CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Reglement van orde gemeenteraad Zandvoort 2025 - getekend

Gemeenteraad 8 juli 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Herstelbesluit Reglement van orde gemeenteraad Zandvoort 202514.854 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

5 alinea's met “aangelegenheden”: 6 7 64 107 117

Bijlage 1. Reglement van orde gemeenteraad Zandvoort 2025 REGLEMENT VAN ORDE GEMEENTERAAD ZANDVOORT 2025 lntituié De raad van de gemeente Zandvoort: gelezen het raadsvoorstet van het presidium, nr. 2025-536670; Actualiseren Reglement van orde gemeenteraad Zandvoort; gelet op artikelen 16, 82, 83, 84, 87, 88, 89, en 147 lid 1 van de Gemeentewet; besluit de volgende verordening, inctusief toelichting vast te stellen: REGLEMENT VAN ORDE GEMEENTERAAD ZANDVOORT 2025

1 DE VERORDENING 1.1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. voorzitter: de (plaatsvervangende) voorzitter van een vergadering van de raad, een commissie, het presidium of het seniorenconvent. b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; e. voorstel van orde: een voorstel betreffende de orde van de vergadering; f. initiatiefvoorstei: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; g. interpellatie: een verzoek om mondelinge vragen te mogen stellen in de raad over niet geagendeerde onderwerpen; h. raad: de gemeenteraad van Zandvoort; i. fractie: de groep raadsleden zoals omschreven in artikel 9, leden 1 tot en met 7, van het reglement van orde gemeenteraad Zandvoort 2025

j. commissielid: een door de fractie aangewezen en door de raad benoemd ondersteunend lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. k. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort; l. vergadering: een raadsvergadering of een vergadering van een commissie of het presidium of het seniorenconvent. m. raadscommissie: een door de raad ingestelde commissie op grond van artikel 82 van de Gemeentewet; n. oproep: een uitnodiging voor een vergadering; o. besluitenlijst: overzicht van raadsbesluiten. Artikel 2 De voorzitters De voorzitters zijn belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement de voorzitter verder opdraagt. Artikel 3 De griffier 1.De griffier is in de raadsvergadering aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervangend griffier. 3. De griffier, de plaatsvervangend griffier of de commissiegriffier is in een commissievergadering aanwezig. 4. De griffier, de plaatsvervangend griffier of de commissiegriffier kan alleen op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. 5.

De burgemeester kan de griffier of bij diens ontstentenis de plaatsvervangend griffier opdragen de stukken die van de raad uitgaan te ondertekenen. Artikel 4 De secretaris De raad kan het college verzoeken de secretaris in een vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.

2

Artikel 5 Het presidium en seniorenconvent 1. De raad heeft een presidium en seniorenconvent. 2. De Ieden van het presidium en seniorenconvent zijn de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium en seniorenconvent. Bij ontstentenis van de voorzitter, kiest de commissie uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter. 3. Elke fractievoorzitter kan een raadslid aanwijzen, dat hem bij afwezigheid in het presidium en het seniorenconvent vervangt. 4. Elke fractievoorzitter of de vervanger heeft één stem in het presidium en seniorenconvent. 5. lndien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. 6. De griffier of de vervanger is in elke vergadering van het presidium en seniorenconvent aanwezig. 7. De voorzitter kan voorstellen de secretaris en/of anderen uit te nodigen in het presidium en seniorenconvent. 8. Het presidium en seniorenconvent komt bijeen op verzoek van de voorzitter of een lid van het presidium en seniorenconvent. 9. Het presidium en seniorenconvent hebben de volgende taken en bevoegdheden: a. Het bespreken van interne en procedurele aangelegenheden van de raad; b. Het bespreken van procedurele aangelegenheden in de relatie met het college en de burgemeester; c.

Het geven van aanbevelingen en het doen van voorstellen aan de raad over de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies; d. Het besluiten over interne en procedurele aangelegenheden van beperkte aard en omvang, waarin dit Reglement of andere regelingen niet of onvoldoende in voorzien; e. Het vaststellen van het zitplaatsenplan van de raadsvergaderingen en het jaarlijkse vergaderrooster. 10. Het presidium functioneert ook als seniorenconvent voor de bespreking van vertrouwelijke aangelegenheden die niet (direct) tot besluitvorming door de raad leiden. 11. Het seniorenconvent besluit per aangelegenheid als bedoeld in het vorige lid of de uitkomst van die bespreking vertrouwelijk met de fractie kan worden gedeeld.

3

12. Het presidium vergadert in de regei in het openbaar. Het seniorenconvent vergadert in beslotenheid. Artikel 6 De agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie. 2. De leden van de agendacommissie zijn de voorzitter van de raad en de voorzitters van de raadscommissies. 3. De agendacommissie vergadert in elkaars aanwezigheid of overlegt via digitale communicatiemiddelen. 4. De griffier of de vervanger is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. 5. De voorzitter van de raad is voorzitter van de agendacommissie. 6. De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de agendacommissie. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter. 7. De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van de agenda van de vergaderingen en het bewaken van de lange termijnagenda. 8. De agendacommissie kan op niet-inhoudelijke gronden van (initiatief)voorstellen of onderwerpen oordelen dat zij niet geagendeerd worden. De agendacommissie deelt dit gemotiveerd mee aan de indiener van het voorstel of onderwerp. Artikel 7 Overleg Het presidium en de agendacommissie hebben naar behoefte gezamenlijk overleg.

1.2 TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES Artikel 8 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming 1.De raad stelt een commissie van drie raadsleden in voor de toelating van nieuwe raadsleden of de benoeming van een wethouder, een commissielid of een lid van de Rekenkamer. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde raadsleden en het proces-verbaal van het (centraal) stembureau. 2. De commissie brengt na het onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. ln het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

r1

4. ln geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. Bij de benoeming van een wethouder, een commissielid of een lid van de Rekenkamer wordt overeenkomstig het eerste lid door de commissie onderzocht of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid. Artikel 9 Fracties 1. De raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. ls onder een lijstnummer slechts één raadsiid verkozen, dan wordt dit raadslid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. lndien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. lndien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Zo spoedig mogelijk wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter, indien: a.

één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden c. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie. 5. De nieuwe fractie deelt aan de voorzitter voorafgaand aan de eerstvolgende raadsvergadering mede, welke naam de fractie wenst te voeren. Deze aanduiding mag niet voorkomen in het register zoals bedoeld in het eerste lid van artikel G 1 en artikel G 3 van de Kieswet. 6. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit het vierde lid van artikel G 1 en aan artikei G 3 van de Kieswet en komt niet voor ¡n het register zoals bedoeid in het eerste lid van artikel G 1 en art G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. 7. Met de onder lid 4 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. Artikel 10 Commissieleden i. Op voordracht van een fractie kan de raad per fractie maximaal twee commissieleden benoemen.

5

2. Een commissielid, dat wordt voorgedragen door een fractie, dient tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van die fractie. 3. De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet en de Gedragscode voor de raads- en commissieleden Zandvoort zijn van overeenkomstige toepassing op een commissieiid. 4. lndien voldaan wordt aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving leggen commissieleden in de raadsvergadering waarin ze worden benoemd de voor raadsleden voorgeschreven eed of verklaring en belofte af, met dien verstande dat voor

lid» gelezen wordt: commissielid.

5. De zittingsperiode van een commissielid eindigt door: a. ontslag op eigen verzoek in te dienen bij de voorzitter van de raad; b. ontslag door de fractie; c. door intrekking van de benoeming door de raad; d. wanneer het commissielid niet meer voldoet aan de artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet; e. aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 6. Commissieleden kunnen deelnemen aan vergaderingen van de raadscommissies, kunnen lid ziin van de accountantscommissie, kunnen schriftelijke vragen stellen en mondelinge vragen in de raadscommissie. Zij hebben recht op ambtelijke bijstand. 1.3 RAADSCOMMISSIES Artikel 11Raadscommissie 1. De raad stelt een raadscommissie in. 2. De te bespreken onderwerpen in de raadscommissie worden onderverdeeld in: a. Bestuur en Middelen b. Ruimte en Economie c. Samenleving 3. Onder Bestuur en Middelen vallen alle onderwerpen waarbij het zwaartepunt ligt op het gebied van financiën, veiligheid en handhaving en bestuursaangelegenheden. 4. Onder Ruimte en Economie vallen alle onderwerpen waarbij het zwaartepunt ligt op ruimtelijke inrichting, wonen, leefomgeving, toerisme en economie en verkeer en parkeren. 5. Onder Samenleving vallen alle onderwerpen waarbij het zwaartepunt ligt op zorg en maatschappelijke ondersteuning, werk, onderwijs, sport en cultuur. [1

6. De raadscommissie heeft de volgende algemene taken: a. het onderling uitwisselen van ¡nformatie en meningsvorming over geagendeerde onderwerpen; b. de raad adviseren over een geagendeerd voorstel of onderwerp; c. overleg met de burgemeester en de wethouders; d. het bieden van de mogelijkheid aan derden om inbreng te leveren. 7. lndien een onderwerp meerdere commissies aangaat, bepaalt de agendacommissie in welke commissie het onderwerp wordt besproken of dat het in een gezamenlijke vergadering van twee of meer commissies wordt besproken. 8. Aan iedere commissievergadering kunnen maximaal twee personen per fractie deelnemen. Per fractie voert zoveel mogelijk één persoon het woord per agendapunt. Het is toegestaan om in de commissievergadering tussentijds per onderwerp te wisselen van personen. 9. Voor de vaste agendapunten Mededelingen van het college en de Rondvraag dienen de mededeling en de rondvragen minimaal 48 uur voor de vergadering te zijn gemeld bij de griffie. Mededelingen en rondvragen naar aanleiding van actualiteiten die zich voordoen na het verstrijken van de minimale termijn kunnen, mits gemeld bij de griffie en behoudens oordeel van de voorzitter, toegestaan worden door de voorzitter. 10. De raad benoemt uit zijn midden vaste voorzitters voor de raadscommissie. De voorzitters vervangen elkaar. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie, die hij voorzit.

11. Beslissingen in de raadscommissies betreffen uitsluitend de orde van de vergadering, het opleggen en weer opheffen van geheimhouding en het geven van advies. Dit advies kan luiden: a. het raadsvoorstel, genoemd in artikel 38 van dit regelement, is niet besluitrijp b. het raadsvoorstel is een hamerstuk waarover niemand tijdens de raadsvergadering het woord wenst te voeren en dat zonder stemming wordt aanvaard c. het raadsvoorstel is een bespreekstuk in de raadsvergadering d. het uiten van bezwaren bij de bespreking van een wijziging van het omgevingsplan of omgevingsprogramma 12. Elk lid dat deelneemt aan de vergadering heeft één stem. 1.4 VERGADERINGEN 1.4.1 TIJDSTIP VAN VERGADEREN; VOORBEREIDINGEN; INHOUD Artikel 12 Vergaderfrequentie

7

1. De vergaderingen vinden plaats volgens een door het presidium vastgesteld vergaderrooster en worden gehouden in het raadhuis of een andere door het presidium aangewezen locatie. 2. Het vergaderrooster wordt voor het begin van elk kalenderjaar vastgesteld. 3. Bij het vaststellen van het vergaderrooster wordt met het volgende rekening gehouden: a. De commissievergaderingen vinden in de regel plaats in de tweede week van de maand op dinsdag en woensdag. b. De raadsvergadering vindt in de regel plaats in de vierde week van de maand op dinsdag. c. ln de regel is de woensdag na de raadsvergadering en de donderdag na de commissievergadering een reservedatum voor vergaderingen of andere bijeenkomsten. 4. De vergaderingen beginnen in de regel om 20.00 uur. Omstreeks 23.00 uur peilt de voorzitter of de vergadering voortgezet wordt of geschorst tot de volgende vergaderdag. 5. De voorzitter van de raad of een raadscommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij overlegt hierover in de agendacommissie en/of met de (commissie)griffier. Artikel 13 Oproep 1.De voorzitter van de raad zendt tenminste 7 dagen voor een vergadering aan de raadsleden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

De voorzitters van de raadscommissies zenden in de regel 11 dagen voor een vergadering aan de raadsleden en de commissieleden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De agendacommissie beoordeelt incidentele uitzonderingen op de termijn van 11 dagen. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden gelijk met de schriftelijke oproep aan de raadsleden en commissieleden ter beschikking gesteld. 3. ln spoedeisende gevallen mag de voorzitter van de in lid 1 gestelde termijn afwijken. ln spoedeisende gevallen zendt de voorzitter ten minste 48 uur voor een vergadering aan de raadsleden en de commissieleden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Artikel 14 Agenda 1. ln spoedeisende gevallen kan de voorzitter van de raad of een raadscommissie na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de raadsleden en commissieleden ter beschikking gesteld.

2. Bij aanvang van een vergadering steilen de raadsleden en/of commissieleden de agenda vast. Op voorstel van een raadslid, een commissielid of de voorzitter kunnen bij vaststelling van de agenda punten worden toegevoegd, van de agenda worden afgevoerd of kan de volgorde van behandeling van agendapunten worden gewijzigd. 3. Wanneer de raadsleden en/of commissieleden een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid achten, kunnen zij het onderwerp verwijzen naar een volgende vergadering of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. Artikel 15 Ter beschikking stellen van stukken 1.Stukken die ter toelichting van onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijk met het verzenden van de schriftelijke oproep aan een ¡eder ter beschikking gesteld. lndien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter beschikking worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raadsleden en commissieleden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Een origineel van een ter beschikking gesteld stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3. lndien op stukken op grond van artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken in afwijking van het eerste lid door de griffie(r) uitsluitend aan raadsleden en/of commissieleden ter beschikking gesteld. Artikel 16 Openbare kennisgeving 1.

De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. De datum, aanvangstijd, plaats en de voorlopige agenda van de vergadering; b. De wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering behorende stukken kan ¡nzien. 3. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. 1.4.2 ORDE VAN DE VERGADERINGEN Artikel 17 Presentielijst 1. Bij binnenkomst in de vergaderzaal voor de raadsvergadering tekent ieder raadslid de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de griffier door ondertekening vastgesteld.

2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal voor een vergadering van een raadscommissie tekent het namens een fractie aanwezige commissielid de presentielijst. Deelname aan de commissievergadering is een vereiste voor het tekenen van de presentielijst. Artikel 18 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de raadsleden en de griffier hebben een vaste zitplaats in de raadsvergadering, door het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. lndien daartoe aanleiding bestaat, kan het presidium de indeling herzien. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel 19 Opening raadsvergadering; quorum 1. De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal raadsleden blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal aanwezigen is, bepaalt de voorzitter dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel 20 Besluitenlijst, transcript, versiag en raadscommissieadvies 1.De griffier draagt zorg voor een besluitenlijst van de raadsvergadering. Van de raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen worden transcripten gemaakt.

Van onderwerpen die in een besloten (deel van de) raadsvergadering en raadscommissievergadering behandeld worden, dient altijd schriftelijke verslaglegging plaats te vinden. 2. De besluitenlijst bevat: a. de namen van de voorzitter, griffier, wethouders, de ter vergadering aanwezige en afwezige raadsleden en overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; d. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie op grond van artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen; e. de namen van de aanwezige raadsleden, commissieleden en ambtelijke ondersteuning op de publieke tribune bij een vergadering met gesloten deuren overeenkomstig artikel 23 van de Gemeentewet. 10

3. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt door plaatsing op de website van de gemeente. 4. De commissiegriffier draagt ten behoeve van de agendacommissie zorg voor een advies van de raadscommissie over een voorstel aan de raad. ln het advies wordt aangegeven namens welke fracties het advies wordt gegeven; van verdeelde standpunten wordt melding gemaakt. Artikel 21 lngekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de raadsleden en commissieleden ter beschikking gesteld. 2. De raad stelt op voorstel van de voorzitter en de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 22 Spreekrecht burgers en spreektijd 1. ln de vergaderingen van de raadscommissies mogen aanwezigen op de publieke tribune het woord voeren, maar niet over agendapunten over de interne en/of procedurele gang van zaken, niet over mededelingen en ook niet over rondvragen. Zij kunnen het woord voeren over raadsvoorstellen en overige stukken die geagendeerd zijn. 2.

Ook kunnen aanwezigen op de publieke tribune in principe in de eerste vergadering van de maand van de raadscommissie het woord voeren over niet geagendeerde onderwerpen, indien zij minimaal 24 uur voor aanvang van de commissievergadering het onderwerp waarover zij willen inspreken bij de griffie hebben aangemeld. Er worden in principe maximaal drie insprekers met niet geagendeerde onderwerpen in één bijeenkomst toegelaten. 3. Het woord kan niet worden gevoerd over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. d. indien reeds eerder over hetzelfde onderwerp van het spreekrecht gebruik werd gemaakt en de besluitvorming over het onderwerp nog niet is afgerond; e. voor het uitdragen van boodschappen of aanprijzingen van commerciële aard; f. over een onderwerp dat primair behoort tot de bevoegdheid van het coliege van burgemeester en wethouders en dat nog niet aan het college of een lid daarvan is voorgelegd; g. door een politieke groepering; 11

h. als over het onderwerp onlangs inspraak mogelijk ¡s geweest of op korte termijn inspraak mogelijk s. 4. lnsprekers krijgen in principe 3 minuten spreektijd. Afhankelijk van de totaal beschikbare tijd kan de voorzitter, een raadslid of een commissielid een voorstel doen over de spreektijd of het aantal spreektermijnen van de aanwezigen. 5. De voorzitter, een raadslid of een commissielid kunnen een voorstel doen dat insprekers die dezelfde groep vertegenwoordigen gezamenlijk 3 minuten spreektijd of een spreektijd gelijk aan andere insprekers krijgen. Artikel 23 Handhaving orde; schorsing 1.Tijdens de vergadering is het gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk maken op de orde van de vergadering niet toegestaan. 2. Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. 3. lndien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. lndien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem voor de rest van de vergadering over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 4.

Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare commissie- en raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 5. Petities gericht aan de raadscommissie of gemeenteraad worden ingediend bij de griffie. Het is niet toegestaan om papieren uit te delen aan raadsleden, commissieleden en publiek in de raadzaal. 6. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde door publiek is hen verboden. 7. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel 24 Beraadslaging 1.De raad of een raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter, een raadslid of een commissielid beslissen om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een raadslid of op voorstel van de raadsvoorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De voorzitter vermeldt hoe lang de vergadering wordt geschorst. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Zodra

12

de beraadslaging is hervat, vermeldt degene die heeft verzocht om een schorsing of de voorzitter op beknopte wijze aan de raad waarom er is geschorst. 3. Afhankelijk van de totaal beschikbare tijd kan de voorzitter, een raadslid of een commissielid een voorstel doen over de spreektijd of aantal spreektermîjnen per onderwerp. Artikel 25 Deelname aan beraadslaging door anderen 1.De raad kan bepalen dat naast de aanwezige leden van de raad en het college ook de griffier, de secretaris en/of de raadsvoorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. De raadscommissie kan bepalen dat naast de aanwezige raadsleden en commissieleden, het college, de griffier, de secretaris, de raadsvoorzitter en uitgenodigde belanghebbenden deelnemen aan de beraadslaging. 3. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad of de raadscommissie genomen voordat de beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt begint. Artikel 26 Amendementen 1. leder raadslid kan in de raadsvergadering tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen, voorzien van de logos van de fracties en de namen van de indienende raadsieden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.

Staande de vergadering worden geen nieuwe medeindieners aan een reeds ingediend amendement toegevoegd. Men stemt voor of tegen. 2. leder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een raadslid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4. lntrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 27 Moties 1. leder raadslid kan in de raadsvergadering tot het sluiten van de beraadslagingen een motie indienen, voorzien van de logos van de fracties en de namen van de indienende raadsleden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. Staande de vergadering worden geen nieuwe mede-indieners aan een reeds ingediende motie toegevoegd. Men stemt voor of tegen. 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.

13

3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 5. lntrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de stemming over de motie is geopend. Artikel 28 Ordevoorstel en persoonlijk feit 1.De voorzitter, een raadslid of een commissielid kunnen tijdens een vergadering mondeling een ordevoorstel doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een ordevoorstel kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een ordevoorstel beslissen de aanwezigen in de vergadering of de raad terstond 4. Elk raadslid of commissielid kan op elk moment het woord vragen vanwege een persoonlijk feit. De voorzitter verleent het woord voor een persoonlijk feit niet dan na een voorlopige aanduiding van dat feit. De beslissing of iets een persoonlijk feit vormt, berust bij de voorzitter. Artikel 29 Beslissing 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad of een raadscommissie anders beslist. 2.

Nadat de beraadslaging over een onderwerp of voorstel in de raadscommissie is gesloten, formuleert de voorzitter een conclusie over de voortgang of afwikkeling daarvan. 3. Nadat de beraadslaging over een voorstel in de raad is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 4. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de raadsvoorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. 1.4.3 PROCEDURES BIJ STEMMINGEN IN DE RAADSVERGADERING Artikel 30 Stemverklaring Na de stemming heeft ieder raadslid het recht zijn stemgedrag te motiveren. Artikel 31 Primus bij hoofdelijke stemming Bij het begin van de raadsvergadering deelt de voorzitter mee bij welk raadslid de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daarvoor wordt bij loting een volgnummer van een alfabetische lijst met namen aangewezen; bij het daar genoemde raadslid begint de hoofdelijke stemming. 14

Artikel 32 Hoofdelijke stemming 1.Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat daarvoor overeenkomstig artikel 31 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van een alfabetische lijst met namen. 2. De raadsleden brengen hun stem uit door het woord voor of tegen uit te spreken, zonder enige toevoeging en door hun stem uit te brengen op de vergaderpost. 3. Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat de voorzitter de uitslag heeft vastgesteld. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 4. Als geen hoofdelijke stemming wordt gevraagd, vindt stemming plaats middels het digitale stemsysteem. 5. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en meldt het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 33 Stemming over amendementen en moties 1. lndien een amendement op een aanhangig voorstel is ¡ngediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2.

lndien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. lndien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. lndien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 34 Stemming over personen 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau. 2. leder raadslid dat de presentielijst heeft getekend en zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.

15

3. Voor ieder te benoemen persoon vindt een afzonderlijke stemming plaats. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. De benoeming van een wethouder geschiedt op grond van een aanbeveling in de zin van de artikelen 28, 29 en 31 van de Gemeentewet. 5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat volgens het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 6. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 35 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen op grond van artikel 31 lid 3 Gemeentewet, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

L5 RECHTEN VAN LEDEN Artikel 36 lnitiatiefvoorstel 1.Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk via de griffier bij de agendacommissie worden ingediend. De griffie brengt de inhoud van het voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raadsvoorzitter en de overige raadsleden, de commissieleden en het college. 2. Het college is op grond van artikel 147a van de Gemeentewet gedurende vier weken in de gelegenheid om zijn wensen en bedenkingen aan de raad kenbaar te maken. Het college kan besluiten hiervan afte zien. 3. De agendacommissie beslist over het plaatsen van het voorstel op de agenda van een vergadering. 4. Bij de vaststelling van de agenda in de vergadering, ongeacht of daarop een ingediend initiatiefvoorstel is geplaatst, kan op verzoek van een raadslid de behandeling van het initiatiefvoorstel in stemming worden gebracht; er wordt niet tot (aparte) behandeling overgegaan als de raad oordeelt dat:

16

a. het voorstel door de orde van de vergadering samen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in een andere vergadering. c. het college eerst gevraagd wordt schriftelijk te adviseren over het voorstel. ln dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 37 Raadsvoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van een vergadering, kan in overleg met de aanwezigen in de vergadering worden teruggenomen door of teruggegeven aan het college. 2. lndien de raad oordeelt dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke raadsvergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 38 lnterpeliatie 1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt ten minste 32 uur voor aanvang van een raadsvergadering via de griffier schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat sprake is van een spoedeisend geval. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd en de te stellen vragen. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders.

Na indiening van het verzoek tot interpellatie zal bij de vaststelling van de agenda in de eerstvolgende raadsvergadering het verzoek in stemming worden gebracht. De raad willigt het verzoek tot het houden van een interpellatie in, indien het verzoek wordt gesteund door minimaal vier leden. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 39 Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen worden van een toelichting voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester worden gebracht. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats nadat de vragen zijn binnengekomen en in ieder geval binnen dertig dagen. lndien beantwoording niet binnen deze termijn kan

17

plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis en geeft de termijn aan, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. Artikel 40 Vragen en inlichtingen Het bepaalde in artikel 39 en 40 geldt als nadere regeling van de artikelen 155, 169 derde lid en 180 derde lid van de Gemeentewet, naast de mogelijkheden tot het stellen en behandelen van vragen en het verkrijgen van inlichtingen in de vergaderingen. Artikel 41 Procedure begroting en jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de agendacommissie vaststelt. Artikel 42 Facultatief behandelprocedure vaststellen Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet en in dit Reglement van orde kan de agendacommissie voor het behandelen van onderwerpen een procedure vaststellen.

1.6 LIDMAATSCHAP VAN OPENBARE ORGANEN EN ORGANISATIES Artikel 43 Verslag en verantwoording 1.Een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Als de raad hierover een discussie wenst, kan de voorzitter hiervoor verwijzen naar een andere vergadering. 2. leder raadslid kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. Artikel 40 is hierop van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 41 is hierop van overeenkomstige toepassing. 1.7 BESLOTEN VERGADERING Artikel 44 Algemeen Op een besloten vergadering van de raad, een raadscommissie, het presidium en het seniorenconvent zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 45 Verslag 1. Het verslag van een besioten vergadering wordt uitsluitend aan raadsleden, commissieleden en aanwezige collegeleden ter beschikking gesteld. 2. lndien dit geen woordelijk verslag betreft, wordt het verslag zo spoedig mogelijk in een vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad, raadscommissie, het presidium of seniorenconvent een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de (commissie)griffier ondertekend. Artikel 46 Geheimhouding 1. Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad, raadscommissie of de burgemeester overeenkomstig artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet of voor de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen over hetgeen in de raadscommissie geheimhouding is opgelegd. 2. lndien de raad op grond van artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besioten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

1.8 TOEHOORDERS EN PERS Artikel 47 Toehoorders en pers 1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel 48 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. 1.9 ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSPLAN Artikel 49 Adviescommissie omgevingsplan 1. De raad stelt een adviescommissie omgevingsplan in, bestaande uit externe deskundigen, die op diverse beleidsterreinen kan worden ingezet, waaronder in ieder geval dat van de ruimtelijke ordening.

19

2. De samenstelling, werkwijze en vergoeding van de adviescommissie worden bij afzonderlijke verordening geregeld. 3. De werkzaamheden van de adviescommissie monden uit in een schriftelijk advies aan de raad, waarin wordt vermeld welke zienswijzen zijn binnengekomen, welke zienswijzen ontvankelijk zijn, een samenvatting van de ontvankelijke zienswijzen, een advies over de zienswijzen en een eventueel voorstel tot aanpassing van het ontwerpbesluit. Van deze opzet kan, afhankelijk van het beleidsterrein en het onderwerp, worden afgeweken. 1.10 ACCOUNTANTSCOMMISSIE Artikel 50 Accountantscommissie 1. De raad stelt een accountantscommissie in, bestaande uit minimaal 3 en maximaal 5 raadsleden en/of commissieleden. 2. De accountantscommissie is belast met en bevoegd tot: a. het adviseren aan de raad over opdrachtverlening van de accountantscontrole aan een externe accountant, en de beëindiging of verlenging daarvan; zij verzorgt ook de procedure van werving en selectie; b. het doen van voorstellen over (wijzigingen in) de Controleverordening, het Controleprotocol en andere met de accountantscontrole verband houdende stukken; c. het aandragen van onderzoeksonderwerpen voor de controle door de externe accountant; d. overleg met de accountant en overleg met de ambtelijke organisatie; indien de commissie ambtenaren uitnodigt informeert zij het college hierover; e.

het adviseren van de raad ter voorbereiding op de besluitvorming, in ieder geval over de jaarrekening en het jaarverslag. 3. De commissie wijst uit haar midden een lid aan tot voorzitter. 4. De commissie vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden dit aan de voorzitter vragen. 5. De commissie kan advies ¡nwinnen bij een extern deskundige. 6. Het secretariaat van de accountantscommissie wordt uitgevoerd door de griffie. 1.11 SLOTBEPALINGEN Artikel 51 Uitleg reglement ln de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement tijdens een vergadering beslist de raad of de raadscommissie op voorstel van de voorzitter. 20

Artikel 52 lnwerkingtreding en citeertitel 1. Het Reglement van Orde 2018 vastgesteld bij raadsbesluit van 21 november 2017 wordt ingetrokken zodra het Reglement van orde 2025 in werking treedt. 2. Dit reglement treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. 3. Dit reglement wordt aangehaald als Reglement van orde 2025.

Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 juli 2025.

de voorzitter,

2 TOELICHTING oP DE VERORDENING 2.1 ALGEMEEN De Gemeentewet schrijft voor dat de gemeenteraad een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen en overige werkzaamheden vaststelt. De basis, waarvoor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het model levert, verandert over het algemeen niet veel, behalve op het punt wijze waarop de raad zijn vergaderingen, adviescommissies en ondersteuning door commissieleden inricht. Het Reglement van Orde is sinds de invoering van het dualisme in 2002 een aantal malen aangepast. ln 2011 is ervoor gekozen om het Reglement van Orde en de Verordening op de raadscommissies samen te voegen ¡n een nieuw Reglement van Orde, omdat het klassieke model met commissies toen werd vervangen door een structuur die gebaseerd was op de beleidscyclus informeren - debatteren besluiten. Na ervaring te hebben opgedaan met deze wijze van vergaderen heeft de raad op 24juni 2014 besloten om de vergaderstructuur te wijzigen in een stelsel met één raadsvergadering en drie commissievergaderingen per maand. Naast verruiming van de mogelijkheden om onderwerpen 21

uitgebreider en dieper in de vakcommissies te bespreken, wil de raad hiermee ook de inbreng van anderen en de regionale afstemming verbeteren. Het presidium heeft op 23 november en 2 december 2015 het vergaderen van de raad en raadscommissies sinds het besluit van juni 2014 in aanwezigheid van de leden van de agendacommissie besproken. De daaruit voortvloeiende wijzigingen zijn verwerkt in deze verordening en hebben onder andere betrekking op het stemmen over personen, het aantal commissievoorzitters, de spreektijd en een verduidelijking van de aanwezigheid en wisseling van commissieleden in een commissievergadering. ln 2014 zijn de wijzigingen doorgevoerd waarover de raad op 24 juni 2014 heeft besloten. De aanpassingen betroffen onder andere het stelsel met een raadsvergadering en drie raadscommissies, het aantal commissieleden, de instelling van de accountantscommissie en de verduidelijking van de roi van het presidium. ln 2025 ziin wijzigingen doorgevoerd waarover de raad op 10 juni 2025 heeft besloten. De aanpassingen betroffen actualisaties aan de hand van wijzigingen in wet- en regelgeving en werkwijzen. 2.2 DE WIJZIGINGEN IN 2016 Door de wijziging in de Gemeentewet per 1 februari 2016 kan de raad de burgemeester toestaan om het ondertekenen van stukken die van de raad uitgaan op te dragen aan de griffier of een medewerker van de griffie.

Dit moet dan wel geregeld worden en is opgenomen in de verordening in artikel 3 lid 5 van het reglement. Voor de agendacommissie is de mogelijkheid van overleg via digitale communicatiemiddelen vastgelegd in artikel 6. De regeling voor een raadscommissie in artikel 11 is aangepast aan de gewenste praktijksituatie met maximaai twee vergaderavonden en een herkenbare onderverdeling van de te behandelen onderwerpen in Bestuur en Middelen, Ruimte en Economie en Samenleving Stemming over personen kan alleen via een stembriefje en niet meer bij acclamatie en duidelijker verwoord in artikel 34. Dat geheimhouding ook van toepassing is op het presidium en seniorenconvent, is duidelijker opgenomen in de artikelen 45 en 46. 2.3 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING ln het onderstaande wordt onder meer ingegaan op de aanpassingen ten opzichte van het Reglement uit 2014 en 2018.

22

Artikel 1 Begripsbepalingen In 2014 ziin de definities van voorzitter en vergaderingen aangepast aan het gegeven dat in dit Reglement meerdere typen bijeenkomsten worden beschreven: die van de raad, de raadscommissies, de agendacommissie, het presidium en de accountantscommissie. Het begrip besluitenlijst is toegespitst op de raadsvergadering, omdat dit het enige orgaan is dat besluiten kan nemen. De vakcommissies die werden ingesteld kregen de aanduiding raadscommissie, met een verwijzing naar het artikel uit de Gemeentewet, waarop ze zijn gebaseerd. Dit om ze te onderscheiden van het algemene begrip commissie, dat ook in dit Regiement wordt gebruikt. ln 2025 is de definitie van voorzitter ter verduidelijking aangevuld met het seniorenconvent, net zoals bij de begripsbepaling van vergaderingen. Ook is er een begripsbepaling van de fractie opgenomen en is de begripsbepaling buitengewoon lid gewijzigd in commissielid en in lijn gebracht met het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 2 De voorzitters De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125 tweede lid van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor.

ln artikel 77 eerste lid is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester, tenzij de raad een plaatsvervanger heeft aangewezen, zoals in Zandvoort is gebeurd. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. ln de praktijk kan er voor worden gekozen om de burgemeester dan niet tegelijkertijd het voorzitterschap te laten vervullen. ln de praktijk neemt de plaatsvervanger het voorzitterschap tijdelijk over op verzoek van de voorzitter als hij zijn rol als portefeuillehouder in de raadsvergadering inneemt. Artikel 3 De griffier De raad is verpiicht een griffier te benoemen (artikel 100 en 107 Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d eerste lid). Rechtspositionele bepalingen voor de griffier zijn verwerkt in de Verordening ondersteuning gemeenteraad. Ook de taken van de griffier zijn hierin uitgewerkt. Toegevoegd is hier de gewenste aanwezigheid van de griffier of een plaatsvervanger bij de bijeenkomsten van de raadscommissies.

Nieuw is lid 5 waarin de burgemeester de griffier en kan opdragen om de stukken die van de raad uitgaan te ondertekenen. Dit is een nieuwe mogelijkheid die artikel 32a lid 2 van de Gemeentewet geeft en vanaf 1 februari jl. van kracht is geworden. Art 32a lid 2 Gemeentewet

23

De raad kan de burgemeester toestaan de ondertekening op te dragen aan de griffier of aan een of meer andere bij de griffie werkzame ambtenaren. ln dat geval blijft medeondertekening achterwege. Artikel 4 De secretaris De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het begeleiden van de ambtelijke organisatie. Voor die twee taken kan het wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Zo kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie. Artikel 5 Het presidium en seniorenconvent De raad voelde in 2014 de behoefte om de rol van het presidium te verduidelijken. Uitgangspunt is dat het delen van meningen en het nemen van besluiten plaatsvinden in de openbare raadsvergadering. Maar niet alle interne en procedurele raadsaangelegenheden hoeven daar aan bod te komen. ln plaats van de compacte beschrijving: Het presidium heeft tot doel interne aangelegenheden van de raad alsmede vertrouwelijke aangelegenheden die nog niet tot besluitvorming leiden te bespreken.

is in lid 9 in vijf onderdelen de positie van het presidium uiteengezet. Naast het bespreken van procedurele zaken staat ook genoemd het doen van voorstellen aan de raad en het besluiten over het vergaderrooster, het zitplaatsenplan en over interne en procedurele raadsaangelegenheden van beperkte aard en omvang. Wat dit laatste is, kan het presidium zelf beoordelen. Het voordeel van deze passage is dat er voor kleine zaken die in het Reglement niet voldoende helder zijn geregeld geen raadsvoorstel hoeft te worden gemaakt om tot een besluit te komen. ln lid 10 is de rol als vertrouwensorgaan apart benoemd; in lid 11 staat een bepaling over het doorgeven van vertrouwelijke informatie aan de rest van de fractie. Lid 12 benoemt de openbaarheid van de presidium bijeenkomst en de beslotenheid van de bijeenkomsten van het seniorenconvent. ln 2025 is bovenstaande aangevuld met een verduidelijking van het lidmaatschap, het seniorenconvent, de stemprocedure en de plaatsvervangend voorzitter in het presidium en seniorenconvent. Artikel 6 De agendacommissie De bepaling in het reglement van orde regelt de instelling, samenstelling en taak van de agendacommissie. De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken. De agendacommissie stelt de agendas van de vergaderingen voorlopig vast.

De definitieve vaststelling van de agenda van de vergaderingen geschiedt bij de aanvang van de

24

vergadering. Nieuw toegevoegd is de digitale mogelijkheid van overleggen, omdat dit beter recht doet aan de praktijk. ln 2025 is een verduidelijking over het lidmaatschap opgenomen. Artikel 7 Overleg ln artikel 7 is voorzien in de mogelijkheid voor overleg tussen presidium en agendacommissie. De richtlijn in deze toelichting om twee maal per jaar gezamenlijk te vergaderen is vervallen op grond van praktijkervaring. Artikel 8 Onderzoek geioofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders Tegelijk met de mededeling dat een raadslid zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als raadslid toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittrekstel uit de Basisregistratie personen (Brp) met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10 lid 2 Gemeentewet (artikel V3 Kieswet). De Kieswet eist in artikel V4 niet dat het onderzoek van de geloofsbrieven in een openbare vergadering moet gebeuren. Het kan ook voorafgaand aan een vergadering. De Kieswet bepaalt dat de wijze van onderzoek geregeld wordt in het Reglement van Orde. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15 derde lid Gemeentewet) betrokken worden.

ln deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt, brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht. Het onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. lngevoige artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Deze beslissing wordt gebaseerd op het resultaat van het onderzoek van de geloofsbrieven. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Het eerste en vijfde lid geven invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrieven onderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c).

Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen.

25

Overeenkomstig is hier nu ook opgenomen: een commissielid of een lid van de Rekenkamer, omdat dit Reglement respectievelijk de Gemeentewet ook eisen stellen aan deze functionarissen. Ook deze moeten door de raad onderzocht kunnen worden. Artikel 9 Fracties Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. ln een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. ln de 1oop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat raadsleden de raad verlaten. Dan vindt een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mee. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen (een kandidaat wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd).

De Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel hoort dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Door deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. ln 2025 is bovenstaande aangevuld met2 nieuwe leden 5 en 6 met procedurele bepalingen bij het ontstaan van nieuwe fracties ná de verkiezingen. Artikel 10 Commissieleden Commissieleden kunnen alleen door de fracties worden voorgedragen. Zij ondersteunen de raadsleden. ln lid 2 is gesteld dat zij op de kandidatenlijst moeten hebben gestaan van de partij, die/fractie, die hen voordraagt. Het benoemen van commissieleden is bedoeld om de kleine fracties te ontlasten. Ook wordt het gebruikt worden om niet gekozen kandidaten kennis te laten maken met het werk van raadsleden.

Door ex-raadsleden voor te dragen als commissielid, kan de door hen opgedane kennis en ervaring door de fractie langer worden benut. Lid 6 geeft aan welke ondersteunende taken de commissieleden kunnen verrichten. Door deze formulering worden zaken uitgesloten die in de raadsvergadering aan de orde komen zoals amendementen, moties, interpellaties en initiatiefraadsvoorstellen.

De vergoeding van de commissieleden is geregeld in de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden. ln 2025 is bovenstaande aangevuld met hoe de belofte of eed door een te benoemen commissielid uitgesproken dient te worden en een verduidelijking over het eindigen van de benoeming van een commissielid. Artikel 11 Raadscommissies De raad heeft in 2014 gekozen voor het instellen van drie inhoudelijke raadscommissies. Naast een indicatie van het vakgebied per commissie werd ingegaan op de taken en de mogelijkheid om gezamenlijk te vergaderen. Overeenkomstig het besluit van de raad staat omschreven dat er twee (commissie)leden per fractie in een raadscommissie zitten. Zoveel mogelijk is er één woordvoerder per agendapunt. Uit de evaluatie in december 2015 bleek dat de onderverdeling naar vakgebied wenselijk blijft, maar bij voorkeur op twee avonden commissievergaderingen plaatsvinden. Om aan beide wensen tegemoet te komen en het ook praktisch toepasbaar te houden is de regeling in artikel 11 gewijzigd en wordt in plaats van drie raadscommissies één raadscommissie ingesteld, waarbij de onderverdeling naar vakgebied Bestuur en Middelen, «Ruimte en Economie en Samenleving blijft bestaan. De Gemeentewet regelt dat alleen een raadslid voorzitter kan zijn van een raadscommissie (artikel 82 lid 4). Lid 9 bepaait dat hij technisch voorzitter is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15801370/1