CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Legesverordening Zandvoort 2024

Gemeenteraad 19 december 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Belasting- en retributieverordeningen Zandvoort 202412.310 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

VTH Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.35 Vermindering na vooroverleg: GERESERVEERD

VTH Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.36 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van:

90%.

€ 200,00

25/31

Artikel 2.37 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: Artikel 2.38 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van:

40%

€ 200,00

40%

€ 200,00

Artikel 2.39 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 24 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

25%

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: Als de leges voor de betreffende activiteit lager zijn dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf.

€ 200,00

Artikel 2.40 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning 1. voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.

10%

26/31

met dien verstande dat voor die activiteit tenminste verschuldigd blijft een bedrag van: Als de leges voor de betreffende activiteit lager zijn dan het hiervoor genoemde minimaal verschuldigde bedrag, bestaat er geen recht op teruggaaf.

€ 200,00

Onder een weigering bedoeld in lid 1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Artikel 2.41 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.62 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 200,00 wordt niet teruggegeven.

*wettelijk maximum tarief

2024

Afd.

VTH

tarief

Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.2.1 3.1.2.2 3.1.3 3.1.4

3.1.5 3.1.5.1 3.1.5.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: Een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet een aanvraag tot het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 30a van de Alcoholwet, naar aanleiding van een wijziging in de personen van leidinggevende Bij wijziging van één persoon bij wijziging van meer dan één persoon, per persoon die in de aanvraag genoemd wordt een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet een aanvraag tot het verlenen van een vergunning of ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29 derde lid van de Algemene plaatselijke verordening een aanvraag tot het verlenen van een exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening, indien het betreft een aanvraag tot het verlenen van een vergunning exploitatie horecabedrijf zonder terras een aanvraag tot het wijzigen van een vergunning als bedoeld onder 3.1.5.1

€ 910,00

€ 144,00 € 43,40 € 72,30 € 1.093,00

€ 144,00 € 71,10

27/31

3.1.5.3 3.1.5.4 VTH

€ 296,00 € 148,00

Paragraaf 3.2 Organiseren evenementen of markten, foto- en filmopnamen en onversterkte muziek 3.2.1

3.2.1.1 3.2.1.2 3.2.1.3 3.2.1.4 3.2.1.5 3.2.1.6

VTH

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning exploitatie horecabedrijf met terras een aanvraag tot het wijzigen van een vergunning als bedoeld onder 3.1.5.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), indien het betreft: een evenement, als deze in de Regionale Kalender is aangeduid als risicoevenement (categorie C); een terugkerend evenement in de Regionale Kalender aangeduid als risico-evenement (categorie C) voor 2 of meer jaren of voor onbepaalde tijd: voor een evenement, als deze in de Regionale Kalender is aangeduid als aandacht-evenement (categorie B) een terugkerend evenement in de Regionale Kalender aangeduid als aandacht-evenement (categorie B) voor 2 of meer jaren of voor onbepaalde tijd 3.2.1.5 voor evenementen waarvoor bovenstaande classificering niet geldt 3.2.1.4 een terugkerend evenement waarvoor bovenstaande classificering niet geldt

€ 4.560,00 € 8.686,00 € 397,00 € 694,00

€ 213,00 € 374,00

3.2.2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een particuliere markt als bedoeld in artikel 5.22 en 5.23 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 69,20

3.2.3

In afwijking van het bepaalde on 3.7.1.2 bedraagt het tarief voor een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10 , derde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Zandvoort 2017 tot het maken van film-/fotoopnamen.

€ 382,00

Paragraaf 3.3 Seksbedrijven 3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

3.3.1

tot het verlenen of verlengen van een exploitatievergunning dan wel wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3.3., eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening, anders dan een wijziging bedoeld in onderdeel 3.3.2:

3.3.1.1

voor een escortbedrijf

3.3.1.2

voor andere seksbedrijven dan bedoeld in 3.3.1.1 per seksinrichting

3.3.2

tot het wijzigen van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in artikel 3.13d , tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening:

3.3.2.1

voor een escortbedrijf

€ 395,00 € 1.492,00

€ 243,00

28/31

3.3.2.2 VTH

€ 243,00

Paragraaf 3.4 Huisvestingswet 2014 3.4 3.4.1

3.4.2

VTH

voor andere seksbedrijven dan bedoeld in 3.3.2.1 per seksinrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verlenen van een vergunning om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a van de Huisvestingswet 2014 tot het verlenen van een vergunning om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c van de Huisvestingswet 2014

€ 506,00

€ 506,00

3.4.3

tot het verlenen van een vergunning om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d van de Huisvestingswet 2014

€ 506,00

3.4.4

tot het verlenen van een vergunning om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014

€ 506,00

3.4.5

tot het verlenen van een verhuurvergunning opkoopbescherming, als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet 2014 (aangekochte koopwoningen verhuren)

€ 506,00

Paragraaf 3.5 Speelautomatenhallen en speelgelegenheden 5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen voor een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het houden van een speelautomatenhal, als bedoeld in de Verordening Speelautomatenhallen (Gemeenteblad 2018, 101853):

€ 910,00

5.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen voor een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het exploiteren van een speelgelegenheid, als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zandvoort:

€ 554,00

5.3.1 5.3.1.1

De tarieven als bedoeld in 5.1. en 5.2. worden op basis van het aantal in de aanvraag vermelde aanwezige speelautomaten vermeerderd met: voor een periode van twaalf maanden voor één (eerste) speelautomaat, niet zijnde een kansspelautomaat als bedoeld in Titel 1, Paragraaf 16 van deze tarieventabel

€ 63,20

5.3.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor iedere volgende speelautomaat, niet zijnde een kansspelautomaat als bedoeld in Titel 1, Paragraaf 16 van deze tarieventabel

€ 38,00

5.3.1.3

voor één (eerste) speelautomaat, niet zijnde een kansspelautomaat als bedoeld in Titel 1, Paragraaf 16 van deze tarieventabel, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd

€ 254,00

5.3.1.4

en voor iedere volgende speelautomaat niet zijnde een kansspelautomaat als bedoeld in Titel 1, Paragraaf 16 van deze tarieventabel, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd

€ 152,00

29/31

5.3.2

VTH

Paragraaf 3.6 Winkeltijdenwet 3.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

3.6.1

tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet

3.6.2 3.6.3

VTH

De subonderdelen 5.3.1.1 en 5.3.1.2 zijn van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden.

tot het verlenen van toestemming om een in onderdeel 3.6.1 bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander tot het wijzigen van een in onderdeel 3.6.1 bedoelde ontheffing

€ 52,60 € 52,60 € 52,60

Paragraaf 3.7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

3.7.1.1

tot het verlenen van een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening anders dan op het daartoe aangewezen marktterrein

€ 92,30

3.7.1.2

tot het verlenen van een ontheffing voor het gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan als bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 92,30

3.7.1.3

voor het verlenen van een ontheffing van het verbod om een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken als bedoeld in artikel 5:7 Algemene plaatselijke verordening

€ 32,90

3.7.1.4

tot het verlenen van een ventvergunning als bedoeld in artikel 5:15 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 92,30

3.7.1.5

tot het verlenen van een ontheffing tot het rijden op het strand, dan wel een voertuig op het strand mee te voeren, te plaatsen of te laten staan, hetzij tot het rijden of hebben van een rij- of trekdier of het rijden of hebben van een zeilvoertuig op het strand als bedoeld in artikel 5:44 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 67,10

3.7.1.5.a

Indien tegelijkertijd een ontheffing als bedoeld in 1.18.1.4 (ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) en de ontheffing als bedoeld in 3.7.1.5 wordt aangevraagd dan bedraagt het tarief als bedoeld in 3.7.1.5

nihil

3.7.1.6

tot het verlenen van een vergunning tot het hebben of brengen van een vaartuig op dan wel daarmee af te varen van of aan te landen op het strand, dan wel binnen 300 meter uit de laagwaterlijn voor anker te gaan als bedoeld in artikel 5:42 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 67,10

30/31

3.7.1.6.a

Indien tegelijkertijd een ontheffing als bedoeld in 1.18.1.4 (ontheffing is als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) en de ontheffing als bedoeld in 3.7.1.6 wordt aangevraagd dan bedraagt het tarief als bedoeld in 3.7.1.6

nihil

3.7.1.7

Benevens de verschuldigde leges als bedoeld in artikel 3.7.1.5 en 3.7.1.6 bedraagt het tarief voor het bij de vergunning behorende sticker of vignet, per voertuig of vaartuig

€ 9,60

3.7.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning of ontheffing of tot nemen van een andere beschikking

€ 123,00

Behorende bij raadsbesluit van 19 december 2023 De griffier van Zandvoort,

31/31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13609664/2