CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Omgevingsplan Strand

Gemeenteraad 24 januari 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsplan Strand29.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “opening”: 547

voor 7c vastgesteld voor 1 januari 2024 mits het ontwerp van het plan ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023.

55

Artikel 7w

De bestemmingsplanactiviteit is In afwijking van artikel 6.1 als nieuw juridisch-planologisch Wro, tweede lid, aanhef en onder a, geldt dat als voor een instrument geïntroduceerd in de Crisis- en herstelwet. Dit activiteit een betekent dat de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, bestemmingsplanactiviteit niet altijd even goed aansluit op onder a van de Wabo of een bestaande wet- en regelgeving. omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit Dit is het geval bij planschade. Onder het huidige recht is een als bedoeld in artikel 7c, veertiende lid van het Bu Chw, bepaling van een bestemmingsplan – en dus niet alleen deze omgevingsvergunningen in die de vergunning voor een bestemmingsplanactiviteit – een bepaling gelden. oorzaak voor indirecte Op schade in de vorm van planschade (hierna: planschade). een vermindering van de waarde van een onroerende Dit betekent dat om planschade zaak, indien de schade het kan worden verzocht, nadat het rechtstreekse gevolg is van de bestemmingsplan in werking is wijziging van de bestemming getreden. De omvang van de van de onroerende zaak is artikel planschade wordt bepaald op 2.1, tweede lid van de Wabo niet basis van de maximale invulling van toepassing.

van de flexibiliteit die een bestemmingsplan biedt en niet De aanvrager heeft het risico van op basis van de initiatieven die ontstaan van schade niet daadwerkelijk gerealiseerd aanvaard als: worden. Bovendien komen de a. de aanvrager tot koop is aanvragen voor overgegaan van een tot tegemoetkoming in planschade woning bestemde eerder (in de eerste vijf jaar na vaststelling van het bestemmingsplan) dan dat

56

initiatiefnemers zich met een onroerende zaak na plan kunnen melden bij de vaststelling of wijziging van het bestemmingsplan (artikel gemeente. Hierdoor is het voor 2, eerste lid, van Boek 7 van het de gemeente lastig, zo niet onmogelijk, om de uit te keren Burgerlijk Wetboek planschade volledig te verhalen op de initiatiefnemers. b. de schade uit Voor deze problematiek biedt waardevermindering van de artikel 7w uit het Besluit Crisisonroerende zaak bestaat. en herstelwet uitkomst. De schade die bestaat uit Hiermee wordt de waardevermindering van de onroerende zaak wordt bepaald omgevingsvergunning voor de aan de hand van vergelijking van bestemmingsplanactiviteit het de waarde van de onroerende schadeveroorzakend besluit in zaak nadat het tijdstip waarop plaats van het bestemmingsplan. het bevoegd gezag mededeling heeft gedaan van het besluit tot Dit betekent dat de gemeente verlenen of wijzigen van niet op voorhand met alle de omgevingsvergunning. mogelijke initiatiefnemers een planschadeverhaalovereenkomst hoeft te sluiten, maar dat dit kan op het moment dat een initiatiefnemer zich aandient met een concreet plan. Bovendien wordt de hoogte van de uit te keren planschade gebaseerd op het specifieke initiatief waarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend.

57

Bijlage 2 Kaders voor omgevingsplan

Hoofdstuk 1 Wat staat er in deze bijlage? Vanuit diverse overheidslagen is beleid voor het buitengebied geformuleerd. Deze beleidskaders en de daarin opgenomen randvoorwaarden bepalen mede de beleidsvrijheid die de gemeente heeft bij het opstellen van het omgevingsplan. De gemeente kan, als daar goede redenen voor zijn, er voor kiezen buiten de door de overheid aangegeven kaders beleid te formuleren. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van het landelijke en provinciale beleid dat relevant is voor het omgevingsplan Strand.

Hoofdstuk 2 Beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

Op nationaal niveau zijn de volgende plandocumenten indirect van belang voor dit omgevingsplan. Deze plandocumenten hebben hun doorwerking in provinciaal en gemeentelijk beleid. 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen.

Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, 58

lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap.

We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio's en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde.

Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; b. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen 59

bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Toetsing Dit omgevingsplan past binnen de hoofdlijnen van beleid uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het plangebied valt onder de kustzone van Nederland. Deze kustzone is van nationaal belang voor het thema klimaatadaptatie. Voor de kust is in de NOVI de volgende opgave geformuleerd:  Het onderhouden, versterken en het reserveren van voldoende ruimte voor primaire keringen, duinen, het kustfundament en stormvloedkeringen om overstromingen te voorkomen. Het streven is dat in 2050 alle primaire keringen aan de nieuwe normen voldoen. In de toekomst zal een mogelijke vergroting of verschuiving van de duinreep plaatsvinden. Om voldoende ruimte voor deze duinreep te waarborgen is er in dit plan een regeling opgenomen voor het verplaatsen van bouwvlakken zodat de duinreep de waterveiligheid kan blijven waarborgen. De regeling is opgenomen in Artikel 14 behorend bij de regels van dit plan. Daarnaast wordt binnen het plangebied wordt op een lager schaalniveau bijgedragen aan doelen die op nationaal niveau spelen, waaronder energietransitie en toerisme. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.

Met het Barro maakt het Rijk duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende doelstellingen vanuit het Barro in het bijzonder van belang:  de bescherming van de primaire waterkeringen en het behoud van het kustfundament;  het behouden en versterken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). 2.1.3 Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die op 22 december 2009 in werking is getreden. Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Belangrijke onderdelen van het Nationaal Waterplan zijn het nieuwe beleid op het gebied van waterveiligheid, het beleid voor het IJsselmeergebied, het Noordzeebeleid en de Stroomgebiedbeheerplannen. De volgende wateropgaves zijn voor dit plangebied relevant: 60

1. het op orde brengen van de waterkeringen; 2. het anticiperen op het structureel achteruitgaan van de kustlijn als gevolg van zeespiegelstijging en het zandtekort van het kustfundament. 2.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening is in artikel 3.1.6 vastgelegd dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven en worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. De ladder bevat een motiveringseis voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen waarbij zorgvuldig ruimtegebruik en de onderbouwing van de behoefte zijn gekoppeld aan regionale afstemming. De Omgevingsverordening Noord-Holland sluit hierbij aan Toetsing De ladder moet worden toegepast als er sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 In november 2018 is de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland vastgesteld. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving.  Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend.  Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert.  Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden.  Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie.  Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Kustzone De duinen en dijken van Noord-Holland maken deel uit van een zone waarin water en land elkaar ontmoeten, beïnvloeden en verrijken. In deze zone komen veel verschillende, karakteristieke combinaties van water, waterkering en achterland voor, die elkaar ook op verschillende manieren beïnvloeden. Deze combinaties zijn te beschouwen als afzonderlijke kustlandschappen. Met name aan de Noordzeekust zijn deze breed en omvatten ze ook de duinen en binnenduinrand.

In deze dynamische overgangszone blijven we voortdurend aan de veiligheid werken, waar nodig in combinatie met de integrale ontwikkeling van het betreffende kustlandschap. Er zal ook steeds meer recreatie plaatsvinden. Duinen en dijken zullen steeds minder de harde scheidslijnen tussen land- en waternatuur vormen. Als gevolg van de klimaatverandering is op 61

delen van de kusten wellicht meer ruimte nodig, waardoor het kustlandschap daar breder wordt. Langs de verschillende kusten kunnen we deze duin- en dijklandschappen beschermen, behouden en tegelijk aangrijpen voor verschillende vormen van (water)recreatie, passend bij de aanwezige drukte en luwte. Het gaat om een balans tussen rust en reuring die op een verstandige manier worden afgewisseld, met het oog op kwaliteit, diversiteit en differentiatie. Op veel plaatsen langs de kusten gaat de ruimtelijke druk verder dan recreatieve ontwikkeling en natuur. Daardoor vereist de ontwikkeling van deze landschappen, zoals de binnenduinrand, een brede, integrale benadering en oog voor de gewenste regionale identiteit. Voor alle kusten biedt een zonering voor rust en reuring met betrekking tot recreatieve bebouwing en activiteiten uitkomst, op basis van de kwaliteiten en karakteristieken van deze landschappen. De kust van Zandvoort is in de Omgevingsvisie grotendeels getypeerd als metropool. Alleen het gebied ten zuiden van de Boulevard Paulus Loot heeft een andere typering, namelijk een oase. Voor de kust van Zandvoort gelden de volgende kritische succesfactoren:  (Mate van) bescherming en behoud van natuurwaarden.

 Accommoderen van toegankelijkheid van het kustgebied (mobiliteit, wonen, werken, waterrecreatie, toerisme), waaronder het kunnen accommoderen van groeiende bezoekersaantallen van het kustlandschap van de metropoolregio Amsterdam.  Het hanteren van zonering voor activiteiten op lokaal niveau.  Regionale samenwerking, zowel binnen als tussen provincies.

Figuur 2.1 typering kusten in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050.

Energietransitie 62

De ambitie van de provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Daarom biedt de provincie de ruimte aan de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Rekening houdend met de ambities voor verstedelijking en landschap. Daarnaast wordt de ontwikkeling van de energievraag, het aandeel duurzame energie en de hoogte van de CO2 –uitstoot gemonitord. Conclusie De invulling van dit omgevingsplan sluit aan op het provinciale beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. 2.2.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 Provinciale Staten hebben op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 is van kracht sinds 17 november 2020. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Hiermee zoeken zij naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. De Omgevingsverordening NH2020 is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving.

Met deze omgevingsverordening loopt de provincie bewust vooruit op de Omgevingswet, omdat ze door 21 verordeningen samen te voegen alvast werken in de geest van de Omgevingswet. Er is bewust niet gewacht op invoering van de Omgevingswet, omdat de provincie NH op deze manier kunnen nagaan of de regels lokaal en regionaal maatwerk mogelijk maken en of er genoeg bestuurlijke afwegingsruimte is. In de omgevingsregeling staat uitgelegd welke overheid gaat over welke regels (welke partij welke bevoegdheid heeft). Strandzonering Met de vaststelling van de Strandzonering 2025 (PS 26 maart 2018) is het beleid voor het strand geactualiseerd. De actualisatie ziet op borging van een goede balans tussen natuur en recreatieve bebouwing. Enerzijds wil de provincie in het kustgebied natuur en landschap beschermen en rust, stilte en leegte behouden. Anderzijds wil de provincie ruimte geven aan intensieve recreatie en voorzieningen op het strand. Hiertoe zijn in de Strandzonering 2025 drie typen stranden opgenomen, te weten recreatiestrand, seizoenstrand en natuurstrand. Voor elk strand geldt ander beleid.

63

Figuur 2.2 strandzonering Zandvoort - Omgevingsverordening provincie Noord-Holland

Artikel 6.52 en 6.53 van de omgevingsverordening is de juridische verankering van dit nieuwe beleid. De sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie NH2050 en de Omgevingswet indachtig regelt deze artikelen alleen het strikt noodzakelijke, namelijk een borging van een goede balans tussen natuur en recreatieve stranden. Voor de natuurstranden betekent dit 12 maanden per jaar gegarandeerde openheid. Daarom is in artikel 6.53 een algeheel bouwverbod voor de natuurstranden opgenomen. Op de seizoenstranden is seizoensbebouwing mogelijk, maar met het oog op de borging van de rust en de beleving van openheid van het Noord-Hollandse strand blijven deze seizoenstranden minimaal drie maanden (van 1 november tot 1 februari) onbebouwd. Voor recreatiestranden zijn geen regels gesteld. De recreatiestranden in de nieuwe strandzonering zijn locaties di in het voorheen geldende artikel 31 PRV waren aangewezen voor jaarrondexploitatie. Voor Zandvoort geldt specifiek dat het strand tegenover het stedelijk gebied (bebouwde kom) is gekwalificeerd als een recreatiestrand, waar jaarrondbebouwing is toegestaan. Ter hoogte van het naaktstrand is alleen seizoensbebouwing toegestaan. Meer richting het zuiden (Noordvoort) is sprake van een natuurstrand waar geen enkele bebouwing is toegestaan.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1 Omgevingsvisie Zandvoort Zandvoort 365 dagen aantrekkelijk. Het motto van de Omgevingsvisie. Zandvoort en Bentveld hebben heel veel moois te bieden aan haar inwoners en de vele bezoekers die de gemeente ieder jaar mag ontvangen. Met alle Zandvoorters, inwoners, ondernemers, instellingen en bezoekers moeten we zorgen dat dit ook in de toekomst zo blijft. Er komt in de nabije en verdere toekomst veel op ons af. Bijvoorbeeld op het gebied van wonen en werken, de energietransitie en de klimaatverandering. Ook in de toekomst moet 64

Zandvoort bereikbaar zijn en voldoende voorzieningen hebben. De Omgevingsvisie zet al deze opgaven op de agenda en geeft richting aan de mogelijke oplossingen. De ambities van Zandvoort zijn uitgewerkt in vijf schijven: duurzaamheid, mobiliteit, economie, samenleving en ruimte.

Figuur 2.3 Omgevingsvisiekaart Zandvoort

65

Figuur 2.4 Legenda omgevingsvisiekaart Zandvoort

Strand Denk je aan Zandvoort, dan denk je aan zee en strand, in totaal bijna 8 kilometer zand. Het strand biedt ruimte aan vele activiteiten en maakt Zandvoort aantrekkelijk. Dat zorgt voor veel plezier bij Zandvoorters en de vele bezoekers. Het strand kent vele gebruikers en een grote verscheidenheid aan activiteiten. De diversiteit van strand- en watersporten is de laatste jaren enorm toegenomen. De kustlijn wordt gebruikt voor onder andere zwemmen, wandelen, fietsen, beach volleybal, surfen, suppen (stand up paddle), kiten, wakeboarden, raften, vissen en paardrijden. Ook vinden er regelmatig evenementen plaats. De integrale opgave: Zandvoort wil voor een groot publiek een aantrekkelijk, bereikbaar en toegankelijk strand bieden met ruimte voor tijdelijk verblijf en sport. Voor het strand zijn diverse ambities en ontwikkelingen naar voren gebracht in de omgevingsvisie. Voor het zuidelijke deel van het strand (ter hoogte van de Boulevard Paulus Loot) zijn er kansen voor een spa en sauna aan zee in combinatie met een hoogwaardig strandpaviljoen. Om dit te faciliteren wordt deze functie opgenomen en toegestaan binnen de aangewezen zone. Ook 66

moet het strand in de toekomst openbaar toegankelijk blijven voor iedereen. Ook hier zijn waarborgen voor opgenomen in het omgevingsplan.

Figuur 2.5 Omgevingsvisiekaart deelgebied Strand

2.3.2 Toeristische visie Zandvoort ontvangt jaarlijks meer dan 5,3 miljoen dag- en verblijfsbezoekers, voornamelijk uit Nederland, Duitsland en België. Een substantieel aandeel van deze bezoekers zijn bewoners en bezoekers van de Metropoolregio Amsterdam. Dit heeft vooral te maken met de directe treinverbinding van Zandvoort naar Amsterdam. Amsterdam worstelt met toeristische druk en Amsterdam probeert dan ook toeristen te spreiden. Dit biedt jaarrond kansen voor Zandvoort. In februari 2017 is de Toeristische Visie vastgesteld. Het toerisme is de economische levensader van Zandvoort. Een merendeel van de werkgelegenheid van de gemeente is direct 67

of indirect gerelateerd aan de toeristische sector. Er bestaat dan ook een urgentie om het toerisme van impulsen te voorzien. Hierbij ligt de focus op het creëren van stedelijk (of stads) aanbod met een kwalitatief en divers aanbod voor horeca, retail, evenementen en accommodaties. Daarnaast wordt de focus gelegd op de Metropoolregio Amsterdam. De gemeente besteed aandacht aan ‘branded events’ en het binnenhalen en bedienen van (inter)nationale merken die hun (tijdelijke) initiatief in Zandvoort willen ontplooien. 2.3.3 Sportnota 2017+ Zandvoort heeft op het gebied van sport een unieke positie. Geen enkele andere plek in Nederland kent de combinatie van binnensporten, buitensporten, watersporten, strandsporten, sport in de openbare ruimte en de talloze mogelijkheden op het Circuit. Deze mogelijkheden en faciliteiten zijn er wel in Zandvoort. Echter, de kansen en het rendement zijn nog niet optimaal benut. Zo heeft de watersport in Zandvoort zich de laatste jaren enorm ontwikkeld, maar is de aandacht vanuit de gemeente hiervoor laag geweest. Ook bij andere sporttakken beogen diverse organisaties dezelfde doelstellingen, terwijl zij elkaar nog niet hebben gevonden om gezamenlijk op te trekken. Missie sportbeleid Zandvoort: Sport moet voor iedere inwoner van Zandvoort mogelijk zijn ter bevordering van sportplezier, gezondheid en zelfontplooiing.

Sport heeft een plek in het sociaal domein om de maatschappij sportief te ondersteunen. Daarnaast is Zandvoort dé plek waar sport de verbinding legt met toerisme. Provincie Noord-Holland heeft in haar Visie Waterrecreatie de gemeente Zandvoort als durfspotlocatie benoemd. “De durfspot geeft specifieke kansen voor ondernemers en schept duidelijkheid voor alle gebruikers. Hier zijn concentraties en arrangementontwikkeling ontstaan: er is sprake van communities en een echt familiegebeuren met voor ieder wat wils. De durfspot is goed toegankelijk en bereikbaar. Voor de Amsterdamse toerist, die een unieke waterrecreatie ervaring zoekt, is de durfspot als zodanig ontwikkeld, in de markt gezet en gepromoot. Door diverse water- en durfsport20-gebruikers te trekken, zijn voorzieningen aantrekkelijk en kunnen deze worden gedeeld. Voor gebruikers van de durfspot is vanuit veiligheid en risico’s van durfsporten, educatie en opleiding georganiseerd over regelgeving en omgang met natuur en medegebruikers.” Zandvoort wil met de toekenning van deze titel gezamenlijk met de watersportaanbieders een plan maken om Zandvoort als durfspotlocatie op te kaart te zetten.

Te denken valt daarbij aan heldere communicatie over watersportzonering, mogelijke uitingen om bezoekers hierover te informeren en wellicht ook gezamenlijke faciliteiten bieden die extra bezoekers naar de durfspotlocatie gaat trekken. Zandvoort kent twee officiële watersportlocaties die extreme sporten aanbieden. De watersportvereniging en de commerciële aanbieder

68

Toetsing In het omgevingsplan wordt de ontwikkeling van durfspot gefaciliteerd. De diverse (snelle en extreme) watersportactiviteiten die behoren bij durfspot, zijn opgenomen in de regels en toebedeeld aan specifieke locaties op basis van de Nota watersportzonering 2020. De watersportvereniging heeft reeds een uitbreiding gehad voor een bijgebouw van 100 m². Dit is verwerkt in het omgevingsplan. 2.3.4 Algemene Plaatselijke Verordening Zandvoort In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) staat de gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid. De APV geldt voor eenieder binnen de gemeente en ken bijvoorbeeld regels ten aanzien van evenementen, horeca, overlast etc. Een groot deel van de regels in de APV heeft betrekking op de fysieke leefomgeving en gaat daarom mee in het omgevingsplan voor het Strand. Bepalingen die geen betrekking hebben op de fysieke leefomgeving of vallen onder de bevoegdheid van de burgemeester blijven in de APV staan. 2.3.5 Welstandsnota Iedereen wil prettig wonen, winkelen, werken of wandelen. Mensen moeten hun leefomgeving optimaal kunnen gebruiken en het geheel moet duurzaam en veilig zijn. Bovendien wil men er ook nog eens van kunnen genieten. Het oog wil ook wat. Een mooie buurt verhoogt de waarde van de individuele woningen.

De gemeente is van mening dat mensen allereerst zelf verantwoordelijk zijn voor hun woning, hun tuin en hun straat. Maar waar mensen samenleven zijn afspraken nodig. Precies zo is het met welstandstoezicht. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving van de mensen in Zandvoort. Iedere Zandvoorter heeft behoefte aan openheid en duidelijkheid rondom de welstandsbeoordeling. Als een inwoner van Zandvoort een bouwplan heeft waarvoor een vergunning nodig is, dan wordt dit plan getoetst aan redelijke eisen van welstand door middel van de welstandsnota. In de huidige welstandsnota is tevens de welstandscriteria voor strandbebouwing opgenomen. Met het oog op de Omgevingswet en ten behoeve van de integraliteit van het omgevingsplan voor het strand, is de welstandscriteria voor het strand opgenomen in de regeling van dit omgevingsplan. 2.3.6 Beleidsregel strandbungalows Op 30 december 2016 is het gewijzigde beleid voor strandbungalows in werking getreden. Dit beleid maakt het mogelijk om binnen de vastgestelde zonering naast een strandpaviljoen tevens strandbungalows te exploiteren. In het omgevingsplan is een bepaling opgenomen op basis waarvan een aanvraag kan worden ingediend voor het plaatsen van strandbungalows.

De bepaling schrijft voor dat de aanvraag om een omgevingsvergunning moet voldoen aan de op dat moment geldende beleid voor strandbungalows. In afwijking hiervan geldt dat strandbungalows niet zijn toegestaan bij het watersportcentrum.

69

Figuur 2.6 zonering strandbungalows

2.3.7 Beleid standplaatsen en venters Een standplaats houden en venten raken soms het wonen in Zandvoort. Dit is te zien aan de zuid- en middenboulevard waar twee pijlers van Zandvoort tezamen komen: de woonfunctie en de economische functie. Het wonen is hier dusdanig dicht bij de boulevard en het strand aanwezig, dat ze elkaar wederzijds beïnvloeden. Op het strand zijn naast de strandpaviljoenhouders ook venters actief. De boulevards bestaan uit: de Zuidboulevard (Boulevard Paulus Loot tot aan Holland Casino), de Middenboulevard (Badhuisplein en Boulevard de Favauge van Holland Casino t/m NH hotel) en de Noordboulevard (Boulevard Barnaart tot de kop van de Zeeweg). Op de boulevards is ruimte gereserveerd voor een aantal standplaatsen. In verband met de openbare orde, het voorkomen van overlast, de verkeers- en veiligheidsaspecten en uiterlijk aanzien van de gemeente is een vent- en standplaatsen vergunningenbeleid vereist. Dit beleid ‘Nota vent- en standplaatsen’ is op 1 juni 2014 in werking getreden. In dit omgevingsplan is het gebruik van het strand ten behoeve van de venters opgenomen. Dit is een verplichting die voortvloeit uit de Crisis- en herstelwet en de Omgevingswet, omdat een venter voortdurend zijn goederen vanaf een andere plaats op het strand aanbiedt, hetgeen gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving op het strand.

Ook is in het omgevingsplan het gebruik van de boulevard ten behoeve van de standplaatshouders opgenomen. 2.3.8 Beleidsregel 'Zandvoort, waar de Metropool de Kust, Kust' Zandvoort is met jaarlijks vijf miljoen bezoekers en één miljoen overnachtingen de belangrijkste badplaats van de metropoolregio Amsterdam. Om deze positie te behouden en te versterken, heeft het kwaliteitsteam een kader opgesteld met heldere richtlijnen waaraan de diverse ruimtelijke plannen in de kuststrook moeten voldoen. Drie sfeergebieden bepalen de bijzondere karakteristiek van Zandvoort: de Duinen, het Dorp en de Metropool. De kracht van Zandvoort als aantrekkelijke badplaats ligt verscholen in de 70

manier waarop deze sfeergebieden van elkaar verschillen en elkaar aanvullen, en de wijze waarop ze met elkaar verbonden zijn. Een eerste matrix beschrijft deze sfeergebieden naar vorm, functie en gebruik. Uit deze matrix kan meteen afgeleid worden of een (ruimtelijk) initiatief passend en wenselijk is. Vanuit het beleid (gemeente, provincie en rijk) en de ambities binnen de Metropoolregio Amsterdam zijn richtlijnen benoemd die concreet per sfeergebied zijn uitgewerkt. Dit leidt tot een tweede matrix. Deze matrix verduidelijkt hoe (ruimtelijke) initiatieven kunnen bijdragen aan het versterken van de sfeergebieden waartoe ze behoren. De matrix biedt tevens een helder overzicht van de beoordelingscriteria waaraan initiatieven door het kwaliteitsteam zullen worden getoetst.

Figuur 2.7 drie sfeergebieden: de Duinen, het Dorp en de Metropool. 71

Bijlage 3 Archeologische beleidskaart Zandvoort

72

Planregels

73

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Omgevingsplan Strand met identificatienummer NL.IMRO.0473.20171364-VA01 van de gemeente Zandvoort. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanbouw Een aan het hoofdgebouw gebouwde en daaraan ondergeschikte en afzonderlijke ruimte, waarmee het rechtstreeks in verbinding staat. 1.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 achtergevel strandpaviljoen De gevel van het hoofdgebouw van een strandpaviljoen die naar de landzijde is gericht. 1.7 achtergevelrooilijn De denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.8 antenne-installatie Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.9 antenne-drager Antennemast of andere constructie waaraan een antenne is bevestigd.

1.10 archeologisch waardevol gebied De aan het gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied mogelijk voorkomende overblijfselen uit de oude tijd 1.11 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde. 74

1.12 bebouwingspercentage Een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.13 bedrijf Een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen. 1.14 bestaand a. Bij bouwwerken: een legaal bouwwerk dat bestaat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan dan wel gebouwd is of kan worden krachtens een verleende vergunning voor het bouwen; b. Gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals krachtens een vergunning voor het gebruik is toegestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; c. Bestaande aantal: het aantal zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 1.15 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.16 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17 bevoegd gezag Bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.18 bijbehorende voorzieningen Al dan niet gebouwde voorzieningen van beperkte omvang, ondergeschikt aan en ten diensten van de bestemming, welke bijdragen aan een doelmatig gebruik van de gronden en/of gebouwen, met dien verstanden dat deze voorzieningen niet mogen leiden tot een substantiële wijziging en/of beperking van het gebruik van de gronden overeenkomstig de bestemming en voorts geen hinder voor de omgeving mogen veroorzaken. 1.19 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat niet rechtstreeks toegankelijk is vanuit het hoofdgebouw: 1.20 bouwen Plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.21 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 75

1.22 bouwlaag De begane grond of een verdieping van een gebouw met uitsluiting van kelder, onderhuis, zolder of vliering. Voor zover over de eerste bouwlaag wordt gesproken in het kader van gebruik, wordt onder eerste bouwlaag tevens de kelder begrepen. 1.23 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24 bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.25 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.26 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.27 bruto vloeroppervlak (bvo) Het bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlakte inclusief alles, gemeten op vloerniveau. 1.28 dagrecreatie Ontspanning in de vrije tijd waarbij geen gebruik wordt gemaakt van overnachtingsmogelijkheden. 1.29 dak Iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.30 dakterras Een met een omheining afgezette buitenruimte op een gebouw. 1.31 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Onder detailhandel wordt niet verstaan een vuurwerkbedrijf. 1.32 erf De oppervlakte van het bouwperceel uitgezonderd de oppervlakte van het bouwvlak. 1.33 extensieve dagrecreatie Niet gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie.

76

1.34 evenement Een openbare activiteit gericht op ontspanning en publiekelijk vermaak van bezoekers die tot doel heeft om publiek te trekken, waaronder mede verstaan wordt het opbouwen en afbouwen van een evenement. 1.35 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.36 geluidszoneringsplichtige inrichting Een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld. 1.37 GPR (Gemeente Praktijk Richtlijnen) Een (digitaal) instrument om de duurzaamheid van gebouwen te meten. 1.38 groenvoorzieningen Ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, groenvoorzieningen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. 1.39 grootwinkelbedrijf Detailhandel in consumentengoederen die als filiaalbedrijf een aantal uniforme vestigingen in verschillende plaatsen exploiteert met honderd of meer werknemers en artikelen verkoopt onder eigen merknamen. 1.40 hoofdgebouw Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.41 hoogwaterlijn De lijn tot waar het water van de zee bij vloed komt.

1.42 horizontale diepte De lengte van een gebouw, gemeten loodrecht van af de naar de weg gekeerde gevel. 1.43 intensieve waterrecreatie Recreatie op en om het water met gebruikmaking van een (gemotoriseerd) pleziervaartuig, zoals een jetski, waterscooter, powerboat en banaanvaren. 1.44 jaarrond MICE-paviljoen Een paviljoen met daarbij behorende erven en voorzieningen zoals terrassen, waar als hoofdfunctie bedrijfsmatig vergaderingen (Meetings), belonings- en motivatiereizen (Incentives), congressen en conferenties (Conventions), beurzen, symposia, seminars en workshops (Exhibitions), trouwerijen en soortgelijke activiteiten plaatsvinden en die het gehele jaar op het strand mag staan en als zodanig gebruikt, waarbij tevens ondergeschikte horeca in de vorm van het verstrekken van etenswaren en dranken is toegestaan alsmede ondergeschikt strandgerelateerd medegebruik. 77

1.45 jaarrond strandpaviljoen Een strandpaviljoen met daarbij behorende erven en voorzieningen zoals terrassen, waar als hoofdfunctie bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en die het gehele jaar op het strand mag staan en als zodanig gebruikt mag worden met dien verstande dat ondergeschikt, strandgerelateerd medegebruik en het houden van kleine seminars/trainingen, kleinschalige tentoonstellingen of als trouwlocatie zijn toegestaan. 1.46 jaarrond watersportvereniging Een clubgebouw van waaruit in verenigingsverband watersportactiviteiten beoefend worden en hierbij behorende voorzieningen - zoals aan de functie ondergeschikte horeca in de vorm van het verstrekken van etenswaren en dranken -, dat het gehele jaar op het strand mag staan en als zodanig gebruikt mag worden. 1.47 kap Een dak bestaande uit twee of meer hellende dakvlakken. 1.48 kunstlicht Licht dat op kunstmatige wijze wordt opgewekt en niet behoort tot natuurlijk licht zoals daglicht (zonlicht of maanlicht). 1.49 kunstwerken Werken van beeldende kunst. 1.50 laagwaterlijn De lijn tot waar het water van de zee bij eb zakt.

1.51 langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) is het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. 1.52 logiesverstrekking Het al dan niet jaarrond gedurende een korte periode per jaar aanbieden of verstrekken van nachtverblijf aan ten hoogste vier personen per nacht voor toeristische doeleinden. 1.53 luifel Een uitstekend afdak aan een gebouw. 1.54 maatschappelijke voorzieningen (Sociaal)-medische voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen. 1.55 maximaal geluidsniveau Maximaal geluidsniveau (LAmax) gemeten in de meterstand «F» of «fast», als vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. 78

1.56 NAP Normaal Amsterdams Peil. 1.57 omgevingsvergunning Een vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.58 ondergeschikte horeca Horeca ten dienste van een andere functie, waarbij de horecafunctie qua oppervlak en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan die andere functie, met dien verstande dat: 1. de horecafunctie uitsluitend te bereiken is via de entree van die andere functie; 2. de openingstijden van de horecafunctie niet langer zijn dan de openingstijden van die andere functie; 3. maximaal 30% van de vloeroppervlakte van die andere functie voor ondergeschikte horeca gebruikt mag worden; 4. het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing op een jaarrond MICE-paviljoen. 1.59 onderkomens Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken of in het ongerede geraakte voer- en vaartuigen, woonschepen of arken, caravans, tentwagens en kampeerauto's voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te maken, als ook tenten. 1.60 openbaar gebied / openbare weg Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.61 peil a.

Voor een bouwwerk dat grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de wegen; b. Voor andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwwerk; 1.62 plankier Een uit planken of ander materiaal bestaande bevloering. 1.63 Pop-Up activiteiten Kortstondige en incidentele (strand gerelateerde) toeristische activiteiten op de boulevard, op het strand of bij een strandpaviljoen van beperkte omvang, niet zijnde een evenement. 1.64 seizoensgebonden bijgebouw Een bijgebouw, dat uitsluitend in het zomerseizoen mag blijven staan.

79

1.65 seizoensgebonden strandpaviljoen Een strandpaviljoen met daarbij behorende erven en voorzieningen zoals terrassen, waar als hoofdfunctie bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en die uitsluitend in de zomerperiode op het strand mag staan en als zodanig gebruikt mag worden met dien verstande dat ondergeschikt, strandgerelateerd medegebruik en het houden van seminars/trainingen, kleinschalige tentoonstellingen of als trouwlocatie zijn toegestaan. 1.66 seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische of pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekswinkel, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.67 standplaats Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden van dranken en of etenswaren, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam of een wagen dat verrijdbaar is of geplaatst is op wielen.

1.68 strand Het Noordzeestrand met het onmiddellijk langs dit strand gelegen gedeelte van de zee, dat al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk is. 1.69 strandafgang/strandafrit De voetpaden en afritten voor voertuigen die vanaf de boulevard/zeereep toegang geven tot het strand. 1.70 strandhuisje Een strandhuisje, geen woonkeet en geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt ten behoeve van verblijfsrecreatie. 1.71 strandbungalow Een op het strand geplaatst seizoensgebonden vrijstaand en zelfstandig functionerend gebouw, dat uitsluitend bedoeld is voor commerciële verhuur aan toeristen voor verblijf en overnachting gedurende de zomerperiode. 1.72 uitbouw Een ondergeschikte uitbreiding van het hoofdgebouw ten behoeve van de uitbreiding van de hoofdfunctie, zonder dat daarbij een afzonderlijke ruimte aan het hoofdgebouw wordt toegevoegd.

80

1.73 venten Het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis; 1.74 verbeelding De analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen ruimtelijke informatie. 1.75 verticale diepte van gebouwen De diepte van een gebouw, gemeten vanaf het peil. 1.76 vlieger Een vlieger die door middel van twee of meer lijnen wordt bestuurd. 1.77 vliegeren Het oplaten van een vlieger, dan wel het zich laten voortbewegen door een vlieger. 1.78 voorgevel strandpaviljoen De gevel van het hoofdgebouw van een strandpaviljoen dat naar de zeezijde is gericht. 1.79 achtergevel strandpaviljoen De gevel van het hoofdgebouw van een strandpaviljoen dat naar de landzijde is gericht. 1.80 voorgevelrooilijn De denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen; op een hoekperceel wordt de zijgevellijn, die naar de weg of het openbaar groen is gekeerd, ook beschouwd als voorgevelrooilijn. 1.81 voorkeursgrenswaarde De bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.82 vuurwerkbedrijf Een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk c.q. de opslag van vuurwerk en of de daarvoor benodigde stoffen. 1.83 waterkering Een dijk, duin of werk of aaneenschakeling hiervan, welke over een bepaalde lengte de functie heeft water te keren. 1.84 watersport Alle vormen van sport die in, op of nabij het water beoefend worden, waaronder: c. langzame watersporten (o.a. suppen en golfsurfen) d. snelle watersporten (o.a. windsurfen, kiten, voilen)

81

1.85 watersportcentrum Een gebouw waar watersportfaciliteiten mogelijk zijn in de vorm van het organiseren van en lesgeven in bodyboarden, catamaran zeilen, coastrafting, golfsurfen, kitesurfen, kanoën, waterskiën, etc. en het organiseren van beach- en bedrijfsevents gedurende het zomerseizoen. 1.86 winterperiode Het tijdvak vanaf 1 november tot 1 februari. 1.87 zee Het gedeelte van de Noordzee, dat gelegen is binnen de grenzen van de gemeente Zandvoort. 1.88 zeilvoertuig Een voertuig op één of meer wielen en met één of meer zeilen, dat door de wind wordt voortbewogen. 1.89 zijerf Gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw gelegen is. 1.90 zandbanket Een (kunstmatige) verhoging van het strand nabij de duinvoet waarbij de hoogte van het zandbanket maximaal NAP + 5,5 meter bedraagt. 1.91 zomerperiode Het tijdvak vanaf 1 februari tot 1 november.

82

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot perceelgrens De afstand van een gebouw of ander bouwwerk, geen gebouw zijnde, tot een perceel- of bestemmingsgrens wordt gemeten tussen die grens en enig punt van dat bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.2 bebouwde oppervlakte van een bouwperceel De som van het oppervlak van alle bouwwerken binnen een bouwperceel, een bouwvlak of een ander terrein. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, ventilatiekanalen, lichtkoepels en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande: a. indien de dakhelling steiler is dan 55% - (of 60% na afwijking) - wordt de bovenrand van het dak als goot aangemerkt. 2.6 inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 lengte, breedte, of diepte van een gebouw Tussen de verticale projecties van de buitenzijden van de gevels c.q. de lijnen door het hart van de gemeenschappelijke scheidsmuren. 2.8 oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 ondergeschikte bouwdelen De regels omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op het in horizontale zin uitsteken van bouwdelen als goot- en kroonlijsten, gevellijsten, dakoverstekken, kozijnen en afvoerpijpen tot een maximale diepte van 0,3 meter.

83

Hoofdstuk 2 Regels voor gebruik, bouwen en aanleggen Artikel 3

Maatschappelijk

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, zoals een EHBO-post, huisartsenpost, musea en openbare toiletvoorzieningen, met dien verstande dat de bovenzijde van het gebouw in het gebied aansluitend aan de Boulevard de Fauvauge, Strandweg en de Boulevard Paulus Loot uitsluitend is bestemd voor verblijfsgebied; alsmede: b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals erven, brandgangen en ontsluitingspaden, stoepen, stoeptreden en hellingbanen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. de verticale diepte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 meter beneden peil; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' mag de bouwhoogte van het hoofdgebouw ten hoogste de aangegeven bouwhoogte bedragen, waarbij de bouwhoogte wordt gemeten van het strandniveau. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel en het verlengde daarvan mag niet meer dan 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen.

84

Artikel 4

Natuur - Strandreservaat

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur - Strandreservaat' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; b. zeewering; c. dynamisch kustbeheer. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de voet van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet hoger dan het niveau van een zandbanket zijn gelegen.

85

Artikel 5

Natuur - Zeereep

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur - Zeereep' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; b. zeewering; alsmede: c. ter plaatse van de aanduiding 'reddingspost' tevens een reddingspost met antennemast; d. reclame-uitingen, sporttoestellen en kunstwerken; e. straatmeubilair, waaronder overhangende en uitkragende balkons als onderdeel van de openbare ruimte van de boulevard. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. voor reclame-uitingen geldt dat: 1. per strandpaviljoen, watersportcentrum en watersportvereniging is maximaal 1 reclame-uiting - hieronder wordt mede verstaan een vlaggenmast - toegestaan; 2. de maximale bouwhoogte van vlaggenmasten 8 meter bedraagt; 3. de maximale bouwhoogte van overige reclame-uitingen zoals menuborden en menukasten bedraagt maximaal 2 meter, de maximale diepte bedraagt maximaal 0,2 meter en de maximale breedte maximaal 1 meter. b.

de bouwhoogte van sporttoestellen en kunstwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van: a. de voorgeschreven maten voor een reclame-uiting zoals bepaald in artikel 5.2.2 lid a sub 3, mits: 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:  het straat- en bebouwingsbeeld;  de verkeerssituatie ter plekke;  de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;  de natuurlijke en landschappelijke waarden van de zeereep. 2. door de adviescommissie Kwaliteitsteam Kust een positief advies is afgegeven. 86

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in 5.1 bedoelde gronden zonder een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aan-brengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds aanwe-zige dijken of taluds; d. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie-lei-dingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het beplanten van gronden met houtgewassen, ter plaatse waar de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet reeds met houtgewassen waren beplant; f. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen; h. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen. 5.4.2 Uitzonderingen op verbod Het verbod als bedoeld in 5.4.1 is niet van toepassing op andere werken die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. verband houden met de ontwikkeling en herinrichting van de boulevard met inbegrip van het aanleggen en veranderen van het trottoir, strandafgangen en de weg; d. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning. 5.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur- en landschapswaarden van de bouwwerken en gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

87

Artikel 6

Recreatie - Strand

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Strand' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. extensieve dagrecreatie; b. zeewering; c. venten; d. evenementen; e. pop-Up activiteiten zoals bedoeld in artikel 15.2; alsmede: f. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, opwekking, ontsluitingen en opslag van energie en warmte, inpandige of ondergrondse voorzieningen van openbaar nut. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 1. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; 2. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen; 3. de voet van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet hoger dan het niveau een zandbanket zijn gelegen. 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Evenementen Het gebruik van de gronden met de bestemming ‘Recreatie - Strand’ ten behoeve van evenementen is uitsluitend toegestaan, mits het evenement voldoet aan de beleidsregel ‘Evenementenbeleid 2006’, en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan wordt aan de gewijzigde beleidsregel.

88

Artikel 7

Recreatie - Strandpaviljoens

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Strandpaviljoens' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. seizoensgebonden strandpaviljoens; b. extensieve dagrecreatie; c. zeewering; d. evenementen; e. pop-Up activiteiten zoals bedoeld in artikel 15.2; f. wandelpromenade; alsmede: g. ter plaatse van de aanduiding 'jaarrond paviljoen' is in de plaats van een seizoensgebonden strandpaviljoen uitsluitend een jaarrond strandpaviljoen toegestaan; h. ter plaatse van de aanduiding 'jaarrond MICE-paviljoen' is in de plaats van een seizoensgebonden strandpaviljoen uitsluitend een jaarrond MICE-paviljoen toegestaan; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - strandbungalows' tevens voor strandbungalows in combinatie met een strandpaviljoen; j. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals, terrassen, bedrijfsafvalcontainers, parkeervoorzieningen, strandafgangen, groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, inpandige of ondergrondse voorzieningen van openbaar nut. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. binnen de voor 'Recreatie - Strandpaviljoens' aangewezen gronden zijn maximaal 36 seizoensgebonden strandpaviljoens toegestaan; b.

ter plaatse van de aanduiding 'jaarrond paviljoen' is maximaal één jaarrond strandpaviljoen toegestaan, met dien verstande dat binnen de voor 'Recreatie Strandpaviljoens' aangewezen gronden in zijn totaliteit 6 jaarrond strandpaviljoens zijn toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'jaarrond MICE-paviljoen' is maximaal één jaarrond MICE-paviljoen toegestaan; d. een strandpaviljoen mag uit ten hoogste één bouwlaag bestaan; e. per strandpaviljoen bedraagt het gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen (incl. luifels) maximaal 700 m²; f. ter plaatse van de aanduidingen 'jaarrond paviljoen' en 'jaarrond MICE-paviljoen' is in aanvulling op lid 7.2.1 sub e maximaal één openbare toiletvoorziening toegestaan met een maximale oppervlakte van 75 m²; g. de onderkant van de begane grondvloer van een gebouw mag niet hoger dan het zandbanket zijn gelegen; h. de goothoogte en bouwhoogte van hoofdgebouwen gemeten vanaf de begane grondvloer van het hoofdgebouw bedragen niet meer dan 3 meter respectievelijk 5,5 meter; i. voor de hoogte van bijgebouwen en aan- en uitbouwen, gemeten vanaf het denkbeeldig verlengde van de begane grondvloer van het bijbehorende hoofdgebouw, geldt het volgende: 89

1. ingeval van platte afdekking bedraagt de maximale bouwhoogte 3 meter; 2. ingeval van een kap, bedraagt de bouwhoogte maximaal 4,5 meter en de goothoogte maximaal 3 meter; j. onder de begane grondvloer mogen geen bouwwerken worden gebouwd, behoudens constructies ten behoeve van de fundering en bouwwerken ten behoeve van opslagruimtes en het plaatsen van bedrijfsafvalcontainers, waaronder ook begrepen perscontainers; k. het plaatsen van zeecontainers of soortgelijke containers ten behoeve van bijvoorbeeld opslag en bedrijfsafval is niet toegestaan; l. opslagruimtes en bedrijfsafvalcontainers, welke niet ondergronds worden gebouwd en geplaatst moeten inpandig in het hoofdgebouw worden gebouwd en geplaatst, waarbij het is toegestaan om de bedrijfsafvalcontainers half verdiept te plaatsen; m. een dakterras is niet toegestaan. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van terrassen mogen niet worden afgedekt met een permanente dakachtige constructie in de vorm van glas, kunststof, steen of andere materialen; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12327507/1