Bijlage 1 Omgevingsplan Strand
Tekst van het document
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van terrassen (toegangen naar terrassen in de vorm van trapjes en terrasafscheidingen uitgezonderd) mogen niet hoger worden gebouwd dan de begane grondvloer van het bijbehorende hoofdgebouw. d. onder een terras mogen geen bouwwerken worden gebouwd, behoudens constructies ten behoeve van de fundering; e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt voor: 1. terrasafscheidingen vóór de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer dan 2 meter; 2. lichtmasten niet meer dan 6,5 meter; 3. vlaggenmasten niet meer dan 8 meter; 4. reclame-uitingen niet meer dan 5,5 meter; 5. overkappingen niet meer dan 3 meer, met dien verstande dat de bouwhoogte in afwijking van artikel 2 gemeten wordt vanaf het denkbeeldige verlengde van de begane grondvloer van het bijbehorende hoofdgebouw. f. de voet van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet hoger dan het zandbanket zijn gelegen. 7.3 Welstandcriteria strandpaviljoens Voor de bouw en/of verbouw van een strandpaviljoen geldt de volgende regel voor het uiterlijk van de bouwwerken:
90
a. ten tijde van de ontvangst van een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt voldaan aan de regels voor het uiterlijk van het strandpaviljoen en bijbehorende bouwwerken in de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregel 'Welstandsnota 2017', en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijzigingen. 7.4 Duurzaamheid strandpaviljoens 7.4.1 GPR score Bij nieuwbouw of herbouw dient een strandpaviljoen een GPR score te hebben van minimaal 7. 7.4.2 Opwekking, opslag en levering van energie In aanvulling op het bepaalde in lid 7.1 is de duurzame opwekking, opslag en levering van energie in de vorm van een ondergrondse warmte-koudeopslag toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarde: a. de installatie(s) ten behoeve van de warmte-koudeopslag is niet zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijk gebied. 7.5 Voorwaardelijke verplichting jaarrond paviljoen Ter plaatse van de aanduiding 'jaarrond paviljoen' geldt - in afwijking van lid 7.1 en lid 7.2 - dat het gebruiken en bouwen van een jaarrond strandpaviljoen ter vervanging van een seizoensgebonden paviljoen alleen is toegestaan op voorwaarde dat: a. uit een stikstofberekening blijkt dat de ontwikkeling niet zorgt voor een toename van depositiewaarden van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
7.6 Voorwaardelijke verplichting jaarrond MICE-paviljoen Ter plaatse van de aanduiding 'jaarrond MICE-paviljoen' geldt - in afwijking van lid 7.1 en lid 7.2 - dat het gebruiken en bouwen van een jaarrond MICE-paviljoen alleen is toegestaan op voorwaarde dat: a. de bouw van het jaarrond MICE-paviljoen tegelijkertijd plaatsvindt met de aanvang van de bouw van een hotel op de aangrenzende gronden in de zeereep; b. uit een stikstofberekening blijkt dat de ontwikkeling niet zorgt voor een toename van depositiewaarden van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. 7.7 Strandbungalows Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - strandbungalows' kunnen in afwijking van de bouwregels zoals opgenomen in lid 7.2 strandbungalows worden toegestaan mits: a. ten tijde van de ontvangst van een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt voldaan aan de regels in de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregel 'Toetsingscriteria strandbungalows', en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijzigingen; b. uit een stikstofberekening blijkt dat de ontwikkeling niet zorgt voor een toename van depositiewaarden van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. 91
7.8 Specifieke bouw- en gebruiksregels met betrekking tot opbouw, openbaar strand en exploitatie In aanvulling op de algemene gebruiksregels genoemd in artikel 7.1 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: a. een seizoensgebonden strandpaviljoen dient met alle bijbehorende voorzieningen volledig te zijn opgebouwd uiterlijk vóór 22 maart; b. een seizoensgebonden strandpaviljoen moet - indien opgebouwd - in ieder geval vanaf 22 maart geopend zijn en toegankelijk zijn voor gasten/bezoekers; c. zowel een seizoensgebonden als een jaarrond strandpaviljoen dient openbaar toegankelijk te zijn voor alle gasten/bezoekers. Een exploitatie van een strandpaviljoen, waarbij een specifieke doelgroep van gasten/bezoekers wordt uitgesloten is niet toegestaan; d. een jaarrond strandpaviljoen mag gedurende de periode van 1 november tot 1 februari maximaal 21 dagen gesloten zijn; e. de opbouw van een seizoensgebonden strandpaviljoen mag niet eerder starten dan 1 februari, met dien verstande werkzaamheden aan het zandbanket zoals het schuiven, ophogen, egaliseren en afgraven van zand eveneens worden beschouwd als opbouwwerkzaamheden. 7.9 Afwijken van bouw- en gebruiksregels met betrekking tot opbouw, openbaar strand en exploitatie Burgemeesters en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.8 en toestaan dat: a.
een seizoensgebonden strandpaviljoen op een later moment volledig is opgebouwd en op een later moment is geopend voor gasten/bezoekers, indien sprake is van bijzondere omstandigheden; b. het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de in lid b genoemde belangen. 7.10 Specifieke gebruiksregels 7.10.1 Evenementen Het gebruik van de gronden met de bestemming ‘Recreatie - Strandpaviljoen’ ten behoeve van evenementen is uitsluitend toegestaan, mits het evenement voldoet aan de beleidsregel ‘Evenementenbeleid 2006’, en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan wordt aan de gewijzigde beleidsregel.
92
Artikel 8
Recreatie - Strandhuisjes
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Strandhuisjes' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal 675 strandhuisjes voor seizoensverblijf b. maximaal 4 verenigingsgebouwen gedurende het zomerseizoen; c. extensieve dagrecreatie; d. zeewering; alsmede: e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals strandafgangen, groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, opwekking, ontsluitingen en opslag van energie en warmte, inpandige of ondergrondse voorzieningen van openbaar nut. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de onderkant van de begane grondvloer van een gebouw mag niet hoger dan het zandbanket zijn gelegen; c. het gezamenlijk oppervlak van een strandhuisje inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag maximaal 26 m² bedragen; d. de maximale nokhoogte van een strandhuisje mag maximaal 2,6 meter bedragen; e. de oppervlakte van een verenigingsgebouw mag maximaal 110 m² bedragen; f. de nokhoogte van verenigingsgebouwen mag maximaal 3 meter bedragen. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen; c.
de voet van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet hoger dan het zandbanket zijn gelegen. 8.3 Welstandcriteria Voor de bouw en/of verbouw van strandhuisjes gelden de volgende regels voor het uiterlijk van de bouwwerken: a. ten tijde van de ontvangst van een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt voldaan aan de regels voor het uiterlijk van een strandhuisje en bijbehorende bouwwerken in de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregel 'Welstandsnota 2017', en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijzigingen.
93
8.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van de gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of het laten gebruiken van gronden voor: a. het verstrekken van logies; b. permanente bewoning.
94
Artikel 9
Recreatie - Watersportcentrum
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Watersportcentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een watersportcentrum en hierbij behorende voorzieningen, zoals aan de functie ondergeschikte horeca in de vorm van het verstrekken van etenswaren en dranken gedurende de zomerperiode; b. extensieve dagrecreatie; c. zeewering; d. evenementen; e. Pop Up-activiteiten zoals bedoeld in artikel 15.2; alsmede: f. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals terrassen, afvalcontainers, parkeervoorzieningen, strandafgangen, groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, inpandige of ondergrondse voorzieningen van openbaar nut. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. maximaal één watersportcentrum is toegestaan; c. het hoofdgebouw van het watersportcentrum, bijgebouwen en aan- en uitbouwen bestaan uit maximaal één bouwlaag; d. het gezamenlijk oppervlak van het gebouw van het watersportcentrum, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt maximaal 700 m²; e. de onderkant van de begane grondvloer van een gebouw mag niet hoger dan het zandbanket zijn gelegen; f. de goothoogte en bouwhoogte van het hoofdgebouw wordt gemeten vanaf de begane grondvloer van het hoofdgebouw en bedragen niet meer dan 3 meter respectievelijk 5,5 meter; g.
voor de hoogte van bijgebouwen en aan- en uitbouwen, gemeten vanaf het denkbeeldig verlengde van de begane grondvloer van het bijbehorende hoofdgebouw, geldt het volgende: 1. ingeval van platte afdekking bedraagt de maximale bouwhoogte 3 meter; 2. ingeval van een kap, bedraagt de bouwhoogte maximaal 4,5 meter en de goothoogte maximaal 3 meter; h. onder de begane grondvloer mogen geen bouwwerken worden gebouwd, behoudens constructies ten behoeve van de fundering en bouwwerken ten behoeve van opslagruimtes en het plaatsen van bedrijfsafvalcontainers, waaronder ook begrepen perscontainers. i. het plaatsen van zeecontainers of soortgelijke containers ten behoeve van bijvoorbeeld opslag en bedrijfsafval is niet toegestaan; j. bedrijfsafvalcontainers, welke niet ondergronds worden gebouwd en geplaatst moeten inpandig in het hoofdgebouw worden gebouwd en geplaatst, waarbij het is toegestaan om de bedrijfsafvalcontainers half verdiept te plaatsen; k. een dakterras is niet toegestaan. 95
9.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt voor: 1. terrasafscheidingen vóór de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer dan 2 meter; 2. lichtmasten niet meer dan 6,5 meter; 3. vlaggenmasten niet meer dan 8 meter; 4. reclame-uitingen niet meer dan 5,5 meter; 5. overkappingen niet meer dan 3 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte in afwijking van artikel 2 gemeten wordt vanaf het denkbeeldige verlengde van de begane grondvloer van het bijbehorende hoofdgebouw. c. de voet van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet hoger dan het zandbanket zijn gelegen. 9.3 Welstandcriteria watersportcentrum Voor de bouw en/of verbouw van het watersportcentrum geldt de volgende regel voor het uiterlijk van de bouwwerken: a. ten tijde van de ontvangst van een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt voldaan aan de regels voor het uiterlijk van het watersportcentrum en bijbehorende bouwwerken in de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregel 'Welstandsnota 2017', en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijzigingen. 9.4 Duurzaamheid watersportcentrum 9.4.1 GPR score Bij nieuwbouw of herbouw dient een watersportcentrum een GPR score te hebben van minimaal 7.
9.4.2 Opwekking, opslag en levering van energie In aanvulling op het bepaalde in lid 9.1 is de duurzame opwekking, opslag en levering van energie in de vorm van een ondergrondse warmte-koudeopslag toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarde: a. de installatie(s) ten behoeve van de warmte-koudeopslag is niet zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijk gebied. 9.5 Specifieke gebruiksregels 9.5.1 Evenementen Het gebruik van de gronden met de bestemming ‘Recreatie - Watersportcentrum’ ten behoeve van evenementen is uitsluitend toegestaan, mits het evenement voldoet aan de beleidsregel ‘Evenementenbeleid 2006’, en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan wordt aan de gewijzigde beleidsregel.
96
Artikel 10
Recreatie - Watersportvereniging
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Watersportvereniging' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een jaarrond watersportvereniging en hierbij behorende voorzieningen, zoals aan de functie ondergeschikte horeca in de vorm van het verstrekken van etenswaren en dranken en ruimte voor het stallen van boten gedurende de zomer- en winterperiode; b. extensieve dagrecreatie; c. zeewering; d. evenementen; alsmede: e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals terrassen, afvalcontainers, parkeervoorzieningen, strandafgangen, groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, inpandige of ondergrondse voorzieningen van openbaar nut. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. maximaal één watersportvereniging is toegestaan; c. het hoofdgebouw van het watersportcentrum bestaat uit maximaal twee bouwlagen; d. bijgebouwen en aan- en uitbouwen bestaan uit maximaal één bouwlaag; e. de onderkant van de begane grondvloer van een gebouw mag niet hoger dan het zandbanket zijn gelegen; f. het gezamenlijk oppervlak van het hoofdgebouw en overkappingen bedraagt maximaal 700 m²; g. het gezamenlijk oppervlak van bijgebouwen en aan- en uitbouwen bedraagt maximaal 100 m²; h.
de maximale bouwhoogte van het hoofdgebouw gemeten vanaf de begane grondvloer mag niet meer bedragen dan 6 meter; i. voor de hoogte van bijgebouwen en aan- en uitbouwen, gemeten vanaf het denkbeeldig verlengde van de begane grondvloer van het bijbehorende hoofdgebouw, geldt het volgende: 1. ingeval van platte afdekking bedraagt de maximale bouwhoogte 3 meter; 2. ingeval van een kap, bedraagt de bouwhoogte maximaal 4,5 meter en de goothoogte maximaal 3 meter; j. onder de begane grondvloer mogen, behoudens constructies ten behoeve van de fundering, geen bouwwerken worden gebouwd; k. het plaatsen van zeecontainers of soortgelijke containers ten behoeve van bijvoorbeeld opslag en bedrijfsafval is niet toegestaan. 10.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt 97
voor: 1. terrasafscheidingen vóór de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer dan 2 meter; 2. lichtmasten niet meer dan 6,5 meter; 3. vlaggenmasten niet meer dan 8 meter; 4. reclame-uitingen niet meer dan 5,5 meter; 5. overkappingen niet meer dan 3 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte in afwijking van artikel 2 gemeten wordt vanaf het denkbeeldige verlengde van de begane grondvloer van het bijbehorende hoofdgebouw. c. de voet van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet hoger dan het zandbanket zijn gelegen. 10.3 Welstandcriteria strandpaviljoens Voor de bouw en/of verbouw van de watersportvereniging geldt de volgende regel voor het uiterlijk van de bouwwerken: a. ten tijde van de ontvangst van een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt voldaan aan de regels voor het uiterlijk van het watersportcentrum en bijbehorende bouwwerken in de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregel 'Welstandsnota 2017', en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijzigingen. 10.4 Duurzaamheid watersportvereniging 10.4.1 GPR score Bij nieuwbouw of herbouw dient een watersportvereniging een GPR score te hebben van minimaal 7.
10.5 Specifieke gebruiksregels 10.5.1 Evenementen Het gebruik van de gronden met de bestemming ‘Recreatie - Watersportvereniging’ ten behoeve van evenementen is uitsluitend toegestaan, mits het evenement voldoet aan de beleidsregel ‘Evenementenbeleid 2006’, en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan wordt aan de gewijzigde beleidsregel.
98
Artikel 11
Verkeer
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wegen; voet- en fietspaden; standplaatsen; onoverdekte parkeervoorzieningen; verblijfsgebieden; bermen; groenvoorzieningen; bijbehorende voorzieningen, zoals, straatmeubilair, sporttoestellen, speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen; evenementen; Pop-Up-activiteiten zoals bedoeld in artikel 15.2.
11.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 6,5 m bedragen. 11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan bebouwing in de openbare ruimte om hinder in de vorm van bereikbaarheid en onevenredige visuele hinder te voorkomen. 11.4 Specifieke gebruiksregels 11.4.1 Evenementen Het gebruik van de gronden met de bestemming ‘Verkeer’ ten behoeve van evenementen is uitsluitend toegestaan, mits het evenement voldoet aan de beleidsregel ‘Evenementenbeleid 2006’, en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan wordt aan de gewijzigde beleidsregel.
99
Artikel 12
Verkeer - Verblijfsgebied
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen; b. voet- en fietspaden; c. standplaatsen; d. verblijfsgebieden; e. evenementen; f. bermen; g. groenvoorzieningen; h. bijbehorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen; i. evenementen; j. Pop Up-activiteiten zoals bedoeld in artikel 15.2. 12.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 6,5 m bedragen. 12.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan bebouwing in de openbare ruimte om hinder in de vorm van bereikbaarheid en onevenredige visuele hinder te voorkomen. 12.4 Specifieke gebruiksregels 12.4.1 Evenementen Het gebruik van de gronden met de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ ten behoeve van evenementen is uitsluitend toegestaan, mits het evenement voldoet aan de beleidsregel ‘Evenementenbeleid 2006’, en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan wordt aan de gewijzigde beleidsregel.
100