CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport Reclamebeleid deel 2

Gemeenteraad 25 februari 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Reclamebeleid deel 210.016 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reclamebeleid Deel 2

Gevelreclame, uitstallingen en terrasreclame in de Openbare Ruimte 8 januari 2025 BBOR en OMB

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel en scope

5

1.3

Visie

5

1.4

Reclamebeleid

6

Reclame in Zandvoort

8

2.1

Huidige situatie

8

2.2

Gewenste situatie

10

Juridisch kader

13

3.1

Uitgangspunten

13

3.2

APV

13

3.3

Welstandsnota

14

3.4

Precarioverordening

14

3.5

Overeenkomsten met pachters en venters

15

3.6

Omgevingsplan

15

3.7

Reclameverordening

15

3.8

Verordening Reclamebelasting

15

Uitvoering

16

4.1

Gebiedsindeling

16

4.2

Handhaving

18

4.3

Maatvoering en vrijwaring

18

4.4

Richtlijn kleurstelling grote objecten

21

4.5

Ontheffing of vergunning voor uitzonderingen

22

4.6

Evaluatie

23

Algemene regels

24

2

6.

Gebiedsregels

28

6.1

Winkel- en uitgaansgebieden

28

6.2

Woon- en buitengebieden

30

6.3

Bedrijventerreinen

31

6.4

Boulevards en strand

32

3

1.

Inleiding Dit hoofdstuk geeft inzicht in de aanleiding om te komen tot een reclamebeleid voor Zandvoort. Waar gaat het over, welke visie ligt hieraan ten grondslag en welk doel wil Zandvoort binnen welke scope bereiken.

1.1 Aanleiding In het coalitieprogramma 2022-2026 Voor Zandvoort staat in hoofdstuk 4 de ambitie opgenomen om een aantrekkelijk winkel- en uitgangsgebied voor inwoners en bezoekers te willen zijn. Dat wordt onder andere bereikt met een betere uitstraling van de openbare ruimte. Hiervoor is het voornemen om het beleid voor buitenreclame te vernieuwen (punt 9). Voor buitenreclame dient een evenwicht gevonden te worden tussen het bieden van ruimte aan ondernemers om hun waren aan te prijzen enerzijds en het voorkomen van overdaad aan de andere kant. Ondernemers willen dat hun reclame-uitingen gezien worden en opvallen in de openbare buitenruimte. Ze bepalen hierdoor in belangrijke mate (de uitstraling van) het straatbeeld in Zandvoort. Het huidige beleid kent geen separaat schriftelijk document maar in de algemeen plaatselijke verordening (APV) en de Welstandsnota (2017) zijn wel kader stellende regels opgenomen. Op basis van deze regels handhaven blijkt in de praktijk erg lastig. Meestal is een gesprek met de overtreder voldoende, maar bij het duiken in de regelgeving ontbreekt er regelmatig een duidelijk uitlegbare juridische grondslag. Zandvoort wil de kwaliteit van de openbare ruimte versterken en de uitstraling verbeteren voor bewoners, ondernemers en bezoekers.

De wildgroei van (buiten)reclame moet worden tegengegaan en er dient een ruimtelijke kwaliteit gecreëerd te worden die aansluit bij de identiteit van Zandvoort als toeristische badplaats. Dit is in lijn met de ambities uit het coalitieprogramma en het Actieplan Centrum dat in 2021 door het college is vastgesteld.

Met onderliggend document wordt invulling gegeven aan het voornemen van de coalitie en uitvoering gegeven aan de actie A7 uit het Actieplan Centrum. Met het reclamebeleid wordt invulling gegeven aan de regierol van de gemeente door in afstemming met de betrokken ondernemers het beleid vast te stellen ten aanzien van reclameuitingen met duidelijke kaders voor toepassing en toetsing.

4

1.2 Doel en scope Voor het opzetten van duidelijke algemene regels over gevelreclame, uitstallingen en terrassen op straat (overeenkomstig het actieplan) zal eerst nagedacht moeten worden over de uitgangspunten. Er zal daarbij niet alleen moeten worden afgewogen wat wel en niet gewenst is, maar ook over hoe dit valt te bereiken en te handhaven. Kortom, aan het vaststellen van regels gaat het vaststellen van het beleid vooraf. Om regels handhaafbaar te maken zal er daarnaast een juridische grondslag moeten worden ingericht. De reclamevormen die in Zandvoort voorkomen zijn onder te verdelen in drie categorieën: • Reclameobjecten geplaatst in de openbare ruimte (buitenreclame), • Uitstallingen van winkels en/of objecten ten behoeve van terrassen van horeca die doorgaans door een lokale ondernemer in de openbare ruimte worden geplaatst. • Gevelreclame op onroerende goederen en reclameobjecten op particulier terrein. Reclamebeleid deel 1 (reeds vastgesteld door het college) richt zich enkel op de eerste categorie: de reclamevormen in de openbare ruimte die niet behoren bij een perceel van een ondernemer. Dit betreft reclame-uitingen zoals abri's en (verlichte) borden aan lichtmasten waarvan de rechten op basis van concessies aan een mediabedrijf worden gegund. Reclamebeleid deel 2 gaat over de reclame-uitingen van de tweede en derde categorie.

Hierbij gaat het dus om gevelreclame, uitstallingen en terrasreclame. De reclame staat hierbij in relatie tot het perceel van de ondernemer (reclamemaker), maar ook de reclame die gemaakt wordt door standhouders (markt en ventverkoop) vallen binnen de scope van het reclamebeleid.

1.3 Visie Algemeen Het reclamebeleid van Zandvoort dient een bijdrage te leveren aan de gewenste uitstraling van het dorp. De huidige breed gedragen opinie is dat het veel beter kan; reclames zijn vaak schreeuwerig en te talrijk en hiermee wordt afbreuk gedaan aan het wensbeeld. Dit is mede het gevolg van een gebrek aan duidelijke, handhaafbare regels en afspraken. Het reclamebeleid en de daarbij horende regels worden bij voorkeur in samenwerking met de ondernemers (verenigd in de OBZ) opgesteld, maar daarbij is wel het uitgangspunt dat het eindresultaat ook daadwerkelijk zal bijdragen aan de gewenste uitstraling. Ruimte voor ondernemers om reclame te maken voor hun producten en diensten is belangrijk, maar dat dient niet ten koste te gaan van de gewenste uitstraling of andere voorwaarden (zoals toegankelijkheid en veiligheid). Er zijn ook uitingen in Zandvoort aanwezig waarbij de vraag gesteld kan worden of er wel sprake is van reclame, bijvoorbeeld verwijsborden, gevelopdrukken en vlaggen met informatieve teksten en beeldmerken. Hier is geen sprake van reclame in de letterlijke zin, maar de uitingen zijn wel verwant hieraan. Zo kunnen vlaggen zonder een reclameboodschap toch bijdragen aan de attentiewaarde. Vanuit dit principe zullen ook dit soort uitingen vallen onder de kaders van de nieuwe (reclame)regels.

Officiële vlaggen (zoals de nationale driekleur) vallen op erkende feestdagen uiteraard buiten deze beperking. De gemeente maakt zelf ook regelmatig reclame voor haar activiteiten. Zij zal het goede voorbeeld moeten geven en zich op de meest strikte wijze gaan houden aan de nieuwe regels.

5

Uitstraling openbare ruimte Vertrekpunt voor het ruimtelijk beleidsprogramma is de Omgevingsvisie. Zandvoort wil 365 dagen per jaar aantrekkelijk zijn. Niet alleen met de blik gericht op de zee en het strand, maar ook kansen benutten om Zandvoort het hele jaar mooi, vitaal en levendig te houden. Daar hoort een goede economie (middenstand) bij, maar ook een aantrekkelijk en leefbaar dorp. Reclame heeft als doel op te vallen en heeft daarmee een indringende invloed op (de beleving van) de openbare ruimte. Immers het gaat hier om het trekken van de aandacht van voorbijgangers en het verleiden tot aanschaf van producten en diensten. De hoeveelheid reclame in het straatbeeld is in grote mate dus bepalend voor de uitstraling van openbare ruimte. Hoe meer reclame, hoe meer de aandacht versnippert van voorbijgangers en hoe minder een individuele reclame-uiting opvalt en daadwerkelijk leidt tot koop. Met als mogelijk gevolg nog meer of uitbundigere reclame om dat alsnog voor elkaar te krijgen. Dit sneeuwbaleffect dient voorkomen te worden. Een soortgelijke conclusie is ook al geformuleerd in eerder over dit onderwerp verschenen documenten zoals het Actieplan Centrum en in een schouw met vertegenwoordigers van het OBZ. Voor alle reclames en uitstallingen geldt dat zij op zichzelf en als onderdeel van een groter geheel niet overmatig storend dienen te zijn in de omgeving.

Wanneer er een duidelijke relatie is tussen reclame-uiting en de locatie dan helpt dit mee en zal dit als minder storend worden ervaren. Een voorbeeld; op en rondom de boulevards is er meer ruimte dan in een woonwijk en is de aanwezigheid van (grotere) vlaggen(masten) passender. Door het opstellen van een gebiedsindeling waarbij specifieke gebiedsregels van toepassing zijn is hier rekening mee gehouden. Bij de beoordeling van de vast te stellen regels is tevens rekening gehouden met de belangen van derden, zoals bewoners, bezoekers of gebruikers van naast-, boven- of tegenovergelegen panden. Geen overdaad aan verscheidenheid Eerder genoemd is dat overdaad aan reclames en uitstallingen in het straatbeeld schadelijk is voor de openbare ruimte in Zandvoort. Overdaad ontstaat door een wildgroei van uitingen in zowel hoeveelheid als diversiteit. Veel verschillende soorten reclame in een beperkte ruimte wordt al snel beleefd als een drukke en prikkelbare omgeving, met een negatieve beleving tot gevolg. Hierbij speelt de gevoelswaarde van de totale uitstraling van een pand en/of een gebied een grote rol, inclusief de architectuur van gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte. De gevoelswaarde komt het best tot haar recht door eenduidigheid en samenhang in uitingen en omgeving; ook hier wordt in de regels rekening mee gehouden.

Zo wordt er voor luifels, zonneschermen en parasols een kleurenrange gegeven waarbinnen deze zonneweringen zich dienen te bevinden, opdat er op termijn een samenhangend straatbeeld ontstaat.

1.4 Reclamebeleid Reclamebeleid deel 2 is een document waarin kaders staan beschreven: het geeft de regels aan waaraan alle reclame moet voldoen, bestaande uit één set met algemene regels voor heel Zandvoort en aanvullende regels voor bepaalde gebieden. Mits gewenste reclame-uitingen binnen de kaders (aangegeven door de regels uit de verordening) vallen zijn de ondernemers in principe geoorloofd om deze te plaatsen. Hierop wordt in de praktijk door handhaving op getoetst.

6

Afwijken van de gestelde regels betekent het aanvragen van een vergunning. Uitgangspunt voor het beleid is zo min mogelijk afwijkingen te laten voorkomen, dus minimale vergunningsprocedures. Het kader aan regels is aanvankelijk daarom vrij ruim opgezet. In afstemming met vertegenwoordigers van de OBZ is het reclamebeleid tot stand gekomen. De mix van deelnemers vanuit OBZ vertegenwoordigden met name de detaillisten, de horeca, vastgoed en marketing. Tijdens twee bijeenkomsten zijn de plannen van de gemeente over aanpak en regels gepresenteerd en zijn reacties opgehaald. De daarop geformuleerde concept-set aan regels (algemeen en gebied-specifiek) zijn schriftelijk gedeeld met OZB. Voor zover mogelijk zijn de commentaren overgenomen, daar waar dit niet mogelijk was is een motivatie met de indiener gedeeld. Nadat geluiden zijn ontvangen dat er behoefte was aan aanvullende participatie hebben een aantal gesprekken plaatsgevonden met Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en een vertegenwoordiging van de strandpachters. Op basis van hun feedback zijn de kaders van verschillende regels verruimd en verduidelijkt zonder afbreuk te doen aan de gewenste uitstraling van de openbare buitenruimte.

7

2.

Reclame in Zandvoort Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige situatie en de gewenste situatie in Zandvoort. Mede op basis hiervan zijn uitgangspunten voor het reclamebeleid verwoord.

2.1 Huidige situatie In Zandvoort wordt er op verschillende manieren reclame gemaakt voor en door ondernemers, evenementen, organisaties en anderen. Om hierin onderscheid te maken zijn er in Reclamebeleid deel 2 een drietal categorieën opgesteld: gevelreclame, uitstallingen en terrassenreclame. Allen bevinden ze zich op, aan of rondom het pand van de reclamemaker. Per categorie worden de definitie en alle reclamevormen die hieronder vallen in beeld weergegeven. Gevelreclame Reclame aangebracht op of aan een gebouw. Deze kunnen bestaan uit borden, losse belettering, lichtbakken, doeken en andere uitingen die loodrecht, evenwijdig of schuin aan de gevel of op het dak zijn bevestigd. Hieronder een greep uit de verschijningsvormen in Zandvoort.

Spandoeken

Lichtreclame en losse letters

Vlaggen, vaandels, wimpels en banieren

Plakletters en raamfolie

Gevelbeschilderingen

Spandoeken in frame

8

Uitstallingen Uitstallingen en/of objecten ten behoeve van ondernemers die doorgaans in de openbare ruimte worden geplaatst als los voorwerp. Deze kunnen bestaan uit uitklap- of sandwichborden, masten, parasols, terrasschermen en buitenetalage of -aankleding. Hieronder een greep uit de verschijningsvormen in Zandvoort.

Borden

Vlaggenmasten op eigen terrein

Losse stoepborden en 3D objecten

Buitenetalage en aankleding

Verwijsborden

Vlaggen in de openbare ruimte

9

Terrassenreclame Objecten op het terras waarop reclame kan worden aangebracht. Deze kunnen bestaan uit parasols, zonweringen en dergelijke. Hieronder een greep uit de verschijningsvormen in Zandvoort.

Zonweringen met reclame

Zonweringen met reclame

Terrasschotten met reclame

Reclame aan of op objecten in de openbare ruimte Er zijn objecten in de openbare ruimte waarop reclame zou kunnen worden aangebracht. Dit betreft bijvoorbeeld verkeerslichtinstallaties, nutsvoorzieningen, lichtmasten, afvalbakken en abri's. Deze vorm van reclame wordt geregeld in concessies die vallen onder de regelgeving van Reclamebeleid deel 1. Om te voorkomen dat er buitenom de concessieregeling van Reclamebeleid deel 1 reclame op deze objecten wordt geplaatst is er een algemeen verbod in Reclamebeleid deel 2 opgenomen (regel 5 van Hoofdstuk 5).

2.2 Gewenste situatie In zoektocht naar het gewenste beeld van de openbare ruimte is er op basis van de te benoemen uitgangspunten een aanpak gehanteerd waarbij overdaad, verrommeling en schreeuwerigheid van reclame-uitingen verminderd moeten worden. In ruimtelijke zin komt deze drukte voort uit de grote hoeveelheid uitingen, de grote diversiteit in uitingen en de grote (visuele) beeldbepaling van aandachttrekkende uitingen. In de drie betreffende categorieën zijn visualisaties gemaakt van mogelijke toekomstige situaties, die het effect van een vermindering van reclame-uitingen in de openbare ruimte zichtbaar maken. Deze visualisaties zijn meegenomen en besproken in het participatietraject met het Ondernemers Belangen Zandvoort. Hierin zijn geen afspraken gemaakt op basis van deze specifieke visualisaties. Ruimtelijke uitgangspunten De bijdrage die het reclamebeleid moet leveren aan de uitstraling van Zandvoort (eerste doel) kwam al eerder aan de orde en is het startpunt van het beleidsproces. Daarnaast zijn er nog drie doelen beoogd: 1. Een verbetering van de uitstraling van de openbare ruimte Door bijvoorbeeld het beperken van overdaad en het creëren van uniformiteit

10

2. Het beperken van overlast (bij drukte) Ten behoeve van de toegankelijkheid en veiligheid 3. Ruimte geven aan zichtbaarheid en herkenbaarheid van ondernemers Binnen de mogelijkheden van (1) en (2) Overdaad en gepastheid (hoeveelheid reclame-uitingen) Huidige situatie:

Mogelijk toekomstbeeld:

De Kerkstraat is een bekende en veel bezochte straat in Zandvoort. De straat ziet door haar vele ondernemers en bezoekers een veelzijdigheid aan reclame-uitingen, in de vorm van o.a. vlaggen, menuborden en uitstallingen. Op drukke momenten (evenementen, hoogseizoen) wordt de gangbare ruimte door deze uitingen zodanig beperkt dat de doorgang wordt belemmerd. Door een beperking te stellen aan de hoeveelheid uitingen kan niet alleen de doorgang vrij gewaard blijven, alsook de uitstraling van de straat netter en uniformer gemaakt worden. Verrommeling en regelmaat (diversiteit in reclame-uitingen) Huidige situatie:

Mogelijk toekomstbeeld:

Aansluitend aan de Kerkstraat is het Kerkplein ook een goed voorbeeld van een opstapeling van reclame. Door de verscheidenheid aan uitingen binnen een beperkte ruimte is de openbare ruimte overwoekerd geraakt door verschillende kleuren en logo's op parasols, menuborden en uitstallingen. In de visualisatie is er daarom gekozen om te laten zien wat de impact kan zijn van een uniforme kleurstelling, in dit geval zwart. De sfeer die ontstaat door de uniformiteit brengt

11

regelmaat terug in de openbare ruimte, al is de kleur zwart specifiek iets te veel van het goede. Een donkerrood, -blauw of -groen ligt waarschijnlijk dichter bij het gewenste resultaat. Schreeuwerigheid en rust (beeldbepaling van reclame-uitingen) Huidige situatie:

Mogelijk toekomstbeeld:

In een enkel geval in Zandvoort is er sprake van een gevel die beeldbepalend is voor een hele straat; de gevel van de Kruidvat aan de Oranjestraat. Het karakteristieke rode raamfolie steekt af bij de meer gedempte tonen van de openbare ruimte en wordt door sommigen ervaren als te sterk beeldbepalend voor een straat in het centrum van het dorp. In de visualisatie is gekeken naar het effect van het 'open maken' van de gevels, waarbij het karakteristieke rood behouden en herkenbaar blijft.

12

3.

Juridisch kader Op grond van artikel 147 en 149 van de Gemeentewet kan de raad verordeningen vaststellen. Voor reclame is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, omdat de regels zoals die nu zijn opgenomen in de algemeen plaatselijke verordening (APV) en de precarioverordening niet toereikend zijn om het reclamebeleid ten uitvoer te brengen. Daarbij dient de link met bijvoorbeeld de APV wel geborgd te blijven. Nadat het reclamebeleid zoals verwoord in onderliggend document is vastgesteld kan bepaald worden op welke wijze de bestaande regels (bijvoorbeeld in de apv) gewijzigd dienen te worden en hoe de reclameverordening eruit zal moeten zien om het beleid uitvoerbaar en handhaafbaar te maken. Door de nieuwe regels die voortkomen uit het reclamebeleid deel 2 op te nemen in een reclameverordening wordt de juridische grondslag praktisch gegroepeerd en eenvoudiger doorzoekbaar. Voor deel 1 van het reclamebeleid is een verordening niet nodig, omdat dit binnen de concessies al is en wordt geregeld.

3.1 Uitgangspunten De gemeente wil een vergunningenstelsel voorkomen. Er wordt gekozen voor het gebruik van algemene regels die goed toepasbaar zijn. Een voorafgaande beoordeling vanuit de gemeente wordt daarmee overbodig. Een vergunningsplicht is alleen aan de orde zijn als vooraf moet worden getoetst of aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Mits gewenste reclame-uitingen binnen de kaders (aangegeven door de regels uit de verordening) vallen zijn de ondernemers in principe geoorloofd om deze te plaatsen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, wanneer het de wens is om buiten de kaders te werken, zal een ontheffing aangevraagd dienen te worden. Op basis van de voorgestelde regels wordt verwacht dat deze wens niet of nauwelijks zal voorkomen.

3.2 APV APV Artikel 2.10 Dit artikel bevat een verbod om de weg, een weggedeelte of een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie ervan. Hieronder vallen ook reclameobjecten zoals uitstallingen en terrasreclame. Het oogmerk van de bepaling is primair het voorkomen of beperken van hinder of gevaar en het voorkomen van ontsiering. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer minder dan 1,20 meter wordt vrijgelaten op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg. Uitgaande van dit artikel is de ruimte die overblijft in principe geschikt voor het plaatsen van een uitstalling of reclame. In de reclameverordening zal in lijn met dit artikel nadere regels worden opgenomen. APV Artikel 2.11 Dit artikel gaat over het aanleggen, beschadigen en veranderen van de weg. Het is onder andere verboden de verharding van een weg op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. Dit artikel is dus van belang als reclameobjecten verankerd worden in de verharding (vlaggenmasten, parasols etc.). Zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan is dit

13

verboden. Voor reclameobjecten is dit artikel voldoende uitgebreid geformuleerd. Er is dus geen noodzaak om nadere regels op te nemen in de reclameverordening. APV Artikel 4.15 Dit artikel bevat een verbod om op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. In de reclameverordening zal in lijn met dit artikel nadere regels worden opgenomen. APV Artikel 4.16 Dit artikel betreft een verbod op reclame aan de weg. Dit betreft dus niet alleen reclame zoals bedoeld in reclamebeleid deel 2 maar ook deel 1. In de reclameverordening zal in lijn met dit artikel nadere regels worden opgenomen.

3.3 Welstandsnota De Welstandsnota is geen zelfstandige grondslag is om op te handhaven. De Welstandsnota bevat beleidsregels van de raad waaraan wordt getoetst bij omgevingsvergunningen voor bouw of via artikel 2:10 APV. Alleen als sprake is van een welstandsexces, dus een buitensporig geval van strijdigheid met redelijke eisen van welstand, kan de gemeente via welstandstoezicht optreden. In de in 2017 vastgestelde Welstandsnota van de gemeente Zandvoort zijn in hoofdstuk 6 de objectgerichte criteria opgenomen op basis waarvan de welstand wordt beoordeeld. In paragraaf 6.4 zijn de specifieke regels opgenomen waaraan reclame dient te voldoen. Omdat later aangebrachte of vervangen reclame meestal niet valt onder de definitie van een vergunningplichtig bouwwerk worden de regels die in de nota zijn opgenomen niet ingezet ter toetsing van reclameuitingen. Voor handhaving op straat zijn deze beleidsregels immers niet toepasbaar. Het plaatsen van een reclame-uiting is vaak wel een ingrijpende verandering die het straatbeeld makkelijk kan aantasten. Bij het vaststellen van kaders voor reclame is het zinvol onderscheid te maken tussen de verschillende gebieden in de gemeente. In het centrum is reclame bij winkels en horeca een te verwachten verschijnsel, terwijl dit in een woonwijk niet het geval is. In de welstandscriteria is daarom onderscheid gemaakt naar verschillende gebieden.

Deze indeling zal bij de uitwerking van het reclamebeleid worden overgenomen. De gemeente ambieerde in 2017 om een nieuwe visie en een specifiek gevelreclamebeleid te ontwikkelen. Als dit nieuwe reclamebeleid, op te stellen in samenwerking met de ondernemers, wordt vastgesteld, dan zullen de criteria uit de welstandsnota hierdoor worden vervangen. Omdat dit al in de nota genoemd is er geen noodzaak een wijziging van de Welstandsnota door te voeren.

3.4 Precarioverordening Precariobelasting wordt geheven van degene die een voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. Reclame-uitingen, uitstallingen en terrassen vallen daar ook onder. De precarioverordening bepaalt alleen of er wel/niet en hoeveel precariobelasting dient te worden betaald, maar schrijft niet voor of deze voorwerpen in de openbare ruimte worden toegestaan. Uiteraard dient wel voorkomen te worden dat binnen de precario objecten worden opgenomen die volgens de reclameregels niet zijn toegestaan.

14

3.5 Overeenkomsten met pachters en venters In een aantal overeenkomsten met strandpaviljoens en ondernemers in de ambulante handel (mobiele verkooppunten met vaste en rijdende standplaatsen) zijn voorwaarden opgenomen die betrekking hebben op reclame-uitingen. Bij het afsluiten van nieuwe overeenkomsten zal erop worden toegezien dat er geen voorwaarden met betrekking tot reclame onderdeel worden van de overeenkomst.

3.6 Omgevingsplan Sinds de invoering van de Omgevingswet kunnen de regels met betrekking tot reclame-uitingen worden vastgelegd in het omgevingsplan. Het omgevingsplan is een integraal document waarin alle regels en plannen met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Het omgevingsplan kan ook regels bevatten met betrekking tot reclame, zoals locatievoorschriften, afmetingen, en esthetische eisen voor reclame-uitingen binnen het grondgebied van de gemeente. Het plaatsen en aanbrengen van reclame zoals opgenomen in onderliggend beleid is veelal niet met de grond verbonden of zelf een bouwwerk. Daarmee is het plaatsen van reclame veelal niet een activiteit die de fysieke leefomgeving in juridische zin wijzigt. Het plaatsen van reclame die wel met de grond of een bouwwerk is verbonden is een activiteit die de fysieke leefomgeving wijzigt en dus vanwege artikel 2.1 van het Omgevingsbesluit gereguleerd moet worden in het omgevingsplan. Reclame zonder grondbinding heeft geen verplichting om in het omgevingsplan te worden opgenomen. Daarom is ervoor gekozen de reclameregels op te nemen in een reclameverordening. Er wordt wel een verbinding gemaakt met het omgevingsplan door een verwijzing naar de verordening op te nemen. Daarnaast is er een keuze gemaakt geen vergunningensysteem op te zetten.

Er zijn dus geen beoordelingsregels voor vergunningen die moeten worden vastgelegd.

3.7 Reclameverordening De wens om te komen tot handhaafbare kader stellende regels (zonder vergunningsplicht) maakt het noodzakelijk om deze regels niet alleen vast te laten stellen als onderdeel van onderliggende beleidsdocument, maar ook als regelgeving. Gekozen wordt voor een reclameverordening. Hiermee komen alle van toepassing zijnde regels bij elkaar in één overzichtelijk document en kan het toepassen en toetsen eenvoudig plaatsvinden. Hierbij dient wel aansluiting gevonden te worden met de APV en het omgevingsplan. In het omgevingsplan dient op de juiste wijze verwezen te worden naar de reclameverordening. Uitzonderingen ontstaan als er toestemming is van het college om af te wijken van de regels zoals opgenomen in de reclameverordening. Hiervoor is een proces voor ontheffingen opgesteld en opgenomen in paragraaf 4.4.

3.8 Verordening Reclamebelasting Deze verordening bepaalt of en hoeveel belasting verschuldigd is voor de reclame. De maatstaf die daarvoor wordt gebruikt betreft de WOZ-waarde van de vestiging en kent dus geen relatie met de hoeveelheid of grootte van de reclame-uitingen. Er is dan ook geen wijziging noodzakelijk in de verordening reclamebelasting als gevolg van de nieuwe reclameverordening.

15

4.

Uitvoering Om te komen tot een toepasbare en toetsbare set van regels is er ordening aangebracht in de regels op basis van een gebiedsindeling. Met het vaststellen van de regel moet rekening gehouden worden met de wijze van handhaving. Met de maatvoering in illustratieve plaatjes wordt het gemakkelijker uitvoering te geven aan het nieuwe beleid.

4.1 Gebiedsindeling De wens om reclame te plaatsen is niet in heel Zandvoort gelijk. Op basis van een gebiedsindeling kunnen regels worden gesteld die afhankelijk zijn van het soort gebied. In Zandvoort wordt de volgende gebiedsindeling aangehouden.

Winkel- en uitgaansgebieden hebben een aantrekkelijke uitstraling voor bezoekers en vormen de binnenstad of wijkcentra. In Zandvoort zijn dat met name de Kerkstraat en de Haltestraat en enkele winkelpromenades. Daarnaast is er nog het winkelcentrum Nieuw Noord. Voor deze gebieden zijn vanwege de diversiteit aan aanwezige functies en de gewenste attractieve uitstraling meer mogelijkheden voor reclamevoering dan in andere gebieden. Uitgangspunten zijn: (1) het behoud van de architectonische en stedenbouwkundige samenhang van het gebied en (2) het voorkomen van overdaad aan reclames en uitstallingen. In het algemeen dient reclame bij winkels alleen op de begane grond geplaatst te worden. Daardoor ontstaat een logische relatie tussen de reclame en de winkel. In Zandvoort is er veelal sprake van een mix van winkels en horeca. Er wordt dan ook geen onderscheid gemaakt in een winkel en een horecagebied. Uitgangspunt is dat meer mogelijk is in

16

reclame en uitstallingen dan in de andere te onderscheiden gebieden. Horeca, bedrijven en winkels die buiten het gebied gelegen zijn vallen onder de regels van het betreffende gebied. Woon- en buitengebieden zijn samengevoegd tot één gebiedssoort. Woongebieden betreffen alle bebouwde gebieden binnen Zandvoort met overwegend een woonfunctie. Voor deze gebieden zijn reclames en uitstallingen in beginsel niet op hun plaats. Alleen op kleine schaal bij horeca, praktijk aan huis, particuliere verhuur, pensions of verenigingsgebouwen en dergelijke. Een uitzondering hierop zijn de kleinere praktijkruimten voor het uitoefenen van een vrij beroep, zoals een arts, architect of verzekeringsadviseur. Voor deze gevallen is een bescheiden aanduiding aan de gevel of in de tuin aanvaardbaar. Het buitengebied is het gebied buiten de bebouwde kernen met open agrarisch landschap, het duingebied, de sportterreinen en de recreatieparken. Uitgangspunt is de landschappelijke kwaliteit te behouden. In het duingebied zelf wordt helemaal geen reclame toegestaan. Bedrijvengebied en kantoorgebieden en de perifere detailhandel. Met name bedrijventerrein Nieuw Noord. De schaal van de bebouwing en de omgeving laat in bedrijvengebieden veelal een grotere mogelijkheid aan vormgeving en maatvoering aan reclame toe.

Toch dient er ook in bedrijvengebieden voor te worden gewaakt dat er geen wildgroei ontstaat, die afbreuk doet aan de aantrekkelijkheid van het gebied. Uitgangspunt is dat de reclames en uitstallingen op een logische plaats tegen het gebouw of op eigen terrein geplaatst dient te worden. Indien bij nieuwbouw de reclame geïntegreerd wordt in het ontwerp is er meer mogelijk en vormt de reclame een onderdeel van de algehele beoordeling van de nieuwbouw. Bij de boulevards en het strand gaat het om het toeristisch kerngebied bestaande uit de boulevards langs het strand (vanaf gemeentegrens met Bloemendaal), het strand, en het Kern Kustgebied (tussen de Jacob van Heemskerckstraat, de Burgermeester Engelbertstraat, de Thorberckestraat en de afritten naar het strand (strandopgang)). Met het strand wordt de zone bedoeld tussen de duinvoet en de gemiddelde laagwaterlijn met inbegrip van de aanwezige voor het publiek toegankelijke gebouwen en terrassen inclusief de op- en afritten van en naar het strand. In dit deelgebied is de zorg voor aantrekkelijkheid voor recreanten en bezoekers van groot belang om voldoende attractie te waarborgen. Dit betekent iets meer ruimte voor reclame en uitstallingen voor de ondernemer, mits een aantrekkelijk openbare ruimte behouden blijft.

In dit deelgebied is over het algemeen meer mogelijk met betrekking tot de maatvoering dan in het winkelgebied vanwege de attractiewaarde, schaal van en afstand tot de bebouwing. De regels voor het strand zijn daarom ruimer geformuleerd dan die voor het winkel- en uitgaansgebied De argumenten hiervoor binnen deelgebied strand zijn met name: • Er is meer ruimte op het strand en daardoor minder snel sprake van overlast, • Er dient op grotere afstand de aandacht te worden getrokken van het publiek (bijvoorbeeld vanaf de vloedlijn), • De strandtenten zijn vrijstaande bouwwerken met vier gevels en een dak die allen kunnen worden ingezet voor een reclame-uiting (alzijdigheid), • De gepachte grond is met is de toepassing van terrassen meestal breder dan de gevel van het (hoofd)gebouw, • Naast de in het winkelgebied voorkomende reclamemiddelen zijn er ook strand-specifieke in te zetten reclame-uitingen (bijvoorbeeld de windschermen rondom strandstoelen "banaantjes"). Aanvullend, recent is het Zuidelijk deel van de boulevard opnieuw ingericht en binnenkort wordt gestart met het middendeel. Uiteindelijk zal de hele boulevard van Zandvoort een frisse uitstraling

17

hebben als gevolg van de herinrichting. Onderdeel van de herinrichting zijn de reclamevoorzieningen die zijn en worden aangebracht door de gemeente bij de strandopgangen. Hier kan gebruik van worden gemaakt door de paviljoenhouders. Het wordt niet toegestaan een eigen voorziening te plaatsen (zie ook regel 68).

4.2 Handhaving Het is van belang dat de regels handhaafbaar zijn. Daarvoor is naast een goede juridische grondslag (zie hoofdstuk 3) een set regels nodig die uitlegbaar is en die zo eenduidig mogelijk zijn. Met uitlegbaar wordt bedoeld dat het duidelijk is dat naleven van de regel bijdraagt aan de visie van het reclamebeleid en de wens te komen tot een betere uitstraling van Zandvoort. Met eenduidigheid wordt bedoeld dat het duidelijk hoe er wel en niet wordt voldaan aan de regel. Het redetwisten over smaak dient voorkomen te worden. Dat betekent dat regels zoveel mogelijk concreet zijn in maatvoering, hoeveelheden en waar wel en niet geplaats mag worden. Of een reclame-uiting wel of niet mooi of ontsierend is valt lastig objectief te beoordelen en is dus zoveel als mogelijk buiten de regels gehouden. Met de voorgestelde set regels wordt zoveel mogelijk voldaan aan beide uitgangspunten. Hierdoor wordt het voor de handhavers gemakkelijker om overtredingen van regels te herkennen en de overtredende ondernemers eropaan te spreken. Overgangstermijn Waarschijnlijk zal bij de inwerkingtreding van de nieuwe reclameregels niet direct alle ondernemers in Zandvoort hieraan kunnen voldoen. Er zal daarom sprake zijn van een termijn waarin ondernemers de kans krijgen de reclame-uitingen aan te passen zonder direct hiervoor beboet te worden.

De regels zijn echter niet vastgesteld om het (onnodig lang) tolereren van overtredingen zonder boete. Uiteindelijk zal het ook de overtredende ondernemer duidelijk moeten worden gemaakt dat het negeren van regels uiteindelijk leidt van een waarschuwing tot een boete. Bij het hanteren van de overgangstermijn wordt het volgende onderscheid gemaakt: • Voor wat betreft de regels die voortkomen uit de APV zal er geen overgangstermijn gelden. Immers deze regels zijn alle lange tijd van kracht middels de APV. Het betreft regels met betrekking tot de toegankelijkheid, graven in openbare grond en overlast voor verkeer, • Voor wat betreft de regels die geen grote (des)investering (indicatief wordt < €300 aangehouden) vragen van de betreffende ondernemer zal een beperkte overgangstermijn van 1 jaar gelden vanaf de inwerkingtreding van de reclameverordening. Binnen deze termijn dienen de betreffende reclame-uitingen gedemonteerd te worden (voor zover noodzakelijk) en verwijderd te worden, • Voor wat betreft de regels die een grote (des)investering (indicatief wordt > €300 aangehouden) vragen van de betreffende ondernemer zal een langere overgangstermijn gelden die evenredig is met de economische afschrijvingstermijn van de betreffende reclame-uiting.

4.3 Maatvoering en vrijwaring In het dirigeren van reclame en uitstallingen is het vrijwaren van bepaalde plekken bij panden en in het straatbeeld een handig middel om resultaten te boeken. Het dient niet alleen de ruimtelijke uitgangspunten genoemd in hoofdstuk 1.3, maar net zo belangrijk is het behoud van de toegang door hulpdiensten (en daarmee de veiligheid van lokale bewoner, gebruiker of bezoeker). Het vermijden van de plaatsing van obstakels is daarmee gebaseerd op APV-artikel 4.15, al beperkt dit artikel zich tot enkel de straat. Dit artikel is in geest vertaald naar een 'vrijwaringszone', een zone waarin reclame verboden is. Deze zonering geldt voor alle in hoofdstuk 4.1 genoemde

18

deelgebieden, inclusief winkel- en woongebieden, het voetgangersgebied in het centrum incl. zijstraten, conform APV-artikel 4.15. Het voetgangersgebied en zijstraten wordt begrensd door de volgende straten: Burgemeester Engelbertstraat aan de westkant, Hogeweg in het zuiden, in het noorden Zeeweg en Kostverlorenstraat, tot waar de Koninginneweg de Kostverlorenstraat kruist in het oosten. Uitputtend bestaat het voetgangersgebied en zijstraten uit deze straten: Burgemeester Engelbertstraat, Zeestraat, Kostverlorenstraat, Stationsstraat, Brugstraat, Spoorbuurtstraat, Swaluëstraat, Achterweg, Haltestraat, Nieuwstraat, Huismanstraat, L’amistraat, Hobbemastraat, Jan Steenstraat, Diaconiehuisstraat, Van Ostadestraat, Koninginneweg, Prinsenhofstraat, Pakveldstraat, Noorderstraat, Kruisstraat, Koningstraat, Kanaalweg, Willemstraat, Rozenobelstraat, Schoolstraat, Schoolplein, Oosterstraat, Prinsesseweg, Sandinastraat, Smedestraat, Gasthuisstraat, Gasthuisplein, Kleine Krocht, Louis Davidsstraat, Louis Davids Carré, Cornelis Slegersstraat, Hogeweg, Grote Krocht, Kerkstraat, Kerkplein, Kerkpad, Kerkdwarspad, Poststraat, Oranjestraat, Schelpenplein, Buureweg, Westerstraat, Duinweg en Duinstraat.” De zonering op straat uit zich in de volgende vuistregel in prioritering: 1. Ruimte van 3,5 meter vrijhouden voor hulpdiensten. 2. Ruimte van 1,2 meter aan weerszijde vrijhouden voor voetgangers.

3. Resterende ruimte beschikbaar voor reclame. a. Gevelreclame tot een max. van 0,8 meter van de gevel. b. Uitstallingen tot een max. van 1,2 meter van de gevel. Op straatniveau Hulpdiensten moeten ten alle tijden overal in de straat kunnen komen, waarbij een minimale breedte van 3,5 meter in het straatprofiel beschikbaar moet zijn. In aanvulling hierop is er ruimte nodig voor voetgangers. Hiervoor wordt 1,2 meter gerekend, aan weerszijden van de straat. Op het moment dat het straatprofiel te krap is om deze ruimte vrij te waren, dan wordt de ruimte voor reclame/uitstallingen als eerste opgeheven. Dit is in lijn met de eerdergenoemde belangen. In het wandel- en winkelgebied kan de situatie gelden dat het voetgangersgebied is, waarbij er afgezien van hulpdiensten geen auto aan te pas komt. Een goed voorbeeld hiervan is de Kerkstraat. In deze gevallen dient er ook een vrijwaringszone voor hulpdiensten te worden gehanteerd. Echter, deze zone wordt samengevoegd met de zone voor voetgangers en is in totaal dus 3,5 meter breed. Deze gedeelde zone staat gecentreerd op de as van de straat. De restruimte die overblijft is geschikt voor reclame en/of uitstallingen, tot een maximum van 0,8 meter vanaf de gevel. Ter verheldering van deze vuistregel zijn onderstaande afbeeldingen gemaakt. De groene zone geeft hierbij aan wat de zone is voor reclame of uitstallingen op straat.

Vrijwaringszone in een ideaal straatprofiel:

Vrijwaringszone in een smal straatprofiel:

19

Vrijwaringszone in wandel- & winkelgebied:

In openbare ruimten zoals pleinen en de boulevards geldt eenzelfde vuistregel voor het plaatsen van reclame en uitstallingen. In het geval van een ideale hoeveelheid ruimte is mogelijk om bijvoorbeeld menuborden voor het terras te plaatsen, indien een minimale zone van 3.5 meter breed vrij gewaard blijft om de toegankelijkheid voor hulpdiensten te beschermen. Indien de beschikbare ruimte toegeknepen wordt dan is de ruimte voor reclame de eerste ruimte die opgeheven wordt. Menuborden en andere uitingen of uitstallingen dienen dan op het eigen terrein gezet te worden. Vrijwaringszone voor terrassen (ruim profiel):

Vrijwaringszone voor terrassen (smal profiel):

Vrijwaringszone voor terrassen (ruim profiel):

Op, aan of voor een pand Reclame-uitingen in de context van een pand worden in de nieuwe situatie beperkt tot de begane grond. Uitingen worden op deze manier beperkt tot de ruimte waar ze het meest noodzakelijk zijn het maaiveld op ooghoogte. Hierdoor blijft de reclame beperkt tot waar het meest wordt gekeken

20

zodat de beleving van het dorp niet meer op nadelige wijze wordt verstoord door concurrerende beelden of kleuren. In het kader van (het beperken van) visuele informatie zijn er ook een aantal regels opgesteld voor maximale maatvoeringen, aan de hand van het type reclame-uiting. Voor reclameborden loodrecht op de gevel zullen iets andere afmetingen en maten gelden dan voor bijvoorbeeld raamfolie of logo's van bedrijfsvoering. Ter verheldering van bovengenoemde regelgeving over locatie en afmetingen van reclame op of aan een pand zijn er ook een aantal afbeeldingen gemaakt (onder). Een volledige beschrijving van maatvoeringen is te vinden in hoofdstukken 4 en 5. Principe voorbeeld uitingen op een gebouw:

Maatvoering en afmetingen:

4.4 Richtlijn kleurstelling grote objecten Jezelf kunnen onderscheiden van een ander treft een groot goed, zeker binnen het ondernemerschap. Kleurstelling in luifels, parasols en andere grote reclame-uitingen dragen hier een groot deel aan bij. Felle kleuren steken daarbij snel af tegen rustigere kleuren. Hoewel dat voor een individuele ondernemer voordelig kan zijn, zorgt een teveel aan afstekende kleuren voor onrust, schreeuwerigheid en overdaad. De ambitie om Zandvoort naar een hoger niveau te tillen vereist daarom onderlinge afstemming in kleuren om dit negatieve effect op de openbare ruimte te verminderen. Het blijft echter een groot 'grijs' gebied tussen wat wenselijk is en wat te veel van het goede is. Gekozen is voor een richtlijn voor de kleurstelling van dit soort (grote) objecten, in de vorm van een kleurenwaaier. De waaier bestaat uit de set RAL Classic-kleuren, waarbij een aantal te felle opties zijn weggelaten. Alle onderstaande kleuren zijn dus geschikte kleuren voor ondernemers om uit te kiezen. Ze zijn voor het gebruiksgemak voorzien van hun RAL-codering (zie ook Algemene regel 21, blz. 24).

21

4.5 Ontheffing of vergunning voor uitzonderingen In principe vallen de meeste huidige gangbare vormen van reclame-uitingen in Zandvoort binnen het kader van dit beleidsstuk. In het geval dat er van dit kader afgeweken wilt worden dan heeft men de mogelijkheid hiertoe aan de hand van een proces met vergunningsaanvraag. Dit proces is weergegeven in onderstaande afbeelding en in hoofdlijn vergelijkbaar met een omgevingsvergunning (voorheen bouwplan-aanvraag) in het Omgevingsloket. De vergunning wordt verleend door het college B&W, op basis van een positief advies van interne afdelingen van de gemeente Zandvoort en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK).

22

4.6 Evaluatie Reclamebeleid en de reclameverordening is betrekkelijk nieuw in Zandvoort. De kans bestaat dat op basis van de eerste praktijkervaringen er behoefte is om het beleid en de regels aan te passen. Om dit voor te zijn wordt 3 jaar na inwerkingtreding van de reclameverordening een evaluatie uitgevoerd. Door daar de inbreng van Zandvoortse ondernemers en de Handhaving bij te betrekken wordt een beeld gevormd van de praktijk. Als hier aanleiding voor is zal het beleid en/of de regels worden aangepast.

23

5.

Algemene regels Dit hoofdstuk geeft de set algemene regels weer op basis van karakteristieken van de desbetreffende regels. Deze set regels geldt in algemene zin, ten alle tijden en in alle te onderscheiden gebieden van Zandvoort. Functioneel 1. De reclame of uitstalling moet een rechtstreeks verband hebben met de activiteiten die in het pand of op het perceel plaatsvinden. 2. Losse reclames en uitstallingen alleen tijdens openingstijden. 3. Geen verkoop vanuit een uitstalling. 4. Het reclameobject moet perceel-gebonden zijn en niet op onbebouwde percelen geplaatst worden, met uitzondering van tijdelijke reclameobjecten. Technisch 5. Geen reclame op of aan verkeerslichtinstallaties, nutsvoorzieningen, lichtmasten, afvalbakken en dergelijke. 6. De uitstalling niet verankeren in de grond van de openbare ruimte. 7. Reclames en uitstallingen dienen te bestand te zijn tegen de wind- en weersomstandigheden zoals deze kunnen voorkomen in Zandvoort. Plaatsing 8. Als de architectuur van bestaande bebouwing reeds voorziet in specifieke mogelijkheden, zoals koofboorden of velden tussen raamkozijnen en –bogen, zijn dat de aangewezen plaatsen voor reclame. 9. Reclames en uitstallingen aan, voor en/of op korte afstand van monumenten mogen de monumentale en architectonische waarde van het pand en de directe omgeving niet aantasten. 10.

Reclames en uitstallingen mogen niet het uitzicht op de openbare ruimte of het open landschap ernstig belemmeren. Doorgang 11. Er dient voor voetgangers een vrije doorloop van minimaal 1,20 meter breed te blijven en minimaal 3,50 meter vrije doorgang ten behoeve van het verkeer en hulpverlenende diensten. Hiervoor kunnen ondersteunende markeringen worden aangebracht. 12. Uitstallingen hebben een maximale omvang van 1,20 meter uit de gevel langs de gehele gevelbreedte waarbij de doorgang zoals verwoord in regel 11 prioriteit krijgt.

24

13. Uitstekende objecten aan de gevel mogen niet lager dan 2.20 meter boven het trottoir worden geplaatst, gemeten vanaf de onderzijde van het reclameobject of -drager (in verband met doorloophoogte). Bij gevels waarbij deze dicht bij de rijbaan komen een hoogte van 5.00 meter aanhouden. Verkeer 14. Reclames en uitstallingen op of boven de weg mogen de zichtbaarheid van de kleuren van verkeerslichten of andere verkeersaanduidingen niet aantasten. 15. Reclameobjecten en uitstallingen mogen niet op een rijbaan, fietspad of parkeervak geplaatst worden. 16. Bij plaatsing binnen 10 meter vanaf straathoeken, uitritten, kruisingen, rotondes en oversteekplaatsen vindt altijd een specifieke afweging plaatst ten aanzien van verkeersveiligheid. Vanuit het gezichtsveld van elke mogelijke verkeersdeelnemer mag het overzicht op de verkeersituatie niet worden belemmerd. 17. Reclame-uitingen mogen geen verkeerstekens bevatten. Dus bijvoorbeeld geen blauwe vlakken met witte pijl. Beeldkwaliteit 18. De volgende reclamevormen zijn storend voor de beeldkwaliteit en daarom in beginsel niet toegestaan: • Reclame op rolluiken • Reclame aan kabelballons en zeppelins • Steigerdoeken met reclame • Blow-ups of andere megareclame aan de gevel.

Formaten van 10 m2 of groter • Grootschalige reclame zoals reclamezuilen, reclamemasten en billboards • Graffiti (ook groene, aangebracht met hogedrukspuit met mallen) op rolluiken of verharding Vormgeving 19. Reclames en uitstallingen dienen, in hun maat, vorm, kleur en sfeer rekening te houden met de stedenbouwkundige en architectonische situatie en het karakter, de functie en gebruik van de openbare ruimte. 20. Een uiting mag niet groter zijn dan voor een goede leesbaarheid (bijvoorbeeld letters maximaal 30 cm hoog) noodzakelijk is, gerelateerd aan de functie/gebruik van de openbare ruimte. 21. Dragers van reclame-uitingen (met name zonweringen, parasols en luifels) en uitstallingen dienen een effen, niet felle basiskleur te hebben. Bij voorkeur een kleur zoals opgenomen in de gemeentelijke kleurenwaaier. Deze waaier bestaat uit de volgende RAL-kleuren:

25

RAL code 1000's 2000's 3000's 4000's 5000's 6000's 7000's 8000's 9000's

1000, 1001, 1002, 1003, 1004, 1005, 1006, 1007, 1008, 1009, 1010, 1011, 1012, 1013, 1014, 1015, 1017, 1018, 1019, 1020, 1021, 1022, 1023, 1024, 1027, 1028, 1032, 1033, 1034, 1035, 1036, 1037 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2007, RAL 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013 3000, 3001, 3002, 3003, 3004, 3005, 3007, 3009, 3011, 3012, 3013, 3014, 3016, 3017, 3018, 3020, 3022, 3027, 3028, 3031, 3032, 3033 4011, 4012 5000, 5001, 5002, 5003, 5004, 5005, 5007, 5008, 5009, 5010, 5011, 5013, 5014, 5015, 5017, 5018, 5019, 5020, 5021, 5023, 5024, 5025, 5026 6000, 6001, 6002, 6003, 6004, 6005, 6006, 6007, 6008, 6009, 6010, 6011, 6012, 6013, 6014, 6015, 6016, 6017, 6019, 6020, 6021, 6022, 6024, 6025, 6026, 6027, 6028, 6029, 6032, 6033, 6034, 6035, 6036 7000, 7001, 7002, 7003, 7004, 7005, 7006, 7008, 7009, 7010, 7011, 7012, 7013, 7015, 7016, 7021, 7022, 7023, 7024, 7026, 7030, 7031, 7032, 7033, 7034, 7035, 7036, 7037, 7038, 7039, 7040, 7042, 7043, 7044, 7045, 7046, 7047, 7048 8000, 8002, 8003, 8004, 8007, 8008, 8011, 8012, 8014, 8015, 8016 9001, 9002, 9003, 9004, 9005, 9006, 9007, 9010, 9011, 9016, 9017, 9018, 9022, 9023

22. Geen reflecterende en/of fluorescerende kleuren. Beweging, licht en geluid 23. Lichtreclame mag niet verblindend zijn, hinder veroorzaken of knipperen door veranderlijk of onderbrekend licht. 24. Daglicht reflecterende reclame of uitstalling is niet toegestaan. 25. De reclame of uitstalling mag niet bestaan uit mechanisch bewegende en/of geluid producerende onderdelen. Tijdelijke reclame 26. Bouw- en projectborden • Per situatie en locatie zal beoordeeld worden hoe lang voor aanvang van de bouwwerkzaamheden het plaatsen van een bord mogelijk is. • De termijn wordt beperkt tot twee weken na de laatste opleverdatum. • Maximaal twee borden per bouwproject. • Alleen geplaatst op het bouwterrein zelf. • Rechthoekig en met een maximale oppervlakte van 10 m2. • Maximaal 6.00 meter hoog. 27. Makelaarsborden • Alleen voor een redelijke periode zolang een bord een feitelijke betekenis heeft. • Aan gevel maximaal 1 bord van maximaal 0,50 m2 met aan de langste zijde maximaal 1,40 meter. Kortste V-bord zijde maximaal 1,00m. • In de tuin maximaal 1 bord van maximaal 0,70 m2 op een standaard met een totale hoogte van maximaal 2,00 meter. 28. (Span)doeken • Voor spandoeken geldt een meldingsplicht.

26

• Maximaal 30 aaneengesloten dagen na meldingsdatum. • Niet aan lichtmasten, bomen, bruggen viaducten bevestigen. • Alleen voor aankondiging van plaatselijke evenementen, maatschappelijke, culturele, ideële en AMBI geregistreerde doeleinden en landelijke campagnes zoals collecteweken. • Geen spandoeken bij een windkracht van 6 of hoger. 29. Steigerdoeken • Commerciële uitingen (reclame) op steigerdoeken zijn niet toegestaan. • Afbeeldingen van bijvoorbeeld kunst of een gebouw of een effen kleur zijn toegestaan. Speciale evenementen 30. Bij hoge uitzondering en alleen na toestemming van het college van B&W wordt een evenement geplaatst onder de gemeente brede promotie van Zandvoort. De mogelijkheden voor citymarketing zullen per evenement beoordeeld worden, waarbij enkele basisuitgangspunten van toepassing zijn: • Uitsluitend evenementen die nationale allure bezitten en van grote betekenis zijn voor Zandvoort in Nederland en buitenland. • Uitsluitend met positief advies op schrift van gemeente Zandvoort. • Eenheid in uitstraling. • Beperking in locaties (alleen op locatie van evenement en langs de hoofdinvalswegen). • Beperking in diversiteit aan middelen. • Mogelijke reclamevormen zijn: • Spandoeken. • Vlaggen en banieren. • Projectie-/laserreclame.

27

6.

Gebiedsregels Dit hoofdstuk geeft de set gebieds-specifieke regels weer op basis van karakteristieken van de desbetreffende regels. Deze set regels geldt in aanvulling op hoofdstuk 5, ten alle tijden.

6.1 Winkel- en uitgaansgebieden Gevelreclame 31. Gevelreclame alleen aan de gevels. Bij een hoekpand met twee bedrijfspuien is er sprake van twee voorgevels. Per 6 meter gevelbreedte maximaal 3 gevelreclames. Bij bredere gevels zijn evenredig meer reclames mogelijk tot een maximum van 5 reclames. 32. Borden of losse letters plat op de gevel • Uitgevoerd in de vorm van: • (Verlichte) losse letters in 1 enkele regel (geen neon). • Een (aangelicht) bord. • Een lichtbak (maximaal 1 per bedrijf/winkel). • Een prijs-/aanprijzing-/menubord. • Boven de entree, gecentreerd in de gevel, op de luifel of passend in de structuur van de gevel/pui. • Bij meerdere verdiepingen mag de reclame-uiting niet uitsteken boven de onderzijde van de raamkozijnen op de eerste verdieping. Hierbij geldt wel de uitzondering zoals verwoord in regel 8. • Niet boven op de luifel, op het dak of de dakrand overschrijdend. • Maximaal 0,50 meter hoog en maximaal 60% breed ten opzichte van de totale gevel/luifelbreedte met een maximum van 4,00 meter. • Maximaal 0,20 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie. 33. Borden of objecten haaks op de gevel • Uitgevoerd in de vorm van: • Een uithangbord/plaat; • Een lichtbak (maximaal 1 per bedrijf/winkel). • Ambachtelijke elementen zoals bijvoorbeeld een 'gaper' bij een apotheker of een zogenaamde ‘bloedpaal’ bij een kapper.

• Passend in de structuur van de gevel of hangend onder de luifel. • Bij meerdere verdiepingen onder de bovendorpel van de kozijnen op de eerste verdieping. • Niet boven op de luifel, op het dak of de dakrand overschrijdend. • Maximaal 0,80 m2 (0,90 meter x 0,90 meter) en 0.20 meter dik. • Minimale hoogte 2,20 meter ten behoeve van de toegankelijkheid. 34. Vlaggen, vaandels, wimpels of banieren • Vlaggenstok bevestigd onder de vloer van de eerste verdieping of op/aan de luifel. • Banier plat of loodrecht bevestigd onder de bovendorpel van de kozijn op de eerste verdieping. • Minimaal 0,50 meter van zijmuur, naburige pand of perceelsgrens bevestigd. • Banier maximaal 2,40 meter lang, 0,60 meter breed en bij loodrechte plaatsing maximaal 0,80 meter uit de gevel stekend, inclusief bevestigingsconstructie.

28

• Bij meerdere exemplaren identiek uitgevoerd. • Maximaal 4 exemplaren. 35. Zonwering en markiezen met reclame • Maximaal 1 reclameopdruk per zonwering/markies op volant. 36. Raamplakkaten, plakletters of raamfolie • Geplaatst aan de binnenkant van de ramen op de begane grond. • Tot maximaal 50% van de ramen is bedekt. • Uitgevoerd met losse plakbelettering en/of semi- transparante plakfolie. • Raamplakkaten, -folie en logostickers vallen buiten de gestelde maximaal 3 gevelreclames (regel 31). 37. Gevelbeschilderingen of betegeling • Gevelbeschilderingen of betegeling is alleen mogelijk als er sprake is oorspronkelijk in het metsel- of stucwerk van de gevel verwerkte belettering of als er sprake is van herstel van een historisch geschilderde of betegelde gevelreclame. 38. Spandoeken in frame • Maximaal 1 per gevel. Geplaatst in een daarvoor bestemde vaste frameconstructie op blinde gevels (gevel zonder gevelopeningen). • Maximaal 0,50 meter hoog en maximaal 60% breed ten opzichte van de totale gevel/luifelbreedte met een maximum van 4,00 meter. Vrijstaande reclameobjecten en uitstallingen 39. Wegwijsborden • Niet toegestaan. 40. Vlaggenmasten • Op eigen terrein (niet op eigen terras in openbare ruimte). • Maximaal 2 vlaggenmasten tot 5 meter perceelbreedte aan straatzijde. Bij bredere percelen zijn evenredig meer masten mogelijk. • Bij meerdere exemplaren identiek uitgevoerd.

41. Terrasschermen en parasols • Reclame op terrasscherm maximaal 0,50 meter hoog geplaatst op het niet transparante gedeelte van het terrasschot. • Op parasols maximaal 1 reclameopdruk per volant, van maximaal 0,50 bij 0,50 meter. • Reclameopdrukken bestaan uit losse letters en/of het beeldmerk/ logo van het bedrijf of product dat in betreffende bedrijf wordt verkocht. 42. Losse stoepborden en 3D-objecten • Maximaal 1 stoepbord en 1 3D-object per voorgevel. • Minimaal 0,80 meter vanaf ingang naastgelegen pand. • Geplaatst binnen 0,80 meter vanaf de gevel. • Bij terras: geplaatst op eigen (overdekt) terras tussen terrasschermen of direct naast de entree van bedrijf of (overdekt) terras. Alleen voor terras te plaatsen als voldaan wordt aan vrije doorloopruimte (zie regel 13 algemene regels). • Maximaal 1,50 meter hoog (uitgeklapt) en 1,00 breed. 3D-object tot maximaal 2,00 meter hoog.

29

• Er mogen geen (stroom)kabels verbonden aan de stoepborden en 3D-objecten over het trottoir liggen. 43. Overige uitstallingen horeca • Dit betreft decoratieve elementen zoals plantenbakken, die uitsluitend zijn bedoeld als aankleding passend in stijl en functie van het bedrijf. • Geplaatst op eigen (overdekt) terras tussen terrasschermen of direct naast de entree van bedrijf of (overdekt) terras. Alleen voor terras te plaatsen als voldaan wordt aan vrije doorloopruimte (zie regel 13 algemene regels). • Deze elementen zijn verboden om het zicht in zodanige wijze te belemmeren dat er geen doorkijk van en naar terras mogelijk is.

6.2 Woon- en buitengebieden Algemeen Reclames en uitstallingen zijn in beginsel niet op hun plaats. Alleen op kleine schaal zoals bij horeca, winkels, praktijkruimte aan huis, particuliere verhuur (B&B), pensions of verenigingsgebouwen. Praktijkruimte aan huis, particuliere verhuur (B&B) en pensions 44. Bij praktijkruimten voor het uitoefenen van een vrij beroep, zoals een arts, architect of verzekeringsadviseur is een bescheiden aanduiding aan de gevel of in de tuin aanvaardbaar. 45. Naambord • Vlakke plaat aan de gevel naast de voordeur. • Maximaal 0,5 m2 en maximaal 5 centimeter dik. • Alleen naam en aard van het bedrijf met eventueel openingstijden, en/of een vignet (geen merkreclames!). • Geen lichtreclame of aanlichting. Bedrijfsbebouwing 46. Reclamezuil/-bord op eigen terrein • Maximaal 1 object op minimaal 1 meter afstand van de erfafscheiding. • Maximaal 1,20 meter hoog. • Maximaal 0,50 m2. • Geen lichtreclame of aanlichting. 47. Zonwering en markiezen met reclame • Maximaal 1 reclameopdruk per zonwering/markies, eventueel gecombineerd met bedrijfsnaam alleen op volant (in totaal max 2 uitingen). • Op de volant maximaal 1 reclameopdruk, van maximaal 0,50 bij 0,50 meter. • Reclameopdrukken bestaan uit losse letters en/of het beeldmerk/ logo van het bedrijf of product dat in betreffende bedrijf wordt verkocht. Buitengebied Algemeen

30

Het gebied buiten de bebouwde kernen met open agrarisch landschap, het duingebied, de sportterreinen en de recreatieparken. Uitgangspunt is de landschappelijke kwaliteit te behouden. In het duingebied zelf wordt geen reclame toegestaan. Voor een reclame buiten de bebouwde kom is een provinciale ontheffing nodig. Voor zover de richtlijnen strijdig zijn met het provinciale beleid prevaleert het provinciale beleid, voor zolang dit nog van toepassing is. Sportterreinen Naar buiten gekeerde permanente reclame of uitstallingen op sportterreinen zijn niet toegestaan. Uitzondering wordt gemaakt voor een naambord van het sportcomplex, waarop de naam van een eventuele (hoofd)sponsor wordt vermeld. Voor naar het binnenterrein gerichte reclameborden op sportterreinen gelden geen gebied specifieke richtlijnen. Recreatieparken en -terreinen Voor bedrijfsgebouwen op recreatieparken en -terreinen zelf gelden geen specifieke gebiedsgerichte richtlijnen. Uitzondering daarop zijn de gebouwen aan de randen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg in het buitengebied. Reclame en uitstallingen moeten dan voldoen aan de richtlijnen voor overige bedrijfsbebouwing. Overige bedrijfsbebouwing Voor bebouwing met een positieve bedrijfs-, winkel- of horecabestemming is het uitgangspunt dat reclame beperkt moet zijn tot wat minimaal nodig wordt geacht. Lichtreclame of aanlichting is niet toegestaan.

Gevelreclame alleen aan de voorgevel. Bij een hoekpand met twee bedrijfspuien is er sprake van twee voorgevels. Per gevel maximaal 2 gevelreclames tot 8 meter gevelbreedte. Bij bredere gevels zijn evenredig meer reclames mogelijk (12 meter 3 reclames, tot 16 meter 4 reclames, et cetera).

6.3 Bedrijventerreinen Algemeen Uitgangspunt is dat de reclames en uitstallingen op een plaats tegen het gebouw of op eigen terrein geplaatst dient te worden. Gevelreclame 48. Borden of losse letters plat op de gevel Gelijk aan winkelgebied. Extra of afwijkend: • Geen reclame-uitingen op een plat dak, tenzij bij plaatsing op de dakrand wordt uitgegaan van losse letters. • Gevelreclames op de dakrand niet breder dan 70% van de gevelbreedte en de hoogte in verhouding met hoogte van het gebouw tot maximaal 0,75 meter. 49. Borden of objecten haaks op de gevel Gelijk aan winkelgebied.

31

50. Vlaggen, vaandels, wimpels of banieren Gelijk aan winkelgebied. 51. Raamplakkaten, plakletters of raamfolie • Geplaatst aan de binnenkant van de ramen op de begane grond. • Uitgevoerd met losse plakbelettering en/of plakfolie. • Tot maximaal 100% van de ramen mag worden bedekt. 52. Spandoeken in frame Gelijk aan winkelgebied. 53. Vrijstaande reclameobjecten en -zuilen • Maximaal 1 object geplaatst bij entree van een bedrijf of het erf. • Alleen op eigen terrein voor de voorgevelrooilijn. • Geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of het open landschap ernstig belemmeren. • Maximaal één reclame-uiting per erf. • Reclamezuilen niet hoger dan de bouwhoogte van het op het betreffende erf gesitueerde hoofdgebouw, met een maximum van 4 meter. • Reclamezuil niet breder dan 1 meter. • Reclameborden niet hoger dan 3 meter, met een maximum oppervlakte van 2 m2. • Geen knipperende, mechanisch bewegende en/of licht reflecterende reclame-uitingen. Vrijstaande reclameobjecten en uitstallingen 54. Wegwijsborden • Alleen bij invalswegen en bij bedrijfsverzamelgebouwen/bedrijventerreinen. • Plaatsen met behoud van uitzicht op of vanaf de openbare ruimte. • Uniform vormgegeven, alleen naams- en beroepsaanduidingen. • Maximaal 2,00 meter hoog. 55. Vlaggenmasten • Maximaal 2 vlaggenmasten tot 10 meter perceelbreedte aan straatzijde.

Bij bredere percelen zijn evenredig meer masten mogelijk. • Alle masten even hoog uitgevoerd met een maximum van 9 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15040912/1