Bijlage 1 Startnotitie Woonzorgprogramma Zandvoort
Tekst van het document
Woonzorgprogramma Zandvoort Startnotitie 12 december 2023 Afdeling MO/ECDW
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Uitgangspunten
4
3. Resultaat
5
4. Proces, planning en participatie
7
BIJLAGE 1. Landelijke, regionale en lokale kaders en ontwikkelingen
8
BIJLAGE 2. Afbakening doelgroepen
13
BIJLAGE 3. Grensvlakken met andere beleidsterreinen
16
2
1. Inleiding Het aantal ouderen neemt toe en de ouderen worden steeds ouder; de meeste ouderen willen bovendien zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Ook mensen die psychisch kwetsbaar zijn wonen steeds vaker zelfstandig in het dorp. Bij jeugd wordt uithuisplaatsing zoveel mogelijk voorkomen; wanneer toch meer zorg nodig is, wordt dat bij voorkeur geboden in kleinschalige woonvormen. Al deze groepen doen een groter beroep op de toch al schaarse betaalbare woningvoorraad. In sommige complexen of buurten ontstaan spanningen vanwege een concentratie van groepen of door problemen in de begeleiding van mensen die ondersteuning nodig hebben. Gemengde woonvormen en gemengde buurten kunnen bijdragen aan een oplossing, voor een aantal groepen zijn woningen met specifieke kenmerken en zorg nodig. Dat is de aanleiding voor het ontwikkelen van een Zandvoorts Woonzorgprogramma. Het woonzorgprogramma zal bestaan uit drie onderdelen: • •
•
uitwerking en actualisering van bestaande visies en uitgangspunten op het gebied van wonen en zorg (zie hoofdstuk 2 van deze startnotitie); vaststellen van de kwalitatieve en kwantitatieve opgave wonen en zorg voor ouderen, mensen met psychische kwetsbaarheid, jeugd en andere aandachtsgroepen (zie bijlage 2 voor afbakening doelgroepen); een uitvoeringsprogramma en -strategie voor de realisatie van de opgave, zoals het aanpassen van regelgeving, afspraken met corporaties, investeringen en monitoring.
Het Woonzorgprogramma Zandvoort wordt opgesteld tegen de achtergrond van diverse landelijke, regionale en lokale kaders en ontwikkelingen (zie bijlage 1). Daarnaast zijn er grensvlakken met kaders en ontwikkelingen op andere beleidsterreinen (zie bijlage 3). In deze startnotitie worden de belangrijkste uitgangspunten voor het woonzorgprogramma benoemd (hoofstuk 2). Hoofdstuk 3 geeft een doorkijk naar de inhoud van het woonzorgprogramma: wat vragen we de gemeenteraad straks met het woonzorgprogramma vast te stellen? Deze startnotitie sluit af met een beschrijving van de te doorlopen processtappen en bijbehorende planning (hoofdstuk 4).
3
2. Uitgangspunten Op basis van de vastgestelde landelijke, regionale en lokale uitgangspunten kunnen reeds een aantal uitgangspunten worden benoemd die leidend zijn bij de uitwerking van het woonzorgprogramma. Evenwichtig en evenredig Vanuit het perspectief van een evenwichtige en evenredige verdeling van woningen voor aandachtsgroepen en overige woningzoekenden is het uitgangspunt dat er sprake is van verdeling van aandachtsgroepen over en tussen gemeenten in de regio en wijken en buurten. Naast de zorg voor aanbod voor regulier woningzoekenden is het van belang voor wijken en complexen dat er mensen met diverse achtergronden wonen. Inwoner centraal ‘Herstellen’ of ‘zelfredzaam zijn’ is niet voor alle inwoners altijd mogelijk. Het gaat er om dat inwoners zich prettig voelen en veerkrachtig zijn; dat zij zich kunnen redden in hun omgeving en kunnen omgaan met hun beperkingen en tegenslagen in het leven. Hulp of ondersteuning die aangeboden wordt, komt vaak ook uit die omgeving en ontstaat door zelf iets te betekenen voor de omgeving. Dit zorgt voor het normaliseren van problematiek en wederkerigheid die voor iedereen betekenisvol is. Op deze manier wordt het welzijn van inwoners en de leefbaarheid in wijken vergroot en het gewone leven herstelt. Een dergelijke aanpak resulteert in duurzame oplossingen voor inwoners en hun omgeving.
Waar nodig worden tijdelijk combinaties van specialistische ondersteuning en beschermde woonvormen ingezet. Zo thuis mogelijk In woonwensen zijn kwetsbare inwoners hetzelfde als alle inwoners. Wonen doen de meeste mensen bij voorkeur thuis in een eigen woning. Woonruimte is een belangrijk sociaal grondrecht voor alle inwoners. Een goede en veilige woonplek is dan ook een belangrijke behoefte van iedere inwoner en een voorwaarde voor maatschappelijke participatie. Dit betekent dat mensen altijd ‘zo thuis mogelijk’ moet kunnen wonen en dat ondersteuning zoveel mogelijk naar de inwoner toe komt. Inwoners betalen zoveel mogelijk hun eigen huur. Als er echt opvang nodig is, dan is het belangrijk dat er voorzieningen beschikbaar zijn waar iemand tijdelijk kan verblijven. Verhuizen is ingrijpend en we streven naar zo min mogelijk verhuisbewegingen. Een deel van de inwoners zal doorstromen naar een langdurige (Wlz-)voorziening; ook die moet beschikbaar en passend zijn. Inclusieve wijken We streven naar inclusieve buurten en wijken. Dat zijn wijken waar oud en jong, sterk en kwetsbaar samen leven, waar mensen zo veel mogelijk regie over hun eigen leven houden en deel uitmaken van de samenleving.
Dat betekent ook dat er op wijkniveau randvoorwaarden geschapen moeten worden ten aanzien van toegang tot zorg en ondersteuning, toegankelijkheid van de woonomgeving en toegang tot andere voorzieningen.
4
3. Resultaat Conform het wetsvoorstel Versterken regie volkshuisvesting wordt het woonzorgprogramma onderdeel van het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma, dat in de plaats komt van de woonvisie. Het Uitvoeringsprogramma Wonen loopt tot en met 2025. Uiterlijk in 2025 zal een nieuwe of geactualiseerde woonvisie (i.c. volkshuisvestingsprogramma) moeten worden vastgesteld. Vaststelling van het woonzorgprogramma in 2024 loopt hierop vooruit. Het woonzorgprogramma is lokaal, voor de gemeente Zandvoort. De visie, opgave en uitvoering voor mensen met psychische kwetsbaarheid is echter voor een belangrijk deel een regionale opgave voor de gemeenten in Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Voor die onderdelen zal dus instemming van de regiogemeenten nodig zijn middels een regionale woonzorgvisie. Daarnaast is er afstemming met de woonzorgaanpak op het niveau van de Metropoolregio Amsterdam. Het op te leveren woonzorgprogramma bestaat grofweg uit drie delen: visie, opgave en uitvoeringsstrategie. Visie Het woonzorgprogramma omvat allereerst een uitwerking van landelijke en regionale visies en uitgangspunten op lokaal, gemeentelijk niveau. Daarnaast worden de bestaande lokale visies en uitgangspunten op het gebied van wonen en zorg (zie hoofdstuk 2) in het woonzorgprogramma verder uitgewerkt en waar nodig bijgesteld.
Opgave Op basis van de visie kan een kwalitatieve opgave voor wonen en zorg in Zandvoort worden geformuleerd. In het woonzorgprogramma zal dit worden aangevuld met een kwantitatieve opgave. Voor verschillende doelgroepen (in het bijzonder ouderen, mensen met psychische kwetsbaarheid en jeugd) zal bepaald worden wat de vraag naar verschillende typen woonzorgarrangementen in 2040 (en tussenliggende jaren) zal zijn, en hoe deze vraag zich verhoudt tot het beschikbare en te ontwikkelen aanbod. Hiervoor zijn inmiddels verschillende regionale onderzoeken in gang gezet. Om verschillende redenen is het urgent om zicht te krijgen op de woonzorgopgave voor mensen met psychische kwetsbaarheid: • druk op de maatschappelijke opvang (stagnerende uitstroom); • wachtlijsten bij beschermd wonen; • aanbesteding voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang (ontwikkelagenda); • doordecentralisatie en oprichting van een Gemeenschappelijk Orgaan voor beschermd wonen. Om die reden wordt ernaar gestreefd de opgave voor deze doelgroep al begin 2024 vast te stellen en op te nemen in de regionale woonzorgvisie (zie bijlage 1). Uitvoeringsprogramma en -strategie In het woonzorgprogramma wordt een uitvoeringsprogramma opgenomen met daarin de projecten en activiteiten die moeten bijdragen aan het realiseren van de opgave.
Onderdeel daarvan kan zijn dat bestaande regelgeving (zoals de huisvestingsverordening, de Wmo-verordening of het omgevingsplan) aangepast moet worden, dat bijstelling van de afspraken met partners nodig is (zoals het Pact voor Uitstroom of de prestatieafspraken met woningcorporaties) en dat investeringen in maatschappelijk vastgoed worden opgenomen in het Investeringsplan en de P&C-cyclus.
5
Tegelijkertijd kan uit het voorgaande opgemaakt worden dat het werken aan de woonzorgopgave zeer complex is, dat er veel verschillende belangen een rol spelen en dat de context waarin gewerkt wordt veranderlijk is. Dat maakt sturing op de opgave uitdagend en een verantwoordelijkheid van alle partijen samen. Een belangrijke voorwaarde is dan ook dat alle betrokkenen de visie delen en zich committeren aan de opgave. Daarvoor is het proces om te komen tot het woonzorgprogramma belangrijk (zie volgend hoofdstuk). Maar ook belangrijk is hoe na vaststelling samen met partners de visie wordt toegepast, uitgewerkt en bijgesteld; hoe de realisatie van de opgave wordt gemonitord en wat er met die informatie gebeurt; en op welke wijze het overleg tussen alle betrokkenen wordt georganiseerd. Een uitvoeringsstrategie – als onderdeel van het woonzorgprogramma – moet hier richting aan geven.
6
4. Proces, planning en participatie Het Zandvoortse woonzorgprogramma sluit aan bij de ontwikkeling van regionale (MRA, VRK en ZuidKennemerland/IJmond) documenten, besluitvorming en inzichten. Er is deels sprake van een parallel proces, waardoor goede uitwisseling en afstemming kan plaatsvinden. Voor ZuidKennemerland/IJmond zullen in het eerste kwartaal van 2024 de opgaven en uitgangspunten voor wonen en zorg in de regio worden vastgesteld, hierbij worden de gemeenteraden betrokken. 2023 dec
jan
feb
mrt
apr
mei
2024 jun jul
aug
sep
okt
nov
dec
Koersdocument regio (portefeuillehouders) Visie Zandvoort Analyse Zandvoort Woonzorgvisie regio (college, bespreken in cie) Opgave Zandvoort Uitvoeringsprogramma Zandvoort Conceptwoonzorgprogramma Zandvoort (college) Inspraak Zandvoort Woonzorgprogramma Zandvoort vaststellen gemeenteraad
Het woonzorgprogramma wordt zoveel mogelijk in samenwerking met de partners en belanghebbenden ontwikkeld: • (Vertegenwoordigers van) inwoners, huurders en cliënten • Woningcorporaties • Zorg- en welzijnsaanbieders (alle doelgroepen) • Marktpartijen (ontwikkelaars, beleggers, makelaars, verhuurders) Voor de ontwikkeling van het woonzorgprogramma met alle belanghebbenden wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande overlegtafels. Het Bestuurlijk Overleg Wonen, Welzijn en Zorg heeft daarin een centrale plek. Waar nodig worden ad hoc bijeenkomsten georganiseerd of tijdelijke werkgroepen ingesteld. De Adviesraad Sociaal Domein zal om advies gevraagd worden. Aan de hand van de bespreking van de regionale woonzorgvisie kan de gemeenteraad aandachtspunten meegeven voor het Zandvoortse woonzorgprogramma.
7
BIJLAGE 1. Landelijke, regionale en lokale kaders en ontwikkelingen Landelijke kaders en ontwikkelingen Nationale woon- en bouwagenda Het Rijk heeft in maart 2022 de Nationale Woon- en Bouwagenda vastgesteld, waarmee het Rijk de diverse woon- en bouwopgaven in samenhang met andere belangen wil aanpakken, financieren en monitoren. De agenda kent een aantal programma’s: Woningbouw, Betaalbaar wonen, Verduurzaming gebouwde omgeving, Leefbaarheid en veiligheid, Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen. Meer dan voorheen neemt het Rijk hierbij de rol van normsteller en bewaker van nationale doelen die gerealiseerd dienen te worden. Het rijksprogramma Een thuis voor iedereen is erop gericht om de huisvesting van kwetsbare mensen (dak- en thuislozen, mensen die uitstromen uit een intramurale instelling, statushouders, sociaalmedisch urgenten, waaronder slachtoffers van huiselijk geweld) te verbeteren. Daarnaast richt het programma zich op de huisvesting van arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en studenten. Belangrijk uitgangspunt van het programma is een evenwichtige verdeling van kwetsbare groepen, en dat iedere gemeente daaraan bijdraagt door behoud en/of realisatie van voldoende sociale huurwoningen en toewijzing aan urgentiecategorieën (fair share).
Het rijksprogramma Wonen en zorg voor ouderen richt zich op de totstandkoming van voldoende geschikte woningen voor ouderen. Het programma sluit aan bij het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor ouderen waarin het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het voortouw neemt. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Andere relevante ontwikkelingen op het snijvlak van wonen en zorg zijn de ingezette doordecentralisatie van Beschermd wonen en het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. De doordecentralisatie betekent dat niet de centrumgemeenten (in onze regio is dat Haarlem), maar iedere individuele gemeente zich in moet zetten voor inwoners die behoefte hebben aan beschermd wonen. De insteek hierbij is dat mensen met psychische problemen zoveel mogelijk ondersteuning thuis (ambulant) of in de eigen woonplaats kunnen ontvangen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis stelt als ambitie om dakloosheid fors en structureel terug te dringen, aansluitend bij de verklaring van Lissabon1 om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Inzet is om toe te werken naar afbouw van langdurige en grootschalige opvang en in plaats daarvan – met zo min mogelijk tussenstappen – toe te werken naar het bieden van een stabiele woonplek met – gescheiden daarvan – de juiste begeleiding.
Regie op de volkshuisvesting Om door middel van wet- en regelgeving de regie op de volkshuisvesting te versterken is een concept-Wet versterking regie Volkshuisvesting in procedure gebracht2. In de concept-wet is 1
In de Declaration on Combatting Homelessness die op 21 juni 2021 door de 27 EU lidstaten is ondertekend, is opgenomen dat in 2030 niemand meer onvrijwillig op straat mag slapen omdat er geen veilige opvang is, het verblijf in opvanghuizen zo kort mogelijk moet duren, dakloze mensen die een zorginstelling, detentie of ziekenhuis verlaten passende huisvesting moeten krijgen, huisuitzettingen moeten worden voorkomen en niemand uit huis mag worden gezet zonder dat er een alternatief wordt geboden. 2 Het wetsvoorstel is in juli 2023 voor advies naar de Raad van State gestuurd en zal met het advies van de Raad van State vermoedelijk eind 2023 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
8
opgenomen dat gemeenten verplicht worden een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen. Het volkshuisvestingsprogramma vervangt de (verplichte) woonvisie en wordt ondergebracht onder de Omgevingswet. Volgens de concept-wet zal het Rijk voorschrijven wat gemeenten moeten opnemen in het volkshuisvestingsprogramma. Het woonzorgprogramma (of de ‘woonzorgvisie’) is een verplicht onderdeel hiervan, en bevat de lokale uitwerking van de nationale programma’s Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen. De wet geeft verder aan dat regionale afstemming verplicht is, en dat het woonzorgprogramma de basis vormt voor (prestatie)afspraken met woningcorporaties en zorgorganisaties.
Figuur 1. Onderdelen toekomstig volkshuisvestingsprogramma Integraal Zorg Akkoord Of mensen nu zelfstandig thuis wonen of in een intramurale zorgomgeving, overal dient zorg en ondersteuning passend te zijn. Door alle zorgpartijen in Nederland (inclusief zorgverzekeraars, zorgkantoren, Rijk en gemeenten) is daarvoor het Integraal Zorg Akkoord (IZA) ondertekend. Doel van dit akkoord is de zorg in Nederland toegankelijk, betaalbaar en van voldoende kwaliteit te houden. Daartoe wordt onder andere ingezet op gezondheid en welzijn (preventie) en het beter organiseren van zorg en ondersteuning in de thuissituatie. Het IZA hangt samen met andere landelijke programma’s en akkoorden, zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de Hervormingsagenda Jeugd.
Regionale kaders en ontwikkelingen Metropoolregio Amsterdam (MRA): koploperprogramma Onderdeel van het rijksprogramma Een thuis voor iedereen is het werken met zogenaamde koploperregio’s. Vooruitlopend op wetgeving wordt in de koploperregio’s gestart met het uitvoeren van diverse acties uit het programma. De MRA is een van de koploperregio’s waarvoor een programma is opgezet. In 2023 is voor de MRA regio de verdeling over de regio van de in het programma benoemde aandachtsgroepen in beeld gebracht en kennis en ervaring tussen gemeenten en regio’s uitgewisseld. Metropoolregio Amsterdam (MRA): Woondeal In maart 2023 hebben gemeenten en provincies die deel uitmaken van de MRA met het Rijk een Woondeal gesloten. In de Woondeal bundelen de krachten van de verschillende overheidslagen zich
9
met als doel om voldoende (betaalbare) woningen te behouden en te realiseren in de regio. Partijen hebben afspraken gemaakt over verantwoordelijkheden, inspanningen, de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven (tot 2030) en de randvoorwaarden die gelden om die opgaven te realiseren. In de Woondeal is opgenomen dat iedere gemeente streeft naar 30% sociale huur in de woningvoorraad, en dat gemeenten die hieronder zitten betekenisvolle afspraken maken om naar deze voorraad toe te groeien. Dit moet helpen de opgaven die zijn geformuleerd onder het programma Een thuis voor iedereen tot stand te brengen. In de Woondeal zijn daarnaast de opgaven voor woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken geagendeerd. Afspraak is dat de gemeenten in hun woonzorgvisies aandacht besteden aan de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoeften van ouderen. Zuid-Kennemerland/IJmond: regionale woonzorgvisie De gemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond werken samen in het kader van het regionaal Woonakkoord 2021-2025 Samen bouwen aan een toekomstbestendige regio. Een van de thema’s is de huisvesting van doelgroepen. In verband met maatschappelijke ontwikkelingen en rijksbeleid hebben de regiogemeenten afgesproken een gezamenlijke, regionale woonzorgvisie op te stellen met behulp van subsidie uit het Woonfonds van de provincie.
Doel is te komen tot een analyse, opgave en agenda voor alle aandachtsgroepen van het programma Een thuis voor iedereen (inclusief ouderen). Er heeft inmiddels een eerste data-analyse plaatsgevonden en er is met een groot aantal belanghebbenden gesproken. Dit resulteert in de volgende eerste contouren van de opgave: • Meer mensen hebben zwaardere zorg nodig • Ouderen zijn een grote groep, maar dit is primair een lokaal vraagstuk • Er is een grote behoefte aan zelfstandige huisvesting en geclusterde woonruimtes • Regionaal verdelingsvraagstuk vooral voor mensen met psychische kwetsbaarheid Zuid-Kennemerland/IJmond: jeugdhulp Op het gebied van jeugdhulp werken de gemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond nauw samen. Een van de thema’s is de transformatie van de residentiële jeugdhulp, waarin op een nieuwe manier zorg en kleinschalig wonen wordt vormgegeven ter verbetering van de kwaliteit en effectiviteit. In het Toekomstperspectief afbouw JeugdzorgPlus regio Zuid-Kennemerland en IJmond staat deze opgave beschreven. De regionale inzet draagt bij aan een dekkend zorglandschap op de schaalgrootte van Noord-Holland, zoals verwoord in het bovenregionale plan Een Thuis voor Noordje en in de visie Open Driemilieusvoorzieningen; op weg naar kleinschalige woonvormen.
Zuid-Kennemerland/IJmond en Haarlemmermeer: ontwikkelingen opvang, wonen en herstel Regionale samenwerking rond beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang vindt plaats op het niveau van Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Haarlem is centrumgemeente voor deze taken, hetgeen betekent dat zij de rijksmiddelen hiervoor ontvangt en de taken uitvoert namens, en in afstemming met de andere gemeenten. De eerder genoemde doordecentralisatie van beschermd wonen krijgt in onze regio gestalte door de oprichting van een gemeenschappelijk orgaan. Door middel van dit orgaan zal deze taak per 2024 door de gemeenten gezamenlijk uitgevoerd worden. Voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang is een nieuwe aanbesteding in voorbereiding. Middels deze aanbesteding wordt onder andere ingezet op een duidelijker scheiding van wonen en zorg. Daarnaast wordt ingezet op een gezamenlijke ontwikkelagenda voor de spreiding en beschikbaarheid van voldoende passende huisvesting voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Met het beleidskader en uitvoeringsprogramma Opvang, wonen en herstel wordt in ZuidKennemerland/IJmond en Haarlemmermeer gewerkt aan vier speerpunten:
10
• Versterken van preventie • Verbeteren van ondersteuning op maat • Vergroten tijdelijke en structurele woonoplossingen • Realiseren van stabiele uitstroom Met name het derde speerpunt overlapt met het woonzorgprogramma. Een urgent aandachtspunt is de druk op de maatschappelijke opvang. Dat komt enerzijds doordat centrumgemeente Haarlem een ruimhartig opvangbeleid onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) hanteert en mensen opvangt die geen perspectief hebben op uitstroom binnen de regio. Anderzijds blijkt het lastig om mensen die wel kunnen uitstromen ook snel te laten uitstromen. De centrumgemeente werkt aan beleid en regelgeving om de reikwijdte van de toegang tot de maatschappelijke opvang te beperken, andere groepen op andere manieren te huisvesten en de huidige populatie in de opvang te laten uitstromen. Een andere relevante ontwikkeling is het Pact voor uitstroom in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Doel van dit pact is het bevorderen van de uitstroom van inwoners uit intramuraal verblijf naar zelfstandig wonen met begeleiding, maar de afspraken kunnen ook gebruikt worden om instroom te voorkomen. Het betreft afspraken tussen zorg- en welzijnsaanbieders, woningcorporaties en gemeenten. Er is inmiddels ruim twee jaar ervaring met de uitvoering van het pact; een goed moment om de balans op te maken en waar nodig bijstellingen te doen.
Tot slot zijn er plannen voor een nieuwbouwlocatie in Haarlem voor de huidige 26 plekken voor de vrouwenopvang in Kennemerland. Die 26 plekken zijn op dit moment verdeeld over een locatie in Haarlem met 14 plekken en 12 satellietwoningen in de IJmond. De vrouwenopvang biedt opvang en hulp aan mishandelde of met mishandeling bedreigde vrouwen en hun eventuele kinderen. Het zijn vrouwen die zich in een ernstige crisissituatie bevinden en te kampen hebben met psychosociale en relationele problemen als gevolg van lichamelijk, geestelijk en of seksueel geweld, waar veiligheid voorop staat. Daarnaast zijn er ook plekken beschikbaar voor mannelijke slachtoffers met eventuele kinderen. De Huisvestingswet regelt dat alle gemeenten urgentie moeten verlenen aan slachtoffers van geweld die in de opvang verblijven (artikel 12). Gemeenten mogen hier niet van afwijken en geen bindingseisen stellen. Uitstroom uit een de opvang kan dus naar alle gemeenten.
Lokale kaders en ontwikkelingen Uitvoeringsprogramma Wonen 2019 t/m 2025 In 2019 heeft de raad het Uitvoeringsprogramma Wonen vastgesteld, waarin via een set aan maatregelen uitvoering gegeven wordt aan de woonvisie van Zandvoort. Een van de doelstellingen van de woonvisie is het streven naar een evenwichtige bevolkingssamenstelling, waarbij er meer ruimte is voor jonge huishoudens, waarbij de zorg voor de vergrijzing in Zandvoort en de bijbehorende woonzorgvraag niet uit het oog wordt verloren, en nieuwe woonzorgvoorzieningen nodig zijn. In het uitvoeringsprogramma is opgenomen dat Zandvoort een bijdrage levert aan de regionale opgave in het huisvesten van bijzondere doelgroepen. De Woonzorgprogramma Zandvoort zal een bouwsteen vormen voor een nieuwe woonvisie/volkshuisvestingsprogramma die uiterlijk in 2025 zal worden vastgesteld. Ook zal het woonzorgprogramma relevant zijn voor de vastgestelde nota Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment. In de nota zijn spelregels opgenomen, zodat nieuwbouwwoningen geschikt zijn om zorg aan huis te ontvangen. Afspraken met partners Op basis van het uitvoeringsprogramma zijn afspraken gemaakt met woningcorporaties Pré Wonen en Woonzorg Nederland. Woonzorg Nederland heeft afgelopen jaren gewerkt aan de vernieuwing van het intramurale deel van Huis in de Duinen en het bijbehorende Paviljoen. Met Pré Wonen zijn
11
afspraken gemaakt over toevoeging van nieuwbouw sociale huurwoningen in Zandvoort, waaronder specifiek voor de doelgroep ouderen met een zorgbehoefte. Ook heeft Zandvoort de Uitstroomregeling Pact mede ondertekend, de regionale regeling voor de uitstroom van cliënten uit intramurale zorginstellingen naar reguliere woningen. Uitvoeringsprogramma Opvang, wonen en herstel Het Uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel Zandvoort is de lokale vertaling van het regionale beleidskader Opvang, Wonen en Herstel 2022-2027 dat de basis vormt voor het lokale beleid en de uitvoering in de gemeenten. Belangrijke speerpunten zijn preventie - dus inspanningen gericht op het voorkomen dat inwoners dakloos raken - en wonen voor herstel. Dit gaat uit van het snel bieden van woonruimte, zodat mensen van daaruit kunnen werken aan herstel. Dat voorkomt langdurig verblijf in opvang of beschermd wonen voorzieningen. In het regionaal kader is vastgesteld dat alle gemeenten in de regio een eigen uitvoeringsprogramma opstellen om de regionale ambities en de lokale ambities te realiseren. Het college is voornemens het uitvoeringsprogramma Zandvoort aan het eind van het eerste kwartaal van 2024 vast te stellen.
Domein
Wonen
Landelijk
* Nationale woon- en bouwagenda * Wetsvoorstel Versterken regie op de volkshuisvesting * Een thuis voor iedereen * Nationaal Actieplan Dakloosheid * Beschermd thuis * Wonen en zorg voor ouderen (WOZO) * Woondeal * Koploperprogramma Een thuis voor iedereen
MRA VRK
ZK/IJmond * Woonakkoord * Regionale woonzorgvisie (2024) * Pact voor uitstroom Zandvoort * Uitvoeringsprogramma Wonen 2019 t/m 2025
Zorg en Ondersteuning * Integraal Zorg Akkoord (IZA) * Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) * Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming * Hervormingsagenda Jeugd * Wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen
* Opvang, Wonen en Herstel * Aanbesteding BW/MO * Doordecentralisatie BW * Geweld hoort nergens thuis * Gezondheidsbeleid * Regioplan IZA (2023) * Toekomstperspectief afbouw JeugdzorgPlus * Gewoon in Zandvoort * Uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel (2024) * Gezondheidsbeleid
12
BIJLAGE 2. Afbakening doelgroepen Het Woonzorgprogramma Zandvoort sluit aan bij de onderwerpen en aandachtsgroepen zoals opgenomen in het wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting. Dat betekent dat het gaat om de groepen zoals aangeduid in het programma Een thuis voor Iedereen en het programma Wonen en zorg voor ouderen. Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën Het Rijk is voornemens om een aantal urgentiecategorieën wettelijk vast te stellen (zie onderstaand schema). In de concept-wet is opgenomen dat gemeenten in de regio afspraken moeten maken over de woningtoewijzing voor deze urgentiecategorieën, zodat er sprake is van evenwichtige verdeling over de regio. Wanneer dit niet tot stand komt kan de provincie tot vaststelling van kaders overgaan, zodat er alsnog sprake is van evenwichtige verdeling. De provincie stelt ook de regio vast waarbinnen deze afspraken tot stand moeten worden gebracht.
In de loop van 2024 zal de nadere afbakening en definitie van de verschillende groepen worden vastgesteld. Een aantal van de (nieuwe) wettelijke groepen zijn in de vigerende huisvestingsverordening reeds opgenomen als urgentiecategorie. Mantelzorgers en mantelzorgontvangers, sociaal-medisch urgenten, en mensen die te maken hebben gekregen met huiselijk geweld (vrouwenopvang) komen in aanmerking voor een urgentie waarmee zij zelf met voorrang een andere woning kunnen vinden. Statushouders krijgen met voorrang via directe bemiddeling een woning toegewezen op grond van de prestatieafspraken. Mensen die met begeleiding uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen, klinische geestelijke
13
gezondheidszorg, jeugdzorg en forensische zorg kunnen volgens de afspraken uit het Pact voor uitstroom via directe bemiddeling met voorrang een woning toegewezen krijgen. Mensen met psychische kwetsbaarheid De toewijzing van woningen en het aanbod van verschillende woonvormen voor mensen die kunnen uitstromen uit een instelling is afgelopen jaren niet voldoende gebleken, de wachtlijst van mensen voor een beschermde woonvorm wordt niet korter, mensen verblijven (te) lang in de maatschappelijke opvang, en de instroom neemt niet af. Deze ervaringen, in combinatie met de opgaven om van beschermd wonen (in een instelling/voorziening) naar zoveel mogelijk beschermd thuis te gaan (met een eigen huurcontract met passende ondersteuning en gedeeltelijk in een aangepaste woonvorm), geeft aanleiding om in het woonzorgprogramma nadrukkelijk in te gaan op de kwantitatieve en kwalitatieve woon- en zorgopgaven voor mensen met psychische kwetsbaarheid3. Gelet op de verschuivingen in financieringsvormen (Wlz, Wmo) en de wens naar scheiden van wonen en zorg wordt voor de opgaven gekeken naar een breed spectrum aan woonen zorgvraag voor deze groep (van zelfstandig wonen met begeleiding tot intramuraal, beschermd wonen in een voorziening).
Jeugd Voor de doelgroep jeugd ligt er vanuit jeugdhulp de opgave om enerzijds de instroom in de residentiële jeugdhulp te voorkomen of te beperken, en anderzijds om de bestaande accommodaties te transformeren. De transformatie richt zich op het ombouwen van grootschalige instellingen – zowel gesloten als open – naar kleinschalige woonvormen in de wijk, waar jongeren langer durend en ‘zo thuis mogelijk’ kunnen blijven wonen. Voor de gesloten jeugdhulp is het streven dat deze in 2030 geheel is afgebouwd. Het beperken van de instroom richt zich op het voorkomen van uithuisplaatsingen door extra inzet van ambulante hulp in gezinnen. Zowel in de thuissituatie als in kleinschalige woonvormen is het van belang dat jongeren kunnen doorstromen of uitstromen naar een volgende passende woonplek, al dan niet met een vorm van begeleiding. Ouderen De groep ouderen die (intensieve) zorg nodig heeft, wordt steeds groter. Naast passende zorg zijn geschikte woningen essentieel voor het zelfstandig kunnen wonen. De komende jaren neemt de vraag naar geschikte woningen voor ouderen toe. Deze vraag is divers wat verschillende financieringsklassen, doelgroepen en woonvormen betreft. Grofweg kan een onderscheid gemaakt worden in een opgave voor geschikte, zelfstandige woningen voor ouderen en een opgave voor geschikte huisvesting voor (intramurale) verpleeghuiszorg.
Door het Rijk wordt echter sterker ingezet op zwaardere (Wlz-)zorg bij mensen thuis of in geclusterde woonvormen, als alternatief voor uitbreiding van intramurale verpleeghuiszorg. Overige aandachtsgroepen Het woonzorgprogramma zal daarnaast ingaan op de opgaven van de groepen die door het Rijk zijn opgenomen in het programma Een thuis voor iedereen: arbeidsmigranten, studenten, woonwagenbewoners en vergunninghouders. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande onderzoeken, plannen en ontwikkelingen. Voor de opgaven op het gebied van huisvesting voor arbeidsmigranten wordt aangesloten bij een regionaal onderzoek (Zuid-Kennemerland/IJmond) dat eind 2023 gereed zal zijn. Voor studenten zal in het woonzorgprogramma uitgegaan worden van de opgaven zoals benoemd in de landelijke studentenmonitor en het landelijk actieplan studentenhuisvesting. Voor woonwagenstandplaatsen is in 2023 een inventarisatie van de behoeften in Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort uitgevoerd. Het definitieve rapport (verwacht begin 2024) is de leidraad voor de opgave voor woonwagenbewoners in Zandvoort. De toekomstige 3
Hieronder worden ook verstaan: (dreigend) dak- en thuislozen, slachtoffers van huiselijk geweld en inwoners met een verstandelijke beperking.
14
opgaven voor de huisvesting van statushouders kunnen beperkt in beeld gebracht worden. Het woonzorgprogramma zal zich richten op uitgangspunten die bij de huisvesting van deze groep worden gehanteerd en de inzet die gemeente en andere partijen kunnen leveren om deze opgaven zo goed mogelijk en evenwichtig tot stand te brengen. Tot slot zal het woonzorgprogramma aandacht besteden aan economisch daklozen. Dit zijn personen die niet door multiproblematiek dakloos zijn geworden of blijven, maar vooral vanwege economische tegenslag, al dan niet als gevolg van een relatiebreuk. Zij ondervinden primair op het leefdomein huisvesting problemen; op andere leefdomeinen zijn zij meer zelfredzaam. Het woonzorgprogramma richt zich niet op de opvang van asielzoekers en Oekraïners.
15
BIJLAGE 3. Grensvlakken met andere beleidsterreinen Het woonzorgprogramma gaat over wonen, zorg en (individuele) ondersteuning. Op het niveau van visie en opgave worden deze beleidsvelden verbonden met relevante aangrenzende beleidsvelden: Sociale basis De sociale basis omvat alle ondersteuning aan en activiteiten voor inwoners die dat in hun eigen leefomgeving nodig hebben en actief willen zijn. Het gaat bijvoorbeeld om hulp bij het invullen van formulieren, opvoedondersteuning, jongerenwerk, voorlichting op scholen, ontmoetingsactiviteiten, maatjesprojecten, speeltuinwerk, praktische diensten (vervoer, klussen) en het bieden van waardevol werk. De sociale basis omvat tevens het faciliteren en ondersteunen van inwoners die iets voor een ander willen betekenen zoals bewonersinitiatieven, vrijwilligers, mantelzorgers, lotgenoten en ervaringsdeskundigen. Ondersteuning in de sociale basis is vrij toegankelijk en laagdrempelig.
De uitvoering en ondersteuning van activiteiten in de sociale basis is in Zandvoort georganiseerd aan de hand van vier doelen: • Ouderen kunnen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen • Gezond leven makkelijker maken • Creëren van een positieve leefomgeving voor kinderen en jongeren • Zinvolle daginvulling die bijdraagt aan arbeidsvermogen en participatie in de samenleving Voor ouderen draagt een sterke sociale basis bij aan wonen in inclusieve, levensloopbestendige wijken. Dat wil zeggen: wijken waar oud en jong samen leven, waar je als oudere regie over je leven houdt en deel blijft uitmaken van de samenleving, waar eenzaamheid geen kans krijgt. Waar je prettig kunt blijven wonen in je eigen wijk, ook als je ouder wordt en (meer) zorg nodig hebt. Wijken met een woonomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en het welbevinden, die je in staat stelt om met behoud van kwaliteit van leven je dagelijkse activiteiten te kunnen doen en die ook in de toekomst waardig wonen mogelijk maakt. Voor mensen met psychische kwetsbaarheid draagt de sociale basis bij aan het voorkomen van zwaardere zorg en onzelfstandig wonen, een ‘zachte landing’ in de wijk bij uitstroom uit een intramurale woonvoorziening, en maatschappelijk draagvlak bij omwonenden.
Maatschappelijke voorzieningen Voor passende woonzorgarrangementen is ook de beschikbaarheid en spreiding van locaties van maatschappelijke voorzieningen relevant. Op het (investerings)programma van een deel van deze voorzieningen heeft de gemeente directe of indirecte invloed, zoals onderwijshuisvesting, sportlocaties of wijkcentra en andere welzijnsvoorzieningen. Het woonzorgprogramma en dit (investerings)programma zullen op elkaar afgestemd moeten worden. Op de beschikbaarheid en spreiding van andere voorzieningen heeft de gemeente geen of weinig invloed, zoals gezondheidscentra/huisartsen. Hiervoor zal afstemming plaatsvinden met externe belanghebbenden. Omgevingsvisie Wanneer de concept-wet Versterking regie volkshuisvesting wordt vastgesteld zullen gemeenten waarschijnlijk een verplicht volkshuisvestingsprogramma moeten vaststellen onder het gesternte van de Omgevingswet. In de loop van 2024 zal meer duidelijkheid ontstaan welke betekenis dit heeft voor de opzet en inhoud van het woonzorgprogramma. Het woonzorgprogramma zal aansluiten bij de eind 2021 vastgestelde omgevingsvisie Zandvoort 365 dagen aantrekkelijk. Belangrijke thema’s in de omgevingsvisie die relevant zijn voor het woonzorgprogramma, zijn het thema ‘samenleving:
16
sociale samenhang en ontmoeting (vitale sociale wijkcentra, uitbouw woonzorgvoorzieningen)’ en het thema ‘ruimte: aantrekkelijk en leefbaar dorp’. Bij vitale sociale wijkcentra is de inzet om bestaande wijkcentra verder uit te bouwen tot dé centrale plekken voor ontmoeting en zorg. We streven ernaar om maatschappelijke en medische diensten, zoals huisarts, fysiotherapie en apotheek, te huisvesten onder één dak. En op een sterke manier te verbinden met het sociaal-cultureel werk en welzijnswerk. Bundeling van voorzieningen en activiteiten maakt de sociale wijkcentra dé centrale plekken voor ontspanning en ontmoeting Bij uitbouw van woonzorgvoorzieningen zet de omgevingsvisie in op 100 intramurale plekken erbij voor 2030. Hiernaast moeten verspreid over Zandvoort geclusterde woonvormen voor ouderen worden gerealiseerd. Deze woonvormen en zorgvoorzieningen voor ouderen kunnen gecombineerd worden met de ontwikkeling van woonzorgcentrum Nieuw Unicum en Kennemerhart. Deze centra kunnen ook op lokaal niveau een rol spelen als steunpunt waar bewoners een beroep kunnen doen op ondersteuning bij het zelfstandig wonen. De combinatie van wonen, zorg en maatschappelijke activiteiten draagt bij aan het langer en prettig zelfstandig wonen.
Wat betreft de kansen voor inbreiding van woningbouw zal tot 2040 flinke inzet nodig zijn op vernieuwing - renovatie, transformatie, vernieuwbouw - binnen de bebouwde kom, naast aanvullende nieuwbouw. In de omgevingsvisie gaan we uit van een bouwopgave van 630 woningen tot 2025. Tot 2040 zullen nog meer nieuwe woningen nodig zijn. Deze opgave kan niet alleen binnen het dorp gerealiseerd worden. Uitbreiding is niet aan de orde, maar we zien goede kansen voor inbreiding. Het gaat om inbreiding aan de dorpsranden buiten de beleidsmatige en juridische restricties voor het waardevolle duinenlandschap (Natura 2000). Op termijn zijn er nog kleinschalige inbreidingsmogelijkheden binnen de bebouwde kom van Zandvoort waarbij winkel- of bedrijfskavels getransformeerd kunnen worden naar wonen. We zien vooral kansen aan de noordkant van Nieuw Noord (tussen de wijk en sportvelden) en ten westen van Nieuw Unicum (tussen Zandvoortselaan en oude trambaan). Dit zijn zoekgebieden voor het uitwerken van hoogwaardige nieuwbouw met versterking van het al aanwezige groen. Sociale en fysieke aanpak via wonen combineren: de vraag naar woningen in Zandvoort groeit en verandert. Jongeren en ouderen die kleiner willen wonen: hun woonwensen veranderen maar zij willen wél graag in Zandvoort blijven. We zien dat jongeren langer thuis en ouderen langer zelfstandig blijven wonen.
En Zandvoort kent relatief een groot aantal alleenstaanden en huishoudens met een lagere draagkracht. De woonopgave vraagt een gecombineerde fysieke en sociale aanpak. Niet alleen (ver)bouwen en vernieuwen, maar tegelijk koppelen aan de juiste sociaalmaatschappelijke ondersteuning voor bewoners. Dat geldt voor de wijkvernieuwing die nodig is in Nieuw Noord, maar ook elders in Zandvoort waar ouderen zorg en ondersteuning nodig hebben. Het is belangrijk dat Zandvoort diverse woningtypen en prijsklassen aanbiedt om te voorzien in doorstroming van huidige bewoners én het aantrekken van nieuwe bewoners. Hierbij horen ook nieuwe woonvormen, zoals collectief wonen, generatiewonen, coöperatief wonen of nieuwe woonzorgconcepten.
17
Dit is een uitgave van gemeente Zandvoort, 12 december 2023
________________________________
Postbus 2 2040 AA Zandvoort Tel. 14 023 zandvoort.nl 18