CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Nieuw -Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 202323.522 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023 Besluit van de raad van de gemeente Zandvoort tot vaststelling van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023 De raad van de gemeente Zandvoort; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid, 2.1.4a, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 3.8, eerste lid en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Samenleving; gelet op de doelstellingen zoals verwoord in de door de raad vastgestelde beleidskaders:  

Transformatienota sociaal domein BAZ NR: 2015/060879 ; Beleidskader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027

overwegende dat: -

-

inwoners ieder op hun wijze hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; inwoners elkaar daarin naar vermogen bijstaan; inwoners die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn, onvoldoende in staat zijn tot participatie, of niet in staat zijn zich zelfstandig te handhaven in de samenleving in verband met een beperking, chronisch psychische of psychosociale problemen, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; het noodzakelijk is om regels vast te stellen voor het verlenen van maatschappelijke ondersteuning; dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving;

besluit vast te stellen de: “Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023”.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

1

HOOFDSTUK 1 WAT STAAT ER IN DE VERORDENING? In deze verordening staan de regels van de gemeente Zandvoort die door de gemeenteraad zijn vastgesteld voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015).

Artikel 1.1 Definities In deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt verstaan onder: - adequate voorziening: de meest passende, tijdig beschikbare voorziening; - algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen en vanuit een minimuminkomen kunnen worden bekostigd; - andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - begeleiding (individueel en groepsbegeleiding): een maatwerkvoorziening gericht op onder andere het leren omgaan met beperkingen of sociaal-maatschappelijke problematiek met als doel het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie; - cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; - college: college van burgemeester en wethouders; - gemeenschappelijke ruimten: een ruimte die niet tot de woonruimte van een cliënt behoort, maar die door een cliënt, vaak samen met andere bewoners, kan worden gebruikt; - hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en

verblijfplaats heeft en in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres; - huisgenoot: de persoon die met de cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont, zonder dat er sprake is van een commerciële huurders- of kostgangersrelatie; - inwoner: ingezetene van gemeente Zandvoort; - meerkosten: kosten, niet zijnde de kosten als bedoeld in artikel 2.1.7 van de wet, die uitgaan boven de kosten die als algemeen gebruikelijk zijn te beschouwen; - ondersteuningsplan: de schriftelijke weergave van de in samenspraak met cliënt vastgelegde doelen en stappen richting zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek volgens artikel 2.3 van de verordening en eventueel het ingebrachte persoonlijk plan. Het ondersteuningsplan wordt door een aanbieder ook wel ‘trajectplan’ genoemd; - onderzoeksverslag: een weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3 van de verordening en eventueel het ingebrachte persoonlijk plan. Het onderzoeksverslag kan ook het ondersteuningsplan omvatten; - pgb-plan: een door de cliënt opgesteld plan, op basis van een door het college vastgesteld format. In het geval de cliënt een pgb voor diensten wil aanvragen, dient hij dit pgb-plan aan te leveren tijdens het onderzoek.

Het pgb-plan wordt betrokken bij het pgb-gesprek om de motivatie, de doelmatigheid van het voorstel en de pgb-vaardigheid van de aanvrager te bepalen; - pgb-vaardigheid: de cliënt is pgb-vaardig als de cliënt de aan een pgb verbonden taken, op zowel zorg-inhoudelijk als financieel-administratief gebied, adequaat kan uitvoeren; - pgb-vertegenwoordiger: een door de cliënt gemachtigde natuurlijke persoon die – in samenspraak met de cliënt - de aan het pgb verbonden taken (zowel zorginhoudelijk als financieel-administratief) op zich neemt. DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

2

-

pgb-gesprek: in het geval de cliënt een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te ontvangen, vindt in de onderzoeksfase (en ook bij heronderzoek) een pgb-gesprek plaats tussen de cliënt, diens eventuele pgb-vertegenwoordiger en een casemanager. In dit gesprek wordt het pgb-plan besproken en de pgb-vaardigheid getoetst; - sociaal netwerk: personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; - wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - zelfstandige woning: een woning met eigen toegang, eigen keuken, toilet en sanitair. 2. Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet verder zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de daarop gebaseerde regelgeving of de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 1.2 Voor wie is de verordening van toepassing? 1. Deze verordening richt zich op personen: a. die hun woonplaats hebben in Zandvoort; en b. die hun zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie willen behouden of verbeteren; en c. daar ondersteuning bij nodig hebben, of d. die als mantelzorger ondersteuning aan een inwoner bieden. 2. Wat betreft opvang en beschermd wonen richt de verordening zich op inwoners en ingezetenen van Nederland die bij de centrumgemeente Haarlem ondersteuning zoeken.

Artikel 1.3 Reikwijdte van de maatschappelijke ondersteuning 1. De door het college aangeboden maatschappelijke ondersteuning levert een belangrijke bijdrage aan het realiseren van een aanvaardbaar niveau van zelfredzaamheid en participatie. Aanvaardbaar niveau betekent dat wat noodzakelijk is op het gebied van zelfredzaamheid en participatie. Dit is niet hetzelfde als wat de persoon noodzakelijk vindt in het kader van smaak, gewoonte of wens. 2. Maatwerkvoorzieningen zijn altijd gericht op de unieke situatie van de cliënt en zijn leefomgeving en de inzet wordt integraal (dus ook vanuit andere domeinen als jeugd, werk en inkomen en wonen) afgewogen.

Artikel 1.4. Beleidsuitgangspunten 1. De gemeente stelt de leefwereld van inwoners centraal, niet de systeemwereld. Uitgangspunt is het dagelijks leven van Zandvoorters en ‘doen wat nodig is’. 2. De gemeente organiseert zorg en ondersteuning zo dicht mogelijk in de leefomgeving van de inwoners. 3. De gemeente wil een aanpak zonder schotten tussen voorzieningen. Dat veronderstelt een goede samenwerking tussen partners, op dorpsniveau of in wijken. 4. De gemeente is opdrachtgever en stuurt op resultaten, de aanbieders zijn de deskundigen.

HOOFDSTUK 2 Toegang tot maatschappelijk ondersteuning Hoe werkt een melding, onderzoek en aanvraag?

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

3

Artikel 2.1 Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning 1. Inwoners die hulp nodig hebben kunnen een melding doen. De inwoner of de vertegenwoordiger kan deze melding op de volgende manieren doen: telefonisch, mondeling, schriftelijk of digitaal. 2. Het college zorgt dat inwoners eenvoudig een melding kunnen doen. 3. Na ontvangst van de melding stelt het college vast of het een melding is die past binnen de wet. Als dit niet het geval is wordt de inwoner naar de juiste plek verwezen. 4. Het college informeert de cliënt of de vertegenwoordiger, in duidelijke en begrijpelijke taal, over de rechten, plichten en de vervolgprocedure van de melding.

Artikel 2.2 Cliëntondersteuning 1. Het college biedt gratis onafhankelijke cliëntondersteuning aan de inwoner/cliënt of de mantelzorger. Deze cliëntondersteuner biedt hulp bij gesprekken, het aanvragen van voorzieningen en het maken van afspraken met aanbieders 2. Het college wijst de inwoner/cliënt en zijn mantelzorger op de mogelijkheid gebruik te kunnen maken van gratis cliëntondersteuning.

Artikel 2.3 Onderzoek 1. Het college voert binnen zes weken na de melding een onderzoek uit zoals bepaald in de wet. Dit onderzoek is niet nodig als de situatie al voldoende bekend is door eerdere meldingen of onderzoeken. 2. Voor het onderzoek verschaft de cliënt of de vertegenwoordiger alle gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 3. Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie. 4. Een gesprek met de cliënt en zijn eventuele vertegenwoordiger maakt deel uit van het onderzoek. Aan het gesprek kunnen ook de partner, kinderen, mantelzorger en andere personen uit het sociaal netwerk en de cliëntondersteuner deelnemen. 5. Als de cliënt een persoonlijk plan, zoals bepaald in de wet, aan het college heeft overhandigd, wordt dit plan meegenomen in het onderzoek. 6. Tijdens het onderzoek wordt de cliënt in begrijpelijke taal geïnformeerd over de keuze en de gevolgen daarvan tussen een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) of een financiële tegemoetkoming. 7. Als de cliënt een maatwerkvoorziening voor diensten in de vorm van een pgb wil ontvangen, moet de cliënt een pgb-plan opstellen en tijdens het onderzoek aan het college overhandigen.

Dit pgb-plan wordt besproken tijdens het separate pgb-gesprek.

Artikel 2.4 Onderzoeksverslag 1. Het college stuurt een onderzoeksverslag van het gesprek en de uitkomsten van het onderzoek naar de cliënt of de vertegenwoordiger. 2. De cliënt kan opmerkingen of aanvullingen op het onderzoeksverslag aangeven. Deze worden aan het onderzoeksverslag toegevoegd. 3. In het onderzoeksverslag neemt het college ook op of er behoefte is aan maatregelen om de mantelzorger te ondersteunen.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

4

4. Het college kan nadere regels stellen over de methodiek en de procedure waarmee het onderzoeksverslag tot stand komt.

Artikel 2.5 Aanvraag 1. Na een melding en het gesprek, of zes weken na de melding, kan een cliënt een aanvraag voor een maatwerkvoorziening indienen. De aanvraag moet schriftelijk of digitaal worden ingediend. 2. De cliënt dient een aanvraag in met een door het college vastgesteld aanvraagformulier of met het door het college opgestelde onderzoeksverslag, mits deze is ondertekend voor het indienen van een aanvraag. 3. Het college kan in het dringende belang van de inwoner besluiten om een maatwerkvoorziening ambtshalve te verstrekken indien het niet mogelijk is dat hiervoor door of namens de inwoner een aanvraag wordt ingediend. 4. Het college kan nadere regels stellen over de wijze van indiening van een aanvraag.

Artikel 2.6 Advisering Het college kan ervoor kiezen om, voor afhandeling van een melding of aanvraag, door een externe deskundige een advies uit te laten brengen. Als het nodig is worden ook huisgenoten meegenomen in dit onderzoek. Het advies wordt meegenomen bij de beoordeling van de melding en/of de aanvraag.

Artikel 2.7 De beslissing en de beschikking 1. Het college stelt de beslissing op een aanvraag binnen twee weken per beschikking vast en stuurt deze beschikking naar de cliënt of de vertegenwoordiger. Het doel van de beschikking is dat de cliënt weet of er wel of geen ondersteuning wordt toegekend, en zo ja, onder welke voorwaarden. Als het college ondersteuning toekent, staat in de beschikking ook of de ondersteuning in natura, in de vorm van een pgb of financiële tegemoetkoming wordt toegekend. 2. Als het college ondersteuning in natura toekent wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is; b. wat het te behalen resultaat is; c. wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang deze duurt; d. door wie de ondersteuning wordt gegeven; en e. welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden. 3. Als het college ondersteuning toekent in de vorm van een pgb, dan wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welke vorm en omvang van ondersteuning het pgb bedoeld is; b. wat het te behalen resultaat is; c. hoe hoog het pgb is en hoe dat is bepaald; d. welke kwaliteitseisen er gelden voor de met het pgb in te kopen ondersteuning; e. wanneer het pgb ingaat en wanneer het eindigt; f. hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en g.

welke voorwaarden en verplichtingen er voor het pgb gelden. 4. Als het college ondersteuning in de vorm van een financiële tegemoetkoming toekent wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk doel de tegemoetkoming wordt gegeven; b. wanneer de tegemoetkoming wordt betaald; c. hoe vaak de tegemoetkoming wordt betaald; en

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

5

d. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden voor de tegemoetkoming. 5. Als een cliënt een bijdrage moet betalen dan wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd. 6. Het college kan in nadere regels afwijken van hetgeen is bepaald in het eerste lid ten behoeve van specifieke maatwerkvoorzieningen.

HOOFDSTUK 3 Algemene voorzieningen Artikel 3.1 Bepalingen rondom de algemene voorzieningen 1.

2.

3.

Een algemene voorziening kan beschikbaar zijn voor alle inwoners of voor een specifieke doelgroep, en is toegankelijk voor inwoners die maatschappelijke ondersteuning nodig hebben en tot de doelgroep van de voorziening behoren. Het college zorgt ervoor dat er algemene voorzieningen beschikbaar zijn die bijdragen aan de zelf- en samenredzaamheid en de participatie van inwoners. Daarbij wordt ook rekening gehouden met mantelzorgers en vrijwilligerswerk. Het college kan nadere regels stellen omtrent de doelgroep en de procedure voor het gebruik van een algemene voorziening.

Artikel 3.2 Welke ondersteuning is beschikbaar als algemene voorziening? Algemene voorzieningen zijn er in de vorm van dienstverlening voor: a) Welzijnswerk en buurtgerichte (burger)initiatieven; b) Duurzaam sociaal contact en ontmoeting; c) Recreatieve activiteiten gericht op contact en ontmoeting; d) Arbeidsmatige activiteiten voor behoud en ontwikkeling van werknemersvaardigheden; e) Mantelzorgondersteuning; f) Onafhankelijke cliëntondersteuning; g) Informatie, advies en (kortdurende) begeleiding; h) Ondersteuning bij de financiële huishouding; i) Ondersteuning bij opgroeien en opvoeden; j) Versterking van de vrijwillige inzet en informele netwerken; k) Informatie en ondersteuning ter bevordering van een gezonde leefstijl; l) Ondersteuning bij het zelfstandig leven en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; m) Ondersteuning bij het kunnen aangaan en onderhouden van sociale relaties en/of maatschappelijk participeren; n) Ondersteuning bij het stabiel functioneren en participeren in de samenleving (meedoen); o) Woondiensten gericht op het zelfredzaam zijn in en om het huis; p) Mogelijkheden om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen in een andere, beter geschikte woning gelet op het ouder worden; q) Huishoudelijke ondersteuning gericht op het ‘schoon en leefbaar houden van de woning’ en het ‘beschikken over schone en draagbare kleding’.

HOOFDSTUK 4 Maatwerkvoorzieningen

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

6

Artikel 4.1 Algemene voorwaarden voor een maatwerkvoorziening 1. Het college geeft een maatwerkvoorziening als de cliënt niet of niet volledig in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie door gebruik te maken van: a) de (versterking van de) eigen kracht; en/of b) gebruikelijke hulp; en/of c) mantelzorg; en/of d) de inzet van het eigen netwerk of vrijwilligers; en/of e) een oplossing die voor de cliënt als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd; en/of f) voorliggende voorzieningen; en/of g) algemene voorzieningen; en/of h) andere voorzieningen. 2. Het college geeft een maatwerkvoorziening in de vorm van opvang of beschermd wonen als: a) de cliënt niet of niet volledig in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie; en b) de cliënt de thuissituatie heeft verlaten al dan niet vanwege risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; en c) de cliënt deze problemen niet kan wegnemen door gebruik te maken van oplossingen zoals beschreven in lid 1, onder a t/m h; en d) wordt voldaan aan de regels voor landelijke toegankelijkheid volgens het Convenant Landelijke Toegankelijkheid van de VNG. 3.

Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor zover: a) het college vindt dat er een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en b) het de volgende voorziening betreft: Verhuis- en herinrichtingskosten voor een verhuizing op verzoek van de aanvrager of voor het op verzoek van de gemeente beschikbaar stellen van de huidige woning. 4. Als een maatwerkvoorziening nodig is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. 5. Het college kan nadere regels stellen met aanvullende criteria voor maatwerkvoorzieningen.

Artikel 4.2 Redenen om een maatwerkvoorziening te weigeren 1. Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren, als: a) deze, gezien de beperkingen van de cliënt, voor zichzelf of anderen onveilig is, niet passend is en/of gezondheidsrisico’s met zich meebrengt; of b) het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met een redelijkerwijs genomen beslissing had kunnen voorkomen; of c) er sprake is van een verzoek tot vervanging van een eerder geboden voorziening terwijl deze nog voldoende ondersteuning biedt bij de belemmeringen van de cliënt en de voorziening nog niet technisch is afgeschreven, tenzij: i. de eerder verstrekte maatwerkvoorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; ii. de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten; of d) de afschrijvingstermijn van een eerder toegekende passende maatwerkvoorziening, al dan niet aangeschaft met een pgb, is verstreken, maar deze door het verstrekken van instandhoudingskosten nog steeds als goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; of e) de kosten van de maatschappelijke ondersteuning waarvoor een aanvraag is gedaan al zijn gemaakt en/of deze ondersteuning al tot stand is gekomen:

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

7

i. ii.

voor de datum van de melding; na de melding maar voordat het college heeft beslist op de aanvraag, tenzij het college de cliënt toestemming heeft verleend; of f) de cliënt niet of onvoldoende meewerkt aan behandelingen die in redelijkheid gevraagd kunnen worden, en hierdoor onnodig een beroep of een te zwaar beroep op de Wmo doet; of g) er ondersteuning is aangevraagd die zal worden verleend buiten Nederland, tenzij het college van oordeel is dat het inzetten van ondersteuning buiten de landsgrenzen een essentiële bijdrage levert aan het behalen van het beoogde resultaat.

HOOFDSTUK 5 Een persoonsgebonden budget (pgb) Artikel 5.1. Algemene voorwaarden voor een pgb 1. In plaats van ondersteuning in natura kan een cliënt een pgb krijgen als er recht is op een maatwerkvoorziening en voldaan is aan de voorwaarden die de wet stelt. 2. Om in aanmerking te komen voor een pgb voor diensten dient de cliënt een gemotiveerde aanvraag in. Hiervoor maakt de cliënt gebruik van een door het college vastgesteld formulier voor een pgb-plan. 3. Een pgb wordt alleen verstrekt als tijdens het onderzoek naar aanleiding van de melding is vastgesteld dat cliënt en/of zijn pgb-vertegenwoordiger voldoende pgb-vaardig is. 4. Het pgb is bedoeld voor de in de beschikking opgenomen ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben besteed worden. Het pgb kan niet besteed worden aan: a) kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b) het voeren van een pgb-administratie; c) ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; d) eenmalige uitkeringen of feestdagenuitkeringen; e) parkeerkosten; f) reiskosten los van de ondersteuning. 5. Betaling van de ondersteuning middels een vaste maandvergoeding is niet toegestaan.

Een budgethouder mag zijn zorgverlener alleen de daadwerkelijk geleverde ondersteuning bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) laten declareren (facturering achteraf, per uur, tenzij het een pgb voor beschermd wonen in een 24-uursvoorziening betreft. In het laatste geval is een vaste maandvergoeding wel toegestaan. 6. De pgb-vertegenwoordiger mag niet tevens de ondersteuning leveren die met het pgb wordt ingekocht en mag ook niet werkzaam zijn voor de organisatie of anderszins een relatie hebben met de organisatie waar deze ondersteuning wordt ingekocht. 7. Het college kan nadere regels stellen over de vorm en inhoud van het pgb-plan.

Artikel 5.2 Weigeringsgronden voor een pgb In de volgende situaties verstrekt het college geen pgb: a) Als niet is voldaan aan de voorwaarden die de wet stelt. b) Als de cliënt, of als de cliënt jonger is dan 18 jaar, één van de ouders of voogden, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard. c) Als ten aanzien van de cliënt of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, ten aanzien van één van de ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, of een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. d) Indien er sprake is van een spoedeisend geval, zoals benoemd in de wet. e) Indien er sprake is van ondersteuning die door het college ambtshalve is verleend. DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

8

f)

Als uit het door de cliënt ingediende pgb-plan en het pgb-gesprek onvoldoende blijkt dat de kwaliteit van de ondersteuning voldoende gewaarborgd is. g) Voor de maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. h) Indien het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland, tenzij is voldaan aan door het college gestelde voorwaarden.

Artikel 5.3 De hoogte van het pgb 1. De hoogte van het pgb wordt: a) vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld en door het college goedgekeurd plan inzake de besteding van het pgb; en b) berekend op basis van een tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om een tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede maatwerkvoorziening van derden te betrekken. Zo nodig wordt dit aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; en c) bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura. 2. De hoogte van het pgb voor verplaatsingsvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen is niet hoger dan de totale huur- of koopprijs van de goedkoopst adequate voorziening die aan de aanbieder voor de standaard productcategorieën verschuldigd zou zijn over een periode van 6 jaar of, in het geval van een traplift, een periode van 10 jaar. In de kosten is ook rekening gehouden met kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering. 3. Indien de maatwerkvoorziening een (roerende) voorziening buiten de standaard productcategorieën van de aanbieder betreft, bestaat het pgb uit twee componenten: i. een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening; ii.

een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 25% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening kan bedragen. Het college stelt aan de hand van de criteria ‘noodzakelijk’ en ‘goedkoopst adequaat’ de omvang van voornoemde bedragen vast aan de hand van de uitkomst van twee offertes, uitgebracht door een leverancier naar keuze. Van deze offertes wordt er één opgevraagd door de gemeente en één door de cliënt. Bij twijfel over het goedkoopst adequate karakter van de offerte van de (gemeentelijke) leverancier, kan het college nog een offerte opvragen bij een andere leverancier. 4. Het is mogelijk om in plaats van het collectief vervoer in aanmerking te komen voor een pgb voor lokaal vervoer. De hoogte van dit pgb stelt de cliënt in staat om 2.000 kilometer op jaarbasis te reizen op basis van een kilometervergoeding ter hoogte van de door de Belastingdienst bepaalde onbelaste kilometervergoeding voor woon-werkverkeer. Gehuwden krijgen naar rato een lager tarief (150 % van het tarief voor één persoon), omdat er sprake is van een samenvallende vervoersbehoefte. 5. De hoogte van het pgb voor huishoudelijke ondersteuning die beroepsmatig wordt geboden wordt gebaseerd op maximaal 85% van het toepasselijke naturatarief. 6.

De hoogte van het pgb voor individuele begeleiding die beroepsmatig wordt geboden wordt gebaseerd op maximaal 85% van de hoogte van de reële tarieven zoals die in de omliggende gemeenten worden gehanteerd voor vergelijkbare ondersteuning in natura. 7. De hoogte van het pgb voor groepsbegeleiding wordt gebaseerd op maximaal 100% van het toepasselijke naturatarief. 8. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen die beroepsmatig wordt geboden wordt gebaseerd op maximaal 95% van het toepasselijke naturatarief. 9. De hoogte van het pgb (per etmaal) voor kortdurend verblijf is maximaal 100% van het naturatarief.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

9

10. De hoogte van het pgb voor ondersteuning die wordt geboden door een persoon uit het sociaal netwerk, zoals bepaald in artikel 5.4, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 20,00 per uur. 11. De tarieven genoemd onder lid 5 t/m 10 zijn all-in tarieven. Dat wil zeggen dat alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens ziekte en vakantie, verzekering(en) en reiskosten zijn opgenomen in de tarieven. 12. De cliënt kan kiezen voor een tegemoetkoming voor hulp vanuit het sociale netwerk te betalen vanuit een pgb, ter hoogte van het bedrag zoals bepaald in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, voor de invulling van één of meerdere maatwerkvoorziening(-en) met een omvang van tenminste 3 uur per week. 13. De specifieke bedragen van de tarieven voor het pgb worden door het college op basis van dit artikel vastgesteld in het Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Zandvoort.

Artikel 5.4 Pgb informele hulp 1. Een cliënt kan beschermd wonen, individuele begeleiding of huishoudelijke ondersteuning vanuit een pgb betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk onder de volgende voorwaarden: a) deze persoon beschikt over een bij de geïndiceerde ondersteuning passend werk- en denkniveau; en b) deze persoon heeft aangegeven dat de ondersteuning aan de cliënt hem niet te zwaar valt; en c) de relatie tussen deze persoon en de cliënt staat het adequaat werken aan de doelen van de ondersteuning niet in de weg; en d) deze persoon beheert niet het pgb behalve met toestemming van het college vanwege bijzondere omstandigheden. 2. Er is sprake van professionele ondersteuning als: a) de werkzaamheden beroepsmatig uitgevoerd worden; en b) de persoon ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel en de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming aansluiten bij de te leveren diensten voor het Pgb en c) de professionele ondersteuner in het bezit is van relevante diploma’s en voldoet aan de overige kwaliteitseisen. 3. In het geval dat beschermd wonen wordt geboden vanuit het sociaal netwerk, dient een deel van de ondersteuning conform het pgb-plan in ieder geval door een onafhankelijke professional te worden geboden.

Artikel 5.5 Specifieke voorwaarden bij de inzet van een pgb 1. Een pgb voor beschermd wonen wordt alleen toegekend voor beschermd wonen in een instelling met 24-uurs verblijf. 2. De budgethouder kan het pgb voor begeleiding ten hoogste dertien weken per kalenderjaar inzetten voor ondersteuning tijdens zijn verblijf buiten Zandvoort, elders in Nederland. Het college kan op aanvraag de termijn van dertien weken verlengen. 3. De budgethouder kan het pgb voor beschermd wonen onbeperkt inzetten voor ondersteuning tijdens verblijf buiten Zandvoort. 4. Een pgb voor huishoudelijke ondersteuning mag niet buiten Zandvoort worden besteed. 5. Op besteding buiten Zandvoort van een pgb verstrekt op grond van deze verordening, zijn alle verplichtingen met betrekking tot het pgb zoals die gelden in de gemeente Zandvoort van toepassing.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

10

HOOFDSTUK 6 Bijdrage voor het gebruik van voorzieningen Artikel 6.1 Eigen bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1. Het college vraagt een eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb of bij verordening aangewezen algemene voorziening (artikel 2.1.4, derde lid van de wet). a) zolang de cliënt de maatwerkvoorziening gebruikt of in het bezit is van de voorziening; b) bij een periodieke verstrekking van een pgb: over iedere periode waarover een pgb is verstrekt; c) zolang de cliënt gebruik maakt van de bij verordening aangewezen algemene voorziening. De looptijd van de eigen bijdrage eindigt zodra de kostprijs van een voorziening is voldaan. 2. De bij verordening aangewezen algemene voorziening is de huishoudelijke ondersteuning. Voor de overige algemene voorzieningen geldt geen eigen bijdrage. 3. De eigen bijdrage wordt vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4.

Voor de volgende maatwerkvoorzieningen hoeft een cliënt geen eigen bijdrage te betalen: a) Individuele begeleiding; b) Kortdurend verblijf; c) Opvang voor dakloze jongeren van 18 tot 23 jaar; d) Trajectbegeleiding als onderdeel van een opvangvoorziening; e) Aanpassing in een gemeenschappelijke ruimte; f) Een eerste grote schoonmaak bij zwaar vervuilde huishoudens; g) Een financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en herinrichting; h) Een pgb voor lokale verplaatsingen zoals omschreven in artikel 10.1 van de verordening. 5. In overeenstemming met artikel 3.8, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bestaat de hoogte van de ritbijdrage voor het gebruik van het collectief vervoer uit een starttarief en een tarief per gereden kilometer, gelijk aan het kilometertarief dat in het openbaar busvervoer verschuldigd is. Het college stelt jaarlijks de hoogte van het starttarief vast in het Uitvoeringsbesluit Wmo gemeente Zandvoort. 6. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb voor een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de in artikel 2.1.5 van de wet genoemde persoon of personen. 7. Het innen van de eigen bijdrage voor opvang gebeurt door de instelling die de opvang verzorgt. Tenzij het college in de afspraken met de instelling of anderszins hiervan nadrukkelijk afwijkt.

Artikel 6.2 Berekening eigen bijdrage maatwerkvoorziening of pgb De hoogte van de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb wordt bepaald op de maxima die de wet en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 stellen. De eigen bijdrage is niet hoger dan de kostprijs van de voorziening. 2. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is maximaal gelijk aan de prijs waarvoor het college de voorziening in natura afneemt van een leverancier/ aanbieder, inclusief de reparatie-, verzekerings- en onderhoudskosten. 3. De kostprijs van een eenmalig verstrekte maatwerkvoorziening in natura, anders dan voor dienstverlening, opvang of beschermd wonen wordt als volgt berekend: a) als er sprake is van een maatwerkvoorziening in natura die door de gemeente wordt gehuurd, wordt de kostprijs per periode vastgesteld en is die gelijk aan de huur die de gemeente voor de voorziening over die periode verschuldigd is; 1.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

11

b) als er sprake is van een maatwerkvoorziening in natura die door de gemeente wordt ingekocht, wordt de kostprijs vastgesteld op de vergoeding die de gemeente hiervoor verschuldigd is aan aanbieder. 4. De kostprijs van de maatwerkvoorziening die wordt gebruikt voor de berekening van de eigen bijdrage is gelijk aan de goedkoopste ingekochte adequate voorziening. 5. De kostprijs van een eenmalig pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb dat is verstrekt. 6. De kostprijs van een periodiek verstrekt pgb is per periode gelijk aan de hoogte van het pgb dat over deze periode is verstrekt. 7. De kostprijs van een traplift wordt vastgesteld op de gemiddelde prijs per verstrekking. 8. De kostprijs van dienstverlening of beschermd wonen in natura wordt maandelijks vastgesteld en is gelijk aan de vergoeding die de gemeente voor de dienstverlening of beschermd wonen over die periode verschuldigd is. 9. De hoogte van de eigen bijdrage voor de vrouwenopvang wordt jaarlijks vastgesteld op grond van de geldende bijstandsnormen, waarbij de cliënt minimaal zak- en kleedgeld en geld voor voeding (Nibud norm) plus de nominale premie ziektekosten minus de zorgtoeslag (indien van toepassing) overhoudt. 10. De verschuldigde eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang is een vastgesteld bedrag afhankelijk van de soort voorziening. 11.

Het college kan nadere regels stellen over de berekening en inning van de eigen bijdrage voor opvang.

Artikel 6.3 Bijdrage algemene voorziening, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorziening. 1. Voor het gebruik van een algemene voorziening kan een bijdrage in de kosten worden gevraagd voor bijvoorbeeld koffie of thee of voor een maaltijd. 2. De cliënt moet de bijdrage in de kosten betalen aan de aanbieder van de algemene voorziening. 3. De bijdrage in de kosten is gelijk aan de kosten die het NIBUD gebruikelijk acht voor de betreffende kostensoort in een normaal huishouden en nooit hoger dan de kostprijs.

HOOFDSTUK 7 Maatwerkvoorzieningen individuele begeleiding en groepsbegeleiding en kortdurend verblijf Artikel 7.1. Criteria begeleiding De maatwerkvoorziening individuele- of groepsbegeleiding kan worden ingezet indien (tijdelijk) meer ondersteuning en expertise nodig is in situaties waarin als gevolg van een beperking of dreigende beperking op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie noodzaak is tot ondersteuning bij: a) het inzetten van de eigen kracht; b) het structureren en uitvoeren van praktische activiteiten en het aanleren van vaardigheden bij het regelen van het dagelijks leven; c) het aangaan of onderhouden van sociale contacten en het versterken van het sociale netwerk van de cliënt en/of bij het participeren in de samenleving; d) de ondersteuning nodig is ter ontlasting van de persoon die gebruikelijke hulp of mantelzorg levert als er daarbij sprake is van (dreigende) overbelasting, en voor het signaleren van terugval of het voorkomen van escalatie; e) er bij het functioneren van de cliënt sprake is van risico voor hemzelf of diens omgeving, of toezicht op de cliënt nodig is.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

12

Artikel 7.2 Criteria kortdurend verblijf Een cliënt kan in aanmerking komen voor de maatwerkvoorziening kortdurend verblijf, terugkerend met een maximum van 3 etmalen per week of aaneengesloten, als er zonder de inzet hiervan overbelasting van de mantelzorger dreigt of in onverwachte situaties en: a) de cliënt langdurig is aangewezen op meer dan gebruikelijke hulp; en b) ondersteuning door de sociale basis, het sociaal wijkteam of de maatwerkvoorziening begeleiding niet voldoende oplossing bieden.

HOOFDSTUK 8 HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING Artikel 8.1 Criteria huishoudelijke ondersteuning 1. Een cliënt komt in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning indien er aantoonbare beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden. 2. Huishoudelijke ondersteuning wordt alleen ingezet in woonruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. 3. Een cliënt komt niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning als één of meer huisgenoten, naar oordeel van het college, gebruikelijke hulp kunnen verlenen.

HOOFDSTUK 9 ONDERSTEUNING BIJ HET GEBRUIK VAN DE WONING Artikel 9.1 Criteria woningaanpassing 1. Een woningaanpassing heeft uitsluitend betrekking op woonruimten die: a) langdurig noodzakelijk zijn voor het normale gebruik van de woning, en b) die daadwerkelijk in gebruik zijn. 2. Een woningaanpassing kan alleen worden toegekend als: a) er aantoonbare beperkingen zijn bij het normaal gebruik van de woning; en b) er sprake is van een zelfstandige woning die als hoofdverblijf dient of zal dienen na een noodzakelijke verhuizing; en c) de aan te passen woning in de gemeente Zandvoort staat; en d) de kosten van noodzakelijke woningaanpassingen onder € 10.000,- blijven. 3. Als er zwaarwegende redenen zijn waarom een verhuizing niet kan plaatsvinden kan ook boven € 10.000, - een woning worden aangepast. 4. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op: a) het toekennen van woningaanpassingen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur. b) het toekennen van woningaanpassingen aan woongebouwen en/of instellingen ten behoeve van haar bewoners, die specifiek gericht zijn op ouderen en/of mensen met beperkingen, voor zover het betreft: i. voorzieningen die tot de basisoutillage gerekend kunnen worden; ii.

voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

13

5. De aanvraag voor een woningaanpassing wordt geweigerd indien: a) de noodzaak tot het treffen van de woningaanpassing het gevolg is van een verhuizing, die niet noodzakelijk was vanwege belemmeringen in het normale gebruik van de woning als gevolg van beperkingen, en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; b) de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen -op dat moment beschikbare- meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; c) het gaat om woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimten, met uitzondering van: i. het verbreden van toegangsdeuren; ii. het aanbrengen van elektrische deuropeners; iii. het aanbrengen van drempelhulpen en vlonders; iv. het aanbrengen van een tweede trapleuning in een portiekwoning of; v. het realiseren van een stallingsplaats voor hulpmiddelen.

tenzij deze om veiligheids- en/of uitvoeringstechnische redenen niet geplaatst kunnen worden; d) de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; e) de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning het gevolg zijn van de aard van de in de woning gebruikte materialen; f) de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud of bedoeld is ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan een woning mogen worden gesteld in deze tijd; g) woningaanpassingen zijn afgeschreven en vervanging daarvan als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt. De afschrijftermijnen woonelementen zoals opgenomen in het ‘Beleidsboek huurverhoging na woningverbetering’ van de huurcommissie wordt hierbij gehanteerd.

Artikel 9.2 Hoofdverblijf in een instelling 1. Aan een cliënt die in een Wet langdurige zorg (Wlz)- instelling verblijft kan een woonvoorziening voor het bezoekbaar maken van één woonruimte in de gemeente Zandvoort toegekend worden, onder de voorwaarde dat deze woonruimte regelmatig wordt bezocht. 2. Onder het bezoekbaar maken van de woonruimte wordt uitsluitend verstaan dat de cliënt deze woning kan betreden en de woonkamer en het toilet kan bereiken en gebruiken.

HOOFDSTUK 10 ONDERSTEUNING GERICHT OP HET VERPLAATSEN Artikel 10.1 Criteria maatwerkvoorziening voor verplaatsingen 1. Een cliënt kan in aanmerking komen voor collectief vervoer als de cliënt niet of onvoldoende gebruik kan maken van het openbaar vervoer en voorliggende verplaatsingsvoorzieningen. 2. Een cliënt kan in aanmerking komen voor een individuele verplaatsingsvoorziening als deze langdurig noodzakelijk is en het collectief vervoer geen adequate voorziening is. 3. Bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening voor verplaatsingen wordt rekening gehouden met verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag. 4. De te verstrekken maatwerkvoorziening voor verplaatsingen zal maatschappelijke participatie mogelijke maken met een omvang van 2000 kilometer per jaar. 5. Het college kan nadere regels stellen over het verstrekken van een sportvoorziening.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

14

HOOFDSTUK 11 OPVANG, WONEN EN HERSTEL Artikel 11.1 Criteria voor maatschappelijke opvang 1. Een cliënt kan in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang als deze: a) feitelijk dakloos is; én b) geen mogelijkheden heeft om met hulp uit het sociaal netwerk in alternatieve huisvesting te voorzien; én c) ondersteuning nodig heeft in het zich op eigen kracht handhaven in de samenleving; 2. Het college geeft voor opvang een beschikking af voor bepaalde tijd, met de mogelijkheid van verlenging van maximaal drie maanden, mits de cliënt aantoonbaar heeft meegewerkt aan het opstellen en uitvoeren van een ondersteuningsplan inzake begeleiding naar zelfredzaamheid. 3. Een hernieuwde toelating tot een maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang kan worden geweigerd als een cliënt in het afgelopen half jaar onvoldoende heeft meegewerkt aan het ondersteuningstraject en de situatie niet of nauwelijks aantoonbaar is gewijzigd.

Artikel 11.2 Criteria voor vrouwenopvang Een cliënt, al dan niet met kinderen die tot het eigen gezin behoren, heeft toegang tot de maatwerkvoorziening vrouwenopvang indien: a) er als gevolg van huiselijk geweld en/of mensenhandel en/of loverboys/jeugdprostitutie, sprake is van risico’s voor de veiligheid van deze persoon als gevolg waarvan de thuissituatie verlaten moet worden; en b) de cliënt minimaal 18 jaar is en geen mogelijkheden heeft om met hulp uit het sociale netwerk een veilige situatie te creëren of niet zelfstandig in staat is om in alternatieve huisvesting te voorzien; of c) als er sprake is van kindermishandeling, als gevolg waarvan de opvang van kind(eren) met hun beschermende ouder/verzorger en eventuele broers en zussen noodzakelijk is.

Artikel 11.3 Criteria voor beschermd wonen Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen als: a) cliënt psychiatrische of psychosociale problematiek heeft, en b) er sprake is van noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychiatrische of psychosociale problematiek, en c) cliënt niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen.

Artikel 11.4 Aanvullende voorwaarden opvang en beschermd wonen 1. Het college verbindt aan de opvang en het beschermd wonen voorwaarden die te maken hebben met het bereiken van een als noodzakelijk vastgesteld doel. Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op: a) de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte; b) de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van het opgestelde ondersteuningsplan; c) het door de cliënt naleven van de leef- en gedragsregels binnen de voorzieningen; d) het betalen van de eigen bijdrage;

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

15

e) volledige medewerking van de cliënt bij het toewerken naar uitstroommogelijkheden. 2. De maatwerkvoorzieningen maatschappelijke opvang en beschermd wonen kunnen tijdelijk of in een uiterst geval definitief worden beëindigd, indien de cliënt niet voldoet aan een of meer aan de opvang verbonden voorwaarden. Deze voorwaarden betreffen zowel het recht op de indicatie en de wijze van gebruik van de voorziening zoals gesteld in het eerste lid en in artikel 11.1, tweede en derde lid. De voorwaarden worden in de beschikking vermeld, alsmede de mogelijke consequenties bij niet voldoen aan de voorwaarden. 3. De aard van de problematiek van de cliënt kan met zich meebrengen dat er ook sprake is van gedragsproblematiek die gedurende bepaalde periode moeilijk gereguleerd kan worden. Gedragsproblematiek kan aanleiding zijn de indicatie van de verstrekte voorziening opnieuw te beoordelen omdat de voorziening onvoldoende passend blijkt te zijn. 4. Het college kan nadere regels stellen over de manier en de procedure voor het beoordelen van de noodzaak tot het bieden van beschermd wonen en opvang. 5. Het college kan nadere regels stellen inzake toelating naar aanleiding van afspraken met andere gemeentes over wederzijdse overdracht van cliënt en inzake prioritering van doelgroepen bij de toegang tot de opvang en beschermd wonen.

HOOFDSTUK 12 KWALITEIT VAN DE ONDERSTEUNING Artikel 12.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen dat voorzieningen die het college in het kader van deze verordening aanbiedt van goede kwaliteit zijn en dat ondersteuning geboden wordt door deskundig personeel. 2. De voorzieningen die in het kader van deze verordening worden aangeboden: a) passen bij de behoefte van de cliënt; en b) zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de cliënt; en c) voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; en d) respecteren de rechten van de cliënt; en e) worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de cliënt worden geleverd; en f) worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de cliënt wordt meegedeeld. 3. Aanbieders zorgen dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden handelen in overeenstemming met de professionele standaard. 4. Aanbieders zorgen dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 5. Het college kan bepalen welke aanvullende eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen. Dit geldt ook voor de voorzieningen die door een cliënt zelf worden ingekocht met inzet van een pgb. 6.

Het college controleert op naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, cliëntervaringsonderzoek, en het ter plaatse (laten) controleren van de geleverde voorzieningen. 7. Het college maakt afspraken met aanbieders op welke wijze zij kunnen signaleren dat de cliënt een veranderde behoefte aan maatschappelijke ondersteuning heeft.

Artikel 12.2 Inkoop en aanbesteding 1. Het college zorgt dat de kwaliteit van de voorzieningen in het kader van deze verordening een belangrijke rol speelt bij het inkopen en contracteren van aanbieders en houdt zich aan de bepalingen in de wet en de geldende Aanbestedingswetgeving. DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

16

2. Het college houdt, in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren diensten, in ieder geval rekening met: a) reële kosten voor beroepskrachten gebaseerd op de geldende Collectieve Arbeidsovereenkomst en andere wettelijke bepalingen; b) redelijke overheadkosten; c) kosten voor niet productieve-uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; d) reis- en opleidingskosten; e) indexatie van lonen binnen de overeenkomsten; f) kosten als gevolg van eisen van het college, zoals rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 3. Het college houdt, in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren producten, in ieder geval rekening met: a) Een marktconforme prijs; en b) De eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de aanbieder worden gevraagd, zoals: i. Aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; ii. Instructie over gebruik van de voorziening; iii. Onderhoud, en keuring van de voorziening.

Artikel 12.3 Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening aan de toezichthoudend ambtenaar en aan het college. 3. De toezichthoudend ambtenaar kan onderzoek doen naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. 4. Het college kan in een nadere regeling bepalen welke eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening.

Artikel 12.4 Klachtenregeling 1. Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening. 2. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle aangeboden voorzieningen in het kader van deze verordening. 3. Het college controleert op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders.

Artikel 12.5 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s 1. Het college onderzoekt periodiek het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. 2. Het college stelt bij nadere regels vast volgens welke procedure deze controle plaats vindt.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

17

HOOFDSTUK 13 TOEZICHT EN HANDHAVING Artikel 13.1 Voorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen maatwerkvoorziening of pgb en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. 1. Het college informeert de cliënt of zijn vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Het college geeft voorlichting aan inwoners over de wijze waarop misbruik of oneigenlijk gebruik van voorzieningen wordt voorkomen. 3. Het college kan de inzet van een maatwerkvoorziening in natura of de besteding van de persoonsgebonden budgetten controleren.

Artikel 13.2 Beëindiging van een maatwerkvoorziening Om misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet te voorkomen kan het college een maatwerkvoorziening beëindigen of herzien als: a) het college niet kan vaststellen of een maatwerkvoorziening kan worden voortgezet, omdat de cliënt onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de maatwerk voorziening; b) de cliënt niet binnen drie maanden gebruik heeft gemaakt van de maatwerk voorziening tenzij hem dat niet te verwijten is; c) een aanbieder beargumenteerd de bruikleenovereenkomst van een voorziening met een cliënt beëindigt.

Artikel 13.3 Maatregelen bij wangedrag, misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen 1. Bij herhaald en/of ernstig wangedrag bij het ontvangen van diensten of bij herhaald onzorgvuldig gebruik van een in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening, treft het college – al dan niet tijdelijk – maatregelen jegens cliënt ter bescherming van de medewerker van een aanbieder of ter voorkoming van (verdere) schade aan de in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening. 2. Bij een herhaling van ernstig wangedrag en/of het onzorgvuldig gebruik zal dit leiden tot beëindiging van de toegekende maatwerkvoorziening.

Artikel 13.4 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college stelt de cliënt aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek tot opschorting.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

18

HOOFDSTUK 14 MANTELZORGONDERSTEUNING EN TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN Artikel 14.1 Mantelzorgondersteuning Het college zorgt dat inwoners die mantelzorg verlenen op een laagdrempelige manier hulp, informatie en advies kunnen krijgen zodat zij in staat zijn om de mantelzorg op een goede manier te combineren met hun dagelijks leven en wordt voorkomen dat zij overbelast raken.

Artikel 14.2 Mantelzorgwaardering Het college zorgt jaarlijks voor een blijk van waardering voor mantelzorgers en kan daarnaast een jaarlijkse activiteit voor mantelzorgers organiseren.

Artikel 14.3 Respijtzorg Het college zorgt ervoor dat ter ondersteuning van de mantelzorger respijtzorg kan worden ingezet. Respijtzorg sluit aan bij de situatie van de mantelzorger en kan onder andere bestaan uit kortdurend verblijf, individuele- of groepsbegeleiding.

Artikel 14.4 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen 1. Het college kan op aanvraag aan inwoners met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een financiële tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. Deze tegemoetkoming kan ook worden verstrekt via de collectieve gemeentelijke zorgpolis. 2. De financiële tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid is inkomensafhankelijk. 3. Het college kan bij nadere regeling bepalen in welke gevallen en welke tegemoetkoming kan worden verstrekt.

HOOFDSTUK 15 INSPRAAK EN EVALUATIE Artikel 15.1 Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college betrekt inwoners, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid voor maatschappelijke ondersteuning. Hierbij houdt het college zich aan de Gemeentewet. 2. Het college stelt inwoners, waaronder in ieder geval cliënten en of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid voor maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen voor maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor dat inwoners, waaronder in ieder geval cliënten en of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

19

agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van alle informatie die nodig is om goed deel te nemen aan het overleg.

Artikel 15.2 Medezeggenschap bij aanbieders 1. Aanbieders zijn verplicht om cliënten die gebruik maken van hun diensten, inspraak te geven en daarover regels te maken. 2. Het college controleert of aanbieders zich houden aan de medezeggenschapsregelingen door periodieke overleggen met de aanbieders.

HOOFDSTUK 16 SLOTBEPALINGEN Artikel 16.1 Hardheidsclausule 1. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing hiervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard en afwijking leidt tot een beter resultaat voor de cliënt. 2. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 16.2 Indexering Het college kan jaarlijks in het kader van deze verordening en door het college vastgestelde bedragen verhogen of verlagen.

Artikel 16.3 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020, onder de voorwaarden van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 2. Aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld volgens deze verordening. 3. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020 wordt beslist met inachtneming van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020, tenzij de toepassing van deze verordening gunstiger is voor de cliënt. 4. Het college heeft de bevoegdheid om een pgb dat is verstrekt onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020, terug te vorderen op de gronden genoemd in die verordening. 5. De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020 wordt ingetrokken.

Artikel 16.4 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking de dag na die van bekendmaking.

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

20

2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ………….., Ondertekening De griffier…………………. De voorzitter………………….

DEF RAAD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

21

Toelichting op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2023

ALGEMENE TOELICHTING Opdracht Wmo 2015 aan de gemeente De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015, hierna: wet) draagt gemeenten op zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en continuïteit van voorzieningen. Over een aantal onderwerpen moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen. De Verordening maatschappelijke ondersteuning Zandvoort 2023 bevat deze regels. Ze gaan over de ondersteuning bij het versterken van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking en/of met chronische psychische of psychosociale problemen. De nu voorliggende verordening is een integrale herziening van de vorige versie en sluit aan op het actuele beleid van de gemeente op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en op de actuele jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Deze nieuwe versie is compacter en begrijpelijker dan de vorige versies en geeft helder de kaders rondom de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning in de gemeente Zandvoort weer.

Uitgangspunten in het Sociaal Domein Maatschappelijke ondersteuning is onderdeel van het brede Sociaal Domein in Zandvoort met als uitgangspunten: Werken vanuit het perspectief van de inwoner De leefwereld van inwoners staat centraal, niet de systeemwereld. Leidend is het dagelijks leven van de inwoner en ‘doen wat nodig is’. Het college onderschrijft daarom de werkwijze van de ‘omgekeerde toets’ (zie verderop). De kracht van de wijk We bieden laagdrempelige en herkenbare ondersteuning in de wijken en buurten van Zandvoort, waar iedereen welkom is. Deze ondersteuning richt zich op het redzaam zijn in het dagelijks leven en op het meedoen in de samenleving en sluit aan bij de leefwereld en de mogelijkheden van inwoners en hun omgeving. Daarbij zetten we ook in op preventieve maatregelen om ervoor te zorgen dat inwoners zelfredzaam blijven en blijven participeren. De vraag en situatie van de inwoner zijn het vertrekpunt en het beoogde resultaat is leidend. Hierdoor kunnen de oplossingen divers zijn. Er is een breed palet aan ondersteuning beschikbaar, onder meer vanuit de Sociale Basis en het Wijkteam en aansluitend op regelingen vanuit aanpalende wetten zoals de Jeugdwet en de Participatiewet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12185532/1