CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Aangepaste uitgangspuntennotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030

Gemeenteraad 14 oktober 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Uitgangspuntennotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026-20306.915 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aangepaste uitgangspuntennotitie

Onderwerp

Aangepaste uitgangspuntennotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030

Start uitvoering

April 2025

1. Inleiding De gemeente Zandvoort werkt aan een nieuwe woonvisie. De oude woonvisie, het ‘Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019-2025' loopt eind dit jaar af. Rekening houdend met de toekomstige inwerkingtreding van de Wet versterking regie volkshuisvesting gaat de nieuwe woonvisie een volkshuisvestingsprogramma heten. De planning is dat deze begin 2026 aan de raad wordt aangeboden. Voor het opstellen van het nieuwe volkshuisvestingsprogramma heeft in de maanden maart en april 2025 participatie plaatsgevonden. Door middel van interne en externe stakeholderssessies is opgehaald wat de inhoud van het nieuwe programma moet zijn. Hiertoe is onder meer gesproken met de woningbouwcorporaties, huurdersvereniging, makelaars, ontwikkelaars, de Provincie Noord-Holland, Woonservice en interne afdelingen van de gemeente Zandvoort. Daarnaast is een onderzoek uitgezet bij het Inwonerspanel Zandvoort. Aan de respondenten zijn acht dilemma's voorgelegd die spelen in de volkshuisvesting. De resultaten hiervan zijn verwerkt in het onderzoeksrapport 'De Zandvoortse woningmarkt. Welke keuzes zouden inwoners maken?' (bijlage 2). Voor alle dilemma's is in deze notitie een richting voorgesteld, het zogenaamde uitgangspunt. Hierbij zijn de meningen van onze inwoners uit het Inwonerspanel meegewogen.

Op wens van de raadscommissie Ruimte & Economie zijn daarnaast deze dilemma's aangevuld met extra uitgangspunten voor het nieuwe volkshuisvestingsprogramma. Het verzoek aan de gemeenteraad van Zandvoort is om in te stemmen met de voorgestelde richting per dilemma en met de extra uitgangspunten.

2. Achtergrond van het onderzoek Ruim 1.500 leden van het Inwonerspanel Zandvoort zijn in maart 2025 uitgenodigd voor een online onderzoek over manieren om woonruimte binnen de gemeente Zandvoort te creëren. Er is namelijk een woningtekort. De uitkomsten van het onderzoek geven inzicht in de mening van Zandvoorters ten aanzien van de krappe woningmarkt en de keuzes die zij hierbij zouden maken. 583 panelleden hebben deelgenomen aan het onderzoek (responspercentage: 36%). In de vragenlijst zijn verschillende manieren om de problemen op de Zandvoortse woningmarkt aan te pakken, inclusief de bijbehorende voor- en nadelen, voorgelegd aan de panelleden. Deze zijn afzonderlijk van elkaar beoordeeld en vervolgens geprioriteerd. Uit het onderzoek blijkt dat de bouw van seniorenwoningen en de aanpak van leegstand de hoogste prioriteit hebben.

1/16

3. Uitgangspunten per dilemma In dit hoofdstuk geven we gestructureerd per dilemma het volgende weer: we beginnen met een korte uitleg over het dilemma, waarin we eventueel de bijbehorende definities van de begrippen geven. Vervolgens volgt een overzicht van de voor- en nadelen die opspelen wanneer het dilemma in één van beide richtingen wordt beslecht. Daarna volgt een korte alinea die weergeeft hoe het Inwonerspanel Zandvoort over het dilemma denkt. Tenslotte geven we het uitgangspunt op het dilemma weer. Daarin wegen we de voordelen, nadelen en de mening van het Inwonerspanel Zandvoort af.

3.1 Thema 1: Nieuwe woonruimte We hebben het inwonerspanel drie manieren voorgelegd om tot nieuwe woonruimte te komen, namelijk: verdichting of uitbreiding, bouwen voor de doelgroep senioren en het schrappen van regels. Alleen voor bouwen voor de doelgroep senioren is een meerderheid (66%) te vinden.

Dilemma 1: Verdichting of uitbreiding Verdichting is het toevoegen van meer woningen binnen het bestaande dorp. Hierbij worden meer mensen of functies op dezelfde oppervlakte in een bepaald gebied ondergebracht. De tegenhanger van verdichten (of inbreiden) is uitbreiden, waarbij woningen worden gebouwd in open ruimte aan de rand van het dorp. Verdichting gebeurt vaak door hoger of compacter te bouwen (het toevoegen van appartementen), door leegstaande gebouwen opnieuw te gebruiken (zoals een kantoor of hotel ombouwen tot woningen), bestaande woningen op te toppen (verdiepingen erop bouwen) of te bouwen op plekken waar nu groen, spelen, parkeren of andere voorzieningen gelegen zijn. Voordelen Een belangrijk voordeel van verdichting is een efficiënt ruimtegebruik. Minder ruimtebeslag betekent meer behoud van natuur en open ruimte buiten de bebouwde kom. Ook leidt een verdichte leefomgeving tot een betere benutting van infrastructuur en voorzieningen: openbaar vervoer, riolering, winkels, scholen en zorgvoorzieningen worden intensiever en efficiënter gebruikt. Hierin zijn minder investeringen nodig. Korte afstanden tussen wonen, werken en voorzieningen verminderen autogebruik en stimuleren lopen, fietsen en OV-gebruik. Dit zorgt weer voor duurzaam ruimtegebruik. Verdichting leidt ook tot levendige buurten: meer bewoners zorgen voor meer activiteit en economische kansen.

Verdichting ondersteunt ook de lokale economie en maakt deze meer rendabel: meer mensen betekent meer klanten voor winkels, horeca en diensten. Tenslotte kan verdichting het bestaande stedelijke weefsel versterken, bijvoorbeeld doordat een leegstaand gebouw, een braakliggend terrein of een verouderde wijk een nieuwe impuls krijgt. Nadelen Verdichting kent ook nadelen die kunnen opspelen. Het kan de leefbaarheid onder druk zetten. Binnen het dorp is minder plek, dus bouwen vereist creativiteit of compromissen, bijvoorbeeld door het opofferen van groen, parkeerplekken of bedrijfsruimte of het toestaan van hogere bebouwing. Meer woningen kan betekenen minder ruimte voor ontspanning en meer geluid en luchtvervuiling. Minder groen en meer verharding zorgen op hun beurt weer voor hittestress en wateroverlast bij regen. Meer bewoners op een bepaald oppervlakte kan tevens parkeren onder druk zetten,

2/16

resulteren in congestie en in tijdelijk meer bouwgeluid. Binnenstedelijke bouwprojecten kunnen duurder zijn vanwege sanering (bijvoorbeeld oude fabrieksterreinen), procedures of conflicten met omwonenden. Ook kunnen hogere dichtheden zorgen voor meer drukte, conflicten of gevoel van onveiligheid. In het ergste geval kan verdichting leiden tot verlies van karakter of identiteit van de wijk, bijvoorbeeld als de oorspronkelijke bewoners zich niet meer herkennen in hun wijk. Uitkomst Inwonerspanel Het inwonerspanel Zandvoort is verdeeld over verdichting en uitbreiding. Als er nieuwe woningen gebouwd moeten worden, kiest men net wat eerder voor uitbreiding dan verdichting. Uitbreiding vindt 45% van de respondenten een goed idee, tegenover 37% die dat niet vindt. Verdichting wordt door 34% als een goed idee gezien en door 43% niet. Echter, als we kijken naar de respondenten die zelf woningzoekend zijn, is ruim de helft positief over verdichting (55%). Ook huurders vinden vaker dan kopers dat verdichting voorrang moet krijgen (prioriteit drie versus de laagste prioriteit). Hierbij kan meespelen dan kopers eerder geneigd zijn angst te hebben dat in hun directe omgeving gebouwd wordt. Uitgangspunt Het verdichten binnen het bestaande dorp is, gezien de locatie van Zandvoort, de meest duurzame optie als er goed wordt omgegaan met de beschikbare ruimte en het behoud van het dorpskarakter.

Verdichting heeft de voorkeur als Zandvoort de nadruk legt op het behoud van groen en open ruimte, terwijl het tegelijkertijd economische en ecologische voordelen kan bieden. Tegelijkertijd kan beperkte uitbreiding van de woningvoorraad aan de rand van het dorp een oplossing zijn, maar dan moet er wel goed worden gekeken naar de impact op natuur en het landschap. Het scenario wat we voorstellen voor Zandvoort is daarmee een combinatie van beide opties, met de voorkeur voor verdichting: gerichte verdichting binnen het dorp, gecombineerd met een zorgvuldige uitbreiding aan de randen van het dorp, waarbij natuur en landschap niet worden aangetast of goed samengaan met een woningbouwplan (bijvoorbeeld vanwege een natuurinclusief woningbouwplan met een lage bevolkingsdichtheid).

Dilemma 2: Bouwen voor senioren Nieuwbouwwoningen kunnen gebouwd worden voor specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld driekamerappartementen voor senioren of tweekamerappartementen voor starters. Zandvoort heeft, net als veel andere kustgemeenten, te maken met een vergrijzende bevolking. Senioren vormen een steeds grotere groep in de samenleving en hun zorg- en huisvestingsbehoeften nemen toe. Tegelijkertijd heeft Zandvoort ook veel jongeren en starters die moeite hebben om een eerste woning te vinden. Daarentegen heeft Zandvoort al veel eengezinswoningen en neemt het aandeel gezinnen in de toekomst af ten faveure van kleine huishoudens. Met het besef dat bouwgrond in Zandvoort schaars is en we dus goed moeten nadenken op welke doelgroep we ons met name richten, is het dilemma dan ook: richten we ons voor het nieuwe bouwprogramma meer op woningen voor jongeren en starters of op senioren? Voordelen Nieuwbouwwoningen voor senioren leveren meer doorstroming op dan nieuwbouwwoningen voor starters. Seniorenhuishoudens verhuizen van een grote eengezinswoning of groot appartement naar een kleinere en toegankelijke woning. De grotere woning die zij achterlaten, komt beschikbaar voor

3/16

andere doelgroepen. Met name wanneer grotere woningen vrijkomen, kunnen meer huishoudens doorstromen. Er moet in ieder geval een grotere focus komen op levensloopbestendige woningen en zorgwoningen om te zorgen dat senioren langer zelfstandig kunnen wonen. Dit verlicht de druk op de zorg en biedt senioren de mogelijkheid om in Zandvoort te blijven wonen. De gemeente heeft onderzoeksbureau RIGO in 2024 een verhuisketenonderzoek laten doen. Dit onderzoek toonde aan dat een inzet op driekamerappartementen (ten koste van kleine appartementen) langere verhuisketens teweegbrengt en daarmee meer verhuizingen in totaal oplevert. Nadelen Een nadeel is dat het uitvoeren van een bouwprogramma met veel seniorenwoningen, en dan met name geclusterde zorggeschikte woningen, ertoe leidt dat voor andere doelgroepen minder nieuwbouwwoningen beschikbaar komen. Naast de behoefte aan seniorenwoningen is er tegelijkertijd een duidelijke vraag naar meer betaalbare woningen voor jongeren. Met een grotere focus op driekamerwoningen voor senioren kan Zandvoort zich minder richten op het aanbieden van betaalbare huurappartementen of kleine koopwoningen voor jongeren en jonge gezinnen. Deze woningen zouden zou het dorp aantrekkelijker maken voor een jongere bevolking, wat belangrijk is voor de lokale economie en de verjonging van de gemeenschap.

Uitkomst Inwonerspanel Als het gaat om het creëren van nieuwe woonruimte, dan is het bouwen voor senioren de manier die de hoogste prioriteit krijgt van respondenten. Twee derde van de respondenten vindt het bouwen van woningen voor de doelgroep senioren een goed idee. Respondenten in de leeftijdsgroep 65 jaar en ouder zijn het positiefst over het bouwen van vooral seniorenwoningen om de problemen op de woningmarkt aan te pakken. Uitgangspunt Het uitgangspunt voor het nieuwe volkshuisvestingsprogramma wordt om te bouwen voor zowel jongeren als senioren, maar met nadruk op het realiseren van aantrekkelijke woningen voor senioren. Het voordeel dat seniorenwoningen doorstroming genereert, en jongerenwoningen niet, weegt hier zwaar. Het verhuisketenonderzoek van RIGO constateerde dat langere verhuisketens leiden tot minder kwaliteit voor starters (want minder nieuwbouwwoningen voor jongeren) maar dat dit een acceptabele prijs is voor meer verhuizingen in totaal. Bovendien staat aan het eind van de verhuisketen altijd en per definitie een starter. Op deze wijze hebben veel meer doelgroepen dan alleen senioren iets aan het bouwen van seniorenwoningen. Dit betekent geenszins dat we geen woningen voor jongeren en starters bouwen.

Juist de combinatie van meer woningen voor senioren, met een ondersteunend aanbod voor jongeren, kan zorgen voor een evenwichtige gemeenschap die zowel jong als oud aantrekt.

Dilemma 3: Schrappen van regels

4/16

Er is veel wet- en regelgeving voor wijzigingen in de bestaande woningvoorraad en voor nieuwbouw van woningen. Zowel vanuit het Rijk, de Provincie als de gemeente hanteren deze. Deze wet- en regelgeving rondom wijzigingen in de bestaande voorraad en nieuwbouw is enerzijds bedoeld om de kwaliteit van de woning en de leefomgeving te waarborgen. Anderzijds helpen regels dat in de nieuwbouw voldoende betaalbare woningen, sociale huurwoningen en goedkopere koopwoningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. De gemeente hanteert regels voor zowel de bestaande voorraad (Huisvestingsverordening o.a.) als voor nieuwbouw (nota Actualisatie Spelregels en de compensatieregeling). Een duidelijke set aan regels geeft ontwikkelaars en initiatiefnemers richting bij een ontwikkeling of initiatief en creëert een gelijk speelveld. Het effect van de regels voor corporaties is dat zij beter in positie worden gebracht bij woningbouwontwikkelingen. De compensatieregeling beoogt dat daar waar het niet haalbaar is bij kleine initiatieven sociale huurwoningen te realiseren, initiatiefnemers kunnen afwijken van het uitgangspunt door middel van het betalen van compensatie. Met de compensatie kan elders sociale huur worden gerealiseerd. Daarnaast hanteert de gemeente de regeling ter stimulering van woningaanpassingen, namelijk de Blijverslening.

Deze regeling is voor het geschikt maken van een woning voor langer zelfstandig wonen. Voordelen Minder regels vanuit de gemeente bevorderen de snelheid waarmee nieuwe woningen kunnen worden gebouwd of door wijzigingen in de bestaande voorraad kunnen worden toegevoegd. Nadelen Regels zijn er niet voor niets. Ze hebben een doel, zoals het voorzien in kwaliteit van de woning. Door regels los te laten kan de kwaliteit van woningen verloren gaan. Of dat er alleen hele dure huur of koopwoningen worden toegevoegd. Uitkomst Inwonerspanel Gemiddeld vindt iets meer dan vier op de tien (43%) het schrappen van regels een goed idee. 35% vindt dat niet. Jongere Zandvoorters lijken het schrappen van regels een minder goed idee te vinden (slechts twee op de tien). Deze groep van 16 tot 34-jarigen lijkt de kwaliteit van woningen boven de snelheid van de bouw van nieuwe woningen te verkiezen. Uitgangspunt Ook voor komende periode is het belangrijk dat de kwaliteit van woningen, de woonomgeving en het toevoegen van betaalbare woningen gewaarborgd blijven. In principe is het uitgangspunt dat, daar waar er bijvoorbeeld dubbelzinnigheden zijn of regels die een fors beperkende werking hebben als het gaat om financiële haalbaarheid van initiatieven, deze te schrappen.

Verordeningen en beleidsregels moeten een zekere meerwaarde hebben, en als deze er na evaluatie in de praktijk niet blijken te zijn, of de kosten van uitvoering niet opwegen tegen de baten, kan beleid aangepast worden of in het ergste geval ingetrokken. Gedurende de looptijd van het volkshuisvestingsprogramma stellen we ons bij nieuw beleid en bij het evalueren en updaten van bestaand beleid daarom telkens de vraag wat het nut en effectiviteit is van het beleid en in hoeverre dit zich verhoudt ten opzichte van de inzet die ermee gemoeid is. Dit doen we vanuit de gedachte dat met schaarse middelen niet alles kan. Zeker met het financiële ravijnjaar 2026 op komst is het, meer dan in voorgaande jaren, geboden te letten op de effectiviteit en proportionaliteit van het beleid. Met effectiviteit en proportionaliteit wordt bijvoorbeeld rekening gehouden bij de evaluatie de

5/16

compensatieregeling en bij het voorgenomen uitgangspunt in het volkshuisvestingsprogramma om de Blijverslening in te trekken wegens gebrek aan aanvragen hiervoor.

3.2 Thema 2: Bestaande woonruimte De meerderheid van de respondenten is vóór manieren om bestaande woonruimte te benutten. Er zijn vier manieren om bestaande woonruimte te benutten, namelijk: harder optreden tegen leegstand, versoepelen van regels hospitaverhuur, verruimen van mogelijkheden woningsplitsing en terugdringen van toeristische verhuur. Voor alle vier de manieren geldt dat een meerderheid deze een goed idee vindt. Het positiefst is men over het harder optreden tegen leegstand (85%) en het minst positief over het terugdringen van toeristische verhuur (56%). Ook blijkt dat respondenten wonend in een koopwoning vaker dan huurders de voorkeur geven aan manieren die bestaande woonruimte beter benutten in plaats van aan manieren die nieuwe woonruimte creëren.

Dilemma 4: Hospitaverhuur Hospitaverhuur betekent het verhuren van één, hooguit twee kamers in een woning waarbij de ‘hospita’ als hoofdbewoner (eigenaar of hoofdhuurder) zelf ook in de woning blijft wonen. Bij hospitaverhuur wonen de huurder en verhuurder (de hospita) in dezelfde woning, maar vormen ze geen gemeenschappelijk huishouden. Het gaat hierbij niet om losse kamerverhuur van een woning, waarbij de eigenaar elders woont. Voor kamerverhuur is er de omzettingsvergunning op basis van de huisvestingsverordening. Het ruimhartiger toestaan van hospitaverhuur helpt bij het oplossen van de tekorten op de Zandvoortse huizenmarkt. Met name voor jongeren en spoedzoekers biedt het tal van mogelijkheden. Nadat we beleid hebben gemaakt voor hospitaverhuur in de huisvestingsverordening, kunnen we het omgevingsplan aanpassen. Met de aanpassing in het omgevingsplan wordt het mogelijk hospitaverhuur onder de voorwaarden middels de huisvestingsverordening toe te staan. In Zandvoort biedt ‘Onder de Pannen’ al de mogelijkheid om een kamer te verhuren middels hospitaverhuur. Deze bemiddelingspartij zet zich in voor inwoners in (dreigende) woningnood, bijvoorbeeld door een relatiebreuk. Voordelen Voor de hospita heeft hospitaverhuur enkele voordelen. De hospita kan een deel van zijn of haar woonkosten dekken door een kamer te verhuren.

In Nederland is er een vrijstelling van inkomstenbelasting als je onder het kamerverhuurvrijstellingbedrag blijft (in 2025 was dit maximaal € 6.324 per jaar). Naast het financiële voordeel kan de hospitarelatie tussen hospita en hospitant ook voorzien in meer sociale interactie. Er zijn verschillende groepen mensen die mogelijk baat hebben bij hospitaverhuur. Te denken valt aan studenten en jongeren die tijdelijk elders verblijven voor studie of werk, mensen die recent gescheiden zijn, ex-cliënten uit (jeugd)zorginstellingen of mensen die wat extra steun kunnen gebruiken. Zeker voor ouderen of studenten kan dit sociaal en veilig aanvoelen. Zowel hospita als hospitant kunnen de zorgvrager als de zorggever zijn. Voor de hospita geldt bovendien meer flexibiliteit omdat hij of zij meer controle houdt dan bij regulier verhuren. De hospita bepaalt aan wie er wordt verhuurd, voor hoe lang en onder welke voorwaarden (binnen de wet). In de eerste negen maanden geldt er namelijk voor de hospitant minder huurbescherming (de zogenaamde hospitatermijn), waardoor je makkelijker kunt stoppen als het toch niet klikt. Verder zijn er diverse bemiddelingspartijen die verhuurders en huurders samen kunnen brengen en eventuele

6/16

problemen oplossen. Ook voor de volkshuisvesting in zijn geheel heeft hospitaverhuur ontegenzeggelijk voordelen. De bestaande voorraad wordt met hospitaverhuur effectiever gebruikt, zowel qua huur als koop. Kamers van kleine huishoudens in grote woningen die anders leeg staan worden zodoende weer gebruikt door iemand die op zoek is naar woonruimte. Hospitaverhuur zorgt er ook voor dat er meer kleine woonruimte is voor spoedzoekers, bijvoorbeeld studenten of mensen in scheidingen die naarstig een kamer zoeken. Bovendien blijkt dat door het op slot zitten van de woningenmarkt, jongeren niet alleen jaren langer bij hun ouders blijven wonen en stappen op de woningmarkt uitstellen, maar daardoor ook later aan relaties, trouwen of kinderen beginnen. Meer hospitaverhuur voorziet daarom ook in een optie tot de eerste verzelfstandiging van jongeren. Nadelen Voor de hospita kan een huurder in huis invloed hebben op de huurtoeslag, zorgtoeslag of andere uitkeringen. Ook is er sprake van een afhankelijkheidsrelatie van de huurder ten aanzien van de hospita. De huurder deelt het huis, wat betekent dat deze minder rust, privacy en vrijheid kent. De relatie kan leiden tot mogelijke ongemakken of conflicten wanneer het niet goed klikt. De vraag kan daarmee gesteld worden of het mogelijk maken van meer hospitaverhuur een duurzame investering is in de woningmarkt.

Uitkomst Inwonerspanel Het versoepelen van de regels voor hospitaverhuur is voor 66% van de respondenten een goede manier om toe te passen op de Zandvoortse woningmarkt. Uitgangspunt Er zijn goede mogelijkheden van hospitaverhuur in de corporatievoorraad en de particuliere voorraad. Hiermee kan dit deel van de voorraad beter worden benut. In tijden van grote woningnood wegen de voordelen van hospitaverhuur op tegen de nadelen ervan. Voor hospitaverhuur heeft de Rijksoverheid enkele landelijke regels opgesteld, maar ook de gemeente is bevoegd hiervoor regels op te stellen. In het Omgevingsplan gaan we voor hospitaverhuur meer huishoudens per woning toestaan. Nu geldt dat voor hospitaverhuur de regels in het omgevingsplan zo zijn dat alleen bewoning van één woning door één duurzaam samenlevend huishoudend is toestaan, dus geen hospitaverhuur. In de Huisvestingsverordening nemen we regels op voor hospitaverhuur. Hierin komt te staan dat voor hospitaverhuur geen vergunning voor omzetten vereist is wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Wanneer er regels zijn in de Huisvestingsverordening ten aanzien van hospitaverhuur, kan het omgevingsplan worden aangepast. In het omgevingsplan wordt dan een uitzondering voor hospitaverhuur gemaakt door op te nemen dat dit past binnen een woonbestemming mits het voldoet aan de voorwaarden in de huisvestingsverordening.

Door enkel voor hospitaverhuur uitzonderingen te maken, voorkomen we excessieve overbewoning en beschermen we de leefbaarheid in de wijken. Via diverse communicatiekanalen kan de mogelijkheid

7/16

van hospitaverhuur in de gemeente Zandvoort bekend worden gemaakt.

Dilemma 5: Bouwkundige woningsplitsing Bij een bouwkundige woningsplitsing (ook wel woningvormen genoemd) maakt men in een grote bestaande woning meerdere zelfstandige woningen. In de huisvestingsverordening zijn voorwaarden opgenomen voor woningsplitsing. Na woningsplitsing mogen de woningen onder andere niet kleiner zijn dan 60 m². Hiermee voorkomen we dat er niet te veel grote woningen die geschikt zijn voor gezinnen verloren gaan dan wel dat er te veel kleine woningen ontstaan na een splitsing. Ook in het Omgevingsplan zijn regels opgenomen voor bouwkundige splitsingen. Daarmee waarborgen we de woonkwaliteit en beschermen we de omwonenden. Voordelen Er komt meer bestaande woonruimte beschikbaar wanneer de gemeente de mogelijkheden om een woning te splitsen verruimt. Dit zijn kleinere woningen en daar heeft Zandvoort er niet veel van. Bovendien is er een sterkte behoefte aan meer kleinere woningen. De demografische trend in Nederland en ook in Zandvoort is dat een gemiddeld huishouden uit steeds minder personen bestaat. Tegelijkertijd neemt het aantal kleine huishoudens van één en twee personen toe. Deze huishoudens profiteren van de realisatie van meer kleine woningen, die voor een deel kunnen ontstaan door splitsingen in de bestaande voorraad. Nadelen Meer woningsplitsingen kunnen leiden tot meer druk op de openbare ruimte en de leefbaarheid, bijvoorbeeld qua parkeren.

Bij verruiming van de regels voor splitsen gaan er meer grote woningen verloren. Dit kan lastig zijn in de toekomst bij een wijziging van de bevolkingssamenstelling, wanneer er weer meer grote gezinnen zouden komen. Dit laatste ligt echter niet in de lijn der verwachting. Uitkomst Inwonerspanel Uit het inwonerspanel is naar voren gekomen dat het prioriteit heeft de regels voor woningsplitsing te verruimen zodat er meer woningen beschikbaar komen. Uitgangspunt Vanwege demografische ontwikkelingen en daarmee een stijgende behoefte aan kleinere woningen is het uitgangspunt om de regels voor woningsplitsen (woningvormen) te gaan verruimen. Hierbij laten we de regels in de huisvestingsverordening voor bouwkundig splitsen vervallen, omdat er ook regels voor bouwkundig splitsen in het Omgevingsplan staan. Woningvormen in de huisvestingsverordening opnemen is daarmee dubbelop. Verder stellen we voor het aantal m² in het Omgevingsplan voor de kleinste woning van 60 m² naar 50 m² te brengen. Hiermee komt het aantal vierkante meters voor bouwkundig splitsen in het Omgevingsplan overeen met het minimale aantal vierkante meters voor kadastraal splitsen in de huisvestingsverordening.

Door het voeren van een lagere vierkante metereis voor bouwkundig splitsen kunnen meer woningen worden gerealiseerd in de bestaande voorraad, terwijl we met deze ondergrens wel grip houden op het aantal kleine woningen en de kwaliteit daarvan.

Dilemma 6: Leegstand

8/16

Om leegstand van woningen en bedrijven te bestrijden kan een leegstandverordening worden ingesteld. Een leegstandverordening is een gemeentelijke maatregel waarmee een gemeente de eigenaren van leegstaande panden kan verplichten om die leegstand te melden, en in sommige gevallen zelfs actie te ondernemen (zoals verhuren of gebruiken). Dit wordt vaak ingezet in gemeenten waar woningnood of veel leegstand een probleem is. Een woning of ander soort pand staat officieel langdurig leeg als er minimaal een jaar achter elkaar niemand in woont. Dat maakt ze in potentie een aantrekkelijk doelwit voor criminelen, die zo'n gebouw kunnen gebruiken voor een wietkwekerij, drugslab of locatie om geld wit te wassen. Voordelen De verordening gaat langdurige leegstand tegen. Eigenaren worden gestimuleerd om woningen of panden niet onnodig leeg te laten staan. Dat voorkomt verloedering, overlast, criminaliteit en inefficiënt ruimtegebruik. De verordening geeft een zetje aan eigenaren om verouderde panden te renoveren of herbestemmen, bijvoorbeeld van kantoor naar woning. Door gebruik of herbestemming te stimuleren, blijft de wijk levendiger en veiliger. De verordening maakt een betere benutting van bestaande woningen mogelijk. In tijden van woningnood zorgt het voor extra aanbod op de woningmarkt zonder dat er meteen nieuwe woningen gebouwd hoeven te worden.

Bovendien krijgt de gemeente zodoende inzicht in leegstand. De meldplicht voorziet de gemeente van data om gericht beleid te maken en sneller te kunnen ingrijpen bij structurele leegstand. Nadelen Een verordening leidt tot administratieve lasten voor eigenaren: zij moeten leegstand melden en kunnen verplicht worden om informatie aan te leveren of een plan van aanpak te maken. Voor beleggers of vastgoedeigenaren kan het ontmoedigend zijn, vooral als de markt niet gunstig is voor verhuur of verkoop. Handhaving kost bovendien tijd en geld. De gemeente moet toezicht houden op meldingen, controleren op leegstand en eventueel boetes opleggen. Dat vraagt capaciteit en middelen. De verordening werkt alleen als de gemeente handhaaft. Zonder actieve controle verliest de verordening kracht. Alleen op papier invoeren zonder handhaving heeft weinig effect. Uitkomst Inwonerspanel Maar liefst 85% van de respondenten vindt harder optreden tegen leegstand een goed idee om bestaande woonruimte te benutten. Respondenten vinden dat de gemeente aan deze manier de meeste prioriteit moet geven. Uitgangspunt Volgens de CBS Leegstandsmonitor 2024 staan er in Zandvoort 200 objecten leeg, waarvan 180 woningen (2%, tevens het landelijk gemiddelde) en tien winkels (5%). Ook blijkt dat in 2024 het aantal langdurig leegstaande woningen in Zandvoort (55) hoger was dan in 2022 (25).

Wel ligt het aantal woningen dat leegstaat in Zandvoort lager dan in vergelijkbare gemeenten. In 25 woningen in Zandvoort is er sprake van spookbewoning. Net als bij gewone leegstaande woningen gaat het hier om woningen waarbij minimaal een jaar niemand staat ingeschreven, maar waar wel stroom wordt verbruikt. Dat zou erop kunnen duiden dat er toch iemand woont, het een tweede woning betreft, de woning toeristisch wordt verhuurd of dat er bijvoorbeeld criminele activiteiten plaatsvinden. Het aantal spookwoningen in de gemeente Zandvoort ligt hoger dan in vergelijkbare gemeenten.

9/16

We willen als Zandvoort een aantrekkelijk badplaats zijn voor bewoners en toeristen. Op dit moment heeft Zandvoort geen leegstandverordening, anders dan de naburige gemeenten Haarlem, Beverwijk, Heemstede en Heemskerk. We willen leegstand beter in kaart brengen, oneigenlijk of leeggebruik van vastgoed tegengaan en eigenaren manen hun leegstaande panden weer te gebruiken voor een commerciële of woonfunctie. Daarom nemen we als uitgangspunt in het programma op dat we verkennen of het van waarde is om een leegstandverordening in te stellen voor woningen, winkels en kantoorpanden. Ook bij woningen die als tweede woning worden gebruikt maar niet voldoen aan de eisen uit de huisvestingsverordening, kan leegstand worden aangepakt. Handhavingscapaciteit is een kritisch punt bij deze verordening. Het voorstel is om de leegstandverordening zo slim en effectief mogelijk in te zetten, waarbij de handhaving op basis van meldingen wordt opgepakt.

Dilemma 7: Toeristische verhuur De druk op de woningmarkt blijft tot 2030 onverminderd groot. Wonen is een eerste levensbehoefte. Toerisme is onlosmakelijk verbonden aan de gemeente Zandvoort. Bij toeristische verhuur van woonruimte verhuurt de eigenaar van de woning de woning in zijn geheel of deels aan toeristen en bezoekers. De gemeente hanteert regels omtrent toeristische verhuur van woonruimte. Dit om te voorkomen dat woningen oneigenlijk worden gebruikt voor alleen toeristische verhuur. Daarnaast is bij het vaststellen van de nieuwe Toeristische Visie ook naar voren gekomen om met deze regels ongelijke concurrentie binnen het toeristische product tegen te gaan. Een andere ontwikkeling is dat vanuit de landelijke politiek vanwege de druk op de woningmarkt de oproep is gedaan toe te staan recreatiewoningen permanent te bewonen. Hierdoor zouden binnen de gemeente meer woonruimten beschikbaar komen. Voordelen Er komt meer bestaande woonruimte beschikbaar wanneer de gemeente voor toeristische verhuur van woonruimte strenge voorwaarden blijft hanteren en daarbij op oneigenlijk gebruik van woningen blijft handhaven. Ook zouden er meer woonruimten beschikbaar komen wanneer recreatiewoningen permanent kunnen worden bewoond. Nadelen Inwoners zijn minder vrij in het gebruik van hun woning. Recreatiewoningen zijn gebouwd voor recreatie en niet om permanent te bewonen.

Bij permanente bewoning van recreatiewoningen zou een belangrijk toeristisch product binnen de gemeente verloren gaan. Recreatiewoningen hebben kwaliteiten die zich lenen voor de economische en toeristische ambities van Zandvoort. Permanente bewoning kan afbreuk doen aan die kwaliteiten, met name door gevallen van criminaliteit en onveilige bouwkwaliteit. Uitkomst Inwonerspanel Het terugdringen van toeristische verhuur is een manier waar respondenten minder enthousiast over zijn dan de andere drie manieren. Toch vindt nog wel ruim de helft (53%) het een goed idee om regels te blijven hanteren voor toeristische verhuur van woonruimte, zodat deze beschermd blijven. Uitgangspunt

10/16

In navolging van de Toeristische Visie blijven we regels hanteren voor toeristische verhuur van woonruimte. Hiermee wordt oneigenlijk gebruik van woonruimte ten behoeve van toeristische verhuur tegengegaan. Voor het kunnen blijven aanbieden van een volwaardig toeristisch product binnen de gemeente Zandvoort blijven we het permanent bewonen van recreatiewoningen niet toestaan. Permanent verblijf in een recreatiewoning past niet binnen het Omgevingsplan. Hoewel we zien en begrijpen dat permanente bewoning in recreatiewoning in tijden van grote woningtekorten in de praktijk voorkomt, biedt dit geen goede vaste oplossing voor dit tekort. Het Rijk heeft een instructieregel in consultatie voor het onder voorwaarden bewonen van recreatiewoningen. Deze instructieregel van het Rijk beoogt geen oplossing voor het woningtekort, maar is een poging om bestaande bewoners van recreatiewoning te helpen.

4. Overige uitgangspunten Thema: Beschikbaarheid en betaalbaarheid Uitgangspunt 1: Vanwege de druk op de woningmarkt blijft het noodzakelijk woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Bureau RIGO heeft in opdracht van de provincie Noord-Holland met het onderzoek De woningbehoefte in de MRA en Noord-Holland Noord in kaart gebracht wat de tendensen zijn op het gebied van wonen voor alle gemeenten in de provincie tot 2040. Deze raming is gebaseerd op het huidige tekort en de additionele behoefte op basis van de Bevolkingsprognose Provincie NoordHolland. De groei van het aantal huishoudens wordt bepaald door demografische ontwikkelingen en verdeeld binnen de regio op basis van plancapaciteit. Deze beide onderzoeken vormen een belangrijke basis voor de nieuwe bouwambitie voor Zandvoort in dit volkshuisvestingsprogramma. In Zandvoort benoemen we een ambitie tot en met 2030 en maken we een doorkijk t/m 2040 of basis van de behoefteraming. Onder de kwantitatieve woningbehoefte wordt verstaan de benodigde netto verandering in de woningvoorraad om de toekomstige bevolking te kunnen huisvesten (de additionele behoefte) en tevens het reeds bestaande woningtekort in te lopen. Het bestaande woningtekort is toegenomen doordat de bevolking de afgelopen jaren harder is gegroeid dan de woningvoorraad. De additionele behoefte is te beschouwen als een minimumopgave.

De woningvoorraad moet minimaal de huishoudensgroei bijhouden, anders loopt het tekort verder op. Meer bouwen dan het minimum dringt het tekort terug. Ook zorgt het inlopen van het tekort dat meer huishoudens zelf over een woning beschikken, in plaats van noodgedwongen een woning te delen, wat weer nadelige effecten heeft zoals het uitstellen van een samenwoon- of kinderwens. Op het tekort in 2031 te hebben ingelopen tot het gewenste niveau, moet de woningvoorraad in de MRA met in totaal 142.750 woningen toenemen. Zandvoort en Bentveld zijn aantrekkelijke dorpen om in te wonen. Het woningtekort blijft onverminderd groot. Uit de woningbehoefteraming van de MRA blijkt dat de

11/16

additionele woningbehoefte voor Zandvoort in de periode 2024-2031 250 woningen bedraagt. In de periode 2024-2040 is dit 400 woningen en in de periode 2024-2050 700 woningen. Wat het in te lopen tekort betreft, dit gaat om mensen die willen starten en om huishoudens die al wel ergens wonen, maar (nog) niet over eigen (zelfstandige) woning beschikken. Het in te lopen tekort voor de regio Zuid-Kennemerland/IJmond bedraagt 3.400 woningen. Impliciet wordt aangenomen dat alle gemeenten evenredig bijdragen aan het terugdringen van het reeds bestaande tekort. Op een totale woningvoorraad van 182.500 woningen in de regio per 2024 staan er 9.850 woningen in Zandvoort, zo’n 5,4%. Een evenredige bijdrage van Zandvoort in het terugdringen van het bestaande tekort houdt in dat Zandvoort naar boven afgerond 200 woningen extra bouwt. Wanneer we dit tekort optellen bij de additionele woningbehoefte komen we op de benodigde 450 (250 + 200) woningen tot 2031 en 600 (400 + 200) tot 2040. Gezien de grote schaarste en de wil om ook op termijn een aantrekkelijke woongemeente te blijven, willen we bovenop het tekort en de minimale behoefte voor de periode tot 2040 een inspanning doen van 150 extra woningen.

Hiermee komt Zandvoort op de volgende ambitie uit, waarmee het een meer dan evenredig deel in de totale opgave van de Woondeal MRA en daarbinnen de regio Zuid-Kennemerland/IJmond levert: • We bouwen minimaal 450 zelfstandige woningen tot 2031. • We voegen minimaal 750 zelfstandige woningen toe in de doorkijk tot 2040. De ambitie tot 2040 kan verder aangescherpt worden in de looptijd van het volkshuisvestingsprogramma zodra een nauwkeurigere behoefteraming voor de periode 2032-2040 beschikbaar is. Uit de woningbehoefteraming van 2018 bleek dat in de gemeente Zandvoort ruim 600 woningen moesten worden toegevoegd. Dit is ook als uitgangspunt opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019-2025 en de Woondeal MRA (ondertekend in 2023). In de Woondeal MRA is ook de afspraak opgenomen dat in de gemeente eind 2030 minimaal 180 sociale huurwoningen zijn gerealiseerd. In 2023 is de woningbouwambitie vanwege de forse druk op de woningmarkt verhoogd tot de realisatie van minimaal 750 woningen in de periode tot en met 2030. Cijfers van CBS statline over de ontwikkelingen van de woningvoorraad (peildatum juli 2025) laten zien dat van de 750 woningen er inmiddels 325 gebouwd. 425 moeten er nog gebouwd worden tot 2030. Deze resterende netto-opgave voor 2025 tot 2031 valt binnen onze nieuwe ambitie tot 2031.

Uitgangspunt 2: In de toekomstige woningvoorraad van Zandvoort is in het bijzonder behoefte aan meer sociale huurwoningen en appartementen. In de woningbehoefteraming van de provincie is ook een kwalitatieve raming opgesteld van de woningbouwopgave naar prijsklasse, huur/koop en woningtype. Afgaande op recente verhuizingen heeft de gemiddelde woningzoeker in de MRA vooral behoefte aan huurwoningen in het sociale segment (tot € 900,07, pp 2025) (circa 50%). Daarnaast is er behoefte aan huurwoningen boven de sociale huurgrens, met name in het segment boven de € 1.184,83 (prijspeil 2025). Dit heeft belangrijke functie voor nieuwkomers en spoedzoekers.

12/16

Een opvallende bevinding is de bescheiden behoefte aan het ‘middensegment’ huur. Daar zijn meerdere verklaringen voor te geven. Ten eerste is het een kleine prijsrange (tussen € 879 en € 1.123 per 2024). Tevens is er een aanzienlijke behoefte aan betaalbare koopwoningen (tot € 390.000, pp 2024). De doelgroep voor het middensegment huur heeft eerder behoefte aan betaalbare koop. Het middensegment huur kan wel een alternatief zijn voor betaalbare koop. Ten derde is het huidige prijsniveau in de marktsector ook voor de toekomst aangehouden. Als het tekort wordt teruggedrongen, heeft het een drukkend effect hebben op huizenprijzen. Andersom geldt dat te weinig bouwen de prijzen (nog) verder opdrijft. De additionele behoefte in de MRA bestaat vooral uit appartementen. De vergrijzing zorgt voor meer kleine huishoudens, maar die hebben meestal geen behoefte aan een andere woning. Steeds meer ruime (eengezins)woningen zullen worden bewoond door “lege-nesters”. Door de vergrijzing neemt het aantal alleenstaanden in grote woningen nog toe. Tegelijkertijd krijgen nieuwe generaties (aanstaande) gezinnen ook behoefte aan eengezinswoningen of gelijkwaardige alternatieven. Die zouden dus moeten worden toegevoegd, als we toekomstige generaties net zo willen laten willen wonen als hun ouders.

Alternatief is om meer senioren te verleiden om kleiner te gaan wonen, zodat de grotere woningen uit voorraad vrijkomen. De additionele behoefte verschuift dan in de richting van meer appartementen en ook naar minder dure (koop)woningen. Uit WiMRA weten we dat de “downzisers” eventueel wel kleiner willen wonen, maar ook weer niet al te klein. Ook in de toekomst zal een deel van de huishoudens niet optimaal wonen (te krap, te ruim, te duur en te goedkoop). Uitgangspunt 3: Wij blijven het uitgangspunt 30%/35%/15%/20% voor nieuwe woningbouwinitiatieven hanteren. Via verschillende kaders die door de gemeenteraad van Zandvoort zijn vastgesteld, stuurt de gemeente nu al op de kwaliteit van de woningen. De gemeente adviseert integraal: alle relevante afdelingen, waaronder wonen, adviseren ten aanzien van een bouwplan. Het belangrijkste kader voor wonen betreft de nota Actualisatie Spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment, die sinds 2022 van kracht zijn en in 2023 zijn geactualiseerd. Uitgangspunt hierbij was om grip op de woningmarkt te vergroten door het stellen van spelregels en het inzetten van instrumenten voor realisatie van het gewenste woningbouwprogramma in sociale huur en middensegment. De Spelregels gelden voor nieuwe initiatieven en projecten waarbij afgeweken moet worden van de regels van het omgevingsplan.

In de Spelregels staat bijvoorbeeld dat voor betaalbare en middeldure koopwoningen een antispeculatiebeding en een zelfbewoningsplicht moeten worden opgenomen in de anterieure overeenkomst (AO) van de ontwikkeling. Ook staan er regels over het uitgaveproces van sociale huurwoningen, waarbij de verhuur van sociale huurwoningen primair door woningcorporaties gedaan wordt. In tegenstelling tot particuliere verhuurders is het voordeel van corporaties dat we met hen afspraken hebben over het toewijzen van bijzondere doelgroepen, exploitatietermijnen en het aanbieden van woningen via het regionale woonruimteverdeelsysteem Woonservice. Particuliere huurwoningen tellen ook niet mee in de telling van de Woondeal wat sociale huur betreft.

13/16

Particuliere sociale huur vergt bovendien extra ambtelijke capaciteit voor toezicht, handhaving en afgifte van vergunningen. Bij alle nieuwe initiatieven en projecten sturen we op een verdeling van 30% sociale huur, 35% betaalbaar, 15% middelduur en 20% vrij. Hieronder zijn de prijsklassen uiteengezet, met de genoemde bedragen per 2025. Tabel 1: Prijsklassen woningbouwcategorieën Segment % Woningbouwcategorie

Prijspeil per 1/1/2025

sociale huur

30

Sociale huur

< € 900,07

betaalbaar

35

middelduur

15

vrij

20

middenhuur betaalbare koop middeldure huur vrije sector middeldure koop vrij

€ 900,07 tot € 1184,83 < € 335.161 € 1184,83 tot € 1572,76 € 335.161 tot € 495.948 vrij

Aan deze verdeling uit de Spelregels houden we aan vast, temeer omdat deze woningbouwcategorieën in lijn zijn met de afspraken in de ondertekende Woondeal MRA met het Rijk en met de Wet versterking regie volkshuisvesting. Deze afspraken schrijven voor dat we toewerken naar minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad en dat twee-derde van de nieuw te bouwen woningen betaalbaar (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) wordt gebouwd. Uitgangspunt 4: Voor jongerenwoningen is afwijken van de Spelregels mogelijk. In de Spelregels is voor specifieke doelgroepen, waaronder jongeren, eventueel maatwerk mogelijk. Er kan dan afgeweken worden bij woningen die niet voldoen aan de eis van minimaal 50 m² GBO. Afhankelijk van de afwijking is hiervoor wel een maatwerkbesluit door college of gemeenteraad benodigd. De gemeente werkt vaak mee om woningen voor jongeren en starters mogelijk te maken. Jongerenwoningen zijn meestal kleiner dan de verplichte 50 m². Door bij jongerenwoningen bepaalde voorwaarden op te nemen in de anterieure overeenkomst, zoals over een passende aanbieding in de categorie betaalbaar (huur gebaseerd op het aantal punten uit het woningwaarderingsstelsel (WWS) en een koopprijs passend bij het inkomen van jongeren) en de toewijzing aan jongeren (tot en met 34 jaar), kan afgeweken worden van de m² norm.

Uitgangspunt 5: Met de Compensatieregeling zorgen we ervoor dat bij elke ontwikkeling een fair share wordt bijgedragen aan het ontwikkelen van de benodigde sociale huurwoningen. Bij kleine bouwplannen (tot twintig woningen) met een omgevingsplanwijziging kan gemotiveerd worden afgeweken van bovenstaande verdeling in woningsegmenten en is er de mogelijkheid tot het betalen van compensatie wanneer de initiatiefnemer geen sociale huurwoningen in het plan realiseert. Voor bovenstaande afwijking is een maatwerk-collegebesluit noodzakelijk en zal door de initiatiefnemer aan de gemeente, omdat deze zelf geen sociale huurwoningen in het plan realiseert, een afkoopsom (compensatie) moeten worden betaald volgens de Compensatieregeling sociale huurwoningen bij kleine projecten. Op basis van het aantal vierkante meters aan bouwvlak kan de hoogte van de compensatie worden uitgerekend. De compensatieregeling en de daaruit

14/16

voortvloeiende verplichting tot betaling van de compensatie wordt vastgelegd in een overeenkomst met de ontwikkelende partij. Dit geld komt terecht in het Fonds Sociale Woningbouw, waaruit subsidies onder voorwaarden verstrekt kunnen worden om sociale huurwoningen elders binnen de gemeente wel haalbaar te maken. Deze compensatieregeling blijft nodig om 30% sociale huur te realiseren binnen de gemeente Zandvoort volgens het Rijksbeleid. Thema: Aandachtsgroepen Uitgangspunt 6: Het Woonzorgprogramma wordt integraal opgenomen in de Volkshuisvestingsprogramma. Voor de Zandvoortse woonzorgopgave is het Woonzorgprogramma Zandvoort ‘Samen Thuis’ leidend. Dit programma is op 20 mei 2025 door de Zandvoortse gemeenteraad vastgesteld. Dit programma richt zich op de opgave en realisatie op het gebied van wonen, zorg en ondersteuning van de diverse aandachtsgroepen die zijn opgenomen in de Wet versterking regie volkshuisvesting. Dit programma wordt integraal onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma. Uitgangspunt 7: We zijn ervoor dat de corporaties de inkomensafhankelijke huurverhoging inzetten om doorstroming te bevorderen. Als gemeente ondersteunen we het huurbeleid van de woningcorporaties. In de Nationale prestatieafspraken 2025-2035 is afgesproken dat woningcorporaties een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging (IAH) kunnen doorvoeren.

Met name in gebieden waar de druk op de woningmarkt groot is, kan de IAH een middel zijn om doorstroom te bevorderen. In kwetsbare wijken passen woningcorporaties de IAH juist terughoudend toe, omdat daar het behoud van meer draagkrachtige huurders belangrijk is voor de leefbaarheid. Als gemeente zijn wij ervoor dat de corporaties de IAH inzetten om doorstroming te bevorderen. In de lokale prestatieafspraken leggen we de afspraken over de inzet hiervan vast. De huurorganisaties kunne jaarlijks advies geven over de voorgestelde huuraanpassing, waaronder de inkomensafhankelijke huurverhoging. De extra inkomsten die deze maatregel oplevert, kunnen worden aangewend voor extra investeringen in groei en verduurzaming van de sociale woningvoorraad in Zandvoort Uitgangspunt 8: We stellen nadere regels op ter behoud van inschrijftijd bij samenwonen. Om de doorstroming te bevorderen en meer woningen beschikbaar te krijgen voor woningzoekenden kan het college, op basis van de huisvestingsverordening, een nadere regel vaststellen om de inschrijftijd te behouden wanneer men gaat samenwonen in een sociale huurwoning en beiden een sociale huurwoning van een corporatie voor verhuur achterlaten. Behoud van inschrijftijd verkleint de schroom om te gaan samenwonen vanuit de gedachte dat men niet meer terug kan. De nadere regel wordt in samenwerking met de woningcorporaties opgesteld.

Uitgangspunt 9: We willen Zandvoortse jongeren die 18 worden oproepen zich in te schrijven bij Mijn Woonservice. De wachttijd voor een sociale huurwoning voor Zandvoortse jongeren is lang. Lang niet alle jongeren schrijven zich in bij Mijn Woonservice zodra ze achttien worden. Hierdoor lopen ze al gauw jaren

15/16

wachttijd mis op het moment dat ze daadwerkelijk een eerste sociale huurwoning willen huren. Veel jongeren betreuren het achteraf dat ze zich niet tijd hadden ingeschreven. Veel jongeren hebben er ook geen weet van of zijn er rond hun achttiende nog niet mee bezig. We willen daarom verkennen of we alle Zandvoorters op het moment van achttien worden kunnen bereiken, bijvoorbeeld met een brief, waarin we aangeven dat ze zich vanaf die leeftijd mogen inschrijven bij Woonservice en wat de voordelen zijn om dat te doen. Zo vergroten we de kans voor jongeren op hun eerste woning.

16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16010344/1