beantwoording vragen OPZ Parkeernormennota Zandvoort 2021
Tekst van het document
Aan: Betreft:
College van Burgemeester en Wethouders gemeente Zandvoort Schriftelijke vragen ex artikel 155, 169 en 180 Gemeentewet en artikel 40 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad Onderwerp: Parkeernormennota Zandvoort 2021 Datum: 2 juni 2021
Geacht college, Verzoeke de onderstaande vragen te willen beantwoorden: Dubbelgebruik van parkeerplaatsen (auto), pagina 16. Hoe wordt inzake dubbelgebruik rekening gehouden met het feit dat thuiswerken veel vaker zal gaan voorkomen dan voorheen met als gevolg dat er veel minder parkeerplekken dan voorheen overdag beschikbaar zullen zijn? De gekozen normberekening voor dubbelgebruik is die uit 2018 dus vóórdat Covid-19 voor een ingrijpende en mogelijk blijvende verandering zorgde... Vraag: • Is die normberekening wel voldoende in overeenstemming met de inmiddels ingrijpend veranderde realiteit (lees aanwezigheidspercentages) om daar nieuw beleid op te baseren? Antwoord: • Op dit moment is nog onvoldoende bekend hoe structureel het thuiswerken zal zijn. Daarnaast hebben niet alle beroepsgroepen de mogelijkheid om thuis te werken. Zolang er geen onderbouwde inzichten zijn, beschouwen wij het uitgangspunt dat op werkdagen overdag 50% van de parkeerbehoefte van woningen bij de woning geparkeerd staat als reëel. Wanneer CROW (het kennisinstituut van Nederland voor verkeer en vervoer) wijzingen doorvoert in de aanwezigheidspercentages worden die over genomen.
Tabel 6.1: Maximaal acceptabele loopafstanden autoparkeren nieuwe ontwikkelingen, pagina 19
Bij een herontwikkeling van het Badhuisplein was het idee om het grootste gedeelte van het parkeren te laten plaatsvinden op parkeerterrein De Zuid. De afstand van het Badhuisplein naar P-Zuid is hemelsbreed 595 meter, die van het Watertorenplein naar P-Zuid is hemelsbreed 475 meter. Voor wonen is dat ruim boven de maximum norm (resp. 300, 150 en 100 meter). Vragen: • Betekent dit dat voor de functie wonen de loopafstanden vanaf deze locaties tot de beide parkeerterreinen niet acceptabel worden geacht? • Zo ja, op welke wijze zou er voor deze ontwikkelingen in voldoende parkeergelegenheid moeten worden voorzien? Antwoord: • Voor woningen zijn deze loopafstanden inderdaad in de basis te groot. Dit betekent dat voor de woonfunctie parkeerplaatsen op eigen terrein (binnen loopafstand) moeten worden gerealiseerd of binnen loopafstand beschikbaar zijn gesteld (bijvoorbeeld via een huur- of koopovereenkomst). Dit laat de bevoegdheid van het 1
college om van deze afstanden af te wijken onverlet. Dit kan in geval van bijvoorbeeld zwaarwegende economische of maatschappelijke belangen, met een goede onderbouwing en een mobiliteitsplan. Pagina 17 Citaat: Uitgangspunt bij salderen is dat wordt uitgegaan van de parkeerbehoefte van het meest recente legale gebruik, ook wanneer sprake is van langdurige leegstand. De nieuwe Parkeernormennota geeft namelijk niet de mogelijkheid een parkeertekort op te vangen in de openbare ruimte. De gemeente mag daarnaast geen eisen stellen om bestaande parkeerproblemen op te lossen of een zogenaamd historisch parkeertekort op te lossen. Deze verantwoordelijkheid ligt namelijk bij de gemeente Zandvoort zelf en niet bij een initiatiefnemer. Vraag: • Geldt dat de gemeente geen eisen mag stellen om bestaande parkeerproblemen op te lossen ook als de parkeerproblemen het gevolg zijn van achterhaald beleid en / of achterhaalde normen die tot een herverdeling van parkeervergunningen en parkeerplekken nopen? Antwoord: • Ja, jurisprudentie wijst uit dat deze eisen niet gesteld mogen worden aan de ontwikkelaar. De ontwikkelaar kan alleen verantwoordelijk worden gesteld voor de verandering in de parkeerbehoefte Wel kunnen we, samen met de ontwikkelende partij, kijken hoe we bestaande parkeerproblemen gezamenlijk kunnen oplossen.
Parkeerplaatsen op eigen terrein (auto), pagina 19 Voor de toetsing op parkeerplaatsen in (gebouwde) parkeervoorzieningen en parkeerterreinen, hanteert de gemeente de meeste recente versie van de NEN-normering 2443: 'Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages'. Vragen:
• In hoeverre acht u deze normen hier reëel nu ruimte in de bebouwde omgeving en zeker in het centrumgebied vaak nauwelijks voorhanden is en het realiseren van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein vaak niet realistisch is? Antwoord: • Het hanteren van deze normering zorgt er voor dat de parkeerplaatsen die worden gerealiseerd ook bruikbaar zijn. Hiermee voorkomen we dat op papier wel parkeerplaatsen zijn ingetekend, maar dat deze in de praktijk niet door een auto te gebruiken zijn, met alle nadelige gevolgen van dien.
Voorbeeld reductie van aantal parkeerplaatsen door plaatsen van deelauto’s, pagina 24 Om het tekort van 4 parkeerplaatsen op te vangen, is de initiatiefnemer bereid 2 deelauto’s te plaatsen. Bij het plaatsen van deelauto’s kan het bewonersdeel van de parkeernorm met maximaal 20% worden verlaagd. Met het plaatsen van de deelauto’s wordt de parkeervraag van bewoners met ((4 /90%) / 48,0 = ) 9% verlaagd. Dit valt binnen de maximale reductie. Vragen: • Wie neemt de verplichting tot het plaatsen en voor welke termijn over nadat de initiatiefnemer de appartementen heeft verkocht? • Is het wel mogelijk het gebruik van deelauto’s wettelijk verplicht te stellen? • Welke adspirant eigenaren krijgen bij aankoop wel / geen parkeervergunning? • Is het gezien de vraagpunten niet veel beter om minder wooneenheden te bouwen / te vergunnen? Antwoord: • Het stallen van de deelauto’s in onderdeel van het mobiliteitsconcept. Op pagina 23 staat dat de deelauto’s structureel, voor minimaal 10 jaar, beschikbaar moeten worden gesteld. Het is aan de ontwikkelende partij aan te geven hoe zij dit gaan invullen. ODIJmond toetst bij de omgevingsvergunning of aan deze eis wordt voldaan. • Het verplicht stellen van het gebruik van deelauto’s door bewoners is wettelijk niet mogelijk. Wel kunnen voldoende maatregelen worden genomen, zodat bewoners liever gebruik maken van een deelauto dan een eigen auto.
Prijsstelling is hierbij een belangrijke invloedsfactor. Ook hier is het aan de ontwikkelende partij aan te geven hoe zij dit voor zich zien, zodat dit kan worden getoetst. • Geen enkele aspirant eigenaar komt in aanmerking voor een parkeervergunning. Nieuwbouwplannen worden uitgesloten van parkeervergunningverlening. • Het is aan de ontwikkelende partij om die afweging te maken. Hoewel wij in Zandvoort wel een opgave hebben om woningen te realiseren. Transformatie of functiewijziging naar een B&B/pension/recreatiewoning, pagina 24
2
Bij de herontwikkeling van een bestaand pand naar een particuliere verblijfstoeristische accommodatie (Bed & Breakfast, pension of recreatiewoning) of het realiseren van een particuliere recreatiewoning, is het niet altijd mogelijk om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Het gaat hier dan om de realisatie van één of enkele parkeerplaatsen. Vragen: • Wat is het huidige aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte waarop door hotels, B&B, pensions en recreatiewoningen beslag wordt gelegd? • Welk aantal parkeerplaatsen dienen er op basis van de Parkeernormennota 2021 gerealiseerd te worden voor een B&B, pension of recreatiewoning als er niet sprake is van transformatie of functiewijziging? Antwoord: • Dit is niet bekend en ook niet te achterhalen, te meer daar zonder vergunning een verblijfstoeristische accommodatie met maximaal 4 bedden mag worden gestart. • Het aantal parkeerplaatsen wordt bepaald door de omvang van de te ontwikkelen B&B, pension of recreatiewoning en de parkeernorm zoals onderstaand en opgenomen in bijlage 2 van de nota. Functie
bed and breakfast/pension recreatiewoning/recreatie appartement
centrum
schil
rest bebouwde
Rest bebouwde
Zandvoort
centrum
kom Zandvoort
kom Bentveld
buiten-gebied
eenheid
0,6
0,65
0,9
1,0
1,2
per kamer
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
recreatiewoning/
pp per appartement
Bijlage B. Lijst met parkeernormen (auto), pagina 30 De parkeernormen zijn gebaseerd op CROW-kencijfers voor ‘sterk stedelijke’ gemeente. Vragen: • Op basis van welke criteria zijn de parkeernormen voor Zandvoort gebaseerd op die voor een ‘sterk stedelijke’ gemeente? • Op grond waarvan valt deze classificatie te rijmen met de omgevingsadressendichtheid van de gemeente Zandvoort? Antwoord: • Op basis van de omgevingsadressendichtheid in Zandvoort (kern) en Bentveld (kern) is aangesloten bij deze indeling. De kern Zandvoort valt qua omgevingsadressendichtheid binnen de klasse ‘sterk stedelijk’ en Bentveld in ‘niet stedelijk’. Dit is dan ook als uitgangspunt aangehouden. Daarnaast sluit zowel het autobezit als het autogebruik door inwoners van, werknemers in en bezoekers aan Zandvoort aan bij andere gemeenten die als ‘sterk stedelijk’ worden geclassificeerd. Dit betekent dat de parkeernormen een reëel beeld geven van de parkeerbehoefte in Zandvoort. Met dank voor beantwoording, en met vriendelijke groeten, Bruno Bouberg Wilson
3