CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.4d - Ruimtelijke onderbouwing - Toetsing Natuurwetgeving (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 21 februari 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen bouwplan A.J. van der Moolenstraat 47 (voormalig Kenamju gebouw)7.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 4

Mees Ruimte& Miieu | 21045.01.RO

Pagina

|43

(geanonimise rd) (geanonimiseerd)

ZID

(geanonimiseerd)

A.

van der Moolenstraat

47

te Zandvoort Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

(geanonimiseerd) 2021

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Datum

26 maart

Versie

v1

2021

(geanonimiseerd) Gecontroleerd do De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en

aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding 11

Aanleiding voor het onderzoek …

5

1.2

Doel van het onderzoek..

6

1.3

Het plangebied.

6

14

Werkzaamheden…

…

1.5

Leeswijzer …

…6

5

6

Methode

8

2.1

Soorten

8

2.2

Gebiede

9

_ Beschermde

soorten Wnb

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen …

3.2

Beschermde

3.3

4

5

soorten…

3.2.1

Planten …

3.2.2

Vissen.

3.2.3

Amfibie:

3.2.4

Vogels.

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren

3.2.6

Vleermuizen

3.2.7

Overige fauna…

Conclusie

…

beschermde

soorten …

Effectbeoordeling en maatregelen 41

Vogels.

42

Vleermuizen

43

Conclusie effectbeoordeling

_ Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving 5.1

Natura

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) …

5.3

Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)…

54

Houtopstanden…

5.5

Overige relevante wetgeving.

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving

17

19

2000

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

Conclusies

47 te Zandvoort

21

6.1

Beschermde

soorten Wnb

…

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving…

6.3

Zorgplicht …

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur.

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

23

Bijlagen

24

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

11

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een locatie aan de A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort her in te richten. Zandvoort ligt in de gelijknamige gemeente Zandvoort in de provincie Noord Holland. Men is

voornemens het huidige gebouw af te breken en vijf nieuwbouwwoningen te bouwen.

Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het

plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. In opdracht van Kenamju van der Geest B.V. heeft Ecologisch Onderzoeks-

en Adviesbureau

Van

der Goes en Groot in het kader

van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek

heeft bestaan

uit een

bronnenstudie

en een

veldbezoek.

Een quickscan is een momentopname

die soms slechts in beperkte

mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de

plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van

het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan

Figuur 1.

wordt een nader onderzoek geadviseerd.

De ligging van het plangebied (rood

omlijnd).

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

1.2

47 te Zandvoort

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen

van beschermde soorten in het kader van de Wnb.

Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op

dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken.

Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

13

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven.

Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Zandvoort. Direct rond het plangebied staan woonblokken met rijtjeshuizen. 14

Werkzaamheden Men is voornemens het huidige gebouw af te breken en vijf nieuwbouw woningen te plaatsen.

De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit sloop van gebouwen met benodigd hak- breek- en zaagwerk, het verwijderen

van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en/of bomen.

Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode

van het onderzoek

beschreven.

In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten

aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke

maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving

van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

7

Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de

geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

47 te Zandvoort

Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet

worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd

natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied. 21

Soorten Bronnenstudie

Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in

bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn

aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF

is het kilometerhok onderzocht

waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen

gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving.

In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2011-2021). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en

de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken

naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met niet-

jaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of

zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook 84.1). Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als

voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving.

Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

9

Potentiebeoordeling Het plangebied is op 26 maart 2021 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora

en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.

Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse > https://www.nvwa.nl,

Voedsel- en Warenautoriteit (“NVWA). Deze invasieve exoten zijn op

onderwerpen/invasieveexoten/unielijst-

de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de

invasieve-exoten

biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd ($3.2) maar er worden geen nadere aanbevelingen

gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamel-

de gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het

plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten.

Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd. 22

Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Economische Zaken is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de

begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx

Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toeganke-

lijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://maps.noord-holland.nl/WebViewer/index.html?viewer=nbp

Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

10

47 te Zandvoort

In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het

NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten

op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Het gebouw in het plangebied is gebouwd in 1960. De buitengevels zijn van gemetselde bakstenen muren. Het dak is plat. Op het dak is

een gemetselde schoorsteen aanwezig. In de muren en schoorsteen zijn geen open stootvoegen aanwezig. De dakranden en rond de

kozijnen zijn geen kieren aanwezig. Aan de voorzijde van het pand is de bodem betegeld. Hier zijn twee aangeplante bomen aanwezig. Aan de achterzijde is een zandbodem

(geanonimiseerd)

Achterzijde van het gebouw.

Geen kier aanwezig bij dakrand.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

11

aanwezig met enkele grassen en overwegend ruderale vegetatie. De bodem aan de achterzijde heeft een stijl talud. Binnen het plangebied ontbreken open wateren en hoge bomen nesten

met

of holten.

32

Beschermde

321

Planten

soorten

Aangetroffen soorten In het verleden zijn Kartuizer anjer en Kruiptijm waargenomen in de omgeving van het plangebied. De Kartuizeranjer is één maal

waargenomen op 600 meer afstand van het plangebied in de duinstrook. Kruiptijm is één maal waargenomen op 200 meter van het plangebied. Kruiptijm is niet wild aanwezig op deze locatie en is vermoedelijk aangevoerd.

In en rond het plangebied is tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen. Potentie plangebied

In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om

geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. 3.2.2

Vissen

Omdat geen water in het plangebied aanwezig is, kunnen geen (beschermde) vissoorten voorkomen. 3.2.3

Amfibieën

Aangetroffen soorten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet

vrijgestelde amfibieën waargenomen. De Rugstreeppad is bekend van de omgeving van het plangebied, de soort werd op 300 meter afstand van het plangebied vastgesteld. De

soort leeft in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid ten noorden van Zandvoort en is waargenomen rond het racecircuit en een bungalowpark. Binnen de bebouwde kom van Zandvoort zijn geen waarnemingen van deze soort bekend (NDFF 2011-2021). De

Rugstreeppad is een beschermde soort die wordt genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Potentie plangebied In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. Het gebied levert marginaal geschikt landbiotoop.

-Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad. Het langebied

is teveel

geïsoleerd door dichte bebouwing

en wegen

en

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

12

de soort moet daarom teveel ongunstig biotoop passeren om het plangebied te bereiken. 3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag

maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten

Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Ekster (cat. 5), Kauw en Koolmees (cat. 5). Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Winterkoning of Heggenmus.

Het is mogelijk dat in de bebouwing (schoorsteen) soorten broeden als Kauw.

Eén van de twee Kauwen bij de schoorsteen van het gebouw in het plangebied.

Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten

Tijdens het veldbezoek werden rond meerdere huizen in de omgeving van het plangebied zingende Huismussen (cat. 2) waargenomen.

In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Gierzwaluw (cat. 2), Huismus (cat. 2), Grote gele kwikstaart (cat. 3), Kerkuil (cat.

3), Slechtvalk (cat. 3), Boomvalk (cat. 4), Buizerd (cat. 4), Havik (cat. 4), Sperwer (cat. 4) en Wespendief (cat. 4) vastgesteld. Deze soorten hebben echter geen binding met het plangebied. De meeste bekende waarnemingen betreffen overvliegende (trek)vogels of deze soorten

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

13

hebben gebroed in andere biotopen zoals duin en duinbos in de omgeving (NDFF 2011-2021). De Huismus broedt waarschijnlijk in de directe omgeving van het plangebied.

w 3

Waarnemingen van zingende Huismussen tijdens het veldbezoek (rode stip).

Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten

Huismussen worden niet broedend in het plangebied verwacht. Huismussen broeden in huizen met zadeldaken en dakpannen of in schuren, vaak aan de rand van (dorpse) bebouwing. Gebouwen

met

platte daken zijn niet geschikt. Deze soort stelt aan zijn leefgebied ook aanvullende eisen zoals de aanwezigheid van dekking biedende

struiken in bijvoorbeeld tuinen, zandplekken en/of voederplaatsen. Het plangebied biedt onder andere vanwege het ontbreken van deze

elementen geen essentieel leefgebied voor de Huismus. De soort broedt wel in de omgeving van het plangebied. Ook Gierzwaluwen worden niet broedend in het plangebied

verwacht. De Gierzwaluw nestelt graag onder dakpannen en dakranden, daklood of in houten daklijsten. Gebouwen met platte

daken zonder speciale kasten zijn niet geschikt voor de soort. Omdat geen (geschikte) bebouwing en bomen aanwezig zijn en geen sporen of nesten werden waargenomen, wordt daarom uitgesloten

dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten verblijvend aanwezig zijn in het plangebied.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

14

3.2.5

47 te Zandvoort

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten

De Eekhoorn is op 400 meter afstand van het plangebied waargenomen. De bunzing is op 750 meter van het plangebied

waargenomen. Het Dambhert is op 50 meter afstand van het plangebied wargenomen. De Eekhoorn, Bunzing en Damhert zijn

beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten.

Potentie plangebied

Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland

‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1.

Het plangebied is niet geschikt voor de Eekhoorn vanwege het ontbreken van dichte bosschages en omvangrijke dekking biedende vegetatie in de omgeving. Voor Bunzing zijn geen holen of andere

schuilmogelijkheden aanwezig. Daarnaast worden ook Damherten niet in het plangebied verwacht door het ontbreken van dichte bosschages, de geringe oppervlakte van het plangebied en door de ligging in een dichtbebouwde woonwijk. 3.2.6

Vleermuizen

Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn

verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het

jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar

ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn vier soorten vleermuizen

vastgesteld (NDFF 2011-2021). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis Watervleermuis en Gewone grootoorvleer-

muis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. De waarnemingen van Watervleermuis en Gewone grootoorvleer-

muis betroffen onder andere overwinterende exemplaren in bunkers in het duingebied. Vleermuisverblijven van andere soorten of in

andere perioden van het jaar zijn niet bekend uit de omgeving (NDFF 2011-2021).

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

15

Potentie verblijfplaatsen In het plangebied kunnen geen vleermuizen verblijven omdat geen

geschikte holtes of spleten werden waargenomen in de aanwezige bebouwing en bomen.

Potentie foerageergebied Het plangebied is marginaal geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute

Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen, doorlopende

watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen. 3.27

Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn waarnemingen bekend van Zandhagedis (reptiel)

Duinparelmoervlinder en Aardbeivlinder (dagvlinders) in de omgeving van het plangebied (NDFF 2011-2021). De Zandhagedis is aan de noord kant van de bebouwde kom van Zandvoort in het duingebied verspreid aanwezig. De Aardbeivlinder is op twee kilometer van het plangebied in Natura

2000-gebied waargenomen. De Duinparelmoervlinder is op een halve kilometer afstand van het plangebied waargenomen aan de randen van de bebouwde

kom.

Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor overige beschermde

diersoorten in verband met het ontbreken van geschikt biotoop. Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Zandhagedis. De soort

is ook niet aangetroffen in de bebouwde kom van Zandvoort. Het plangebied is daarnaast teveel geïsoleerd door dichte bebouwing en wegen en de soort moet daarom teveel ongunstig biotoop passeren om het plangebied te bereiken. De waardplant voor de Aardbeivlinder is de Tormentil en de

Dauwbraam. Doordat 0.a. geen waardplanten aanwezig zijn is de Aardbeivlinder niet te verwachten.

De waardplant voor de Duinparelmoervlinder zijn diverse viooltjes (zoals bijvoorbeeld Duinviooltje). Door de afwezigheid van deze waardplanten wordt ook de Duinparelmoervlinder niet verwacht in

het plangebied.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

16

3.3

Conclusie beschermde

soorten

Op grond van 83.2.1 t/m 83.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soort-

groepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied.

In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Tabel 1.

Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2} en verwachte voorkomen daarvan binnen het plangebied (kolom 3).

*%Vaste rust- en verblijfplaatsen.

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Aangetroffen nabij het

_ Potentieel aanwezig binnen het

plangebied

plangebled

(literatuur en veldbezoek)

Planten

ja

nee

i‚

nee

Vissen

nee

beschermde nesten

'a

iB

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten

p

9

Grondgebonden zoogdieren

ja

nee

ja ja ? ja

nee ja nee nee

Amfibieën Vogelsoorten met niet-jaarrond

Vleermuizen

verblijfplaats vliegroute Overige beschermde fauna foerageergebied

nee

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

17

Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie.

De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de

derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden

onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren.

Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

41

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige

werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, het slopen van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het

verwijderen van de vegetatie-toplaag. Soorten

met niet-jaarrond

beschermde

nesten

Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden

plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk — voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging

van broedvogels — het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van

jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt! 42

Vleermuizen Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het

plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel

groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

18

Op termijn zal de groenzone van het plangebied grotendeels herstellen en opnieuw kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen.

43

Conclusie effectbeoordeling Met het in achtnemen van besproken aanbevelingen, beperkingen en restricties in 84.1 t/m $4.2 worden geen belangrijke negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten bij uitvoer van de plannen. Er dient altijd rekening te worden gehouden met de zorgplicht (zie 86.3).

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

19

In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven voorkomen

en welke effecten

welke beschermde soorten kunnen

de werkzaamheden

kunnen

hebben.

De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige

houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn

onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen

‘Bijzonder Provinciaal Landschap’,

“Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende

wetgeving van toepassing is op het plangebied. 5.1

Natura

2000

Het plangebied ligt op 500 meter afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Kennemerland-Zuid (zie Figuur 2). Gezien de

Figuur 2.

afstand, afscherming door bebouwing en de aard van de uit te

Ligging van het plangebied voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe (rode cirkel) ten opzichte

van Natura 2000-gebied,

_ negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of

optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing

BPL, natuurverbindingen _ jtgevoerd te worden. en het NNN.

Natura

2000

n IE Natuwrverbindingen Bijzander Provinciaal j

Landechap

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

20

47 te Zandvoort

Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor

veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00

mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht. 5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk.

5.3

Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het gebied is niet begrensd als een Bijzonder Provinciaal Landschap en ligt ook niet in de directe omgeving hiervan (zie Figuur 2). Er is geen negatief effect mogelijk op het BPL, een nadere toetsing is niet nodig.

54

Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, Er worden derhalve geen onder de Wnb genoemde beplantingen gekapt.

5.5

Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn

op de plannen. 5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie

van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of

andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen.

Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00

mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

61

Beschermde

21

soorten Wnb

* Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen.

4 Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen ‘vrijgestelde’ soorten

verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden

aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan. *

In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond be-

schermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of

verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het

broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. « Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijk-

baar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving + Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de

locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is buiten indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die

beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoering van de plannen.

* Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor

veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht.

6.3

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan

men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren:

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

22

+ Alle aanwezige bebouwing, vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren

de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten;

* Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna

wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten.

*

Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden

dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt. 6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in het plangebied versterkt worden en krijgen planten en dieren ook

in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. Hiervoor worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan: + Het plaatsen van vleermuiskasten of geschikt maken of open houden van spouwmuren van nieuwbouw voor vleermuizen; «

Plaatsen van voorzieningen voor Huismussen, Spreeuwen en Gierzwaluwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen;

+

Het plaatsen van zogenaamde ‘insectenhotels’ aan de muren van

de bebouwing, in tuinen of in bestaande of aan te planten groenstructuren;

+

Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse

soorten zoals meidoorn, Wilde liguster, Klimop en Sleedoorn die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Beplanting kan

het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, muizen en vleermuizen;

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

23

BiLsMa, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS

(RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. — Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.

CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum

Naturalis, & European

Invertebrate Survey — Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht.

DIETz, C., O vON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten

van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER

(RED), 2012. At/as van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.),

2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep

(NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie,

gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem.

LiMPENs, H. K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en

ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de

Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. Sovon VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. At/as van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. — Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European

Invertebrate Survey — Nederland, Leiden. Twisk, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009 Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht.

VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2020, 28 oktober 2020.

(geanonimiseerd)

24

Bijlage 1

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

Huidige natuurwetgeving

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

Bijlage1

Huidige natuurwetgeving

Bijlage 1.1

Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna

geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRLJ. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1

Zorgplicht

Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied,

een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk

handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te

voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 1.2

Soortbescherming

Bijlage 1.2.1

Categorieën

Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een

extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de

verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan

per provincie variëren en is te vinden in Tabel 2.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Tabel 2.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld.

Zoogdieren

Aardmuis Bosmuis* Dwergmuis

Dwergspitsmuis

Eekhoorn Egel

DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

ov

UT

ZH

zL

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

n

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Gewone bosspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

n

+

#

Haas

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Hermeln

…

Huisspitsmuis*

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ondergrondse woelmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ree

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Konijn

Rosse woelmuis

steenmarter

+ +

+ +

n

+ +

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+

+

+

+

+

+

+

-

+

+

+

+

+

+

+

Veldmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Vos

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+ +

+

Tweekleurige bosspitsmuis

Wezel Woelrat

Wild zwijn

E

+

.

|

+ +

+

+ +

+

+ +

+

+

+

+

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

5

+ +

+

Amfibieën en reptielen Bruine

Kikker

Gewone

pad

Hazelworm Kleine watersalamander

Levendbarende hagedis Meerkikker

Bastaardkikker

*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen

en bijhorende erven bevinden

+H:geldt in de periode maart-april en juli t/m november +2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari +3:geldt in de periode juli t/m september +:geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

Bijlage 1.2.2

Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild

levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te

doden of te vangen! 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of

nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat

van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatricht-

lijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bijlage 1.2.3

Ontheffingsmogelijkheid

Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het

aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de

fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb

verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 1.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) worden over-

treden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goed-

gekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden be-

oordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de

THet betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogerichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage I! bij het Verdrag van Bern of bijlage ! bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke

verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

47 te Zandvoort

betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 1.2.4

Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing

belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig:

*% in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. * in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer.

* ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn

Ontheffing is nodig: + ter bescherming van flora en fauna. * in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met

inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere

soorten

Ontheffing is nodig: + ter bescherming van flora en fauna. * in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met

inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. * in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van

gebieden en het toekomstig gebruik daarvan. + ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 1.2.5

Broedvogels

Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaats-

vinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in

gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier

verschillende categorieën ‘broedvogels met jaarrond beschermde nesten’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

jaarrond beschermde

soort Bijeneter**

nesten en bijbehorende

Blauwe reiger**

Kader: Vogelsoorten met

categorie. *Geldt alleen in

provincie Limburg en

Overijssel Categorieën waarbinnen

de soorten

in deze provincies vallen zijn aangegeven

voor

Limburg, Overijssel.

Categorie _Toelichting codes 4 _ Vogelsoorten waarvan de nesten in 4

Boerenzwaluw* Boomvalk

=

Bosuil*

_

Buizerd Draaihals** Gierzwaluw

Grauwe

klauwier**

Grote gele kwikstaart Grutto** Havik

+*Geldt alleen in

provincie Limburg.

Huismus Huiszwaluw*

Usvogel** Kerkuil

***Geldt alleen in

provincie Overijssel

principe jaarrond

_ DN

Kramsvogel** Kwartelkoning** Oehoe Ooievaar

Paapje**

Raaf*

swNn)

Zomertortel**

Zwarte specht*

>

Ringmus** Roek

Roerdomp** Rode Wouw** Slechtvalk

Sperwer Spotvogel** Steenuil Torenvalk* Visdief**

Wespendief Wulp** Zeearend***

Zwarte

wouw

beschermingscategorie:

1 = soorten die ook buiten het broedsei-

zoen het nest gebruiken als vaste rust- of verblijfplaats; 2=

koloniebroeders die elk broedseizoen

op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop;

3-= soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing;

4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in staat zijn een nest te maken.

3

SosuwESnet>

Ransuil

zijn beschermd met

n

3

De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar

zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). In de provincie Overijssel is de lijst in 2019 opnieuw aangepast (zie kader). In de provincie Limburg is de lijst in 2020 opnieuw aangepast (zie kader). In de provincie Limburg gelden nog enkele wijzigingen op de standaard, de volgende soorten vallen in deze provincie andere categorieën:

Kerkuil (cat. 1), Oehoe (cat. 1), Roek (cat. 1), Grote gele kwikstaart (cat. 2), Ooievaar (cat. 2), Slechtvalk (cat. 2), Wespendief (cat. 3),

Zwarte wouw (cat. 3), Zomertortel (cat. 4). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf kan het zijn dat zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan

moet worden

betrokken.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in categorie 5.

“Andere beschermingsstatus in provincies

Limburg en/of Overijssel. **Geldt alleen in

provincies Limburg en/of Overijssel De Grutto en Ringmus behoren bij categorie 5 in Overijssel, maar horen bij

categorie 4 in Limburg. zie ook kader op

voorgaande pagina.

47 te Zandvoort

Blauwe reiger* Boerenzwaluw*

Koolmees Kortsnavelboomkruiper

Bonte vliegenvanger

Middelste bonte specht**

Boomklever Boomkruiper Bosuil* Brilduiker Draaihals* Eidereend

Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf* Ringmus*/** Ruigpootuil Spreeuw

Ekster

Tapuit

Gekraagde roodstaart Glanskop

Torenvalk* Tureluur**

Grauwe vliegenvanger

Veldleeuwerik**

Groene specht Grote bonte specht Grutto/** Hop

Wulp** Zeearend* Zomertortel** Zwarte kraai

Kleine bonte specht

Zwarte specht*

Huiszwaluw* Usvogel*

Zwarte mees Zwarte roodstaart

Kleine vliegenvanger

Voor soorten met jaarrond beschermde nesten kan soms, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd.

Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een

vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag

worden voorgelegd aan de provincie. Als de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, kan de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de

provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen.

Categorie 5-soorten

Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook soorten met jaarrond beschermde nesten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar

beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de

verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’.

Bijlage 1.2.6

Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goed-

gekeurde gedragscode, hoeft bij werkzaamheden in het kader van

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogel-

soorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits

aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer.

Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden

soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld.

Bijlage 1.3

Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden

aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook

andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Bijlage 1.3.1

Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx

?subj=n2k&groep=0 Habitattoets

Wanneer plannen bestaan uit een project en ook voor zogenaamde ‘andere handelingen’ in of rond een Natura 2000-gebied, neemt de

initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt.

Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze

toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de

vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen. Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen

significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn,

wordt vergunning verleend.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

47 te Zandvoort

Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten

een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten.

Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000-gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura

2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of

gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.

Bijlage 1.4

Overige gebiedsbescherming

Bijlage 1.4.1

Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de wet: Ecologische Hoofdstructuur EHS

Via de Wet Ruimtelijke Ordening wordt het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) planologisch beschermd. Op grond van artikel 2.10.4 Barro geldt er een algemeen beschermingsregime voor EHS-gebieden. Dit algemene

regime bestaat eruit dat er geen toestemming mag worden verleend aan activiteiten die per saldo leiden tot een significante aantasting van de zogenaamde ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ of tot een

significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming voor dergelijke activiteiten kan

wel worden gekregen indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. In de provinciale verordening

moet dit ‘nee tenzij’-regime zo worden vastgelegd dat hieraan in alle bestemmingsplannen en/of omgevingsvergunningen voor het afwijken van bestemmingsplannen wordt voldaan. Bijlage 1.4.2

Overige natuurwetgeving

Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra)

beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘Bijzonder Provinciale Landschappen’ van de Provincie Noord-Holland. Per plangebied zal

op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat 47 te Zandvoort

Figuur 3. Stappenplan

rermde

soorten voor in het

procedure

ecologisch

ge

?

Zie hiervoor, Bijlage 1.2.1

_ D Geen ontheffing nodig,

onderzoek en

ontheffing

den de verbodsbepalingen overtreden?

Zie hiervoor, Bijlage 1.2.2

' D Geen ontheffing nodig :

s

EE

e

Zie hiervoor, Bijlage 1.2.3

de optosng e

Doorloop het stappenplan opnieuw met het aiternatie

"

Zie hiervoor, Bijlage 1.2.3

een

effect

op de

staat

van

instandhouding?

Ge n ontheting mogelijk -

'

Ontheffing onder voorwaarden mogelijk

Bijlage 1.4.3

Houtopstanden Houtopstanden groter dan 10 are of bomenrijen bestaand uit meer dan 20 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom, zijn beschermd. Men dient vergunning of ontheffing te verkrijgen indien dergelijke houtopstanden moeten worden gekapt of gerooid. In sommige

gevallen is een herplantplicht aan de orde.

Bijlage 1.5

Procedure Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit Figuur 3 te worden gevolgd.

(geanonimiseerd)

A.J. van der Moolenstraat

47 te Zandvoort

Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat nega-

tieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd

op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen. Bijlage 1.5.1

Ontheffingsaanvraag Wnb

Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een

ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van: +

Een activiteitenplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven.

*

Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van

beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen.

Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO).

Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met

gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een activiteitenplan en inventarisatie bijgevoegd te worden.

De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft voor het ‘natuur’ onderdeel van de omgevingsvergunning. De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en

vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd. Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn

geldelijke boetes, strafrechtelijke vervolging of het stilleggen van werkzaamheden

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12315013/1