CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota Bodembeheer deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond

Raadscommissie 9 mei 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Actualisatie Nota Bodembeheer36.274 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond

projectnummer 0474045.100 definitief revisie 0 12 juli 2022

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond

projectnummer 0474045.100 definitief revisie 0 12 juli 2022

Auteurs R.M. Groot N.S. Snoeren

Opdrachtgever Omgevingsdienst IJmond Stationsplein 48 B 1948 LC BEVERWIJK

datum 12 juli 2022

beschrijving definitief

vrijgave Ir. H.E. Oosterbaan

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Blad 1 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Inhoudsopgave

Blz.

Inleiding I. II. III. IV. V. VI. VII.

6 Beheergebied Reikwijdte Nota bodembeheer Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid Vastlegging en geldigheidsduur Bodem onder de Omgevingswet Participatie Leeswijzer

6 8 10 10 11 12 13

Deel 1: Bodemonderwerpen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan

14

1

Lokale maximale waarden voor hergebruik van grond of baggerspecie

15

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

16 18 20 21 23

1.7 1.8 1.8.1 1.8.2 1.8.3 1.8.4

LMW bodemlood LMW bij toepassing gevoelig bodemgebruik LMW voor het buitengebied van regio Zaanstreek-Waterland LMW voor onverharde wegbermen Toepassingseis voor industriegrond Zuid-Kennemerland-IJmond LMW voor toepassing van baggerspecie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier op regionale waterkeringen LMW verspreiden onderhoudsbaggerspecie in veengebieden LMW poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) Toelichting LMW PFAS regio Zaanstreek-Waterland LMW PFAS regio Zuid-Kennemerland-IJmond Toepassen van PFAS-houdende grond

2

Alternatief percentage bijmengingen

35

2.1

Toepassen grond met bodemvreemd materiaal (puin, bakstenen, plastic, piepschuim etc.)

35

3

Erkenning bodemkwaliteitskaarten

37

26 27 30 30 31 32 33

Deel 2: Beleidsregels bodem

38

4

Verspreiden van baggerspecie uit (boezem)systemen

39

5

Uitzonderingsregel bij opslag van grond

42

6

Uitzonderingsregel bij tijdelijke uitname

44

7

Toepassen van thermisch gereinigde grond

47

Blad 2 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

8

Aanpak van de Japanse duizendknoop en knolcyperus

50

9

Geldigheidsduur bodemonderzoek

54

10

Toepassen van grond vanuit de zones ‘Oud Volendam en Purmer’, Wonen B en Oud Edam’ en ‘Wonen B, Oud Edam, Oud Volendam en Purmer’ 56

11

Toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen

57

12

Melden en onderzoeken kleine partijen grond

58

13

Nulsituatieonderzoek

62

14

Vrijstellingsregeling bodemonderzoek bij aanvraag omgevingsvergunning

64

15

Natuurlijk verhoogd arseen

66

16

Herschikken

68

17

Verhardingslagen in onderzoek bij bodemgevoelig gebouw

70

18

Maatwerk voor de saneringsaanpak

72

19

Meldingsplicht bij toepassen van staalslakken en grondstabilisatie

75

Deel 3: Toelichting en uitleg

77

20

Wettelijk kader

78

20.1 20.1.1 20.1.2 20.2 20.2.1 20.2.2

Huidige generieke kader Wet bodembescherming Besluit bodemkwaliteit Generieke kader Omgevingswet Intrekken Wet bodembescherming Besluit bodemkwaliteit (Bbk) onder de Omgevingswet

78 78 78 80 80 81

21

Generieke toepassingseisen

82

21.1 21.2 21.3 21.4 21.5 21.6 21.7

Het generieke toepassingskader Wet bodembescherming Generieke toepassingskader onder de Omgevingswet Gebiedsspecifiek toepassingskader Wet bodembescherming Gebiedsspecifiek toepassingskader Omgevingswet Toepassen op landbodem Wet bodembescherming Toepassen op landbodem Omgevingswet Verspreiden baggerspecie Wet bodembescherming

82 83 84 84 85 87 88

Blad 3 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

21.8 21.9 21.10 21.11 21.12 21.13 21.14

Verspreiden baggerspecie Omgevingswet Grootschalige bodemtoepassing Wet bodembescherming Grootschalige toepassing Omgevingswet Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie Wet bodembescherming Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie onder de Omgevingswet Tijdelijke uitname Wet bodembescherming Tijdelijke uitname onder de Omgevingswet

90 90 91 92 94 95 95

22

Bewijsmiddelen

96

22.1 22.2 22.2.1 22.2.2 22.3 22.3.1 22.3.2 22.3.3 22.3.4 22.3.5 22.4 22.5 22.6 22.7 22.8

Algemeen Gebruik van de bodemkwaliteitskaart Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel Formulier ‘Vragenformulier NEN 5725’ Overige erkende bewijsmiddelen Partijkeuring Erkende kwaliteitsverklaring Fabrikant-eigen-verklaring (Water)bodemonderzoek Bodemkwaliteitskaart Onverwachte situaties Bewijsmiddelen onder de Omgevingswet Zorgplicht bij graafwerken Zorgplicht Omgevingswet Onderzoek naar asbest in de bodem

96 96 97 98 98 98 99 99 99 100 101 101 102 103 103

23

Meldingen en procedures

105

23.1 23.1.1 23.1.2 23.1.3 23.1.4 23.1.5 23.1.6 23.1.7 23.2 23.2.1 23.2.2 23.2.3

Meldingen en procedures Wet bodembescherming Wanneer melden Meldingstermijn en loket Beoordeling Registratie Toezicht en handhaving Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen Grondtransporten met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel Meldingen en procedures Omgevingswet Meldingen Termijnen Toezicht en handhaving

105 105 105 105 106 106 107 107 108 108 109 111

24

Veiligheidsmaatregelen

112

Blad 4 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Bijlagen 1. Begrippenlijst 2. Aanwijzing locaties met gevoelig bodemgebruik 3. Vragenformulier NEN 5725 4. Argumentatie HHNK afwijkende kwaliteit wegbermen 5. Argumentatie HHNK LMW regionale waterkeringen 6. Onderbouwing gebiedsspecifiek beleid verspreiden onderhoudsbagger in veengebieden 7. Grondstromenmatrix 8. Beschermde gebieden regio Zaanstreek-Waterland

Kaartbijlagen Regio Zaanstreek-Waterland Kaartbijlage 1. Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2A. Ligging bodemkwaliteitszones bovengrond Kaartbijlage 2B. Ligging bodemkwaliteitszones ondergrond Kaartbijlage 3A. Ontgravingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Kaartbijlage 3B. Ontgravingskaart ondergrond (0,5 m-mv en dieper) Kaartbijlage 4A. Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) generiek beleid Kaartbijlage 4B. Toepassingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) generiek beleid Kaartbijlage 5A. Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) gebiedsspecifiek beleid Kaartbijlage 5B. Toepassingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) gebiedsspecifiek beleid Kaartbijlage 6. Ligging gebieden met vrijstellingsregeling bodemonderzoek bij aanvraag omgevingsvergunning (bouwen en bestemmingswijziging) Kaartbijlage 7. Ligging wegen en regionale waterkeringen in beheer van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Regio Kennemerland-IJmond

Kaartbijlage I. Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage II. Kaart met zone indeling bovengrond Kaartbijlage III. Kaart met zone indeling ondergrond Kaartbijlage IV. Ontgravingskaart bovengrond (0,0 - 0,50 m-mv.) Kaartbijlage V. Ontgravingskaart ondergrond (0,5 - 2,5 m -mv.) Kaartbijlage VI. Toepassingskaart bovengrond (0,0 - 0,50 m-mv.) Kaartbijlage VII. Toepassingskaart ondergrond (0,5 - 2,5 m -mv.) Kaartbijlage VIII. Veiligheidsklassenkaart bovengrond (0,0 - 0,50 m-mv.) Kaartbijlage IX. Veiligheidsklassenkaart ondergrond (0,5 - 2,5 m -mv.) Kaartbijlage X. Wegen in beheer bij HHNK Kaartbijlage XI. Keringen in beheer bij HHNK

Blad 5 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Inleiding Voor u ligt de Nota bodembeheer van de deelnemende gemeenten binnen het beheergebied van de Omgevingsdienst IJmond, waarin het beleid ten aanzien van het hergebruik en toepassen van grond en baggerspecie op landbodem is beschreven. In de Nota bodembeheer staat het bodembeleid van de deelnemende gemeenten beschreven en de bijbehorende beleidsregels. Het is een praktische richtlijn voor het omgaan met vrijkomende grond en baggerspecie en geeft invulling aan het lokale grondstromenbeleid. De betrokken weten regelgeving voor onder andere het tijdelijk opslaan en toepassen van grond en baggerspecie is beschreven in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Wet bodembescherming (Wbb) en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het gewijzigde Bbk en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Aanleiding voor het opstellen van de Nota bodembeheer is tweeledig. Allereerst zal naar verwachting de Omgevingswet op 1 januari 2023 van kracht worden. Ten tweede zijn de huidige Nota’s inmiddels weer enkele jaren in gebruik en kunnen daarom een actualisatie gebruiken. Beide situaties vormen het uitgelezen moment om het lokale bodembeleid te herzien en nieuwe onderwerpen in het bodembeleid op te nemen en het beleid binnen de regio zoveel mogelijk te uniformeren.

De OD IJmond heeft daarom Antea Group gevraagd om namens de deelnemende gemeenten de Nota bodembeheer op te stellen die afgestemd is op zowel de huidige als de toekomstige wet- en regelgeving. De Nota die voor u ligt is in eerste instantie gebaseerd op de voorgaande Nota’s die in de afzonderlijke regio’s van kracht waren. Veel van het bestaande bodembeleid is overgenomen en samengevoegd. Daarnaast zijn de bestaande bodembeleidsregels nog eens kritisch beoordeeld zowel op formulering als aan de hand van de Omgevingswet. Ook zijn voor actuele onderwerpen aanvullende regels opgenomen ter bescherming van de regionale bodemkwaliteit. In het kader van eenduidigheid binnen het werkgebied van de Omgevingsdienst IJmond is gekozen voor een gezamenlijke aanpak van het bodembeleid. Door een regionale aanpak zijn de bodemregels eenduidig in het geval van gemeente-overstijgende initiatieven. Daarnaast hebben de gemeenten (een deel van) hun bodemtaken bij de OD IJmond neergelegd. Op deze manier wordt voorkomen dat er een ‘lappendeken’ ontstaat aan lokale bodemregels waarop toegezien moet worden.

I.

Beheergebied

Het regionale bodembeleid is tot stand gekomen in samenwerking met 13 gemeenten binnen het werkgebied van de Omgevingsdienst IJmond. De deelnemende gemeenten zijn weergegeven in de onderstaande tabel.

Blad 6 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Tabel 1: Deelnemende gemeenten aan de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Beverwijk Landsmeer Bloemendaal Purmerend Edam-Volendam Oostzaan Heemskerk Uitgeest Heemstede Velsen

Waterland Wormerland Zandvoort

Het bodembeleid dat in deze Nota is beschreven, is van toepassing op het beheergebied van de deelnemende gemeenten, zie figuur 1.

Figuur 1.1: Deelnemende gemeenten in regio Zaanstreek-Waterland

Blad 7 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Figuur 1.2: Deelnemende gemeenten in regio Zuid-Kennemerland-IJmond

II. Reikwijdte Nota bodembeheer Deze Nota bodembeheer is opgesteld als een uitvoeringsdocument waarin is beschreven op welke wijze moet worden omgegaan met grondstromen. In de Nota zijn de regels en procedures voor het binnen de deelnemende gemeenten toepassen van (licht verontreinigde) grond en baggerspecie als bodem nader toegelicht. Daarnaast is in de Nota beschreven wanneer gebruik kan worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel voor de bepaling van de milieuhygiënische kwaliteit van een te ontgraven partij grond en/of de ontvangende bodem. Naast grondverzet binnen de gemeentegrenzen en binnen het beheergebied (zie figuur 1) is in deze Bodembeheernota ook beschreven hoe moet worden omgegaan met het toepassen van een partij grond of baggerspecie die afkomstig is van een locatie die buiten het beheergebied is gelegen (introduceren van grond en/of baggerspecie van buiten het beheergebied).

Blad 8 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Grens landbodem-waterbodem Bij zowel de gebiedsspecifieke als de generieke toepassingseisen is uitgegaan van het op landbodem toepassen van grond en baggerspecie, inclusief het op aangrenzende percelen verspreiden van baggerspecie of het verwerken in weilanddepots1. Toepassingen in oppervlaktewater maken geen onderdeel uit van deze Bodembeheernota. De begrenzing tussen de ‘waterbodem’ (bevoegd gezag waterschap) en ‘landbodem’ (bevoegd gezag normaliter gemeente) is in onderstaande figuur 2 weeggegeven.

Figuur 2: Begrenzing landbodem en waterbodem bij oevers en kades

Relatie met andere beleidsdocumenten Dit bodembeleid en de bijbehorende beleidsregels zijn een aanvulling op al diverse andere, lokale beleidsregels binnen de deelnemende gemeenten. Initiatiefnemers wordt vooraf gevraagd om kennis te nemen van deze lokale regels, zoals gemeentelijke verordeningen, beleidsregels niet gesprongen explosieven, Provinciale Omgevingsverordening, Natura 2000-gebieden, cultureel erfgoed en aardkundige waarden. Samen met de bodemkwaliteitskaart(en) is de Nota bodembeheer de basis van het lokale bodembeleid. De bodemkwaliteitskaarten geven een beeld van de algemene kwaliteit van de bodem in een gebied. De Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn niet van kracht op locaties die verdacht zijn op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Verdachte locaties zijn locaties waar in het verleden (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk een negatieve invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit. Voor deze locaties dient altijd door middel van bodemonderzoek de milieuhygiënische kwaliteit te worden bepaald. De

1

Zie bijlage 1 voor definities

Blad 9 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van een te ontgraven of toe te passen partij ligt altijd bij de initiatiefnemer.

III. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ligt in eerste plaats bij de initiatiefnemer. De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en daarna eenieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht:  Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken.  Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): eenieder die handelingen verricht, die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen.  Na inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt niet meer de zorgplicht uit de Wet bodembescherming maar de zorgplicht onder de Omgevingswet, welke is geregeld in onder meer artikelen: o Artikel 2.11 Omgevingswet (Specifieke zorgplicht). De specifieke zorgplicht stelt dat ieder die een milieubelastende activiteit of lozingsactiviteit verricht, is verplicht nadelige gevolgen te voorkomen, ongedaan te maken of anders de activiteit niet uit te voeren. o Artikelen 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet (Algemene zorgplicht).

De algemene zorgplicht stelt dat overheden, bedrijven en burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze algemene zorgplicht is daarmee een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn.  Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen. Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij bodemsanering gaat het dan om verontreinigd puin, sintels, teerresten et cetera. De Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaarten zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaart biedt in geen enkel geval harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en daarna eenieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een onderzoek te laten uitvoeren. Als er twijfel bestaat over de geldende bodemregels op de ontgravings- of toepassingslocatie, wordt geadviseerd contact op te nemen met de gemeente.

IV. Vastlegging en geldigheidsduur De herziene Nota bodembeheer wordt door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. Voor de vaststelling zijn de regels uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Geldigheid bodembeleid na inwerkingtreding van de Omgevingswet Na inwerkingtreden van de Omgevingswet wordt deel 1 van de voorliggende Nota bodembeheer van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente en blijft daarmee onverwijld van kracht. In deel 2 van de Nota zijn de andere bodem-gerelateerde onderwerpen van de deelnemende gemeenten uitgewerkt als beleid onder het huidige stelsel van de Wet bodembescherming Wbb en/ of het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en beleidsregels. Een enkele regel is reeds geformuleerd als concept maatwerkregel welke op een later moment door de

Blad 10 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

gemeente kunnen worden opgenomen in het omgevingsplan. Door de Nota bodembeheer en deze beleidsregels vast te stellen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het huidige (lokale) bodembeleid op basis van de Wbb en het Bbk van toepassing. Zo wordt een beleidsneutrale overgang gewaarborgd. In deel 3 is vervolgens het huidige landelijke bodembeleid tezamen met het toekomstige landelijke bodembeleid na inwerkingtreding van de Omgevingswet beschreven. De bodemkwaliteitskaarten blijven ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet als milieuhygienische verklaring geldig als opzichzelfstaande documenten. Deze kunnen derhalve tevens na inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruikt blijven worden om de kwaliteit van de ontvangende bodem of de kwaliteit van binnen het beheersgebied toe te passen grond vast te stellen. Hiervoor is geen overgangsrecht nodig. Wel dienen deze elke 5 jaar te worden geactualiseerd om de geldigheid te behouden.

V. Bodem onder de Omgevingswet Op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt, worden verschillende gemeentelijke regels en verordeningen onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente. De bruidsschatregels worden ook onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan omvat alle ruimtelijke regels, waaronder ook een deel van de regels voor onder andere grondverzet uit de Nota bodembeheer. Tijdens de overgangsfase (tot eind 2029) heeft de gemeente de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het bodembeleid dat reeds was vastgesteld op basis van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, gelijkgesteld aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze regels, verwerkt in deel 1 van deze Nota, betreffen de vastgestelde lokale maximale waarden én de vastgestelde afwijkende percentages bodemvreemde bijmengingen. Ook de eerder vastgelegde acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten/regio’s gaat om dezelfde reden van rechtswege over naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Daarnaast wordt de bodemfunctiekaart van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

Overig lokaal bodembeleid in de (voorgaande) Nota’s bodembeheer verliest onder de nieuwe regelgeving zijn grondslag, tenzij de regels op een andere manier zijn vastgelegd. Om te voorkomen dat een deel van het lokale bodembeleid zijn grondslag verliest bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, is in deze herziene Nota het overige lokale bodembeleid uitgewerkt als beleidsregels op basis van de Algemene wet bestuursrecht (zie artikel 1:3 lid 4 Awb). Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met de haar toegekende bevoegdheid omgaat2. Deze regels kunnen mogelijkerwijs in de toekomst nog worden opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan als regels in het omgevingsplan of elders. Maatwerkregels worden opgenomen in het omgevingsplan en wijzigen de algemene regels binnen het beheergebied. Deze regels kunnen direct bindend zijn voor derden, hetgeen niet het geval is voor beleidsregels. Er kan uitsluitend maatwerk plaatsvinden zolang een hoger bestuursorgaan daar de ruimte toe geeft. Naast maatwerkregels kan een gemeente decentrale regels in het omgevingsplan opnemen voor onderwerpen die niet door het Rijk geregeld zijn. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, hebben nog niet alle gemeenten het nieuwe deel van hun omgevingsplan paraat voor het opnemen van milieu-regelgeving. Door het bodembeleid nu vast te 2

Meer info over beleidsregels: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/beleidsregels/

Blad 11 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

leggen in beleidsregels, wordt voorkomen dat er na inwerkingtreding van de Omgevingswet een beleidsvacuüm ontstaat. Daarnaast wijzigt met de overgang van de Wet bodembescherming naar de Omgevingswet voor een aantal thema’s de bevoegd gezag-taak. In de Nota bodembeheer maken de gemeenten hun eigen beleidsmatige keuzes op deze thema’s, binnen de kaders die de Omgevingswet stelt. Ook deze onderwerpen zijn onderdeel van de beleidsregels in deel 2 van deze Nota. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt de wettelijke basis van het lokale bodembeleid. Waar tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Wet bodembescherming en het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit het normenkader vormen voor lokaal bodembeleid, zijn onder de Omgevingswet nieuwe beleidskaders van kracht. Met betrekking tot bodembeleid worden de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) relevant:  Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl);  Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Tevens is een gewijzigd Besluit bodemkwaliteit en een nieuwe Regeling bodemkwaliteit 2021 van kracht. Het Bal is gericht aan burgers, bedrijven en bestuursorganen en omvat algemene regels over de leefomgeving, activiteiten, vergunningen en meldingsplichten. In het Bkl, welke gericht is aan bestuursorganen, worden regels opgenomen welke met name betrekking hebben op normen en instructies voor milieu en veiligheid.

Bij het opstellen van dit document is gebruik gemaakt van de volgende besluiten en documenten met bijbehorende versienummers:  Besluit activiteiten leefomgeving, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 03-06-2022, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/;  Besluit kwaliteit leefomgeving, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 06-05-2022, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/;  Besluit bouwwerken leefomgeving, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 03-06-2022, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/;  Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet en bijbehorende Nota van Toelichting, publicatiedatum 25-02-2021, beschikbaar via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-202198.html. Hierin is onder meer de wijziging van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen;  Bruidsschat Omgevingsplan Artikelen, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 15-12-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/totstandkoming/hoofdlijnen-invoeringsbesluit/bruidsschat/

VI. Participatie De eerste aanleiding voor het opstellen van deze Nota is de wens het bestaande beleid te behouden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (beleidsneutrale overgang), totdat de regels geborgd kunnen worden in de gemeentelijke omgevingsplannen. De onderhavige Nota bodembeheer is dan ook tot stand gekomen door het samenvoegen van de twee reeds bestaande Bodembeheernota’s in de regio’s. Hierbij zijn de bestaande bodemregels aangevuld met het wettelijke kader van het nieuwe stelsel, of is een alternatieve regel opgesteld. Gezien de tijdelijkheid en ‘vertaling’ van de regels heeft er beperkt participatie plaatsgevonden. Bij het opstellen van de onderhavige Nota bodembeheer zijn de deelnemende gemeenten en de waterschappen in de regio betrokken. De deelnemende gemeenten hebben voorafgaand en tijdens de loop van het proces de mogelijkheid gehad om input te leveren op de onderwerpen en

Blad 12 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

regels opgenomen in de voorliggende Nota bodembeheer. De waterschappen in de regio (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Rijnland) zijn door de Omgevingsdienst IJmond voorafgaande aan het opstellen van de Nota bodembeheer betrokken bij de voor hen relevante thema’s. Het HHNK is nadrukkelijker aanwezig in de Nota bodembeheer vanwege de lokale afzetproblematiek van vrijkomende baggerspecie met verhoogde zware metalen, zoals ook opgenomen was in de voorgaande Nota van regio Zaanstreek-Waterland. Dit heeft te maken met het hoge humusgehalte in de veengronden in het werkgebied van het HHNK. In het werkgebied van waterschap Rijnland speelt deze problematiek niet/minder, gezien hier sprake is van grotendeels zandgronden met een laag humus gehalte.

VII. Leeswijzer De Nota bodembeheer is ingedeeld in drie delen. Deel 1 bevat de onderwerpen die, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van rechtswege in het gemeentelijk omgevingsplan terechtkomen. In deel 1 zijn weergegeven aan welke kwaliteitseisen moet worden voldaan voordat een partij grond of baggerspecie op bepaalde locaties binnen het beheergebied mag worden toegepast (hoofdstuk 1 en 2). In hoofdstuk 3 is beschreven welke bodemkwaliteitskaarten geaccepteerd worden als erkend bewijsmiddel, in het geval grond wordt geïmporteerd van buiten het beheergebied. Deel 2 van de Nota omvat een verscheidenheid aan regels die te maken hebben met het thema bodem. Allereerst gaat het om aanvullend gemeentelijk beleid in bijzondere situaties bij het graven, toepassen en opslaan van grond en baggerspecie (hoofdstuk 4 t/m 8). Daarna wordt in hoofdstuk 9 t/m 11 verduidelijkt onder welke omstandigheden de gemeente bodemonderzoeken accepteert als bewijsmiddel om de kwaliteit van een partij aan te tonen. Hoofdstukken 12, 13 en 14 behandelen vervolgens afwijkende gemeentelijke regels omtrent meldingen en procedures. In hoofdstukken 15 t/m 18 worden thema’s verduidelijkt en beleidsregels gesteld die na inwerkingtreding van de Omgevingswet onder de verantwoordelijkheid vallen van de gemeenten (voorheen Provincie).

Hoofdstuk 19 tot slot behandelt een concept maatwerkregel die op den duur in het gemeentelijk omgevingsplan kan worden opgenomen. Deel 3 van de Nota omvat alle ‘spelregels’ van het gemeentelijk bodembeleid. Zowel het huidige wettelijke kader van het graven, opslaan en toepassen van grond en baggerspecie, (de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit) als het toekomstige wettelijke kader (de Omgevingswet en de bijbehorende besluiten) alsook de gevolgen voor de bewijsmiddelen en procedures worden uitgewerkt.

Blad 13 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Deel 1: Bodemonderwerpen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan Het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit stelt normen met betrekking tot de toepassing van grond en baggerspecie op basis van een landelijk geldend normenkader, zoals beschreven in het wettelijk kader in deel 3 van deze Nota. Op grond van het Besluit bodemkwaliteit artikel 44 heeft de gemeente de ruimte om af te wijken van dit generieke kader voor zover het lokale toepassingseisen (lokale maximale waarden, LMW), inclusief afwijkend percentage bijmengingen, betreft. De deelnemende gemeenten hebben ervoor gekozen om van deze mogelijkheid tot gebiedsspecifiek beleid gebruik te maken. Het belangrijkste uitgangspunt van dit beleid is dat de kwaliteit van de bodem wordt afgestemd op het gebruik van de bodem. De toepassingseisen worden in de volgende hoofdstukken en paragrafen nader uitgewerkt. Omgevingswet en overgangsrecht De mogelijkheid tot gebiedsspecifiek beleid blijft na inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaan. Dit is mogelijk door middel het opnemen van maatwerkregels in het gemeentelijk omgevingsplan. Invulling van gebiedsspecifiek beleid wordt in het stelsel van de Omgevingswet ingevuld door het opnemen van maatwerkregels die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan.

Via de Aanvullingswet bodem Omgevingswet is er overgangsrecht voor lokaal beleid dat op grond van artikel 12a, lid 5 Wet bodembescherming is vastgesteld. Het gaat hierbij om regels ten aanzien van de kwaliteit, waaronder de samenstelling en emissie, van grond of baggerspecie en de wijze van toetsing aan de kwaliteit en het gebruik van de bodem waarop of waarin grond of baggerspecie wordt toegepast (Wbb, artikel 12a, lid 3). Hieruit volgt dat er overgangsrecht is voor de bodemfunctieklassenkaart en gebiedsspecifiek beleid dat volgt uit artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit. De bodemfunctieklassenkaart valt ook onder het overgangsrecht. Gedurende de overgangsperiode (tot en met 31 december 2029) heeft de gemeente de tijd om de onderwerpen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan over te zetten naar maatwerkregels in het nieuwe deel van het omgevingsplan.

Blad 14 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

1

Lokale maximale waarden voor hergebruik van grond of baggerspecie In het kader van gebiedsspecifiek beleid biedt het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) de mogelijkheid om afwijkende lokale maximale waarden (LMW) vast te stellen. Het vaststellen van gebiedsspecifiekbeleid is een bevoegdheid en geen verplichting. Kern van het gebiedsspecifieke beleid is dat de gemeenteraad voor een bodembeheergebied zelf de LMW vaststelt (artikel 44 Bbk). De gemeenteraad kan onder de volgende voorwaarden LMW vaststellen:  De LWM liggen tussen het niveau van de achtergrondwaarden en het Saneringscriterium. In de systematiek van het Bbk kunnen geen lokale maximale waarden worden vastgesteld beneden de achtergrondwaarde die in de Regeling bodemkwaliteit is vastgesteld, ook niet als lokaal lagere waarden zijn gemeten (artikel 39 Bbk);  De gemeente dient een bodembeheergebied aan te wijzen en een Nota bodembeheer vast te stellen die aan de eisen van het Bbk voldoet;  De noodzaak van de lokale maximale waarden moet worden aangetoond bijvoorbeeld door ondersteunend onderzoek;  In het aangewezen bodembeheergebied dient er op gebiedsniveau sprake te zijn van stand-still en de soepelere LMW mogen niet leiden tot een geval van bodemverontreiniging zodra er toepassing van grond plaatsvindt Lokale maximale waarden onder de Omgevingswet Onder de OW blijft de mogelijkheid van gebiedsspecifiek beleid voor de

toepassing van grond en baggerspecie bestaan. Wel wordt gebiedsspecifiek beleid onder de OW ‘maatwerk’ genoemd en wordt dit vastgelegd in maatwerkregels in het omgevingsplan. In paragraaf 4.124 en specifiek in artikel 4.1273 van het Bal zijn de voorwaarden en beperkingen opgenomen voor het stellen van maatwerkregels en maatwerkvoorschriften voor de kwaliteitseisen waaraan grond of baggerspecie bij het toepassen moeten voldoen.

Figuur 3: Mogelijkheden tot maatwerk onder de Omgevingswet

De eisen voor het stellen van maatwerk zijn vergelijkbaar met de huidige situatie:  Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de grenzen waarbinnen maatwerk mag worden vastgelegd groter. Het is dan namelijk ook mogelijk om sterk verontreinigde grond of baggerspecie toe te passen, zie figuur 3;  Het aanwijzen van een bodembeheergebied (in het omgevingsplan) is een voorwaarde voor het stellen van maatwerk aan kwaliteitseisen die soepeler zijn dan de kwaliteitseisen die volgen uit het Bal;  De noodzaak van de lokale maximale waarden moet evenals voorheen worden aangetoond bijvoorbeeld door ondersteunend onderzoek;

Blad 15 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

1.1

Er kan slechts sprake zijn van een versoepeling van de kwaliteitseisen als de grond of baggerspecie afkomstig is uit een aangewezen bodembeheergebied en ook weer binnen dat gebied wordt toegepast; Voor sterk verontreinigde grond of baggerspecie geldt dat toepassing alleen mag plaatsvinden voor zover de grond of baggerspecie afkomstig is van een diffuus sterk verontreinigde locatie en deze grond of baggerspecie ook weer wordt toegepast op een diffuus sterk verontreinigde locatie binnen het bodembeheergebied.

LMW bodemlood Het Besluit bodemkwaliteit biedt op basis van artikel 44 de mogelijkheid om af te wijken van de generieke toepassingseisen. De deelnemende gemeenten kiezen ervoor om, in het kader van het beschermen van de volksgezondheid, de toepassingseisen voor de stof lood aan te scherpen. De motivatie en de praktische uitwerking hiervan zijn in de volgende paragrafen uitwerkt. Risico’s van bodemlood De schadelijkheid van lood in de bodem voor de gezondheid is al geruime tijd bekend. Echter, ook bij blootstelling aan lage concentraties, kan bodemlood al een beperkend effect hebben op de ontwikkeling van de hersenen van een kind. Vooral bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar kan dit op lange termijn leiden tot een verlies van enkele IQ (intelligentiequotiënt) -punten. Dit inzicht geeft aanleiding om de blootstelling aan lood via de bodem te verminderen, met name blootstelling aan jonge kinderen. In het RIVM-rapport “Diffuse loodverontreiniging in de bodem” (2015)3 worden gemeenten opgeroepen het bodembeheer op een dusdanige wijze in te richten, dat de kans wordt verkleind op blootstelling aan lood in de bodem. Tabel 2: Risicowaarde voor lood in de bodem (mg/kg d.s.) op basis van ingeschat IQ-punten verlies

Grote moestuin (> circa 200 m2) Wonen met tuin (kleine moestuin) Plaatsen waar kinderen spelen IQ-puntverlies door bodemlood Handelingsperspectieven voor plaatsen waar jonge kinderen (0-6 jaar) veel in contact komen met grond (gevoelig bodemgebruik: wonen met tuin, kinderspeelplekken, kinderdagverblijven e.d.)

Gezondheidskundig voldoende bodemloodkwaliteit < 60

Gezondheidskundig matige bodemloodkwaliteit 60 - 260

Gezondheidskundig onvoldoende bodemloodkwaliteit > 260

< 90

90 - 370

> 370

< 100 < 1 IQ-puntverlies

100 - 390 1-3 IQ-puntenverlies  Brede communicatie over algemene gebruiksadviezen (folder, posters, website e.d.).  Sanering bij herstructurering e.d.

> 390 >3 IQ-puntenverlies

 Goede ruimtelijke ordening: realiseer gevoelig bodemgebruik zoveel mogelijk op grond met een voldoende bodemloodkwaliteit

 

Bodemsanering Indien sanering niet haalbaar: specifieke, gerichte risicocommunicatie met bewoners en andere gebruikers van verontreinigde grond (brieven, informatiebijeenkomsten e.d.)

Naar aanleiding van het RIVM-rapport heeft de landelijke GGD-projectgroep bodem een gezondheidskundig advies opgesteld4. De bovenstaande tabel (tabel 2) is hieruit afkomstig en geeft het ingeschatte IQ-punten verlies in verhouding met de concentratie lood in de bodem aan.

3 Otte, P. F., et al. "Diffuse loodverontreiniging in de bodem: Advies voor een gemeenschappelijk beleidska-

der." (2016). RIVM-rapport 2015-0204, beschikbaar via https://www.rivm.nl/publicaties/diffuse-loodverontreiniging-in-bodem-advies-voor-gemeenschappelijk-beleidskader 4 Landelijke GGD-projectgroep bodem, “Toelichting Lood in bodem en gezondheid” 18 april 2016.

Blad 16 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

De deelnemende gemeenten willen hun jonge inwoners aanvullend beschermen tegen schadelijke gevolgen van bodemlood. Daarom volgen de deelnemende gemeenten het advies van het RIVM en de GGD op. Op locaties waar verwacht wordt dat kinderen in aanraking komen met de bodem, wordt een afwijkende normstelling, een lokale maximale waarde (LMW) voor lood in toe te passen grond gehanteerd op basis van de risicowaardes. Door strengere toepassingsnormen te hanteren, wordt de bodemloodconcentratie in de loop van de tijd lager. Hierdoor neemt op den duur het blootstellingsrisico af. Het is de verwachting dat met name in gebieden met de functie ‘Wonen’, (jonge) kinderen in contact kunnen komen met de bodem. Blootstelling aan bodemlood vindt met name plaats door lood in de contactzone (tot 50 cm -mv., zie ook verderop). Om deze reden wordt de norm voor bodemlood in toe te passen grond in het bodemfunctiegebied ‘Wonen’, in de contactzone aangescherpt. Volgens het generieke beleid kan binnen een zone met bodemfunctie ‘Wonen’, grond met de maximale kwaliteitsklasse ‘Wonen’ worden toegepast. Hieraan wordt de uitzonderingsregel toegevoegd voor lood: een partij grond die binnen een zone met functieklasse ‘Wonen’ wordt toegepast in de contactzone, mag een maximaal gemeten gehalte aan lood bevatten van 90 mg/kg d.s. (ongecorrigeerd).

De contactzone Als contactzone wordt het traject van 0,0 tot 0,5 meter onder maaiveld gehanteerd. Wanneer er geen contact met de bovengrond mogelijk is door een gesloten bovenafdichting, is er ook geen sprake van een contactzone. Onder gesloten bovenafdichtingen worden verstaan:  Een aaneengesloten verharding (asfalt, beton) inclusief doorgroeitegels en speeltuintegels;  Een half-verharding van ten minste 20 cm dikte;  Kunstgras met een funderingsmateriaal (van grond of bouwstof). Andere vormen van bodembedekking die niet in bovenstaande opsomming zijn genoemd, denk hierbij aan grind, gras of boomschors, verminderen het risico op contact met de grond in de contactzone, maar worden niet beschouwd als een gesloten bovenafdichting. Toetsing aan de lokale maximale waarde en de bodemtypecorrectie Wanneer grond wordt toegepast binnen gebieden met bodemfunctie ‘Wonen’, dient de kwaliteit van de toe te passen partij bekend te zijn. Hiertoe heeft de initiatiefnemer verschillende mogelijkheden, zie ook hoofdstuk 22. Het bewijs van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de toe te passen partij, wordt zoals gebruikelijk is bij de melding grondverzet gevoegd. In het geval de kwaliteit van de toe te passen partij voldoet aan de achtergrondwaarden, kan er zonder aanvullende toetsing worden toegepast.

In het geval de kwaliteit níet voldoet aan de achtergrondwaarden, dient, vóórdat de partij mag worden toegepast, door het bevoegd gezag te worden getoetst dat de loodconcentratie 90 mg/kg d.s. niet overschrijdt. Indien de maximale bodemloodconcentratie wordt overschreden, kan de partij niet in de contactzone binnen de bodemfunctie ‘Wonen’ worden toegepast (toepassen onder een gesloten afdeklaag blijft overigens wel mogelijk). N.B.: De toetsing aan de bodemloodconcentratie dient plaats te vinden aan de hand van de gemeten loodconcentratie en niet de gecorrigeerde waarde naar standaardbodem op basis van het humus- en lutumgehalten.

Blad 17 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij grondverzet Een partij toepassen binnen de bodemfunctiezone ‘Wonen’ is tevens mogelijk op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente en erkende bodemkwaliteitskaarten. Hier zijn wel de volgende voorwaarden aan verbonden:  De toe te passen partij is afkomstig uit een zone met de ontgravingskwaliteit Achtergrondwaarde;  De bodemkwaliteitskaart is erkend door de gemeente;  Uit het historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 blijken geen verdachtmakingen. Indien de partij niet aan één van bovengenoemde eisen voldoet, is aanvullend bewijs voor het gehalte lood noodzakelijk. Het bovenstaande geldt tevens in het geval partijen binnen de bodemfunctie ‘Wonen’ worden verplaatst. In alle gevallen waarin niet wordt aangetoond dat de partij de bodemkwaliteit achtergrondwaarden heeft, toetst het bevoegd gezag of de LMW voor lood (90 mg/kg d.s.) niet wordt overschreden. Toepassingseis voor toepassingen in bodemfunctieklasse ‘Wonen’ Voor toepassingen binnen de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ binnen de het beheergebied geldt de volgende toepassingseis:  Een partij die binnen een zone met functieklasse ‘Wonen’ wordt toegepast in de contactzone, mag een maximaal gemeten gehalte aan lood bevatten van 90 mg/kg d.s. (ongecorrigeerd).

Het bovenstaande beleid is nieuw voor de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Purmerend, Oostzaan, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort.

1.2

LMW bij toepassing gevoelig bodemgebruik Gevoelig bodemgebruik Toepassing van grond of baggerspecie op locaties met gevoelig bodemgebruik moet met de grootste zorgvuldigheid gebeuren. Lokaal kunnen binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten gevoelige locaties voorkomen. Onder locaties met gevoelig bodemgebruik vallen:  Speelterreinen;  Scholen en schoolpleinen;  Kinderopvang en bijbehorende speelterreinen;  Wonen met tuin (woonerf);  Volkstuin/moestuin;  Park en plantsoen;  Sportterrein;  Verblijfsrecreatie;  Dagrecreatie;  Sport en Vrije tijd;  Natuurgebied. In bijlage 1 zijn de bronnen aangegeven waarmee bepaald kan worden of er op een locatie sprake is van en van de bovengenoemde bestemmingen. De bronnen (zoals de Basisregistratie Grootschalige Topografie) zijn openbaar beschikbaar en inzichtelijk. De gemeente draagt geen verantwoordelijkheid voor de volledigheid van deze bronnen. Derhalve is het aan de initiatiefnemer om voorafgaande aan de toepassing op een mogelijke locatie met gevoelig bodemgebruik altijd contact op te nemen met de gemeente voor inzicht in de huidige situatie.

Blad 18 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Risico’s van stoffen In sommige gebieden is het toegestaan om grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ toe te passen. De deelnemende gemeenten stellen daarentegen bij locaties met gevoelig bodemgebruik strengere eisen als daar grond wordt toegepast. Dit, om bij het gevoelig bodemgebruik eventuele risico’s uit te sluiten. Binnen de deelnemende gemeenten dient de grond die in de bovengrond (0,0 - 0,50 m-mv.) wordt toegepast ter plaatse van bestaande gevoelige locaties te voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. Van nieuw aan te leggen locaties met gevoelig bodemgebruik moet de bovengrond (traject 0,0 0,50 m -mv.) te worden voorzien van grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. De kwaliteit van de toe te passen grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ moet worden aangetoond met een wettig bewijsmiddel (zie hoofdstuk 22 voor de mogelijke bewijsmiddelen). Als er aanleiding is dat de grond verdacht is voor verhoogde gehalten met asbest, moet asbest ook in de partijkeuring of ander wettig bewijsmiddel worden meegenomen (historische gegevens, zintuiglijk en analytisch). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal (hoofdstuk 2). Risico’s van asbest In Nederland is van ca. 1955 tot 1993 asbest toegepast.

In de periode van 1955-1978 is op grote schaal gewerkt met asbesthoudende materialen. Asbest kan in de bodem terecht zijn gekomen op locaties waar asbest is gebruikt in gebouwen, door het zagen of breken van asbestplaten of (afval)stortingen. De aanwezigheid van asbest in de bodem kan risico’s opleveren voor de volksgezondheid. Om deze reden is onderzoek naar het voorkomen van asbest in de bodem in sommige gevallen verplicht. De bodemkwaliteitskaart geeft geen uitsluitsel of er sprake is van asbesthoudende grond of bodem. Voor grond geldt als generieke toepassingseis dat deze maximaal 100 mg/kg droge stof (d.s.) aan -gewogen- asbest mag bevatten. Dit betreft een gewogen gehalte, zijnde het gehalte serpentijnasbest plus tienmaal het gehalte amfiboolasbest. De gemeente stelt gebiedsspecifiek beleid vast: voor toepassingen van grond ter plaatse van locaties met gevoelig bodemgebruik is het niet toegestaan met asbest verontreinigde grond toe te passen. De deelnemende gemeenten hanteren hierbij de eis dat er visueel geen asbest in de grond zichtbaar mag zijn. Van partijen met asbestverdachte bijmengingen dient conform een passend bewijsmiddel aangetoond te worden dat de grond niet asbesthoudend is.

Toepassingseisen voor toepassingen op locaties met gevoelig bodemgebruik De toepassingseis voor het toepassen van grond en/of baggerspecie ter plaatse van locaties met gevoelig bodemgebruik binnen haar grondgebied is als volgt:  De partij die wordt toegepast in de bovengrond (traject 0,0 - 0,50 m -mv.) ter plaatse van de gevoelige locatie voldoet minimaal aan de kwaliteitseisen voor de bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’;  De partij is visueel dan wel analytisch vrij van asbest. Dit wordt voor elke toe te passen partij aangetoond door middel van minimaal een onderzoek conform de NEN 5725. o Als uit het vooronderzoek conform NEN 5725 blijkt dat de locatie verdacht is op de aanwezigheid van asbest, dan dient een volledig verkennend asbestonderzoek conform NEN5707 of NEN5720 met passende strategie te worden uitgevoerd.

Blad 19 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

o

Als uit het vooronderzoek conform NEN 5725 blijkt dat de locatie onverdacht is op de aanwezigheid van asbest, maar er is in de vrijkomende grond visueel wel sprake van een bijmenging van asbestverdacht materiaal, dan dient een volledig verkennend asbestonderzoek conform NEN5707 of NEN5720 te worden uitgevoerd.

De genoemde kwaliteitseis geldt zowel voor nieuw aan te leggen locaties met gevoelig bodemgebruik als voor bestaande gevoelige locaties. Onder locaties met gevoelig bodemgebruik vallen de voorgenoemde gevoelige locaties, zie ook bijlage 2. Ten aanzien van bijmengingen van bodemvreemd materiaal (niet zijnde asbestverdacht) gelden aanvullende eisen, zie hiervoor hoofdstuk 2. De bovenstaande regel is nieuw voor de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemstede, Heemskerk, Purmerend, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. De bovenstaande regel is gewijzigd beleid voor de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland.

1.3

LMW voor het buitengebied van regio Zaanstreek-Waterland Onderbouwing In grote delen van het buitengebied van de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland is het in het generieke kader toegestaan dat ter plaatse van locaties met de (toekomstige) bodemfunctie ‘Wonen’ of ‘Industrie’ grond mag worden toegepast met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’. Deze bodemfuncties komen vooralsnog weinig voor in het buitengebied. De gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland willen voor deze gebieden in het buitengebied aansluiten bij de toepassingseis die volgt als de bodemfunctie ‘Overig’ is: ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. Daarom stellen de gemeenten voor gebieden in het buitengebied waarvan de (toekomstige) bodemfunctie ‘Wonen’ of ‘Industrie’ is vastgesteld, strengere lokale maximale waarde vast, namelijk de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ voor die gebieden waar de (toekomstige) bodemfunctie ‘Wonen’ of ‘Industrie’ is vastgesteld. Toepassingseis voor toepassingen in buitengebied regio Zaanstreek-Waterland De toepassingseis voor locaties in het buitengebied van de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland met de (toekomstige) bodemfuncties ‘Wonen’ en ‘Industrie’ is vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’.

De bovenstaande regel is een voortzetting van het beleid voor de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland.

1.4

LMW voor onverharde wegbermen Onderbouwing Van onverharde (spoor)wegbermen is het bekend dat deze verontreinigd kunnen zijn als gevolg van:  Depositie van uitlaatgassen (PAK, lood);  Afstromend regenwater (minerale olie, PAK en lood);  Funderingsmateriaal (zware metalen en PAK);  Toepassing van teerhoudend asfalt (PAK);

Blad 20 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

 

Uitloging uit vangrails (zink) Uitloging uit bovenleidingen (koper).

Aangezien het bekend is dat de onverharde bermen belast worden met verontreinigende stoffen, wordt het niet milieuvriendelijk geacht dat eventueel toe te passen schone grond als gevolg van het drukke (spoor)wegverkeer na de toepassing wordt verontreinigd. Lokale baggeropgave Als gevolg van het op diepte houden van de watergangen komt in de regio veel bagger vrij die niet direct op de kant kan worden verspreid. Een deel van de vrijkomende bagger wordt door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) afgevoerd naar doorgangdepots waar de bagger wordt ontwaterd alvorens te worden hergebruikt als grond. De naar doorgangsdepots afgevoerde baggerspecie is maximaal van de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Uit een quickscan van uitgevoerde waterbodemonderzoeken van het Hoogheemraadschap in de regio IJmond is gebleken dat vooral het gehalte minerale olie klassebepalend is (maximaal klasse ‘Industrie’). Uit onderzoek van Alterra, dat is gepubliceerd in het vakblad Bodem (nummer 5 van oktober 2009), blijkt dat door biologische afbraak de concentraties aan minerale olie en PAK's in een periode van 5 jaar minimaal 70-80% reduceren. Voorwaarde hierbij is dat er alleen snelle biologische afbraak plaatsvindt in aërobe (zuurstofrijke) omstandigheden.

Gezien het bodemgebruik van wegbermen worden geen onacceptabele risico’s verwacht wanneer hierin grond of baggerspecie van de kwaliteitsklassen 'Industrie' of ‘Wonen’ wordt toegepast. Om de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van grond en baggerspecie met de kwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’ te vergroten, worden lokale maximale waarden vastgesteld. De deelnemende gemeenten staan lokale verslechtering met gebiedseigen grond met maximaal de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ toe in de onverharde (spoor)wegbermen. Door de gemeenten aangewezen wegen zijn:  Spoorwegen, rijkswegen, provinciale wegen;  Door de gemeenten aangewezen wegen*. *Alle wegen die in beheer van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zijn, zijn ook door de gemeenten aangewezen met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. Uit de argumentatie van het Hoogheemraadschap, die is opgenomen in bijlage 4, blijkt dat deze wegen een afwijkende kwaliteit hebben dan de omgeving. Op de gebiedsspecifieke toepassingskaarten van de regio Zaanstreek-Waterland zijn de wegen aangegeven waar de lokale verslechtering tot kwaliteitsklasse ‘Industrie’ wordt toegestaan. Definitie wegberm Met onverharde wegbermen wordt bedoeld: de strook grond naast de (klinker- en asfalt)weg of spoorweg. Uitgangspunt voor de definitie van onverharde wegberm is dat er geen afwateringsgoot met straatkolken aanwezig is.

De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,3 meter diepte gerekend vanaf het maaiveld, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter.  De erfgrens of  De meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of  De meest nabij gelegen insteek van een natte sloot of

Blad 21 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

Als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos).

Voor de begrenzing van de wegbermen wordt aangesloten bij de volgende figuren. Deze figuren zijn afkomstig uit een brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS-2009/2932, 19 november 2009).

Figuur 4: begrenzing wegbermen

Voor wegbermen langs dijkwegen geldt dat de wegberm bestaat uit de strook grond tussen de weg en de teen van de dijk. Voor wegen op dijken geldt dat de wegberm bestaat uit de strook grond tussen de weg en de kruin van de dijk. Bij de wegbermen gelegen in het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voormalig EHS) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter, in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond toegepast worden. Toepassingseis voor toepassingen in onverharde wegbermen De toepassingseis voor de onverharde bermen van rijkswegen, provinciale wegen, spoorwegen en de door de gemeenten aangewezen wegen is vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. De deelnemende gemeenten wijzen alle wegen die in beheer van het HHNK zijn als bermen waar tot en met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ mag worden toegepast. De bermen waarop dit van toepassing is, zijn opgenomen in kaartbijlage Als het voornemen bestaat grond in een onverharde wegberm van een spoorweg, rijksweg, provinciale weg, of een van de door de gemeente aangewezen wegen, toe te passen, gelden de volgende regels:  Voorafgaand aan de toepassing in een aangewezen onverharde wegberm moet een indicatief onderzoek worden uitgevoerd naar de kwaliteit van de toe te passen bermgrond (zie § 22.3.4).

De resultaten van het indicatieve onderzoek moeten worden getoetst volgens de normen van het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit zodat een kwaliteitsklasse kan worden bepaald. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten kan de grond worden toegepast: o Als de grond voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of beter, dan mag de grond op of in de aangewezen onverharde wegbermen worden toegepast. o Als één of meerdere gehalten in de grond de maximale waarden voor ‘Industrie’ overschrijden, maar de interventiewaarde wordt niet overschreden, dan moet de grond worden getransporteerd naar een erkend verwerker. De grond kan ook aanvullend worden gekeurd. Als uit de partijkeuring blijkt dat de grond

Blad 22 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

voldoet aan de maximale waarden voor ‘Industrie’, dan kan deze alsnog in de onverharde wegberm worden toegepast. o Als één of meer gehalten in de grond de interventiewaarde van de Wet bodembescherming overschrijdt, mag de grond niet worden toegepast en moet het spoor van de Wet bodembescherming worden gevolgd. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden de interventiewaarden bodemkwaliteit zoals opgenomen in de bijlagen van het Besluit activiteiten leefomgeving en wordt het spoor van de Omgevingswet gevolgd. De partij grond of baggerspecie die wordt toegepast is afkomstig uit het beheergebied.

Als het voornemen bestaat grond uit een onverharde wegberm van een spoorweg, rijksweg, provinciale weg, of een van de door de gemeente aangewezen wegen, elders toe te passen (dat wil zeggen: niet in een van de voorgenoemde bermen of een toepassingskwaliteit ‘Industrie’ op basis van de bodemkwaliteitskaart), dient er altijd een bodemonderzoek met passende strategie (zoals een partijkeuring) te worden uitgevoerd (zie voor bewijsmiddelen hoofdstuk 22). Afhankelijk van de resultaten kan de grond elders worden toegepast conform de eisen van het generieke kader en gebiedsspecifieke kader zoals beschreven in deze Nota. De bovenstaande regel is bestaand beleid voor de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland. Het is nieuw beleid voor de gemeente Purmerend. De bovenstaande regel is ten dele nieuw beleid voor de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemstede, Heemskerk, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. De mogelijkheden voor het toepassen van grond met klasse ‘Wonen’ en 'Industrie’ zijn uitgebreid. Daarnaast zijn de eisen aan het benodigde bodemonderzoek gedefinieerd.

1.5

Toepassingseis voor industriegrond Zuid-Kennemerland-IJmond Aanleiding De bodem in de oude woonwijken van in de regio Zuid-Kennemerland-IJmond is door de eeuwen heen veelal verontreinigd geraakt als gevolg van menselijke handelingen. De bodemkwaliteit van de bovengrond in woongebieden heeft een kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Volgens de generieke eisen kan en mag deze grond niet in woongebieden worden hergebruikt.

Figuur 5: Problematiek hergebruik van klasse industriegrond

Blad 23 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

De problematiek is in figuur 5 weergegeven. Vrijkomende bovengrond (in paars op kaart gekleurd) kan niet of nauwelijks hergebruikt worden (zie toepassingskaart Generiek). Onderbouwing Een oplossing is gevonden in de onderbouwing van de normstelling en bodemkwaliteits-beoordeling. Deze zijn beschreven in het rapport NOBO5 . Hierbij is het risico’s en de mate van contactmogelijkheid met de verontreinigde bodem gekoppeld aan de bodemfunctie. Is er sprake van veel bodemcontact (bijv. voor de functie ‘wonen met tuin’) dan is sprake van hoger risicoscenario en dus een strengere normering voor deze bodemfunctie. Dit uitgangspunt is opgenomen in de onderstaande figuur 6. Er is gezocht naar bodemfuncties die geen risico opleveren voor de gebruiksfunctie in het gebied. De gebieden waar de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ aanwezig is worden gevormd door oude woongebieden en bedrijventerreinen.

Figuur 6: Beslisschema koppeling bodemfuncties aan risicoscenario's (bron: NOBO)

Op basis van het bovenstaande figuur blijkt dat voor de functie ‘Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’ er weinig bodemcontact is. Er is hierbij dus slechts beperkt sprake van humane risico’s. Ook het aanwezige groen heeft een weinig ecologische waarde. Op basis van de functiebeschrijving in het NOBO-rapport mag de vrijkomende kwaliteitsklasse industriegrond worden hergebruikt binnen de onderstaande (woon)gebieden: 5

NOBO: Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling. Onderbouwing en beleidsmatige keuzes voor de bodemnormen in 2005, 2006 en 2007. Door: Ministerie van VROM, d.d. december 2008

Blad 24 van 113

Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0 Omgevingsdienst IJmond

  

Siergroen in openbaar gebied, bermen, groenstroken, taluds, etc.; Wegen en spoorwegen met weinig groen; Ook alle bebouwing en verharding kan onder deze functie vallen, dus ook dicht bebouwd stedelijk gebied zonder tuinen.

Oplossing De eisen voor het toepassen van grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ zijn als volgt: 1. De functiebeschrijving van het gebied moet passen in de volgende beschreven (woon)gebieden: a. Siergroen in openbaar gebied, bermen, groenstroken, taluds, etc.; b. Wegen en spoorwegen met weinig groen; c. Alle bebouwing en verharding. 2. De toepassingslocatie dient voor de bovengrond de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ te hebben (ze hiervoor de ontgravingskaart); 3. De Omgevingsdienst IJmond dient schriftelijk in te stemmen met de toepassing. Maatwerkoplossing industriegrond onder de Omgevingswet De Omgevingswet biedt maatwerkmogelijkheden bij het toepassen van grond en baggerspecie. Dat is in de vorm van maatwerkregels en maatwerkvoorschriften. Zo kan onder de Omgevingswet kan volgens artikel 4.1273 van het Bal met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste of tweede lid, alleen worden toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie afkomstig is uit een aangewezen bodembeheergebied en ook weer binnen dat gebied wordt toegepast. De initiatiefnemer kan een dergelijk maatwerkvoorschrift bij de gemeente aanvragen voor de voorgenomen activiteit.

Toepassingseis voor toepassen industriegrond in woongebieden in regio Zuid-Kennemerland-IJmond De eisen voor het toepassen van grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ binnen gebieden met de bodemfunctie ‘Wonen’ zijn als volgt: 1. De functiebeschrijving van het gebied moet passen in de volgende beschreven (woon)gebieden: a. Siergroen in openbaar gebied, bermen, groenstroken, taluds, en vergelijkbaar; b. Wegen en spoorwegen met weinig groen; c. Alle bebouwing en verharding. 2. De toepassingslocatie dient voor de bovengrond de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ te hebben; 3. De Omgevingsdienst IJmond dient schriftelijk in te stemmen met de toepassing. Het bovenstaande beleid is bestaand beleid voor de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemstede, Heemskerk, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. N.B.: het beheergebied is uitgebreid met de gemeenten in regio Zaanstreek-Waterland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12590480/2