Beantwoording technische vragen VVD
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen
Hierbij de beantwoording van de technische vragen van de fractie VVD over agendapunt Huisvestingsverordening Zandvoort 2026 van de raadscommissie van 3 december 2025: Vraag Het gaat om de kop ‘Schaarste’ in de koopsector. Er staat in het stuk dat voor de lage middeninkomensgroepen geen beschikbaar aanbod koopwoningen is en bij een hoog middeninkomen van 82.271 slechts 18% van de woningen. Pas bij een hoog inkomen van 99.000 zijn 59 van de 167 oftewel ruim 39% woningen beschikbaar. De vraag is hoe deze percentages tot stand zijn gekomen. In hoeverre er hierbij gekeken is naar eigen geld, spaargeld en ruimte als gevolg van doorstroom (winst op vorige woning)? Met andere woorden is de gemiddelde hypotheek die is verstrekt voor een woning de basis van de conclusie of is er zuiver naar inkomen gekeken tov de WOZ waarde? Antwoord De percentages komen uit het Rapport Schaarste in Zandvoort van bureau RIGO (bijlage 7 behorend bij het raadsvoorstel Huisvestingsverordening 2026). In dit rapport is de maximale lening op basis van NHG-normen weergegeven voor de zes indicatieve middeninkomens. In de bijlage in het rapport worden de indicatieve inkomens en de methode van de analyse toegelicht. In deze maximale hypotheek zijn extra kosten zoals overdrachtsbelasting, hypotheek- en transportakte en eventuele makelaarskosten niet meegerekend.
Daarnaast geldt dat huishoudens niet alleen hun hypotheek gebruiken om een woning te bekostigen, maar ook spaargeld en overwaarde uit een eventuele vorige woning. Koopstarters hebben vaak weinig vermogen, maar kunnen mogelijk een gift van hun ouders ontvangen. Doorstromers vanuit de koopsector hebben vaak wel een eigen vermogen uit de vorige woning. In deze analyse is uitgegaan van huishoudens zonder eigen vermogen. Door dit uitgangspunt te nemen kan worden nagegaan welk deel van het aanbod in de gemeente Zandvoort voor beide inkomensgroepen betaalbaar is.
1/1