Besluitenlijst - 27 september 2022
Tekst van het document
verboden motorclub. Dit werd ook wel het 'colorverbod' genoemd. De Hoge Raad oordeelde dat dit in strijd is met de vrijheid van meningsuiting. 4. Mogelijk maken beperken van alcoholverkoop (artikel 2:34a) Artikel 2:34a is een uitwerking van artikel 25a van de Alcoholwet. De burgemeester wordt de
bevoegdheid verleend om voorschriften aan de vergunning te verbinden of deze te beperken tot
zwak-alcoholhoudende drank, als dit vanwege de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid en de volksgezondheid nodig is. 5. Verbod gebruik lachgas (artikel 2:49a)
Kenmerk: 2022/757247
3/6
Op 16 juni 2021 heeft de Algemene Ledenvergadering van de VNG een motie van de gemeente Rotterdam aangenomen over de opname van een specifiek artikel over het gebruik van lachgas in de
model-Algemene plaatselijke verordening (APV). Het voorgestelde APV-artikel is een wijziging ten opzichte van het huidige Zandvoortse artikel 2:49a, waarin het gebruik op lachgas in de hele gemeente is verboden. Nu wordt het gebruik van lachgas verboden in aangewezen gebieden (tweede lid) en indien dit gebruik leidt tot ordeverstoring, hinder,
overlast en nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat (eerste lid). Deze wijze van regulering komt een effectieve handhaving ten goede en dat weegt zwaar. Overtredingen van deze bepaling kunnen namelijk vereenvoudigd en gestandaardiseerd worden gehandhaafd. Voor de verschillende bestanddelen van dit APV-artikel zijn verschillende feitcodes beschikbaar gesteld door de Centrale Verwerkingseenheid van het Openbaar Ministerie. Bij overtreding van dit artikel kan een
strafbeschikking worden opgelegd. 6. Verblijfsontzegging (artikel 2:78) Nieuw aan artikel 2:78 zijn lid 3 en lid 4. Uit lid 3 vloeit voort dat betrokkenen die wonen en/of werken in het gebied waarvoor ze een ontzegging hebben een uitzondering krijgen. Het vierde lid verbiedt overtreding van de verblijfsontzegging. Op overtreding staat een strafrechtelijke sanctie. Dit kan artikel 184 Wetboek van Strafrecht zijn. Indien niet aan de delictsomschrijving van dit artikel
wordt voldaan is strafbaarstelling op grond van de APV mogelijk. 7. Verspreiden van reclamemateriaal (artikel 4:9b) In algemene zin is het commercieel aanbieden van reclamemonsters in Zandvoort geen probleem. Daarom is het in Zandvoort ook niet verboden in de APV. Zandvoort wil maximaal ruimte bieden aan
vrij ondernemerschap. Echter, bij grote publiekevenementen kan dit veel aanbieders van reclamemonsters aantrekken, waardoor er een overmatige vervuiling ontstaat. Daarom wordt in de APV een aanwijzingsbevoegdheid voor het college opgenomen om een dergelijk tijdelijk verbod in te stellen in een aangewezen gebied.
8. Noordvoort (artikel 5:51b) Op het grondgebied van Zandvoort en Noordwijk (tussen strandpaal 70 en 73) is enige tijd geleden
natuurgebied Strandreservaat Noordvoort gerealiseerd. Het doel is dat er rust in het gebied ontstaat zodat de natuur weer z'n gang kan gaan en verstoring van fauna (zoals broedende vogels en rustende zeehonden) zo veel mogelijk wordt voorkomen. Nu worden mensen wel aangemoedigd om een route door de duinen te nemen, maar dit blijkt niet voldoende te zijn. In Noordwijk is de APV
aangepast. Zo heeft Noordwijk specifieke regels voor Noordvoort opgenomen in de APV waarmee onder meer de mogelijkheid tot recreatie aan banden wordt gelegd, varen verboden is, er niet met
zeilvoertuigen op het strand van Noordvoort gereden mag worden en honden altijd aangelijnd
moeten zijn. Om dit in Zandvoort eveneens te regelen is een wijziging van de APV nodig. Op deze
Kenmerk: 2022/757247
4/6
wijze gelden voor het hele gebied van Noordvoort zoveel mogelijk dezelfde regels, wat duidelijkheid geeft en de handhaving vergemakkelijkt.
Technische/redactionele wijzigingen
-
Artikel 1:3 komt te vervallen, de wetgever heeft in de Algemene wet bestuursrecht een sluitend
systeem neergelegd voor de afhandeling van aanvragen: die worden ingewilligd of geweigerd. In artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is daarop één uitzondering gemaakt: een
aanvraag die zo gebrekkig is dat die moet worden aangevuld voor ze kan worden afgehandeld kan buiten behandeling worden gelaten. Wel moet de aanvrager de kans krijgen om de aanvraag
aan te vullen. In dat systeem past niet dat bij gemeentelijke verordening een aanvullende grond wordt geïntroduceerd waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten. Daarom komt artikel 1:3 van de APV te vervallen.
-
Aan artikel 1:6 onder d wordt de zinsnede 'of gedurende' toegevoegd om het mogelijk te maken
ook vergunningen waarvan gedurende de looptijd geen gebruik meer wordt gemaakt in te kunnen trekken. Dit om te voorkomen dat men korte duur gebruik maakt van de vergunning (bijvoorbeeld voor een standplaats) en deze vervolgens niet meer gebruikt zonder dat de gemeente hiertegen kan optreden.
-
-In artikel 2:10, vierde lid komt de kennisgeving te vervallen. In de praktijk is dit niet werkbaar. In plaats daarvan wordt in de APV opgenomen dat er in ieder geval sprake is van een belemmering
voor de bruikbaarheid van de weg als er minder dan 1,20 meter vrij gelaten wordt voor de doorgang van voetgangers. -
De naam van de wet is per 1 juli 2021 gewijzigd van Drank- en Horecawet in Alcoholwet. De verwijzing naar de Drank- en Horecawet in de Algemene plaatselijke verordening wordt
aangepast naar Alcoholwet. -
In artikel 2:30 zijn per abuis drie leden ontstaan, terwijl dit er slechts twee zijn. Dit is een taalkundige aanpassing.
-
Artikel 2:79 woonoverlast wordt in overeenstemming gebracht met artikel 151d van de Gemeentewet zoals dit sinds 1 januari 2021 luidt.
-
In artikel 4:3 worden de huidige twee verschillende termijnen (5 dagen en tien werkdagen) gewijzigd naar een eenduidige termijn van 15 werkdagen. Het gebruik van verschillende
termijnen werkt in de praktijk verwarrend. (GEAMENDEERD NAAR 5 EN 10 WERKDAGEN)
-
In artikel 4:6 worden evenementen toegevoegd aan de situatie waarbij het artikel niet van toepassing is.
-
In artikel 4:17 wordt het (vervallen) artikel 40 van de Woningwet, vervangen voor het geldende artikel 2.1 Wabo.
-
In artikel 5:17 en 5:22 wordt de verwijzing naar de Gemeentewet aangepast.
-
In artikel 5:34, tweede lid wordt de opsomming dusdanig aangepast dat deze taalkundig correct is
-
In artikel 5:49 wordt het gebied dat is aangewezen voor ongeklede openbare recreatie
(naaktstrand) aangepast aan de feitelijke situatie en de komst van natuurreservaat Noordvoort.
Kenmerk: 2022/757247
5/6
In artikel 6:2 worden de buitengewoon opsporingsambtenaren van Staatsbosbeheer toegevoegd in verband met de handhaving in Noordvoort. 5. Risico's en kanttekeningen Er wordt geen extra capaciteit van handhaving toegevoegd Met deze wijziging van de APV wordt een aantal artikelen toegevoegd waarbij handhaving op de
naleving van die bepalingen nodig zal zijn. Doordat geen extra capaciteit wordt toegevoegd zal de handhaving van de bepalingen worden meegenomen in de prioritering van de inzet op alle handhavingsthema's binnen gemeente Zandvoort.
6. Uitvoering Na vaststelling van deze wijzigingsverordening van de APV, zal deze verordening bekendgemaakt
worden in het elektronisch gemeenteblad op overheid.nl. De wijzigingen worden verwerkt in de bestaande APV in de lokale regelingenbank op overheid.nl. Conform de bepaling in de Gemeentewet
wordt de gewijzigde APV ook aan het openbaar ministerie ter kennis gesteld. Op basis van de voorgestelde verbodsbepalingen en de strafbaarstelling van dit verbod kan, naast de Boa's, de politie
strafrechtelijk optreden. 7. Bijlagen Bijlage A: Tekst Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening gemeente Zandvoort 2022
Bijlage B: Was/wordt tabel met huidige teksten APV en nieuwe teksten APV
Kenmerk: 2022/757247
6/6
Verordening van de raad van gemeente Zandvoort houdende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017
De raad van de gemeente Zandvoort gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 augustus 2022 met nummer 2022/757247 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
BESLUIT: vast te stellen de Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening gemeente Zandvoort 2022
Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017 wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 1:3 komt te vervallen.
B. Artikel 1:6 komt te luiden als volgt: De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt. C. Artikel 2:1 komt te luiden als volgt: 1. Het is verboden op een openbare plaats, of in een voor publiek toegankelijk gebouw of vaartuig deel te nemen aan een samenscholing, of in groepsverband dan wel afzonderlijk onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren. 2. Het is verboden door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden op een openbare plaats. 3. Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b.
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
4.
5. 6.
Het is verboden zich te begeven naar ofte bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid gestelde verbod. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
D. Na artikel 2:1 wordt ingevoegd artikel 2:1a, luidende als volgt: Artikel 2:1a Verbod op het voorhanden hebben van onbemande luchtvaartuigen 1. In dit artikel wordt verstaan onder onbemand luchtvaartuig: elk luchtvaartuig waarmee vluchten worden uitgevoerd of dat is ontworpen om vluchten autonoom of op afstand bestuurd uit te voeren zonder piloot aan boord. 2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid gebieden aanwijzen waar het verboden is om een onbemande luchtvaartuig voorhanden te hebben. 3. Het is verboden om een onbemande luchtvaartuigen voorhanden te hebben in een door de burgemeester aangewezen gebied. 4. Het verbod in het derde lid is niet van toepassing op de Koninklijke Marechaussee, de politie, andere overheidsdiensten die met hulpverlening zijn belast en onbemande luchtvaartuigen die zijn uitgezonderd van de aanwijzing Tijdelijke gebieden en Beperkingen door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waardoor voorschriften en beperkingen gelden voor civiele luchtvaartuigen in de aangewezen gebieden. E. Artikel 2:10, vierde lid wordt gewijzigd ais volgt: Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer minder dan 1.20 m wordt vrij gelaten op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg. F.
In de artikelen 2:24, eerste lid, onder d, 2:33a, 2:48, tweede lid onder a, 2:48, tweede lid onder b, 3:7, eerste lid onderdeel i onder 1 wordt de Drank- en Horecawet vervangen door Alcoholwet.
G. Artikel 2:26, tweede en derde lid komen te vervallen waardoor dit artikel komt te luiden als volgt: Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
H. Artikel 2:30 komt te luiden als volgt: I. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.
I. Na artikel 2:34 wordt ingevoegd artikel 2:34a, luidende als volgt: Artikel 2:34a Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 Alcoholwet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
J. Artikel 2:49a, komt te luiden als volgt: Artikel 2:49a verboden gebruik lachgas 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. K. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties komt te vervallen.
L. Aan artikel 2:78 worden de leden 3 en 4 toegevoegd, luidende als volgt: 3. De burgemeester kan het verbod als bedoeld in het eerste lid beperken, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 4. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.
M. Artikel 2:79, eerste lid komt te luiden als volgt: Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, dient er zorg voor te dragen dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
N. In artikel 4:3, eerste lid en tweede lid worden de verschillende termijnen van respectievelijk 5 dagen en tien werkdagen vervangen door een termijn van respectievelijk 5 werkdagen en een termijn van 10 werkdagen. O. Artikel 4:6, derde lid komt te luiden als volgt: Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening en op evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening.
P. Na artikel 4:9a wordt ingevoegd artikel 4.9b, dit komt te luiden als volgt: Artikel 4:9b Verspreiden van reclamemateriaal 1. Het is verboden op of aan de weg voorwerpen, reclamemonsters of ander materiaal voor reclamedoeleinden onder het publiek te verspreiden ofte doen verspreiden. 2. Het verbod in het eerste lid geldt alleen in het door het college aangewezen gebied. 3. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 4. Het college is bevoegd nadere regels te stellen aan het verspreiden van reclamemateriaal.
Q. Artikel 4:17 wordt gewijzigd als volgt: In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. R. In artikel 5:17, tweede lid onder a en artikel 5:22, tweede lid onder a wordt artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet vervangen door artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet.
S. Artikel 5:34, tweede lid komt te luiden als volgt: Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke mits geen afvalstoffen worden verbrand; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert en geen afvalstoffen worden verbrand. T. Artikel 5:49 komt te luiden als volgt: Het strand tussen kilometerpaal 68 en kilometerpaal 70 is aangewezen als plaats voor ongeklede openbare recreatie als bedoeld in artikel 430a van het Wetboek van strafrecht.
U. Na artikel 5:51a wordt ingevoegd artikel 5:51b, dit komt te luiden als volgt: Artikel 5:51b Noordvoort 1. In aanvulling op het in deze verordening in de artikelen 2:10, 2:57, 5:33, 5:34, 5:42 en 5:44 gestelde, is het op het strand tussen rijksstrandpaal 70 en de gemeentegrens met Noordwijk, en op of in de parallel met dat strandgedeelte gelegen strook zee met een breedte van 20 m (zijnde de vooroever) verboden: a. voor de eigenaar of houder van een hond, die hond te laten verblijven ofte laten lopen zonder dat die hond aangelijnd is; b. te recreëren anders dan lopend of staand; c. te zwemmen; d. te varen of een andere vorm van watersport uit te oefenen;
te graven; met een voertuig harder te rijden dan stapvoets, dan wel de snelheid die strikt noodzakelijk is ter voorkoming van het in het zand vastlopen van het voertuig; g. met een rij- of trekdier harder te gaan dan stapvoets; h. activiteiten uit te voeren met metaaldetectieapparatuur; i. mechanische strandreiniging uit te voeren; j- met een zeilvoertuig te rijden of zo een voertuig op het strand te hebben; k. vuur voor koken, bakken en braden aan te leggen, te stoken of te hebben. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. De in het eerste lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op voertuigen, vaartuigen en dieren, die worden gebruikt door de gemeente, de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijk Nederlandse Redding Maatschappij of anderszins voor openbare dienst bestemde voertuigen, vaartuigen en dieren.
e. f.
2. 3.
V. Aan artikel 6:2 eerste lid wordt een sub f toegevoegd, luidend als volgt: f. buitengewoonopsporingsambtenaren in dienst van Staatsbosbeheer voor wat betreft artikel 5:51b van deze verordening; en de artikelen 2:10, 2:57, 5:33, 5:34, 5:42 en 5:44 van deze verordening voor zover het gebied het strand tussen rijksstrandpaal 70 en de gemeentegrens met Noordwijk en de parallel met dat strandgedeelte gelegen strook zee met een breedte van 20 m betreft. Artikel II Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.
Artikel III Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening gemeente Zandvoort 2022
Aldus vastgesteld te Zandvoort op Tl september 2022, de griffier, de vo<
/
TOELICHTING Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening gemeente Zandvoort 2022 Artikel 2:1 Samenscholingen ongeregeldheden Eerste lid Het begrip 'samenscholing1 is ontleend aan artikel 186 Wetboek van Strafrecht (WvSr): "Hij die opzettelijk bij gelegenheid van een volksoploop zich niet onmiddellijk verwijdert na het derde door of vanwege het bevoegd gezag gegeven bevel, wordt, als schuldig aan deelneming aan samenscholing, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie." Onder omstandigheden is het denkbaar dat een samenscholing het karakter heeft van bijvoorbeeld een betoging. Gelet op de Wet openbare manifestaties moeten dit soort samenscholingen van de werking van dit artikel uitgezonderd worden. In het vijfde lid is dit dan ook gebeurd.
Tweede lid In het tweede lid is het begrip openbare plaats aan het eind van de delictsomschrijving opgenomen zodat het ook strafbaar is als de aanleiding tot wanordelijkheden zich niet op openbare plaatsen voordoet maar wel leidt of kan leiden tot ongeregeldheden op een openbare plaats. Derde lid In het tweede lid wordt aan de burger de verplichting opgelegd om zich op bevel van een politieambtenaar te verwijderen van een openbare plaats bij (dreigende) ongeregeldheden. De bevoegdheid van de politie om bevelen te geven volgt uit artikel 2 Politiewet. Artikel 2:1, tweede lid van de APV bevat het geven van een bevel in een concreet geval. Overtreding van een dergelijk bevel wordt strafbaar gesteld via opname van artikel 2:1, tweede lid in artikel 6:1 van de APV. Ook in het proces-verbaal en de tenlastelegging moet het niet opvolgen van het politiebevel worden vervolgd op grond van overtreding van artikel 2:1 juncto het desbetreffende strafartikel van de gemeentelijke APV (artikel 6:1 van de APV). Naast de politiebevelen ex artikel 2:1APV blijven uiteraard ook de bevelen van de burgemeester in het kader van diens openbare-ordebevoegdheden mogelijk.
Bevelen van de burgemeester, bijvoorbeeld op grond van de Gemeentewet, of aanwijzingen in het kader van de Wet Openbare Manifestaties (WOM) die de politie in mandaat uitvoert en die niet worden opgevolgd, kunnen nog steeds strafbaar worden gesteld op grond van artikel 184, eerste lid Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:34a Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven Deze bepaling is een uitwerking van artikel 25a van de Alcoholwet. De burgemeester wordt de bevoegdheid verleend om voorschriften aan de vergunning te verbinden of deze te beperken tot zwakalcoholhoudende drank, als dit vanwege de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid en de volksgezondheid nodig is. Artikel 2:49b Verboden lachgasgebruik Lachgas is de gangbare naam voor distikstofmonoxide (N2O). Het inhaleren van lachgas zorgt voor een korte en (soms) sterke roes. Vaak gaat de gebruiker de omgeving anders zien en klinken geluiden anders. Iemand kan lacherig worden, vandaar de naam 'lach' gas. Lachgas is een kleurloos gas met een lichtzoete smaak. Lachgas is in winkels en webshops te koop. Het wordt verkocht in kleine metalen patronen (als drijfgas om slagroom mee te spuiten). Voor medische doeleinden en in de autosport is het te koop in grotere metalen cilinders. Op feesten, festivals of feestdagen zoals Koningsdag wordt het per ballon
verkocht. Het gas wordt vanuit patronen of cilinder in een ballon gespoten. Het is een feit van algemene bekendheid dat als in en uit een ballon wordt geademd lachgas wordt ingenomen. Om te voorkomen dat lachgas wordt ingenomen via andere hulpmiddelen, vallen deze ook onder de reikwijdte van deze verbodsbepaling. Het gebruik van lachgas voor andere doeleinden zoals het spuiten van slagroom valt niet onder de werking van dit verbod. De afgelopen jaren heeft het gebruik van lachgas een ware vlucht genomen, met name onder jongeren en jongvolwassen, ook in de gemeente Zandvoort. Het gebruik van lachgas leidt tot aanzienlijke vervuiling van de openbare ruimte. Lachgaspatronen, cilinders en ballonnen waarmee lachgas gebruikt worden, worden aangetroffen op verschillende locaties. Hoewel het weggooien van dergelijk afval verboden is in de afvalstoffenverordening, wordt daarmee de oorzaak van deze vorm van vervuiling niet aangepakt, namelijk het gebruik van lachgas op openbare plaatsen. Het gebruik van lachgas leidt tot ongewenst en onberekenbaar gedrag: omvallen, bewusteloosheid, slechte concentratie en onoplettendheid, hallucineren. Doordat lachgas vooral in groepsverband in de openbare ruimte wordt gebruikt, gaat hiervan een dreigende houding uit waardoor omstanders zich onveilig voelen. Het gebruik van lachgas wordt dan als overlastgevend ervaren.
Omvallen, duwen en afwijkend gedrag vormt in een menigte of op openbare plaatsen waar publiek aanwezig is een risico voor de openbare orde.
Ook kunnen door gebruik ongelukken gebeuren (men raakt onder invloed). Bijvoorbeeld roekeloosheid, vallen of zelfs tijdelijk bewustzijnsverlies. In het verkeer en op straat kan dit tot gevaar leiden. Het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt.
Artikel 2:78 Verblijfsontzeggingen Het eerste en tweede lid van artikel 2:75a creëert een bevoegdheid voor de burgemeester om gebieden aan te wijzen waar verblijfsontzeggingen kunnen worden opgelegd aan personen die de openbare orde verstoren. Voorwaarde voor de aanwijzing van een gebied is de mate van ordeverstoringen die in dat gebied plaatsvinden. Alleen bij ernstige ordeproblemen kan van het artikel gebruik worden gemaakt. Deze ordeproblemen kunnen een min of meer structureel karakter hebben. Het artikel sluit echter niet uit, dat daarvan gebruik gemaakt wordt bij incidentele ordeverstoringen. In het laatste geval ligt het echter in de rede dat de gebiedsaanwijzing tijdelijk van aard is. Een verblijfsontzegging is een bestuurlijke maatregel en geen (strafrechtelijke) sanctie. De algemene motivering voor de hantering van dit instrument is, dat in gebieden waarin de handhaving van de openbare orde onder druk staat het gerechtvaardigd is personen die daarop een inbreuk plegen tijdelijk uit het gebied te verwijderen. De maatregel is dus een instrument ter handhaving van de openbare orde. In de verblijfsontzegging dient een termijn te worden opgenomen. Het zou de bewegingsvrijheid van burgers te zeer beperken, indien een verblijfsontzegging voor onbepaalde tijd wordt opgelegd. De ernst van de inbreuk op de openbare orde zal van invloed zijn op de lengte van de termijn.
Het derde lid geeft de burgemeester de bevoegdheid om, wanneer hij dat noodzakelijk acht in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene, het bevel te beperken. Hierbij zal rekening gehouden worden met de noodzaak of onoverkomelijkheid zich in het aangewezen gebied te bevinden in een middel van openbaar vervoer, het aldaar werkzaam of woonachtig zijn, een (ander) aantoonbaar redelijk belang om zich aldaar op te houden.
Het vierde lid verbiedt overtreding van de verblijfsontzegging. Op overtreding staat een strafrechtelijke sanctie. Dit kan artikel 184 Wetboek van Strafrecht zijn. Indien niet aan de delictsomschrijving van dit artikel wordt voldaan is strafbaarstelling op grond van de APV mogelijk.
Artikel 5:51b Noordvoort
Op het grondgebied van Zandvoort en Noordwijk (tussen strandpaal 70 en 73) is natuurgebied
Strandreservaat Noordvoort gerealiseerd. Het doel is dat er rust in het gebied ontstaat zodat de natuur weer z'n gang kan gaan en verstoring van fauna (zoals broedende vogels en rustende zeehonden) zo veel mogelijk wordt voorkomen. Middels artikel 5:51b wordt onder meer de mogelijkheid tot recreatie aan
banden gelegd, varen verboden is, mag er niet met zeilvoertuigen op het strand gereden worden en moeten honden altijd aangelijnd moeten zijn. Ook de regels die reeds zijn opgenomen in artikel 2:10 (Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan), 2:57 (Loslopende honden), 5:33 (Beperking verkeer in natuurgebieden), 5:34 (Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken), 5:42 (Vaartuigen op het strand en 5:44 Rijden op het strand) gelden uiteraard voor dit gebied.
Op deze wijze gelden voor het hele gebied van Noordvoort (grondgebied Zandvoort en grondgebied
Noordwijk) zoveel mogelijk dezelfde regels, wat duidelijkheid geeft en de handhaving vergemakkelijkt.
Handhaving vindt onder meer plaats door de buitengewoonopsporingsambtenaren van
Staatsbosbeheer, die hiervoor in artikel 6:2 wordt aangewezen.
Gemeente Zandvoort
Raadsstuk
Onderwerp Zienswijze concept Meerjarenbegroting Metropoolregio Amsterdam (MRA) 2021-2024
Nummer
2022/689445_______________________________________________________
Portefeuillehouder
Verheij-de Haas, E.___________________________________________________
Programma/beleidsveld
6.2 Gemeentelijk bestuur_____________________________________________
Afdeling____________
PG________________________________________________________________
Auteur_____________
Huigen, G.__________________________________________________________
Telefoonnummer_____
023-5114936_______________________________________________________
Email_______________
ghuigen@haarlem.nl_________________________________________________ Eind 2021 zijn de samenwerkingsafspraken door de MRA-deelnemers vastgesteld. In deze samenwerkingsafspraken is een nieuw instrument opgenomen: de Meerjarenbegroting. De Meerjarenbegroting is de financiële uitwerking van de MRA Agenda, en maakt inzichtelijk welke inkomsten en uitgaven zijn voorzien gedurende de looptijd van de MRA Agenda. De Meerjarenbegroting vormt daarmee het financiële kader van de MRA-samenwerking. Als gemeenteraad van Zandvoort wordt u in de gelegenheid gesteld om uw wensen en opvattingen te formuleren. Deze reactie geldt alleen als reactie op de concept Meerjarenbegroting en is geen zienswijze op de samenwerkingsafspraken. De zienswijzen op het concept-voorstel samenwerkingsafspraken MRA is namelijk al op 28 september 2021 unaniem aangenomen in de raad en daarmee bekrachtigd. Nadat de reacties van de verschillende deelnemende organisaties van de MRA zijn geïnventariseerd zal de meerjarenbegroting in definitieve versie nogmaals aangeboden worden aan de raad ter vaststelling.
Kernboodschap
Behandelvoorstel voor
De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van
commissie
het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de
raadsvergadering.____________________________________________________
Relevante eerdere besluiten
- Zienswijze geven op concept-voorstel Samenwerkingsafspraken MRA (2021/462498) in raadsvergadering 28 september 2021 - Deelname aan convenant Versterking samenwerking Metropoolregio Amsterdam (Z2016-001651) in raadsvergadering van 20 december 2016
- Zienswijze Zandvoortse raad op voorstel Transitiecommissie MRA (2021/176150) in raadsvergadering van 25 mei 2021
Kenmerk: 2022/689445
1/5
Besluit college d.d.Zjuni 2022
Het college van burgemeester en wethouders
Besluit: 1.
Het voorstel aan de raad vast te stellen.
de secretaris.
Besluit raad d.d. 27 september 2022
de burgemeester,
De raad der gemeente Zandvoort,
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders.
Besluit: Als zienswijze naar voren te brengen bij de Metropoolregio Amsterdam dat de raad instemt met de Meerjarenbegroting MRA 2021-2024, maar een voorbehoud maakt inzake het daarin opgenomen aanjaagbudget met het verzoek voorafgaand
aan besteding eerst een voorstel met onderbouwing van de voorgestelde projecten, budgetten en de prioritering daarvan, met de gemeenten af te
stemmen.
de griffier.
1. Inleiding In april 2022 heeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een concept Meerjarenbegroting voor
2021-2024 toegezonden aan de deelnemende gemeenten en provincies. De Meerjarenbegroting is
de financiële uitwerking van de MRA-Agenda 2020 - 2024. Met deze begroting kunnen de gemeenten
en provincies in hun eigen begroting een reservering opnemen voor de bijdrage aan de MRA samenwerking. De gemeente Zandvoort is de MRA dankbaar voor het feit dat de MRA-directie
gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de gemeenteraden door op korte termijn de begroting
voor zienswijzen naar de deelnemende gemeenten te hebben toegestuurd. Als gemeenteraad van Zandvoort bent u in de gelegenheid om wensen en opvattingen te formuleren op de voorgestelde
begroting.
Kenmerk: 2022/689445
2/5
De MRA is een samenwerkingsverband van 30 gemeenten, 2 provincies en de Vervoerregio
Amsterdam en buigt zich over gemeente overstijgende thema's. De regio/ Zuid Kennemerland en de
gemeente Zandvoort maakt sinds 2007 onderdeel uit van het samenwerkingsverband van de MRA. De kracht van de MRA samenwerking is erin gelegen dat de gemeenten en provincies in dit
complexe, stedelijke gebied elkaar vinden en versterken op inhoudelijke opgaven. Ook draagt de
MRA samenwerking bij aan een sterke positie richting het Rijk. In de meeste gevallen heeft de gezamenlijke aanpak geleid tot projecten met goede resultaten en met een efficiënte uitvoering, zowel op MRA schaal als in de deelregio's. In Zuid-Kennemerland zijn het Rottepolderplein, de
fietsroute Kennemerland, het C-district, en het MRA programma Bereikbare Steden daar goede voorbeelden van. Voor een volledig overzicht van alle resultaten waar de MRA bij betrokken is
geweest binnen de regio Zuid-Kennemerland is de interactieve kaart te raadplegen (zie bijlage 5).
Ook zorgde de MRA samenwerking daarbij vaak voor een sterke positie richting het Rijk.
In de Samenwerkingsafspraken die eind 2021 door de MRA-deelnemers zijn vastgesteld is een nieuw
instrument opgenomen: de Meerjarenbegroting. De Meerjarenbegroting is de financiële uitwerking van de MRA Agenda, en maakt inzichtelijk welke inkomsten en uitgaven zijn voorzien gedurende de
looptijd van de MRA Agenda. De Meerjarenbegroting vormt daarmee het financiële kader van de MRA-samenwerking. De raden en Staten van alle deelnemers worden daarom in de gelegenheid gesteld om wensen en opvattingen te formuleren voor de concept Meerjarenbegroting, voor dat
deze ter vaststelling wordt verzonden naar alle MRA-deelnemers.
Op basis van een advies van de MRA Raadtafel heeft de Algemene Vergadering in haar bijeenkomst van 18 februari 2022 opdracht gegeven aan het Bestuur om een concept Meerjarenbegroting op te stellen voor de periode tot en met 2024 (gelijk aan de looptijd van de huidige MRA Agenda) en deze
zo spoedig mogelijk daarna te verzenden naar alle deelnemers, zodat zij in gesprek met hun raden en
Staten wensen en opvattingen kunnen formuleren. Het doel van dit raadsstuk is om een gezamenlijke reactie van college en de gemeenteraad vanuit de
gemeente Zandvoort op de concept Meerjarenbegroting MRA Agenda 2021 - 2024 in te dienen. 2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1. Als zienswijze naar voren te brengen bij de Metropoolregio Amsterdam dat de raad geen
wensen of bedenkingen heeft bij de concept Meerjarenbegroting Metropoolregio Amsterdam 2021-2024.
3. Beoogd resultaat Een gezamenlijke reactie van college en de gemeenteraad vanuit de gemeente Zandvoort op de concept Meerjarenbegroting MRA 2021-2024. Op basis van de reacties van de deelnemers in de MRA kan de MRA de begroting 2021-2024 en vaststellen in zijn vergadering op 16 september.
Kenmerk: 2022/689445
3/5
4. Argumenten 4.1 De Meerjarenbegroting past in de ingezette samenwerkingsafspraken.
Zandvoort neemt deel in de MRA en heeft zich verbonden aan de uitvoering van de MRA Agenda. Deze agenda bevat de acties en trekkers van de onderwerpen die in gezamenlijk verband binnen de MRA worden aangepakt. Deze onderwerpen zijn gegroepeerd in drie thema's: economie, ruimte en mobiliteit. Per thema is er een platform van bestuurders dat de voortgang bewaakt en stimuleert, ondersteund door het MRA Bureau en medewerkers van de betrokken gemeenten en provincies. De nu voorliggende Meerjarenbegroting geeft inzicht in de geraamde inkomsten en uitgaven over de periode 2021-2024 ter uitvoering van de MRA Agenda. De samenwerkingsafspraken werken beide kanten op. Met de samenwerking in de MRA en de belangenbehartiging richting het rijk weet de gemeente Zandvoort ook delen van de gemeentelijke programmabegroting te realiseren en worden Zandvoortse ambities gerealiseerd.
4.2 Voorgestelde reactie op concept Meerjarenbegroting MRA 2021-2024 De voorliggende concept Meerjarenbegroting MRA 2021-2024 is de financiële uitwerking van de samenwerkingsagenda. Als gemeente Zandvoort willen we de MRA bedanken voor het feit dat er op korte termijn een concept Meerjarenbegroting is toegezonden om hier een zienswijze op te geven. De begroting ziet er in grote lijnen compleet uit.
De concept Meerjarenbegroting MRA 2021-2024 is de financiële uitwerking van de samenwerkingsafspraken. Hierover heeft de raad op 28 september 2021 unaniem een zienswijze naar voren gebracht. Voorliggende begroting komt overeen met de gemaakte samenwerkingsafspraken en daarom is het voorstel om geen wensen en bedenkingen naar voren te brengen bij de voorliggende concept Meerjarenbegroting 2021-2024. Het wordt wel wenselijk geacht om bij het toezenden van de definitieve meerjarenbegroting MRA 2021-2024 ter vaststelling aan de raden een specificatie van het bedrag over het aanjaagbudget toe te voegen.
5. Risico's Bij instemming van de samenwerkingsafspraken van de MRA is ook ingestemd met het leveren van 1,3 fte om-niet aan de MRA Directie. De om niet regeling heeft dus consequenties voor Zandvoort en
de regio Zuid-Kennemerland. De benodigde inzet wordt door de deelregio naar rato van inwoneraantal geleverd. Dit betekent dat er voor de regio Zuid-Kennemerland 1,3 fte (in geld
uitgedrukt €138.600) geleverd moet worden aan de MRA Directie. Als deelregio van de MRA delen we de kosten van de versterking van de MRA directie en met deze
meerjarenbegroting kunnen de gemeenten in hun eigen begroting een reservering opnemen voor de gewijzigde bijdrage aan de versterking van de ambtelijke ondersteuning van het MRA bestuur, de
MRA directie (voorheen MRA bureau). Deze jaarlijkse personele inzet voor de MRA Directie bedraagt voor Zandvoort naar rato ongeveer €9.000. De gemeente Zandvoort zal de inzet voor de MRA
Directie leveren uit de 0,3 fte die al beschikbaar is gesteld voor de MRA.
Kenmerk: 2022/689445
4/5
Hoe we de personele invulling van de 1,3 fte invulling gaan geven is de verantwoordelijkheid van de
ambtelijke organisaties. Onderling wordt dit afgestemd met de gemeenten in Zuid-Kennemerland. 6. Uitvoering Binnen de gemeente Zandvoort zal dit raadsstuk behandeld worden in de commissie en in de raadsvergadering. Vervolgens zal de besluitvorming worden teruggekoppeld aan de MRA. Op 16 september bespreekt de Algemene Vergadering (AV) van de MRA (waarin alle gemeenten zitting hebben) de concept Meerjarenbegroting en de ingediende zienswijzen. Op basis van deze bespreking in de AV komt de AV met een advies aan het Bestuur over wat te wijzigen aan het concept-document.
Uiterlijk 22 september stelt het Bestuur het definitieve document op en verzendt dit naar raden en Staten, met het verzoek het document lokaal of provinciaal vast te stellen. Het Bestuur voegt een nota van beantwoording, alsmede haar reactie op het advies van de AV, bij. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt wat met de ingebrachte wensen en opvattingen van de deelnemers in de AV is gedaan (beide documenten worden als 'ter kennisname-document' op de MRA-website geplaatst). De reactietermijn bedraagt 8 weken. Het college zal ervoor zorgdragen dat na behandeling in de commissie al een terugkoppeling wordt gegeven aan de MRA, mocht daar aanleiding voor zijn.
Op 18 november wordt het resultaat van de lokale of provinciale vaststelling via het lid van de AV ingebracht in de Algemene Vergadering, waarna bespreking plaatsvindt. De Algemene Vergadering stelt na bespreking het uiteindelijke document vast.
7. Bijlagen Bijlage 1: Concept Meerjarenbegroting MRA 2021-2024 Bijlage 2: Brief bij concept Meerjarenbegroting 2021-2024 Bijlage 3: Notitie bij concept Meerjarenbegroting 2021-2024 Bijlage 4: Samenwerkingsafspraken Metropoolregio Amsterdam Bijlage 5: Interactieve resultatenkaart - Interactieve kaart - metropoolregioamsterdam
Kenmerk: 2022/689445
5/5
Gemeente Zandvoort
Raadsstuk
Onderwerp
Eerste wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022 - invoering
opkoopbescherming Nummer
2022/692679_______________________________________________________
Portefeuillehouder
Hendriks, M.________________________________________________________
Programma/beleidsveld
4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling____________________________________
Afdeling____________
ECDW_____________________________________________________________
Auteur______________
Tichelaar, T.________________________________________________________
Telefoonnummer_____
023-5114840________________________________________________________
Email_______________
ttichelaar@haarlem.nl________________________________________________
Kernboodschap
In dit besluit is de eerste wijziging van de Huisvestingsverordening 2022 opgenomen. De Huisvestingswet is in 2021 gewijzigd waardoor het voor gemeenten mogelijk is om koopwoningen te beschermen voor opkopen en
verhuren door investeerders (opkoopbescherming). In de Uitgangspuntennotitie Huisvestingsverordening 2022, de Raadsinformatiebrief van 18 juni 2021 en het Raadsstuk 'Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022' is aangegeven dat wanneer noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit kan
worden aangetoond, regels aangaande opkoopbescherming worden opgenomen in de Huisvestingsverordening. Met het onderzoek 'Woningaankopen door
investeerders in Zandvoort (zie raadsinformatiebrief 22 maart 2022) is de noodzaak aangetoond om regels voor opkoopbescherming in te voeren. Ook in het Coalitieprogramma 2022 t/m 2026 is opgenomen dat opkoopbescherming
wordt ingevoerd. De raad wordt voorgesteld de eerste wijziging op de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022 vast te stellen en om in de begroting 2023 structureel budget op te nemen voor toezicht & handhaving._______________________________________________________ Behandelvoorstel voor
commissie
De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Relevante eerdere
Collegebesluit 'Vrijgave voor inspraak: conceptverordening tot wijziging van
besluiten
de Huisvestingsverordening 2022 inzake invoering opkoopbescherming'
(Collegevergadering 7 juni 2022).
Raadsinformatiebrief 'Omvang en kenmerken van woningaankopen door investeerders en koopstarters in Zandvoort' incl. bijlage 'Woningaankopen door investeerders in Zandvoort' (Mededelingen aan de Raad 22 maart 2022). Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022
(Gemeenteraad 21 december 2021).
Kenmerk: 2022/692679
1/7
Uitgangspuntennotitie Huisvestingsverordening 2022 (Gemeenteraad 22 juni 2021). Raadsinformatiebrief 'Beantwoording vragen n.a.v. commissiebehandeling raadsstuk 'Uitgangspuntennotitie Huisvestingsverordening 2022' (Raadsnet Mededelingen aan de Raad 18 juni 2021).
Collegebesluit 'Indexering prijsklassen woningbouwcategorieën 2022' (Collegevergadering 15 februari 2022).
Nota Spelregels en instrumenten voor realisatie sociale huur en betaalbare huur en koop (Gemeenteraad 22 september 2020).
Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019 t/m 2025 (Gemeenteraad 23 april 2019). Besluit College
Het college van burgemeester en wethouders
d.d. 16 augustus 2022
Besluit: 1. Het voorstel aan de raad vast te stellen. Het college besluit voorts: 1. Mandaat te verlenen aan Omgevingsdienst IJmond op het nemen van besluiten op aanvragen voor vergunning opkoopbescherming.
de secretaris,
Besluit Raad
de burgemeester.
De raad der gemeente Zandvoort,
d.d. 27 september 2022
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,
Besluit: 1.
De Eerste wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022' (invoering opkoopbescherming) vast te stellen, met dien verstande dat het bedrag zoals opgenomen in artikel 3.4.1. lid 1 wordt
gewijzigd in €438.000.
2. 3.
De 'Eerste wijziging Legesverordening Zandvoort 2022' vast te stellen. Voor de uitvoering van toezicht & handhaving van de opkoopbescherming
een bedrag van €25.000 structureel in de begroting op te nemen vanaf 2023 en dit bedrag te dekken uit de algemene middelen. de griffier,
de voorzitter.
Kenmerk: 2022/692679
2/7
1. Inleiding
De Huisvestingswet is in 2021 gewijzigd waardoor het voor gemeenten mogelijk is om per 1 januari 2022 koopwoningen te beschermen voor opkopen en verhuren door investeerders (opkoopbescherming). Regels omtrent opkoopbescherming mogen alleen worden opgenomen indien
kan worden onderbouwd dat deze maatregel noodzakelijk, geschikt en proportioneel is. Met dit instrument kunnen gemeenten ervoor zorgen dat goedkope en middeldure koopwoningen
beschikbaar blijven voor starters en middeninkomens. Het college heeft opdracht gegeven om de omvang en aard van aankoop door investeerders in Zandvoort in beeld te brengen (zie
raadsinformatiebrief 'Omvang en kenmerken van woningaankopen door investeerders en koopstarters in Zandvoort' incl. bijlage 'Woningaankopen door investeerders in Zandvoort' 22 maart 2022). Met dit onderzoek is de noodzaak aangetoond voor het opnemen van regels voor
opkoopbescherming in de Huisvestingsverordening. Het college stelt voor de Huisvestingsverordening te wijzigen door regels voor opkoopbescherming toe te voegen: Hiermee wordt de verhuur van woningen met een WOZ-waarde tot €399.350, aangekocht na inwerkingtreding van de verordening, in de gehele gemeente vergunningplichtig. Vergunningen zullen conform landelijke wetgeving worden verleend op basis van 3 gronden:
verhuur aan eerste- en tweedegraads familie, tijdelijke ingebruikgeving tot 12 maanden (huisbewaring, geen toeristische verhuur), en verhuur van woningen die onlosmakelijk aan
een winkel-, kantoor- of bedrijfspand verbonden zijn. Daarnaast zal de vergunning worden verleend voor corporaties die woningen aankopen en voor nieuwbouwwoningen waarover afspraken over verhuur met de gemeente zijn
vastgelegd. Daarnaast stelt het college voor de Legesverordening te wijzigen door leges voor aanvragen voor vergunning opkoopbescherming op te nemen. 2. Voorstel aan de raad
Het college stelt de raad voor: 1.
De 'Eerste wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022' (invoering opkoopbescherming) vast te stellen.
2.
De 'Eerste wijziging Legesverordening Zandvoort 2022' vast te stellen.
3.
Voor de uitvoering van toezicht & handhaving van de opkoopbescherming een bedrag van
€25.000 structureel in de begroting op te nemen vanaf 2023 en dit bedrag te dekken uit de algemene middelen.
Kenmerk: 2022/692679
3/7
3. Beoogd resultaat Door regels voor opkoopbescherming in de Huisvestingsverordening vast te stellen worden
bestaande koopwoningen beschermd tegen particuliere beleggers die woningen opkopen om te verhuren, worden betaalbare woningen behouden voor eigenaar-bewoners en wordt gezorgd voor
meer aanbod van betaalbare koopwoningen voor koopstarters en middeninkomens. 4. Argumenten
Invoering opkoopbescherming is opgenomen in het Coalitieakkoord. In het Coalitieakkoord 2022 t/m 2026 is opgenomen dat opkoopbescherming voor bestaande woningen wordt ingevoerd naast de al bestaande zelfbewoningplicht en antispeculatiebeding voor
nieuwbouwwoningen. Hiermee geven we meer Zandvoorters de kans om een eigen woning te Kopen. De opkoopbescherming is één van de instrumenten binnen de beperkte mogelijkheden van gemeenten om te sturen op de bestaande koopvoorraad. Het inzetten van dit instrument sluit aan op
de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma Wonen. Op 1 januari 2022 is een wijziging van de Huisvestingswet in werking getreden, waarmee gemeenten de mogelijkheid hebben gekregen om opkoopbescherming in te voeren. Hiermee wordt het verhuren van aangekochte koopwoningen vergunningplichtig. Dit zorgt ervoor dat deze woningen beschikbaar
blijven voor starters en mensen met een middeninkomen. In de Woonvisie en het
Uitvoeringsprogramma Wonen ligt prioriteit bij jongeren en starters. Zandvoortse jongeren en starters moeten in hun eigen dorp kunnen blijven wonen. Jongeren en jonge gezinnen zijn belangrijk
voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling en daarmee voor de sociale en economische vitaliteit van de gemeente. De Zandvoortse woningmarkt staat onder druk. Als gevolg hiervan kunnen steeds minder jongeren en starters in Zandvoort blijven wonen of hun weg hiernaar toe vinden. Uit
onderzoek blijkt, dat veel starters, jongeren en jonge gezinnen in Zandvoort graag een woning willen kopen. Door forse prijsstijgingen de afgelopen jaren zijn er steeds minder betaalbare woningen in de hele Metropoolregio Amsterdam (MRA) en in Zandvoort. Particuliere beleggers zijn in hetzelfde
segment actief als jongeren en starters. Particuliere beleggers kopen woningen op en gaan deze
verhuren voor (vaak hoge) marktprijzen (buy-to-let). Jongeren die hierdoor geen woning kunnen kopen, moeten gaan huren. Door hoge huren op de particuliere huurmarkt, kunnen startende huishoudens niet sparen om een koopwoning te financieren. De groep potentiële kopers is de afgelopen jaren groter geworden, terwijl het aanbod betaalbare woningen door prijsstijgingen is
afgenomen. Belangrijk is dat er voldoende geschikte en betaalbare woningen voor jongeren en
starters beschikbaar zijn. Opkoopbescherming voorkomt dat investeerders woningen kopen en verhuren die geschikt zijn voor koopstarters en middeninkomens.
In de 'Uitgangspuntennotitie Huisvestingsverordening 2022' en in het raadsstuk
'Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022' heeft de gemeente
Kenmerk: 2022/692679
4/7
aangekondigd de mogelijkheden voor invoering van dit instrument te onderzoeken en indien noodzakelijk en proportioneel regels omtrent opkoopbescherming in de Huisvestingsverordening op te nemen. Uit onderzoek dat de gemeente heeft verricht op basis van Kadaster-gegevens, blijkt dat investeerders relatief steeds meer woningen aankopen en dat starters de afgelopen jaren steeds minder woningen van eigenaar-bewoners hebben gekocht (zie Raadsinformatiebrief 'Omvang en kenmerken van woningaankopen door investeerders en koopstarters in Zandvoort' incl. bijlage 'Woningaankopen door investeerders in Zandvoort' 22 maart 2022). Ook blijkt dat beide groepen
vaak actief zijn in hetzelfde segment. Starters ondervinden dus concurrentie van investeerders op de
koopwoningmarkt. Het is belangrijk dat starters in Zandvoort de mogelijkheid hebben om een woning te kopen. Met opkoopbescherming worden investeerders geweerd uit het goedkope en middeldure koopsegment. Daarmee nemen de kansen voor starters in dit segment toe.
Het toepassen van de opkoopbescherming voor woningen met een WOZ-waarde tot € 399.350 in heel
Zandvoort zorgt voor een betere positie van koopstarters en bevordert een gelijke behandeling van huiseigenaren in heel Zandvoort. De opkoopbescherming wordt in de hele gemeente ingevoerd. Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in alle buurten woningen worden opgekocht door investeerders. Er is verschil in buurten, maar opkopen komt in alle buurten voor. De WOZ-waardegrens waaronder woningen
onder de opkoopbescherming vallen, ligt op €399.350. Dit is bepaald op basis van de naar 2022
geïndexeerde prijsgrenzen uit de nota 'Spelregels en instrumenten voor realisatie sociale huur en betaalbare huur en koop'. Hierbij is de maximumprijs voor middeldure koopwoningen uit die nota
genomen, en afgerond. De prijsgrens uit die nota is vastgesteld op basis van maximale leencapaciteit van een huishouden met 2 keer het Nederlandse modale jaarinkomen. Door deze grens te gebruiken
van de opkoopbescherming wordt invulling gegeven aan de Huisvestingswet, die stelt dat het
instrument bedoeld is voor goedkope en middeldure koopwoningen. Circa 66% van de woningen vallen in de WOZ-klasse tot € 399.350 (Bron: WiMRA2021). Opkoopbescherming draag bij aan de leefbaarheid in het dorp. In buurten waar veel woningen worden opgekocht door particuliere beleggers, kan dit de
leefbaarheid aantasten. Bijvoorbeeld doordat de mutatiegraad van woningen bij particuliere verhuur relatief hoog is. Dit heeft nadelige gevolgen voor de sociale cohesie in de buurt. Het beschikbaar houden van koopwoningen voor eigenaar-bewoners draagt bij aan het behouden van de
leefbaarheid in het dorp. Voor woningcorporaties blijft het mogelijk om woningen aan te kopen.
Niet in alle gevallen is het wenselijk een verbod op verhuur op te leggen voor betaalbare koopwoningen. In de wet zijn drie uitzonderingen op de opkoopbescherming opgenomen: 1) verhuur aan eerste- en tweedegraads familie, tijdelijke ingebruikgeving tot 12 maanden (huisbewaring, geen toeristische verhuur), en verhuur van woningen die onlosmakelijk verbonden zijn aan een winkel-,
kantoor- of bedrijfspand. Aanvullend op deze wettelijke uitzonderingen mag de gemeente algemene
Kenmerk: 2022/692679
5/7
lokale uitzonderingen in de verordening opnemen. In de regels voor opkoopbescherming is, naast de wettelijk verplichte uitzonderingsgronden, een uitzondering opgenomen voor woningcorporaties. Het wordt wenselijk geacht om hen toe te staan woningen te kopen, omdat er vanuit gegaan wordt dat zij dit uitsluitend zullen doen als het bijdraagt aan hun doelstelling, namelijk het aanbieden van
zoveel mogelijk betaalbare en passende woonruimte. Ook is er uitzondering opgenomen voor nieuwbouwwoningen waarover afspraken over verhuur zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst of erfpachtovereenkomst. Omdat het instrument nieuw is kunnen bij de toepassing ook gevallen naar voren komen die niet vooraf zijn voorzien. Hiervoor bestaat de mogelijkheid om
ontheffing te verlenen. 5. Risico's en kanttekeningen
Voor de invoering van opkoopbescherming is budget nodig. De vergunningverlening en handhaving van de opkoopbescherming zal worden uitgevoerd door Omgevingsdienst IJmond. De benodigde capaciteit voor vergunningverlening wordt gedekt door de
inkomsten vanuit de leges. Hiertoe stelt het college voor de legesverordening te wijzigen, zodat voor deze nieuwe vergunning leges kunnen worden geheven. In het handhavingsprogramma zal opkoopbescherming worden meegenomen. Dit betekent dat er
extra taken bovenop de bestaande taken komen, waardoor er of prioriteiten moeten worden gesteld in het programma of dat er extra middelen ter beschikking moet worden gesteld voor uitbereiding van capaciteit. Structureel is voor de handhaving 0.2 FTE extra nodig. Het gaat om 0.1 FTE voor de
handhaving zelf, dat wil zeggen de controle of er in strijd met de vergunningplicht gehandeld wordt op basis signalen en steekproefsgewijs en 0.1 FTE voor juridische handhavingszaken en bezwaarprocedures. De geschatte kosten hiervan bedragen €25.000 per jaar. Voorgesteld wordt dit
bedrag vanaf 2023 structureel in de begroting op te nemen, zolang de opkoopbescherming loopt, het bedrag jaarlijks te indexeren en dit te dekken uit de algemene middelen. Zonder dit budget is de invoering van opkoopbescherming niet mogelijk. Er kan dan namelijk niet worden gehandhaafd. De concept regeling opkoopbescherming heeft ter inspraak gelegen. Conform de Huisvestingswet zijn de uitgangspunten voor de Huisvestingsverordening (met het
opstellen van de 'Uitgangspuntennotitie Huisvestingsverordening 2022' inclusief opnemen
opkoopbescherming) besproken in regionaal verband met regiogemeenten en belanghebbenden, zoals woningcorporaties, Woonservice Kennemerland en huurdersorganisaties. Daarnaast is de concept wijziging Huisvestingsverordening voorgelegd aan betrokken partijen in Zandvoort,
waaronder Pré Wonen, Huurders Platform Zandvoort, de makelaars en de notaris. De conceptregeling heeft tot 20 juli 2022 ter inzage gelegen. Hiermee hebben belanghebbenden en betrokken partijen de gelegenheid gehad een reactie te sturen. Er zijn in totaal drie reacties ontvangen. Deze reactie zijn opgenomen in een overzicht (zie bijlage 3 'Overzicht inspraakreacties eerste wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022'). Deze
reacties hebben niet geleid tot een wijziging van de conceptregels. De reacties hebben onder andere betrekking op het aankopen en in het bezit hebben van tweede woningen en het opknappen van
Kenmerk: 2022/692679
6/7
woningen en deze weer op de koopmarkt te zetten. Ook zijn enkele suggesties gedaan voor wijzigingen voor uitzonderingssituaties (een woning die langer te koop staat, executieveilingen). Vooralsnog wordt voorgesteld hiervoor geen uitzonderingsmogelijkheid in de regeling op te nemen. Dit gezien het feit dat dit nu zeer weinig voorkomt. Wel wordt voorgesteld de regeling in 2025 te evalueren en bij tussentijdse signalen over negatieve effecten van de opkoopbescherming
(verandering van de markt) deze evaluatie te vervroegen. Opkoopbescherming is een tijdelijke
mogelijkheid vanuit het Rijk door het aanpassen van de Huisvestingswet. Het Rijk is voornemens deze regeling te evalueren. Wanneer de markt verandert zal het Rijk de regeling intrekken. Voor de regels over opkoopbescherming is nog geen jurisprudentie beschikbaar en de implementatie vindt momenteel plaats. Opkoopbescherming is een nieuw instrument. Er is nog geen jurisprudentie beschikbaar. Bij bezwaarschriften op weigeren van een vergunning is dit een risico. De wet schrijft voor dat
vergunning aanvragers voor de "verhuurvergunning opkoopbescherming" via de elektronische weg een aanvraag kunnen doen. Om het aanvraagproces voor de aanvrager naar behoren in te richten, betrokkenen op de hoogte te stellen van nieuwe regelgeving, en capaciteit beschikbaar te krijgen
voor beoordeling en verstrekking van de vergunning is tijd voor implementatie benodigd. De regels voor opkoopbescherming kunnen daarom niet eerder dan vanaf 1 oktober in werking treden. 6. Uitvoering
Na vaststelling door de raad wordt deze verordening digitaal gepubliceerd in het Gemeenteblad
Zandvoort (officielebekendmakingen.nl), met de vermelding dat deze in werking treedt vanaf 1 oktober 2022 en worden de wijzigingen doorgevoerd in de geconsolideerde Huisvestingsverordening (lokaleregelgeving.overheid.nl). Ook verschijnt er een nieuwsbericht op de website van de gemeente
Zandvoort en wordt de informatie op de website aangepast. De regels zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening worden in de loop van 2025 geëvalueerd.
7. Bijlagen 1. Eerste wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022. 2. Eerste wijziging Legesverordening Zandvoort 2022.
3. Overzicht inspraakreacties Eerste wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022.
Kenmerk: 2022/692679
7/7
Eerste wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022 De raad van de gemeente Zandvoort;
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 augustus 2022;
gelet op de artikelen 39 t/m 45 van de Huisvestingswet 2014;
BESLUIT:
vast te stellen de 'Eerste wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022'. Artikel I De Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022 wordt gewijzigd als volgt:
A Aan artikel 1.1.1. wordt toegevoegd: akte van levering: het document waarmee de overdracht van een woning of ander onroerend goed gestalte krijgt. Ook bekend als transportakte of overdrachtsakte; bloed- of aanverwantschap in de eerste graad: de verwantschap tot ouders en kinderen, tot de partners van kinderen, en tot de ouders en kinderen van de partner. Verwantschap door adoptie valt hier ook onder; bloed- of aanverwantschap in de tweede graad: de verwantschap tot grootouders en kleinkinderen, broers en zussen, tot partners van broers en zussen, en tot de grootouders, kleinkinderen, broers en zussen van de partner. Verwantschap door adoptie valt hier ook onder;
-
openbare registers: openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
-
opkoopbescherming: instrument vanaf 1 januari 2022 opgenomen in de Huisvestingswet,
hoofdstuk 7, waarmee de verhuur van woonruimte aangekocht in het gebied en woningmarktsegment waarvoor de opkoopbescherming geldt vergunningplichtig is;
vrij van huur en gebruik: woonruimte die niet verhuurd of via een gebruikersovereenkomst in gebruik gegeven wordt; B