Bijlage 1 - Beleidskader participatie - Samen aan de slag
Tekst van het document
Beleidskader participatie Samen aan de slag
16 april 2024 Bestuur en Communicatie
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
1
1.
Inleiding
4
1.1
De belangrijkste inzichten uit gesprekken met bewoners
4
1.2
De belangrijkste begrippen
5
1.2.1
Burgerparticipatie
5
1.2.2
Overheidsparticipatie (o.a. bewonersinitiatieven)
5
1.2.3
Wettelijke Inspraak
5
1.2.4
Uitdaagrecht
5
2.
Burgerparticipatie
6
2.1
Hoe doen we het nu?
6
2.2
Hoe gaan we het doen?
7
2.2.1
Initiatieffase leidt tot participatieparagraaf
7
2.2.2
Burgerparticipatiefase leidt tot participatieverslag
7
2.2.3
Wettelijke inspraak leidt tot een nota van beantwoording
8
2.3
2.4
2.5
Mate van invloed bij burgerparticipatie
9
2.3.1
Meeweten
10
2.3.2
Meedenken
10
2.3.3
Meedoen
10
2.3.4
Meebeslissen
10
Burgerparticipatieproces
11
2.4.1
Initiatieffase
11
2.4.2
Burgerparticipatiefase
11
2.4.3
Participatiemiddelen
12
2.4.4
Inspraakfase: wettelijke termijn van 6 weken
13
Verschillende rollen bij burgerparticipatie
14
2.5.1
Participanten
14
2.5.2
Gemeenteraad
14
2.5.3
Het college
14
2.5.4
Ambtenaren
15
2.5.5
Georganiseerd overleg
15
2
2.5.6
3.
5.
15
Overheidsparticipatie
16
3.1
Nieuwe vormen van samenwerken gemeente en bewoners
16
3.1.1
Samenwerken en inhaken
16
3.1.2
Stimuleren en financieren van maatschappelijke initiatieven in de wijk
17
3.2
4.
Ontwikkelende partijen (omgevingswet)
Participatie vanuit de omgevingswet
17
Uitdaagrecht
18
4.1
Wat is het uitdaagrecht?
18
4.2
Bestuurlijke verankering
18
4.3
Hoe werkt het?
18
Participatie is democratie in actie
19
5.1.1
Gebiedsteam Zandvoort
19
5.1.2
Monitoring en evaluatie
19
3
1.
Inleiding Participatie is een essentieel onderdeel van onze democratie. Het stelt burgers in staat een actieve rol te spelen in de samenleving en bij te dragen aan een meer inclusieve en goed functionerende democratie. Bij participatie werken bestuurders, inwoners, andere belanghebbenden en ambtenaren samen aan vraagstukken en ontwikkelingen in Zandvoort. Ieder met eigen kennis en ervaring, belang, taak en rol. Participatie in Zandvoort kent een lange traditie. Inwoners voelen zich betrokken bij hun dorp en gemeente en alles wat daar gebeurt. De gemeente organiseert participatie om te luisteren, de kwaliteit van besluiten en het democratisch proces te verhogen, te bouwen aan draagvlak en om eigenaarschap te stimuleren. In 2013 is de nota ‘Participatiebeleid 2013, Kennis, kunde en ervaring ophalen' vastgesteld. Om gezamenlijk de grote uitdagingen van de toekomst op te pakken is een actueel, helder participatiebeleid in lijn met nieuwe wetgeving cruciaal. Dit beleidskader participatie en de participatieverordening vervangen daarom die nota en de Inspraak- en participatieverordening gemeente Zandvoort uit 2013. De inzichten opgedaan uit gesprekken met inwoners en andere belanghebbenden zijn hierin verwerkt. In 2024 treden de Omgevingswet en de Wet Versterking participatie op decentraal niveau in werking.
De eerste wet stelt participatie gedeeltelijk verplicht bij nieuw beleid over de fysieke leefomgeving. De tweede wet heeft als doel om decentrale overheden (zoals de gemeente) aan te sporen inwoners beter te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Ook is hierin het uitdaagrecht opgenomen waarbij inwoners een taak van de overheid kunnen overnemen.
1.1 De belangrijkste inzichten uit gesprekken met bewoners In de afgelopen maanden is gesproken met mensen die vaker meegedaan hebben aan participatietrajecten en van daaruit algemene uitgangspunten konden bijdragen aan het verbeteren van participatie. 1. Zorg voor een heldere en duidelijke planning bij participatietrajecten. 2. Geef aan wie wanneer en hoe betrokken wordt en wat er met de inbreng wordt gedaan. 3. Spreek van tevoren af wat het niveau van participeren is (meedenken, meedoen en/of meebeslissen) en wat de rol van het college en de raad is. 4. Zorg voor goede communicatie aan het begin, tijdens en na afloop van beleidsontwikkeling, projecten en plannen in Zandvoort: houdt iedereen betrokken en geïnformeerd. 5. Organiseer participatie alleen wanneer het college en de raad van plan zijn iets te doen met de inbreng uit het dorp. Ook de tijd van inwoners, vrijwilligers, ondernemers is kostbaar en die willen zij zo nuttig mogelijk inzetten. 6. Doelgroepen betrekken gaat verder dan de traditionele manier van uitnodigen (bewonersbrief, artikel op de website en in de Zandvoortse Courant); Experimenteer en varieer met communicatie- en participatiemiddelen. 7. Zoek de doelgroep op daar waar ze samenkomen. 8. Bepaal vooraf de representativiteit van een participantengroep en geef als raad aan hoe je die representativiteit wilt bewaken.
4
9. Ga over controversiële onderwerpen, zoals de vestiging van een AZC, een daklozenopvang, een jongerenhangplek, al in gesprek met bewoners wanneer de plannen nog niet concreet zijn. ‘Smeedt het ijzer als het koud is.’ 10. Maak spelregels voor bewonersinitiatieven die voor iedereen hetzelfde zijn. 11. Laat het eigenaarschap bij de initiatiefnemer. 12. Geef bewoners en andere belanghebbenden de mogelijkheid om altijd hun wensen en ideeën kenbaar te maken. En doe daar dan iets mee. Deze inzichten komen terug in de hoofstukken 2 en 3.
1.2 De belangrijkste begrippen 1.2.1 Burgerparticipatie De gemeente neemt het initiatief en doet voorstellen voor nieuw beleid of een nieuwe ontwikkeling. Dit initiatief verrijken we met inbreng vanuit onze inwoners en noemen we burgerparticipatie. Burgerparticipatie vindt plaats in de periode voorafgaand aan het moment van terinzagelegging van een ontwerpbesluit over het beleid of de ontwikkeling. Op dat moment is er nog ruimte voor invloed. De mate van invloed kan variëren: meedenken, meedoen en meebeslissen. 1.2.2 Overheidsparticipatie (o.a. bewonersinitiatieven) Bewoners en ondernemers willen steeds vaker bijdragen aan maatschappelijke opgaven en ontplooien daartoe concrete initiatieven. De overheid kan dan meedoen in de initiatieven van bewoners of (sociaal) ondernemers. Het initiatief komt vanuit de samenleving, maar er is ondersteuning en/of goedkeuring vanuit de gemeente nodig. Dit gaat bijvoorbeeld om bewonersinitiatieven, maar ook om initiatieven van commerciële partijen, zoals ontwikkelaars, waarbij de gemeente de rol van participant kan innemen. Met andere woorden ‘de overheid’ doet mee met de plannen vanuit de samenleving. Dit noemen we overheidsparticipatie. 1.2.3 Wettelijke Inspraak Inspraak vindt plaats in een later stadium dan participatie, namelijk als een ontwerpbesluit is voorbereid over beleid of over een project.
Iedereen die dat wil kan reageren op het voorstel binnen een vastgestelde termijn van zes weken. In een 'nota van beantwoording' wordt gemotiveerd waarom de ingebrachte zienswijzen al dan niet tot een aangepast voorstel leiden. In de Omgevingswet is geregeld voor welke besluiten inspraak verplicht is. 1.2.4 Uitdaagrecht Een van de nieuwere vormen van participatie is het uitdaagrecht. Inwoners en lokale maatschappelijke partijen kunnen hun gemeente uitdagen om gemeentelijke taken (en budget) aan hen over te dragen om hun buurt (zowel fysiek als sociaal) te verbeteren wanneer zij denken dit slimmer, beter en/of goedkoper te kunnen doen. In het wetsvoorstel versterking participatie op decentraal niveau is het uitdaagrecht verankerd.
5
2.
Burgerparticipatie Bij burgerparticipatie bespreken we onze voornemens voor nieuw beleid of ruimtelijke ontwikkelingen en de daarbij horende dilemma's. De opgaven zijn niet makkelijk: onze omgeving is voortdurend in verandering, maatschappelijke opgaven waar we als dorp mee te maken hebben worden complexer en het is lastig om verschillende groepen te betrekken bij het gesprek over onze opgaven. Participatie geeft inwoners van de gemeente Zandvoort de mogelijkheid om, naast de gang naar de stembus eens in de vier jaar, betrokken te zijn bij het opstellen van lokaal beleid en zeggenschap te hebben over hun fysieke en sociale leefomgeving. Ruimte voor verandering Participatie betekent luisteren naar elkaar en zoveel mogelijk belangen op tafel krijgen. Op basis van die belangen wordt een afgewogen richting bepaald, die soms anders is dan vooraf door de gemeente of inwoners en belanghebbenden bedacht. Bestuur (en organisatie) staan open voor inbreng vanuit het dorp. Het gaat over samenwerking met het dorp, over verbinding zoeken met bewoners en andere belanghebbenden. Goede samenwerking komt van twee kanten, en vraagt om vertrouwen in een goede uitkomst.
Versterken en verrijken van de representatieve democratie Zandvoort ziet burgerparticipatie als middel om beter te kunnen aansluiten bij de behoeften van inwoners én voor het versterken en verrijken van de representatieve democratie. Beleid, uitvoering en evaluatie met de inbreng van het dorp. Doelen van burgerparticipatie Het doel van burgerparticipatie is om inwoners en andere belanghebbenden in een vroeg stadium te informeren en te betrekken én de verschillende belangen en uitgangsposities van zowel initiatiefnemers als belanghebbenden in beeld te brengen. De kwaliteit van besluitvorming over beleid of een project kan verbeteren door verschillende (soms tegengestelde) belangen en argumenten tegen elkaar af te wegen. Initiatiefnemers en belanghebbenden kunnen het alsnog niet met elkaar eens zijn, ook na een participatietraject. Burgerparticipatie kan wel bijdragen aan legitimiteit van het besluit als van tevoren afstemming is bereikt over de gevolgde procedure.
2.1 Hoe doen we het nu? Burgerparticipatie kent in het fysieke domein in Zandvoort al een lange traditie. In 2013 is vastgesteld dat er bij elk project en beleidsnota van enige omvang een kaderstellende startnotitie wordt gemaakt. Onderdeel van de startnotitie is een participatieparagraaf waarin vermeld staat of er besloten wordt tot participatie en inspraak. De opbrengst van de participatie wordt meegenomen in de conceptplannen. Wettelijke inspraak volgt nadat een ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd en wordt meegewogen bij het definitieve besluit. In het sociale domein worden veel wettelijke taken uitgevoerd die gebonden zijn aan strakke wetgeving, zoals de Participatiewet (werk en inkomen), de Jeugdwet, de wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening en de wet Maatschappelijke Ondersteuning. Er worden lokale verordeningen, beleidsregels en uitvoeringsbeleid opgesteld binnen de kaders van de wet. Burgerparticipatie is niet verankerd in de diverse sociale wetten. Wel maakt het hebben van een Adviesraad Sociaal Domein onderdeel uit van deze wetten. In Zandvoort hebben we één Adviesraad Sociaal Domein
6
die zich inzet op het sociaal domein als geheel. Daarnaast wordt binnen de sociale basis met dertig partijen samengewerkt op vier thema's: Jeugd & Jongeren; Gezonde leefstijl; Waardevol Werk en Ouderen langer zelfstandig wonen. Bij nieuw beleid wordt vooraf gesproken met belanghebbenden en partners in het dorp.
2.2 Hoe gaan we het doen? Zoals in 2.1 beschreven is de basis voor participatie aanwezig. Extra aandacht en helderheid is nodig voor communicatie, het niveau van participatie, de planning, nieuwe participatiemiddelen en methoden en het bereik van doelgroepen. Dit beleidskader geldt voor alle domeinen waar de gemeente Zandvoort over gaat. Burgerparticipatie draagt bij aan integraal gemeentelijk beleid. Bij de startnotitie, vastgesteld door de raad op 18 april 2023, zat een bijlage met uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn besproken en zijn aangescherpt, zie de matrix in hoofdstuk 5. 2.2.1 Initiatieffase leidt tot participatieparagraaf In gesprekken met Zandvoorters wordt aandacht gevraagd voor scherpere afspraken aan de voorkant. Deze vinden plaats vóór de startnotitie, de zogenaamde initiatieffase. In deze fase maakt de gemeente een stakeholdersanalyse en gaat oriënterend in gesprek met partijen die betrokken zijn. Dat kunnen andere overheden zijn, corporaties, maatschappelijke organisaties, enkele bewoners, of belangenvertegenwoordigers uit de omgeving of in relatie tot het op te stellen beleid. Het doel hiervan is om in zo vroeg mogelijk stadium een eerste beeld te hebben van wat er speelt en waar en met wie rekening gehouden moet worden in het participatietraject. In deze fase vinden ook intern oriënterende gesprekken plaats over de geldende beleidskaders.
Daarna wordt een participatiestrategie opgesteld en een startnotitie. Soms is er geen startnotitie, bijvoorbeeld bij projecten in de uitvoering of bij uitvoering van wettelijke taken in het sociaal domein; dan is er een projectplan of een plan van aanpak. Maar ook dan geldt, dat er vooraf een stakeholdersanalyse heeft plaatsgevonden en er oriënterend in gesprek is gegaan met partijen die betrokken zijn. Een samenvatting van de participatiestrategie krijgt een plek in de startnotitie. Daarin komen de volgende onderwerpen aan de orde: • Impact van het project of beleid op de omgeving; • Het doel van de participatie; • De mate van invloed en overige kaders voor de participatie; • De aanpak: wijze waarop en de fase waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; • Wie in ieder geval de belanghebbenden zijn en welke rol zij vertegenwoordigen; • Op welke wijze belanghebbenden worden bereikt (acties); • Op welke wijze en wanneer de terugkoppeling aan deelnemers plaatsvindt. 2.2.2 Burgerparticipatiefase leidt tot participatieverslag Nadat de startnotitie is vastgesteld wordt de participatiestrategie uitgevoerd en zo nodig bijgesteld. Om een hoge mate van representativiteit te borgen, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de doelgroep (de toekomstige gebruiker van het project of beleid).
Dit betekent dat het participatietraject zo toegankelijk en inclusief mogelijk georganiseerd wordt. Zowel in de communicatie en uitleg over het proces, als in de vorm van de participatie. Zie verder paragraaf 2.4. De burgerparticipatiefase wordt afgesloten met een openbaar participatieverslag dat naar alle participanten gestuurd wordt en meegaat met het conceptvoorstel richting de raad.
7
Hiermee kan getoetst worden hoe de uitkomsten van de participatie meegenomen zijn in het conceptvoorstel en of de participatiestrategie goed is uitgevoerd. Het participatieverslag is een weergave op hoofdlijnen van de belangrijkste uitkomsten van de burgerparticipatie. Hierin staat in ieder geval: • Onderbouwing van de gekozen participanten en de mate van invloed; • Een korte beschrijving van de opbouw van het participatietraject; • Wat er is gedaan met de resultaten van de participatie. Aandacht voor toegankelijk en helder taalgebruik In onze regio heeft 9% van het aantal inwoners moeite met lezen en het gebruik van de computer of smartphone. Om volwaardig mee te kunnen doen in participatieprocessen moet iedereen kunnen begrijpen wat de overheid schrijft of zegt. In Zandvoort kiezen we voor Direct Duidelijke taal. Als het nodig is communiceren we ook in beeld (foto/film/animatie) of in geluid (podcast). 2.2.3 Wettelijke inspraak leidt tot een nota van beantwoording In de initiatieffase is reeds duidelijke of er wettelijke inspraak volgt bij het concept besluit. Het college en/of de raad kan daartoe besluiten wanneer het onderwerp dusdanig belangrijk is, of impact heeft op het leven of de leefomgeving van de inwoners, dat zij alle mogelijkheden voor het betrekken van inwoners wil benutten. Het college geeft het ontwerpbesluit vrij voor inspraak.
Tijdens de wettelijke termijn van 6 weken kan iedereen een inspraakreactie (zienswijze) indienen. Zienswijzen kunnen schriftelijke of mondeling worden ingediend bij de gemeente. Alle inspraakreacties worden gebundeld en voorzien van commentaar. Het college maakt een afweging welke inspraakreacties alsnog een plek krijgen in het besluit. De bundeling van inspraakreacties en het commentaar heet de nota van beantwoording en is openbaar. De indieners van een inspraakreactie krijgen altijd een exemplaar. Het geheel aan documenten gaat ter vaststelling naar de gemeenteraad.
8
2.3 Mate van invloed bij burgerparticipatie Voor we verder ingaan op de burgerparticipatiefase, bespreken we eerst de mate van invloed. De mate van invloed die bewoners krijgen bij burgerparticipatie wordt afgestemd op het doel van de participatie. We hanteren daarbij de begrippen meedenken, meedoen en meebeslissen. De basis van dit alles is meeweten: goede informatie en communicatie. Daarnaast zijn er drie algemene kaders: eerder vastgesteld beleid, de zorg voor kwetsbare groepen en de ruimte voor invloed die kleiner wordt naarmate een project verder gevorderd is. Zie hiervoor ook de matrix in hoofdstuk 5. Vastgesteld beleid staat niet ter discussie De ruimte die er voor invloed is, wordt bepaald door eerdere besluitvorming bij de startnotitie en het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Vastgesteld beleid is leidend en staat tijdens de participatie in principe niet ter discussie. Binnen de kaders van het beleid en de vastgestelde startnotitie kan geparticipeerd worden. Dit leidt soms tot teleurstelling omdat de implicaties van eerder vastgesteld beleid soms pas duidelijk worden bij de uitvoering. De gewenste zeggenschap op de directe leefomgeving is dan beperkter dan men soms hoopte. Verantwoordelijk voor kwetsbare groepen De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor kwetsbare groepen in de samenleving.
Soms staat het realiseren van een maatschappelijke voorziening op gespannen voet met de wensen vanuit de omgeving, bijvoorbeeld bij de vestiging van een daklozenopvang of een azc. Hierbij organiseren we alleen participatie op de uitvoering en niet op de locatiekeuze. Echter de communicatie hierover is helder en transparant en start al in een vroeg stadium. Nog voor de plannen concreet zijn. Inzicht 9: Ga over controversiële onderwerpen, zoals de vestiging van een AZC, een daklozenopvang, een jongerenhangplek, al in gesprek met bewoners wanneer de plannen nog niet concreet zijn. ‘Smeedt het ijzer als het koud is.’
Meer invloed aan het begin De mate van invloed en de aanpak van participatie is ook afhankelijk van type en omvang/reikwijdte van het project of op te stellen beleid. Bij een stedelijk vraagstuk met impact op alle gebieden is dit anders dan bij een onderwerp met directe, en uitsluitende, impact op de directe leefomgeving. In de beginfase van een project is er meer ruimte voor invloed dan in de eindfase. We hebben voor de mate van invloed bij burgerparticipatie een aantal begrippen. Inzicht 3: Spreek van tevoren af wat het niveau van participeren is (meedenken, meedoen en/of meebeslissen) en wat de rol van het college en de raad is.
Inzicht 5: Organiseer participatie alleen wanneer het college en de raad van plan zijn iets te doen met de inbreng uit het dorp. Ook de tijd van inwoners, vrijwilligers, ondernemers is kostbaar en die willen zij zo nuttig mogelijk inzetten.
9
2.3.1 Meeweten Indien er minimale invloed is, spreken we van meeweten. Belanghebbenden worden zo goed mogelijk geïnformeerd over het voorgenomen besluit. Tips en adviezen zijn uiteraard van harte welkom, maar participatie (meedenken, meedoen en/of meebeslissen) is dan niet mogelijk. Meeweten is daarnaast een randvoorwaarde voor gelijkwaardige participatie en het fundament van het participatieproces. Het vereist voortdurende aandacht en inzet om de informatie op een transparante en toegankelijke wijze beschikbaar te hebben. Door goede communicatie worden mensen juist en op tijd geïnformeerd over het verloop en de voortgang van een proces of project Voorbeelden op het niveau van alleen meeweten (geen participatie) zijn bijvoorbeeld locatieonderzoeken, en (technische/vervanging) onderhoudsprojecten in de openbare ruimte. Inzicht 4: Zorg voor goede communicatie aan het begin, tijdens en na afloop van beleidsontwikkeling, projecten en plannen in Zandvoort: houdt iedereen betrokken en geïnformeerd.
2.3.2 Meedenken Bewoners en andere betrokkenen (ondernemers, maatschappelijke organisaties, wijkplatforms, ander overheden, sociale ondernemers, et cetera) worden gevraagd hun ideeën, meningen, ervaringen en adviezen te geven. Het advies gaat dan over oplossingen, problemen en belangen. Duidelijk moet worden wat er speelt in de leefomgeving of wat ervaringen met beleid of voorzieningen zijn. De adviezen worden meegewogen. De regie ligt bij de gemeente. Vooraf wordt helder benoemd binnen welke kaders er meegedacht kan worden en achteraf wordt geïnformeerd over wat er is gedaan met de opbrengst. Participatievoorbeelden op het niveau van meedenken zijn onder andere het parkeerbeleid, de toeristische visie en het omgevingsplan strand. 2.3.3 Meedoen Bewoners en andere belanghebbenden worden betrokken bij het proces, bijvoorbeeld door middel van ontwerpateliers of werkgroepen. Samen met de bewoners bepaal je de agenda en kom je tot oplossingen binnen bepaalde kaders. Je maakt de plannen samen. Het project is dus een gezamenlijk product. Het uiteindelijke besluit over het resultaat ligt bij het bestuur. Participatievoorbeelden op het niveau van meedoen zijn bijvoorbeeld de herinrichting van pleinen en parken en de herinrichting van Nieuw Noord. 2.3.4 Meebeslissen Bewoners en andere betrokkenen denken en beslissen mee over de inrichting en uitkomsten van het proces.
De zeggenschap over de uitkomst van het proces ligt bij de participanten. Participatievoorbeelden op het niveau van meebeslissen kunnen een wijkaanpak zijn en kleinschalige groeninitiatieven vanuit bewoners. Bij overheidsparticipatie (zie hoofdstuk 3 en 4) gaat het altijd over meebeslissen.
10
2.4 Burgerparticipatieproces Burgerparticipatie is altijd maatwerk en vergt een goede en tijdige organisatie. Het proces start met het stellen van de juiste vragen en afwegingen. Burgerparticipatie vindt plaats in twee of drie fases: initiatieffase, participatiefase en inspraak. In de initiatieffase wordt bepaald of er ook inspraak (wettelijke reactietermijn van zes weken op een conceptbesluit) plaatsvindt. 2.4.1 Initiatieffase In deze fase gaat de gemeente oriënterend in gesprek met partijen die betrokken zijn. Dat kunnen andere overheden zijn, corporaties, maatschappelijke organisaties, enkele bewoners, of belangenvertegenwoordigers uit de omgeving of in relatie tot het op te stellen beleid. Het doel hiervan is om in zo vroeg mogelijk stadium een eerste beeld te hebben van wat er speelt en waar en met wie rekening gehouden moet worden in het participatietraject. Een samenvatting van de participatiestrategie krijgt een plek in de startnotitie.
Daarin komen de volgende onderwerpen aan de orde: • Impact van het project of beleid op de omgeving; • Het doel van de participatie; • De mate van invloed en overige kaders voor de participatie; • De aanpak: wijze waarop en de fase waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; • Wie in ieder geval de belanghebbenden zijn en welke rol zij vertegenwoordigen; • Op welke wijze belanghebbenden worden bereikt (acties); • Op welke wijze en wanneer de terugkoppeling aan deelnemers plaatsvindt. Om de juiste belanghebbenden in beeld te krijgen, wordt er in deze fase óók advies opgehaald bij Pluspunt (een belangrijke schakel binnen het sociaal domein), de Adviesraad Sociaal Domein (onder andere voor kennis op gebied van toegankelijkheid en diversiteit) en het Jongerenwerk. Inzicht 8: Bepaal vooraf de representativiteit van een participantengroep en geef als raad aan hoe je die representativiteit wilt bewaken.
2.4.2 Burgerparticipatiefase Nadat de startnotitie is vastgesteld wordt de participatiestrategie uitgevoerd en zo nodig bijgesteld. Om een hoge mate van representativiteit te borgen, sluiten we zoveel mogelijk aan bij de doelgroep (de toekomstige gebruiker van het project of beleid). Dit betekent dat we ons inspannen om onze participatieprocessen zo toegankelijk en inclusief mogelijk te organiseren. Het doel is een brede vertegenwoordiging van belanghebbenden. Dit kan betekenen dat we op meerdere manieren en meerdere tijdstippen belanghebbenden benaderen en betrekken. Bijvoorbeeld door een brede bijeenkomst te organiseren op locatie op een doordeweekse avond en een digitale participatiebijeenkomst in het weekend (of andersom). Door mensen gericht uit te nodigen en door op bezoek te gaan bij bijvoorbeeld jongerencentra of ouderencentra. Elk burgerparticipatietraject is maatwerk. Belangrijk is dat er een helder plan ligt waarin duidelijk omschreven staat wie wanneer en waar betrokken wordt en wat de mate van invloed is. Mogen er alleen vragen gesteld worden (meeweten) of mag je advies geven (meedenken), mee ontwerpen bij de inrichting van bijvoorbeeld groen (meedoen) of keuzes maken (meebeslissen).
11
Inzicht 1: Zorg voor een heldere en duidelijke planning bij participatietrajecten.
Inzicht 2: Geef aan wie wanneer en hoe betrokken wordt en wat er met de inbreng wordt gedaan.
2.4.3 Participatiemiddelen De participatiemiddelen- en vormen zijn legio. Het is zaak om de juiste middelen in te zetten bij de juiste doelgroep en bijeenkomsten te organiseren op verschillende tijdstippen en locaties zodat zoveel mogelijk mensen mee kunnen doen. Zowel digitaal als fysiek. Inzicht 6: Doelgroepen betrekken gaat verder dan de traditionele manier van uitnodigen (bewonersbrief, artikel op de website en in de Zandvoortse Courant); Experimenteer en varieer met communicatie- en participatiemiddelen.
Hieronder een greep uit de hoeveelheid participatiemogelijkheden. Er komt een Zandvoortse participatiewijzer gebaseerd op onder andere de participatiewijzer van ProDemos. In hoofdstuk 5 staat een matrix die met voorbeelden duidelijk maakt hoe de mate van invloed bepaald is en welke middelen daarbij ingezet kunnen worden. Digitale participatie Met de inzet van digitale middelen bij participatie kunnen we inclusie en transparantie beter borgen. Deelnemers kunnen meedoen op een moment dat het hen uitkomt. Digitale participatie wordt onder andere gefaciliteerd via de website van de gemeente en in de laatste jaren is de inzet van live streams en webinars toegenomen. Bij webinars kunnen deelnemers digitaal in gesprek met elkaar. Inwonerspanel (digitaal) Zandvoort beschikt over een digitaal panel dat ingezet kan worden voor het bevragen over een bepaald onderwerp. Het panel is vooral geschikt voor dorpsbrede onderwerpen. Bijeenkomsten en workshops Naast de inzet van digitale middelen blijven de fysieke bijeenkomsten belangrijk. Dit kunnen workshops zijn onder leiding van een expert, het bespreken van dilemma's, een schouw door de buurt, een excursie naar voorbeeldprojecten of door fysieke aanwezigheid in de buurt gedurende een project. En erop af. Op bezoek bij de doelgroep. Inzicht 7: Zoek de doelgroep op daar waar ze samenkomen.
Bij jongeren kun je denken aan jongerencentra, de sportclub, scholen. Bij ouderen aan de koffieochtenden bij Pluspunt en de Blauwe Tram.
Gewogen Loting De afgelopen jaren is in veel gemeentes geëxperimenteerd met gewogen loting. Met gewogen loting worden andere doelgroepen bereikt dan met de huidige traditionele middelen. Voor
12
sommige vormen van gewogen loting wordt gebruik gemaakt van de BRP gegevens. Om de BRP gegevens te kunnen gebruiken voor participatieve doeleinden is een rechtsgrond nodig. Het gebruik van BRP-gegevens moet daarvoor zijn opgenomen in een verordening. De gegevens kunnen voor verschillende soorten participatietrajecten gebruikt worden. Dat kan dan een willekeurige steekproef zijn voor bijvoorbeeld het organiseren van een burgerberaad, maar ook het specifiek selecteren van personen op basis van demografische kenmerken (geslacht, leeftijd, buurt, stadsdeel, etc.) voor het meedoen aan een participatietraject over een specifiek onderwerp. Loting wordt vooral ingezet op het niveau van meedoen en meebeslissen. Burgerforum Een burgerforum is een participatiemethode waarbij een representatieve deelnemersgroep (het forum) op basis van inhoudelijke informatie met elkaar ruim de tijd neemt om van gedachten te wisselen over een vooraf vastgesteld onderwerp of vraag. De uitkomst van het burgerforum is een uitgewerkt advies of plan(nen) waarover de politiek of samenleving besluit. Een burgerforum kent verschillende varianten, zoals een burgerpanel, burgertop, wijkforum of burgerberaad. Een burgerforum is een uitbreiding van de representatieve democratie die we kennen. Het vervangt de gekozen politici niet. In Zandvoort is hier nog niet eerder mee geëxperimenteerd.
In andere dorpen en steden blijkt dit een mooie manier om inwoners te betrekken, die anders niet mee zouden doen. 2.4.4 Inspraakfase: wettelijke termijn van 6 weken Het college geeft het ontwerpbesluit (zoals een concept beleidsplan, concept visie of programma van eisen, ontwerp-inrichtingsplan of ontwerpbestemmingsplan) vrij voor inspraak. Tijdens de wettelijke termijn van 6 weken kan iedereen een inspraakreactie (zienswijze) indienen. Zienswijzen kunnen schriftelijke of mondeling worden ingediend bij de gemeente. Alle inspraakreacties worden gebundeld en voorzien van commentaar. Het college maakt een afweging welke inspraakreacties alsnog een plek krijgen in het besluit. De bundeling van inspraakreacties en het commentaar heet de nota van beantwoording. Het geheel aan documenten gaat ter vaststelling naar de gemeenteraad.
13
2.5 Verschillende rollen bij burgerparticipatie Burgerparticipatie krijgt een plek in iedere fase van het proces. In bestuurlijke besluitvorming worden verschillende belangen gewogen, afgezet tegen de inhoudelijke en financiële kaders die het bestuur zelf heeft gesteld. Door de inbreng van participanten worden betere besluiten genomen. De onderlinge verhouding dient wel helder te zijn en geaccepteerd te worden door alle deelnemers aan het proces. 2.5.1 Participanten Inwoners die mee willen doen aan burgerparticipatie zullen zich in meer of mindere mate verdiepen in het onderwerp van het gesprek. Van belang is hen te informeren over de kaders en voorwaarden die er gelden, in welke fase van het proces de participatie zich bevindt, wat al is besloten en waar nog ruimte is. Ook is het goed om voorafgaande aan participatie bij bewoners na te vragen welke rol zij nemen in het proces. Spreken ze voor zichzelf, vertegenwoordigen ze een groep, of doen ze mee op basis van specifieke expertise? 2.5.2 Gemeenteraad Voor de raad is de participatieparagraaf van belang om zijn rol bij participatie goed te kunnen invullen. De participatieparagraaf beschrijft de inhoudelijke kaders. De raad wordt op die manier vooraf geïnformeerd, kan suggesties doen om een participatietraject nog beter te maken, bijvoorbeeld door meer of minder ruimte voor invloed aan de participanten te geven.
Het is ook op dit moment dat de raad zich committeert aan het voorgestelde proces en aan de uitkomst van het proces. Daarnaast kan de raad ook aangeven welke rol hij voor zichzelf ziet in het participatieproces. In het participatieverslag wordt de opbrengst van de participatie en de wijze waarop deze is verwerkt beschreven. Dit verslag wordt samen met het concept besluit ter bespreking naar de commissie gestuurd. Het college kan worden bevraagd hoe een en ander is ingericht en verlopen en wat de afwegingen waren waarom het ene wel en het andere niet is meegenomen in het concept besluit. Datzelfde geldt voor bij de nota van beantwoording die gemaakt wordt na de wettelijke inspraakperiode.
2.5.3 Het college Bestuurders denken mee over de mate van invloed die past bij een onderwerp en de inrichting van het proces. Bestuurders kunnen aanwezig bij participatieprocessen. Het college maakt een belangenafweging op basis van het advies van de ambtenaren en de aangereikte informatie. Het college heeft net als de raad een controlerende rol bij het participatieverslag: is het proces gevolgd zoals afgesproken in de startnotitie? Bij het vaststellen van een definitief besluit zal de afweging transparant verwoord zijn in de nota van beantwoording.
14
2.5.4 Ambtenaren De rol van de ambtelijke organisatie is verbindend, faciliterend en adviserend. De opbrengst van de participatie wordt door de ambtelijke organisatie verwerkt in de adviezen. De ambtelijke organisatie: • Voert verkennende gesprekken om te komen tot een startnotitie; • Heeft een professionele en open houding; • Beoordeelt de uitkomsten van de participatieprocessen; • Koppelt de resultaten van de participatie terug aan de participanten; • Informeert en adviseert het college over het verloop van de participatie; • Evalueert na afloop het participatieproces. 2.5.5 Georganiseerd overleg Een aantal partijen in het dorp hebben zich verenigd en geven gevraagd en ongevraagd advies aan het college. Voorbeelden zijn de Adviesraad Sociaal Domein en het Ondernemers Belang Zandvoort. Deze partijen worden in een vroeg stadium betrokken. Hun adviezen worden serieus genomen en wegen mee in het geheel aan opgehaalde standpunten en belangen. De gemeente zal zich altijd inspannen om zoveel mogelijke mensen en partijen te horen in de buurt en het dorp. 2.5.6 Ontwikkelende partijen (omgevingswet) Ontwikkelende partijen zijn verantwoordelijk voor de participatie op exact dezelfde wijze als de gemeente. Zij voeren de verkennende gesprekken en een samenvatting van de participatiestrategie krijgt een plek in de door de gemeente vastgestelde startnotitie.
Dit geldt als het kader voor de in te zetten participatie. Burgers kunnen de werkwijze van de particuliere initiatiefnemer toetsen aan hetgeen is vastgesteld in de startnotitie. Afspraken over communicatie en participatie worden door de gemeente en particuliere initiatiefnemer vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Zie ook paragraaf 3.2.
15
3.
Overheidsparticipatie Bewoners en ondernemers willen steeds vaker bijdragen aan maatschappelijke opgaven en bedenken concrete initiatieven. De overheid kan dan meedoen in de initiatieven van bewoners. Het initiatief komt vanuit de samenleving, maar er is ondersteuning of goedkeuring vanuit de gemeente nodig. Dit gaat bijvoorbeeld om bewonersinitiatieven, maar ook om initiatieven van commerciële partijen, zoals ontwikkelaars, waarbij we als gemeente de rol van participant kunnen innemen. De rol van de overheid, raad, college en ambtenaren is hier een andere dan waar het burgerparticipatie betreft; namelijk een samenwerkende rol. Met andere woorden ‘de overheid’ doet mee met de plannen vanuit de samenleving. Dit noemen we overheidsparticipatie.
3.1 Nieuwe vormen van samenwerken gemeente en bewoners Steeds vaker komen bewoners met initiatieven om hun buurt te verbeteren. Voor een extra bankje in de openbare ruimte, een picknicktafel, een kruidentuin, een geveltuin, maar soms ook groter zoals een skatebaan. De gemeente waardeert deze initiatieven en wil dit graag stimuleren. 3.1.1 Samenwerken en inhaken Initiatiefnemers die de samenwerking zoeken met de gemeente kunnen dit doen via het gebiedsteam: gebiedsteam@zandvoort.nl. Initiatiefnemers geven aan wat ze van de gemeente verwachten. De initiatiefnemer krijgt een ambtenaar als vast aanspreekpunt die zorgt dat het initiatief wordt besproken in de organisatie en waar nodig door het college. Daarbij wordt gekeken of en zo ja hoe en op welke wijze de gemeente de samenwerking kan faciliteren. Het faciliteren kan in de vorm van: • Informatie om op weg geholpen te worden. • Samenwerking. • Financiering.
Naast concrete initiatieven kunnen bewoners en organisaties ook ongevraagd advies geven of ideeën aandragen voor het mooier, leefbaarder en socialer maken van de dorp. Dat kan via de website of via ambtenaren, bestuurders of door in te spreken bij de raad. De gemeente Zandvoort beschikt ook over een verordening op het burgerinitiatief. Elke burger heeft het recht om schriftelijk en/of digitaal én gemotiveerd een voorstel aan de raad te doen dat betrekking heeft op een gemeentelijke aangelegenheid. Daarvoor neemt u contact op met de griffie.
16
3.1.2 Stimuleren en financieren van maatschappelijke initiatieven in de wijk Er is een buurtbudget voor initiatieven van bewoners en bewonersgroepen. Hieruit worden initiatieven gefinancierd die bijvoorbeeld een bijdrage leveren aan een leefbare buurt of aan het versterken van de sociale cohesie in de buurt. Bijvoorbeeld een plan om eenzaamheid in de buurt te verminderen, een gezamenlijke opschoonactie of de aanleg van een buurttuin. Om in aanmerking te komen voor een van deze budgetten gelden spelregels. Daarvoor is een beleidsregel opgesteld waarin de procedure, de beoordelingscriteria en de weigeringsgronden zijn vastgesteld. De initiatiefnemer stuurt een mail naar gebiedsteam@zandvoort.nl met daarin het voorstel en benodigde budget. Een medewerker van de gemeente beoordeelt volgens de vastgestelde beoordelingscriteria of het mogelijk en uitvoerbaar is en neemt uiterlijk binnen vier weken contact op met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer is een inwoner van de gemeente Zandvoort of vertegenwoordigt een groep Zandvoortse bewoners. Jaarlijks wordt de maximale hoogte per soort initiatief vastgesteld.
Inzicht 10: Maak spelregels voor bewonersinitiatieven die voor iedereen hetzelfde zijn.
3.2 Participatie vanuit de omgevingswet Vanuit de omgevingswet die sinds 2024 in werking is, is participatie verplicht voor ruimtelijke activiteiten. Dat geldt zowel voor projectontwikkelaars als voor particulieren die hun huis uitbreiden of aanpassingen doen die impact hebben op de leefomgeving van omwonenden. Het uitgangspunt is dat initiatiefnemers zelf de mensen in de buurt en andere belanghebbenden betrekken bij hun plannen. Er is een nieuw omgevingsloket, met daarin alle regels die gelden per gebied en waar initiatiefnemers hun vergunningen kunnen aanvragen en meldingen indienen.
17
4.
Uitdaagrecht Bewoners kennen de wijk waarin ze wonen natuurlijk het best. Het kan goed zijn dat zij een ander idee hebben over de aanpak van bepaalde zaken in de omgeving dan wij als gemeente. Het uitdaagrecht (Right2Challenge) geeft initiatiefnemers het recht om zelf een plan in te dienen om bestaande taken van de gemeente zelf uit te voeren, als zij denken dat zij het op een betere of goedkopere wijze kunnen uitvoeren of omdat het beter aansluit bij wat er speelt in de buurt of dorp. In Zandvoort hebben we hier nog geen ervaring mee. Samen met bewoner zal de gemeente gaan ervaren hoe dit in de praktijk uitpakt. 1
4.1 Wat is het uitdaagrecht? Bij het uitdaagrecht krijgen bewoners of bewonersgroepen van Zandvoort het recht om lokale voorzieningen en taken van de gemeente over te nemen, wanneer zij denken dat zij het zelf beter kunnen organiseren voor hetzelfde, of een kleiner budget. Het gaat om collectieve taken en voorzieningen op de terreinen sociale basis, leefbaarheid en duurzaamheid/energietransitie waarvoor een budget op de gemeentebegroting gereserveerd is.
4.2 Bestuurlijke verankering In het voorstel voor aanpassing van artikel 150 Gemeentewet krijgen gemeenten de mogelijkheid het uitdaagrecht in te stellen en vast te leggen in een verordening. In Zandvoort krijgen inwoners en verenigingen ook de mogelijkheid om een alternatief voorstel in te dienen voor de uitvoering van collectieve voorzieningen in hun directe omgeving, zoals het onderhoud van een parkje of het beheer van een sportveld.
4.3 Hoe werkt het? Initiatiefnemers kunnen een voorstel indienen bij het gebiedsteam via gebiedsteam@zandvoort.nl • De gemeente organiseert een kennismakingsgesprek met diverse betrokken ambtenaren en initiatiefnemer(s). • Het uitdaag-initiatief wordt met een advies van de betrokken partijen neergelegd bij de betrokken wethouder(s). • Het college neemt een besluit over het wel of niet aangaan van de uitdaging. • De gemaakte afspraken (over o.a. het resultaat, het budget en de looptijd) worden vastgelegd in een contract dat wordt vastgesteld door het college als het binnen vastgestelde beleid en financieringskaders blijft. Zo niet, dan wordt het vastgesteld door de raad.
1
Het uitdaagrecht is niet hetzelfde als maatschappelijk aanbesteden. Maatschappelijk aanbesteden is al een ouder instrument en een manier om bewoners en maatschappelijke partners bij beleid en uitvoering te betrekken. Het initiatief ligt dan bij de gemeente. De gemeente daagt de gemeenschap uit om een specifieke maatschappelijke taak of dienst over te nemen. Bij het uitdaagrecht komt het initiatief uit de gemeenschap.
18
5.
Participatie is democratie in actie Participatie is geen routine-onderdeel van een doorsnee werkproces, maar een bewuste keuze voor samenwerken met het dorp. Een ieder die het initiatief tot participatie neemt (of dat de gemeente zelf is of een andere partij) moet zich actief opstellen om het meest passende traject bij het voorliggende participatieonderwerp te vinden. Participatie is altijd maatwerk. We houden bij het inzetten van participatiemiddelen rekening met de mogelijkheden en kennis van de deelnemers, met als doel het optimaal toegankelijk maken van het participatieproces. We denken integraal, vanuit verschillende perspectieven die van toepassing zijn op het thema. Daarmee is participatie democratie in actie: het samen met gemeente, inwoners en initiatiefnemers creëren van maatschappelijke meerwaarde voor Zandvoort. Elk van deze rollen kunnen een bijdrage leveren aan de processen. Het zorgvuldig vormgeven van een participatietraject vraagt kennis, inspiratie en middelen. In de loop van jaren is in Zandvoort en bij andere overheidsinstanties veel ervaring opgedaan met participatietrajecten, -middelen en methodieken. 5.1.1 Gebiedsteam Zandvoort Het gebiedsteam van Zandvoort werkt aan relaties op langere termijn. Bij de uitvoering van projecten is het gebiedsteam cruciaal voor het verbinden van de organisatie en de omgeving.
Het team kent het speelveld; actieve bewoners, de huurdersvereniging, Ondernemersbelangen Zandvoort, jongerenwerk, welzijnswerk, de adviesraad sociaal domein en anderen. Voor goede participatie waarbij er begrip is voor elkaars rollen is het van belang elkaar te kennen, ook als er niets te halen of te bespreken valt. Het gebiedsteam is de spil waar alles samenkomt. 5.1.2 Monitoring en evaluatie Jaarlijks wordt de uitvoering van burger- en overheidsparticipatie geëvalueerd. Dit gebeurt bij de jaarrekening: verantwoording naar de raad.
Inzicht 5: Organiseer participatie alleen wanneer het college en de raad van plan zijn iets te doen met de inbreng uit het dorp. Ook de tijd van inwoners, vrijwilligers, ondernemers is kostbaar en die willen zij zo nuttig mogelijk inzetten.
19
Participatie Zandvoort
Er zijn verschillende manieren waarop Zandvoorters kunnen meedenken of meebeslissen over de plannen van de gemeente.
Uitgangspunten
Het participatiebeleid gaan we moderniseren om te zorgen dat het aansluit bij de eisen, wensen en mogelijkheden van nu. We
Wat is daarvoor nodig?
Participatie in Zandvoort is sterk verbonden met onze dienstverlening. Ook participatie organiseren we vanuit een dienstverlenende houding.
We maken een Zandvoortse participatiewijzer voor de verschillende vormen van participatie.
Participatie in Zandvoort kent verschillende vormen: meestal neemt de gemeente initiatief en vraagt bewoners mee te doen, af en toe nemen bewoners initiatief en wordt de gemeente gevraagd mee te doen.
De mate van invloed van Zandvoorters is verbonden met het type vraagstuk en de impact op de directe omgeving. • De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor kwets bare groepen in de samenleving, of voor het onderhoud in de openbare ruimte. Dit staat soms op gespannen voet met de belangen van de omgeving. We organiseren bij die opgaven alleen de participatie op de uitvoering.
Voor participatie waarbij we als gemeente aan zet zijn streven we transparante procedures na. Beleid wordt democratischer als belangen in beeld zijn zodat deze zorgvuldig kunnen worden afgewogen. En beleid wordt effectiever als bewoners ook inzien dat hun belangen en zorgen zijn herkend en zorgvuldig zijn meegewogen. Dit vraagt om een zorgvuldig en transparant proces en om duidelijke communicatie en terugkoppeling over dat proces.
zorgen dat vanaf het begin van de participatie duidelijk is waarover de participatie gaat en wat we met de uitkomst ervan gaan doen.
We maken spelregels voor bewonersinitiatieven die voor iedereen hetzelfde zijn. Er is een structureel initiatievenbudget.
• Bij vraagstukken met belang voor het hele dorp bepaalt de gemeente de kaders. We halen dan ideeën en reacties op om onze besluiten beter te maken. • Bij onderwerpen die direct en uitsluitend in de leefomgeving van bewoners spelen kunnen we vormen van zeggenschap bij de buurt neerleggen om zo eigenaarschap en gedeelde verantwoordelijkheid te stimuleren
We maken een afwegingskader om, afhankelijk van type vraagstuk, de ruimte voor invloed te bepalen. Soms is staand beleid dan ondergeschikt aan ideeën en oplossingen uit de buurt.
We stellen bij bestuurlijke besluiten een participatieparagraaf op waarin staat óf en zo ja hoe de participatie plaatsvindt. a het niveau en het doel van de participatie b de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd; c de wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; d de wijze waarop democratische waarden zoals inclusie, dialoog en transparantie zijn geborgd; Bij een bestuurlijk besluit ná participatie is een e participatieverslag onderdeel van de bestuurlijke stukken.
Het is een doel op zich om bij participatie groepen te betrekken die zich minder snel laten horen: het stille midden, afhakers, jongeren. Zo kunnen we beter de kennis, informatie en ervaring van álle inwoners in het dorp benutten en zo de kwaliteit van besluiten verhogen.
We experimenteren met andere inzet van (communicatie-)middelen om onze inwoners te bereiken bij de processen die we organiseren. Digitale middelen vormen definitief een vast onderdeel van deze inzet. Maar ook minder voor de hand liggende middelen: straatinterviews, samenwerking scholen. Hiervoor reserveren we extra tijd en capaciteit.
Participatie Zandvoort
Van dorp naar wijk
comments-question
person-chalkboard
bullseye-arrow
lines-leaning
sitemap
people-group
timeline-arrow
comment-question
rotate-left
file-signature
Type vraagstuk
Voorbeeld
Doel van de participatie
Effect
Mate van invloed
Type activiteiten
Proces
Vraag
Terugkoppeling
Wie besluit?
Meeweten, mee denken, meedoen of meebeslissen
Voorbeelden, ook afhankelijk van de doelgroep
Opgaven waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft / wil hebben. Opgave voor het hele dorp Beleidsvraag stukken
■
Opvang daklozen
■
Opvang statushouders
■
■
Onderhoud openbare ruimte
■
Parkeerbeleid
■
Omgevingsvisie
■
WMO verordening
■
Cultuurplan
■ ■
■
Geen participatie, wel communicatie/ meeweten
Verhogen van de kwaliteit van een besluit
■
■
■
Informatie moet zorgen en vragen omgeving adresseren
Meer ervaren legitimiteit
■
■
■
Meeweten over de locatiekeuze Meedenken over de uitvoering Meedenken
■ ■
Projectpagina zandvoort.nl
■
Informatiebijeenkomsten
Projectpagina zandvoort.nl
Omgevingsplan strand
■
Expertmeeting
Toeristische visie
■
Enquête
■ ■
Dorp en wijk Plannen en projecten
■ ■
■
■
Wijkgericht
Wijkgericht Bewonersinitiatief
Wijkgericht Ontwikkelaar in het kader van de omgevingswet
■
■
Omgevingsplan
■
Stedenbouwkundig programma van eisen Inrichting pleinen en parken
Bouwen aan draagvlak voor een besluit en gebruik maken van de kennis en kunde uit de gemeente
■
Betrokkenheid inwoners bij de ontwikkeling van de gemeente
■
Meedenken en doen
■
Fysieke en digitale plek om reacties te geven
■
■
■
Instellen klankbordgroep omwonenden
■
■
Transparantie voor bestuurlijke keuzes
Informatiebijeenkomst
Agenda van de klankbordgroep kan gezamenlijk worden bepaald
Agenda wordt bepaald door de gemeente
■
■
Uitvraag aan omgeving waar gemeente rekening mee moet houden bij realisatie van de voorziening Reacties, ervaringen en ideeën
■
■
Notulen en verslagen
Middels participatieverslag
■
Bestuur
■
Bestuur
■
Bestuur
Aanwezig daar waar betrok kenen zijn (markt etc.) Vaker met gerichte groep. Met professionele partners (sociaal domein)
■
Zie boven
■
Ontwerpatelier
■
Wijkwandeling
■
Zie boven
■
■
Agenda wordt bepaald door de gemeente
■
Gemeente kan uitnodigen tot meedenken op inrichting proces
Problemen, oplossingen, dilemma’s, belangen
■
Middels participatieverslag
Herinrichting Nieuw Noord Vergroening straat
Kruidentuin Bentveld
■
■
■
(Gedeeld) eigenaarschap (en daarmee bouwen aan vertrouwen)
Eigenaarschap en zeggenschap overdragen
Bouwen aan draagvlak
■
■
■
Verantwoordelijk voor de eigen leefomgeving
Verantwoordelijk voor de eigen leefomgeving
Meer draagvlak voor plan
■
■
■
Meedoen en meebeslissen
Overheidsparticipatie
Meedenken
■
Bijeenkomsten met als doel: gedeeld kennisniveau
■
Ontwerpsessies
■
Meer één op één
■
Relatiegericht
■
Democratisch wijkbudget
■
Uitdaagrecht
■
Maatschappelijke initiatieven
■
■
Voor ontwikkelaars is een folder beschikbaar op welke wijze zij vorm kunnen geven aan de participatie
■
■
■
Gezamenlijke verantwoordelijk heid voor het proces
Bij grote projecten met een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeente en initiatiefnemers wordt een samenwerkings overeenkomst afgesloten over eigenaarschap en zeggenschap initiatiefnemers
Bij buitenplanse activiteiten toetsing participatie door gemeente Initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het proces
■
■
■
Vraag wordt gezamenlijk bepaald
■
Agenda bepaalt door initiatiefnemer(s)
Agenda bepaalt door initiatiefnemer(s)
■
■
Participatieverslag bij vergunningsaanvraag
Bestuur besluit over de kaders, uitkomst ligt bij de wijk
Bewoners
Dit is een uitgave van gemeente Zandvoort, 16 april 2024
Tekst: Bestuur en Communicatie Fotografie: Onno van Middelkoop, Shutterstock Ontwerp afbeeldingen: Studio Swanink Drukwerk: nvt ________________________________ Postbus 511 2003 PB Zandvoort Tel. 14 023 Zandvoort.nl • gemeentelijke organisatie is nog niet altijd goed ingericht op de leefwereld van bewoners. 20