CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Legesverordening Zandvoort 2026

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Belasting- en retributieverordeningen 202612.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

€ 1.040,00

26/33

*wettelijk (maximum) tarief Afd.

tarief 2026

voor aan advies van een adviescommissiegemandateerde van de gemeentelijke adviescommissie als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in b. verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:

€ 620,00

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten c. ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet

€ 1.257,00

voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a, en b en c d. het tarief dat aan andere organen en derden deskundigen moet worden betaald, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.

Het op grond van het eerste lid en onder d verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Artikel 2.34 Instemming Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:

VTH

1.

het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

2.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.35 Vermindering na vooroverleg: GERESERVEERD

VTH

Paragraaf 2.14 Teruggaaf 27/33

*wettelijk (maximum) tarief Afd.

tarief 2026

Artikel 2.36 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:

90%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: Artikel 2.37 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

€ 211,00

40%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: Artikel 2.38 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

€ 211,00

40%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: Artikel 2.39 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 24 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

€ 211,00

25%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

28/33

*wettelijk (maximum) tarief Afd.

met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van:

tarief 2026 € 211,00

Als de leges voor de betreffende activiteit lager zijn dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf. Artikel 2.40 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten 1.

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

10%

van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van:

€ 211,00

Als de leges voor de betreffende activiteit lager zijn dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf. Onder een weigering bedoeld in lid 1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Artikel 2.41 Geen teruggaaf bepaalde legesdelen In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12 en beoordeling aanvullende gegevens artikelen 2.28 en 2.29. Artikel 2.42 teruggaaf legesdeel vooroverleg: Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg volgens artikel 2.4, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg of de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning Artikel 2.62 Minimumbedrag voor teruggaaf

Wanneer het bedrag van de oorspronkelijk verschuldigde leges lager is dan de hierboven genoemde minimaal verschuldigde leges dan geldt het bedrag van de oorspronkelijk verschuldigde leges als de tenminste verschuldigd bedrag. OMB

Paragraaf 2.15 Nadeelcompensatie Artikel 2.63 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot nadeelcompensatie

€ 500,00

29/33

*

*wettelijk (maximum) tarief Afd.

tarief 2026

Vindt er gehele of gedeeltelijke uitbetaling van nadeelcompensatie plaats, dan zal het bovenstaande bedrag terug worden betaald. Indien het verzoek niet in behandeling wordt genomen na eenvoudige beoordeling als zijnde kennelijk ongegrond wordt afgewezen of als het tijdig – dat is, uiterlijk vóórdat de inhoudelijke behandeling daarvan is begonnen – door aanvrager wordt ingetrokken, dan wordt het verschuldigde bedrag verminderd naar nihil. VTH

Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca 3.1 3.1.1 3.1.1.a 3.1.1.b

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: Een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet Als een uitgebreide procedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht moet worden gevolgd, wordt het tarief als bedoeld in 3.1.1 , verhoogd met Als meer dan één leidinggevende wordt opgegeven wordt het tarief als bedoeld in 3.1.1 per leidinggevende, verhoogd met

€ 961,00 € 224,00 € 46,00

3.1.2

Voor een melding bij overname/ wijziging ondernemersvorm als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:

3.1.2.a

Als meer dan één leidinggevende wordt opgegeven wordt het tarief als bedoeld in 3.1.2 per leidinggevende, verhoogd met

3.1.3

voor het in behandeling nemen van een melding bij wijziging leidinggevende als bedoeld in artikel 30a van de Alcoholwet of bij wijziging van de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en terrassen als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet.

152

3.1.3.1

Als meer dan één leidinggevende wordt opgegeven in de wijziging, wordt het tarief als bedoeld in 3.1.3, per opgegeven leidinggeven verhoogd met

€ 46,00

3.1.3.2

Artikel 3.1.3 is niet van toepassing als de wijziging van een terras met een terrasvergunning is verleend

3.1.4

een aanvraag tot het verlenen van een tapontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet (max. 10 leidinggevenden)

€ 292,00

3.1.4b

Als meer dan tien leidinggevende worden opgegeven, wordt het tarief als bedoeld in 3.1.4, per extra leidinggeven verhoogd met

€ 20,00

3.1.5

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning of ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29 derde lid van de Algemene plaatselijke verordening

€ 1.154,00

€ 1.010,00 € 46,00

30/33

*wettelijk (maximum) tarief Afd.

VTH

3.1.6

een aanvraag tot het verlenen van een exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening, indien het betreft

3.1.6.1

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning exploitatie horecabedrijf zonder terras

€ 152,00

3.1.6.2

een aanvraag tot het wijzigen van een vergunning als bedoeld onder 3.1.6.1

€ 75,00

3.1.6.3

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning exploitatie horecabedrijf met terras

€ 312,00

3.1.6.4

een aanvraag tot het wijzigen van een vergunning als bedoeld onder 3.1.6.3

€ 156,00

3.1.6.5

Als meer dan één leidinggevende wordt opgegeven wordt het tarief als bedoeld in 3.1.6.1 t/m 3.1.6.4, per opgegeven leidinggevende, verhoogd met

€ 46,00

Paragraaf 3.2 Organiseren evenementen of particuliere markten, foto- en filmopnamen en onversterkte muziek 3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), indien het betreft:

3.2.1.1

een evenement, als deze in de Regionale Kalender is aangeduid als risicoevenement (categorie C);

€ 4.814,00

3.2.1.2

een terugkerend evenement in de Regionale Kalender aangeduid als risicoevenement (categorie C) voor 2 of meer jaren:

€ 9.170,00

3.2.1.3

voor een evenement, als deze in de Regionale Kalender is aangeduid als aandacht-evenement (categorie B)

€ 419,00

een terugkerend evenement in de Regionale Kalender aangeduid als

€ 732,00

3.2.1.4

VTH

tarief 2026

aandacht-evenement (categorie B) voor 2 of meer jaren

3.2.1.5

voor evenementen waarvoor bovenstaande classificering niet geldt

€ 224,00

3.2.1.6

een terugkerend evenement voor 2 of meer jaren waarvoor bovenstaande classificering niet geldt

€ 395,00

3.2.2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een particuliere markt als bedoeld in artikel 5.22 en 5.23 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 73,00

3.2.3

In afwijking van het bepaalde in 1.19.7 bedraagt het tarief voor een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, derde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Zandvoort 2017 tot het maken van film- en foto- opnamen.

€ 403,00

Paragraaf 3.3 Seksbedrijven

31/33

*wettelijk (maximum) tarief Afd.

VTH

3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

3.3.1

tot het verlenen of verlengen van een exploitatievergunning dan wel wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3.3., eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening, anders dan een wijziging bedoeld in onderdeel 3.3.2:

3.3.1.1 3.3.1.2

voor een escortbedrijf voor andere seksbedrijven dan bedoeld in 3.3.1.1

3.3.2

tot het wijzigen van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in artikel 3.13d, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening:

3.3.2.1 3.3.2.2

voor een escortbedrijf voor een seksbedrijf anders dan bedoeld in 3.3.2.1

3.4.1

VTH

€ 257,00 € 257,00

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning, voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte of voor het verbouwen van woonruimte tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, b of c van de Huisvestingswet jo. artikel 3.1.2 van de Huisvestingsverordening ZuidKennemerland/IJmond: Zandvoort (onttrekken, omzetten en woningvormen)

€ 534,00

3.4.2

tot het verlenen van een vergunning om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014

€ 534,00

3.4.3

tot het verlenen van een verhuurvergunning opkoopbescherming, als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet 2014 (aangekochte koopwoningen verhuren)

€ 534,00

Paragraaf 3.5 Speelautomatenhallen en speelgelegenheden 3.5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen voor een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het houden van een speelautomatenhal, als bedoeld in de Verordening Speelautomatenhallen (Gemeenteblad 2018, 101853):

€ 961,00

3.5.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen voor een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het exploiteren van een speelgelegenheid, als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zandvoort:

€ 584,00

Paragraaf 3.6 Winkeltijdenwet 3.6 3.6.1 3.6.2

VTH

€ 417,00 € 1.575,00

Paragraaf 3.4 Huisvestingswet 2014 3.4

VTH

tarief 2026

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet tot het wijzigen van een in onderdeel 3.6.1 bedoelde ontheffing

€ 55,00 € 55,00

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning,

32/33

*wettelijk (maximum) tarief Afd.

tarief 2026

ontheffing of andere beschikking 3.7.1 3.7.1.1 3.7.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: voor een vergunning voor een vaste of seizoensgebonden standplaats Voor een vergunning voor een tijdelijke standplaats

3.7.1.3

tot het verlenen van een vergunning voor een marktplaats op een weekmarkt zoals bedoeld in artikel 4 van de Marktverordening Zandvoort 2017

€ 82,00

3.7.1.4

tot het verlenen van een ventvergunning als bedoeld in artikel 5:15 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 97,00

3.7.1.5

tot het verlenen van een ontheffing tot het rijden op het strand, dan wel een voertuig op het strand mee te voeren, te plaatsen of te laten staan, hetzij tot het rijden of hebben van een rij- of trekdier of het rijden of hebben van een zeilvoertuig op het strand als bedoeld in artikel 5:44 van de Algemene plaatselijke verordening, per kenteken

€ 71,00

3.7.1.5.a

3.7.1.5.b

Indien tegelijkertijd een ontheffing als bedoeld in 1.18.1.4 (ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) en de ontheffing als bedoeld in 3.7.1.5 wordt aangevraagd dan bedraagt het tarief als bedoeld in 3.7.1.5 Indien de ontheffing van 3.7.1.5 betrekking heeft op een aanvraag ten behoeve van een evenement of een (reeks van) particuliere markt(en), dan wordt het bedrag per aanvraag berekend:

€ 97,00 € 97,00

nihil

€ 71,00

3.7.1.6

tot het verlenen van een vergunning tot het hebben of brengen van een vaartuig op dan wel daarmee af te varen van of aan te landen op het strand, dan wel binnen 300 meter uit de laagwaterlijn voor anker te gaan als bedoeld in artikel 5:42 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 71,00

3.7.1.7

Naast de verschuldigde leges als bedoeld in artikel 3.7.1.5 en 3.7.1.6 bedraagt het tarief voor het bij de vergunning behorende sticker of vignet, per voertuig of vaartuig

€ 10,00

3.7.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning of ontheffing of tot nemen van een andere beschikking

€ 346,00

Behorende bij raadsbesluit van 16 december 2025 De griffier van Zandvoort,

33/33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16180639/3