Stapsgewijs

3.1.1

I. Warmtevraag beperken en temperatuur verlagen;

II. Inzet toekomstbestendige energie-­ infrastructuur en warmte­ oplossingen; Transitiegereed

Warmtevraag beperken en temperatuur verlagen

Zandvoort heeft een mix van oude en naoorlogse woningen. Over het algemeen zijn oudere panden minder goed geïsoleerd dan nieuwere panden. Dat is goed terug te zien in het gemiddelde aardgasverbruik en de energielabels in Zandvoort (zie bijlage 1). Voor de meeste woningen in de gemeente geldt dan ook dat isoleren een belangrijke eerste stap is naar een duurzamere warmtevoorziening. Isolatiemaatregelen zorgen direct voor een lager aardgasverbruik en daarmee ook een lagere uitstoot van CO2. Bovendien zorgt isolatie ook direct voor maandelijkse kostenbesparing en een

Aardgasvrij

verhoogd wooncomfort. In veel gevallen wordt een geïsoleerde woning geschikt om direct of in de toekomst op een lagere temperatuur te verwarmen. Voor verwarming op lage temperatuur is meestal minder energie nodig, kunnen bestaande warmtebronnen meer gebouwen bedienen en is er een breder aanbod van duurzame alternatieven beschikbaar. Isolatie wordt gezien als een no-regret (spijtvrije) maatregel. Standaard- en streefwaarden (2021) In 2021 worden op nationaal niveau ‘Standaard- en Streefwaarden’ ingevoerd, die per woningtype inzicht geven in de manier waarop het

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

no-regretniveau kan worden behaald. Het basisniveau (toelichting zie bijlage 1) bereiken we als we tussen nu en 2050 bij ieder natuurlijk moment maximaal ingrijpen binnen de bestaande schil (het dak, de muren en de vloer). Nieuwere woningen zitten soms al op het basisniveau. Bij oudere woningen moet er juist meer gebeuren, die woningen zullen dus meer maatregelen nodig hebben om het basisniveau te bereiken. Sommige gebouwen, veelal van voor 1920 en vaak ook monumentaal, zijn zo oud dat zij het basisniveau misschien nooit helemaal kunnen bereiken. Het aantal geschikte warmteopties voor buurten met overwegend dit type woningen is dan ook beperkt.

3.1.2 Inzet toekomst­

bestendige energieinfrastructuur en warmte-oplossingen

Ruim 90% van alle woningen in de gemeente Zandvoort is op dit moment nog aangesloten op het aardgasnet. Het aardgasnet

9

is daarom op dit moment de grootste energie-infrastructuur voor verwarming in Zandvoort. Naast een aardgasnet zijn er nog twee andere energie infra­ structuren die kunnen worden gebruikt voor het leveren van energie aan gebouwen in onze gemeente: het elektriciteitsnet en het warmtenet. Welk alternatief het meest geschikt is per buurt is situatieafhankelijk. Buurten waar het elektriciteitsnet gecombineerd met warmtepompen de laagste maatschappelijke kosten hebben, zijn meestal buurten met veel eengezins­ woningen, gebouwd na 1990. In deze buurten hoeven vaak alleen de radiatoren en het gasfornuis vervangen te worden om de overstap naar all-electric te kunnen maken, omdat het isolatieniveau al vanaf de bouw voldoende is. Mede door het hoge aantal gebouwen van vóór 1990, is all-electric in de buurten in Zandvoort op korte termijn niet realistisch. Warmtenetten zijn wel kansrijk om te onderzoeken in Zandvoort. Warmtenetten zijn het meest haalbaar in gebieden met een hoge(re) dichtheid, zoals buurten met veel appartementen. In Zandvoort zijn er mogelijkheden om het huidige warmtenet in Park Duinwijk uit te breiden naar Oud-Noord en

Nieuw-Noord. Het is wenselijk om de komende jaren een verkennend onderzoek te starten naar de verduurzaming en uitbreiding van het warmtenet van Park Duinwijk. Voor het kleine aantal oude panden in het centrum (≤ ca. 1920) is zowel een warmtenet als all-electric met de huidige stand van de techniek vaak kostbaar of niet inpasbaar. Dat komt onder andere door drukte in de ondergrond en de oude, soms monumentale staat van de bebouwing. Hierdoor is er vaak weinig ruimte voor warmteleidingen en het treffen van isolatiemaatregelen is ook vaak niet mogelijk. Met de kennis van nu is het daarom logisch om het bestaande aardgasnet hier te handhaven. Dit is voornamelijk van toepassing in het centrum van Zandvoort. Uit onderzoek van Liander (zie bijlage 3) komt naar voren dat de route van hybride warmtepompen (zie kader) voor de kortere termijn spijtvrij is. Er is namelijk een groot verschil in de impact op het elektriciteitsnet tussen de volledige inzet van hybride warmtepompen in vergelijking met de inzet van alleen elektrische warmtepompen.

Hybride warmtepompen De gecombineerde inzet van gas en elektriciteit voor verwarming noemen we een hybride systeem. Hierbij wordt de basisverwarming verzorgd door een warmtepomp op elektriciteit. Op momenten dat de warmtevraag hoog is of er warm tapwater nodig is, springt een gasgestookte installatie bij. In een goed geïsoleerde woning bespaart deze combinatie al snel 70% van het aardgasverbruik. Een groot voordeel van een hybride systeem is dat het minder eisen stelt aan isolatie en afgiftesysteem in de woning en aan het elektriciteitsnet dan wanneer wordt gekozen voor all-electric verwarmen. Hybride systemen kunnen als tussenstap naar all-electric op korte termijn veel aardgasbesparing opleveren. In de toekomst kunnen ze, in combinatie met duurzame gassen als waterstof en groen gas, als aardgasvrije warmteoptie dienen. Hybride warmtepompen zijn geschikt voor oudere woningen waar geen alternatief voor aardgas op korte termijn in zicht is. Dit geldt voor de woningen met bouwjaar <1920 en voor woningen die tot basisniveau

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

geïsoleerd kunnen worden. Hybride warmtepompen zijn een no-regret oplossing: als de woning uiteindelijk toch gasvrij kan worden, maakt de hybride warmtepomp plaats voor een volledige warmtepomp of een warmtenet.

3.1.3 Overstappen

naar duurzame warmtebronnen

Om aardgasvrij in 2050 te worden, zullen we uiteindelijk de benodigde energie in de gebouwde omgeving uit duurzame bronnen halen. Bij iedere energie-infrastructuur (elektriciteitsnet, warmtenet en gasnet) horen andere bronnen en andere installaties in de gebouwen. De transitie naar volledig duurzame bronnen zal daarom verschillen per energie-infrastructuur: • Volgens de huidige plannen zal in 2030 ca 70% van de elektriciteit in Nederland uit een duurzame bron afkomstig zijn. In 2050 zal elektriciteit volgens de plannen zelfs volledig duurzaam opgewekt worden en niet meer uit aardgas- of kolen­ centrales komen, maar vooral met wind- en zonne-energie;

10

• Bij warmtenetwerken zal de warmte uit duurzame bronnen komen, zoals geothermie, bodemwarmte of aquathermie, waarbij met name bij geo­thermie en andere vormen van bodemwarmte rekening moet worden gehouden met de bodembeschermings­ gebieden voor drinkwater en kustverdediging; • Daar waar het gasnet blijft liggen, zal aardgas worden vervangen door een klimaatneutraal alternatief, bijvoorbeeld groen gas of waterstof. In bijlage 1 worden de duurzame warmtebronnen verder toegelicht. Op basis van de huidige kennis en inzichten is geen enkele bron in voldoende mate beschikbaar om heel Zandvoort van duurzame warmte te voorzien. We zullen in de toekomst dus een mix van diverse duurzame bronnen nodig hebben. Duurzame warmtebronnen inZandvoort In de huidige situatie wordt het laagtemperatuur warmtenet Louis Davids Carré en het hoogtemperatuur warmtenet in Park Duinwijk niet uitsluitend gevoed met duurzame warmte, maar deels nog met aardgas.

Op termijn is dit wel het streven om de warmtenetten te koppelen aan duurzame warmtebronnen in de buurt. De Regionale Structuur Warmte (RSW) , onderdeel van de RES, brengt een aantal van deze regionale bronnen in beeld. In de omgeving van Zandvoort zijn enkele opties om duurzame warmte te produceren: Aquathermie Aquathermie is het winnen van warmte uit water. Het kan daarbij gaan om afvalwater (riothermie), oppervlaktewater en drinkwaterleidingen. Zoet oppervlaktewater (gering aanwezig) zou een mogelijkheid kunnen zijn in Zandvoort, maar wellicht biedt de Noordzee in de toekomst ook kansen. (Diepe) geothermie Bij geothermie (aardwarmte) wordt warm water van grote diepte (tot enkele kilometers) uit de ondergrond opgepompt. De warmte wordt bovengronds in een gesloten systeem gebruikt, en het afgekoelde water wordt weert terug in de ondergrond gepompt. Deze techniek wordt al langer toegepast in de glastuinbouwsector. In de gemeente Haarlem zal geothermie waarschijnlijk worden ingezet voor een warmtenet in de wijk Meerwijk. Of het mogelijk is om

ook in Zandvoort geothermische warmte te winnen, hangt af van de samenstelling van de ondergrond en de ligging van bodembeschermingsgebieden. (zie bijlage 1). Restwarmte Restwarmte is warmte die vrijkomt bij bedrijven of industrie die ter plekke niet nuttig wordt toegepast. Als er voldoende restwarmte beschikbaar is, kan deze worden toegepast in de gebouwde omgeving. Regionale voorbeelden zijn Tata Steel IJmuiden, datacentrales in de Haarlemmermeer en afvalwaterzuiveringsinstallaties. Uit eerdere verkenningen is gebleken dat het gebruiken van restwarmte van Tata Steel IJmuiden waarschijnlijk een toename van stikstofemissies zal veroorzaken. Dit project is daarom uitgesteld en bovendien op (te) grote afstand. In de gemeente Zandvoort zelf zijn geen grote restwarmtebronnen bekend. Duurzame gassen Daar waar het gasnet blijft liggen, zal aardgas op termijn worden vervangen door een fossielvrij alternatief, bijvoorbeeld groen gas of waterstof. Er bestaan verschillende typen duurzaam gas (nadere toelichting inbijlage 1): groen gas dat wordt geproduceerd door

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

het vergassen of vergisten van biomassa en (groene) waterstof dat wordt geproduceerd door met groene stroom water te ontleden in waterstof en zuurstof. Naar de toekomstige beschikbaarheid van deze gassen wordt nog veel onderzoek gedaan. De huidige inschatting is dat er tot 2030 met groen gas een potentiële verduurzaming van 20% tot 30% van de huidige landelijke gasvraag van de gebouwde omgeving mogelijk is. Tot 2050 is er mogelijk meer beschikbaar, maar ook andere sectoren zullen hiervan gebruik willen maken. Bijvoorbeeld als back-up voor elektriciteitsproductie, als piekvoorziening voor warmtenetten en de procesindustrie. Voor waterstof wordt vóór 2030 geen grootschalige toepassing in de gebouwde omgeving verwacht. Ook voor de periode daarna is het verduurzamingspotentieel onzeker. Dat komt omdat voor de productie van groene waterstof groene stroom noodzakelijk is. Zolang er nog geen groene stroom in overmaat beschikbaar is, zal het efficiënter zijn om de stroom direct in te zetten. Daarnaast zullen, net als bij groen gas, ook andere sectoren van duurzame waterstof gebruik willen maken. De situatie voor Zandvoort wat betreft beschikbaarheid,

11

planning en kosten zijn erg onzeker. Voorsorteren op andere alternatieven is raadzaam omdat dit meer zekerheid biedt om gefaseerd naar een aardgasvrije warmtevoorziening over te gaan.

3.2

Transitiepaden voor Zandvoort

het zogenaamde transitiepad, en de fasering die hierbij hoort.

Wanneer we spreken over warmteopties, gaat het meestal over het eindbeeld dat we in 2050 willen bereiken. Dat is nog ver weg en er zijn ook nog allerlei onzekerheden die dit eindbeeld beïnvloeden. Daarom is het belangrijk om ons te richten op de weg ernaar toe,

Wat zijn transitiepaden? In een transitiepad schetsen we voor een buurt de route om tot een duurzame warmteoptie te komen. De transitiepaden geven aan welke maatregelen waar gewenst zijn om de

warmtetransitie te realiseren. Per buurt formuleren we daarom logische tussenstappen naar aardgasvrij in 2050, met een tijdspad waarin de transitie gerealiseerd kan worden. Dit geeft handelingsperspectief voor inwoners en professionele partners. Tabel 1. Overzicht van verschillende warmteopties.

All-electric

Warmtenet

Besparen en op termijn duurzaam gas

Besparen en op termijn herijken

Recreatie-/ Bedrijventerreinen

Isolatie

Op natuurlijke momenten naar een basisniveau.

Op natuurlijke momenten naar een basisniveau.

Op natuurlijke momenten naar een basisniveau.

Op natuurlijke momenten naar een basisniveau.

Maatwerkoplossing

Techniek in het gebouw

Laag-temperatuur (tot 40°C) afgiftesysteem en een warmtepomp. Relatief veel impact in de woning

Midden-temperatuur (40-70°C) afgiftesysteem en een afleverset. Relatief weinig impact in de woning.

Midden-temperatuur (40°C of hoger) afgiftesysteem en een hybride warmtepomp. Relatief veel impact in de woning

Midden-temperatuur afgiftesysteem. Daar waar mogelijk overstap op hybride of all-elctric

Maatwerkoplossing

Infrastructuur

Extra verzwaard elektriciteitsnet. Relatief weinig impact in de ondergrond. Relatief veel impact in de bovengrond.

Warmtenet. Relatief veel impact in de ondergrond.

(Bestaande) gasnet. Relatief weinig impact in de ondergrond.

Voorlopig het bestaande gasnet. In de toekomst heroverwegen.

Extra verzwaard elektriciteitsnet, mogelijk in combinatie met lokaal bronnet

Bronnen

Landelijke, op termijn duurzame, elektriciteitsmix

Mix van duurzame, lokale bronnen. Bij lage temperatuur bronnen een collectieve warmtepomp.

Op termijn duurzaam gas

In de toekomst heroverwegen

Landelijke, op termijn duurzame elektriciteitsmix. Mogelijk in combinatie met lokale warmtebronnen

Uitstapmogelijkheden (opt-out)

Kleinschalig collectief

All electric en lokale bronnetten. Opt-out is onwenselijk.

All electric en lokale bronnetten. Opt-out is wenselijk.

All electric en lokale bronnetten. Opt-out is wenselijk.

All electric en lokale bronnetten. Opt-out is wenselijk.

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

12

Overzicht transitiepaden Bovenstaand schema (tabel 1) geeft een beknopte samenvatting van de verschillende transitiepaden die in Nederland voornamelijk voorkomen. In bijlage 4 is een uitgebreidere omschrijving van de transitiepaden opgenomen. Toekomstige oplossingen op basis van modellen

op basis van allerlei aannames en inputdata en bevatten diverse onzekerheden. Daarom zijn de uitkomsten gevalideerd met de werkgroep van betrokken partijen en zo nodig gecorrigeerd op basis van lokale afwegingen en informatie. Niet alle robuuste uitkomsten zijn terug te vinden in de Transitiekaart in hoofdstuk 4. In bijlage 2 is de vergelijking tussen de model­ studies verder toegelicht.

Ruimte voor uitzonderingen ‘opt-out’ In deze Transitievisie Warmte geven we per buurt aan wat met de kennis van nu de meest voor de hand liggende warmteoptie is. Dit betekent niet dat de hele buurt volledig op één warmteoptie over zal gaan. Zo zijn bijvoorbeeld de Boulevard, Kostverlorenstraat en omgeving Zandvoortselaan, het centrum, Brederode-Gerkestraat en

Bentveld divers van opbouw: verschillende bouwperioden en gebouwtypen komen in één buurt voor. Om uiteenlopende financiële, technische of andere, lokale redenen kunnen gebouw­ eigenaren kiezen voor andere warmteopties dan de gekozen warmteoptie in een buurt. Eigenaren hebben en behouden te allen tijde keuzevrijheid om te kiezen voor een warmteoptie van hun eigen voorkeur.

De transitiepaden zijn tot stand gekomen door een zorgvuldige en robuuste analyse. De robuuste analyse bestaat uit een vergelijking van drie rekenmodelstudies die door verschillende professionele partijen zijn uitgevoerd (Over Morgen, Stedin, PBL). Deze vergelijkende analyse (zie bijlage 2) laat zien in welke buurten er een robuuste uitkomst is vanuit meerdere modellen, maar ook waar er geen of minder consensus is tussen de modellen. Op de gehele Boulevard en de buurten van Bentveld, Kost­ verloren, Zandvoortselaan en het vakantiepark zijn er robuuste gemeenschappelijke uitkomst van de drie modellen. De robuuste analyse is de basis voor de keuze van een warmteoptie en transitiepad per buurt. Rekenmodellen werken echter

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

13

4. De transitiekaart van Zandvoort Op de volgende pagina is met figuur 3 de transitiekaart van Zandvoort weergegeven. Op deze kaart is voor elke buurt in de gemeente een transitiepad gekozen. Binnen deze transitiepaden is veel ruimte voor variatie. Voor het grootste deel van de gemeente Zandvoort ligt de nadruk tot 2030 op het nemen van besparings- en isolatiemaatregelen. Ook zijn er kansen voor verduurzaming en uitbreiding van het warmtenet in het noorden van Zandvoort. In bijlage 4 geven we per buurt een toelichting op het gekozen transitiepad. 4.1

Besparen en op termijn herijken

Het valt op dat voor de meeste buurten in de gemeente is gekozen voor het transitiepad ‘Besparen en op termijn herijken’. Dit betekent dat we voor deze buurten nog geen keuze kunnen maken voor een duidelijk voorkeursalternatief. Het zijn vaak buurten met een gemengde opbouw waarvan we op dit

moment nog niet kunnen zeggen of een warmtenet, all-electric of groen gas de warmteoptie is met de laagst maatschappelijke kosten in vergelijking tot aardgas. Veel hangt hierbij af van prijsontwikkelingen en innovaties op het gebied van warmtepompen en warmtenetten en de toekomstige beschikbaarheid en betaalbaarheid van duurzame gassen. Waar mogelijk zal de overstap naar een hybride warmtepomp of all-­ electric worden gestimuleerd. 4.2

Besparen en op termijn duurzaam gas

Voor het centrum van Zandvoort en aangrenzende buurten, Zuid Duinen en het Zandvoortse deel van Bentveld is gekozen voor het transitiepad ‘Besparen en op termijn duurzaam gas’. Dat betekent dat we verwachten dat in deze buurten het gasnet voorlopig blijft liggen, omdat in deze buurten een overstap naar een warmtenet of naar all-­electric voorlopig geen haalbaar alternatief is. Op de

lange termijn verwachten we dat in deze buurten duurzame gassen (groen gas of waterstof) het belangrijkste alternatief voor aardgas zullen zijn. Een tussenoplossing als de overstap naar een hybride warmtepomp is hier een mogelijkheid. 4.3

Verkenning warmtenet (zoekgebied collectieve warmte)

De buurten Oud Noord en Nieuw Noord (woningen) zijn aan­­gewezen als zoekgebied voor collectieve warmte. Dit komt onder andere doordat in Park Duinwijk al een warmtenet aanwezig is. Ook heeft woningcorporatie Pré Wonen veel woningen in deze buurten in bezit waardoor er relatief snel grotere aantallen woningen aangesloten kunnen worden. Een verkennend onderzoek naar kansen voor hoogtemperatuur collectieve warmte op basis van een duurzame bron in het noorden van Zandvoort, samen met Pré Wonen, is aan te raden. Middels een

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

buurtgerichte aanpak worden inwoners en organisaties geïnformeerd over de vervolgstappen. 4.4 Nieuwbouw Entree,

Watertorenplein, De Duinwachter, Nieuw-Noord

Alle nieuwbouw in Zandvoort wordt vanzelfsprekend volgens landelijke wetgeving uit 2018 aardgasvrij gerealiseerd. Met de nieuwbouwprojecten Entree, Watertorenplein, De Duinwachter en gebiedsontwikkeling Santfort zijn er mogelijkheden om de werkzaamheden voor nieuwbouw te combineren met de aanleg van infrastructuur voor bijvoorbeeld warmtenetten. 4.5 Recreatie/

bedrijventerrein

Recreatievastgoed en bedrijven­terreinen volgen een eigen transitiepad met veel aandacht voor maatwerk. In de gemeente Zandvoort is

14

veel recreatievastgoed. Voor deze bedrijfsbebouwing geldt dat inregeling van de binnen­ installatie vaak belangrijker is dan het maken van bouwkundige aanpassingen. Dit is echter sterk afhankelijk van de gebruiksfunctie van het bedrijfspand. Op bedrijventerreinen zullen individuele

en kleinschalig collectieve warmteopties voorkomen. Het gaat daarbij om all-electric maar ook om WKO-netten die naast warmte ook koude kunnen leveren. Figuur 3. Transitiekaart Zandvoort. Zie bijlage 6 voor hoge resolutie figuur.

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

15

5. Op weg naar uitvoering Het opstellen van de transitievisie warmte is de eerste stap op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Uit de transitiekaart in hoofdstuk 4 blijkt dat de gasinfrastructuur voorlopig in Zandvoort zal blijven liggen. Voor veel buurten in Zandvoort zullen de eerste stappen naar duurzaam verwarmen bestaan uit het nemen van isolatie- en energiebesparende maatregelen. Ook wordt er een verkennend onderzoek gestart worden naar collectieve, duurzame warmte in het noorden van Zandvoort. Tegelijkertijd houden we ook onze ogen open voor innovatie en stimuleren we wat wel kan: energie besparen, isoleren en opwekken van zonne-energie. 5.1

Organisatie en integraal samenwerken

Als mogelijk worden ambities en plannen van de TVW afgestemd met de ambities en plannen op andere thema’s. Met name het combineren van thema’s als nieuwbouw, renovatieplannen van Pré Wonen, rioolvernieuwing en de herinrichting van de openbare

ruimte. De gemeente Zandvoort heeft hierin een faciliterende rol om de belanghebbenden samen te brengen. 5.2

Omgevingswet en Wet collectieve warmtevoorziening

Samenwerken aan integrale opgaven in de buurt wordt steeds belangrijker. Op buurtniveau speelt niet alleen de warmtetransitie, maar ook sociaal-economische ontwikkeling en klimaatadaptatie. Met de instrumenten van de toekomstige Omgevingswet, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan, wordt integraal samenwerken eenvoudiger. Er is ook een opvolger voor de Warmtewet op dit moment in ontwikkeling: de Wet Collectieve Warmtevoorziening. Deze wet schrijft voor dat de gemeente in gebieden (wijken, buurten, gebieden) collectieve warmtevoorzieningen aanwijst als een warmtekavel waarin bestaande warmtebronnen worden verduurzaamd. Na toewijzing

van de warmtekavel zullen een warmtebedrijf en de gemeente inventariseren welke eigenaren hun woning of gebouw willen aansluiten. Eigenaren kunnen daarbij kiezen voor een duurzaam alternatief, de eerder genoemde ‘opt-out’ mogelijkheid. De mogelijkheden en gevolgen van deze wet zullen in aanloop van de inwerktreding in 2022 steeds duidelijker worden. 5.3

Verkennend onderzoek: collectieve warmte(netten) en impactstudie elektriciteitsnet

In de transitiekaart van hoofdstuk 4 zijn de mogelijkheden voor een warmtenet aangegeven. Het huidige warmtebedrijf Ennatuurlijk kan starten met een verkennend onderzoek naar de potentie om het bestaande warmtenet in de Park Duinwijk naar Oud-Noord en Nieuw-Noord uit te breiden en te verduurzamen. Ook professionele partners als woning­corporatie Pré Wonen, waterbedrijf PWN en de netbeheerders kunnen

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

waardevolle inzichten geven in de haalbaarheid van warmtenetten in de genoemde gebieden. De elektrificatie van het wagenpark in Nederland en met name elektrisch laden zorgt voor een toenemende druk op het elektriciteitsnet. Netbeheerder Liander heeft de gevolgen voor Zandvoort en de benodigde extra middenspanningsruimtes inzichtelijk gemaakt in bijlage 3. 5.4 Aan de slag met

besparen en individuele oplossingen

Vanuit de transitiepaden ‘besparen en herijken’ en ‘besparen en duurzaam gas’ gaan we inzetten op het terugdringen van de gasvraag in onze gemeente door bewoners en ondernemers te stimuleren en te ondersteunen om aan de slag te gaan met isolatie en andere vormen van energiebesparing. Hier valt veel winst te behalen in Zandvoort. Huiseigenaren beslissen zelf welke energiebesparende maatregelen

16

ze wanneer willen nemen. Dat betekent dat de sturingsmogelijkheden voor de gemeente beperkt zijn. Wel kan de gemeente inwoners faciliteren bij het nemen van energiebesparende maatregelen en ondersteunen met gunstige financiering. We zorgen voor goede voorlichting, advies en communicatie in Zandvoort. Uit de meedenkgroep en inwonersavonden is gebleken dat inwoners sterk gemotiveerd zijn om te kiezen voor oplossingen die zowel het comfort verhogen, tot financiële besparingen leiden en bijdragen aan duurzaamheid. Maar men wil beter inzicht krijgen in welke maatregelen ze dan moeten nemen, hoeveel besparing ze halen en wat daarvan de kosten zijn. • De gemeenten Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort staan veelal voor dezelfde opgaven. We werken daarom samen op het gebied van kennisontwikkeling, onderzoek en gezamenlijke energieprojecten. • We faciliteren waar we kunnen. Middels het energieloket en buurtgerichte aanpakken informeren en adviseren we onze inwoners over mogelijke maatregelen, subsidies en leningen. We werken daarbij samen met onze buurgemeenten en de

provincie Noord-Holland. • Waar mogelijk gebruiken we met onze partners de zogenoemde koppelkansen van onderhouds-, nieuwbouw- en onderzoeksprojecten. Door werk-met werk te maken en verschillende opgaven met elkaar te combineren en gezamenlijk aan te pakken, zorgen we voor een efficiënt gebruik van capaciteit en middelen. • Middels een zogenaamde Duurzaamheidslening zorgen we voor gunstige financieringsvoorwaarden voor onze bewoners en ondernemers. 5.5

Aan de slag met communicatie

Deze visie is een eerste stap op weg naar een Zandvoort zonder aardgas in 2050. Om bewustwording over deze opgave te vergroten en draagvlak voor deze opgave te vergoten bij onze inwoners en ondernemers, is communicatie van groot belang. Via de gemeentelijke communicatiekanalen worden inwoners op de hoogte gehouden en kunnen zij informatie en advies inwinnen over de warmtetransitie en de voordelen die het voor henzelf kan opleveren.

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

17

Bijlage 1.

Nadere toelichting duurzame warmteopties in Zandvoort

Warmtevraag beperken en temperatuur verlagen De bestaande woningvoorraad in de gemeente Zandvoort kunnen we grofweg opdelen in vier niveaus van isolatie: • Woningen met slechte of onvoldoende isolatie (80 kWh/ m2 of hoger). Deze woningen hebben een hoge temperatuur van circa 90°C in de radiatoren nodig. Zo kunnen ze op de koudste dagen comfortabel warm stoken. De meeste woningen gebouwd vóór 1990 hebben dit niveau. • Woningen die een minimum­ isolatieniveau hebben bereikt (65-80 kWh/m2). Deze woningen kun je comfortabel verwarmen met een maximumtemperatuur van 70°C in de radiatoren (middentemperatuur). Mogelijk moet je een aantal radiatoren vervangen voordat je deze woningen daadwerkelijk met 70°C kunt verwarmen. Bijna alle woningen gebouwd na 1990 voldoen aan dit niveau.

• Woningen die een basis­ isolatieniveau hebben bereikt (50-65 kWh/m2). Deze woningen kun je comfortabel verwarmen met zowel een maximumtemperatuur van 70°C als met 40°C (laagtemperatuur). Voor laagtemperatuur is het in sommige gevallen wel nodig de radiatoren te vervangen. De woning is daarmee toekomstbestendig omdat hij geschikt is voor meerdere alternatieve verwarmingstechnieken. De woning is dus transitiegereed. • Woningen met een hoog isolatieniveau en voorzien van een energiezuinig ventilatiesysteem (20-50 kWh/m2). Deze woningen zijn zeer geschikt om comfortabel te verwarmen met een maximumtemperatuur van 40°C. Dit zijn recent gebouwde woningen. Bij aanpassing van de bestaande bouw tot dit temperatuurniveau is het vaak nodig de radiatoren te vervangen. Gemiddeld hebben woningen in Nederland een warmtevraag van

ongeveer 84 kWh/m2 voor ruimteverwarming. Zandvoort heeft een hoger gemiddelde warmtevraag van 101 kWh/m2. Veel woningen zullen een onvoldoende isolatie hebben, terwijl er ook woningen zijn die al een basis- of hoog isolatieniveau hebben. Huidige situatie Zandvoort: warmtevraag, isolatiewaarde en gasverbruik Zandvoort heeft een mix van vooroorlogs en naoorlogse woningvoorraad. In figuur B1.1 is met de energielabels goed te zien dat woningen in het centrum en het zuiden van Zandvoort een slechter energielabel dan het noorden van Zandvoort. Dat komt ook omdat de woningen in het noorden een stuk recenter zijn gebouwd. Voor de meeste woningen in het centrum en zuiden van de gemeente Zandvoort geldt dan ook dat isoleren een belangrijke eerste stap is naar een aardgasvrijere toekomst.

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

Met name voor de woningen met slechte of onvoldoende isolatie is het van belang de isolatie te verbeteren. Hiermee bereiken we twee belangrijke resultaten: • We besparen direct aardgas en daarmee uitstoot van CO2; • We verlagen de temperatuur die nodig is in het warmte-­ afgiftesysteem om de woning op koude dagen comfortabel te verwarmen. Dat laatste is van belang, omdat veel van de duurzame alternatieven voor een CV-ketel het beste presteren bij lagere temperaturen. Ook werken verwarmings­ systemen op lagere temperaturen over het algemeen efficiënter (zie ook de volgende paragraaf).

18

Figuur B1.1. Energielabels van woningen in Zandvoort

Inzet toekomstbestendige energie-infrastructuur en warmte-oplossingen Veruit de meeste woningen in de gemeente Zandvoort zijn op dit moment nog aangesloten op een gasnet. Naast een gasnet zijn er nog twee andere energie infrastructuren die kunnen worden gebruikt: het elektriciteitsnet en het warmtenet.

Elektriciteitsnet Wanneer een woning alleen nog is aangesloten op het elektriciteitsnet noemen we die ‘all-electric’. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een warmtepomp of in sommige gevallen infraroodpanelen. Om goed met een warmtepomp te kunnen verwarmen, is het wenselijk dat een woning minimaal het basisisolatieniveau heeft. Daarbij is de warmtevraag voor ruimteverwarming 65 kWh/m2 of lager. Bij warmtepompen is het vaak nodig de radiatoren te vervangen door laagtemperatuur radiatoren of vloerverwarming. Bij elektrisch verwarmen zal de vraag naar elektriciteit op koude dagen sterk toenemen. De (over) capaciteit in het bestaande

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

19

elektriciteitsnet is echter beperkt. Deze capaciteit is ook nodig voor de realisatie van laadpalen voor elektrische mobiliteit, elektrisch koken, elektrificatie van de industrie en het terugleveren van opgewekte duurzame energie. Aanpassingen aan het elektriciteitsnet zijn daarom vaak nodig. Niet alleen op buurtniveau, maar ook op gemeentelijk, regionaal, nationaal en internationaal niveau. In de buurt kan dat betekenen dat we rekening moeten houden met extra middenspanningsruimtes en het verzwaren van kabels (zie ook de impactstudie van Liander in bijlage 3). Er zijn warmtepompen die lucht gebruiken als warmtebron (lucht-water-warmtepompen of lucht-lucht-warmtepompen). Andere warmtepompen gebruiken water als warmtebron (water-water-warmtepompen). Een lucht-water-warmtepomp gebruikt als bron bijvoorbeeld buitenlucht. Een water-water-­ warmtepomp gebruikt als bron bijvoorbeeld bodemenergie (WKO of bodemlus) of warmte uit zonlicht (zonthermie of PVT). Voor het benutten van energie uit buitenlucht is een buitenunit nodig. Voor het benutten van warmte uit de bodem is een bodemlus nodig onder de woning

of in de tuin. Voor het benutten van zonthermie zijn thermische zonnepanelen nodig. Grotere gebouwen kunnen ook gebruik maken van een eigen warmte- en koude opslaginstallatie (WKO) om gebruik te maken van bodemenergie als warmtebron. Naast de warmtepomp komt er een boilervat van minimaal 150 liter voor warm tapwater in de woning. Deze ruimte moet wel in de woning beschikbaar zijn. Bij infraroodpanelen en lucht-water-warmtepomp zal door hun lagere efficiëntie (COP) meer verzwaring van het elektriciteitsnet nodig zijn dan bij water-water-warmtepompen. Een voordeel van all-electric verwarmen is dat de meeste warmtepompen ook kunnen worden ingezet om te koelen. Met name in bedrijfsgebouwen is dit een belangrijke functie van het systeem. Maar ook voor woningen neemt de vraag naar verkoeling in de zomer toe. In het geval van water-water-systemen is deze koeling ook erg efficiënt en kan de warmte in de ondergrond worden opgeslagen. Voor kleinschalige toepassingen in één of enkele ruimtes zijn lucht-lucht-systemen (airconditioning) goed toepasbaar om ’s zomers te koelen en ’s winters te verwarmen.

Efficiëntie van warmtepompen en infraroodpanelen Een warmtepomp gebruikt de warmte in de omgeving als bron (meestal de buitenlucht of de ondergrond). Een warmtepomp kan hiermee meer energie in de vorm van warmte opwekken dan dat aan elektriciteit wordt gebruikt. Van 1 kWh elektriciteit kan een warmtepomp 3-6 kWh aan warmte produceren (een ‘coefficient of performance (COP)’ van 3-6). Bij infraroodpanelen is de omzetting van elektriciteit naar warmte één staat tot één. Dat is dus minder efficiënt. Infraroodverwarming hoeft alleen aan te staan op het moment dat er een persoon aanwezig is in de ruimte. Hierdoor zijn ze in praktijk wel wat efficiënter dan doet vermoeden.

Er is bij all-electric sprake van een individuele warmtevoorziening. Individuele vastgoedeigenaren kunnen zelf de keuze maken om het huis niet alleen te isoleren, maar ook de gasgestookte CV te vervangen door bijvoorbeeld een warmtepomp. De individuele vastgoedeigenaar is dus minder afhankelijk van keuzes en beperkingen van andere vastgoedeigenaren in de straat, of in de buurt.

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

Buurten waar all-electric oplossingen de laagste maatschappelijke kosten hebben zijn meestal buurten met veel eengezinswoningen, gebouwd na 1990. In deze buurten hoeven vaak alleen de radiatoren en het gasfornuis vervangen te worden om de overstap naar all-electric te kunnen maken. In deze buurten is het gasnet doorgaans nog nieuw, evenals de gasketels. Daarnaast is all-electric verwarmen vaak toegepast op bedrijventerreinen en kantoorparken, eventueel in combinatie met lokale bronnetten vanwege de koudevraag. All-electric is ook vaak de voorkeurswarmteoptie van veel nieuwbouwontwikkelingen, met name kleine ontwikkelingen waar onvoldoende schaal is voor een warmtenet.

Warmtenet Een warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse leidingen die warm water vervoeren naar meerdere gebouwen. Er is dan dus sprake van een collectieve warmtevoorziening. De woning heeft, afhankelijk van het temperatuurniveau van de geleverde warmte, in vergelijking met all-electric vaak minder ingrepen aan de schil en de binneninstallatie nodig. In de

20

woning is qua techniek alleen een afleverset aanwezig. Bij een warmtenet komt er per gebouw of cluster van eengezinswoningen of kleinere gebouwen een afleverstation. De temperatuur van het aangeleverde warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen verwarmen. Over het algemeen zijn er bij lagere temperaturen meer (duurzame) bronnen beschikbaar (zie ook de volgende paragraaf). De investeringen in de infrastructuur van warmtenetten zijn relatief hoog. Hierdoor zijn warmtenetten het meest haalbaar in gebieden met een hoge dichtheid en schaal. Een ander belangrijk kenmerk van warmtenetten is dat een warmtenet in een relatief kort tijds­ bestek moet worden ontwikkeld, om zodoende snel voldoende aansluitingen te krijgen waarmee de hoge investeringskosten zijn gedekt. De bestaande netten in buurten met oudere woningen leveren een temperatuur van maximaal 90°C (hoogtemperatuur). Nieuwere buurten zijn beter geïsoleerd. De aanvoertemperatuur is daar dus lager, circa 70°C (midden­ temperatuur). Bij nieuw te bouwen buurten is verdere verlaging van de aanvoertemperatuur naar 40°C (laagtemperatuur)

mogelijk. Bij woningen is dan wel een aanvullende boostervoorziening nodig in de woning voor warm tapwater (55°C). In de praktijk zien we daarom bij nieuwbouwwoningen vaak een midden­temperatuur warmtenet. De opbouw van het woningen­ bestand bepaalt de haalbaarheid van een warmtenet. Grond­ gebonden woningen zijn lastiger aan te sluiten op een warmtenet dan meergezinswoningen (flats, appartementen). Grondgebonden woningen staan minder dicht bij elkaar. De bestaande gasketel is vaak geplaatst op zolder. Hierdoor moeten inwoners aanvullende aanpassingen doen in de woning, zoals het verleggen van leidingen. Daarnaast is het van belang dat de voldoende woningen aansluiten. In de praktijk gaat het om een hele straat of meerdere straten. Woningcorporaties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. In een straat zijn vaak meerdere (soms alle) woningen in bezit van een woningcorporatie. Daardoor kan een warmtenet met corporatiewoningen gemakkelijker de nodige schaalgrootte halen. Kiezen voor een warmtenet betekent meestal wel dat er geen aanvullende verzwaring nodig is van het elektriciteitsnet.

Gasnet/hybride De gecombineerde inzet van gas en elektriciteit voor verwarming noemen we een hybride systeem. Hierbij wordt voornamelijk elektriciteit gebruikt om middels een warmtepomp te verwarmen, maar op momenten dat de warmtevraag hoog is, springt een gasgestookte installatie bij. In een goed geïsoleerde woning bespaart deze combinatie als snel 70% van het aardgasverbruik. Een groot voordeel van een hybride systeem is dat het minder eisen stelt aan isolatie en afgifte­ systeem in de woning en aan het elektriciteitsnet dan all-electric verwarmen. Ook vraagt deze combinatie vaak minder ruimte omdat er geen buffervat wordt gebruikt en een kleinere warmtepomp volstaat. Hybride systemen kunnen als tussenstap richting all-electric op korte termijn veel aardgasbesparing opleveren. In de toekomst kunnen ze, in combinatie met duurzame gassen als waterstof en groen gas, ook een volledig aardgasvrije warmteoptie zijn. Daarnaast kunnen duurzame gassen in gebouwen die niet goed te isoleren zijn (bijvoorbeeld monumentale panden) direct in cv-ketels worden ingezet.

Zandvoortse transitievisie warmte | Naar een duurzaam verwarmd Zandvoort

Kansen voor warmtenetten in Zandvoort Zoals in de paragraaf hierboven gesteld zijn warmtenetten vooral kansrijk in stedelijke omgevingen met hoge bebouwingsdichtheid (flatgebouwen, appartementen en eventueel rijwoningen). Dit type bebouwing komt in Zandvoort voor in het Stationsgebied (Park Duinwijk), Boulevards Midden en Noord, Oud-Noord en Nieuw-Noord . We voorzien daarom op korte termijn kansen om een onderzoek te starten naar warmtenetten in deze buurten in Zandvoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10963122/1